Razende estafette die sist en sidder

Alba Theaterhuis in voluptueuze versie van Griekse klassieker

‘Wát voor jurk?’, schreeuwt Pentheus het uit. Zijn toonaard is vragend maar ook uitdagend. De koning van Thebe probeert het gezag over zijn grondgebied te herstellen nadat Dionysos de vrouwen van zijn stad als een betoverende rattenvanger heeft weggevoerd naar de in nevelen gehulde bergen buiten de stadsmuren, ze daar in berenvellen heeft gestoken, en ze vervolgens als een drugsdealer in zijn greep houdt door kwistig met overmatig veel wijn en vileine gezangen te strooien. En nu wil Pentheus weleens zien hoe het er daar in de heuvelen aan toe gaat – al was het maar om zijn moeder daar te zien, als een van de vrouwen die huis en haard verliet, en die de oproep van Dionysos niet kon weerstaan. Hij gaat, maar ter plekke wordt hij ontmaskerd en uiteindelijk door zijn bloedeigen moeder op wreedachtige wijze vermoord: ‘I am falling’, heet het vervolgens in zijn zwanezang, zoals Alba Theaterhuis die vorm geeft.

Bij het Haagse Alba Theaterhuis gaat het in Euripides’ aloude – zo’n 500 voor onze jaartelling geschreven – toneeltekst op een wiegenzingende toon van: ‘Are you there? Are you watching me?’ De tekstbewerking die Alba van Bacchanten heeft gemaakt met als motto ‘zuipen tot je god ziet’, leidt tot een theatervoorstelling die bij de tijd ‘hip’ en ‘jong’ is en veel ruimte biedt voor muzikale intermezzi, bewegingstheater en vulkanische dans – maar die aan de andere kant helaas toch ook de diepte van het origineel ontbeert. Onvermijdelijk eigenlijk. Alba heeft van Bacchanten een nogal dynamische voorstelling gemaakt waarin het veelvuldig gutst, gulpt en drupt, die ronkt, schalt, schittert en schettert, en die even operatesk tot musicalachtig en ronduit showy van karakter is, en waar het kermisgevoel vaak levensgroot op de loer ligt. Rustpunten zijn er ternauwernood.
Maar in de razende estafette die de voorstelling is, komt wel de jonge spelersgroep maximaal tot zijn recht. Marne Miesen, die een kordate Pentheus ten beste geeft, en met name de zes op het eerste oog weinig opvallende meiden, ontpoppen zich alras en stuk voor stuk tot performers van het type dat er genoegen in schept om zich ongegeneerd en in aal tomeloze puurheid te geven.
En dat werkt. De rauwheid van en het punkgevoel in hun voordrachten, en de inleving die ze tonen, lijkt op het eerste oog authentiek. Daarmee krijgt het stuk ook een ietwat potsierlijke lading die het – zij het aan de randjes – actueel maakt. Want wat moeten we aan met de veelbezongen m.u.l.t.i.s.e.x.i.-marathonfeesten en het comazuipen van vandaag de dag? Was het in de Griekse oudheid zo dat Dionysos als oerkracht werd aanbeden door zijn apostelen: vrouwen, als ware hij een goeroe; de leermeesters annex volksmenners anno nu zijn natuurlijk de popidolen van weleer en nu, van Elvis Presley en The Beatles, via Madonna en Michael Jackson tot Lady Gaga.
Toch doet zo’n vergelijking de oerkracht van Euripides stuk geen recht: de klassieke tekst ontleent zijn kracht onder meer aan de tegenstelling tussen de strenge, haast archaïsche vorm, en de ongeremde, bijna wulpse inhoud van de vertelling. Euripides zelf had in zijn latere stukken vaak de koorzangen vervangen door zangsolo’s. En precies zo gebeurt dat in Alba’s versie. So far, so good. De gruwelijke verrichtingen van de Bacchanten vragen echter om een eigen oordeel tussen de emotionele discipelen van de extase, en de op rationele basis oordelende voorstanders van sobere regelmaat, tucht en orde. In dit stuk komt wel de exuberante extase aan bod, maar niet of nauwelijks de drijfveer van Pentheus die als heerser over zijn volk ook de veiligheid van zijn volk dient te bewaken. En daarmee ontbreekt de nuance die nodig is, ten faveure van een voorstelling die sist en siddert.

Bacchanten door Alba Theaterhuis, gezien op donderdag 16 september (try-out). Nog t/m 30 september in Theater De Regentes. Meer informatie: www.albatheaterhuis.nl en www.deregentes.nl.

In de twilight van de ouderdom

Theatergroep Drang speelt in oude Brandweerkazerne

Negen bedden en één stapelbed, keurig in het gelid, staan opgesteld in de loods van de oude Brandweerkazerne aan de Erasmusweg in Escamp. Drang presenteert er de komende tijd een actueel theaterstuk over oud worden, gespeeld door een mix van gelouterde profspelers en jonge, talentvolle amateurs uit ‘eigen kweek’.

Ze dromen aandoenlijk van het Kurhaus, van het aanpalende Palais de Danse, van de Haagse Dierentuin en van Pia Beck, de negen mijmerende oudjes uit Bed van Theatergroep Drang. Onder de wegstervende klanken van Beck en live gespeelde bigbandmuziek van Glenn Miller kijken ze in de spiegel van hun jeugd. Hun huidige leven stuitert tussen nostalgische, beklemmende en verwarrende herinneringen, en de harde werkelijkheid van alledag.

Drang houdt van actuele, maatschappelijke hangijzers. In het verleden maakte de op en top Haagse theatergroep onder meer Het Personeelsfeest. Daarin werd de stand van zaken in het huidige onderwijs kritisch onder de loep werd genomen. Bed koppelt twee actuele thema’s: de (wan)toestanden in de ouderenzorg en dilemma’s rond euthanasie. Beide onderwerpen leveren voortdurend verhitte discussies op. “Iedereen kent de schrijnende tv-beelden: ongewassen bejaarden urenlang wachtend in hun eigen vuil, vastgebonden in een rolstoel, creperend van de doorligwonden. Geen tijd voor persoonlijke aandacht,” zegt Ton Theo Smit, de schrijver van het theaterstuk. “Terwijl euthanasie, een fundamenteel zelfbeschikkingsrecht, een heikel punt blijft. In waardigheid oud kunnen worden en waardig sterven, dat gaat ons allemaal aan.” Regisseur Lucienne van Amelsfort: “We worden allemaal eerst oud en sterven dan – zoveel is zo goed als zeker. Daarom wil ik de kwetsbaarheid van de oude mens blootleggen. Ondanks de bij tijd en wijle pijnlijke taferelen, nietsontziende taal en soms keelsnoerende beelden toont de voorstelling echter ook de schoonheid van de vergankelijkheid.”

Bed belooft een voorstelling te worden over hoop, leven en dood. Gerespecteerde ‘oudgedienden’ als, onder meer, Wim Meuwissen en Arthur Boni staan zij aan zij met jonge amateurspelers. Zij verbeelden de toekomstverwachtingen van hen, op het moment dat zij in de bloei van hun leven zijn. “Dat werkt tegelijk komisch, ontroerend en ontwapenend,”, legt Van Amelsfort uit. “Amateurs brengen een unieke ontroering teweeg omdat zij min of meer onbevangen en ongerept op het toneel staan. Als toeschouwer word je verrast: ik kijk nu naar iemand die morgen weer gewoon slager is. En ze raken geroerd: dit gaat over ons. Zo ontstaat bijna als vanzelf een dialoog met ze.”

De tekst van het stuk is gebaseerd op gelijknamige werk uit 1991 van de Engelse toneelschrijver Jim Cartwright (1958), dat werd verfilmd in 1994. Van deze auteur speelde Drang eerder het stuk Straat, op de zeventiende verdieping aan de Koningskade. Het rauwe realisme van hem koppelt Drang aan de van de groep bekende ingeleefde speelstijl, die met name is geïnspireerd op Brecht. In het stuk spelen muziek, dans en beweging dan ook een belangrijke rol. De dans maakt invoelbaar hoe moeizaam alledaagse handelingen kunnen zijn voor oude mensen. De musici begeleiden de dans live en roepen met hun repertoire tevens de sfeer van vroeger op. Aan de productie werken 25 spelers en dansers en liefst twee bigbands, waaronder de achttienkoppige Haagse Swing Time Bigband, mee. Ook is er een rol voor het 87-jarige echtpaar Miep Stoel en haar paar jaar jongere man, de gepensioneerde huisarts Henk.  “Professionals en amateurs verrijken elkaar”, beklemtoont Van Amelsfort. “Door de combinatie van professionals met amateurs ontstaat een theatrale meerwaarde.”

Hoewel Drang beschikt over een eigen studio in de voormalige HBS aan de Schelpkade, brengt de groep het liefst haar producties uit op locatie. Het Strijkijzer aan het Rijswijkseplein (Het Personeelsfeest) was een van de plekken waar de groep neerstreek, en een van de KPN-loodsen bij de Calandstraat (Ado / Ajax). En ook deze keer heeft de groep een markante plek gevonden. Je ziet als het ware de brandweerwagens nog manoeuvreren en de sirenes loeien. “Theater op locatie is per definitie spannend”, verklaart Van Amelsfort. “De inhoud van deze voorstelling past ook niet in een pluchen omgeving. De kaalslag die hier nu heerst geeft het stuk daarbij iets schrijnends: ooit was dit een plek die diende voor voor het redden van mensenlevens, nu is het een plek die nutteloos geworden is, waarvan de functie teloor gegaan is.”

Bed door Theatergroep Drang. Van 22 september t/m 23 oktober 2010 (wo t/m za). Locatie: De Brandweerkazerne, Erasmusweg 4, Den Haag. Reserveren via ticketshop op www.drang.nl.

Micha Wertheim in Pepijn en Diligentia

Recalcitrante antishow door meesterlijke antiheld

Op mensen die hem arrogant vinden, spuugt hij. En toen hij eens probeerde zichzelf te overschatten, lukte hem dat niet. Micha Wertheim, geboren cabarettalent.

De cabaretier heeft een eigen genootschap, het Micha Wertheim Genootschap, zijn website is ‘toegankelijk voor de dyslectische medemens’, zijn filosofie luidt ‘humor is handel’ en begin deze maand, ‘na maanden van geheimzinnigheid’ presenteerde hij het kinderboek Hoe Lima een lekke band kreeg, zijn tweede, na Duimelot (2003), deze keer met een bijbehorend hoorspel op cd bijgesloten.

Hij riep de Micha Wertheim Ring in het leven ‘voor cabaretiers die zich inzetten of hebben ingezet voor iets waar ze geen verstand van hebben’. Momenteel is de Micha Wertheim Ring nog in handen van Micha Wertheim zelf. Wanneer Micha Wertheim de Micha Wertheim Ring aanbiedt, mag de ontvanger zelf een moment bepalen waarop hij of zij de Micha Wertheim Ring weer doorgeeft. Wertheim: ‘De Micha Wertheim Ring is speciaal ontworpen en symboliseert een ring. De wit gouden ring is ingelicht met Zwarte Megiolaam-steen. Deze steen kan alleen gevonden worden in oorlogsgebieden waar kinderarbeid aan de orde van de dag is.’

Over zijn genootschap merkt hij op: ‘Het Micha Wertheim Genootschap stelt zich ten doel het werk van Micha Wertheim onder de aandacht te brengen van een niet al te breed publiek. Bovendien wil het toekomstige biografen de gelegenheid bieden onderzoek te doen naar het gedachtegoed van de Micha Wertheim Foundation en de beweegredenen van Micha Wertheim zelf.’

Het is Micha Wertheim ten voeten uit. De vaste columnist van Vrij Nederland kwam voor het eerst binnen het bereik van een wat groter publiek met zijn eerste cabaretprogramma Micha Wertheim voor beginners (2004), dat weldra werd gevolgd door Micha Wertheim voor gevorderden (2006),en, op dvd, Micha Wertheim voor thuis. Een tumor in zijn schildklier was goed voor Micha Wertheim voor specialisten (2008). En op 24 september is hij te gast, in Theater PePijn nota bene, met Micha Wertheim voor de zoveelste keer, feitelijk een try-outprogramma voor Micha Wertheim voor de Zoveelste keer dat in december in première gaat. Al deze programma’s hebben een gemeenschappelijk deler: een voorliefde voor antishow en uit academische recalcitrantie voortkomende humor. Daar komt ook zijn ‘stripfiguur’ als universitair docent uit voort. Volgens Wertheim zelf komt zijn cabarettalent voort uit zijn jeugd, natuurlijk: ‘Een keertje aandacht tekort gehad.’ Zo te horen kunnen we nog lang met en om hem lachen – als we zuinig op hem zijn.

Micha Wertheim voor de Zoveelste keer door Micha Wertheim. In PePijn op vr 24 en za 25 september (try-outs, uitverkocht) en in Theater Diligentia op do 10 februari. www.theater-diligentia.nl

Theater in de cocktailmixer

Avondje `Theater Zeebelt’ voor alleseters

Ogen en oren tekort komen, dat willen we allemaal wel eens. Theater Zeebelt heeft er een oplossing voor gevonden in ’n Avondje Alles.

Het Avondje Alles is Zeebelts maandelijkse kunstenmix met een theatervoorstelling als hoofdmoot, een korte film, performances en live muziek. “Normaal gesproken weet een theaterbezoeker van tevoren de setting”, antwoordt artistiek leider Judith Schoneveld van Zeebelt op de vraag naar het waarom van deze opzet. “Neem een toneelstuk. Dat speelt zich af in een min of meer bekende zaal, waar zich voor de bezoeker, op een daartoe geconstrueerd podium, de voorstelling voltrekt. Wij willen dat geijkte patroon doorbreken. We tornen aan het verwachtingspatroon van de bezoeker door verschillende disciplines te mixen. Dat vergt van de bezoeker een houding die deze wellicht niet gewend is. Dat doen we om te verrassen, verrassing maakt dat je openstaat voor nieuwe ervaringen. Ook wijzigt steeds de omgeving waarin de optredens plaatsvinden. Omgekeerd schudt dat de theatermakers wakker: ze kunnen niet op de automatische piloot spelen. De maker moet opnieuw zijn publiek veroveren, want hij kan er van op aan dat er een gemêleerd publiek in de zaal zit dat zich anders opstelt dan deze doorgaans gewend is van zijn hard core-fans.”

Maar er is nog een reden om de blender in te schakelen. Zeebelt wil graag alle zintuigen van de bezoeker openzetten. Het theater heeft die avond voor een inhoudelijk verband, een `overeenkomst in temperatuur’, gezorgd, dat de toekijker zelf dient te ontdekken. Daardoor wordt de doorgaans achteroverleunende theaterbezoeker een deelnemer. “De bezoeker gaat anders kijken naar de voorstelling die hij ziet, en beleeft de avond meer als een geheel.”

Hoofdmoot vormt de voorstelling You don’t wanna be alive when you’re twentyfive. “Daarin vraagt beeldend kunstenaar en media designer Eric Schrijver zich af wat het betekent om kunstenaar te zijn,” legt Schoneveld uit. “Is deze een charlatan, een vormverleider of een eerlijk individu? Of nog meer? Schrijver wil het liefst allemaal tegelijk zijn: een kunstenaar als ‘moderne man’, gaaf en hip, met David Bowie als rolmodel bij uitstek.” Schrijver laat voor deze gelegenheid acteur/performer Niels Kuiters als zijn alter ego optreden en hem verstrikken in mythes van arme, gekke of dode artiesten, met de bedoeling om ‘op cabareteske wijze een nieuw en aantrekkelijk kunstenaarspersonage met sterkwaliteit te schetsen , een speels commentaar op het televisiestardom dat tegenwoordig zo en vogue is’.

Dan is er First Person Plural door theatermaakster Nicola Unger. In haar audioperformance reageren acteurs op hun eigen uitgesproken gedachten. Schoneveld: “Ze onderzoekt de werking van het denken – denken als het vormen van zinnen in het hoofd: de innerlijke dialoog. Zoals bij iedereen gedachten voortdurend tollen, vaak tegelijkertijd over elkaar heen buitelen en om voorrang strijden: van boodschappenlijstje en gevoelens, van filmquotes tot levensdilemma’s, tot onzekerheden en conceptuele filosofieën.” Unger – ze gaf eens stripboeken uit en verzamelt ze. Haar vorige voorstelling in Zeebelt, Carlos The Jackall, verbeeldde het verhaal van de gelijknamige terrorist, verteld met papieren figuurtjes die als schaduwfiguren in een animatiefilm figureerden – ontwikkelt voor haar nieuwe voorstelling software om deze gedachten als opgenomen teksten ad random te kunnen afspelen. De conversatie die zich in de voorstelling ontwikkelt verloopt daardoor iedere keer anders. “Ons denkproces lijkt op een vergelijkbare manier te verlopen als deze geïmproviseerde gesprekken: frasen duiken uit het niets op en verbinden verleden en toekomst in een onbekend patroon en ritme”, verheldert Schoneveld.

Zeebelts Avondje Alles wordt vervolledigd met de vertoning van enkele korte films uit Breaking Ground, het Europese online platform voor filmstudenten. Ter omlijsting is er ook voorzien in muziekoptredens.

Avondje Alles op dinsdag 21 en donderdag 23 september in Theater Zeebelt, De Constant Rebecqueplein 20A. http://www.zeebelt.nl

De waarheid en de leugen

Rosa Ensemble en Jan Jaap van der Wal samen in Vestdijks De Kellner en de Levenden

‘Vestdijk komt uit een gereformeerd nest. Ik ben ook een beetje zo opgevoed. Dat is redelijk heftig … Laat ik zeggen: bij katholieken werd je in je jeugd nog weleens aangeraakt.’

Jan Jaap van der Wal doet zijn stiel als stand up comedian meteen al eer aan bij het begin van de bewerking van De Kellner en de Levenden. Samen met het Rosa Ensemble hertaalt hij het bijna groteske en bijbels getinte boek uit 1949 van Simon Vestdijk (1898-1971). Van der Wal steekt losjes van wal, maar gaandeweg weet hij je mee te zuigen in deze kolkende geschiedenis over goed en kwaad, hemel en hel en geweten en verantwoordelijkheid. De losse verteltrant is doorsneden met moderne klanktapijten, hoorspelgeluiden en mooie songs van het Rosa Ensemble. In het boek en ook in deze mix van muziektheater en cabaret, is beschreven hoe een groep van twaalf flatbewoners waarvan de meesten elkaar slechts flauwtjes kennen, naar een geheimzinnige bioscoop wordt gevoerd. Daar moeten de twaalf zich opeens op gods laatste oordeel voorbereiden.

Simon Vestdijk, 51 boeken in 36 jaar schrijverschap, dat zijn van die welluidende, bijna zwangere, langgerekte en breedvoerige zinnen die dansen voor je ogen. In ons sterk internetgestuurde tijdperk zou zijn taal al snel als vet, in de aloude betekenis van het woord, worden weggezet. Jan Jaap van der Wal: ‘Literatuur is natuurlijk sowieso niet echt hip, maar ik heb veel mensen die me zeiden dat het hun lievelingsschrijver was.’ Daniel Cross, bedenker van de voorstelling en artistiek leider van Rosa Ensemble: ‘Tekstschrijfster Annemarie Slotboom ried het mij aan. Sinds mijn vader, een Vestdijk-maniak, stierf toe ik twaalf was en zesduizend boeken naliet, erfde ik een meter ‘Vestdijk’. Sindsdien had ik nooit meer iets van hem gelezen. Dus dat hing als een soort Zwaard van Vestdijk boven mijn hoofd. Het stond jarenlang op de bovenste boekenplank, waar ik vanzelfsprekend niet bij kon, maar ik heb de gebonden band altijd te fascinerend gevonden om weg te doen. Tijdens het lezen zag ik Jan Jaap dit verhaal vertellen, hem had ik aan het werk gezien in zijn voorstelling BSUR. Wat mij aansprak was het moment dat hij Marco Borsato te grazen nam, en daar vlak achteraan een clipje van een concert van R.E.M. liet horen. De boodschap was: dit is wél echt. Zulke contrasten zijn zo mooi omdat je er het publiek mee kunt verrassen.’
Volgens Cross bulkt De Kellner en de Levenden van ethiek, een thema van alle tijden. ‘Uiteindelijk gaat het over de vraag of je waarden en normen nodig hebt als je je staande wilt houden in de wereld en er een zinvolle relatie mee wilt onderhouden. Of zijn normen en waarden niet meer dan projecties die een volwassen ontwikkeling van het geweten in de weg staan? De helscène – een levend moeras van bloed – vind ik een mooie metafoor voor de onmogelijkheid om te weten wat waar is en wat niet. Daar gaat deze Vestdijk over: hoe kunnen we nog weten wat goed en slecht is? Wat blijft er over van je persoonlijke moraal als het er echt op aan komt? Hoogst actueel allemaal.’ Van der Wal: ‘Goed en kwaad, de waarheid en de leugen, dat zijn zaken waar ik het graag over heb, getuige het Borsato-stukje. Alhoewel Borsato natuurlijk in de hemel thuishoort.’

Vestdijks roman is volgens Cross bovendien een zeer muzikaal boek. ‘We hebben het cabaret en de muziek met elkaar vervlochten’, aldus Cross. ‘De zangeres van het ensemble, Stephanie Pas, is de verbindende factor, zij maakt het theatraal door steeds in te breken. De Vestdijkers, de Jan Jaap-fans, de liefhebbers van nieuwe muziek: ze krijgen allemaal iets voorgeschoteld dat net even anders is dan ze gewend zijn.’

Rosa Ensemble en Jan Jaap van der Wal zijn te zien op vr 10 en za 11 september in Theater aan het Spui. Reserveren:  T (070) 346 52 72. Meer informatie op rosaensemble.nl en theateraanhetspui.nl.

Tussen hemel en zeebelt

Bizar openingsfeest voor Theater Zeebelt

Het moet bizar zijn om in een gemeentelijke subsidienota te lezen dat wie met een goed plan komt, je theater mag overnemen. Het overkwam deze maand Hanna Boender van het Haagse Zeebelt Theater, een van de pijlers onder kunstenaarsbroedplaats DCR. Op 4 september viert ze niettemin een feestje.

“Er tekent zich een rampenscenario af”, meent Hanna Boender. “Er is hier kans op het ontwikkelen van een geweldige plek. Juist nu we alle neuzen de goeie kant op hebben, worden we door de gemeente afgeschoten.”

Zeebelt Theater, werkplaats en podium, is na een verhuizing van de Haagse Willemstraat en een langdurige verbouwing die vooral door de inzet van voornamelijk vrijwilligers tot stand kwam, pas vorig jaar september van start kunnen gaan. Maar in april tekenden zich donkere wolken af. Eerst de adviescommissie en – onlangs – de wethouder zeiden geen cent meer te willen geven voor de plannen van onderhuurder Boender en consorten. Jawel, er is weliswaar ook in de toekomst van gemeentewege geld voor de kunstinstelling gereserveerd, maar dat is bedoeld voor het ophoesten van de huur van de zaal aan het De Constant Rebecqueplein, eigendom van Eneco. Er wordt een pitch uitgeschreven: iedereen die een goed plan heeft – ook Zeebelt zelf – kan het theater overnemen als het aan wethouder Klijnsma van Cultuur ligt. Geld voor personeel of voor het inkopen van spannende programma’s zit er trouwens niet in. Dat moet de nieuwe huurder straks zelf maar versieren uit fondsen en intreegelden.

Als eerste officiële culturele broedplaats in Den Haag biedt de DCR (De Constant Rebecqueplein) werkruimte aan beeldende kunstenaars, vormgevers, architecten, musici, choreografen, dansers en theatermakers. Het pand van de DCR wordt op donderdag 4 september officieel geopend door wethouder Klijnsma. Dat is ook de aftrap van festival Ground #3 met als thema For Sale. Hoe bizar kun je het krijgen.

Maar met het wegvallen van Zeebelt als een van de pijlers, is het niet ondenkbaar dat ook de DCR het niet overleeft. Zeebelt immers was en is het organisatorische brein achter de DCR. “Toen we Zeebelt wilden optuigen, werden we door de gemeente opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor de verbouwing van de DCR. Het is nu een volwaardige ruimte met zo’n dertig ateliers. Het is in het verleden inderdaad niet van een leien dakje gegaan, kunstenaars laten zich moeilijk in een richting duwen, maar net nu we een expositieruimte klaar hebben en we op donderdag 4 september officieel van start gaan, worden we bedankt voor de moeite en kunnen we spoorslags vertrekken.”

Ook voor DCR-pijler LOOS is de hemel bloedrood gekleurd. Het avant-gardistische muziekcollectief kreeg pas in januari van dit jaar een gebruikersvergunning voor haar concertzaal, en wordt nu eveneens bij de vuile was gezet.

Koen Baart, cultuurwoordvoerder van de Haagse PvdA ziet het onheil van het teloor gaan van Zeebelt al voor zich. “Het is allereerst cru voor de betrokkenen. En ik sluit niet uit dat de toekomst van de DCR gevaar loopt als Zeebelt inderdaad gedwongen wordt af te haken.” Volgens hem is nu investeren in cultuur noodzaak, wil de stad in de race blijven om in 2012 door het kabinet te worden uitgeroepen tot culturele hoofdstad van Europa in 2018. “Gelukkig is het cultuur budget al van 53 naar 60 miljoen euro verhoogd. Dat is mooi, maar broedplaatsen zijn van cruciaal belang voor de culturele toekomst van de stad. We kunnen en willen niet om het oordeel van de commissie en de wethouder heen, maar ik kan me best voorstellen dat we Zeebelt nog twee jaar de kans geven er iets moois van te maken aan het De Constant Rebecqueplein.”

David Rietveld van coalitiepartner GroenLinks laat weten dat volgens hem zowel Zeebelt als LOOS een eerlijke kans verdienen. “Ze openen pas deze maand en hebben veel pech gehad bij de oplevering van het pand. Ze hebben dus eigenlijk nog niet kunnen laten zien wat ze programmatisch waard zijn.”