Knikkende knieën

Edo Wijnen is adspirant, én hij is de benjamin van het gezelschap. 50 jaar Het Nationale Ballet, wat zegt hem dat? Hoe houdt hij zich als junior danser staande tussen de met sterren beklede oudgedienden van de groep?

“Yes!” Hij stráált, van top tot teen, twinkelende pretoogjes. Gisteravond danste hij in Solo, Hans van Manens huzarenstukje voor mannelijke dansers, ten overstaan van een volle bak in Arnhem. Volle bak géven moest hij ook, want de choreografie van de Nederlandse meester van de dans is nu eens een ware krachtproef, dan weer een werk dat om uiterste precisie in beheersing vraagt. Was het niet Van Manen zelf die zei dat hij zijn solo had opgeknipt en verdeeld over drie dansers omdat hij van mening was dat zijn werk anders te zwaar zou zijn?
Edo Wijnen, met negentien lentes een van de jonkies van het gezelschap, en pas in augustus vorig jaar in Amsterdam gekomen, lijkt zich moeiteloos een plek in het ensemble van Het Nationale Ballet verworven te hebben. Dat hij als adspirant de zegen van Van Manen en de artistieke staf heeft gekregen om Solo te dansen spreekt boekdelen. “De voorbereidingstijd was kort, dus heb ik het snel moeten instuderen. Ik stond met knikkende knieën in de coulissen, maar het ging goed.”

Edo is geboren en getogen in de Antwerpse gemeente Deurne, en deed in zijn jonge jongensjaren aan voetbal, tennis – en wat niet al. Zijn moeder werkte in een dansschool en nam hem op een goede dag mee. “Van het een kwam daarna het ander. De directrice zei dat ik maar eens auditie moest gaan doen voor de Koninklijke Balletschool van Antwerpen. Ik werd aangenomen, maar moest toch nog even nadenken, want mijn ouders vroegen zich af of je met een dansdiploma wel een goede toekomst tegemoet zou gaan.” Meteen na zijn afstuderen kon hij aan de slag bij Het Nationale Ballet. Als adspirant, onder aan de ladder dus. “In het begin moest ik erg wennen. Ik kwam net van school, en was daar de oudste en behoorde tot de betere. Maar nu heb ik mijn plek wel gevonden in de groep. Het was wel even slikken, want Het nationale Ballet is een grote company, met veel erg goede dansers. Volgend jaar ben ik éleves en daarna ga ik naar het corps de ballet, zo is tenminste de bedoeling. Solist zijn interesseert me niet zo. Als ik maar goede rollen krijg – en daar is de rang die je inneemt dan wel weer belangrijk voor.”

Het leven van een beroepsdanser hangt grotendeels aaneen van trainen, repeteren, optreden en opnieuw trainen. Ook voor Edo. “Ik ben vrijwel iedere dag van tien uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds bezig. Natuurlijk, je bent voorbereid op het harde werken. En op school was het in zekere zin zelfs zwaarder dan hier. Op school moesten we elke dag variaties en pas de deux’ doen, van maandag tot en met zaterdag. Hier is het zo dat je een of twee maanden aaneen heel extreem wordt belast, maar is er daarna een maandje waarin wat minder van je gevergd wordt. Het inspanningsniveau is hier wisselend, en daarmee anders voor je lichaam. Op school was je maanden aaneen aan een stuk bezig. Hier loopt alles door elkaar. Dat is voor mij als jonge danser nog wel eens moeilijk om van het ene op het andere moment te moeten switchen tussen heel verschillende stijlen.”

De oudere garde onder de dansers wil nog wel eens geringschattend spreken over de huidige generatie jonkies, als zouden ze de laatstgenoemden het tegenwoordig maar wat makkelijk hebben. “Daar kan ik niet over oordelen. Ik heb er werkelijk geen idee van hoe het leven van een danser 20 jaar geleden was. Ik kan me voorstellen dat het toen harder was, omdat er in die tijd misschien minder rekening werd gehouden met de belangen van een danser. Soms moesten ze dertig keer avond aan avond een pittige Notenkraker doen. Dat is nu anders, en ook zijn tegenwoordig de omstandigheden om te dansen en de voorzieningen eromheen verbeterd. Nu is massage binnen handbereik, zijn er voedingsprogramma’s voorhanden, en kun je in ‘huis’ fitnessen. Dat zal vroeger best anders geweest zijn.”

Dansen vindt hij ‘leuk om te doen’. Edo: “Ik vind het plezierig om te bewegen. Het is de combinatie van het verleggen van grenzen en extremen die je uit je lichaam moet halen, en hetgeen je bij het publiek teweeg kunt brengen. Ik herinner me nog het eerste optreden op de balletschool. Ik voelde de energie en de zindering bij de mensen, de sfeer en entourage rond het theater. Hiermee kan ik gelukkig worden voor de rest van mijn leven, dacht ik toen, dat was mij meteen duidelijk.” Een soortgelijk gevoel overkwam hem bij het concours <<naam concours>>. “Daar kwam alles samen. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld als toen. Maar ik probeer me iedere keer weer helemaal te geven, en dat valt nog lang niet altijd mee. in de moderne werken moet je je bijvoorbeeld overgeven aan de choreografie en je de controle durven verliezen. Maar niet helemaal natuurlijk,dat is juist het moeilijke. Op dit moment repeteert hij voor Dawsons nieuwe werk timelapse/(Mnemosyne), waarin hij voor de eerste cast geselecteerd is. “Het werk wordt hier in huis gemaakt, en dus moet er veel uitgeprobeerd worden. Dat is extra inspannend natuurlijk.”

Vijftig jaar Het Nationale Ballet, dat zegt hem wel wat. “Dat is al een tijdje hè?”, lacht hij zijn tanden bloot. “Als je een beetje in de balletwereld zit, dan weet je dat Het Nationale Ballet een vooraanstaand gezelschap is, eentje dat een naam heeft opgebouwd. Het wordt tot de grote dansinstituten gerekend. In de korte tijdspanne van 50 jaar is heel wat bereikt, zeker als je bedenkt dat bijvoorbeeld het Bolsjoi, Parijs en Londen daar zeker honderd jaar over gedaan hebben.”

De huidige bedreigingen die op het gezelschap afstevenen beziet hij met een nuchtere blik. “Een klassiek-romantisch ballet als Giselle kun je nu eenmaal niet met maar een paar dansers doen. Want dat ziet er gewoonweg niet uit. Ja, je kunt natuurlijk dansers gaan inhuren, maar dan holt de kwaliteit waarschijnlijk snel achteruit, en dat is niet goed voor de naam.” Of hij dan weggaat? “Dat is een moeilijke vraag. Het ligt aan de kansen die ik krijg, aan mijn eigen ontwikkeling en aan de situatie die zich te zijner tijd voordoet. Ik had ook kunnen dansen bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, ik kon kiezen, maar dat is een veel kleinere company en ze hebben veel geldproblemen. Bovendien wilde ik wel de wijde wereld in en stelde Ted Brandsen, die ik van concoursen kende, veel vertrouwen in mij. Ik hoop dat de Het Nationale Ballet kan doorgaan op de huidige voet. Dat zal nog lang niet gemakkelijk zijn.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s