‘Ik ben zelf ook een tikkie onzeker en angstig vandaag’

Stand-up philosopher Laura van Dolron speelt Mijn naam is Rachel Corrie

Laura van Dolron is hot zoals dat heet, en is dit jaar verbonden als artist in residence bij het Nationale Toneel in Den Haag. Ze blijkt een multitalent: ze schrijft, regisseert én speelt haar eigen voorstellingen. Ze introduceerde een nieuwe voorstellingsvorm, die van de stand-up philosophy. Een genre dat zich laat typeren door doorgaans snelle montagevoorstellingen waarin vragen en antwoorden over hoe de wereld te verbeteren over elkaar heen buitelen, zodat nadenken en lachen elkaar voortdurend afwisselen.

Als opmaat tot haar nieuwe premiere bij het Nationale Toneel, medio oktober, speelde ze haar solo Mijn naam is Rachel Corrie. Ogenschijnlijk in haar kloffie, sneakers onder de benen, een PET-flesje water bij de hand, treedt ze haar publiek tegemoet. Ongewapend, alleen, kwetsbaar speelt ze een intrigerend en indringend verhaal over een 23-jarige Amerikaanse studente die naar de Gazastrook trok om Palestijnen te helpen. Ze werd overreden door een bulldozer. Een ongeluk volgens het leger. Maar omstanders dachten daar anders.

Onlangs bracht ze een bezoek aan Israel en ze bezocht toen ook Palestijns gebied. En hield tijdens haar reis een online dagboek bij. ‘Lieve mensen, een kleine update vanuit Israël. Het is hier bere interessant. Iedereen praat honderduit tegen ons over het conflict. Ik vreesde dat het een probleem zou zijn dat ik niet zo veel weet, dat is absoluut niet aan de hand. Hoe minder je weet hoe beter, hoe meer mensen je het kunnen vertellen. De Palestijnen zijn ongelooflijk vriendelijk en gastvrij. De Israëli’s zijn agressiever van aard en behoorlijk paranoia… Hoewel de soldaten, die op elke straathoek staan met grote geweren, er zijn om de Palestijnen angst aan te jagen lijken de Israëli’s veel onrustiger en angstiger. Ik ben zelf ook een tikkie onzeker en angstig vandaag, want ik heb voor dat ik wist aangeboden dat ik Mijn naam is Rachel Corrie zal spelen in The National Theatre of Palestine. Behoorlijk spannend om een solo te spelen over Gaza voor mensen die daar misschien wel familie verloren hebben… Ik heb een dag om de tekst te vertalen, maar denk ik dat gewoon live in mijn hoofd ga doen.’

 

Het frappante is dat ook Rachel Corrie een dagboek bijhield. Fragmenten daaruit zijn door Van Dolron gecombineerd met citaten uit e-mails van de Amerikaanse. Van Dolron plaatste zich door haar bezoek aan het Midden-Oosten linea recta op een en dezelfde lijn met Corrie. Dat moet een hallucinerende ervaring zijn geweest. Een ervaring die zich ook laat lezen en ervaren door de toekijkers van haar voorstelling in het Nationale Toneelgebouw. Kraakhelder opgebouwd, onnadrukkelijk geacteerd, geen omhaal van woorden. Mijn naam is Rachel Corrie is een vrijwel recht-toe recht-aan-relaas, dat juist doordat er zonder opsmuk wordt gespeeld, extra hard aankomt. Behalve een uiterst persoonlijk portret is de voorstelling daarom ook per saldo een pamflet, een geschrift dat laat zien hoe paradoxaal het leven in bezet gebied en er direct omheen moet zijn.

Op vrijdag 16 oktober 2009 gaat Dolrons nieuwe solovoorstelling Iemand moet het doen in première bij het Nationale Toneel. Van Dolron: ‘Het zal geen voorstelling worden, maar een voorstel, voor een betere wereld!’ Tijd om de agenda erop aan te passen.

http://www.lauravandolron.com

Een bochtige weg door het leven

Nationale Toneel in Ultimo – architect van een droom

De gouden schaduw wordt hij genoemd. Ultimo is zijn naam. Een jongen die zich als levensdoel heeft gesteld om een racebaan te ontwerpen. Het Nationale Toneel en Orkater maakten er een spannend en muzikaal toneelstuk over.

Terwijl hij de fijne gelaatstrekken van de liefde van zijn leven met diens ruwe vingertoppen beschrijft, fluistert Ultimo haar toe dat hij daarmee zojuist een volmaakt racecircuit heeft uitgetekend. Daarmee jaagt hij, bezeten als hij is van racen, als ware hij een architect een wensdroom na, een ideaal dat, uiteraard, is voortgekomen uit een obsessioneel gebleken trauma.

Ultimo is de ogenschijnlijke hoofdpersoon uit Dit Verhaal, een van de meesterwerkjes van de veelgelezen en veelgeprezen Italiaanse auteur Alessandro Baricco. Ogenschijnlijk, want in het verhaal zitten veel zijlijntjes verborgen die achteraf hoofdlijnen blijken – en die worden dan ook nog eens vanuit verschillende perspectieven beschreven. En de lezer aldus en aldoor op het verkeerde been gezet. Alsof de hoofdpersonen zich steeds opnieuw uitvinden. Ondertussen geven de mensen die hem omringen zijn leven vorm.

“Voor lezers van zestig zijn mijn boeken misschien lastig te volgen”, zegt Baricco in een interview in NRC Handelsblad. “Iemand met veel culturele kennis vindt ze waarschijnlijk mooi, maar ook moeilijk. Een jongen van zeventien die nog maar weinig gelezen heeft, zal er minder moeite mee hebben. Zo iemand is geboren met de bioscoop in zijn hoofd. Films hebben een veel sneller ritme. Alles beweegt en verandert. Voor iemand die daaraan gewend is, zullen mijn boeken geen schok zijn. Ze leiden niet tot chaos maar zorgen voor orde in je hoofd: de orde van de cinema.”

In het prachtige, verstilde en mooi vertaalde Ultimo door het Nationale Toneel is het aantal personages dat voorbijtrekt teruggebracht tot twee acteurs – en niet de eerste de besten: Ariane Schluter en Porgy Franssen – die soepeltjes verschillende rollen op zich nemen. En op hun beurt en naar hartenlust stoeien met de personages. Het opgeroepen lichtelijk caleidoscopische effect wordt versterkt doordat regisseur Dirk Groeneveld heeft bedacht dat de twee acteurs een schrijversechtpaar zijn, bij wie we getuige zijn van de constructie van een nieuwe roman: veel zinnen eindigen daarom als stem en tegenstem in ‘zei hij’ of juist ‘zei zij’. Het mondt uit in een bij vlagen humoristisch maar vooral verbaal vlechtsel, een intellectuele achtbaan.

In deze roetsjbaan met lussen en live muziek met cellist Harald Austbø valt vooral het weergaloze, flegmatische spel op van de daarnet nog voor een Theo d’Or genomineerde Ariane Schluter. Zij weet moeiteloos en geniaal te schakelen tussen invoelend, fier, charmant en dan weer vilein, verleidelijk, boosaardig of muzikaal – en alles wat daartussen zit. Daar blijft Porgy Franssens Ultimo, alias ‘de gouden schaduw’, enigszins bij achter, daarvoor is zijn spel net iets te onaangedaan. Maar laat daardoor per saldo wel een bijkans perfecte Ariane Schluter mooier stralen. Ook een verdienste. Aanbevolen.

Ultimo – architect van een droom is een coproductie van Nationale Toneel en Orkater. Te zien in het Nationale Toneel Gebouw in Den Haag en landelijke tournee. Reserveren: 0900 – 345 6789. Meer informatie: http://www.nationaletoneel.nl.

 

Pleinvrees in een sitcom

Het Nationale Toneel speelt Ayckbourn

‘Een soort Pulp Fiction zonder geweld’, noemt blijspelauteur Sir Alan Ayckbourn zijn stuk Private Fears in Public Places. Het Nationale Toneel opende er het theaterseizoen mee onder de naam Pleinvrees.

‘Ik ben dol op de gedachte dat wij allemaal figuranten zijn in andermans levens. Dat we allemaal meer met elkaar verbonden zijn – en daardoor meer verantwoordelijk voor elkaar zijn – dan we ons realiseren.’ Met inmiddels meer dan zeventig komedies op zijn naam, waaronder hits als Slippers, Bedkwartet en Liefde half om half, is Alan Aycbourn (1939) niet alleen immens productief, maar ook erg populair. Vooral zijn filmische benadering en de keuze voor goedbedoelende maar uiteindelijk hopeloos deraillerende personages die zijn opgebouwd uit vlees en bloed, maken de Brit tot een populaire toneelschrijver bij amateur- én beroepsgezelschappen.

Ayckbourn schrijft graag ‘over de meesten van ons, niet over sommigen’. Ook Pleinvrees, zijn zevenenzestigste, daterend uit 2004, is volgens dat wat uitgekookt lijkende recept gemaakt. Letterlijk bedoeld, en dan niet eens vanwege Aycbourns nog altijd begaafde schrijfkunsten maar meer vanwege het simpele feit dat de tv ons iedere dag opnieuw weer bedelft onder wagonladingen kiloknallers van dit al: de sitcom. En dus zien we in Pleinvrees uitgesproken working class heroes: een barman die zorgt voor zijn bedlegerige vader, een jong makelaartje, zijn secretaresse en zijn zus, en een ex-militair en zijn liefje. Hun levens worden als pionnen in een kluchtig schaakspel verweven en om beurten naar voren geschoven, terwijl Aycbourn daaroverheen een groot maar geribbeld vergrootglas legt. Dat zijn de momenten waarop natuurlijk de donkere kanten van zijn karakters aan bod komen.

Wat hen tot zekere lotgevallen maakt is hun vaak met paniekaanvallen gepaard gaande angst om zich naar buiten te begeven, en het niet durven verlaten van de vertrouwde omgeving.

Het is allang common sense dat gesubsidieerde toneelgroepen dit genre niet hoeven over te laten aan de Van den Endes en de Rick Engelkes van dit land, op voorwaarde dat er iets verrassends mee wordt uitgehaald. En dat laatste is met Pleinvrees niet het geval. Daarvoor bestaat de reeks van vierenvijftig scènetjes te zeer uit een wat makkelijke aaneenschakeling van soms lichtelijk absurdistisch aandoende clichés – hoezeer die dan ook zorgvuldig getimed en door elkaar gemixt zijn. Dat neemt niet weg dat er prachtig en toneel gespeeld wordt door spelers die dat zichtbaar uitstralen, zo nu en dan op schmierige af zelfs, het vakkundig is geregisseerd door een man die duidelijk het werk van Ayckbourn van gort tot haver kent en aanvoelt, in een decor dat uitstekend werkt. Pleinvrees is een onderhoudende voorstelling waarin zonder veel gevaar voor eigen leven naar hartelust gelachen kan worden. Ook leuk voor mensen die de sitcom Friends een keer durven laten voor wat het is.

Pleinvrees is nog tot 4 oktober te zien in het NT Gebouw aan de Schouwburgstraat. Meer informatie: www.nationaletoneel.nl. Toegangskaarten: 0900-3456789.

Tekst: Alan Ayckbourn. Regie: Ivar van Urk. Spelers: Jeroen Spitzenberger, Pauline Greidanus, Stefan de Walle, Eline ten Camp, Rian Gerritsen en Xander van Vledder.

 

Blik op oneindig

Toneegroep De Appel overziet fileleed

De auto: blikkendoos die ooit het symbool van vrijheidsdrang was. Tegenwoordig is hij synoniem met file. Zijn stilstand verbeeldt maatschappelijke crisis, aldus de nieuwe voorstelling van Toneelgroep De Appel.

Welbeschouwd bestaan er al eeuwenlang files. In Amsterdam stonden in de vorige eeuw de paardenkarren en koetsen kop-aan-staart, voor de parkeerterreinen buiten de stad, aan het Leidsplein en het Weesperplein. Louis Couperus beschreef in 1889 filevorming voor het eerst literair, in Eline Vere: ‘Dirk, de koetsier, was een ogenblik genoodzaakt geweest even stil te blijven staan, maar nu kwam er opnieuw vlugger beweging in de file van equipages op de rijweg.’
In de jaren vijftig komen er meer en meer auto’s. De eerste file in modern Nederland ontstaat op zonnig 29 mei 1955, Eerste Pinksterdag, als dagjesmensen massaal op pad gaan. De file ontstaat op knooppunt Oudenrijn. Mensen uit de Randstad willen naar het bos, en die willen juist naar de stad. Al gauw daarna raakte het donkerzwarte asfalt in de mode: nieuwe wegen, viaducten en klaverbladen werden steeds op klaroengeschal onthaald bij hun opening. Nederland suburbaniseerde: de forens was geboren. En zo kwam Nederland meer en meer vast te staan. Opgevouwen in een Messerschmitt (of was het een BMW Isetta?), een staartvormige dwergauto annex vliegmachien uit de jaren vijftig, bezong Andre van Duin op lichtelijk ironische toon twee decennia later het toen al alom om zich heen grijpend fileleed.

Met de voorstelling Blik doet Toneelgroep De Appel het nu dunnetjes over, maar giet er een manifest maatschappijkritisch sausje overheen. Volgens regisseur Aus Greidanus veroorzaken mensen zelf hun eigen fileleed. Iedereen wil een auto, maar dan raken de wegen vol en kan niemand nog een kant op. Blik beschrijft volgens hem een maatschappij die volledig tot stilstand is gekomen, een maatschappij in crisis. En diezelfde mensen reageren in blinde woede dan wel doffe berusting. De file als snelkookpan.

In de voorstelling zijn we getuige van een file die dagenlang duurt. En vanzelf loopt de spanning dan op. De autorijders en hun passagiers krijgen denkbeeldig de kans een nieuwe samenleving te stichten, maar slagen daarin maar hoogstzelden.

Blik was een grote hit op Oerol, het jaarlijkse festival dat steeds medio juni het eiland Terschelling een week lang in zijn greep houdt. Een festival dat overloopt van monumentale en theatrale gerichte manifestaties. Het moet daar een spectaculair gezicht zijn geweest, zo’n groot gebaar, want stel je voor: de zee tot aan de einder voor je, op het strand voor je ligt een tachtig meter lange gelegenheidssnelweg met vangrail, en zand en wind spelen kwistig door je haren. In de theaterloods van De Appel slaat de voorstelling helaas dood. Uiteraard: er vallen rake klappen, er wordt uitbundig, kluchtig en erg fysiek toneelgespeeld, en er wordt veel live muziek gemaakt. Maar het wil allemaal niet aanslaan. Daarvoor zijn de regievondsten met een blik op oneindig, te zeer voor de hand liggend om niet te zeggen gemakzuchtig zelfs, en is het vingerhooggeheven engagement dat eruit spreekt dan misschien wel voor het Oerol-publiek te pruimen, maar toch niet voor de doorsnee theaterbezoeker. En dat is jammer, want De Appel haalt alles uit de kast en ondersteboven om er wat van te maken. Toch blijf je zitten met het jammere gevoel dat de voorstelling al te snel in een achternamiddag in elkaar is gedraaid. Geen blikopener, helaas.

Eric Korsten

Blik door Toneelgroep De Appel. Regie: Aus Greidanus. Te zien tot en met zaterdag 31 oktober in het Appeltheater in Den Haag. Meer informatie: http://www.toneelgroepdeappel.nl.

Daders over hun delicten

Podium Deluxe speelt Ik beken

Zes bekentenissen van misdaden die er niet om liegen. Soms schokkende, soms banale gebeurtenissen – maar steeds met onomkeerbare gevolgen. Wat drijft een mens om over de grens van het toelaatbare te gaan? De geheime kelders naast het Vredespaleis vormen het decor voor de theatervoorstelling Ik beken.

In de voorstelling maakt theatergroep Podium Deluxe het publiek deelgenoot van persoonlijke verhalen van criminelen, bij wie schaamte, liefde, angst, trots, wraak en machteloosheid vechten om voorrang. Een moeder, een zakenman, een verpleger, een lerares, een inbreker en een dealer vertellen ieder hun eigen verhaal.

De voorstelling komt voort uit een voorstelling die de Haagse actrice en regisseur Guusje Eijbers in [jaartal] maakte over de vrouw van de in 1977 door RAF-lid Knut Folkerts in Utrecht van dichtbij doodgeschoten politieman Arie Kranenburg. Eijbers: “Van haar leerde ik wat het is om als slachtoffer door het leven te moeten gaan. Daardoor ben ik een fascinatie voor de andere kant van het verhaal gaan opvatten. Waar komt de woede van een dader vandaan, hoe komt een dader ertoe zijn daad te stellen, hoe kun je leven met je daad op je geweten? En waarom lever je je verworven vrijheid en je relatieve mate van geluk in voor een zorgelijk bestaan in de lik? Hoe houd je dat vol? Hoe verkoop je je daad voor jezelf?”

De manier waarop de samenleving met criminelen omgaat, stelt haar voor vragen. Als theatermaker gaat ze die niet uit de weg: “Er wringt hier duidelijk iets. Wij reageren op een vergrijp door de schuldige jarenlang op te bergen in afschrikwekkende, hoogomheinde gebouwen, waar zij van de maatschappij vervreemden en vice versa. Maar een drugsdealer ziet zijn vergrijp alleen in termen van een beroepsrisico, een tbs’er slaat op de vlucht omdat hij tot gek makens wordt gevolgd, en een pedofiel ziet zijn daad niet als een strafbaar feit.” In Ik beken ondergaat de toeschouwer de ervaring oog in oog te staan met deze delinquenten. Het contact met een al of niet berouwvolle misdadiger kan een onvergetelijke belevenis zijn, maar is ook confronterend. Guusje: “Veel daders belanden in de criminaliteit door onbenulligheden of pure pech van mijn part. Er zijn ook daders die niet anders weten te leven. Laten we daarom onze kinderen met antennes uitrusten, dat lijkt me beter dan dat zogeheten daders hun leven lang voor ons verborgen worden gehouden. Natuurlijk, ik zou ook het liefst in een samenleving willen zijn waar geen criminaliteit voorkomt, maar ik vrees dat we dan bij 1984-achtige politiestaten uitkomen.”

‘Ik beken’ speelt zich af op locatie met zicht op het Vredespaleis, aan de Anna Paulownastraat 78, een kruip-door-sluip-doorgebouw met claustrofobische kamertjes, angstaanjagende magazijnen en een mysterieuze kleurenkluis. Een gebouw dat in vroeger tijden in gebruik was bij de Rijksvoorlichtingsdienst, en dat bij komende bezoekers van zichzelf al de nodige vrees zal opwekken. Eijbers bezweert meteen het macabere gehalte van haar voorstelling: “Er valt ook veel in te lachen, hoor.”

Podium Deluxe, voorheen Theatergroep De Regentes, strijdt momenteel voor lijfsbehoud. De groep, makers en bedenkers van successen als Godfried Bomans, een opgewekt mens, Dolf Brouwers, dat ben ik dus!, Dinner for One en JOKE, heeft namelijk een negatief advies van de wethouder voor cultuur aan de broek gekregen. Eijbers: “Heel jammer. Net nu we na een moeilijke periode weer full in swing zijn, wordt de stekker eruit getrokken. Het zal moeilijk zijn zonder geldelijke steun van de gemeente door te gaan.”

Ik beken is van 18 september t/m 18 oktober (niet op zondag en maandag) te zien in ANNA, Anna Paulownastraat 76 (voormalig gebouw Rijksvoorlichtingsdienst) Den Haag. Reserveren via http://www.haagsuitburo.nl of www.podiumdeluxe.nl.

Tekst: Arjen Lubach, Guusje Eijbers, Hassan Bahara, Frederieke Hijink, Michiel Varga en Rob van Dalen. Regie: Guusje Eijbers en Michiel Varga. Spelers o.a.: BasMuijs/Winston Post, Michiel Varga, Berenike van Manen, Diewertje van der Ree, Ben Ramakers en Erik van der Horst.

‘Steeds vernieuwen’

John Reinders, directeur & programmeur Theater aan het Spui 2009-2010

De ontdekkingsreizigers onder de theater- en dansbezoekers voelen zich doorgaans uitstekend thuis in Theater aan het Spui (TAHS); blind varen op het aanbod is daarentegen lastig.

Dat houdt verband met de plaats die Theater aan het Spui inneemt in het Haagse theaterlandschap: die van een laagdrempelig vlakkevloertheater dat graag nieuwe makers op weg helpt. “Een voorstelling moet verrassen, roept directeur John Reinders ons toe in zijn seizoensbrochure. “Als een voorstelling in Theater aan het Spui staat, dan is het iets nieuws en verrassend.” Dat verhoudt zich evenwel wat moeizaam tot het volgende lijstje: Orkater (5 verschillende producties), Rieks Swarte, Bonheur, Electrique, Keesen & Co, Toneelschuurproducties, Het Vervolg, ’t Barre Land, Aluin, Carver, Van Houts en De Ket. Vergeleken met tien jaar geleden is er eigenlijk niet zo gek veel veranderd in Theater aan het Spui. Dat geldt ook voor de dans: Scapino, De Chatel, Dance Works Rotterdam. Niet ten onrechte overigens, al deze oudgedienden, niet te verwarren met grijshoofden, hebben te over bewezen aanstekelijke dan wel mooie voorstellingen te kunnen maken.

Gelukkig dienen zich ook relatief nieuwe namen aan, al is dat mondjesmaat: De Veenfabriek, Convoi Exceptionel, Dood Paard, Fantasten, Vogelfabriek, Suburbia, Alaska en Het Syndicaat. Er zijn ook wat vaste namen weggevallen, zoals die van de roemruchte toneelgroep Annette Speelt bijvoorbeeld, en de uit ‘eigen kweek’ afkomstige Annechien Koerselman (al is ze er nog wel met een productie te zien) en Lonneke van Leth. In hun voetsporen treden de Spui-ontdekkingen Jorinde Kuiper en Greg Nottrot. Voor hen is een lange serie voorstellingen ingeruimd, evenals voor het Haagse ALBA Theaterhuis. Als u deze en andere jonge makers van dichtbij wilt volgen dan, kunt u bij Theater aan het Spui toneel- of danskijker worden. U kunt dan kiezen uit een aantal pakketten van voorstellingen. U betaalt dan een prettige toegangsprijs en wordt in de gelegenheid gesteld om enkele van de makers te leren kennen aan de hand van collectieve ontmoetingen.

In het bovenstaande namenlijstje ontbreken helaas wat namen van groepen die inmiddels doorgebroken zijn, maar Den Haag niet aandoen. Zo is het doodzonde dat bijvoorbeeld het Hotel Modern er niet te zien is, en wordt op dansgebied bijvoorbeeld breakdancegroep ISH node gemist. Bevreemdend is ook dat theatercollectief Wunderbaum linea recta in de Koninklijke Schouwburg staat, terwijl de groep eerder niet is opgemerkt door Theater aan het Spui. Verder is het een gemis dat de kleine voorstellingen van tal van de grote, gesubsidieerde stadsgezelschappen ontbreken. Onlangs werden voorstellen gedaan voor een nieuwe subsidieronde in theaterland. Het is te hopen dat dat de boel weer eens lekker opschudt.

Het ‘Spui’ is natuurlijk ook een erkende festivallocatie. Komend jaar spelen Pure Jazz, TodysArt, Winternachten en uiteraard CaDance zich er geheel of ten dele af.

Persoonlijke tip: John Buijsman, die een voorstelling wijdt aan Charles Bukowski (za 18 apr), en Peter De Graef & Rataplan (wo 18 maart 2009).

www.theateraanhetspui.nl

‘Een spiegel, een klankbord en een verheviging’

Directeur Oscar Wibaut en zijn Koninklijke Schouwburg (2009-2010)

“In Den Haag ligt de voorkeur van het publiek bij de inhoud. Misschien omdat Den Haag een bestuursstad is”. Aldus Oscar Wibaut, directeur van de ‘Koninklijke’, in de vuistdikke seizoensuitgave.

Opvallend is dat de verjongingskuur van de Koninklijke Schouwburg (KS) – samen met het Nationale Toneelgebouw onderdeel van het Toneelkwartier Den Haag – nu definitief lijkt toe te gaan slaan. Niet alleen opent de seizoensbrochure met een schreeuwerige prent waarin antistijlicoon Haagse Harry fel van leer trekt, maar staan in dat overzicht onder meer Birgit Schuurman (met een stevige musical), theatercollectief Wunderbaum en Johnny de Mol & Beau van Erven Dorens pal tegenover oude rotten als Hetty Heyting, Josine van Dalsum, Liesbeth List (musical Piaf), Herman van Veen, Herman Finkers (weer terug!), Anne-Wil Blankers en Paul van Vliet (in een al bijna voorbije lange reeks reprises van Liefdesbrieven). Het lijkt erop dat met de komst van het Crossing Border Festival enige jaren terug ook het jonge publiek weer de weg weet vinden naar ons goudgerande bonbondoosje.

Oneerbiedig gesteld is het Haagse uit 1804 daterende maar al in de zeventiende eeuw voor het eerst uit de klei getrokken lijsttheater eigenlijk in plaats van de beoogde toneelschouwburg, feitelijk de eerste streekschouwburg van het land. Waar Amsterdam en Rotterdam er een artistiek beleid op nahouden dat tot ver achter de komma in de programmering is terug te vinden, bepaalt Den Haag zich tot een programma dat zich uitstrekt tot voor elck wat wils. Zo is er naast de eerdergenoemden speeltijd vrijgemaakt voor een hommage aan Brel, voor Loes Luca, De Ploeg (met Viggo Waas en Peter Heerschop), Marc Klein Essink en consorten, Jon van Eerd, Huub Stapel en Derek de Lint. Toch meent Wibaut dat zijn schouwburg “in Nederland het meest van alle schouwburgen het meest ‘toneelschouwburg’ is”. Als dat al zo is, dan betreft het toch nog vaak de bekende publiekstrekkers die al jaren het land plat spelen. Maar daar staat tegenover dat er karrenvrachten hoogwaardig toneel worden uitgestort in het naburige Nationale Toneelgebouw.

Dat Nationale Toneel is, terecht, beeldbepalend voor de KS. Maar naast lange reeksen van dit Haagse stadsgezelschap is er in de grote zaal van de KS ook ruimte voor groot gemonteerde voorstellingen van andere, nationale, doorgaans gesubsidieerde toneelgroepen als Toneelgroep Amsterdam, de inmiddels afgeserveerde Theatercompagnie, Oostpool, Noord Nederlands Toneel, Het Toneel Speelt en het Ro Theater; en uit Vlaanderen De Tijd en Johan Simons’ NT Gent. En is er ook internationaal toneel te zien door fameuze groepen uit de ons omringende landen.

De grote zaal is het visitekaartje van de Koninklijke Schouwburg. Maar het beschikt ook over een prachtig gerenoveerde, kleinere theaterzaal, Het Paradijs geheten. Daar komen voornamelijk jonge theatergroepen, theatermakers en spelers aan de bak, die de zaal gebruiken of hopen te gebruiken als springplank naar de grote. In Het Paradijs zijn er eveneens voorstellingen van internationale toneelgroepen. Maar de hoofdmoot wordt er ingenomen door jeugdtheater.

Persoonlijke favorieten zijn naast Wunderbaum de coproductie van Stella Den Haag en het Nationale Toneel, Duende van Gijs Scholten van Aschat en Brandende Liefde van Catherine ten Bruggencate. En natuurlijk kan de serie voorstellingen Vermoorde onschuld met onder meer Will van Kralingen en Peter Tuinman niet onvermeld blijven.

www.ks.nl