‘Economie is de religie van deze tijd’

Theatergroep Drang over woekerrentes en piramidespelen

Tentenkampen. Protest. Arabische lente, monetaire crisis. Boosheid in Cairo, New York, Madrid, Athene, Den Haag. De almachtige graai- en bonussencultuur moet een halt toegeroepen worden. De Haagse Theatergroep Drang maakt er een actueel en geëngageerd theaterspektakel over : MacMadoff, dat in de kern gaat over Bernard Madoff, de man die wegens oplichterij liefst 150 jaar gevangenisstraf opgelegd kreeg. In het New Yorkse Manhattan is een theatervoorstelling over deze meesteroplichter al uitgegroeid tot een publiekssucces.

Drang speelt het stuk in een leegstaand pand in het hartje van de stad, op het nieuwbakken, maar aardig door leegstand getroffen winkelwalhalla Haagsche Bluf. In het stuk smeedt Drang het klassieke koningsdrama Macbeth van Shakespeare en teksten van eigen hand over de Amerikaanse meesteroplichter Bernard Madoff ineen tot een actueel verhaal over grenzenloze geldzucht en hersenloze machtshonger.

Door ‘Ponzi’, Madoffs destructieve en 65 miljard dollar verslindende piramidespel, raakten duizenden mensen hun leven lang financieel gedupeerd. Onder de slachtoffers bevindt zich ook een van zijn zoons, die zelfmoord pleegde, onder meer omdat hij door de Amerikaanse rechtsvervolger op een gegeven moment als medeplichtige aan het frauduleuze spel van zijn vader werd beschouwd. Madoffs praktijken bleken de bijl aan de wortel van het van ‘systeembanken’ aan elkaar hangende financiële bestel te zijn: even later viel de ‘financieel dienstverlener’ Lehman Brothers om, en nog een moment daarna viel plots het bancaire systeem wereldwijd aan diggelen.

De gelouterde toneelspeler, tv- en filmacteur Esgo Heil neemt in MacMadoff de rol van de inmiddels tot 150 jaar cel veroordeelde meesteroplichter op zich. Heil, met zijn vingers ongeduldig tikkend op de tafel als om zijn woorden kracht bij te zetten: “Eigenlijk is het project ‘Europa’ ondertussen ook uitgelopen op één groot ‘va banque’-piramidespel. Terwijl het koninkrijk der banken nog altijd heerst, woekerbonussen aan de orde van de dag zijn en zoals voorheen nog altijd zijn gestoeld op een onuitputtelijk lijkende geldberg met bijbehorende macht. De bankiers en beurshandelaren beteugelen vandaag de dag vanaf hun apenrots nog steeds de levens van hun onderdanen en dicteren en passant het achterhoedegevecht dat politiek wordt genoemd. De economie is de religie van deze tijd, met de aandeelhoudersvergadering als de hoogmis”.

“In de voorbije duizenden jaren aan mensengeschiedenis,” zegt Heil niet zonder gevoel voor dramatiek, “zijn hebzucht en machtshonger altijd een aantrekkelijke, maar licht ontvlambare cocktailmix gebleken. De geschiedenis herhaalt zich keer op keer, en niemand die het lijkt te zien. De mensheid lijkt geneigd tot permanente domheid. In het ‘geval Madoff’ waren inhaligheid en klassiek machtsdenken de aanloop tot de recente trits kredietcrises die over ons is neergedaald.”

De machtswellust van Bernie Madoff, zijn gevallen koninkrijk, en de gedupeerden van zijn wanpraktijken – ze vertonen overeenkomsten met de op ware historische feiten en wandaden gebaseerde Macbeth van Shakespeare. In deze, vaak als ‘ongeluksstuk’ aangeduide, tragedie komt de ware aard van mensen naar boven als Macbeth’ schrikbewind zichtbaar op wankelen staat. “Wie is dan nog loyaal, en wie pleegt verraad,” schetst Heil het verloop van de voorstelling.

MacMadoff is geschreven door Ton Theo Smit en wordt geregisseerd door Lucienne van Amelsfort, met wie Smit samen de artistieke leiding van Drang vormt. Een fascinerende, poëtische tekst, volgens Heil. “Het stuk laat op humoristische maar bloederige wijze zien hoe onmenselijk ver mensen gaan om hun eigen hebzucht te bevredigen. Het stuk houdt ons bij wijze van nar een spiegel voor, zoals Brecht dat met zijn stukken ook deed.” Drang doet dat op zijn eigen wijze, en met een liefst dertienkoppige cast. En vanuit een vastgoedpaleis dat enige vergane glorie niet kan verhullen, waarvan de gevel een kitscherige replica is van bekende het art nouveau-pand van J.W. Bosboom aan de Denneweg. “Het wordt letterlijk een denderend stuk, als een rollercoaster die soms zelfs eventjes uit de bocht vliegt”.

Intussen lijken theatermakers in Nederland ruw-aan wakkergeschud door de botte bezuinigingsbijl van minister van Cultuur Halbe Zijlstra. Er staan voorstellingen op de rol waaruit meer actueel maatschappelijk engagement spreekt: over de Endstra Tapes, over de Heineken-ontvoering, over de ondergang van ABN/Amro door het Nationale Toneel. En nu dus Drang, dat altijd al voorstellingen maakte vanuit een zekere hang naar theatraal politiek commentaar.

Theatergroep Drang speelt MacMadoff van za 29 oktober tot en met zo 27 november in Haagse Bluf 43. Reserveren: reserveringen@drang.nl of T (070) 3464645. Meer informatie op http://www.drang.nl.

Verdwijnen in oneindigheid

Peter Tuinman als gruwelmoordenaar in Het Gouden Ei

‘Toen hij naar de kleine ingang liep om zijn postbus te legen, kwam er, met half opgeheven hand en hem recht aankijkend, een man naar hem toe. Een ongeveer vijftigjarige heer, rijzig en goedverzorgd, aangenaam en tegelijk gebiedend. (…) Rex’ hart begon geweldig te bonzen, zoals de keren dat hij een film van een echte executie had gezien. En toen herkende hij hem.’

In de literaire thriller Het Gouden Ei beschrijft auteur Tim Krabbé het moment waarop Rex na een zoektocht van acht jaar plotseling oog in oog staat met Lemorne, de man met de mitella, van wie even later blijkt dat hij alles met de raadselachtige verdwijning van zijn toenmalige levensgezellin te maken heeft. Het is ook het begin voor de toneelversie van de ijzingwekkende, en ooit als Spoorloos verfilmde vertelling, waarin Peter Tuinman de rol van Lemorne voor zijn rekening neemt. Tuinman: “Lemorne is een man die gefascineerd en gebiologeerd is door de gedachte hoe ver je kunt gaan in het daadwerkelijk ten uitvoer brengen van wat alleen nog een min of meer onwillekeurige gedachtenflard is. We hebben, denk ik, in een opwelling van uiterste emoties allemaal weleens een boze daad willen plegen, een daad waarvan je uiteindelijk terugdienst als je de werkelijke consequenties onder ogen ziet, maar deze Lemorne gaat wél verder. Hij brengt de in hem  woekerende obsessieve gedachten over het slechte in de mens en in hemzelf met uitgetekende precisie in praktijk. En eigenlijk wil hij alles wat hem niet logisch voorkomt voorgoed laten verdwijnen in de oneindigheid”.  Het mondt in het boek en in de voorstelling uit in een krachtmeting tussen Lemorne en Rex, en in feite ook tussen Tuinman en zijn tegenspeler in dit stuk, Victor Löw. “Je moet een balans vinden tussen het spelen van een gek die ook je buurman kan zijn, maar ook in het hoofd durven kruipen van een dergelijke moorddadige man: wie is die op het oog vriendelijke man?  Tegelijk moet ik Rex – Victor Löw dus – de ruimte gunnen om geloofwaardig en als een bijna willoos lokaas te dienen, dat onontkoombaar zijn noodlot tegemoet gaat. Rex voelt zich weliswaar na al die jaren van naspeuringen naar de verdwijning van zijn geliefde rijp voor de ongelijke strijd die hij met Lemorne moet gaan voeren, maar weet bij voorbaat dat hij die nooit kan winnen”.

Tuinman noemt het stuk ‘Pinteriaans’ van opbouw. “We beginnen met wat in het boek het einde is en graven zo terug in de tijd. Het is voor regisseur Léon van der Sanden geen sinecure geweest om het boek te bewerken tot een coherente en spannende toneelvoorstelling, maar ik denk dat we erin geslaagd zijn om de emoties van de personages invoelbaar te maken. Emoties die soms ook raken aan actuele gruwelmoorden om ons heen”, zegt Tuinman, die nog vorig seizoen in de Brechts Dreigroschenoper van het Nationale Toneel speelde. “Het Gouden Ei spelen we met z’n vieren en speelt zich af in een erg ruimtelijk decor. Die ruimtelijkheid verbeeldt het angstbeeld van Saskia, de vriendin van Rex, toen zij zich door hem alleengelaten voelde, en hem vertelde dat ze zich voelde alsof ze in een gouden ei door de oneindigheid van de ruimte moest voortbewegen zonder ooit dood te kunnen gaan, maar ook zonder enige kans op een ontmoeting of botsing in de onmetelijkheid van de ruimte, een ontmoeting die eenwording zou betekenen.” Twee videoschermen en een uitgekiend geluidsbeeld helpen mee om de voorstelling in de ziel te etsen. “Spel, beeld, decor en geluid zijn echt een eenheid in deze voorstelling. Dat is de kracht van dit stuk: de perfecte bewerking”, aldus de inmiddels 20 jaar in Den Haag woonachtige Fries.

Het Gouden Ei is op za 29 oktober en vr 30 december te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.kotheaterproducties.nl en www.ks.nl. Telefonisch reserveren: 0900-3456789.

Lampen in dialoog met een piano

Eerste deel van serie Muziek als … in Theater Zeebelt

In Theater Zeebelt vindt zaterdag de eerste aflevering van een serie van drie plaats: Muziek als licht.

In een huiskamersetting gaan lampen een dialoog aan met de piano alsof het muziekinstrumenten zijn. In de serie Muziek als … lijkt alles mogelijk. Een muziekcompositie bijvoorbeeld voor piano’s, cassettespelers, een spiegel en lampen.

Het discobeest bij uitstek leeft nog altijd een glorieus bestaan: het lichtorgel. Lichten die knipperen op de maat en de geluidssterkte van muziek. Maar er is ook een app waarmee je een brandende kaars op je mobiel tovert, en als je spreekt of blaast in de richting van die telefoon, van voren of van opzij, zal de vlam van de kaars wijken of zelfs uitgaan. Voor iedereen binnen handbereik.
Muziek als licht is dus niets nieuws. Ga je in de geschiedenis van de serieuze muziek wroeten, dan kom je al snel uit bij Edgar Varèse, de Franse componist uit de vorige eeuw die de uitvoeringsruimte op gelijke voet stelde met de muziek. Zijn in 1957 in Eindhoven tot stand gekomen en in het Philips Paviljoen tijdens de Wereldtentoonstelling 1958 in Brussel met behulp van 400 luidsprekers uitgevoerde compositie Poème électronique, wordt als de eerste beschouwd waarin architectuur, film, gekleurd licht en muziek tot een geheel samenvloeien. Dat wil zeggen: in de moderne tijd. Want voorheen had Wagner natuurlijk al het ‘Gesammtkunstwerk’ uitgevonden, met onder meer eisen ten aanzien van de lichtvoering.

“Een vaak geciteerde definitie van Edgard Varèse is dat muziek ‘georganiseerd geluid’ is”, zegt de Argentijnse musica Cecilia Arditto, componiste en artistiek leider van initiator Stichting Plan B. “Muziek als een uitvoerende kunst is al theatraal van zichzelf. In onze optiek is muziek niet alleen georganiseerd geluid, maar ook licht, kleuren, objecten, woorden, bewegingen. Op deze manier kunnen buitenmuzikale bronnen worden veranderd in muziek: een muziek van gebaren, van licht, van beelden en van objecten. Aan- en uitgaande lampen zullen verschillende theatrale effecten opleveren, sommige humoristisch, andere poëtisch”. Elke lichtbron wordt benaderd als een muziekinstrument en deze gaat een dialoog aan met de piano. “In aanvulling hierop zal de korte animatiefilm Mandala Boogie Woogie, geïnspireerd op Mondriaans Victory Boogie Woogie van Jorge Lumbreras, speciaal voor dit doel gecomponeerd, drie keer met verschillende muziek worden vertoond”.

Plan B
Stichting Plan B is opgericht in Amsterdam door Argentijnse en Nederlandse kunstenaars. “We werken samen met een uitgebreid netwerk van kunstenaars in Argentinië, Nederland en andere delen van de wereld. Met ons kantoor in Amsterdam en een filiaal in Buenos Aires brengen we samenwerkingsverbanden over en weer tot stand, waarin een intensieve dialoog gevoerd wordt tussen diverse kunstenaars en disciplines.  Verder willen we weinig uitgevoerde stukken voor het voetlicht brengen. We zijn geïnteresseerd in het delen van uiteenlopende standpunten over kunst, zonder daarbij in nationale clichés te vervallen”.

“De voorstelling maakt deel uit van de reeks Muziek Als … en is bedacht door Stichting Plan B. In de reeks staat een verfrissende benadering van kamermuziek centraal. Muziek Als…  is een cyclus van drie concerten in de vorm van een minifestival, en gaat over het ontdekken van diverse theatrale aspecten van kamermuziek”. De gehele concertserie is geïnspireerd op nostalgie voor lowtechapparaten, zoals voor de pianola. Met dit soort apparaten worden nieuwe mogelijkheden bij de enscenering van theatrale muziek verkend. “De filosofie achter deze flexibele opzet is: prioriteit geven aan ideeën boven techniek. De gehele cyclus ademt een zweem van nostalgie voor lowtech, als een grote bron van inspiratie en creativiteit voor theatrale mogelijkheden, onder het motto: less is more”.

Muziek als … licht door Plan B is op za 22 oktober, 20.30 uur te zien en te horen in Theater Zeebelt. Meer informatie: www.zeebelt.nl en www.muziekals.com. Telefonisch reserveren: (070) 3656546.

Een nachtmerrie in een spookhuis

Alice Cooper trakteert op bizar gezinsuitje in Zoetermeer

Zijn theatrale live shows zijn legendarisch: een guillotine, een levende boa constrictor en zelfs een gereedstaande elektrische stoel stonden voor hem klaar op het podium. Wat bezielt een fenomeen van 63 om avond aan avond een vette zwarte kring rond zijn ogen op te brengen? Rockbeest Alice Cooper doet bijna ieder jaar wel ergens een ‘wereldtournee’. Deze keer doet hij ook Nederland weer eens aan, Zoetermeer om precies te zijn.

Een in witte nevelslierten gehulde maar werkzame guillotine, afschrikwekkende ijzeren hakbijlen waarmee meloenen werden opengespleten, een elektrische stoel, een sissende boa constrictor met gespleten tong en rondrennende kippen die de kans liepen om levend gevild werden – ziedaar een deel van de bizarre, monsterlijke attributen die rockbeest Alice Cooper in de seventies voor zijn theatrale live horrorshow het podium op sleepte. Een kenmerkende, androgyn lijkende en Dracula-achtig aandoende uitmonstering, dik opgebrachte zwartgeverfde kringen om de ogen die in dunne vogelspin-achtige lijnen naar alle zijden uitwijken. Vanuit zijn mondhoeken druipen eveneens twee dunne zwarte lijntjes, opgebracht met koolstofpotlood, naar beneden lopend.

Alice Cooper – vernoemd naar een zeventiende-eeuwse heks – was mijn eerste jeugdheld, en tuurlijk, hij was in- en inslecht. Het gulpend kwaad in levenden lijve. Elf, of tien misschien, was ik toen ik op mijn kinderfiets en geheel op eigen gelegenheid vanuit het zestig huizen tellende gehucht waar ik woonde naar het niet meer dan drie kilometer verderop gelegen naburige en in mijn ogen mondaine Midden-Limburgse dorpje tufte waar wél een platenzaak was, en daar van mijn zorgvuldig gespaarde zakcentjes mijn allereerste elpee kocht: het album Killer van Alice Cooper, ter compensatie misschien wel van het eerste singletje: Let’s Dance van The Cats. Killer dus, met op de hoes zo’n boa, tegen een bloedrode achtergrond. Even later kwam School’s Out uit – in een gelimiteerde oplage met een slipje als binnenhoes – en die hitsong werd al snel hét volkslied bij uitstek bij het al te opzichtig niet-willende, niet-wetende, recalcitrante, protesterende en nietsnutterige tienerpubliek – destijds en nog altijd.

“Ik wilde met Alice Cooper een tijdloos personage creëren”, zegt de als Vincent Furnier (‘Zeg maar Alice’) geboren rockster, “een protagonist in de geest van Batman, Superman, Spiderman en Dr. Jekyll & Mr. Hyde.” Kennelijk is dat goed gelukt, want ook tegenwoordig komen tieners met identieke zwarte kringen om hun ogen naar z’n concerten , waar dan ook ter wereld. “En ze zingen dan al m’n hits van de seventies, van de jaren negentig en van het laatste decennium uit volle borst en uit het blote hoofd mee”. Een rockhorrorshow als gezinsuitje. “Ik ben 63, maar ik vind het gaaf om te zien hoe tieners, vaders en moeders, opa’s en oma’s bij elkaar komen om naar mijn show te kijken en een prima avond beleven. Iedereen denkt dat ik het ‘evil’ in persoon ben, maar ik heb een gezin en kinderen, en ik rook en drink al dertig jaar niet meer, en gebruik geen drugs. Precies, sinds de song How you gonna see me now van de elpee From the Inside. Ik voel me nu fitter dan ooit. Moet ook wel als je jaar in jaar uit op tournee bent, en de conditionele aanslag die de shows op me plegen. Want die zijn nog altijd erg theatraal van opzet.”

Alice Cooper – eerst was er de band en pas daarna nam hij die als zijn artiestennaam aan – is de man die als eerste van pure rock zinderend theater maakte. Mijn liefde voor theater is door hem ontstaan. Natuurlijk: The Who had Tommy, David Bowie creëerde zijn alter ego Ziggy Stardust, en Ozzy Osbourne roerde ook toen al de trom, maar Alice Cooper wist anders dan de anderen aan zijn figuur eeuwigheidswaarde mee te geven door zijn gevreesde uiterlijk als buitenissig slangenmens te combineren met een compacte muzieksound, een klank die gebaseerd is op aller-eenvoudige gitaarlicks. Opvallende en goed klinkende shockrockmuziek verpakt in, toen al, uiterst visuele clips en live podiumoptredens. “Iedereen die vijftien is wil Smoke on the water van Deep Purple kunnen spelen op z’n gitaar. Maar ik merk dat jongeren ook graag míjn songs kopiëren.”

Verleden maand bracht hij zijn 27e album uit, getiteld Welcome 2 my nightmare. Min of meer een vervolg op de elpee Welcome to my nightmare uit 1975. Voor deze elpee heeft hij opnieuw samengewerkt met producer Bob Ezrin, de man die begin jaren zeventig de sound van Alice Cooper bedacht, een man die ook verantwoordelijk is voor, onder meer, Lou Reed’s Berlin. “We begonnen een halfjaar geleden aan het nieuwe album en alles verliep zo soepel dat we de elpee nu al konden uitbrengen. Toen we deze wereldtournee aan het voorbereiden waren, kon ik niet bevroeden dat alles zo snel zou gaan. Daarom heet deze tour de No More Mr. Nice Guy Tour.” ‘n Afscheidstournee kennelijk, gezien het ‘no more’ in de titel? Alice Cooper: “Nee hoor, een nieuwe tour is al in de maak.” No More Mr. Nice Guy is uiteraard een van de songs die op de zo’n 25 songs tellende setlist staat, en die verder nóg vele golden oldies vermeldt, plus een mix van recent en nieuw werk. “Mijn eigen persoonlijke favoriete song aller tijden? Dat is moeilijk kiezen natuurlijk, maar ik ben zelf dol op Might as well be on Mars, van het album Hey, Stoopid. Nee, dat nummer spelen we niet. Volgende tour misschien.”

Alice Cooper: No More Mr. Nice Guy – wereldtournee. Te zien op zondag 23 oktober in Silverdome, Zoetermeer. Meer informatie: http://alicecopper.com en www.cultuurpodiumdeboerdrij.nl.

Merkentrouw

Het merk ‘Balanchine’

Een merk is een woord, afbeelding, geluid of kleur waarvoor geldt dat een merkhouder het als enige mag gebruiken binnen. Het kan ook gaan om grafische voorstellingen, tekeningen, letters, cijfers, vormen van waren of verpakking. George Balanchine (1904-1083) is in die zin te beschouwen als een merk.

‘Ballet is een vrouw’, is een van de meest opgetekende, vaak misverstane én tegelijkertijd gevleugelde uitspraken van George Balanchine, alias Mr. B. Toch maakte hij ook pure mannenballetten. Zijn werken hadden vaak het karakter van een negentiende-eeuws divertissement, en hij tekende voor talloze showballetten – maar hij creëerde ook verhalende werken. Hij hield van abstracte, soms grillige, en doorgaans in een razend uptempo uitgevoerde muziekballetten met een gecompliceerd lijnenspel. Zijn symfonische creaties lijken op monumentale, bijna architectonische werken – hoewel hij als amuseur pur sang ook een polka voor vijf circusolifanten in elkaar zette.

Met een been dat hij uitstrekte naar de negentiende eeuw – hij kon als rasecht en flamboyant Sint-Petersburger vrijwel direct en tot op de bodem putten uit het enorme reservoir aan bewegingsarsenaal van die tijd en dan met name van dat van Marius Petipa – terwijl hij in staat was het andere naar believen als een inktvis te laten kronkelen, is Balanchine een erkend meester, eentje van het soort dat zichzelf voortdurend opnieuw uitvond. Kameleontisch kun je hem noemen, een romanticus welzeker, maar hij was ook een voortdurende en veeleisende bron van inspiratie en van wanhoop voor zijn vaak geniale dansers, die van hem o zo vaak onmogelijke en brekenbenende toeren moesten uithalen.

De signatuur, de essentie van Balanchines werk laat zich moeilijk in een enkel woord, begrip, term of beschrijving vatten. Om op de uiterst gevarieerde en uitgebreide intellectuele erfenis toe te zien en het genie van zijn werk levend te houden, werd daarom in september 1983, vijf maanden na zijn heengaan, de Balanchine Foundation opgericht. De stichting organiseert projecten en verzorgt publicaties die de blik op Balanchine moeten verrijken, verfijnen dan wel vervolmaken. Een van de eerste wapenfeiten van de Foundation was de uitgave van een ‘woordenboek’. Balanchine zelf sprak in zijn laatste levensjaren vaak over een begrippenbijbel van zijn techniek, als een visueel referentiekader. Meer dan negen uur aan videomateriaal dat voorhanden was uit repetities en discussies werd door de foundation in deze zogeheten Balanchine Essays toegankelijk gemaakt.

Balanchine was naast een uitmuntend choreograaf ook een man die veelvuldig nadacht over het wezen van de dans: “We moeten ons realiseren dat dans in de eerste plaats een geheel autonome en onafhankelijke kunstvorm is en niet hoofdzakelijk een uitvoerende. Ik ben van mening dat dans een van de grote kunsten is. Het belangwekkende in ballet is de beweging zelf. Een ballet mag een verhaal vertellen, maar het visuele spektakel is essentieel. De choreograaf en de danser moeten voor ogen houden dat ze het publiek via het oog bereiken. Het is de illusie die het publiek overtuigt, zoals ook een tovenaar of goochelaar dat weet te doen.”

Balanchine ging er prat op dat hij eerder als een ambachtsman, een handwerkman zou worden gezien dan als een creator. Hij vergeleek zijn werk dan ook met dat van een kok, een schrijnwerker of een houtbewerker, trouwens hobby’s van hem.

Volgens de erfgerechtigden bleek de stichting alleen niet toereikend voor het bewaken van het merk Balanchine. Daartoe werd vijf jaar na de Foundation de Balanchine Trust in het leven geroepen. De Trust is de rechthebbende beheerder en geeft licenties uit voor het uitvoeren van Balanchines werk. Ook stelt de Trust hoge standaardeisen aan de uitvoering van een verkregen werk. Het bewaken gebeurt letterlijk: als een gezelschap al voor een licentie in aanmerking komt dan gaat dat gepaard met het verplicht inhuren van balletmeesters en repetitoren van de Trust. Die is daardoor in staat om perfect de artistieke integriteit van Balanchines werk te conserveren. En ook al is het werk al eens bij een gezelschap in première gegaan – dan nog komt er iemand van de Trust om erop toe te zien dat de kern en detail van Balanchines werk onaangetast blijft.

Is het in de popmuziek vaak zo dat de nalatenschap in de vorm van het bezit van rechten door erfgerechtigden ontaardt in het bij wijze van een onuitputtelijke melkkoe uitventen ervan – zo niet bij George Balanchine en zijn hoeders. Balanchine stierf namelijk als een arme man met een rijk oeuvre en hij vroeg gezelschappen nauwelijks een gage voor zijn balletten. Zijn nalatenschap interesseerde hem niet bovenmatig: ‘They’ll remember the steps, but they’ll forget the idea.’ Daarmee deed hij zijn werk echter te kort. Zijn danskunst onttrekt zich immers aan de vluchtigheid, bij hem vallen stapjes en idee samen. Zoals in de beeldende kunst de lijnen van Mondriaan of de vlakken van Picasso meer betekenen dan louter formalisme en die op die manier complete werelden ontsluiten. Mr. B. wist dat stiekem zelf ook wel. Hij bleef hameren: ‘Just dance the steps.’

Over Balanchine
Balanchine heeft ongeveer 150 balletten op zijn naam staan. Voor ongeveer een vijfde hiervan gebruikte hij muziek van Igor Strawinsky, met wie hij sinds Les Ballets Russes tot aan de dood van de componist samenwerkte; dit koppel is wellicht het roemruchtste voorbeeld in de dansgeschiedenis van samenwerking tussen choreograaf en muziekmaker, mede te danken aan de muziekkennis van Balanchine, zoon van een componist en student van het conservatorium in zijn geboortestad, die door geen andere choreograaf werd overtroffen.

Een reus die dolgraag kinderen oppeuzelt

Jeugdtheatergroep Stella Den Haag speelt première van De Witte Reus

De Witte Reus trekt met genoegen geurende bouillon van kinderen. Jeugdtheaterschrijver en regisseur Hans van den Boom van Stella Den Haag is de bedenker van dit monstreuze plezier.

Kindersprookjes kunnen zo heerlijk tergend gruwelijk zijn. Het meisje met de zwavelstokjes van Hans Christian Andersen bijvoorbeeld, of Roodkapje en Hans & Grietje van de gebroeders Grimm, de ongekroonde kampioenen van het feitelijk afschuwwekkende genre. Ook De Witte Reus, geschreven door Hans van den Boom, doet de rillingen over de rug lopen. In zijn gloednieuwe theaterstuk voor kinderen voert hij met zeldzaam genoegen een gruwzame reuzenfamilie op, een gezin waarvan de man graag mensenkinderen opeet, kinderen die hij vanwege de smaak bij voorkeur eerst gaar laat koken in een levensgrote pot vol borrelende vlierbessenwijn. Terwijl zijn vrouw juist een kind van hem wil.
Van den Boom, intussen meer dan twintig jaar de bevlogen artistiek leider van de inmiddels internationaal veelgevraagde en -geroemde jeugdtheatergroep Stella Den Haag en regisseur van De Witte Reus, noemt  zijn stuk evengoed een muzikale komedie. “Het is humor voor kinderen, gespeeld door vier wonderlijke wezens over de absurdistische fantasieën van een klein jongetje’.
Van den Boom laat in zijn stuk het min of meer denkbeeldige jongetje Giovanni uit pure eenzaamheid een eigen wereld van poppen optrekken, door hem te laten verzinnen dat reuzen kinderen vangen, en deze naar hun boevenhol slepen om er in grote kookpotten vol borrelende bouillon een overheerlijk lekker soepje van te kunnen trekken. Het stuk begint als Giovanni zijn fantasie de vrije loop laat: ‘Er was eens een reus Fons die met zijn vrouw Trui in de eenzame vlindervallei woonden en daar gebeurde het allemaal.’
Van den Boom, verklarend: “De fantasie gaat met Giovanni op de loop. Hij verzint dat Fons en Trui een gelukkig leven leiden in de vlindervallei, maar ze hebben in werkelijkheid allebei een probleem. Reus Fons wacht namelijk al jaren tevergeefs bij een stinkend en dampend moeras op Kleinduimpje met zijn malse broertjes, maar ondertussen wil zijn vrouw Trui dolgraag een kind van hem. En dan moet er op een dag opeens een ei uitgebroed worden. Dat ei”, verklaart Van den Boom, “staat natuurlijk voor verlangen en passie, een passie zoals kinderen die kunnen beleven, en daarom spelen de acteurs als waren het kinderen.”

Miniatuurtjes
Van Van den Boom verschijnt in december opnieuw een verzamelbundel met toneelteksten van zijn hand. Inmiddels heeft hij 21 toneelteksten op zijn naam staan. “Inmiddels kan ik voor een nieuw stuk uit eigen werk citeren”, zegt hij glimlachend. “Dan plak en knip ik, bijna op de manier waarop Bach het ook wel deed”, bekent hij. “Soms gebruik ik stijlmiddelen die ik ook vele jaren geleden al eens heb toegepast.”
Niettemin zijn Van den Booms voorstellingen bij Stella keer op keer indringende  pareltjes, miniatuurtjes die overlopen van melancholische poëzie en een sprekende muzikaliteit. Die muzikaliteit zit ‘m met name in de taalbehandeling van Van den Boom. “Ik hou van de kleur die woorden kunnen uitdrukken, van ritme, van cadans – en in dit stuk ook van rijm. Hij verwijst voor De Witte Reus naar de meer dan legendarische toneeltekst Onder het Melkwoud van Dylan Thomas. “Die is een van de startpunten voor deze voorstelling. Thomas’ tekst speelden we vorig jaar op festival Boulevard in Den Bosch. Toen ontstond het plan om zelf zo’n tekst te schrijven, maar dan voor kinderen.” Het resultaat is, net als bij Dylan Thomas, een tekst vol grappige wendingen, onlogische omkeringen en mooie taalvondsten die kinderen bij tijd en wijle op het verkeerde been zet en hen misschien niet altijd bereikt, maar hen wel aan het denken zet.”

In De Witte Reus spelen onder meer, net als indertijd in Den Bosch, Erna van den Bosch, Floor van Berkestijn en Herman van de Wijdeven. De Witte Reus is door Van den Boom opgedragen aan Van de Wijdeven. “Iedere toneeltekst van mij is opgedragen aan iemand die ik hoogacht”, aldus Van den Boom. “Herman is een fantastisch acteur en bovendien iemand die zelf ook prachtige toneelteksten heeft geschreven, onder meer voor Wetten van Kepler, Theater Oostpool  en Het Zuidelijk Toneel. Ik ken hem al van het prille begin in de jaren negentig van Stella, toen hij onder meer de rol van koning speelde in Brasso. Het is een genoegen om uitgerekend voor hem een stuk te schrijven. Maar ook de anderen zijn echte topacteurs. Van tevoren wist ik wie in dit stuk zouden spelen, en dus kon ik hen de zinnen die ik opschreef al in mijn hoofd horen uitspreken.”

Stella Den Haag speelt de première van De Witte Reus op za 15 oktober (19.00 uur)  en za 16 oktober (De Betovering, 15.00 uur) in Theater aan het Spui, Den Haag. Meer informatie: www.stella.nl. Reserveren: (070) 346 52 72.

Een muzikaal verbond met de wereld

Muziekserie World Sessions trapt af met Bombino

Connected with the world, noemt muziekprogrammeur Bartolo Hoffmann het. Verbintenissen leggen door muziek uit landen en windstreken om ons heen, zodat we meer zien en horen van de wereld waarin we dagelijks onze stappen zetten.

Tijdens de World Sessions zijn er naast optredens door de verschillende artiesten ook korte documentaires, een live interview en een meet & greet. “Wereldmuziek is eigenlijk een vreselijke en nietszeggende benaming. De muziek die wij graag laten horen is wat je eerder global music zou noemen. De ‘acts’ waar wij voor staan zouden ook wel op bekende popmuziekfestivals als Noorderslag of Lowlands te horen kunnen zijn. Wat ikzelf muzikaal mooi en spannend vind is dat in muziek iets doorklinkt van de voedingsbodem van een artiest, maar dat er ook een spannende ‘twist’ in te horen is. Bijvoorbeeld een bandje als The Magic Tombolinos dat Balkanmuziek mixt met klezmer en tango, en dat geleid wordt door een in Londen wonende Argentijn die nog nooit op de Balkan is geweest. Of Choc Quib Town uit Bogotá, Colombia dat hiphop, funk en currulao tot een  eenheid weet te smeden. Ook mooi: een Afrikaan die mooie, donkere traditionele Missisipi bluesnummers zingt, maar dat dan niet in het Engels, maar in zijn moedertaal, Bamileke doet.”

Hoffmann is bij het Haarlems-Amsterdamse boekingskantoor World Connection Agency de vaste samensteller van de World Sessions, een inmiddels voor de vierde keer georganiseerde muziekserie die plaatsvindt door het hele land, en  waarvan volgende week donderdag het Haagse aandeel van start gaat in Korzo theater met een optreden van de Afrikaanse ‘desert blues’-gitarist Bombino en diens band. Het samenstellen van zo’n serie is arbeidsintensief. Hoffmann:  “Je moet een act live horen en zien – en dus veel reizen. Een CD zegt niet altijd genoeg. Gelukkig komen de lijntjes op dit vlak veelal samen in de WOMEX, een afkorting die staat voor World Music Expo, een jaarlijkse beurs voor global music die de laatste jaren in Kopenhagen plaatsvond.” Die beurs brengt alle belangrijke artiesten  in het genre bij elkaar. Hoffmann: “Dáár worden de lijntjes uitgezet.” Hoffmann is als geen ander thuis in het circuit: “Doordat ikzelf professioneel percussionist ben geweest en daarnaast altijd veel studie heb gedaan naar percussie en etnische muziek, kwam ik al jaren geleden al in veel als exotisch bekend staande landen. Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen met name, maar ook  Europa en staten in het Midden-Oosten en Azië. Dat verschaft me net genoeg bagage om het kaf van het koren te kunnen scheiden”. Hoffmann vindt het ook belangrijk dat de acts die hij naar Nederland haalt, vocaal zijn ingesteld. “Het stemgeluid is doorslaggevend, puur instrumentale muziek is vaak te abstract. Bovendien fascineren de songteksten: waarover zingt iemand uit Colombia, Mali of Niger? Dat aspect is wezenlijk, want juist daardoor kun je iets te weten komen over mensen, emoties en gebruiken die leven in andere culturen.”

Artiesten
De muziekserie vermeldt optredens van Bombino (Niger), Gabby Young  & Other Animals (Verenigd Koninkrijk), Marta Gomez (Colombia) en Roland Tchakounté (Kameroen). Bombino is in eigen land niet eens zo heel erg bekend, zegt Hoffmann. “In Afrika ben je pas een ster als je commerciële radiomuziek maakt. Maar alles wat dieper graaft, waarin naar roots wordt gezocht, is er meteen veel minder geliefd bij het grote publiek.” Toch is het deze elektrisch gitarist, die graag protestsongs laat horen, gelukt in zijn thuisland een grote bekendheid te verwerven. “Voornamelijk door zijn typische stijl, die nog het best te omschrijven is als ‘woestijnrock’,” aldus Hoffman. Bombino verwijst graag naar de muziek van onder meer Tinariwen en Ali Farka Touré en zegt Jimmy Hendrix en Mark Knopfler als zijn helden te beschouwen.
De tweede avond in de reeks van vier staat in het teken van ‘circus swing’. “Het was moeilijk om een passende beschrijving te vinden voor de muziek van Gabby Young & The Other Animals. Young heeft een krachtige stem als gevolg van een studie als operazangeres, waarmee ze ontzettend kan uithalen. Deze opvallende, in Londen woonachtige, burleske verschijning, weeft onder meer swing, jazz, ragtime, Balkan-klanken, klezmer en tango tot een geheel. En giet er daarna een wat ‘retro’ klinkend sausje overheen in de sfeer van pakweg Caro Emerald en Amy Winehouse. En toch weet ze een erg Engelse look & feel teweeg te brengen, misschien omdat ze in het Engels zingt. Al met al een beetje Campari – maar wel lekker.”

Katoenvelden
De Colombiaanse Marta Gomez studeerde in de Verenigde Staten, aan het beroemde Berkeley Music College, maar woont nu in Barcelona. “Daar heeft ze een eigen stijl ontwikkeld waarin Zuid-Amerikaanse ritmes als de cumbia, bambuco, lando en zamba samengaan, maar waar ze soms ook tussen schakelt, in vaak schitterende ballades en dan weer up tempo nummers. Niet voor niets is Mercedes Sosa een van haar voorbeelden. Haar teksten zijn vaak poëtisch en doorleefd. Ze komt met een vijfkoppige band en trakteert op een poëtisch-muzikale reis door Zuid-Amerika.”
Tot besluit van de serie is er een optreden van Roland Tchakounté. “Amerikaanse blues gespeeld door een Afrikaan”, zegt Hoffmann. “Je hoort in de verte als het ware John Lee Hooker spelen terwijl beurtelings het diepe zuiden van Amerika met zijn katoenvelden en de woestijnduinen van Afrika op het netvlies verschijnen.”

World Sessions opent in Den Haag op do 13 oktober in Korzo theater. Meer informatie: www.worldsessions.nl. Reserveren: T (070) 363 75 40.