Je eigen opheffing ensceneren

Performancekunst in Zeebelt

Andreas Bachmair, performance-kunstenaar en docent aan kunstacademie DasArts in Amsterdam, presenteert in Theater Zeebelt een schouwspel in vijf akten: It is what it is. Iedere akte is een poging om dichter bij de kern van zijn visie op theater te komen. Bachmair stelt in zijn interactieve stuk vragen over de betekenis van theater in een tijd waarin realiteit en virtualiteit in elkaar overlopen, elke burger zijn eigen leven designt en zelf een maker is. Hij belooft een schouwspel dat tevens toelichting en zijn eigen kritiek is. Nog wonderlijker: het behandelt zijn eigen theorie en opheffing. Hij schept een landschap van verbeelding, liefde, dood en het leven nu door toeschouwers uit te dagen om zijn gedachten te weerleggen.

Bachmair kreeg bekendheid met het stuk De engel, de straat en het geluk, dat hij maakte met bewoners van de Gentiaanpleinbuurt in Amsterdam-Noord. Het publiek zat op een rijdende tribune die door de straten werd getrokken, langs de acteurs / bewoners die planten verplaatsten, worstjes braadden op een barbecue of meezongen met hun iPod.

Te zien op vr 30 mei, za 1 en zo 2 juni in Theater Zeebelt, De Constant Rebecqueplein, Den Haag. Meer infomatie: www.zeebelt.nl

‘Voor je het weet ben je de cadeaupapa’

Laaks Wijktheater: bewoners maken zelf toneel

Dertien mannen, dertien zonen. Ieder met een onuitwisbare herinnering aan de sterke hand van hun vaders. Het Laaks Wijktheater maakte een prijswinnend toneelstuk over de vraag hoe het is om vader te zijn anno 2007.

‘Voor je het weet ben je cadeaupapa. Dan zie je je kinderen nog maar een keer in de maand’, constateert een van de vaders zonder toneelervaring uit In de Naam van de Vaders. Het stuk won de Kartiniprijs 2008 van de gemeente Den Haag, ging op tournee door het land, en kreeg afgelopen weekeinde een glorieus onthaal in Theater Pierrot, ter gelegenheid van de allerlaatste voorstellingen.

Een Haagse vrachtwagenchauffeur, een Turkse kleermaker, een Soedanese advocaat, een Koerdische betonijzervlechter, een Irakese professor / doctor, een Surinaamse verpleger, een Haagse WAO’er, een Arubaanse elektricien, een Koerdische man die zichzelf zoekt, een Marokkaanse student, een Turkse tuinder en maatschappelijk werker, een gepensioneerde Hollandse buschauffeur, en een gepensioneerde Marokkaanse schoonmaker. Zij geven zich moedig figuurlijk bloot in het toneelstuk, waarin persoon en personage vrijwel samenvallen. De voorstelling biedt en passant een fascinerende inkijk in de diversiteit van dit Haagse stadsdeel.

Laak leeft! Het heeft ze niet altijd meegezeten, daar in Laak, maar tegenwoordig wordt er opnieuw veel gebouwd, gaat er nog veel meer gebouwd worden ook, en zijn er initiatieven ontstaan die de wijk aanzien moeten geven of in ieder geval leefbaarder maken. Het Laaks Wijktheater vindt dankbaar onderdak in Theater Pierrot. In 2005 werden de eerste stappen voor de theatergroep gezet toen Theater Pierrot door de gemeente Den Haag werd uitgeroepen tot een van de zogeheten Cultuurankers in Den Haag. De bedoeling is dat Pierrot als artistieke huis- en kraamkamer dient voor de diverse culturen in de wijk. Pierrot daagt bewoners uit om onder professionele begeleiding zélf het podium op te gaan. Hans Hollander, directeur van Pierrot: ‘Het succes laat zich gemakkelijk aflezen: inmiddels is er ook het Laaks Jongerentheater en het Laaks Danstheater. Allemaal vanuit Pierrot ontstaan vanuit de gedachte om de artistieke kracht van de mensen in Laak aan te boren en ze onderling in contact te brengen. In Rotterdam, Utrecht en Delft bestaan soortgelijke initiatieven en die zijn vrij succesvol. Ook wij hebben met het Laaks Wijktheater de smaak nu goed te pakken, want we waren met dit toneelstuk in de Randstad en veel andere steden in Nederland te zien. En we hadden nog veel meer kunnen spelen als we de mogelijkheden hadden gehad.’

De eerstkomende productie van het Laaks Wijktheater is een voorstelling waarin vrouwen de hoofdrol spelen. De productie is voorzien voor het komende theaterseizoen. Hollander: ‘We prijzen ons gelukkig met het positieve advies van de Commissie Cultuur aan de wethouder. We hopen en verwachten daarom dat we straks met extra elan door kunnen gaan.

Laaks Wijktheater: In de Naam van de Vaders. Gezien op vrijdag 23 mei 2008 in Theater Pierrot, Ferrandweg 4, Den Haag. Meer informatie: www.theaterpierrot.nl.

Goed willen, maar kwaad doen

Het Nationale Toneel speelt O’Neills Long Day’s Journey Into Night

In de lawine aan premières die Het Nationale Toneel dit seizoen in haar eigen Toneelkwartier in Den Haag over ons uitstort, is met Long Day’s Journey Into Night een mooi, maar huiveringwekkend  slot gekomen. Bericht uit een helsoord.

Goed willen, maar kwaad doen. Wel kunnen vergeven, maar niet vergeten. ‘Het verleden is toch het heden?’, houdt Mary Tyrone haar man James en twee zonen Jamie en Edmund voor. ‘Het is ook de toekomst. We proberen ons er allemaal onderuit te liegen, maar dat staat het leven niet toe.’

De bijna als een verzuchting uitgesproken hartekreet doet ze op het moment dat moment het leven al flink heeft huisgehouden in de Tyrones. Rondom Mary (Ariane Schluter) cirkelen haar echtgenoot, de in onroerend goed sjacherende vrek en alcoholicus (Jaap Spijkers), die ooit als steracteur een fortuin verdiendende echtgenoot; een nietsnut van een oudste zoon, Jamie, die zich als vilein en nietsontziende borderliner ieder uur laat vollopen met whisky (Vincent Linthorst); en een wat inerte, aan tbc lijdende jongste zoon Edmund, alias O’Neills alter ego (Tijn Docter).

Als een volleerde junk neemt Mary dagelijks flinke doses morfine in om de pijn te verdrijven van de schuld die ze voelt sinds ze haar jongste kind verloor. Opnieuw nam ze een kind, Edmund, een goedmakertje, maar dat besluit voelde al tijdens haar zwangerschap niet goed. En zie het resultaat: haar jongste zoon is uitgegroeid tot een ziekelijk, aan tbc lijdend joch. Ook die kwelling verdrijft ze dag in dag uit met het opiaat. Alleen dat maakt de gesel van het dagelijkse gezinsleven verdraaglijk, gevolg van een bestaan waarin te lang alles met de mantel der liefde bedekt is gebleven.

Dit ook als Lange dagreis naar de nacht bekende werkje is een angstaanjagend gruwelijk want autobiografisch familiedrama, waarvan de Amerikaanse Nobelprijs en Pulitzer Prize-winnaar Eugene O’Neill (1888 – 1953) besloot dat het als biecht, bekentenis, afrekening en memoires ineen, pas 25 jaar na zijn dood vrijgegeven mocht worden. Bij wijze van eerbewijs werd die wil niet eerbiedigd.

O’Neill was een ware onheilsmagneet: goudzoeker, matroos, zwerver, journalist, toneelschrijver: hij vond zichzelf vaak terug aan de zelfkant van de maatschappij. Tot hij in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw tot een toonaangevend en vernieuwend toneelauteur werd van freudiaanse meesterwerken die ook hier te lande nog altijd regelmatig opgevoerd worden: Mourning becomes Electra, Strange Interlude en Desire Under the Elms.

Wie is schuldig aan de regelrechte hel die O’Neill voor ons optrekt? Is het de verslaafde moeder die als jongedame haar huidige man huwde, hem steevast op zijn tournees volgde, waar ze steevast in vierderangs hotels en tot ver na middernacht moest wachten op zijn komst? Is het haar man die opgroeide in bittere armoede, successen in het theater vierde, maar mede daardoor zijn vrouw in eenzaamheid dompelde, haar geen echt thuis kon bieden, en die geen cent teveel wil spenderen aan een kuur voor hun jongste zoon? De oudste zoon dan? De opstandeling die als peuter uit pure nijd zijn toenmalige broertje de andere wereld in hielp, en die uit zelfvernietiging alles en iedereen die hij tegenkomt te gronde wil richten? Of is het dan toch Edmund? Op het oog geheel ongewapend lijkt hij het kind van de rekening te zijn. Maar ook hij dient rekenschap af te leggen: kiest hij misschien niet te lankmoedig partij voor zijn vader? Het lijkt op een rampzalige keten van aansprakelijkheid, waarin ooit een zwakste schakel het lot van een gehele familie tot in de derde generatie bepaalt. Juist die overweging maakt het stuk aangrijpend, een dergelijke levensloop kan ons namelijk allemaal overkomen.

Long Day’s Journey Into Night is een stuk in de traditie van een Ibsen en Strindberg. Temidden van de heldere maar wat conventioneel aandoende regie, en het sterke ensemblespel door een cast die snel weet te schakelen en in prestaties aan elkaar gewaagd is, steekt Ariane Schluter er evenwel bovenuit. Eerder straalde ze al eens in Strange Interlude, waarvoor ze werd geëerd met een Theo d’Or. Een nominatie lijkt ook nu niet ver weg. En dat allemaal na een debuut in het Haagse in 1990, toen regisseur Johan Doesburg haar een rol aanzocht voor een rol in de voorstelling Watersnood.

Nationale Toneel: Long Day’s Journey Into Night. Te zien in het Nationale Toneel Gebouw tot en met  zaterdag 7 juni (wo t/m za); zo 25 mei: matinee. Reserveren: 0900 – 3456789. Voor meer informatie: www.nationaletoneel.nl.