Als ouders meer nemen dan geven

Nationale Toneel speelt drama Dat Smoel van tienertalent

Henry (18) gebruikt drugs – van zijn moeder. Mia (15), zijn zus, is aan de drank – van haar moeder. En vader heeft al tijden een ander – aan de andere kant van de wereld. Het Nationale Toneel maakte er toneel van.

Een kater. Geen zin. Niet om op te staan, ook niet om de deur uit te gaan. Verlammend. De innige liefkozingen en tedere, beminnelijke omhelzingen van zijn moeder werken als een lap op een rode stier. Hij veelt haar domweg niet, of niet zó dan toch. Of in ieder geval niet nú.

De adolescent uit Dat Smoel van het Nationale Toneel is Henry. Anderhalf jaar eerder van school weggebleven, nu doodt hij de zee van tijd met tekenen, op aanwijzing van zijn moeder Martha. Eigenlijk zijn de onderlinge verhoudingen voor alles omgekeerd: hij wil háár helpen en ziet toe op haar, alcoholica en drugaddict, die het spoor volledig bijster is. Maar hij is verstrikt geraakt, verstrikt in zijn liefde voor haar. Zijn tienerzus Mia ligt juist overhoop met haar moeder, en bewoont bij wijze van antikraak het appartement van hun vader. Die bivakkeert al tijden in het exotische Hong Kong, waar hij er een goedbetaalde baan, een mooi appartement én een autochtone vriendin op na houdt.

Ingrediënten genoeg voor het bereiden van een uiterst explosief mengsel. En dat gebeurt dan ook als Mia een vriendinnetje fysiek mishandelt en zich daardoor onmogelijk maakt op haar school. Het is haar vader die haar vanuit het buitenland moet komen redden. En nu hij, na jaren, dan toch ter plekke is, komt hij gelijk maar eens poolshoogte nemen – en treft zijn vrouw en zoon verstrengeld in elkaar aan. Hij kan niet anders dan haar verplichten een kliniek te bezoeken. En inzien dat hij als vader jammerlijk heeft gefaald. Ingehaald door het echte leven en het grote geld.

Uit het moderne leven gegrepen. Drama ten top. Maar ook clichés in overvloed. Schrijfster Polly Stenham was 19 toen zij in 2007 dit stuk schreef. En dat verklaart een hoop. Alles moet tegenwoordig immers heftig zijn en extreem: dat is wat het tijdsgewricht ons oplegt. Dat geldt de samenleving, de mensen om ons heen – en dus ook de schrijfstijl en de personages die dit stuk bevolken, als Polly Stenham zélf. Het is Stenham nauwelijks aan te wrijven: ze is jong, en haar talent is dat ook. Ze hult zich kennelijk graag in grote-mensenproblemen en wil misschien al te gretig verwijzen naar de familiedrama’s in de grote Griekse klassiekers. Anderzijds is dit kennelijk de manier waarop zij de wereld om haar heen beziet, of sterker: misschien ís dit wel haar echte wereld.

In Engeland is het ontvangen als ‘a hard-hitting play’. Bij het Nationale Toneel bleef van die belofte weinig heel. De tekst grossiert onvermijdelijk in puberaal aandoende en bleue platitudes, de onheilspellende ellende ligt er te dik op de loer, de onderlinge verhoudingen lijken gekunsteld. Het drama oogt bovendien ongeïnspireerd geregisseerd. Je vraagt je gaandeweg zelfs even af waarom het zonodig hier en nu gespeeld moet worden . De spelers, met in de gelederen onder meer de tv-soapies Susan Visser en Tim Murck, delen grotendeels in de malaise. Slechts Susan Visser en Roos Eijmers weten bij vlagen te overtuigen en een min of meer constant niveau aan de dag te leggen. En dat is te weinig voor een avondje toneel.

Dat Smoel door het Nationale Toneel. Gezien op do 21 januari. Nog tot en met wo 24 februari te zien in het Nationale Toneel Gebouw, Den Haag. Meer informatie op www.nationaletoneel.nl.

Advertenties

Theater aan huis

120 woningen in Escamp decor voor theater en film

De film The Full Monty is een van zijn favorieten. Kunstenaar Andreas Scharfenberg waagt zich met Theater aan Huis aan een project van enorme proporties: in 120 verschillende huiskamers een kort toneelstukje opvoeren met drie actrices en hijzelf in de hoofdrol. Later wordt er een film van gemaakt.

Het decor voor het community arts-project Theater aan Huis is opgetrokken uit zo’n  120 verschillende woningen uit stadsdeel Escamp. In die woningen spelen zich op huiskamerniveau tienminutendramaatjes af, theatervoorstellinkjes die de makers, onder leiding van kunstenaar Andreas Scharfenberg, ook digitaal op video opnemen, zodat die scènes later als een mozaïek in elkaar geschoven kunnen worden en er uiteindelijk een rolprent gemonteerd kan worden.

Scharfenberg kwam al jaren geleden op dit idee, maar zijn geesteskind wilde nooit echt van de grond komen. Tot nu, als onder de Haagse vleugels van het landelijk opererende multimediaal en intercultureel platform Kosmopolis en Cultuuranker Escamp, zijn basisconcept van destijds een reikwijdte krijgt waar hij eigenlijk nooit eerder van durfde dromen, die hij nooit heeft voorzien. “Stel je voor: straks gaan we met een ploeg van drie actrices, een technische crew en ikzelf al die 120 huizen langs. In die huizen spelen we zo’n 40 verschillende theaterscènes. Iedere dag willen we drie tot vier huizen langsgaan, zodat we aan het eind van iedere werkdag ten minste één scene compleet op video hebben gezet. We hebben uitgerekend dat we in iedere woning ongeveer 35 minuten aanwezig zullen zijn. Veel korter kan niet, veel langer mag niet.”

Het leuke van het project is dat het script is gebaseerd op tientallen gesprekken die de makers hebben gevoerd met bewoners van Escamp. Nog leuker is dat zij zich kunnen aanmelden en hun huis beschikbaar stellen. Scharfenberg: “We hebben hen gevraagd naar hun ideaalbeeld van Escamp. We hebben ze ook gevraagd om eens stoutmoedig tien jaar vooruit te kijken: Hoe zou hun wijk er dan bij liggen? Flarden van die gesprekken zijn verweven in het script en uitgemond in een verhaal over drie jonge Escampse vrouwen die fictief in het Escamp van nu wonen en leven, over hun onderlinge vriendschap en, natuurlijk, over de liefde: ze zijn ieder op zoek naar de ware.”

Medio maart gaan de eerste opnamen aan huis van start. Tot die tijd moeten er nog veel hobbels worden genomen. “Op onze lijst staan nu nog niet meer dan drie huizen waar we kunnen spelen. Binnenkort starten we daarom een campagne in Escamp waarin we iedereen uitnodigen om hun woning beschikbaar te stellen.” Ook de logistiek moet nog terdege onder de loep worden genomen. “In de 35 minuten dat we bij mensen in huis zijn, moeten we de licht-, geluids- en opnameapparatuur opstellen én afregelen, de soms warmgelopen spullen laten afkoelen en weer opbergen. Daartussenin moeten we de bewoners in kwestie uitleggen waar we in het script aanbeland zijn, en uiteraard, min of meer a l’improviste de betreffende scène te spelen. De tijd is dus krap bemeten. Het script is in liefst 40 moten gehakt. Dat maakt ons flexibel, want dan kunnen we de afzonderlijke delen beter overzien.” De in te zetten apparatuur is cruciaal voor het welslagen: “Neem bijvoorbeeld een doodeenvoudige lampenset. Die mag niet te heet worden, want dan duurt het te lang voordat die is afgekoeld. En dan verliezen we tijd. We denken er nu over om led-lampen te gebruiken. Licht van gewicht bovendien.”

Is straks het spelen in 120 uiteenlopende huiskamers, of, wie weet, ook keukens, slaapkamers of badkamers, al een feest voor de makers; het echte wonder moet daarna tot stand worden gebracht, want de gespeelde scènes worden aan elkaar geregen tot een film van zo’n 80 minuten. Voor de montage is de beloftevolle Duitse danser en cineast Sascha Engel aangetrokken. “Het fascinerend van dit project is: Iedereen kan straks dus een bijna voyeuristisch inkijkje krijgen in de woning van een ander, in de manier waarop hij zijn woning, en dus ook zijn leven heeft ingericht”, aldus Scharfenberg, “terwijl de mensen die hun woning  beschikbaar stellen het risico lopen, of beter gezegd, de kans krijgen om in beeld te verschijnen. En zo deel uit te maken van de film. Dat is niet uit te sluiten, en dat wíllen we ook helemaal niet uitsluiten. Het zou juist fantastisch zijn als de bewoners een figurantenrol vertolken.”
Het is de bedoeling om de film te vertonen in de nieuwe theaterzaal van Cultuuranker Escamp, die momenteel wordt gebouwd. Scharfenberg: “Of ergens in de openlucht, ergens hier in Escamp, met een hapje en een drankje erbij voor iedereen. Het leuke is dat er vroeger een bioscoop was in Escamp, Eurocinema geheten. Het zou leuk zijn als we het gevoel van een bioscoop in de wijk terug kunnen brengen onder de bewoners.”

Het lijkt een bij voorbaat megalomaan project. Maar Scharfenberg, van Oostduitse origine, ex-timmerman aldaar en in de jaren negentig aan de Mimeopleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten afgestudeerd als mimespeler, deinst niet terug voor dit staaltje van onvervalste community arts. Zo maakte hij voorstellingen voor De Parade, bij Orkater en voor verschillende andere projecten waarin professionele makers samenwerkten met liefhebbers. Hij kent dus het klappen van de zweep. “We komen aan huis bij mensen die waarschijnlijk die normaal gesproken niet zo vaak met levend theater in aanraking komen. Het is leuk om de drempel naar het theater te verlagen door de mensen waar we spelen, de achterkant van toneel en film te laten ervaren, door bijvoorbeeld het opbouwen van de set te laten zien. Hopelijk kunnen we ze laten zien hoe leuk theater kan zijn. Het is natuurlijk bijzonder dat hun huis voor een tijdje, hoe kort ook, een theatertje is. Dat maakt het spannend voor hen, maar ook voor ons.”

Escampers kunnen zich aanmelden voor het beschikbaarstellen van hun woning op info@cultuurankersescamp.nl.

Sober geregisseerd Engelstalig toneel over Nederlandse rechtsgeleerde

Hugo de Groot vermomd als moderne Robinson Crusoe

Engelstalig toneel is weliswaar geen zeldzaamheid in Den Haag, maar het aanbod is niet overweldigend. Toneelgroep Tusk probeert daar samen met The English Theatre verandering in te brengen met een ode aan Grotius.

Voor een stad die er zich – borstkloppend nog wel – op beroept zo internationaal te willen zijn, is het opvallend dat er niet al te veel Engelstalig of Franstalig theater in de stad te zien is. In Amsterdam en ook Rotterdam heeft zich de laatste jaren daarentegen wel een behoorlijk  Engelstalig aanbod ontwikkeld, tot zelfs geheel Engelstalige theaters aan toe. Al gaat het in die steden, toegegeven,  vooral om stand-up comedy, en moet je voor werkelijk goed Engelstalig toneel paradoxaal genoeg ook daar naar … de bioscoop.
Den Haag stak in het nabije verleden niet mager af tegen de andere steden. De aanwezigheid van tal van diplomatieke vertegenwoordigingen schiep een klimaat waarin van oudsher vooral het Franstalige aanbod kon gedijen, vooral door toedoen van, bijvoorbeeld, de Alliance Française. Toch is er in Den Haag opnieuw een kentering te zien met een aantal jaren geleden, althans waar het Engelstalig toneel betreft. Zo presenteert de Koninklijke Schouwburg met regelmaat, en meer dan voorheen, kwalitatief Engelstalig toneel, en timmert toneelgroep Tusk International Theatre, in het vierde jaar van haar bestaan, flink aan de toekomst, op weg geholpen door wat meer armslag van de gemeente. Met de toneelvoorstelling Mare LiberumNew Crusoe toont de groep aan dat het werk maakt van de ambities die het koestert. Daarin werkt zij samen met The English Theatre, dat met regelmaat producties oplocatie uitbrengt.

New Crusoe is een vertelling over Hugo de Groot, de man die aan de basis staat van het moderne zeerecht, moderne kaapvaarders ten spijt. En dat is natuurlijk koren op de molen voor Den Haag, immers zich internationale stad van het recht noemend. De stad verleende daarom aan de Haagse toneelschrijver Ton Theo Smit de opdracht om voor diens eigen toneelgroep Drang een stuk over de geroemde rechtsgeleerde te maken, ter gelegenheid van de het feit dat zijn befaamde Mare Liberum precies vierhonderd jaar geleden werd gepubliceerd. Een van de niet te uitbundige momenten van daadkracht van de gemeente trouwens, want veel optredens of festiviteiten zijn er rond dit gebeuren niet geweest. Tja.

Tusk vertaalde de tekst van Smit en maakte er een sober geregisseerde, maar glasheldere voorstelling van, waarin met name Edmund Dehn en Emmeline Prior opvallen. Hun rol, respectievelijk die van Hugo Robinson en Belle, verlenen het stuk diepte. En zo kan het gebeuren dat Hugo zich uiteindelijk, als in een soort van whodunnit, eigenhandig dient te verdedigen voor zijn al dan niet vermeende daden. In het stuk belandt Hugo op een eiland, nadat hij van zijn luxejacht is verdreven door Somalische piraten. Op dat eiland spoelen alras eerst piraat Osman en daarna de Koerd Rhazi aan en verstoren zijn rust. Als ten slotte zich ook een vrouw aandient worden alle verhoudingen op hun kop gezet.

Wat het stuk sterk ten goede kwam, was de locatie: het prachtige museum Beelden aan Zee in Scheveningen, waar tegen een stormige achtergrond het helmgras stevig zwiepte, en natuurlijk de zee de hoofdrol vertolkte. Een van de andere locaties waar New Crusoe te zien is geweest, was het gebouw van de Hoge Raad. Eveneens een markante plek, vooral ook omdat De Groot een grote invloed heeft en heeft gehad op ons rechtssysteem en rechtsgevoel.

De keuze om juist dit stuk te kiezen en het in het Engels te spelen, zegt wat over het belang van Hugo de Groot, maar ook over de wil van Tusk om middenin het Den Haag van vandaag te willen staan. Het is te hopen dat de groep de komende jaren kan groeien, zodat wie dat wil, meer Engelstalig toneel kan bekijken in de stad van Grotius.

Mare Liberum – New Crusoe door Tusk International i.s.m. The English Theatre (STET). Meer informatie: www.tusktheatre.net en www.theenglishtheatre.nl.

Shaffy door de ogen van twee verliefde meeuwen

Ramses Shaffy voor kinderen

Anderhalve maand na diens overlijden brengt Theatergroep Stella Den Haag een voorstelling met liederen van Ramses Shaffy uit. “Shaffy behoort tot ons cultureel erfgoed.”

Shaffy’s overlijden in december  verleden jaar kwam toch nog als een klap voor Stella Den Haag. “Natuurlijk, hij was al enige tijd ziek, dat wisten we. Maar we hadden zo gehoopt dat hij een van onze voorstellingen kon bijwonen,” zegt Ilse Warringa van de Haagse theatergroep.

Bohemien, levenskunstenaar, vrijgevochten troubadour, pallieter en bon vivant – maar bovenal toneelspeler en chansonnier: wat was hij al niet? Gevoelsmens bij uitstek Ramses Shaffy is bekend geworden als zanger en acteur, maar heeft ook zijn leven lang geschilderd en getekend. Zijn met doorleefde stem en vaak wat pathetisch aangeheven liederen spraken boekdelen. Melodieën en teksten vol ongetemde passie, en met een hartstocht die de muziektheatermakers van Stella Den Haag graag naar voren halen. Schilderachtig: Ramses was de zoon van een Egyptische diplomaat en een Pools-Russische gravin – die uit elkaar waren nog voordat hij, in 1933, werd geboren in een ziekenhuis in Neuilly-sur-Seine, nabij Parijs. Minder poëtisch is dat op zijn zesde door zijn doodzieke moeder op de trein naar Nederland werd gezet. Vele jaren later zong hij over het afscheid van zijn moeder in het autobiografische lied ‘De trein naar het noorden’: ‘Je staat voor mij nog steeds / Op een wegstervend perron / Omdat God ons gebedje niet verhoorde’.

Zijn leven, dat waren zijn gedachten. Hij leefde werkelijk in zijn ontroerende en weemoedige liederen, dagdromerijen eigenlijk. Hem zien was hem kennen, als een naaste bijna, en hem horen was in hem geloven als een vriend. Hem horen en zien tegelijk was een onvoorwaardelijk en innig van hem houden.

In Shaffy voor kinderen, voorstelling en concert ineen, voor iedereen vanaf negen jaar, horen we tien live liederen van Shaffy, bekende naast minder bekende, die live ten gehore worden gebracht. Op een speciaal voor de zangers / acteurs geschreven tekst van Hans van den Boom, zingen Mia Dolores (gespeeld door Ilse Warringa) en oom Henri (Marc Tielemans), uit volle maar tedere borst, daarin bijgestaan door drie musici, en voeren ze om die liederen heen steeds spannende dialogen. Over de energie van een stad die nooit slaapt. Over de hartstochtelijke liefde tussen twee meeuwen, in een lente die voor sommigen te vroeg komt.

“Shaffy behoort tot ons cultureel erfgoed”, meent Ilse Warringa. “Mijn ouders draaiden zijn elpee Shaffy Chantant grijzer dan grijs en ik heb toen een klap van de molen meegekregen. Sindsdien heeft hij me niet meer losgelaten. Ze identificeerde zich in haar puberteit met Marije uit Shaffy’s gelijknamige lied. “Shaffy’s composities spreken juist kinderen enorm aan. De argeloosheid en de weemoed ervan raakt hen, dat bespeur ik ook in mijn zoontje van vijf”, vertelt Warringa. “Zijn ijzeren melodieën zijn universeel, en voor zover zijn teksten abstract mochten overkomen zijn die minstens erg gloedvol. Shaffy sprak een taal die iedereen beroerde.”

Te zien in het theater van Stella Den Haag t/m medio april.