Een biologisch-dynamische countryboy

Hilarische ode aan ‘onbespoten’ John Denver

The Carpenters, Paul McCartney en in zekere zin misschien ook wel, hoewel ietwat gewaagd in dit rijtje, de ouwe Bach: zij allen hadden een aura van heilig boontje over zich. In die opsomming past ook ideale schoonzoon John Denver: immer onbespoten, onberispelijk, onvervalst, onaangeroerd bijna. Permanent unplugged. Haren goed gewassen. Bergen, bronwater, natuurwandelingen, eenvoud. Zijn muziek is dan ook kraakhelder, zijn stem groeide nooit verder dan zijn achttiende. In de jaren zeventig beklom hij meerdere keren de sporten van de hitparadeladders met evergreens als Calypso, Annie’s Song, Leaving on a Jet Plane, Sunshine on my Shoulders en meer van dat aseptisch country-moois.

Waarom vloog je van ons heen in je jetplane?, vraagt tg. BloodyMary zich nu in memoriam af. Want het is ongelooflijk maar waar: uit onervarenheid crashte hij met zijn eigen pasverworven vliegtuig, dat hij zelf bestuurde. Zomaar opeens dood. En zo bezong hij dus min of meer zonder het zo bedoeld te hebben, zijn eigen levenseinde.

Schitterende ingrediënten voor een prachtavondje theater, zoals ook Theatergroep Carrousel iets soortgelijks deed in de jaren negentig met The Carpenters. En die ingrediënten worden even schitterend gedoseerd, overtuigend en met smaak opgedist. In een aanstekelijke mix van toneel, cabaret en muziek – op basis van een weergaloze tekst en een puike dramaturgie, tovert BloodyMary ons een onderhoudend, zelfs uiterst hilarisch verhaal voor. Met een vriendinnenclub als onafscheidelijk fanmates. En met een alomtegenwoordige geadoreerde Holy John op de achtergrond, maar in de hoofdrol.

Er wordt met hem gedweept, zonder hem de vernieling in te helpen. Zulk gevaar ligt wel degelijk op de loer. Niets makkelijker dan bijvoorbeeld, pakweg, ons eigen Heintje Simons te laten stinken. Toch weet Tg. BloodyMary behendig om dit gevaar heen te manoeuvreren. Weergaloos galopperen Claudia, Louise, Ans en Emily door het stuk. Gedreven door hun eigen belangen, die ze hebben geprojecteerd op hun eigenste John Denverfanclub. Ook wordt er prachtig gezongen, zozeer dat je misschien wel een cd’tje van deze Denver zou willen bezitten. Maar het stuk is bovenal een pastiche, een parodie – en in volle galop wordt er op los geparodieerd in de allerbeste tradities – een klein pareltje, kortom.

Tg. BloodyMary maakt tragikomisch muziektheater, gebaseerd op hoofdzakelijk nieuw, Nederlands repertoire. De laatste productie was Visnijd, een gruwelijk en muzikaal sprookje, dat in de zomer van 2006 werd uitgebracht en dat op verschillende zomerfestivals te zien was. Ook Waarom vloog je van ons heen in je jetplane? was dit jaar op bijvoorbeeld Oerol te zien, maar is in 2005 geproduceerd in samenwerking met Bellevue lunchtheaterproducties.

www.viarudolphi.nl

Gezien: Waarom vloog je van ons heen in je jetplane? door TG. BloodyMary op zaterdag 21 oktober 2006 in Theater aan het Spui, Den Haag.

Advertenties

Een onzichtbare jongen

Het Filiaal speelt Tellegen

‘Dit is mijn eerste boek. Ik hoop dat het een diepe indruk zal achterlaten. Anders heb ik het voor niets geschreven.’ V. Swchwrm wil boekenschrijver worden, mooie, belangrijke – en staat aan het begin van zijn eerste. De laatste zin heeft hij al, maar de eerste, die is lastig. Dat moet een zin zijn waar mensen van zullen omvallen.

Het is een credo dat ook theatergroepen die zich wagen aan een nieuwe productie, graag centraal stellen. En terecht. De verhalen van Toon Tellegen zijn daarvoor een goed begin. Zijn tegendraadse logica, sprankelende ingevingen, levenslustige en dwarse kijk is als het ware voer voor theatermakers. Ze zijn van zichzelf al zo wonderlijk dat er eigenlijk maar weinig verbeelding of inventiviteit door de makers aan hoeft te worden toegevoegd.

Mijn avonturen door V. Swchwrm schreef Tellegen ter gelegenheid van de Kinderboekenweek 1998. Over het redden van de koningin, over de afdeling “verloren mensen”, over de eigenschappentuin, over onzichtbaar zijn, over angst, over boosheid. Nu dient het als bron voor de Utrechtse (muziek-)theatergroep Het Filiaal, gespecialiseerd in voorstellingen voor een breed publiek.

De beginwoorden hierboven waarin V. Swchwrm zijn hoopvolle woorden uitspreekt, zijn voor Het Filiaal juist de slotakkoorden. Maar niet nadat in een volle vaart van bijna over elkaar heen buitelend enthousiasme een aantal vrijwel letterlijk in Tellegens boek terug te vinden verhalen voorbij is getrokken. Soms ook zijn ze in elkaar verweven, of komen ze over meerdere scènes verdeeld, stukje bij beetje als een rood minidraadje terug.

Voor het tot leven wekken van Tellegens verhalen is niet veel nodig, zo rijk zijn ze in hun taal en humoristische observaties. Toch heeft de groep er kwistig en scheutig eigen(-)aardigheden aan toegevoegd – en die pakken prachtig uit. Eenvoudige, maar effectieve spelvondsten gaan hand in hand met geestige vondsten in de vormgeving. Met, uiteraard, een kast als toverdoos, pontificaal op het podium.

Het speelplezier spat er vanaf, aanstekelijk is de fantasie, lichtvoetig de toon – en de regie heeft daar mooi raad mee geweten. Precies goed noemt V. Swchwrm zijn boek waarin hij op zal schrijven wat anders mag worden en wat moet blijven. Het is ook van toepassing op deze voorstelling. Het is bijna als in het boek: ‘Op een dag zou ik echt alles van boosheid weten. Dan zou die verdwijnen, zoal water uit een wastafel verdwijnt. Ik zou de kraan dichtdraaien en de stop weghalen.’

Gezien: Morgen begon ik (voor iedereen vanaf 8 jaar) door Het Filiaal op vrijdag 20 oktober 2006 in Theater aan het Spui in Den Haag. www.het-filiaal.nl

Feesten tot de dood

Onno Innemee tot het einde

’t Is feest. Maar echt gezellig wil het maar niet worden. Zeker, er zijn kleurige ballonnen, er is koud en vers bier uit een heuse huistap en er zijn ultragrote blokken kaas die worden geserveerd mét mosterd.

Vijftien jaar al staat hij nu op de planken, dus reden om eens goed de bloemetjes buiten te zetten. Hij maakte de podia onveilig als counterpart in het duo Basterd, maakte soloprogramma’s was van de partij in voorstellingen van Niet Schieten, maakte en passant C3 en stond vorig jaar in Het Schip.

Nu is er dan Obstinaat. Terugkijkend op zijn leven blijken er steeds weer zaken te zijn die roet in zijn eten gooien. De gruwelijke dood van zijn kat bijvoorbeeld, zijn moeder die hem met een plaatje van Katja Schuurman op bed betrapte, de echox92s van zijn eigen grafrede die hij heeft voorbereid. Feestvieren; dat valt nog lang niet mee. Niet iedereen kan het.

Onno Innemee grossiert in platitudes. En die gaan er bij zijn publiek moeiteloos in. Bij hem geen ronkende, gierende of verwrongen tijdsbeelden. Wel duiken er een paar typetjes op, en weet hij zich nu en dan boos te maken. Maar altijd lieflijk. En vooral overduidelijk, o zo bang als hij is dat zijn publiek hem niet snapt. Dat is jammer, omdat hij zo blijft steken in gemakzuchtige stijloefeningen, en ondertussen nog ook zijn publiek onderschat. Hij zegt het niet letterlijk en hij doet zijn best het te markeren, maar hij gaat wel degelijk op zijn hurken. Gelukkig zijn er wel moment die iets langer bijblijven dan woordspelinkjes, dan verhaspelde, door elkaar gehusselde gezegden. Het zou de moeite waard zijn die meer op te zoeken, uit te werken en vervolgens uit te spelen. Nu resteert niet meer dan een zorgeloos avondje uit. Dat mag gerust, daar is niets tegen. Maar van iemand die vijftien jaar tussen de planken heeft geleefd mag een onsje meer tegendraadsheid en een kilootje minder clichxe9s worden verwacht.

www.onnoinnemee.nl

Gezien: Obstinaat door Onno Innemee op vrijdag 13 september in Theater Zuidplein, Rotterdam. Tekst en spel: Onno Innemee. Muziek: Mike Boddxe9

Een doos vol gevoelens

Stella Den Haag brengt Ode twee

Klaver is stil. Hij zoekt, zoekt in zijn hoofd. Wat of wie hij zoekt? Zichzelf. Hij heeft zich opgesloten. Is alleen. Onbereikbaar. Onbenaderbaar. Niemand weet echt tot hem door te dringen. Maar binnenin deze stille drummer waait het van muziek. En van die muziek mogen we meegenieten. Via de tekst van de songs komen we erachter wat er zich in en rondom hem afspeelt.

Ode twee, concert voor een stille drummer is een vervolg op Ode *15-82 dat Stella Den Haag met veel succes in 2004 speelde. Ode twee is een muzikale theaterexplosie, zoals de groep het noemt, waarin beurtelings acteurs musiceren en dan weer musici acteren.

Een ogenschijnlijke potpourri van muziek die voornamelijk bestaat uit popsongs uit de eerste helft van de jaren tachtig, een enkel klassiek thema uit miljoenen, wat verstilde songs en enige instrumentale escapades, houdt ons bij de les. Ogenschijnlijk; want de volgorde en afwisseling tussen muziek en theatraal spel waarin dit wordt opgediend is van een enorme uitwerking.

Met soms niet meer dan een enkelvoudige handgreep weten voorstellingsmakers Erna van den Berg en Hans van den Boom je intens deelgenoot te maken van een samenspanning, een intrige die theater heet. Het is ongelooflijk hoe snel en onuitsprekelijk precies ze de aandacht weten te richten. Dat komt vooral tot uiting op de ademloze, verstilde momenten in het stuk waarin gefocust wordt op de poëtische tekst – een oude specialiteit van deze meesters van sereniteit – maar dit keer ook als de spelers annex musici zich vol spetterende overgave in hun muziek storten. Klaver mag dan misschien allenig zijn, maar is toch omringd door muzikanten die hem begrijpen, of dan toch hem denken te begrijpen.

Ode twee is een prachtvoorstelling voor iedereen vanaf 9 jaar, een voorstelling die het midden houdt tussen muziektheater, opera, rockmusical, toneel en zelfs operette, met knallend enthousiasme gebracht. De krachtige manier waarop Marielle Woltring naar voren treedt, Tessa Zoutendijk haar viool laat gieren op een manier die grootheden met elektrisch versterkte gitaren nog maar nauwelijks weten te bereiken, het ingetogen spel van Ruud van Bree, maar met name het flegmatieke spel van een onnavolgbare Floor van Berkestijn beklijven.

Enige minpuntje is dat de band nog niet altijd geolied ingespeeld klinkt en dat de geluidsbalans in de zaal nog wat strakker kan. Beide zaken zullen ongetwijfeld snel volgen, en dus is Ode twee een stuk dat jong en oud aanspreekt, dat de fantasie prikkelt, dat roert en bruist. Voorwaar, dat is nogal wat. We mogen Hans van den Boom wel eens dankbaar zijn voor al het moois dat hij met regelmaat over ons uitstort. En Klaver – ja, dat is Van den Boom natuurlijk, in a way.

www.stella.nl

Gezien op vrijdag 6 oktober 2006 in Theater aan het Spui.

Addergebroed

Mishima voor jongeren door ALBA Theaterhuis

‘Kun jij je ouders ook wel eens wurgen?’, schreeuwt ALBA Theaterhuis Den Haag ons op een van de flyers tegemoet. ‘Kom dan naar de muzikale theatervoorstelling Boom uit de Tropen.’ Die vraag is bepaald niet onbeantwoord gebleven, getuige de hoeveelheid tieners die de zaal bevolkt.

Japan. Karaoke. Addergebroed. Bloed. ‘Je bent mijn benen, mijn ogen, dat weet je’, zegt de ogenschijnlijk hypochondrisch zieke Ikuko wanneer haar broer terugkomt van een tochtje naar zee. Isamu houdt van zijn zus, misschien wel meer dan zou mogen. Ikuko is zwanger, van doodsverlangen welteverstaan. Ondertussen rust Isamu een zware verantwoordelijkheid. Hij heeft in ruil voor haar liefde moeten beloven om hun moeder te doden – jog voordat zijzelf zal sterven. Die koestert op haar beurt een duister plan om haar bloedeigen zoon te bewegen zijn vader te vermoorden. En gebruikt daarbij alle verleidingsmiddelen waarover ze als vrouw beschikt. De vader? Hij eist etiquette en zwart-witte discipline, en weigert het zware lot van zijn gezin onder ogen te zien.

Boom uit de Tropen is een bijster bizar, schokkend en valshartig familieverhaal van Yukio Mishima. Hij speelde met de dood – ook letterlijk. En dat is nog een understatement. Zo staken hij en enkele leden van zijn militante knokploeg op 25 november 1970 een dolk in hun buik en werd hem daarna ritueel het hoofd van de romp gescheiden. Mishima eiste namelijk dat de garde hun keizer – metafoor voor de Japanse cultuur – beter zou beschermen dan ze deden. Ook dat tekent hem en zijn literaire werk: realisme, hallucinaties, boeddhisme en een romantisch dwepen met samoerais en hun rituelen vol eer streden bij hem om voorrang. In het naoorlogse Japan groeide hij uit tot een omstreden schrijver, die later ook in het westen werd en wordt gelezen. In de jaren zestig stond hij verschillende keren op de nominatielijst om de Nobelprijs voor literatuur te winnen. En dat is misschien nog te begrijpen ook: als er een land is waar ultra hightech en eeuwenoude mystiek hand in hand gaan, is het het land van de rijzende zon wel. Dat maakt de Japanse cultuur voor veel westerlingen even onbegrijpelijk, mysterieus als aantrekkelijk.

ALBA Theaterhuis, geesteskind van Mees, heeft er een vlot stuk van gemaakt. Te vlot, en met bar weinig ruimte voor nuance – daar kan het somtijds dreigende klankdecor maar weinig aan veranderen. Nu is Mishima’s werk natuurlijk ook wel een stuk van dik hout – toch  wordt in de manier waarop ALBA het ons opdist niet duidelijk wat het wil overbrengen. Daarvoor blijft het de inhoud Mishima’s stuk te hermetisch, ondanks de tekstbewerking die erop is losgelaten. Ook de acteurprestaties houden niet over. De enige die werkelijk overtuigt is Mees zelf. De prestaties van de anderen gaan helaas gedeeltelijk ten onder in de regie. Want waar het stuk enigszins verzuipt in een magisch-realistische toon, had juist begeesterd en verstild spel tot veel onderhuidse spanning kunnen leiden.

ALBA Theaterhuis richt zich in haar producties op jongeren. Zij kunnen er misschien wel mee uit de voeten. Voor een geoefend kijker brengt ALBA net iets te weinig diepte aan. En, o ja: Boom uit de Tropen is dus niet voor het eerst te zien in Nederland. Het was de openingsproductie van Toneelgroep Amsterdam, die ALBA al in 1987 voorging – en werd algauw teruggetrokken vanwege de onbegrepen gebleven regie van Jan Ritsema.

www.albatheaterhuis.nl

Gezien: Boom uit de Tropen door ALBA Theaterhuis Den Haag, op donderdag 5 oktober 2006 in Theater aan het Spui, Den Haag.