‘Pretty city at the seaside’

Hans Steijger maakt Engelstalige cd voor Haagse expats

Het respectabele aantal van 460 songs schreef hij tot nu toe, waarvan 85 over Den Haag. Stuk voor stuk one hit wonders. Toch belandde van de pianist van Haagse Kringen nimmer een lied in de hitparade. Hoeft voor hem ook helemaal niet. Hans Steijger, vocaal ambassadeur van Den Haag.

Paul van Vliet verbaasde zich er halverwege de jaren zestig in zijn lied Den Haag met je lege paleizen over dat niemand ‘in de lange loop der tijd / Aan ons brave ’s-Gravenhage ooit een liedje heeft gewijd’. Maar hij heeft dan toch, al heeft het heel wat decennia geduurd, buiten de waard gerekend. Naast Hans Steijger bijvoorbeeld. Componist annex tekstschrijver, organisator van ‘creatieve dienstverlening voor publiek vermaak in horeca- en aanverwante bedrijven en zaken’. Hij maakt gelegenheidsmuziek, op maat, maar alleen voor speciale gelegenheden, zoals die zich zo bij tijd en wijle voordoen aan eerbiedwaardige instellingen of respectable multinationals. Voor de Rabobank Nederland bijvoorbeeld, voor uitgeverij VNU toen die door overzeese Nielsen Company werd opgeslokt, voor de Internationale Leadership Meeting, voor de gemeente Den Haag of ter gelegenheid van het vijfenveertigjarige bestaan van internationaal perscentrum Nieuwspoort. Tot zijn gehoor kan hij ook Prinses Maxima en Koningin Beatrix rekenen. Het kan minder.

Steijger verwierf in vroegere jaren tot lokale omvang beperkt gebleven bekendheid door optredens in schilderkundig genootschap Pulchri Studio aan het Lange Voorhout in Den Haag, en later in het wegens insolventie ter ziele gegane, maar niettemin met legendevorming omgeven Haagse theaterrestaurant Goldmund. Daar was het dat hij zangeres Meike van de Linde leerde kennen, in veruit de meeste gevallen, toen en nu, zijn muzikale counterpart. In bredere kring raakt hij bekend met zijn cabaretesk getinte vocaal ensemble Haagse Kringen, ontstaan in 1998, in de aanloop naar de festiviteiten rond het 750-jarig bestaan van Den Haag. Het kwintet bracht een schat aan voornamelijk nieuwe luisterliedjes over de Residentie voort, die naderhand ook op enkele cd’s werden gezet. Steijger, met gepaste trots: “Ik ken mensen die het fijn vinden om, als ze met vakantie gaan, een uurtje Den Haag mee te nemen. Die mensen kunnen, ik overdrijf niet, onze cd’s uit het hoofd meezingen”.

Elderly Lady
De nieuwste cd waarin hij een sturende hand heeft is er een speciaal voor expats. Die is bedoeld voor werknemers van grote bedrijven, die hier gaan werken, maar die de stad nog niet kennen. Steijger: “Het motto is daarom: wees welkom in deze stad”. De cd vloeit voort uit een opdracht van The Hague Hospitality Centre van de Gemeente Den Haag: “Bij de opening van het Xpatbureau in het Haagse Stadhuis in 2006 schreef ik al eens een Engelstalig lied voor ze. Dat werd bij die gelegenheid live uitgevoerd, en het bleek meteen een succes. Ik schreef toen trouwens in het Engels, en ik moet zeggen: dat viel me reuze mee.” Het album verschijnt volgende week al, maar wordt pas later, op 21 september officieel ten doop gehouden, op de dag voor nieuwe expats die de gemeente jaarlijks organiseert. Aan de hand van een aantal liedjes kenschetst Steijger de stad als een ‘elderly lady’. Hij reciteert een tektsfragment:  “City for you, for me, and for the queen / City of yellow and green”. Ook staat er een Engelstalige versie op van Harry Klorkesteins hit O, o, Den Haag. Steijger: “Het kennen van een lied dat veel Hagenaars als hun lijflied zijn gaan beschouwen, is een must voor iedere expat.” Het resulteerde in snel mee te zingen strofen als: ‘O, o, The Hague / Pretty city at the seaside / The painters quarter your lovely longlegs and the Square / O, o The Hague / I’ll stay there ‘til I die dear / I’d almost cry dear / but I will hide away my tears / And here your fear of  ‘going Dutch’ wil disappear.”

De cd is in juni van dit jaar ten overstaan van een live publiek opgenomen in de Regentenkamer, met muzikale ondersteuning van het trio van Rob van Kreeveld. Twaalf nummers werden er toen ten gehore gebracht, waarvan er uiteindelijk zes of acht op de plaat worden gezet. “Momenteel zijn we – Leffert Klok, Frans de Leef en ik – bezig met de keuze van de nummers.”

Op de cd vervullen naast zijn compagnons Meike van de Linde en tekstschrijver/columnist Floor Kist, ook de Haagse wethouder voor Citymarketing Frits Huffnagel een rol. De Amsterdammer in Haagse dienst werd gaarne bereid gevonden een deuntje mee te zingen. Steijger: “We hoorden hem eens zingen, in de Dr. Anton Philipszaal was dat, en dat klonk lang niet slecht. Hij heeft voor de cd zelfs twee nummers ingezongen, waaronder het duet We must have met before, dat op hem toegesneden, en dat hij samen met Meike zingt.”

Cabaretesk
Hans Steijger – 56 jaar, grijzig bebaard, rond brilletje, welbespraakt én praatgraag – is het toonbeeld van een Hagenaar. En toch kwam hij pas vijf jaar geleden in Den Haag wonen: “Ik heb dit huis van de vergammeling gered.” Voordien bezag, beschouwde, beschreef én bezong hij de residentie weliswaar in alle denkbare toonaarden – maar dan toch vooral bezien vanuit Delft, zijn geboorteplaats en tot voor kort vaste standplaats. Hij beweegt zich echter al jarenlang en met duidelijk zichtbaar genoegen in gegoede Haagse kringen. Treedt steevast op in smoking en vlinderdas. Zijn voorkomen is er een van een zekere bezonkenheid, van ongedwongen etiquette en een prettige voorkomendheid, waarbij hij een bepaalde gewichtigheid in taalgebruik niet uit de weg gaat. Aldoor is hij attent, maar kan evenwel soms een tikkeltje pedant overkomen. Verklarend: “Als jongste van vijf kinderen in een huis vol discussie en muzikale eruditie wou ik altijd wel serieus genomen worden.” Zo steekt hij bijvoorbeeld niet onder stoelen of banken dat hij weet dat hij wat in zijn mars heeft. “Ik heb de mazzel dat ik veel verschillende dingen kan, heb een goed gevoel voor muziek en ben een vaardig pianist. Ik schrijf goeie teksten die ergens over gaan met mooie muziek die onderhoudend is bedoeld. Wat ik zie, is wat jij ook ziet, alleen maak ik er een mooie zin van. Als ik een glimlach of, nog mooier, ontroering kan ontlokken ben ik oprecht blij en trots.”

Twee keer conservatorium, de eerste keer klassiek in Den Haag, daarna lichte muziek in Rotterdam. “Had ik nodig om uit mijn klassiek denkraam te komen. Ik heb er verkort muziek leren schrijven. Het biedt me het voordeel dat ik kan putten uit verschillende muzikale werelden, en naar believen kan citeren of ongewone combinaties leggen. Een intro à la Schubert kan ik laten moduleren naar een slot dat neigt naar iets van de Beach Boys bijvoorbeeld.” Meteen daarop neemt hij plaats achter het keyboard dat in de woonkamer en suite staat opgesteld, zodat hij in staat is om a la minuut wat hij beweerde op adstructieve wijze kracht bij te zetten. Maar is zoiets als het aaneensmeden van verschillende invloeden niet al te zeer een luiige en modieuze bezigheid, overgewaaid uit het digitale kopieer-en-plak -tijdperk? Steijger: “Ik beschouw mezelf als een ambachtsman in het maken van verantwoorde liedjes. Het is zaak die elementen bij elkaar te brengen, waarvan je verwacht dat er op die manier iets nieuws transformeert.  Het is mijn voordeel dat ik snel twintig of meer zijpaden weet te bewandelen waarmee ik naar hartelust kan stoeien.”

Spectrum
Al een half leven lang schrijft hij liedjes in opdracht. “Wat daar leuk aan is?  Waar mensen me over vertellen, mag ik omzetten in een nieuwe tekst, in nieuwe muziek. Ik hoef de onderwerpen voor mijn songs gelukkig niet zelf te verzinnen. Dat gaat me niet goed af, en bovendien loop je dan het gevaar jezelf te gaan herhalen of je spectrum te beperken. En voor je het weet komt er dan een theaterprogramma uit voort. Dan ben je 40, 80, of 120 avonden op pad, en doe je in principe iedere avond hetzelfde. Dat wil ik niet. Ik hoef er alleen voor te zorgen dat mijn opdrachtgever zo blij is dat hij mij aanbeveelt bij een ander. Zo gaat dat nu al bijna twintig jaar.”

De kern van zijn vermogen, vindt hij zelf, zit ‘m in het verbinden van dingen die buiten het geijkte liggen. Geschiedenis, politiek, het maatschappelijke debat en de kunsten kunnen zich permanent in zijn belangstelling verheugen. “Ik weet veel, want ik heb een uitgebreid geheugen. Zo kan ik aan mijn opdrachtvraag voldoen, en er zelfs een meerwaarde aan geven.” Hij is zorgvuldig op taal, volrijm vindt hij belangrijk: “Zoals Drs. P. en Ivo de Wijs.” Gebruikt in zijn liederen geen schuttingwoorden. Eigenlijk bedoelt hij te zeggen dat hij vrijwel altijd beleefd blijft in zijn teksten. “Mijn toehoorders moeten het leuk vinden. Ik voeg me naar m’n opdrachtgever, maar hóe ik dat doe, dat is mijn zaak. Ik ga niet in debat over de vorm of de strekking, maar bind wel in als er feitelijke onjuistheden in een lied zitten. Wat ik schrijf, is míjn verantwoordelijkheid, als er iets verkeerds in staat haal ik het weg. Tot nu toe zijn al mijn opdrachtliedjes akkoord bevonden.”

Het cabaret ligt links om de hoek op de loer. “Daar ben ik altijd beducht voor geweest. Want een cabaretier staat in de volksmond al te vaak synoniem met het op een luidruchtige wijze mensen in de zeik zetten. Daar ben ik tegen. Ik ben geen cabaretier, ga niet zwart roepen als het wit is of andersom. Ik schep juist plezier in kleinkunst, in het luisterlied. Ik ben van nature een observant, een beschouwer, voel me bijna een columnist in muzikale vorm. Ik ga zelden voorbij het kritische punt, maar ben wel geneigd om de eenling aan de zijkant te zijn. Uit protest soms, ik gooi graag de kont tegen de krib, ben tegendraads, eigenzinnig, en mijn familie vertelt me dat ik een lastig kind was. Drammerig, maar inmiddels plooibaar geworden. Maar ik huiver er nog steeds voor om te snel met de kudde mee te gaan. Het is een aangeboren wantrouwen, een manier om mijn onafhankelijkheid te bewaren. Dat alles wil trouwens niet zeggen dat ik het altijd bij het rechte eind heb.”

Hij is beschouwend van aard geworden, zo meent hij, door Den Haag. “Als je veel in het Haagse werkt, zoals ik, dan neem je onvermijdelijk de sfeer over van de mensen om je heen. Je gaat je eraan spiegelen. Typisch Haagse omgangsvorm is dat je elkaar niet teveel lastig valt, je gaat mekaar niet uitschelden, en stelt je terughoudend op. Den Haag en de Hagenaar laten zich niet zo gemakkelijk kennen; het is geen makkelijk toegankelijke stad. Als je in Den Haag niet aldoor fanatiek roept dat je ergens tegen bent of het anders ziet, dan heb je het wel prettig hier. Kijk ook naar de werkwijze in de Tweede Kamer, waar respect voor elkaar heerst en er met nuance met elkaar wordt omgegaan. Ben me ook anders gaan kleden, dat is gaandeweg zo gekomen. Je kunt hier niet in afgetrapte schoenen komen, tenzij je een statement wilt maken. Vandaar de smoking en glimmend gepoetste schoenen. Dan krijg je automatisch krediet van het Haagse publiek. Niettemin blijf je een Delftenaar, iemand die door het raam kijkt.”