Toneel als een vloer van pindakaas

Nationale Toneel speelt ‘Pinter’ in regie van Susanne Kennedy

Er overkomt je altijd wat in de absurdistisch getinte stukken van Pinter, net als in de immer wondere regies van natuurtalent Susanne Kennedy. Een onverschillig, roerloos toekijken is in beide gevallen vrijwel onmogelijk. Als Susanne Kennedy een ‘Pinter’ regisseert, dan kun je er dus bijna zeker van zijn dat er iets bijzonders te gebeuren staat.

Als op driekwart van de voorstelling voor zowat de 86e keer achtereen bloedeloos en eentonig het Engelse verjaardagslied For he’s a jolly good fellow wordt aangeheven en de toekijker aldus tot het uiterste is getergd, ontstaat onweerstaanbaar de neiging om geërgerd van je af te slaan, van je af te bijten, op te staan en weg te lopen; ófwel maakt de verwondering voor zoveel geregisseerde herhalingsmomenten plaats voor bewondering vanwege de compromisloos en radicaal doorgevoerde vondsten. Vóór of faliekant tegen Kennedy. Iets ertussenin is bijna niet mogelijk.

Absurd, gewelddadig, politiek geëngageerd: Het Verjaardagsfeest (1957) zette de toon voor een hele generatie toneelschrijvers. Nobelprijswinnaar Harold Pinter’s avondvullende debuut kostte hem destijds bijna meteen weer de kop als toneelschrijver. Critici begrepen er niets van en brandden het finaal af. Pas na jaren werd de betekenis van dit vernieuwende meesterwerk onderkend. Inmiddels wordt het beschouwd als een moderne klassieker.
In het stuk zien we een aan lager wal geraakte man die logeert in een vervallen pensionnetje. De logé is jarig. Dat zegt in ieder geval zijn hospita (een rol van een sublieme Ariane Schluter). Maar gek genoeg ontkent de huurder dat. Bovendien zit hij helemaal niet te wachten op een verjaardagsfeest. Als twee sinistere mannen komen logeren, staan deze erop voor hem een verjaarspartijtje te organiseren. Het mondt uit in een bacchanaal en eindigt in een luguber blindemanspelletje. De dag erna wordt de logé door beide mannen weggevoerd, richting een onbestemde plaats.

Waanzin
Tachtig procent van de toneelliteratuur draait om (de gevolgen van) waanzin. Zo ook in Het Verjaardagsfeest. Voordat Pinter rond zijn dertigste de Pinter van de schrijnende dialoog werd, was hij volgens velen een tweedehands Beckett en een Kafkaïaan met te veel Kafkaïaanse trekjes. Maar tegenwoordig  staat het absurdisme in zijn vroegste werk op gelijke voet met dat van de beide eerder genoemde schrijvers.

In een Pinter draait het bij uitstek om wat níet wordt gezegd. In een zogeheten Pinteresque toneelscène praten personages langs elkaar heen, kantelt en draait hun wereld onophoudelijk, en wemelt het van de raadsels. Elk personage is overtuigd van zijn of haar werkelijkheid, van het eigen gelijk. Daarom vinden mensen elkaar nooit en zijn ertoe veroordeeld vreemden te blijven voor elkaar. Personages van Pinter voelen zich bedreigd door de macht die anderen op hen uitoefenen – door de taal.

Ledenpoppen
Bij Kennedy is de door Pinter voorgeschreven ruimte een kijkdoos, een tv als het ware, met high definition surround geluidsboxen die demonstratief vóór die doos zijn opgesteld. Het is alsof we kijken naar een gezellige aflevering uit een ‘big brother-huis’, en lijken daardoor te gluren naar onszelf – uiteraard: theater is een spiegel. De spelers in die kijkdoos bewegen en praten als ‘over-acterende’, mechanische, cartooneske ledenpoppen, kijken wezenloos uit de ogen, lijken van sjablonen te zijn overgetrokken, en zien er daarom uit als steriele, seksloze zombies. Die ingrediënten werken op elkaar in en hebben een uiterst vervreemdend effect tot gevolg, een gevoel dat wordt versterkt door de spraak elektronisch door te geven.  “We bevinden ons”, zei Harold Pinter ooit, “allemaal in zo’n vervreemdende situatie. We zitten met z’n allen in een kamer en buiten heerst de wereld die onverklaarbaar is, dreigend, bedenkelijk. We zitten daar met een naamloze en geheime angst te wachten.”

Met Susanne Kennedy heeft het Nationale Toneel het grootste regietalent van de laatste jaren in huis. Haar voorstelling Emilia Galotti is intussen uitgekozen voor het Theaterfestival 2011 en ze gaat binnenkort bij de Münchner Kammerspiele van Johan Simons aan de slag.

De door Kennedy geregisseerde voorstellingen zijn ‘unheimisch’, zoals zij het zelf noemt, wondere bouwsels, als legpuzzels bijna, die, voor wie zich openstelt, een gelukzalig leggen tot gevolg heeft. Wat Kennedy in principe doet is vergelijkbaar met wat choreograaf William Forsythe in de dans tot stand bracht: de klassieke ballettechniek deconstrueren, en deze met respect voor het aloude tot uiterste oprekken totdat spectaculaire, ultramoderne vormen ontstonden. Net als bij Forsythe komt bij Kennedy de inhoud voort uit de vorm, waar dat doorgaans in omgekeerde volgorde plaatsvindt . Het is een vorm die verbaast, die prikkelt, uitdaagt en niet loslaat. En dat zijn in essentie de eigenschappen die veel opmerkelijke kunst tot gevolg heeft, van Damien Hirsts schedel vol glinsterende edelstenen tot Wim T. Schippers’ gladgestreken pindakaasvloer.

Het Verjaardagsfeest door het Nationale Toneel is tot en met 18 juni te zien in het NT-gebouw. Meer informatie: www.nationaletoneel.nl. Reserveren: 0900 – 3456789.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s