Een portret dat kíjkt

Peterburgse vertellingen

Branoul binnenstappen, dat is zoiets als het opzetten van een langvergeten elpee. Waar een bezoeker wordt verwelkomd door geduldige grammofoonplaatmensen, met zekere egards en een aan de verre horzion zelfs aan Parijs glorende distinctie en voornaamheid, maar deze zonder opsmuk tegemoet wordt getreden. Het aaibare, literaire theater aan de sympathieke Maliestraat in de Haagse binnenstad staat dit voorjaar in het teken van werken van de Russisch-Oekraïense schrijver Gogol. Een huzarenstukje van dit schilderachtige vestzaktheater, dat nog pas een half jaar geleden het werk van Dostojevski gedurfd en uitgebreid in het zonnetje zette met tal van eigen producties en lezingen.

Nicolaj Gogol (1809 – 1852) is, net als onder meer Dostojevski, Poesjkin, Tolstoi en niet te vergeten Tsjechov een onbetwiste grootheid in de wereldliteratuur. Hij wordt vaak beschouwd als grondlegger van het kritisch realisme in een toen nog zeer feodaal Rusland. Van zijn hand zijn vooral de Petersburgse vertellingen een lust voor het oog, waaronder magisch-realistische toneelstukken en verhalen als Het portret, De Neus en De Revisor, en de legendarische roman Dode Zielen. En het komische Dagboek van een gek uiteraard.

Het komend weekeinde staat de pijpenla die Branoul is in het teken van een toneelbewerking van Gogols Het Portret. Het verhaalt spookachtig en in een vloeiende stijl over een jonge, berooide schilder, Tsjartkov, die door de aankoop van een geschilderd portret met priemende ogen een fortuin blijkt te hebben vergaard. Hij gaat daardoor vervolgens de bohemien uithangen, maar jaren later, als hij onder ogen moet zien dat hij zijn aanvankelijke kunsttalent onomkeerbaar heeft verspild, gaat hij ten onder. Keerpunt in het verhaal is het moment dat hij aan een journalist van een gerespecteerde krant de opdracht om tegen betaling een wervend artikel over hem en zijn werk te schrijven. De onweerstaanbare publicatie leidt tot een gevulde orderportefeuille én tot zijn inwijding in de hoogste kringen van Petersburg. De prijs die hij daarvoor dient te betalen valt hem aanvankelijk hoog: gladde kunst. Daarmee is Gogols vertelling niet alleen een waarschuwing, zelfs aanklacht, tegen het voeren van marketing en het bedrijven van promotie, maar vooral ook een pleidooi voor artistieke integriteit.

Op het toneel van Branoul geven Sijtze van der Meer en Artur Roffelsen reliëf aan de vertelling, in een regie van Ron Kaat. Het drietal blijft dicht bij het origineel, accelereert hier en daar, versobert nu en dan, en voert een aantal dubbelrollen op, waardoor een prettige dynamiek ontstaat en de innerlijke tweestrijd van de jonge schilder invoelbaar wordt gemaakt.
Dat doet uitzien naar de volgende productie, Dagboek van een gek, een waanzinnig verhaal over een kantoorklerk van lage rang die volkomen doordraait vanaf het moment dat hij zich onomstotelijk de in ballingschap levende koning van Spanje waant. De Branoul-productie gaat volgende week donderdag 25 maart in première. Het zal nog lang niet meevallen om de werkelijk legendarische vertolking door Henk van Ulsen van dit stuk te doen vergeten. Nóg een reden om eens naar Branoul te gaan: het heerlijke glas wijn dat op vertoon van het kaartje na afloop geschonken wordt in het aanpalende Wijnlokaal 1900, de gelegenheidsfoyer van Branoul.

Het portret is nog te zien op do 18, vr 19, za 20 en zo 21 maart 2010. Meer informatie: www.branoul.nl.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s