Een retroactieve schavuit

Pieter Derks: ‘Dat zal je niet verbazen’

Hij oogt als een vrijwel onbeschadigde tiener, maar is stiekempjes toch al een twen; hij weet zonder blikken of blozen de weemoed van de collectieve autoloze zondagen uit de vorige eeuw te schetsen, en duikt uiteindelijk de oergeschiedenis in. Een leven in eenvoud, dat is wat Pieter Derks in Dat zal je nog verbazen nastreeft. Hij kijkt daarom uit naar een wereld die als een groot uitgevallen camping zou moeten zijn. Met een soort van hondjes waarmee je je gespeerde beren kunt verplaatsen, en met handige bootjes om de rivier over te steken. Meer heb je niet nodig, toch. Azixeb is dan het tentenkamp, en met een toiletsectie die dan x96 vooruit – die dan maar voor Afrika door moet gaan.

Deze jonge snotaap is een bravouremannetje van de goeie soort. Hoewel hij wat ieltjes en slungelig oogt, en zx92n retrolook en kuif hem het schattige van de allerideaalste schoonzoon opleveren, geeft hij ze van katoen, deze schavuit. Zonder te choqueren treft hij de spijker op zx92n kop, bij hem geen opgefokte polonaise van loslopend rapaille, maar goed uitgewerkte (denk-)beelden die hij in lekker lopende, maar vooral oorbare taal te berde brengt. Origineel in zijn aanpak, het aansnijden van de onderwerpen, of in zijn liefdesliedjes is hij niet bijster, maar hij weet alles met zox92n vertederende genegenheid te brengen, dat je uiteindelijk toch in hem gelooft.

Pieter Derks is weer zo’n typische loot aan de toch al rijkelijk opgetuigde boom van de Koningstheateracademie in Den Bosch. Volleerd cabaret van de goeie, ouwe, vakkundige soort: conferencetje, liedje en dat nog een paar keer heen en weer, maar wel met een rode draad erin en een warm en losjes neerdalend engagement.

www.pieterderks.nl

Gezien: Dat zal je nog verbazen door Pieter Derks op woensdag 29 november 2006 in Theater PePijn, Den Haag. Regie: Jessica Borst.

Advertenties

Doggy style kwadraat

Doggy Punch? Dat is Doggy Style2.

Ave: De drie jongeheren van Brokstukken drongen in 2005 door tot de finale van het Leids Cabaret Festival. Een jaar eerder hadden ze elkaar bij het maken en op het podium weerwoord gegeven in de voorstelling INRI van de Bloeiende Maagden. Daar vonden ze elkaar opnieuw, nadat ze uitgewaaierd waren na hun afstuderen als acteur aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten.

Koud een jaar later staan ze garant voor een onbekommerd en avondvullend avondje lacherij voor bijkans uitverkochte zalen.

In de grote hoeveelheid bijna over elkaar heen buitelende sketches, fragmenten, acts en soms stijloefeningetjes overladen met slapstick en kolkende, dwarse humor mét rafelrandjes, knopen ze op weinig meer dan briljante wijze de ogenschijnlijk losse eindjes aan elkaar. Hun zoete invallen zijn inderdaad als brokstukken – niet altijd mooi afgewerkt, en het trio kiest ervoor om er vooral ook geen geforceerd einde aan te breien. Hun bedenksels zijn leuk zolang ze inderdaad leuk zijn, zo beseffen ze zelf meer als wie dan ook. Die houding leidt ertoe dat we van de hak op de tak springen, zappend van quizmaster tot studio sport-verslaggever, van een ledenvergadering tot de oeroude geschiedenis van het cabaret.

Ze leunen daarbij op hun fenomenale beheersing van lichaam en vooral van hun soepele gezichtsspieren een onweerstaanbaar, onnavolgbaar toneelspel. Zo geven ze ieder sketchje of typetje precies die lading of zeggingskracht mee die je steeds weer laat grinniken. En steeds weer grinniken: dat ingehouden lachen, dat moet er een keer uit. En dus zitten we langzaam maar zeker vrijwel schaterlachend en met gloeiende oortjes te kijken en luisteren naar zoveel inhoudelijke onnozelheid. Het is alsof je door een gestileerd heuvellandschap reist, met steeds weer verschuivende horizonten. Spectaculair is zox92n landschap niet, maar wel altijd vol adembenemende, subtiele veranderingen. Dat is Brokstukken ten voeten uit, leunend op en lenend van het beste uit het varixe9txe9 en absurdistisch cabaret.

Nieuw of revolutionair is het genre niet, maar Brokstukken weet het bijna tot in perfectie te stileren. Op het domein van het ongerijmde cabaret is er de laatste jaren een hele stroom van vaak uiterst aangenaam werk op gang gekomen, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Brokstukken behoort zonder omwegen tot de top van dit genre. Na Brokstukken lijkt alles saai, claimen ze in hun aanprijzingen. Laten ze daarin nog gelijk hebben ook: ongehoord leuk. Met dank ook aan de sturende hand van Titus Tiel Groenestege, die zich meer en meer opwerpt als beschermhoeder van een genre dat hij zelf als geen ander vorm gaf in Frisse Jongens en in duovorm met Han Romer.

Chapeau. Amen.

www.brokstukken.nl

Gezien: Doggy Punch door Brokstukken op donderdag 16 november 2006 in Theater de Veste, Delft (premiere). Concept, tekst en spel: Chis King Perryman, Arjan Smit en Korneel Evers. Eindregie: Titus Tiel Groenestege.

Karatecabaret

Alex Agnew in ‘Morimos solamente’

Belgenhumor. Een beste reputatie noch traditie op cabaretgebied heeft Vlaanderen niet: de onderbroekenlol van Urbanus van Anus, de snoeverijen van Gaaikema-epigoon Geert Hoste: daarmee hebben we het wel globaal gesproken wel gehad als we de laatste twintig jaar in ogenschouw nemen. Niet dat de Belgen geen humor hebben, op het satirische vlak zijn ze zelfs vaak een stuk scherper dan hun Nederlandse collega’s. De zuidelijke tongval van iemand als Kamagurka en het Belgische blad Humo bewijzen dat telkens weer.

De laatste jaren hebben de Vlamingen echter geweldig teruggeslagen door keer op keer de hoofdprijzen weg te kapen op de (Nederlandse) cabaretfestivals. En met Wim Helsen hebben ze gewoonweg een cabaretier van buitengewoon formaat in huis.

En in Alex Agnew heeft het zelfs de eerste Vlaming in huis die in 2003 de Jury- en de Publieksprijs won van het Leids Cabaret Festival. Alex Agnew is er eentje van het type ruwe bolster – zonder al te blanke pit: x91Als je op zoek bent naar de traan bij de lach, kijk dan naar het nieuws. Als je een melig kutlied verwart met diepgang: er zijn nog cabaretiers genoeg.x92 In zijn uiterlijke verschijning heeft hij wat weg van een wat verdwaalde rockabilly, en zijn humor beweegt zich ook in die richting. Deze rouwdouwende stand-up comedian maakt heavy metal-humor, aan de lopende band en als een uit zichzelf automatisch repeterend stengun.

Zijn nieuwe programma Morimos Solamente is een aaneenschakeling van vuilbekkerij, ongenuanceerde vullis en vooral snel, sneller, snellere humor. Toch kun je hem gevoel voor humor niet ontzeggen. Het jammere is alleen dat hij zichzelf kennelijk tevreden stelt met dik, soms wat vermolmd hout, dat overigens in dank wordt aanvaard door zijn toehoorders. Dat scoren op de snelle lach is comedians eigen, en dat is ook juist wat er mankeert. Daar waar de humor bij cabaret een doel, een boodschap dient x96 daar is bij stand-up comedy de lach zelf het doel.

Agnew weet ondanks een overvloed aan te makkelijke grappen toch te overtuigen. Vooral door zijn overtuigende presentie en ultravloeibare stembanden. Hij schakelt flitsend snel tussen stripstemmetjes en sonore American voice-over, tussen human beatbox-effecten en diergeluiden, tussen cowboy-Amerikaans en Hochschuldeutsch. Het loopt allemaal als een trein bij hem x96 en juist dat onderdeel is vatbaar voor verbetering. Af en toe wat gas terugnemen zou zijn optreden er sterker op maken, af en toe wat verstaanbaarder spreken zou dan als vanzelf een prettig bijproduct zijn. Het optreden dat ik zag was nog slechts een try-out. Het basismateriaal deugt x96 nu nog wat schaven en een prettige avond is het resultaat.

www.alexagnew.be

Gezien: Morimos Solamente door Alex Agnew op woensdag 15 november 2006 in Theater PePijn, Den Haag.

Volks vermaak

Zo Zout als ‘Schudden’

Schuifdeurencabaret bestaat in soorten en maten. Schudden behoort op dat terrein tot de wat zwaardere categorie. Zoete invallen tijdens de repetities hebben zelfs geleid tot klassiek te noemen sketches als Kikkers en Koud, terwijl hun prijzenjacht zich heeft gestabiliseerd tot het winnen van de jury- en publieksprijs van het Groninger Studenten Cabaret Festival in 1994.

Die genoemde sketches getuigden van eenvoud, simplisme bijna x96 op een manier waarmee cabaretgroep Droog Brood momenteel furore maakt, maar dan van een vernuftiger soort.

De twee heren van Schudden reiken dit keer in hun programma Zout helaas niet veel verder dan een ordinaire verkleedpartij die met nota bene veel te veel omhaal gestalte krijgt. Een vernuftig bouwsel dient beurtelings als huis, toilet, straaljager en nog zowat. Hun typetjes varixebren van vader en zoon, tot toiletjuffer, beer en berenmenner.

Alles op zichzelf opnieuw ontstaan uit de eerste de beste zoete invallen bij het maken, zoveel is wel duidelijk. Ze zijn er op het podium druk mee in de weer, maar het leidt zelden tot spannend of zelfs maar vermakelijk cabaret. De veelvuldige verkleedpartijen overstijgen een carnavaleske potpourri niet. Hun acteertalent is maar pover aanwezig, hun teksten zijn niet bijster scherp, en ergens in de verte is er iets als een podiumpresentie te ontwaren. Het lijkt ze te ontbreken aan een sturende hand op zijn minst, iemand die eens met de vuist op tafel durft te slaan en de heren laat ontwaken uit hun cocon.

Hardwerkend zijn ze zeker, zo toont het parelende zweet op hun hoofd aan. Maar het wil maar niet leuk worden vanavond – misschien ook omdat het ontbreekt aan die ene sketch die wel wat meer om het lijf heeft dan het veredeld narcisme van de heren zelf.

Het zaalpubliek reageerde echter opgetogen, te oordelen naar de lachsalvox92s die geregeld opkwamen. Kennelijk doet Schudden het dus goed bij een bepaald publiek: volks vermaak, voor mensen die zich ongetwijfeld herkennen in een dergelijk ontwapenend overkomend maar dichtgesmeerd avondje vmbo-cartoons. Een hoog schuifdeurengehalte aldus, dat u en ik op personeelsfeestjes ook nog wel te berde zouden weten te brengen.

ww.schudden.nu

Gezien: Zout door Schudden (Noxebl van Santen en Emiel de Jong) op donderdag 9 november 2006 in Theater Zuidplein, Rotterdam.

Volks vermaak

Schuifdeurencabaret

Schuifdeurencabaret bestaat er in soorten en maten. Schudden behoort op dat terrein tot de wat zwaardere categorie. Zoete invallen tijdens de repetities hebben zelfs geleid tot klassiek te noemen sketches als Kikkers en Koud, terwijl hun prijzenjacht zich heeft beperkt tot het winnen van de jury- en publieksprijs van het Groninger Studenten Cabaret Festival in 1994.

Die genoemde sketches getuigden van eenvoud, simplisme bijna – op een manier waarmee cabaretgroep Droog Brood momenteel furore maakt, maar dan vwel met een vernuftiger soort. op de proppen komt.

De twee heren van Schudden reiken dit keer in hun programma Zout helaas niet veel verder dan een ordinaire verkleedpartij die met nota bene veel te veel omhaal gestalte krijgt. Een vernuftig bouwsel dient beurtelings als huis, toilet, straaljager en nog zowat. Hun typetjes variëren van vader en zoon, tot toiletjuffer, beer en berenmenner.

Alles op zichzelf opnieuw ontstaan uit de eerste de beste zoete invallen bij het maken, zoveel is wel duidelijk. Ze zijn er op het podium druk mee in de weer, maar het leidt zelden tot spannend of zelfs maar vermakelijk cabaret. De veelvuldige verkleedpartijen overstijgen een carnavaleske potpourri niet. Hun acteertalent is maar pover aanwezig, hun teksten zijn niet bijster scherp, en ergens in de verte is er iets als een podiumpresentie te ontwaren. Het lijkt ze te ontbreken aan een sturende hand op zijn minst, iemand die eens met de vuist op tafel durft te slaan en de heren laat ontwaken uit hun zelfgemaakte cocon.

Hardwerkend zijn ze zeker, zo toont het parelende zweet op hun hoofd aan. Maar het wil maar niet leuk worden vanavond – misschien ook omdat het ontbreekt aan die ene sketch die wel wat meer om het lijf heeft dan het veredeld narcisme van de heren zelf.

Het zaalpubliek reageerde echter opgetogen, te oordelen naar de lachsalvo’s die geregeld opkwamen. Kennelijk doet Schudden het dus goed bij een bepaald publiek: volks vermaak, voor mensen die zich ongetwijfeld herkennen in een dergelijk ontwapenend overkomend maar dichtgesmeerd avondje vmbo-cartoons. Een hoog schuifdeurengehalte aldus, dat u en ik op personeelsfeestjes ook nog wel te berde zouden weten te brengen.

www.schudden.nu

Gezien: Zout door Schudden (Noël van Santen en Emiel de Jong) op donderdag 9 november 2006 in Theater Zuidplein, Rotterdam.

Kollerpower

Eric Koller speelt ‘Fool Koller’

Clownpower was de mantra, uitgesproken door de voorman van de Fools-beweging, de Amerikaan Django Edwards (1950). In 1975 ging in Amsterdam de eerste editie van zijn Festival of Fools van start. Vanuit de hele wereld trok het creatieve geesten naar de hoofdstad.

Clownpower was de kracht zijn die ervoor zou zorgen dat door lachen en plezier de wereld verbeterde. Eind jaren zeventig was dat zeer in de mode, en het inmiddels legendarische festival bood een podium aan  de onder de noemer van Fools verzamelde theatervormen. Uit een mengeling van mime, commedia dellx92arte en regelrechte circustechnieken groeide een kunstvorm die – voorzien van rockmuziek – fabriekshallen, parken en vooral de straat onveilig maakten, in een pogingverre te blijven van de bourgeois bolwerken die schouwburgen geworden waren.

Het Festival of Fools, of modieuzer geformuleerd, het gedachtegoed ervan, was en is de inspiratiebron voor veel theatermakers van de huidige generatie. Het internationaal reizende Boulevard of Broken Dreams (1984-1987) is erop geent, en vervolgens ontstonden daaruit varianten als het Oerol festival en De Parade. Ook aan het Werktheater zijn al deze formules schatplichtig, trouwens.

Eric Koller is een epigoon van deze fools, zoals ook de momenteel veel bekendere Ashton Brothers dat zijn, hoewel deze laatste groep ook teruggrijpt op elementen uit het varixe9txe9 van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Koller maakt nu zox92n tien jaar programmax92s. Dat was meteen reden voor een onuitgesproken jubileumvoorstellinkje. Oude succesnummers werden geremastered, gerefurbished of ondergingen een make-over onder het goedkeurende en timmermansoog van ex-Maxi Peter de Jong. Maar Koller heeft ook enkele nieuwe acts aan zijn toch al rijke repertoire toegevoegd.

Zijn slungelige Jan Klaasen-voorkomen doet denken aan dat van Mr. Bean of in de verte zelfs John Cleese – en zijn gevoel voor humor ontwikkelt zich stilaan ook wel in die richting. Maar Koller is niet alleen een lolbroek die met de gewoonste attributen als een volleerd poppen- of objectenspeler jongleert. Zo is de act met het looprek in de kern een poëtisch hoogstandje, waarvan hij er meer zou kunnen gebruiken. De poëzie ervan schrijnt en schuurt, vooral ook omdat de kijker weet dat bij hem steeds de humor op de loer ligt. Dat verwachtingspatroon te doorbreken met pure poëzie houdt de kijker bij de les en zorgt voor een diepte die verder reikt dat lach-of-ik-schiet. Dat schietgenre beheerst hij trouwens volmaakt: een schitterende timing, een uiterst soepele beheersing van de gezichtsspieren en bovenal een inzichtelijk gevoel voor eenvoud. Clownpower bij uitstek dus.

www.erickoller.nl

Gezien: Fool Koller door Koller op zaterdag 4 november 2006 in Theater Zuidplein, Rotterdam.

Stand-alone

Jeroen Bouwhuis: A moving living statue

Hij won al karrenvrachten met prijzen. Zo was hij Nederlands en Benelux-kampioen 2002 voor profs als Living Statue, won hij de Holland Casino Podiumprijs in Nijmegen, en toucheerde hij de hoofdprijs van het Wim Sonneveld Concours 2006 van het Amsterdams Kleinkunst Festival in de vorm van de jury- en de publieksprijs. En passant drong hij door tot de halve finale van het Rotterdamse Cameretten. Ook werkte hij jarenlang als straatartiest.

Jeroen Bouwhuis kortom, staat te boek als talent. Hij studeerde af als Master of Art toegepaste compositie aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht met als specialisatie muziek voor theater. Dat laat zich horen in zijn Dinner for one. Bouwhuis mimet namelijk, en gebruikt muziek als aanjager. In dit geval veelal getapete muziek (o.a. Satie, Lou Reed), maar ook enkele gestolen geluidsbeelden (een startende auto).

Hij doet een poging muziek, humor, lichaam en gezichtsexpressie bijeen te brengen x96 maar hij overtuigt daarin helaas maar zelden, of in ieder geval te weinig. Daarvoor zijn de clichxe9situaties die hij ons voorschotelt te standaard en flegmatisch voor, overtuigt hij ook niet werkelijk in zijn mimespel. Natuurlijk: hij moet en kan nog groeien. Maar dan zal toch eerst het basismateriaal van beduidend sprankelender karakter moeten zijn.

www.blotebadgast.nl

Gezien: Jeroen Bouwhuis met Dinner for one tijdens 3 X Nieuw Cabaret Talent in Theater Zuidplein, Rotterdam op donderdag 2 november 2006.