Droomlandschappen van de fantasie

Het Laagland in theaterversie van The NeverEnding Story

Fantásië is een wereld vol faunen, gmorken, vierkwartstrollen en Foechoer, een bijzondere geluksdraak. Maar … het land is in gevaar. Het rijk van de doodzieke Kleine Keizerin verdwijnt langzaam in het grote Niets. De jonge Groenhuid Artréjoe gaat op zoek naar een mensenkind die Fantásië van de nabije ondergang moet redden. Daarmee begint voor de jonge dromer Bastiaan een heldenreis en het spannendste avontuur van zijn leven.

Het oneindige verhaal is zo’n beetje hét kinderboek van de vorige eeuw, in 1979 geschreven door de Duitser Michael Ende, en in 1984 door Wolfgang Petersen onvergetelijk, maar door Ende verafschuwd, verfilmd tot The NeverEnding Story. Het boek en de film draaien om de helende kracht van fantasie: Fantásië en de reële wereld kunnen niet zonder elkaar bestaan. Een boek dat iedereen die het maar lezen wil uitnodigt om op de sterke vleugels van je eigen verbeeldingskracht mee te reizen in het hoofd van de schrijver en om mee op avontuur te gaan in het fantastische rijk van de verhalen. “Net als Bastiaan moet ieder mens zoeken naar het diepste verborgen verlangen in zichzelf en dit pogen waar te maken”, zegt Inèz Derksen, regisseur en artistiek leider van jeugdtheatergroep Het Laagland. “Bij Bastiaan bleek dit niet sterk, dapper of wijs te zijn, maar het verlangen om lief te hebben. Het Oneindige Verhaal is een vurige aanmoediging om het hart te volgen en om dat te doen wat je het liefste wilt, precies zoals het bij jou past. Die raadgeving geldt voor jong en oud.”

“Ooit kenden wij zelf de weg naar Fantásië”, gaat Derksen verder. “Het zou fijn zijn als we die gave niet hoeven te verliezen, ook al worden we groter. Andersom is het eigenlijk logischer: Hoe groter je wordt, hoe meer kans je hebt om je beste dromen en verzinsels waar te kunnen maken, omdat je volwassen bent geworden en het nu zelf voor het zeggen hebt wat je met je leven doet en hoe jij je eigen leven het liefst wilt leiden. Wie houdt je tegen?”

Het Laagland speelt een bewerking van de beide delen van het boek. “Dat is niet eerder gedaan. De bekende film behandelt eigenlijk alleen het eerste deel.” De theaterversie van Het Laagland werkt bijna als een sprookjesachtig prentenboek vol pop-ups, het schetst droomlandschappen die doen denken aan de magisch-realistische wereld van Dali en Magritte. “Het is een beeldtaal die jong en oud kent en herkent, een taal die licht hallucinerend werkt, waar je je in kunt onderdompelen. Het lijkt desondanks geen eenvoudige klus om tegen de filmversie op te moeten boksen. Ende probeerde destijds de eerste verfilming van zijn boek tegen te houden omdat hij van mening was dat de filmmakers het boek volgens hem onvoldoende hadden gevolgd, en alle psychologische thema’s eruit hadden gehaald. Derksen: “Onze voorstelling is ook filmisch, zodat iedereen, jong én oud, de voorstelling als een feest kan beleven.”

Voor kinderen is het leuk om de website van de groep te bezoeken, waar je onder meer vriendjes kunt worden met Foechoer de geluksdraak.

Het Laagland: Het oneindige verhaal. Te zien van ma 27 t/m wo 29 december in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hetlaaglaand.nl. Telefonisch reserveren: 0900 – 345 67 89.

Advertenties

‘Leuk om wat terug te kunnen doen’

Bas Muijs in gastrol bij Jeugdtheaterschool Rabarber

De traditionele kerstvoorstelling van Jeugdtheaterschool Rabarber speelt zich dit jaar af in het wonder-, wonderland van Alice. In de rol van Hoedenmaker treedt een oud-leerling van de school aan: Bas Muijs. “Rabarber viert dit jaar het zilveren jubileum. Daarom wou de school graag een prominente oud-leerling in de hoofdrol. Ik heb zo’n dertien jaar geleden bij Rabarber lessen gevolgd, voordat ik een rol kreeg bij Goede Tijden, Slechte Tijden. Ik vind het leuk om wat terug te doen en om mijn ervaring over te kunnen brengen op cursisten van Rabarber die nu pakweg tussen de vijftien en twintig jaar oud zijn. Voor mij is het bovendien speciaal dat mijn vriendin Sabine Vas Nunes in het stuk meedoet. Zij speelt de rol van koningin.”

Het is een wonderlijke wereld waarin Alice terechtkomt als ze het haastige, witte, sprekende konijn achterna holt. Op haar tocht door Wonderland komt ze vele merkwaardige figuren tegen, zoals de immer grijnzende Cheshire Cat, de Maartse haas en de wrede Hartenkoningin, personages met wie ze verwarrende gesprekken heeft. Het boek draait voornamelijk om de dialogen, en dan vooral om taal, etiquette, identiteit en het verschil tussen ‘zin’ en ‘onzin’. Het is aan Alice om, als enige, normaal te denken of dat althans te proberen. Als de Maartse haas haar meer thee aanbiedt, antwoordt ze dat ze niet meer thee kan nemen omdat ze nog niets gehad heeft. De Hoedenmaker merkt dan echter op dat ze niet minder maar wel meer dan niets kan nemen. Een groot deel van het boek bestaat uit dit soort verwarrende gesprekken, die nog verwarrender worden door de vele woordspelingen.

Muijs heeft heel wat voorwerk gedaan voor zijn rol. Hij heeft niet alleen het boek van Lewis Carroll gelezen maar ook de film met Johnny Depp bestudeerd. “Het is een rol waar je mee kunt uitpakken, het is bijna als een cadeautje krijgen. Het is leuk om zo’n rol groot te maken, om uitvergroot te spelen.” De Hoedenmaker komt in de vertelling twee keer, edoch in de voorstelling vaker voor. De eerste keer is hij met de Zevenslaper in de tuin van het huis van de Maartse haas als deze een theefeestje houdt. Omdat ze ruzie hebben gehad met Tijd is het er permanent theetijd. De tweede keer moet de Hoedenmaker als getuige voor de rechtbank verschijnen omdat de Hartenboer er door de Koningin van wordt beschuldigd dat deze taarten van de Koningin heeft gestolen.
“De Hoedenmaker spreekt me aan”, vertelt de acteur die ook bekend is van de tv-serie Voetbalvrouwen en tegenwoordig als presentator carrière maakt. “Het is een rare, gekke man, onvoorspelbaar in zijn bewegingen en gedachten, een man die het publiek steeds op het verkeerde been zet. Ik hou erg van zulke rollen.”

Muijs maakte onlangs zijn filmdebuut. Stiletto’s, een remake door Rob Houwer zelf van Hoge Hakken, Echte Liefde, die komend voorjaar in april gaat draaien in de bioscopen. Muijs neemt er de dubbele hoofdrol op zich die indertijd door Rijk de Gooyer werd vertolkt. Voorlopig concentreert hij zich op de rol van Hoedenmaker in Alice in Wonderland. Een avontuur dat begint met de beroemde beginregels: ‘Alice begon er schoon genoeg van te krijgen naast haar zusje aan de waterkant te zitten en niets te doen te hebben.’

Jeugdtheater Rabarber met een bewerkte  versie van Alice’s Adventures in Wonderland is van 26 t/m 31 december te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.rabarber.net. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Scrooge op reprise in Branoul

Theater Branoul presenteert tijdens de feestdagen voor de tweede achtereenvolgende keer het verhaal over Scrooge, de uiterst krenterige en humeurige burgerman uit Dickens’ Kerstvertelling. Deze keer legt acteur Bob Schwarze meer theater in het stuk dan vorig jaar.

‘Om bij het begin te beginnen: Marley was dood’. Zo begint een van de beroemdste kerstvertellingen aller tijden: Charles Dickens’ A Christmas Carol uit 1843. Hij maakte er ook een verkorte versie van die hij zelf jaar in, jaar tot in het jaar van zijn dood voorlas in uitverkochte zalen. Het verhaal over Ebenezer Scrooge, een vrek die te beroerd is om een enkele duit in het collectezakje te doen, schetst een naargeestig Engeland. Maar door de milde ironie en doordat Scrooge na een bezoek van drie geestverschijningen – die van Kerstmis in de Verleden, de Tegenwoordige en de Toekomstige tijd –zijn leven betert, maakt het verhaal tot een treffende schildering van  de miserabele omstandigheden waaronder de misdeelden het in de Victoriaanse tijd moesten zien rooien. Voor zijn verhaal putte Dickens trouwens uit zijn eigen armzalige jeugdtijd.

“Dickens is een heerlijke schrijver die ongelooflijk gedetailleerd een aantal prachtige romans heeft geschreven. Als kind genoot ik van de films die rond de kerst op de televisie kwamen, op de toneelschool was dat natuurlijk ineens veel te sentimenteel – en nu mag ik er weer van genieten.” Meer dan verleden jaar, toen Schwarze in ‘zijn’ Branoul het kerstverhaal bij uitstek ook al eens speelde, gaat hij meer op zoek naar het theater in het stuk. “De manier waarop dat gaat gebeuren wil ik niet verklappen, maar het wordt in ieder geval meer een toneelvoorstelling dan een pure vertelling.” Niettemin wenst hij de informele sfeer te behouden. “Vorig jaar waren er na afloop hapjes en kon iedereen het podium op. Dat willen we dit jaar ook weer doen.”

Schwarze ziet in Scrooge niet alleen een papieren clichémannetje, maar in hem ook een verwijzing naar ons huidige tijdsgewricht. “Iedereen is bereid in principe alles weg te geven, maar tegelijkertijd ook alles voor zichzelf behouden. En in het verhaal komt een passage voor over armelui die volgens de xenofobe Scrooge beter in een gevangenis kunnen bivakkeren dan op straat te zwerven. In een gevangenis krijgen ze immers eten voorgeschoteld, zo laat Dickens de vrek zeggen. Zo’n uitspraak is volgens mij precies van toepassing op de wereld om ons heen.”  In het verhaal lijkt Scrooge na een ontmoeting met geestverschijningen tot bekering te komen. En Schwarze reciteert Dickens: ‘Sommige mensen lachten maar wat toen ze de verandering in hem zagen; maar hij droeg de lach in zijn hart en dat was ruim voldoende voor hem.’

Een Kerstvertelling van Dickens is van zondag 19 tot en met zaterdag 25 december te zien in Literair Theater Branoul. Meer informatie: www.branoul.nl. Telefonisch reserveren: (070) 365 72 85.

 

Ode aan alle volkswijkers

Wunderbaum met Natives in Theater aan het Spui

Van de zomer maakte Wunderbaum in een Rotterdamse sloopflat Natives. Het stuk ademde het gevoel van crisis in onthutsende, gestileerde beelden, gevat in  en onder meer gebaseerd op allerlei film- en romanfragmenten. Nu is er de zaalversie.

De muziektheatervoorstelling Natives maakte Wunderbaum in enkele onttakelde slooppanden in het Zuid-Rotterdamse Pendrecht – eerst doorsnee probleemwijk en daarna achtereenvolgens gebombardeerd tot Vogelaarwijk, prachtwijk, opzoomer- en krachtwijk. Wunderbaum is een gezelschap dat bij uitstek floreert in, bij voorbeeld, een identiteitsloosmakende koopgoot, een broeierige partytent, een onttakelde industrieloods. Of een van hop- en moutbouquet doordrongen drankhol. Net zo makkelijk maakt ze dus kwartier in een rijtje ontzielde, gestripte slooppanden dat de loden kogelbal wacht. Neem het voor het Vlaams Theaterfestival 2010 geselecteerde relatiedrama Rail Gourmet. Dat werd gespeeld in een loods op een industrieterrein (Delft), maar ook in een wolkenkrabber (Rotterdam). De gekozen plekken zetten de wanhoop van de personages kracht bij in hun pogingen om in contact te blijven met de wereld om hen heen. Niettemin drijft Wunderbaum op het acteerspel van Walter Bart, Wine Dierickx, Matijs Jansen, Maartje Remmers en Marleen Scholten. Zij maken het persoonlijk parcours van hun personages tastbaar door hen een krachtige kwetsbaarheid te verlenen. Die kwetsbaarheid lijkt het antwoord van de groep op de vaak bijtende omgeving waar de groep ons in gedachten naartoe brengt.

De acteursgroep speelt graag uit de losse pols – of wekt dan toch die indruk. Eigenlijk is dat ook in Natives zo. Matijs Jansen, een van de acteurs van de acteursgroep: “Wij voelen ons altijd sterk verbonden met de omgeving waarin we werken. Toen we Natives aan het maken waren, kwamen we tot de ontdekking dat we de theatrale sfeer van Natives in Pendrecht niet zomaar zouden kunnen overplanten. Voor de zaalversie hebben we daarom buurtbewoners geïnterviewd en die gesprekken in de voorstelling verwerkt. Het is daardoor een voorstelling geworden waarin het accent meer op toneel is komen te liggen: we vertolken de rol van inwoners van Pendrecht.” De voorstelling is wat Jansen betreft een ode aan de bewoners van Pendrecht, een wijk die volgens Jansen  inhoudelijk symbool staat voor de toestand waarin talloze andere naoorlogse krachtwijken verzeild zijn geraakt. “In Den Haag zou dat bijvoorbeeld de wijk Transvaal kunnen zijn”, legt de op Haagse zandgrond geboren en getogen Hagenaar uit. In het stuk neemt de groep geleerde woorden in de mond van historicus Tony Judt, die een actuele analyse maakte van de verdeling tussen rijk en arm. “Die monoloog is wezenlijk. Die laat zien waar de huidige om zich heen grijpende armoede vandaan komt.”

Pluche
Opvallend, die move naar het comfortabele pluche van het reguliere theater. “In een theater is de spanning tussen zaal en podium doorgaans wat opgelegd”, verklaart Jansen. “Op locatie spelen vind ik, vinden wij, daarom meestal spannender. Want daar ontstaan vaak onverwachte maar inspirerende gebeurtenissen en ontmoetingen. Het steeds weer zoeken naar geschikte panden in andere steden voor een bestaande productie is trouwens ongelooflijk lastig en arbeidsintensief, en pakt bovendien de ene keer beter uit dan de andere. Denk niet dat we een aversie hebben tegen theaterzalen. We hebben anderhalf jaar terug onder de vlag van NT Gent bijvoorbeeld De Tien Geboden van Kieslowski gespeeld in een uitgebreide theatertournee.”

Ontregelend
De groep keerde pas pal voor de première van de zaalversie van Natives terug van een serie ‘docu-performances’ die het onlangs in Los Angeles maakte. Daar maakte de groep een stuk over het beeldend kunstwerk Kabouter Buttplug van de daar woonachtige beeldend kunstenaar Paul McCarthy . Het is tekenend voor de aanpak van de acteursgroep, die hen de Prosceniumprijs 2010 opleverde. Multimediaal muziektheater, gevoelstoneel, een enkel stuk dat je een buldogdrama zou kunnen noemen. En, niet te vergeten: community art. Evenmin draait Wunderbaum de hand om voor een film of een gedramatiseerd hoorspel. De groep maakt net zo lief cabaretesk getint toneel of een pure theaterballade, als een door de politieke barometer ingegeven gedramatiseerde lezing. Hun favoriete speelgrond varieert en maakt nieuwsgierig. Niet allereerst een zwarte theaterdoos of een goudomrande bonbonnière. Als Wunderbaum al de oversteek naar de theaterzaal waagt maakt ze die zich meestal eigen door de straat het theater in te halen. Zie Natives. En Wunderbaum zoekt daarbij altijd naar ontregeling. Zo kregen de bezoekers van Venlo bierpullen, leverworst en mosterd voorgeschoteld, en aan het begin van Beer Tourist een bekertje wodka.

Natives van acteursgroep Wunderbaum is op vr 17 dec te zien in Theater aan het Spui, (070) 346 5272. Meer informatie op www.theateraanhetspui.nl of www.wunderbaum.nl.

Het juiste doen, het goede niet laten

Toneelgroep De Appel speelt visuele parabel

Wat te doen als een ogenschijnlijk stilletjes op de achtergrond dreigende wereldwijde kernoorlog opeens en uitgerekend in jouw hoogsteigen achtertuin ontbrandt? Toneelgroep De Appel bewerkte dit surrealistische gegeven tot een hyperrealistisch maar komisch huiskamerdrama, geregisseerd door de talentvolle Aus Greidanus jr. When te wind blows heet het, naar de tweede zin uit een bekend Engels slaapliedje, en gebaseerd op het gelijknamige stripboek van de Britse tekenaar Raymond Briggs uit 1982, dat in Engeland als een bom insloeg en met prijzen werd overladen. Briggs maakte zijn stripboek toen duidelijk werd dat de wereld tijdens de Cuba-crisis van 1962 maar op het nippertje aan een nucleaire oorlog is ontkomen.

Bij het bijna bejaarde, typisch Engelse  burgermansechtpaar James en Hilda Bloggs is vier uur theetijd. Hun met bloemetjesbehang versierde, gelukkige maar sjabloonmatige leventje krijgt op een avond een fatale wending, ondanks of juist ten gevolge van het blinde vertrouwen in de overheid als almachtige allesweter waaraan ze zich hebben overgeleverd. Daarmee stort niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk hun leven in elkaar, al de overlevingstips ten spijt. Zelfs al komt er geen druppel water meer uit de kraan, weigeren tv en radio dienst, is de telefoon buiten werking en hangt de geur van geroosterd mensenvlees in de lucht, is hun hoop gevestigd op de komst van de reddingsbrigades naar het platteland. Maar vooraleerst moeten ze zich zeker veertien dagen schuilhouden in hun woonkamer. Daar hebben ze, door hun huiskamerdeuren in een hoek van zestig graden tegen de muur vast te schroeven, een claustrofobisch overlevingshok gebouwd, precies volgens de goedbedoelde maar evenzo naïeve en soms tegenstrijdige richtlijnen in een van regeringswege uitgegeven nucleair survivalgidsje: ‘het juiste doen en het goede niet laten’.

Milde humor
Bij De Appel zien we een met milde humor doorspekte, bijna allegorische voorstelling, waarin de elkaar zichtbaar liefhebbende oudjes geven om elkaar. Door die aanvankelijk lach, a la de tv-serie Toen was geluk heel gewoon, krijgt het stuk een extra wrange ondertoon. Een ondertoon die van wrang tot zelfs sarcastisch wordt door de ellendige rampspoed van fall-out waar ze niet aan ontkomen, zo overduidelijk te laten zien. De pijnlijke onttakeling van hun fysieke gesteldheid wordt in een mooie acteerprestatie van Hugo Maerten en Isabella Chapel – ‘Er is meer dan één bom nodig om mij omver te krijgen’ – invoelbaar gemaakt.

Het getuigt van originaliteit en durf om een stripboek als basis voor een toneelstuk te nemen. Helaas wringt er iets in deze tweede regie van Greidanus junior bij het Haagse gezelschap. Het is misschien de vrij letterlijke vertaling van de plaatjes uit het stripboek in het hyperrealistische toneelbeeld, misschien zijn het de dialogen die in een stripboek werken, maar op toneel wat clichématig uitpakken, of misschien de soms wat langdradige opbouw van het stuk, dat zich voor een deel in het aardedonker afspeelt. Greidanus verwijst in een interview naar het feit dat de bom er nog steeds is, en ‘niet zelden van zich doet spreken.’ Dat moet ik hem nageven en in die zin is de voorstellingen misschien een aanklacht. Voor Greidanus – van wie medio maart de regie Immanuel Kant van Thomas Bernhard bij De Appel in première gaat – is het echter een voorstelling over hoop, een ode aan de hoop tegen beter weten in zelfs. Die hoop heb ik er niet in kunnen ontdekken.

Toneelgroep De Appel met When the wind blows. In het Appeltheater t/m zondag 13 februari 2011. Meer informatie: www.toneelgroepdeappel.nl . Telefonisch reserveren: (070) 350 2200.

Mannen zonder eigenschappen

Musils meesterwerk op toneel

Er zijn van die bijkans heiligverklaarde meesterwerken uit de wereldliteratuur waar je maar niet aan toekomt. Cervantes Don Quichot, Goethe’s Faust, Joyce’s Ulysses, Dantes Goddelijke Komedie of Boccaccio’s Decamerone – om voor de vuist weg wat voorbeelden te noemen. Te dik, geen tijd, te virtuoos, te moeilijk misschien wel. Gelukkig zijn er toneelgroepen die zo nu en dan de monsteronderneming aandurven om die hors categorie uit de belletrie op de planken te brengen. Zoals Het Nationale Toneel, dat binnenkort Faust speelt, en het in Antwerpen gevestigde Toneelhuis van Guy Cassiers. Deze laatstgenoemde groep waagt het om Robert Musils De man zonder eigenschappen ten tonele te voeren: drie kloeke delen die bij elkaar zo’n vijftienhonderd dichtbedrukte pagina’s in kleine letters beslaan. Vaak is het werk gekenschetst als de belangrijkste roman van de twintigste eeuw. Op toneel levert het in drie opeenvolgende seizoen een drieluik op van drie verschillende voorstellingen, waarvan het eerste deel komend weekeinde in de Koninklijke Schouwburg te zien is.

Paardendiarree
In zijn onvoltooid gebleven roman, waar hij zijn hele aan is blijven schrijven en schaven, beschreef de Oostenrijkse auteur in felle, satirische kleuren en superieure taal de ontbinding van de Donaumonarchie, de ondergang van een wereld die veel lijkt op ons huidige tijdsgewricht. Citaat: ‘De grootste laagheid ontstaat tegenwoordig niet doordat men die begaat maar doordat men die laat gebeuren’, zo laat Musil een van zijn personages uitspreken. Het is 1913, Wenen. De Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, koninkrijk en keizerrijk ineen, loopt op zijn laatste benen. De hoogste Weense kringen komen bij elkaar om een memorabel feest voor te bereiden ter ere van het zeventigjarige keizerschap van Franz-Jozef in 1918, dat het glorieuze feest van de Duitse keizer moet gaan overtreffen. Ze leven in het verleden. Terwijl de straten van Wenen, haar burgerij en niet te vergeten de dieren zelf, creperen onder de vliegende tering die paardendiarree heet, knalt het langzaam maar zeker als ware het een dramatisch vuurwerk, in de richting van de Eerste Wereldoorlog. ‘Ofwel gaat ons Rijk ten onder aan parlementair gezwets, communautaire chaos en vreemde invloeden; ofwel schaart het zich achter zijn sterkste zoon en laat het zich in blind vertrouwen door hem leiden’, roept graaf Von Schattenwald in een volksrede uit, die ook zonder omwegen vandaag de dag door een Europees of nationaal parlementslid uitgesproken had kunnen zijn.

Toch is het niet de politieke ondertoon in de roman noch de voorstelling, maar eerder het fenomenale en met ironische spotternij geladen observatievermogen van Musil dat raakt, die in weergaloze, welluidende zinnen een inkijk geeft in de personages, hun standpunten en hun manipulatieve intriges – en zo hun ziel blootlegt. Het is een verhaal met de warmte van genegenheid, van de sympathie van goedbedoelende burgers en van een samenleving die angstvallig een toenemend rood gevaar tot zich ziet naderen.

Fijn acteerwerk
Als vanouds, en herkenbaar uit de tijd dat regisseur en artistiek leider Guy Cassiers het Rotterdamse Ro Theater (waar hij zich al eens waagde aan een drieluik omtrent het ‘onaanraakbare’ werk van Marcel Proust) leidde, gebruikt hij in De man zonder eigenschappen veelvuldig videobeelden. Die dienen overigens meer om een sfeerbeeld op te roepen en ter omlijsting van een voorts sober decor, dan dat ze een meerwaarde bieden. Wat vooral frappeert is het fijne acteerwerk en de bewonderenswaardige bewerking van Musils met symfonische grootsheid doorspekte werk, die tegelijkertijd Musils levenswerk doelmatig indikt als recht doet. ‘Alles wat mijn geest niet de baas kan noem ik civilisatie’, laat Musil door Diotima in de roman en ook in het stuk zeggen. ‘Ik ben er pijnlijk lang mee bezig geweest en ik heb veel gelezen, en zo ontdekte ik dat er iets in mij verloren is gegaan waarvan ik voordien nauwelijks wist dat ik het bezat: een ziel.’

De man zonder eigenschappen door Toneelhuis is op za 4 dec te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.ks.nl of T 0900-3456789.