Een intrigerende Jago

Growing up in Public speelt Jago de Wraak

Het leven van u en mij lijkt tegen wil en dank meer en meer op een rodeo. We leven in een turbulente tijd en er zijn nogal wat bloeddruk- en cholesterolverhogende zaken om ons heen: jihad, globalisering, Abu Ghraib, Uruzgan, Irak, VS, VN, Israel, Guantanamo, cartoons, zorgverzekering, broeikaseffect, privacybescherming, integratie, vogelgriep, man/vrouw-verhoudingen, fileproblemen. Zaken waarin je je al snel laat leiden door angstredenaties, en het eenmaal loungend thuis makkelijk is de gordijnen er resoluut voor te sluiten.

Zo niet de Utrechtse theatergroep Growing up in Public. En zeker regisseur Paul Feld niet. Feld verbindt in zijn toneelteksten graag politieke thema’s en documentaire feiten met fictie en fantasie. Onderstromen zichtbaar maken met de directheid van een stripverhaal. Feld: ‘Als schrijver moet je je eigen lijnen trekken door de tijd. Historie, het nu en de toekomst een verbintenis laten aangaan. Om een gevoel van urgentie te delen met het publiek. Boosheid en angsten zijn doorbij vaak mijn motor. De mens is wanhopig bezig om greep te krijgen op deze wereld in extreme verandering. Maar het glipt in toenemende mate door zijn vingers.’  Feld lijkt ietwat geobsedeerd door politieke iconen. In het later dit jaar uit te brengen Brood- en Spelenstuk Forza Nero zal hij de Romeinse despoot fileren, in De Grote Anton Mussert Show veegt hij de vloer aan met de onbegrepen SS-Utrechter, en eerder in Aladdin en de Ayatollah liet hij zien hoe een proces van radicalisering tot stand komt.

In 2003 werd Feld benaderd door Giep Hagoort, lector Kunst & Economie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, met het verzoek om een moderne Jago te scheppen. Hagoort deed al langere tijd onderzoek naar het intrigantenspel in veranderingsprocessen in bedrijven en organisaties aan de hand van de toneelfiguur Jago uit Shakespeare’s Othello (1604). Jago creëert de plot waarin hijzelf de hoofdrol speelt en de anderen spelen mee. Oordelen, vooroordelen, angst voor het onbekende vormen een voedingsbodem voor het succes van deze tragische intrigant.

Verdi heeft er een opera van gemaakt, de film O met Michelle Pheiffer in een van de hoofdrollen was een bioscoophit. In het kort: Als de zwarte generaal Othello Jago ten faveure van Cassio passeert en de laatste in zijn plaats tot officier benoemt, is dat de kiem voor een niets en niemand ontziende afrekening. Bijna mechanisch injecteert Jago het gif van de jaloezie in het gelukkige huwelijk van Othello met Desdemona. Othello verliest elke controle over zijn gevoelens en gedachten. Eerst doodt de generaal zijn jonge bruid en daarna zichzelf. Jago wordt gevangen genomen, maar weigert in te gaan op motief en achtergronden voor zijn daden en zegt tot besluit: ‘Uit mijn woord geen mond’.

Het stuk van Feld begint met een gevangengezette cowboy-achtige Jago die vijftien jaar boven het hoofd hangt. Als agent van de geheime dienst moet deze loyalist zich voor een militaire rechtbank verantwoorden voor het bovenmatige geweld dat hij tegen moslimstrijders gebruikte. Zijn islamitische medegevangene Noah en de vrouwelijke allochtone rechter Mona verworden in zijn omgeving tot speelballen. Vilein schaakt hij, zet voor zet zet hij ze verder tegen elkaar op. Opnieuw in het kort: Mona heeft Noahs diensten nodig voor een verkiezingscampagne, Noah heeft Mona nodig voor het verwerven van zijn vrijheid. Jago doet Noah geloven dat Mona in ruil voor lichamelijke liefde ook voor zichzelf zoiets in petto heeft.  Hij bespeelt Noah zodanig dat hij zich in woord en geschrift uitgeeft voor jihadstrijder. Ondertussen overtuigt hij Mona ervan dat Noah niet die knuffelallochtoon is voor wie hij zich uitgeeft. Listig laat hij haar een papier tekenen dat hem vrijheid verschaft. Mona gaat daarop op zoek naar een diep teleurgestelde Noah, die zij vindt in een kathedraal. Met rugzak.

Felds Jago de Wraak is zo een door en door politiek steekspel op huiskamerformaat geworden, tegen de achtergrond van de moderne Westerse wereld ‘met zijn oorlogsdemocratie, zijn opgeblazen kapitalisme en zijn ideologische strijd tegen de As van het Kwaad’, zoals Feld en co-regisseur Jeroen Kriek het zeggen.

Wie zijn de Jago’s van het hedendaagse politieke wereldtoneel?, lijkt Feld met het stuk op te werpen – al toont hij gelijktijdig ook aan dat de Jago’s vooral ook op microniveau opereren – Enron-bazen, handelaren in voorkennis, Jomanda-types – en daar minstens evenveel schade kunnen aanrichten als de congsi’s van Bushen, Berlusconi’s, Bin Ladens, Balkenendes en Blairs.

Het sublieme vuige, ploerterige en malicieuze spel van Jago (Marcel Faber) sleept je door de voorstelling. Het spel van de anderen (Dennis Költgen en Daphne de Bruin) blijft daarbij enigszins achter. Het toneelbeeld is mij wat al te simpel en vooral het gedoe met de gordijnen werkt storend. De toonaard van het stuk wordt echter voor een groot deel bepaald door de muziekkeuze, een Holger Czukay-achtig mengsel van country noir vermengd met vlagen Ennio Morricone. Daarmee geven Feld en Kriek het stuk nog meer suspense mee dan het van zichzelf al heeft, maar het krijgt er ook een wat documentair karakter door. Als een aflevering van Netwerk, met tot dan geheim materiaal met gevaar voor eigen leven en van nabij op film gezet. Soms ook lijkt het een documentaire cartoon. En cartoons, daar was toch wat mee?

Gezien: Jago de Wraak door Growing up in Public op woensdag 1 maart 2006 in Theater aan het Spui (Den Haag). www.growingupinpublic.nl

Advertenties