‘Laten zien dat theater waarde heeft’

Marijn  Klaver in toneelversie van De Eenzaamheid van de priemgetallen

De eenzaamheid van de priemgetallen is het aangrijpende verhaal van een bijzondere vriendschap dat blijk geeft van een scherp inzicht in de vaak complexe menselijke psyche. De toneelvertelling naar de boekenhit van Giordano is nu op het toneel te zien.

“Nee,” antwoordt Marijn Klaver, “een getaltheoretische wiskundeleraar hebben we niet hoeven inhuren.” Schertsend: “En van priemgetallen weet ik werkelijk álles!” Klaver speelt de rol van Mattia in De Eenzaamheid van de priemgetallen, een toneelvertelling naar de uiterst succesvolle roman van de Italiaanse schrijver Paolo Giordano. In het boek, en ook in de voorstelling, besluit Mattia, gespeeld door Klaver, zich op de hogere, wiskundige algebra te storten nadat hij uit louter ongenoegen zijn debiele tweelingzusje in een park heeft geparkeerd, en zij daarna niet meer is teruggevonden. Op de middelbare school komt hij in contact met Alice, een meisje dat verminkt is geraakt bij een ski-ongeluk, waarbij haar fanatieke vader niet helemaal vrijuit gaat. Mattia en Alice voelen zich door de trauma’s die dat teweeg heeft gebracht als een buitenbeentje en daardoor ontstaat tussen het tweetal een verhouding die het midden houdt tussen liefde en vriendschap.

In Giordano’s vertelling zijn priemgetallen afgeschilderd als ‘buitenstaanders’. Bij de Italiaanse romancier dienen priemgetallen – ‘natuurlijke’ (dus: ‘hele’) getallen groter dan 1 die slechts deelbaar zijn door 1 en zichzelf – als een beschrijving voor eenzaamheid en isolement. “Voor sommige mensen vertegenwoordigen priemgetallen een speciale betekenis,”zegt Klaver, “maar voor het begrip van het stuk is kennis van priemgetallen niet van belang. Wel valt de term tweelingpriemgetallen, maar dat is eerder om de relatie tussen de hoofdpersonen te kunnen schetsen dan een beschrijving van een hoogwiskundig verschijnsel.”

Hij heeft het boek gelezen en de film gezien, maar raakte pas in de ban van het verhaal toen hij de toneelbewerking las. Klaver: “De Nederlandse toneelbewerking die Madeleine Matzer ervan heeft gemaakt is op dit punt scherper en zuiverder geworden dan het origineel. De afloop van het stuk vertel ik niet, maar Mattia en Alice gaan uit elkaar en zien elkaar jaren niet. In deze bewerking wordt benadrukt dat de twee elkaar nodig hebben om verder te komen in het leven, in het boek weerhouden ze elkaar van die ontwikkeling. Daardoor is de liefde tussen de jongen en het meisje beter gelukt dan in het boek, zeg ik dan maar in alle onbescheidenheid. Giordano beschrijft de eigenaardige vriendschap tussen Alice en Mattia met name door met ingehouden emotie het onvermogen van de twee tot wezenlijk contact voelbaar te maken.”

Klaver speelde eerder onder meer in producties van het Nationale Toneel en Toneelgroep Amsterdam. Ook is hij regelmatig in sketches in het tv-programma Het Klokhuis te zien. Vorig jaar speelde hij in de toneelversie van Knielen op een bed violen naar Jan Siebelinks roman. De toneelvertelling van De Eenzaamheid van de priemgetallen beleeft dezer dagen haar reprise als gevolg van het bewezen succes van vorig seizoen. “Veel mensen vinden het leuk om de personages uit het boek ‘in levende lijve’ te zien,” zegt Klaver. “Op het toneel is het verhaal veel tastbaarder dan in het boek. Ieder van de drie media – boek, film, toneel – heeft zijn eigen het verhaal te vertellen en mede daardoor komt een andere verhaallijn naar boven. Ik vind het heerlijk om dit stuk nog 32 keer te kunnen spelen. In vergelijking met vorig jaar kan ik me nu veel beter op de rol richten en meer geconcentreerd spelen.” Zijn eigen aandeel in het stuk, toen en nu, stemt Marijn tot genoegen. “Ik ben blij met deze voorstelling. Juist nu het theater in de hoek zit waar de klappen vallen is het belangrijk dat we kunnen laten zien dat theater waarde heeft.”

De Eenzaamheid van de priemgetallen door Matzer Theaterproducties. Te zien op wo 30 november in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.theateraanhetspui.nl of www.matzer.org. Reserveren: (070) 346 52 72.

Advertenties

Stadsjongens die stilaan ouder worden

Verreck & Pleijsier delen als vanouds het podium

Aan het begin van de jaren negentig trokken ze vaak avond aan avond langs de talloze cabaretzalen van Nederland: Verreck & Pleijsier. Een gekend duo, hoorbaar van onvervalste Haagse snit, dat breedbeklachers al snel overal in den lande op de hand had. Ook toen al lardeerden ze hun programma’s graag met muzikale intermezzi en literair getinte mijmeringen. Anno nu, zo’n zeventien jaren nadien, is het tweetal gebroederlijk als cabaretiers en met een vooralsnog ‘low key’-cabaretprogramma terug op het podium. Met een nieuw en avondvullend programma, getiteld Grote Jongens, in het onveranderlijk sympathieke PePijn.

“We zijn nooit uit elkaars blikveld verdwenen,” antwoordt wederhelft Marcel Verreck. “In de tijd dat ik in Amsterdam woonde”, aldus de gretige ras-Hagenees, “deed ik tot zo’n vijf jaar terug met Paul Pleijsier gedurende enkele jaren lang in Theater Bellevue het programma  Verreck Zondagmiddag. Het was een ‘late afternoon live magazine’ met interessante gasten uit de culturele sector. Het is ter ziele gegaan maar jaren vaste prik in winters Amsterdam.” Het bloed gaat evenwel waar het niet kan, en reeds vorig jaar beklommen de twee wat wankelmoedig opnieuw het podium voor een cabaretprogramma – en dat smaakte naar meer. “Cabaretier zijn is misschien wel mijn natuurlijke staat van zijn, mijn roeping”, verklaart de veelgevraagd columnist, presentator en tekstleverancier van tal van populaire radioprogramma’s. “Het cabaret past me als gegoten, het is een combinatie van veel onderdelen die me liggen: een persoonlijkheidskunst, muziek, literatuur, actualiteit. Mijn vader, die op mijn 28e overleed, was een uitgesproken cabaretfan en trouwens een grappenmaker pur sang. De appel valt kennelijk niet ver van de boom.”

Daarmee raakt Verreck de rode draad in het programma: zijn vader. “Al enige tijd ben ik een boek over mijn vader aan het schrijven. Nu ik zelf ook vader ben zie ik meer en meer in hoezeer vaders jongetjes blijven, en hoe vaders en zonen zich tot elkaar verhouden. in de voorstelling lees ik enkele verhalen uit dat boek-in-wording voor. Want ik vind het mooi als in een theaterprogramma een onvermoede wereld meekomt. Grote Jongens is daardoor een soort van muzikale roman op het podium, een tragikomedie bijna, met een schrijnende lach en een bluesy traan. Theater mag wat mij betreft ontroeren. Maar er is natuurlijk ook geregeld een actueel en grappig onderhoud, het is en blijft natuurlijk een mix van cabaret en kleinkunst. En er is ook steeds het prachtige gitaarspel van Paul.”

In het programma zijn naast nieuwe vertellingen ook ‘hits’ van weleer opgenomen. De Ode aan de Neus bijvoorbeeld, waarin het duo de mens bezingt als tijdmachien die de eeuwige leeftijd van tien behoudt – als je maar weer eens goed om je heen snuift. Of [naam lied] op melancholieke muziek van componist Leo Brouwer, waarin Verreck vertelt over een jong profvoetballertje van voetbalclub V.U.C. dat door gras is overmand. En natuurlijk het aandoenlijke minatuurtje Mijn vader is een doos, over de slinkende hoeveelheid aan parafernalia van zijn overleden vader, die na verloop van tijd in een enkele doos blijken te passen. Het is het soort intieme, persoonlijk getinte cabaret dat wat tegentijds lijkt. “Als vijftiger kijk met een ander perspectief op de wereld om me heen, namelijk met de bagage van ‘vroeger’. Ik heb niks tegen tegeltjeswijsheden en de luide manier waarop nu vaak cabaret wordt bedreven, maar ik kies zelf graag voor lyrische momenten, stemmingen, sferen. Voor de zuiverheid van de uitdrukking.”

Grote Jongens door Verreck & Pleijsier is te zien op za 26 november in Theater PePijn. Op zo 8 januari en zo 26 februari is het duo met een gevarieerd zondagmiddag te gast in Theater PePijn. Meer informatie: www.diligentia-pepijn.nl. Reserveren: T (070)3610540.

Varen op het kompas van het welbegrepen eigenbelang

De Haagse raadzaal als de huiskamer van hardwerkende Nederlanders

Zijn we nog bereid een bijdrage te leveren aan de samenleving? De Leidse theatergroep de Veenfabriek maakt er vier voorstellingen over. Het eerste deel van de reeks speelt zich af in raadzalen en bestaat uit tegenover elkaar staande dialogen waarin twee echtparen de problemen en kansen bespreken die Nederland hen biedt.

‘Het geld dat ik teveel heb, komt een ander natuurlijk tekort’, meende Zij tot voor kort over de economie. Hij: ‘De piramide moet een top hebben. […] Ieder van ons vaart op het kompas van het welbegrepen eigenbelang.’ Voor het beleggende stel geldt dat het geld inmiddels in grote stromen bij ze binnenroeit. Het zijn twee van de personages uit BANG, een voorstelling van De Veenfabriek over gevoelens van angst en onbehagen die al langere tijd de samenleving binnensluipen.

Nederland staat wereldwijd in de top van sterkste economieën. En nooit eerder is Nederland zo multicultureel geweest. Maar de vanzelfsprekende zelfverzekerdheid, openheid en betrokkenheid hebben bij de spreekwoordelijke Henk en Ingrid plaats gemaakt voor vertwijfeling, afsluiting en afzijdigheid. Nederland en de Nederlanders lijken te zijn doorgeschoten. Internationale waardering voor het unieke Hollandse model van tolerantie is omgeslagen in verbazing. De zwart-witverhoudingen tussen verschillende bevolkingsgroepen, de harde toon van het politieke en maatschappelijke debat en een toenemende aanhang van populistische politieke partijen zijn voor iedereen waarneembaar en voelbaar.

De setting van de voorstelling is die van gemeenteraadzalen van verschillende steden, waaronder die van Den Haag. Het is niet voor het eerst dat de raadzaal van het Haagse IJspaleis als theaterpodium dient – voor zover je de reguliere raadsvergaderingen die zich er afspelen al niet als theatervoorstellingen beschouwt – maar die keuze is in dit geval ijzersterk, want het is het officiële geijkte brandpunt van wat er op straat, thuis en elders tussen mensen gebeurt. Een strijdperk waar padvinderlijke wethouders doorgaans hun gelijk halen. Voor de voorstelling BANG verleent de Leidse theatergroep Veenfabriek aan die vaak wat abstract aandoende raadzaaltjes in het land de intimiteit van een huiskamer. Dat doet de groep door er twee bejaarden, twee miljonairs en twee hardwerkende Nederlanders de problemen en kansen te laten bespreken die de Nederlandse gemeenschap hen biedt. Het zijn veeleisende dubbelrollen, gespeeld door Reinout Bussemaker en Lizzy Timmers.

In de voorstelling zien we de bijna-stripfiguren Ben en Ina. Ze lijken model te staan voor het duo angst en onbegrip, een duo dat bij een smaldeel in de Nederlandse samenleving snel aan terrein wint. Dit deel van de tekst, geschreven door Gerardjan Rijnders, laat de oudjes van dagen zich vol verbetenheid opwinden over hun kleinkereltjes Pjotr en Iwan, die van hun moeder niet meer bij hen op visite mogen, en waarvan de zeven jaar oude Iwan bij de psychiater loopt omdat hij niet tegen zijn verlies kan. Ook zelf ziet het tweetal het niet altijd meer scherp. Zo fietst Ina naar het naburige Kinderdijk om aldaar haar boodschappen te doen, ‘omdat de caissières van de super hier hoofddoekjes dragen, en van wie toch iedereen weet dat die thuis mishandeld en verkracht worden.’

Geloven wij – ik, jij, u – nog in zo’n samenleving? Dat is precies de vraag die de Leidse (muziek)theatergroep zichzelf en ons stelt, en ze wijdt er dit seizoen onder de noemer Geloof – Ongeloof vier verschillende producties aan, waarvan BANG, onder regie van Paul Koek, de eerste is. Geloven Bussemaker en Timmers zelf eigenlijk in de samenleving, in verbinding? “Heel erg”, antwoordt Bussemaker. “Verschrikkelijk trouwens als je dat niet meer doet. Maar ik moet bekennen dat met alles wat je vaak aan negativiteit om je heen ziet en hoort, het niet altijd gemakkelijk is om te geloven. Maar als je niet langer gelooft in de mensen om je heen, wat moet je dan? Ik merk wel dat tegenwoordig vaak snelle conclusies worden getrokken. Sneller dan vroeger. Maar dat is wat mij betreft uiteindelijk een goede manier om allerlei dwarse matschappelijke zaken aan de kaak te kunnen stellen”. Lizzy Timmers: “Door deze voorstelling ben ik in aanraking gekomen met een politiek die het leven van burgers heel direct raakt. Ik ben gecharmeerd geraakt door de zorgvuldigheid van het gemeentepolitieke debat, en mijn geloof in het systeem zoals we dat in Nederland hebben is gegroeid”.

Bussemaker en Timmers zijn beiden kind aan huis bij de Veenfabriek. Zo speelden zij er vorig seizoen onder meer in een intense Medea, en ook bij de volgende afleveringen van de serie Geloof – Ongeloof zijn ze betrokken.  Inspiratie voor de reeks ‘geloofs’voorstellingen putten Bussemaker, Timmers en regisseur Paul Koek onder meer uit een Leidse gespreksserie, een Denktank, van Universiteit Leiden, waarin twaalf kunstenaars en wetenschappers publieke debatten met elkaar voeren. Het zijn volgens het duo waardevolle ‘zoektochten naar het interdisciplinaire in de actuele kunsten’. Timmers: “Er zijn niet meteen letterlijke teksten uit de discussies in deze voorstelling beland, maar voor de komende afleveringen kan dat wel degelijk het geval zijn. We zijn net begonnen aan een nieuwe voorstelling in de reeks Geloof – Ongeloof, deze keer met regisseur Eric de Vroedt, en ik merk dat we inspiratie putten uit gedachtewisselingen die in dat platform op zijn gekomen.”

BANG door de Veenfabriek op ma 21, di 22 november en ma 12, di 13 december in de raadzaal van Den Haag. Toegangskaarten via Theater aan het Spui: (070) 346 5272. Meer informatie: www.veenfabriek.nl en www.theateraanhetspui.nl.

‘Ik ben een blinde, blanke blazer die zwart was’

John Buijsman als Roland ‘Rahsaan’ Kirk in eerbetoon aan ‘jazzclown’

Op het podium omhing hij zichzelf met een hoeveelheid aan zachtjes flonkerende blaasinstrumenten als waren het juwelen. Zonnebril op. Dik gebreid bontmutsachtig hoofddeksel op zijn kruin. De hardbopper stond als bandleider zijn mannetje, maar hij deelde het podium ook met vele grootheden uit de jazz, onder wie legendarisch beroepsdwarsligger Charles Mingus (‘This man is what jazz is all about. He’s real.’) en Quincy Jones.

Zijn instrumentarium bestond uit vrijwel alles wat hij te pakken kon krijgen, van neus- en scheidsrechtersfluiten en schelpen tot eigenhandig gefabriceerde voorwerpen aan toe: ‘I didn’t ask my mother to buy me a trumpet or a violin. I started right on the water hose.’ Soul Bossanova is zijn bekendste tune, die later onder meer werd gebruikt in de film Austin Powers. Roland Kirk, niets minder dan een fenomeen. John Buijsman maakte een voorstelling over hem, geënt op een tekst van jazzadept Jules Deelder.

‘In plaats van ogen heb ik oren. Daar staat of valt het leven mee. Klánken. M’n gehoor is m’n leven. Ik ádem met m’n oren! Ik kan zien met m’n oren’. Multi-instrumentalist Roland ‘Rahsaan’Kirk (1935-1977) is vooral bekend om zijn vermogen om drie rieten in zijn mond te proppen en ‘spatgelijk’ te bespelen. Filmpjes waarop Kirk drie rieten bespeelt zijn een heuse hit op het internet. “Kost enorm veel adem”, haalt John Buijsman naar voren. “En je moet zorgen dat er niet te veel lucht langs de rieten gaat”.

Hij was zwart. Om hem heen was alles altijd zwart. Pikzwart. Kirk werd blind in zijn vroegste jeugd, als gevolg van medisch voorgeschreven oogdruppels die iets anders bleken te zijn toen hij ze gebruikte. En in zijn binnenoor had hij last van een voortdurende, hinderlijke pieptoon. Maar innerlijk liep hij over van vitaliteit en een ongekende geestdrift. Zijn blindheid weerhield hem er niet van auto te rijden of te fietsen. Als hij eenmaal op zijn praatstoel zat wist hij van geen ophouden. Zo verlulde hij geregeld, tot soms drie kwartier achtereen toe, een concert. Een tomeloze lolbroek ook, politiek geëngageerd: ‘Ik zie geen kleur, ik maak geen onderscheid’. Hij noemde zich Rahsaan nadat hij die naam in een droom had gehoord.

“In de huid kruipen van – daar houd ik dus niet van”, zegt de tot zijn 29ste als kantoorklerk werkzaam zijnde, maar nu als dikke vijftiger een eigenzinnig theatermaker. Hij maakte bij wijze van eerbetoon aan Kirk de muziektheatervoorstelling Het Alziend Oor, waar hij eerder theaterconcerten maakte over onder meer Charles Bukowski en Josephine Baker. “Het gaat me om Kirks mentaliteit, zijn geesteskracht, om zijn ‘zijn’. Als kunstenaar was hij authentiek en volgde hij volkomen zijn eigen weg. Het allerbelangrijkste is dat hij met zijn onstuimige energie, vrolijkheid en rauwe muzikaliteit een levensdrift uitstraalde die pur sang was”. Buijsman (onder meer Loenatik en Keyzer & De Boer) had in lang vervlogen tijden elpees van Kirk gekocht, maar kwam pas werkelijk op het spoor van een voorstelling over de clowneske, excentrieke jazzmuzikant toen hij twee, drie jaar geleden diens autobiografie Bright Moments: The Life and Legacy of Rahsaan Roland Kirk las. “De energie die er uit sprak en het feit dat hij schijt had aan werkelijk alles, dat sprak me bijzonder aan”. Buijsmans zoon maakte een foto van zijn vader, uitgedost als Kirk, mét kenmerkende sik – die hij had liggen uit een eerder voorstelling – en met muts in tijgerprint op, zijn lijf behangen met saxen. Daarop ging hij naar jazzfanaticus Jules Deelder, die Kirk drie keer live aan het werk heeft gezien. Met zijn collega beroepsrotterdammer had hij twaalf jaar eerder al eens samengewerkt in Angel Eyes, een hommage aan jazztrompettist Chet Baker, toen deze net daarvoor uit een Amsterdams hotelraam was gekukeld en dood blijven liggen. “Deelder lachte aanvankelijk alleen maar wat, na een uur ben ik de deur uitgegaan, en Deelder is toen gaan schrijven. Ik wilde het graag over Kirk hebben, maar hoe vertaal je dat? Want Kirk kan ik niet spelen. Ik, een blinde neger imiteren ??? Dat ziet er dus echt niet uit. Dus ben ik een blinde, blanke blazer, die zwart was. Dat geeft de teksten die Kirk ooit letterlijk uitsprak een diepere laag. Ik denk dat Deelder een tekst heeft geschreven die Kirk-fans behaagt, maar ook andere muziekliefhebbers niet teleurstelt”.

Voor Het Alziend Oor heeft Buijsman zich omringd met een vijfkoppige band. In de gelederen onder meer drummer Arend Niks en saxofonist/componist Keimpe de Jong. “Zo is de voorstelling ten dele een live optreden, met improvisaties, en waarin invloeden van Kirk hoorbaar aanwezig zijn, maar ook met ‘eigen’ composities. Buijsman hanteert ook zelf wat toeters, waaronder een stritch en een dwarsfluit . “Ik ben geen beroepsmuzikant, mijn vader was muzikant, maar ikzelf zat tot mijn 29e op kantoor. Maar ooit nam ik fluitles omdat ik onder de indruk was van een elpee van Eric Dolphy. Ik speel mee op het moment dat de noten mij van pas komen”, lacht hij uitbundig. “Het mooie is”, zegt Buijsman, “dat de tekst door mijn toedoen iedere avond ander getimed is, en dat daardoor de musici steeds moeten improviseren”. Dat is jazz bij uitstek. Een eerlijke voorstelling over liefde voor muziek. En, o ja, op zondag 13 november is hij een van de Nachtgasten in Theater aan het Spui.

Het Alziend Oor door De Rotterdamse Connectie i.s.m. Productiehuis Rotterdam. Op wo 9 nov in Theater aan het Spui. Nachtgasten op zo 13 nov in Theater aan het Spui. Meer informatie: www. theateraanhetspui.nl en http://www.rotterdamseschouwburg.nl. Reserveren: (070) 346 52 72.