Goed willen, maar kwaad doen

Het Nationale Toneel speelt O’Neills Long Day’s Journey Into Night

In de lawine aan premières die Het Nationale Toneel dit seizoen in haar eigen Toneelkwartier in Den Haag over ons uitstort, is met Long Day’s Journey Into Night een mooi, maar huiveringwekkend  slot gekomen. Bericht uit een helsoord.

Goed willen, maar kwaad doen. Wel kunnen vergeven, maar niet vergeten. ‘Het verleden is toch het heden?’, houdt Mary Tyrone haar man James en twee zonen Jamie en Edmund voor. ‘Het is ook de toekomst. We proberen ons er allemaal onderuit te liegen, maar dat staat het leven niet toe.’

De bijna als een verzuchting uitgesproken hartekreet doet ze op het moment dat moment het leven al flink heeft huisgehouden in de Tyrones. Rondom Mary (Ariane Schluter) cirkelen haar echtgenoot, de in onroerend goed sjacherende vrek en alcoholicus (Jaap Spijkers), die ooit als steracteur een fortuin verdiendende echtgenoot; een nietsnut van een oudste zoon, Jamie, die zich als vilein en nietsontziende borderliner ieder uur laat vollopen met whisky (Vincent Linthorst); en een wat inerte, aan tbc lijdende jongste zoon Edmund, alias O’Neills alter ego (Tijn Docter).

Als een volleerde junk neemt Mary dagelijks flinke doses morfine in om de pijn te verdrijven van de schuld die ze voelt sinds ze haar jongste kind verloor. Opnieuw nam ze een kind, Edmund, een goedmakertje, maar dat besluit voelde al tijdens haar zwangerschap niet goed. En zie het resultaat: haar jongste zoon is uitgegroeid tot een ziekelijk, aan tbc lijdend joch. Ook die kwelling verdrijft ze dag in dag uit met het opiaat. Alleen dat maakt de gesel van het dagelijkse gezinsleven verdraaglijk, gevolg van een bestaan waarin te lang alles met de mantel der liefde bedekt is gebleven.

Dit ook als Lange dagreis naar de nacht bekende werkje is een angstaanjagend gruwelijk want autobiografisch familiedrama, waarvan de Amerikaanse Nobelprijs en Pulitzer Prize-winnaar Eugene O’Neill (1888 – 1953) besloot dat het als biecht, bekentenis, afrekening en memoires ineen, pas 25 jaar na zijn dood vrijgegeven mocht worden. Bij wijze van eerbewijs werd die wil niet eerbiedigd.

O’Neill was een ware onheilsmagneet: goudzoeker, matroos, zwerver, journalist, toneelschrijver: hij vond zichzelf vaak terug aan de zelfkant van de maatschappij. Tot hij in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw tot een toonaangevend en vernieuwend toneelauteur werd van freudiaanse meesterwerken die ook hier te lande nog altijd regelmatig opgevoerd worden: Mourning becomes Electra, Strange Interlude en Desire Under the Elms.

Wie is schuldig aan de regelrechte hel die O’Neill voor ons optrekt? Is het de verslaafde moeder die als jongedame haar huidige man huwde, hem steevast op zijn tournees volgde, waar ze steevast in vierderangs hotels en tot ver na middernacht moest wachten op zijn komst? Is het haar man die opgroeide in bittere armoede, successen in het theater vierde, maar mede daardoor zijn vrouw in eenzaamheid dompelde, haar geen echt thuis kon bieden, en die geen cent teveel wil spenderen aan een kuur voor hun jongste zoon? De oudste zoon dan? De opstandeling die als peuter uit pure nijd zijn toenmalige broertje de andere wereld in hielp, en die uit zelfvernietiging alles en iedereen die hij tegenkomt te gronde wil richten? Of is het dan toch Edmund? Op het oog geheel ongewapend lijkt hij het kind van de rekening te zijn. Maar ook hij dient rekenschap af te leggen: kiest hij misschien niet te lankmoedig partij voor zijn vader? Het lijkt op een rampzalige keten van aansprakelijkheid, waarin ooit een zwakste schakel het lot van een gehele familie tot in de derde generatie bepaalt. Juist die overweging maakt het stuk aangrijpend, een dergelijke levensloop kan ons namelijk allemaal overkomen.

Long Day’s Journey Into Night is een stuk in de traditie van een Ibsen en Strindberg. Temidden van de heldere maar wat conventioneel aandoende regie, en het sterke ensemblespel door een cast die snel weet te schakelen en in prestaties aan elkaar gewaagd is, steekt Ariane Schluter er evenwel bovenuit. Eerder straalde ze al eens in Strange Interlude, waarvoor ze werd geëerd met een Theo d’Or. Een nominatie lijkt ook nu niet ver weg. En dat allemaal na een debuut in het Haagse in 1990, toen regisseur Johan Doesburg haar een rol aanzocht voor een rol in de voorstelling Watersnood.

Nationale Toneel: Long Day’s Journey Into Night. Te zien in het Nationale Toneel Gebouw tot en met  zaterdag 7 juni (wo t/m za); zo 25 mei: matinee. Reserveren: 0900 – 3456789. Voor meer informatie: www.nationaletoneel.nl.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s