Dertien mooie plaatjes om bij te lachen

Eric Koller met première in Theater Diligentia

Op vrijdag 26 november gaat in Theater Diligentia het nieuwe theaterprogramma van Eric Koller in première, getiteld  Bull. Fysieke, mimische humor vermengd met bizarre beelden die zijn omrand met een surrealistisch brilletje. Koller maakt graag tekstloos theater. “Bij mijn eerste programma merkte ik dat het gebruik van tekst me in de weg zat. Ik moest erg letten op de vraag waar ik de klemtoon zou leggen. Daardoor kreeg ik de timing niet goed en kwam de humor minder uit de verf. Bovendien sprak het beeld al voor zich. Samen met Peter de Jong, van Mini & Maxi, die me begeleidt, heb ik besloten om me helemaal van tekst weg te houden.”

Koller volgde aan de Toneelschool in Utrecht de opleiding tot theatermaker. “Als naar mijn mening werd gevraagd had ik, ook allang voor die tijd, mijn woordje altijd al klaar. Ik ben op een gegeven moment mijn eigen weg gegaan omdat ik meende dat ik het dan maar eens zelf moest waarmaken.” Inmiddels heeft hij al een hele route in het theater afgelegd. En zo kan het gebeuren dat Bull maar liefst 112 keer geboekt is, van Haaksbergen tot Bergeijk, van Amsterdam tot Venlo. En dus ook in Den Haag. Koller: “Als ik drie drukke weken van voorstellingen achtereen gespeeld heb, dan voel ik echt wel een vermoeidheid opkomen, dan ga je het behoorlijk in je donder voelen. Maar het is een positieve druk. Ik kan me dan ook heel goed voorstellen hoe Michael Jackson zich moest voelen toen hij van plan was om drie shows te geven, en uiteindelijk op vijftig uitkwam.”

Als zijn eigen theaterhelden noemt hij onder meer het roemruchte duo Waardenberg & De Jong. “Dat hardhandige, brutale van ze, grof en rauw, dat vind ik er ijzersterk aan. Mijn aanpak is juist minder brutaal , meer geënt op het maken van mooie plaatjes ook, zonder dat de lach daarbij in het verdomhoekje terecht komt.” Bij sommigen roept hij het beeld van Mr. Bean, het slungelige, schlemielige personage van Rowan Atkinson, en onder geloofsgenoten wordt hij weleens vergeleken met de Ashton Brothers. “Generatiegenoten”, zegt Koller over de laatstgenoemde theatergroep.” Het maken van theater zonder daarbij tekst te gebruiken ligt kennelijk besloten in de tijdgeest die met ons meewandelt.” Zelf beschouwt hij, als het dan toch om lichtende voorbeelden gaat die op zijn manier van theatermaken aansluit, eerder een in Nederland tamelijk onbekend duo als de Australische Umbillical Brothers tot zijn inspiratiebronnen. “Vooral om hun onweerstaanbare eenvoud en stunts die ze doen.”

Koller won in het verleden onder meer de Wim Sonneveld Prijs (1996) en De Veer 2006, de publieksprijs van de Volkskrant. Binnenkort komt zijn eerste DVD uit, Hippo, een registratie van zijn voorstelling Hippopotomonstrosesquippedaliofobie uit 2008. Terwijl hij toch al wat jaren als cabaretier bezig is. “Het is er om verschillende redenen nooit van gekomen. Ik ben er zeer blij mee. Je telt als cabaretier eigenlijk toch pas mee in dit land als er iets van je op beeld is vastgelegd.”

Over Bull is hij kort: “Een dertiental mooie plaatjes om bij te lachen, met een knipoog gebracht, en gebracht als was ik een kwajongen die eens een grap maakt”. Hij houdt niet zo van grote woorden. Het mooie aan zijn humor is dat die uit het leven van alledag komt. Lachend: “Als ik op een ochtend mijn vriendin hoor praten over een doodgewone windhaan, dan gaan bij mij mijn gedachten meteen alle kanten uit.” Zo simpel kan theater zijn. Wordt vast een act in Bull.

Eric Koller is op donderdag 25 en vrijdag 26 (première) november te zien in Theater Diligentia. Meer informatie: www.erickoller.nl. Toegangskaarten: (070) 3610540.

Paul van Vliet te gast in benefietvoorstelling

Theaters vrezen aangekondigde btw-verhoging

De kunsten zijn sinds een maand of drie in alle staten. De voorgenomen kabinetsplannen treffen de kunsten als een striemende klap met de vlakke hand in het tere gelaat. Met name de podiumkunsten dreigen straks het kind van de rekening te worden, maar ook andere sectoren van de kunsten kunnen niet langer onaangedaan achteroverleunen. Niet dat de kunsten dat überhaupt deden – alleen dachten en denken buitenstaanders, de mensen die niet of nauwelijks om kunst geven, daar anders over.

De ‘sector’ podiumkunsten dreigt op termijn 200 miljoen hele euro’s aan subsidiegelden mis te lopen. Het kan dan ook bijna niet anders dan dat er toneel-, theater- en dansgroepen sneuvelen, en het is ook welhaast zeker dat enkele symfonieorkesten zullen verdwijnen of gaan fuseren – op het laatst in 2013, als het nieuwe Kunstenplan moet ingaan. Maar ook de theaters krijgen een flinke klap van de molen mee. Hoewel ze meestentijds door de gemeente van vestiging financieel worden onderhouden, dreigt het rijk hen om het lage btw-tarief van 6 procent op te geven. Daardoor moeten theaters over hun ticketverkoop zo’n 13 % meer afdragen. In de praktijk betekent dat hoogstwaarschijnlijk dat een theaterkaartje precies zoveel duurder wordt. De theaters staan met de rug tegen de muur. Erger nog: zoals het er nu uitziet wordt die btw-verhoging al met ingang van 1 januari komend jaar een feit. Het kan zelfs zo uitpakken dat theaters over de abonnementskaarten die in 2010 zijn verkocht, maar in 2011 plaats vinden, alsnog 13 procent extra btw wordt geheven.

Gelukkig waren en zijn er theaters en podiumkunstinstellingen die vooruitkijken. Instellingen die hun sponsorbeleid tijdig op orde hebben, die particulieren en mecenassen aan zich weten te binden. Zoals onder meer het Haagse Theater Diligentia. Vorig jaar 16 december hield het theater en zijn volle dochteronderneming Theater PePijn er een benefietvoorstelling. Dit jaar vatten deze theaters opnieuw de koe bij de horens, maar dan op maandag 15 november, en ook nu is het cabarethoogheid Paul van Vliet de spil om wie het programma draait. Van Vliet, oprichter van PePijn, neemt zelf een deel van het programma voor zijn rekening en laat zich omringen door enkele generaties jongere, zij het gekende, cabaretiers als Jochem Myjer, Eric Koller en Lenette van Dongen. De opbrengst van de benefietavond moet de beide theaters in staat stellen hun vlieghoogte te helpen behouden of het voorgenomen ambitieniveau zo mogelijk te overstijgen. In de woorden van een strijdvaardige Marc Charbo, woordvoerder van Theater Diligentia: “Diligentia en PePijn hebben als cabaretpodia een bijzondere geschiedenis. Wij zullen er alles aan doen om nog vele hoogtepunten toe te voegen aan de rijke historie van onze theaters.”

Benefietvoorstelling Theater Diligentia op maandag 15 november met Paul van Vliet, Jochem Myjer, Eric Koller en Lenette van Dongen. Meer informatie en kaartverkoop: www.theater-diligentia.nl.

Een erotisch geladen bloedbad

Nationale Toneel speelt Emilia Galotti

Bloedmooi is ze, Emilia, het burgermeisje dat op het punt van een goed huwelijk staat met graaf Appiani. ‘Ik heb bloed, papa, net zo’n warm bloed als iedereen’, zeg de wat timide, jonge deerne herhaaldelijk tegen haar vader. Ondertussen maakt de prins – hij raakte op slag verliefd toen hij haar zag en heeft daarenboven zin in een verzetje – jacht op haar. Hij bekent haar zijn liefde, in de kerk, uitgerekend op de ochtend van de dag van de huwelijksvoltrekking. Dit doolhof van begeerte moet wel uitdraaien op een bloedbad.

Een samenleving die voor eens en altijd alles anders moest zijn dan alle vorige. Zo een was er ook al medio achttiende eeuw. Een vorst mocht niet langer een tiran zijn, maar zich juist ontfermen over de zelfverwerkelijking van zijn onderdanen. En opeens moest een doorsnee vader geen vleessnijder zijn, maar de rol vertolken van liefhebbende gezinshoofd.  De Verlichte Duitse filosoof en literator Gotthold Ephraim Lessing, korte tijd rechterhand van Voltaire en omstandig geprezen door onder meer Goethe en Schiller, schreef er in 1772 een toneelstuk over. Het wordt nu door het Nationale Toneel gespeeld in een regie van de opmerkelijk met talent begiftigde regisseur Susanne Kennedy.
In het stuk dreigt de maagdelijke Emilia geschaakt te worden en ten prooi te vallen aan de aan haar opgedrongen charmes van de tirannieke en begerige prins. De prins zet duistere intriges op het voorgenomen huwelijk met een haar liefdevol gezinde graaf te dwarsbomen. De prins zet een hinderlaag op, rekent met de graaf en en passant met zijn eigen maîtresse, en lokt Emilia in zijn val: het prinselijk zomerverblijf annex lustoord Dosalo. Nadat alles uit is gekomen rest het arme wicht volgens de destijds heersende mores daarop niet anders dan te kiezen voor haar eer, dat wil zeggen: de dood, die haar vader voor haar voltrekt door het toedienen van een reeks messteken.

De parallellen in het stuk met het huidige tijdsgewricht lijken duidelijk. Eerwraak dreigt tot een (geïmporteerd) maatschappelijk probleem in onze samenleving uit te groeien, en standsverschillen – tegenwoordig tussen blank en zwart, of ook wel tussen moslim en christen – blijken onverhoeds nog aan de orde van de dag. Al zijn die niet meer zo ondubbelzinnig als in de achttiende eeuw.
De Emilia die de nog jonge (1977) regisseur Susanne Kennedy schetst bij het Nationale Toneel is in haar ogen een moderne jonge vrouw die wordt verscheurd door haar verlangens en, ten slotte, ten onder gaat aan de liefde van haar vader. ‘Ik kon niet naar voren, ik kon niet naar opzij’, herhaalt Emilia verschillende keren in een monotoon verwoorde, met bitterheid gevulde constatering, als uiting van het feit dat ze zich geketend voelt.

Emilia Galotti is een standaardwerk in de Duitse literatuur, en voor vrijwel iedere Duitse middelbare scholier is het lezen ervan verplichte kost. Misschien is dat de reden dat Susanne Kennedy – van Duitse komaf – het stuk heeft verknipt en er flashbacks in gemonteerd. Dat is een brug te ver voor de bezoeker die minder bekend is met deze Duitse klassieker, vooral omdat daardoor de verbanden tussen de zich opvolgende gebeurtenissen zoekraakt of soms maar moeilijk te vatten is. Toch blijft er meer dan genoeg over om te genieten, zoals onder meer de bewerking van het plechtstatige achttiende-eeuwse Duits tot een compact en modern klinkende spreektaal. Belangrijker is dat de theatertaal zoals Kennedy die de laatste jaren zo weergaloos heeft ontwikkeld, is uitgegroeid tot een wonderlijk maar subliem en rijk amalgaam, dat bulkt van ongewone vondsten in beeld, beweging en dictie, waardoor je ogen en oren wijd open houdt. Net als in eerdere regies als New Electric Ballroom en Over Dieren. Ze werd op basis van die stukken onderscheiden met de Erik Vos Prijs, een aanmoedigingsprijs voor beginnende theatermakers. Haar talent is inmiddels ook buiten ons land keihard doorgedrongen. Zo is ze nog dit seizoen te gast bij de Münchner Kammerspiele. Boven haar ideeënrijkdom torent Kennedy’s kennelijke vermogen om ‘haar’ acteurs tot grote prestaties te bewegen. Antoinette Jelgersma werd genomineerd voor haar rol in Over Dieren – en ook nu krijgt ze alle gelegenheid om te schitteren. De meeste aandacht gaat evenwel uit naar Çigdem Teke, die een prachtige, ontroerende en onderkoelde Emilia op de vloer legt, en naar Tamar van de Dop, die een bij vlagen een ‘über’wulpse gravin Orsina toont, zinderend vuig en vilein als het moet, zeldzaam sensueel op de momenten dat haar rol dat toelaat. De mannen blijven onder dat toneelgeweld wat achter, zo lijkt het. Maar ja, het zijn dan ook de mannen in dit stuk die de intriges opzetten, maar de vrouwen die in volle omvang de rekening gepresenteerd krijgen. Ook in dat opzicht is de zoektocht naar een nieuw wereldbeeld die ook toen al opgeld deed, toch ook nog altijd een ideaal voor ons, eenentwintigste-eeuwse westerlingen die zich graag wereldburgers noemen.

Emilia Galotti door het Nationale Toneel is in Den Haag te zien tot en met zondag 28 november. Meer informatie op www.nationaletoneel.nl . Toegangskaarten: 0900-3456789.