Van binnen opgegeten

‘Wie geen landschap heeft moet er zelf maar een samenstellen.’ Dat is precies wat schrijfster en beeldend kunstenaar Merapi Obermayer deed in de autobiografisch getinte roman Insulinde’s dochter (2001). Daarin beschrijft zij het leven van Mira.

1947. Terwijl Indonesixeb bezeten lijkt door de revolutie, komt Mira ter wereld in Pelantungan op Java. Maar haar ouders gingen ook gebukt onder de last van het kolonialisme. Beiden groeiden op in vreemde handen. De een als vondeling, de ander los van zijn moeder bij paters in Bogor. Mirax92s ouders weekten het linnen van bibliotheekboeken, en maakten daar haar eerste kleertjes van.

In 1952 arriveert de kleine Mira met haar familie in Nederland. Ze groeit geisoleerd op want ze komt terecht in een katholiek internaat, terwijl in de leprakolonie op de Veluwe haar moeder haar zieke vader verzorgt. Ook Mira groeit dus op in vreemde handen. Maar met steentjes, stukjes papier en uitstapjes bouwt ze in het internaat als het ware haar eigen universum – en zo een draaglijk heden. Toch raakt ook zij, net als veel kinderen in het internaat, uiteindelijk de macht over haar stuur kwijt. Ze loopt weg en raakt zwanger – maar keert terug naar het internaat. Haar kind moet ze later noodgedwongen afstaan, waardoor ook dit kind x91in vreemde handenx92 wordt grootgebracht.

Insulinde’s dochter is op dit moment onderwerp van een gestileerde theatrale vertelling in een regie van Patrizia Filia x96 zij verwierf enige bekendheid met Ik, mijn Rozentuin in 2004 – bij De LuiaardVrouwe, onder de titel Het Eiland. Gestileerd inderdaad, maar ook wat omfloerst, zlefs tam – en bij momenten wat hermetisch en raadselachtig. Dat laatste doet zich nogal eens in de tekstbewerking voor.

Bovenal is het stuk op een of andere manier een erg Haagse, wat ‘Appelse” voorstelling geworden. De invoelbare leegte en de enorme eenzaamheid worden in het toneelbeeld treffend en eenvoudig verbeeld: dat is geheel kaal en totaal zwart, met werkelijk niets dat de aandacht ook maar enigszins kan afleiden. Videoprojecties zijn uiteindelijk geschrapt. Er is geen muziek te horen – het lichtontwerp is sober en adequaat. Dat mag alles bij elkaar een integere keuze heten, eerlijk en zonder effectbejag of opsmuk, maar dat maakt het stuk wel wat zwaar te verteren.

Gelukkig staat daar zo nu en dan fijn acteerspel tegenover. Naast een verteller die als smeermiddel dient (Michael Driebeek van der Ven) is er een evenwichtig gespeelde moederrol door Tatiana Radier, en een interessante dochter (een mooie verbeelding door een talentvolle Lottie de Bruin).

Het stuk roert heel wat zaken aan, zoals de cultuurcombinatie van Indonesisch en joods-europees, die pijnlijk te noemen is. In de verte is ook hoorbaar dat indertijd de Nederlandse samenleving het verdriet van Mira’s ouders afwees, tegen de achtergrond van Europese oorlogsslachtoffers, en die uit de Japanse kampen. Verder is er nog de moeder-dochterrelatie en het feit dat het gezin zich opnieuw staande moest houden in een voor hen vreemde omgeving. Daarmee is Het Eiland ook een stuk dat de actualiteit niet schuwt. De eenzaamheid en ontheemding die het leven bepaalde van Mirax92s ouders gaven ze weer door aan hun dochter, en staat in zekere zin model voor talloze immigranten die hier verder willen of op een of andere noodgedwongen moeten, zoals in het geval van Mira en haar ouders.

www.deluiaardvrouwe.nl

Gezien:

Het Eiland naar Insulindex92s dochter van Merapi Obermayer door De LuiaardVrouwe op do 1 feb (try-out) in Theater aan het Spui, Den Haag. Vertaling: Jehanne Hulsman. Tekst en regie: Patrizia Filia. Spelers: Michael Driebeek van der Ven, Tatiana Radier en Lottie de Bruin.