‘Een verwijfde lafaard én een wrede keizer’

Nero als gemankeerd dichter bij NTGent

Hij kreunde, tierde en schmierde op het toneel – en dat vond het toekijkende volk juist zo aantrekkelijk aan hem. Volgens de Romeinse cultuurhistoricus Gaius Suetonius (70-140) kon Nero niet geweldig acteren of zingen. Maar daar dacht Nero zelf heel anders over. NTGent maakte een nieuw toneelstuk over de Romeinse achterneef en erfgenaam van Julius Caesar en over diens niet te beteugelen streven naar schoonheid en orde.

Volgens de genoemde geschiedkundige, die zelfs in zijn tijd als volksschrijver gold, deed Nero werkelijk alles om zijn stem in topconditie te houden: Hij at geen fruit omdat dat slecht zou zijn voor zijn stem. Hij gebruikte braakmiddelen voor zijn optreden, zodat hij niet met een volle maag hoefde te zingen. En als ontbijt at hij bieslook in olie, waarmee hij zijn stem smeerde. Nero was trouwens niet alleen een fanatiek zanger, maar beschouwde zich ook als een professioneel luitspeler en dichter. En ook in de sport wilde hij zo goed mogelijk presteren. Bij elke muziek- of sportwedstrijd kocht hij de scheidsrechter en juryleden om, teneinde zelf als winnaar uit de bus te komen. En zodra hij tot winnaar was uitgeroepen, liet hij de beelden van de vorige winnaars weghalen. Suetonius schreef: ‘Om te voorkomen dat er ook maar één andere winnaar (…) in de herinnering bleef voortbestaan, gaf hij opdracht al hun beelden en portretten omver te halen, weg te slepen en in het riool te werpen.’

Volgens NTGent en Nero’s vertolker Wim Opbrouck wordt Imperator Caesar Divi filius Augustus Nero vaak afgeschilderd als een paljas. “Als een man die zo graag dichter had willen zijn, een verwijfde lafaard die niet eens in staat was zelfmoord te plegen. Terwijl hij natuurlijk ook een wrede keizer was”, zegt Opbrouck. “Een machthebber en dictator die christenen als fakkels gebruikte, en die zijn geliefde stad Rome in de hens zette om als brandend decor voor zijn gezangen te dienen.” Nee, volgens de bronnen was Nero geen lieverdje. Hij was eerder een wellusteling, een jongen die een liefdesverhouding had met zijn moeder Agrippina en later liet vermoorden, en die zijn zwangere vrouw Octavia bijkans doodschopte. Toen hij last kreeg van de bij hem in ongenade gevallen leermeester Seneca dwong hij hem tot zelfmoord. En zo heeft hij nog wat linke akkefietjes op zijn naam.
Maar er zijn ook bronnen die Nero verheerlijken als een begenadigd heerser en een ster van de Circus Maximus, als een man die de beschikking had over een niet-aflatend oog, oor en hart voor kunst en schoonheid. ‘Alleen schoonheid zal ons redden’, laat Opbrouck zijn personage declameren . En: ‘Alles voor de schoonheid. Ik beloof de keizer-kunstenaar te zijn die de twee hoogste kunstvormen, muziek en poëzie, in de twee kamers van zijn hart voelt leven. Alles voor de schoonheid.’ Zich onaantastbaar wanende dictators die fervente kunstaanhangers zijn, geen onalledaagse combinatie.

“Waarschijnlijk komt die voort uit een pathologisch ingegeven streven naar ultieme beheersing en macht, dat blind maakt, en waarbij alles moet wijken voor het ideaalbeeld.” Opbrouck verwijst naar nog een zinsnede die Nero uitspreekt in het stuk: ‘Denk aan de zon. Rond de zon cirkelen planeten in een eeuwige baan. Laat het hart van de stad gelijk zijn aan de zon. In elk gebouw in elke straat moet het mogelijk zijn om het hart de zon te zien. Dat is het uitgangspunt. Het hart van de stad is het toneel, de straat zijn de tribunes. (…) Het hart van de stad moet tegelijk het brein van de stad, het geheugen. (…) Het doel van het hart van de stad is mensen raken in hun hart. Emoties. Wie de emoties van de mensen beheert is hun heerser.’ Opbrouck verwijst in het gesprek onder meer naar de gevallen Libische leider Kadhaffi, die zich tot op het laatste moment in protserige en potsierlijke gewaden vertoonde. Naar Berlusconi, die meer oog voor esthetiek aan de dag legde dan voor politiek. En naar Hitler, die dank zij Speer een kunstbeleid kon voeren. Maar dat streven naar utopische schoonheid is vrijwel steeds misleidend. “Want”, zegt Opbrouck, “ ondertussen komen op lieflijke toon de meest gruwelijke woorden uit Nero’s mond. Je zou bijna begrip voor hem krijgen.” Opbrouck ziet opnieuw parallellen. “Hitler die een hond aait, bijvoorbeeld. Bruno Ganz heeft in de film Der Untergang treffend laten zien hoe alledaagse, huiselijke taferelen de blik danig kunnen vertroebelen.”

De overeenkomsten in dit stuk met de prangende actualiteit van gecorrumpeerde, geknakte alleenheersers is frappant, maar nochtans niet de aanleiding voor deze productie van NTGent. “Peter Verhelst, onze ‘huisschrijver’, is verleden jaar een project gestart om voor al onze vaste acteurs een monoloog te maken. Opbrouck: “Eerder werd Lex gemaakt, gebaseerd op Alexander de Grote en vorig seizoen maakte Peter met Aus Greidanus jr. Julius Caesar.” Pas gaandeweg het maken van Nero ontstond de  Arabische Lente. “De voorstelling is evenwel geen geschiedenisles”, benadrukt Opbrouck. “Ik speel de Nero van de kinderjaren, de jongen die bezeten is van muziekjes. Het jongetje dat in zijn eigen stad op zoek gaat naar iemand die met hem wil spelen en in het donker zingt om zijn angst te bezweren. De jongen die dieren uit nieuwsgierigheid open snijdt. Uit liefde. Altijd op zoek naar iets warms, iets liefs, iets zachts. Voor mij is dat niet gemakkelijk spelen”, zegt Opbrouck. “Ik ben gewend om groots en barok uit te pakken, en nu moet ik ingetogen spelen. Dat is niet eenvoudig. De tekst is zo geschreven dat het bijna een partituur is. Een monoloog is het trouwens niet in de strikte zin van het woord, want ook Johanna Lesage speelt een rol. Zij is de alwetende voedster die Nero én mij kwetsbaarder maakt op het podium.”

Ten dele gaat de voorstelling ook over architectuur. De voorstelling speelt zich af op een speelvloer waarop op groot uitgevallen maquette van een stad is te zien. ‘De mooiste stad is de stad bij nacht, stad die ’s nachts herinneringen maakt, die broeit van verlangen. (…) Laat de stad symmetrisch zijn. Alles is de helft van een geheel. Laat de stad leeg zijn. De mooiste stad is de lege stad. De volgebouwde lege stad. Geen duiven, geen honden, geen kinderen.’ Het is de stoïca van Seneca die deze utopieën in zijn hoofd moet hebben geslepen. “Hij duldde geen tegenspraak of verstoringen van zijn beelden. Uiteindelijk wilde hij behagen, toneelspeler zijn.  Daartoe stak hij zijn eigen stad in brand. Er zijn ook mensen die de horroraanslagen van nine eleven als een uiting van kunst zien. Dat fascineert me. Nero had een droom. Het is die droom die we laten zien.”

Nero van NTGent is op 11 januari te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie en online bestellen: www.ntgent.be of www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s