Retestrakke speelmannen

Eersteling van Speelman en Speelman vol lieverdjestaal

‘Gideon! Weet je wat jij eens zou moeten doen? Jezelf naakt voor de spiegel neer zetten, een roos in je reet douwen en voelen dat je in bloei staat.’ Twee Speelmannen, te weten Joost en Daan, ondernemen een treinreis van Haarlem CS naar Amsterdam CS, maar worden onderweg ruw wakker geschud als een NS’er halverwege de trip jammer, maar helaas moet melden dat er enige vertraging is opgetreden. Het gevolg van een man die zich op de rails heeft gewaagd teneinde zich voor de wielen van de loc, hún loc, te werpen.  In onvervalste lieverdjestaal wendt het duo zich vervolgens tot Gideon.

Daan en Joost, gebroeders, en welzeker ook mannen van de straat. Jongens eigenlijk, liever gezegd. Ze kunnen nog maar nauwelijks behappen welke film zich er op vrijwel ieder moment van de dag voor hun ogen voltrekt. En trekken zich daarom terug in hun eigen wereld, dat is wel zo overzichtelijk. Hun hele leven zaten ze aan elkaar vastgeklonken, totdat op een dag, de dag van de reis, de ene broer een besluit neemt waar de ander niet van wil weten. Niet langer gaan ze over één spoor.

Pittige sketches, levendige liedjes, steeds uptempo gebracht. De twee wijken niet van hun pad dat ze zijn ingeslagen. Dat van het traditionele cabaret. Dat hindert niet, want hun uitvoering is energiek te noemen. Dat het nog wel eens mankeert aan verstaanbaarheid en er bij momenten meer rust genomen kan worden om een situatie beter tot haar recht te laten komen, zij ze vergeven. Dat betekent dat het programma nog behoorlijk aan kracht kan winnen. Op veel meer pretenties dan het presenteren van een avondje vermaak hebben de broers niet. Dat siert ze.

www.speelmanenspeelman.nl

Gezien: Niet over één spoor door Speelman & Speelman op woensdag 27 september in Theater PePijn, Den Haag.

Advertenties

Springstof

Bas Jan Ader met Ik ben even weg

Vaarwel – en tot over twee maanden. En de 33-jarige stapte bij wijze van kunstproject in een klein en gammel ogend bootje. Hij zou als onervaren zeiler de Atlantische oceaan oversteken: ‘Ik ben even weg’. Een jaar nadien werd zijn lege boot voor de kust van Ierland gevonden. Van hemzelf werd nooit meer iets vernomen.

‘Groeten vanuit de prachtige Ader-vallen’, schijnt cross-kunstenaar Bas Jan Ader eens als idee voor een ansichtkaart in een van zijn logboeken te hebben gekrabbeld. Vervolgens: ‘Alles valt.’ Zwaartekracht, meer specifiek vallen en de resultante ervan: losmaken – is een terugkerend motief in Aders werk, en dat schept een band met onder meer de legendarische in Den Haag woonachtige theatermaker Dick Raaymakers – maar ook met verlies en heroïsch falen. Hij combineerde zijn fascinaties in het bovenbeschreven ultiem te noemen project dat hij in 1975 deed.

Ader is bepaald en vogue, en geldt in kunstenaarskringen nog steeds als een bijkans mythische en invloedrijke inspiratiebron. In het Rotterdamse museum Boymans van Beuningen is juist vandaag een overzichtsexpositie van hem afgesloten. En juist ook dit weekend was in Den Haag de locatievoorstelling Ik ben even weg te zien waarin jonge kunstenaars zich spiegelen aan deze Bas Jan, op initiatief van het Haagse Theater Zeebelt.

Fotografie en film staan centraal bij Ader, generatiegenoot van o.a. Wim T. Schippers en Ger van Elk, maar ook was hij een performer die compromisloos zijn eigen lichaam als materiaal inzette. Zo klom hij op het dak van zijn huis en liet zich ervan af rollen, reed met zijn fiets een Amsterdamse gracht in en hing aan de tak van een boom tot hij niet meer kon en los moest laten. Dat alles is fotografisch en filmisch vastgelegd.

Ik ben even weg houdt het midden tussen een theatervoorstelling, een performance, een installatie, een poëtische filmvertoning en een tentoonstelling – op een locatie die een leegstaande loods behelst op een verlaten, mistroostig ogend industrieterrein. De credo’s van Ader staan ook voor die van Theater Zeebelt: losmaken, risico nemen – en vooral tal van kunstdisciplines met elkaar in verbinding stellen, met dank aan de meewerkende kunstenaars uiteraard. Tot zover de hardware.

Allemaal bepaald geen makkelijke kost – topzwaar zelfs, om in gravitatietermen te spreken – totdat je blij ontdekt dat je maar beter alle referenties overboord kunt zetten en het gebodene vrijelijk over je heen moet laten komen. Zoals je een tentoonstelling in een museum bezoekt: de een dat doet keurig volgens de getrokken krijtlijntjes, de ander racet eerst alle ruimtes door, en nog weer een ander laat zich leiden door wie of wat zijn aandacht weet te trekken. Of beter nog: als in een speeltuin waar je wat verwonderd rondloopt.

In om en bij zo’n vijftiental onderdelen trekt de erfenis als in een hommage aan Ader voorbij. Variërend van een gesymboliseerde vlucht door een heuse real time replica van een Vergeltungswaffe 1 (V1), een Duitse kruisraketwerper uit de Tweede Wereldoorlog, tot aan een waagstuk dat zich in de nok, bovenop een van de spanten van de loods afspeelt, tot de worsteling van een man die zich zittend op een vervaarlijk overhellende stoel probeert overeind te houden door gebruik te maken van een touw dat boven hangt. En natuurlijk zijn er filmpjes. Wonderlijke filmpjes. Zoals je uiteindelijk ook wonderlijk door de fabriekshal banjert alsof je je in een overjarige speeltuin waant.

Theater Zeebelt neemt ergens in het volgend jaar haar intrek in een nieuw theater, dat als vaste uitvalsbasis moet gaan dienen. Te oordelen aan de artistieke ideeën en het niveau van dit project kan dat niet vroeg genoeg zijn.

www.zeebelt.nl

Gezien: Ik ben even weg door Theater Zeebelt, locatieproject aan de Saturnusstraat in Den Haag op 22 september 2006. Concept en scenario: Albert Wulffers en Judith Schoneveld. Regie: Joris van Midde.

De zee als baken

Bonheurs Odyssee

Daar staat hij dan, de koning van Ithaka, sereen gestoken in een mooi gestileerde blank-witte kledij. Schuldeloos dus, zoals de duiven achterop het podium ook zijn vredige voorkomen lijken te willen onderstrepen. Odysseus is zijn naam. Sluw, sterk, slim, wilskrachtig en… menselijk.

‘Muze, verhaal van de man van velerlei wegen, die heel lang rondzwierf, nadat hij de heilige burcht van Troje verwoest had…’, zo lokt Bonheur Theaterbedrijf Rotterdam ons middels de folder de raamvertelling over hem in. Hij, de koning van Ithaka, die Troje plat kreeg door een gouden list met een houten paard, dat is natuurlijk Odysseus. Er wordt over hem verteld in de Odyssee van Homerus, feitelijk het beginpunt van de Europese letterkunde, ontstaan of opgetekend zo rond het jaar 800 voor onze jaartelling. Heel zeker is dat allemaal niet, getuige de zogeheten Homerische kwestie, waarin wordt getwijfeld aan de echtheid van de vertelling – en door sommige tekstwetenschappers zelfs aan het bestaan van Homerus zelve.

In de 24 boeken wordt de tien jaar durende thuisreis van de held uit de doeken gedaan, met de zeeën als baken. Het ijkpunt is de terugkeer van de held vanaf het eiland van de nimf Calypso, die hem na jaren en jaren van omzwervingen onderdak bood, maar hem nu op gezag van de goden moet laten gaan. De boeken eindigen met de tot stand gebrachte thuiskomst in zijn koninkrijk Ithaka, waar hij dient af te rekenen met de vele gegadigden die juist dan strijden om de hand van zijn vrouw Penelope.

De Odyssee van Homeros beschrijft de laatste 41 dagen van de tocht van Odysseus. Odysseus vertelt over zijn terugtocht vanuit Troje en zijn belevenissen bij o.a. de Cycloop, Kirke en de Sirenen in de vorm van flashbacks.

Theatergroep Bonheur heeft het epos opgeknipt in twee delen. Pas volgend jaar kunnen we getuige zijn van de aankomst van Odysseus op Ithaka. En dat is jammer, want reikhalzend kan worden uitgekeken naar dit tweede deel. Eén man, één acteur: Paul R. Kooij. Hij weet het publiek dik anderhalf uur in zijn eentje te kluisteren, zonder overdreven pathos, zonder multimediaal geweld, zonder een overdadige speelstijl. Deze Odysseus is klein, maar tot in detail te verstaan, tot in de vingertoppen te voelen, en tot aan het einde toe een mens. Dat is geen kleinigheid, want Odysseus c.q. Kooij haalt heel wat overhoop in zijn vertellingen en doet dat nog eens in hexameters ook, gemodelleerd naar de vertaling van H.J. de Roy van Zuydewijn.

Prachtige tekst, prachtig gespeeld, live elektrische gitaarmuziek, smaakvol belicht en ook nog eens in een prachtig decor dat bestaat uit een hoogglanzend, spiegelend-glimmend zwart vierkanten speelvlak van acht bij acht dat als een landkaart dient, waarop met doeken in verschillende felle kleuren eilanden zijn gemaakt en waar een blauw verlichte neonbuis een kustlijn suggereert, maar ook als einder kan dienen. Zoals gezegd: achter op het podium zien we een duivenkooi van glas op een zwarte tafel die even boven de speelvloer zweeft. De duiven vertoeven er op hun gemak, hebben niet de mogelijkheid om te vliegen, maar lopen daarentegen op een groot aantal knekelhoofden.

Regisseur Peter Sonneveld, sinds januari 2005 artistiek leider van Bonheur heeft een voorliefde voor het bewerken van literatuur tot theater. Dat bleek eigenlijk al in een van zijn eerste regies, Giovanni’s Room, een verpletterende weergave van het boek van James Baldwin, zo rond het midden van de jaren tachtig. Zijn grote kracht ligt in het tot stand brengen van een synthese tussen vertellen en toneelspelen. Zo ook in deze Odyssee. Het zou een hoorspel kunnen zijn, maar dan zou in dit geval toch de omlijsting node gemist worden. Na de krachttoer van Kooij rest de kijker slechts één verzuchting: dit is mooi, zo moet het.

We mogen dankbaar zijn dat er in deze wereld nog altijd mensen zijn die wat willen. En dit is nog maar de try-out.

Gaandeweg het seizoen maakt Bonheur theatersalons die als onderwerp onderweg zijn, avonturen beleven en thuiskomen als onderwerp hebben, onder de titel Hotel Ithaka.

www.bonheur.nl

Gezien: Odyssee, de wraak van de zee door Bonheur Theaterbedrijf Rotterdam op dinsdag 19 september 2006 (try-out) in Theater Bonheur.

De filosofe en de spasticus

Dance Works: Guerin / Listopad

Een wereldpremière van Lucy Guerin én een nieuw werk van de veelbelovende Bruno Listopad verenigd in een programma van uitersten.

De Australische choreografe Lucy Guerin houdt er graag van wat dieper te graven dan u en ik doorgaans plegen te doen. Haar website biedt haar daarvoor het ideale want geduldige podium – naast haar choreografieën natuurlijk: ‘De thema’s in mijn danswerk gaan over een tweevoudige natuur en tegenstrijdigheid. Ze roepen vragen op over tegengestelde keuzes in esthetische en emotionele zin, en dagen vaak uit om extreme paden te betreden. De dialoog die daaruit ontstaat stelt het publiek voor de uitdaging een manier te vinden om de huidige ongelijkheid in de wereld te accepteren en de spanning die daardoor wordt opgeroepen.’ Voorwaar niet niks. Dat belooft dus flink wat verheven denkwerk in de zaal om alles ook maar enigszins bij te kunnen benen.

De choreografieopdracht die Dance Works Rotterdam aan haar gaf is een primeur voor Nederland en een wereldpremière bovendien. Guerin studeerde af aan het Centre for Performing Arts in Adelaide, en danste daarna bij Russell Dumas’ gezelschap Dance Exchange in Sydney en Nanette Hassall’s gezelschap Dance Works in Melbourne. Van 1989 tot 1996 danste Guerin in New York met onder anderen Tere O’Connor Dance, Sara Rudner en de Bebe Miller Company.

In New York begon ze haar eigen choreografieën te maken, eerst solo’s voor zichzelf en later groepswerken. Dat resulteerde in 1996 op het festival Rencontres Choreographiques Internationales de Bagnolet in de Prix d’auteur. In hetzelfde jaar ontving zij een Bessie (New York Dance and Performance Award) voor de choreografie Two Lies. Mikhail Baryshnikovs White Oak Dance Project nam dit werk later op het repertoire. Inmiddels leidt ze terug in Australië haar eigen dansgezelschap.

Guerin en de artistiek leider van Dance Works Rotterdam, Ton Simons, kennen elkaar van hun beginperiode in New York, waar hij later zijn eigen gezelschap Ton Simons & Dancers leidde. Twintig jaar na dato leidt dat contact dus tot deze Rotterdamse opdracht, getiteld First Days. Daarin kijkt Guerin terug op haar eerste dagen in New York, maar dan wel gefilterd en gekleurd door haar ervaringen in het hier en nu. Of  in haar eigen, wat gezwollen taalgebruik: ‘Herinnering wordt een fysieke beleving in dit werk, dat onderzoekt hoe patronen en verbanden door de tijd ontstaan.’

Op het podium een witte, horizontaal vooraan over het podium gelegen baan tegen een zwarte dansvloer, met op dat witte vlak een uitstalling van huisraad: tafel, stoelen, tv, vaas, boek, bloemen, magnetron en nog wat van zulk spul. Ze heeft haar choreografie opgeknipt in een aantal taferelen die zij met boventitels inleidt: zoals op straat, ontbijt bij Leshko’s, op dansles, uitgaan, alleen thuis. De dansers van Dance Works nemen beurtelings en soms enkele van hen gelijktijdig plaats in deze huiskamer, terwijl de resterende dansers ons trakteren op moderne dans. De fragmentarische opzet van dit groepswerk waarvoor Guerin koos heeft tot gevolg dat haar choreografie meer weg heeft van een anekdotische laagdrempelige performance en ook wat van laten we zeggen wat gedateerd ogend danstheater. Dat komt haar werk niet ten goede. Bovendien blinkt haar danstaal niet uit in een innoverende zinsbouw. Het gevolg is dan ook een choreografie die langzaam maar zeker uitdooft. Het is na haar diepgravende gewauwel jammer dat dit nu het resultaat is van haar overpeinzingen.

De van oorsprong Portugese Bruno Listopad is een van de talenten die uit de rijkelijk bedeelde ‘stal’ van de Haagse Korzoschool stamt. Hij debuteerde in 1998 op het Holland Dance Festival en choreografeerde in het verleden ook voor onder andere Ballet Gulbenkian, Dansgroep Krisztina de Châtel en Rogie & Company. Tegenwoordig is hij in vaste dienst als gezichtsbepalend gastchoreograaf van de Rotterdammers. Listopads choreografische werk laat zich kenmerken door een individueel ingestelde bewegingstaal, die hij situeert in het spanningsveld tussen herkenbaarheid en vervreemding, tussen conceptuele vorm en menselijke expressie. De inspiratie voor Listopads nieuwe werk Anatomic Obliteration komt van de Japanse beeldend kunstenaar Yayoi Kusama, bekend van de stippen waarvan ze vrijwel al haar werk voorziet. Ook Listopad denkt na over zijn verhouding tot de buitenwereld: ‘Ik ga na hoe het lichaam functioneert als een ‘apparaat’ dat de niet-aflatende stroom van veranderingen en spanningen van het leven uitstraalt en omvat.

Door het bedenken van gedachte- en bewegingsexperimenten, verken ik hoe een bewust lichaam en onderzoekende geest te ontwikkelen. Deze helpen ons onze lichamelijke belevenissen te intensiveren en onze plaats in de wereld opnieuw te ontdekken.’ Kunst doordringt alles, volgens Listopad. Het resulteert in een choreografie voor drie dansers die zich aanvankelijk spannend laat aanzien vanwege een minimalistische opening, maar al snel vervalt tot een voorspelbaar geheel. Zijn choreografisch fileermes heeft hem geleid naar een anatomische les voor spastici. Deze spastische bewegingen waarmee hij zijn dansers toerust, zijn weliswaar niet alledaags, maar leiden aan de andere kant niet tot een verrassende choreografie. Daarvoor is zijn werk eigenlijk ook wat al te hermetisch van aard. Daar kan zelfs een berg zilvergespoten schoenen op de vloer niet tegenop.

Gezien: Dance Works Rotterdam: First Days door Lucy Guerin; Anatomic Obliteration door Bruno Listopad. Locatie: Theater aan het Spui, Den Haag.  www.danceworksrotterdam.nl