‘Hoe ver silhouet kun je gaan?’

Bert Dalhuysen ontwierp het licht voor Reverence van choreograaf David Dawson. Het werk maakt deel uit van Theme & Variations, dat op woensdag 7 april in première gaat.

Zijn streven is gericht op ‘hoogstens één zichtbare schaduw’. Bert Dalhuysen, lighting supervisor bij de TOM, streeft naar een zekere natuurlijkheid in zijn lichtontwerpen. ‘Hoe ver silhouet kun je gaan’, vraagt de van huis uit professioneel fotograaf zich daarbij aldoor af. Het heeft hem een beetje de naam opgeleverd een ‘donkere’ Lichtontwerper te zijn. Dalhuysen: ‘Het gaat er om het publiek te laten focussen, je wilt concentratie oproepen, spanning aanbrengen. En dat alles ten dienste staat van een mooie, goeie productie. Als alleen het licht, het decor of de choreografie wordt geprezen, dan is het geheel kennelijk niet goed in balans geweest.’

Dalhuysen is vanaf het prille begin van Dawsons stappen als choreograaf diens vaste lichtontwerper. Vanaf Psychic Whack in het workshopprogramma van 1996 heeft hij eigenlijk steeds voor Dawsons choreografieën het licht gedaan. Dalhuysen: ‘Natuurlijk gaan er gesprekken met de choreograaf vooraf aan een lichtontwerp. Daarna analyseer ik de muziek in termen van pieken en dalen. En na een repetitie vertelt Dawson welke lichtstanden hem al dan niet bevallen.’ De samenwerking verloopt steeds vlotter: ‘Hoe meer je met elkaar werkt, hoe beter je elkaar begrijpt. Tegenwoordig hebben we aan een half woord genoeg. Ik weet zijn begrippen beter dan vroeger te vertalen in beeld, in licht.’

Reverence is in 2005 op uitnodiging van het in het Kirov Ballet te Sint Petersburg gemaakt, waar Dawson als eerste ‘buitenstaander’ met de dansers van het balletgezelschap mocht werken. Dalhuysen was erbij. ‘Twee dagen voor de première bleek dat er geen decordoeken waren gemaakt. De directie besloot daarop de decorschilders 24 uur lang min of meer in gijzeling te houden. Uiteindelijk hingen de doeken, nat als een dweil. Een debacle. Pas daarna kon ik met het belichten beginnen.’

 

Inmiddels is de choreografie ook elders uitgevoerd. ‘In Dresden lag er een groene zweem over het doek. Pas nu, hier in Amsterdam, heb ik goede hoop dat ze er uitzien zoals we dat voor ogen hadden. Nou ja, het is ook geen eenvoudige klus om een detail uit een snapshot, met daarop de lichtspiegeling van een motorkap op doeken te beschilderen van in totaal 36 meter breed en 11 meter hoog’, aldus de man die ook veel balletten van Hans van Manen in het licht zette.

Bert is sedert het begin in 1986 in dienst bij de TOM. Sinds verleden jaar is hij halftijd gaan werken. De andere helft is hij werkzaam als freelancer. De laatste tijd is hij veelvuldig in Warschau, waar artistiek directeur Krzysztof Pastor graag met hem werkt. ‘Lekker druk, maar uiterst bevredigend’, zo schetst hij zijn werk. ‘En nu heb ik bovendien meer tijd voor mezelf.’

 

Een portret dat kíjkt

Peterburgse vertellingen

Branoul binnenstappen, dat is zoiets als het opzetten van een langvergeten elpee. Waar een bezoeker wordt verwelkomd door geduldige grammofoonplaatmensen, met zekere egards en een aan de verre horzion zelfs aan Parijs glorende distinctie en voornaamheid, maar deze zonder opsmuk tegemoet wordt getreden. Het aaibare, literaire theater aan de sympathieke Maliestraat in de Haagse binnenstad staat dit voorjaar in het teken van werken van de Russisch-Oekraïense schrijver Gogol. Een huzarenstukje van dit schilderachtige vestzaktheater, dat nog pas een half jaar geleden het werk van Dostojevski gedurfd en uitgebreid in het zonnetje zette met tal van eigen producties en lezingen.

Nicolaj Gogol (1809 – 1852) is, net als onder meer Dostojevski, Poesjkin, Tolstoi en niet te vergeten Tsjechov een onbetwiste grootheid in de wereldliteratuur. Hij wordt vaak beschouwd als grondlegger van het kritisch realisme in een toen nog zeer feodaal Rusland. Van zijn hand zijn vooral de Petersburgse vertellingen een lust voor het oog, waaronder magisch-realistische toneelstukken en verhalen als Het portret, De Neus en De Revisor, en de legendarische roman Dode Zielen. En het komische Dagboek van een gek uiteraard.

Het komend weekeinde staat de pijpenla die Branoul is in het teken van een toneelbewerking van Gogols Het Portret. Het verhaalt spookachtig en in een vloeiende stijl over een jonge, berooide schilder, Tsjartkov, die door de aankoop van een geschilderd portret met priemende ogen een fortuin blijkt te hebben vergaard. Hij gaat daardoor vervolgens de bohemien uithangen, maar jaren later, als hij onder ogen moet zien dat hij zijn aanvankelijke kunsttalent onomkeerbaar heeft verspild, gaat hij ten onder. Keerpunt in het verhaal is het moment dat hij aan een journalist van een gerespecteerde krant de opdracht om tegen betaling een wervend artikel over hem en zijn werk te schrijven. De onweerstaanbare publicatie leidt tot een gevulde orderportefeuille én tot zijn inwijding in de hoogste kringen van Petersburg. De prijs die hij daarvoor dient te betalen valt hem aanvankelijk hoog: gladde kunst. Daarmee is Gogols vertelling niet alleen een waarschuwing, zelfs aanklacht, tegen het voeren van marketing en het bedrijven van promotie, maar vooral ook een pleidooi voor artistieke integriteit.

Op het toneel van Branoul geven Sijtze van der Meer en Artur Roffelsen reliëf aan de vertelling, in een regie van Ron Kaat. Het drietal blijft dicht bij het origineel, accelereert hier en daar, versobert nu en dan, en voert een aantal dubbelrollen op, waardoor een prettige dynamiek ontstaat en de innerlijke tweestrijd van de jonge schilder invoelbaar wordt gemaakt.
Dat doet uitzien naar de volgende productie, Dagboek van een gek, een waanzinnig verhaal over een kantoorklerk van lage rang die volkomen doordraait vanaf het moment dat hij zich onomstotelijk de in ballingschap levende koning van Spanje waant. De Branoul-productie gaat volgende week donderdag 25 maart in première. Het zal nog lang niet meevallen om de werkelijk legendarische vertolking door Henk van Ulsen van dit stuk te doen vergeten. Nóg een reden om eens naar Branoul te gaan: het heerlijke glas wijn dat op vertoon van het kaartje na afloop geschonken wordt in het aanpalende Wijnlokaal 1900, de gelegenheidsfoyer van Branoul.

Het portret is nog te zien op do 18, vr 19, za 20 en zo 21 maart 2010. Meer informatie: www.branoul.nl.

Netten boeten op het veld bij de Zwolsestraat

Eerbetoon aan Scheveningse vissersgemeenschap in Expeditie VisHartSlag

Op expeditie in en rond de visafslag van Scheveningen terwijl zich voor je ogen een muzikale theatervoorstelling ontspint. Adembenemend uitzicht over het water en de haven. Expeditie VisHartslag is een meer dan terecht eerbetoon aan de hechte maar open Scheveningse vissersgemeenschap.

Er is de laatste, zeg, halve eeuw veel overhoop gehaald, daar in Scheveningen, en er staat daar binnenkort nog veel meer te gebeuren. Stadsontwikkelaars hebben de laatste tijd een vet oogje laten vallen op de Binnenhavens en het gebied daaromheen, een tot voor kort redelijk intact gebleven, tijdloos, zelfs heerlijk troosteloos aandoend gebiedsdeel. De vissersgemeenschap op Scheveningen is, hoewel de veranderingen in steen en inkomen die hen heeft getroffen, een hechte familie gebleven. Met de theatervoorstelling Expeditie VisHartslag krijgt deze maagschap een meer dan terecht eerbetoon.

In de voorstelling komt – natuurlijk naast een hoog gehalte aan onvermijdelijke “Sterk Spul, hè mam”-verhalen van vissersmannen – nadrukkelijk de in klederdracht gehulde vrouw in beeld, altijd uitkijkend over zee, in afwachting en hopend op een veilige terugkeer van zoon, echtgenoot, oom, neef.

 

De voorstelling is een idee van bewegingskunstenaar en euritmiste Laura Vink. Zij maakte eerder Boiler house – the heart of matter, locatietheater in Het Ketelhuis, de kleinste zaal van het Haagse Theater Zwembad de Regentes. Het idee voor een voorstelling op de Visafslag kreeg vorm op het moment dat ze op een vroege ochtend over de haven uitkeek op de visafslag en het tot haar doordrong dat ze geen idee van had wat zich achter de muren van de imposante gebouwen afspeelde. Vink: “In de daarop volgende weken en maanden bezocht ik de visafslag met grote regelmaat, en sprak ik met de veilingmeester, de havenmeester, de sorteerhalmedewerkers, de vissermannen, de keurmeester en handelaren. De gesprekken vonden altijd vroeg in de ochtend plaats, vaak op vrijdag wanneer de Scheveningse vissers na vijf of zeven dagen op zee weer aan wal komen. Eén enkele vraag leverde vaak al een stortvloed van verhalen op. Een opvallend terugkerend thema daarbij was, dat men zich tegenwoordig weinig begrepen en erkend voelt als visserman.”

Gaandeweg werd het haar duidelijk welke bepalende rol de vissersvrouwen speelden “en hoe deze vrouwen de emancipatie ver vooruit waren”. In de voorstelling wordt de vissersvrouw vertolkt door danseres Cora Bos-Kroese, ex-soliste van onder meer het Nederlands Dans Theater. Zij beeldt het ingetogen verdriet uit van een vrouw wier zoon op zee gebleven is en die zij, tegen beter weten in, toch blijft zoeken. Een die tradiegetouw bij de Zwolsestraat de netten boet.

VisHartslag is een muzikale theatervoorstelling met naast zeven dansers en een acteur ook de medewerking van enkele musici, euritmisten, het Schevenings Vissersvrouwenkoor, het Schevenings Vissersmannenkoor, Het Schevenings Toneel en talloze anderen.

VisHartslag wordt gespeeld op 2 en 3 maart (try outs) en van 5 t/m 21 maart (niet op zo, ma, di). Bezoekers gaan met een boot vanaf de Tweede Binnenhaven naar het gebouw van de

Visafslag, waar het spektakel plaatsvindt. Toegangskaarten zijn alleen online te bestellen via www.vishartslag.nl.