‘Jij moet gewoon beetje gunning doen’

Homemade cabaret van De Borrelnootjez

‘Want Turkije altijd nummer een’, ‘Jij moet gewoon beetje gunning doen’. En: ‘Zeg woellah, ben jij autotune vergeten?’ Een greep uit de inmiddels ‘wereldberoemde’ uitspraken van dé YouTube-sensatie in Nederland: De Borrelnootjez. Ze groeiden uit tot een fenomeen op YouTube door hun sketches, zoals het Turkije Journaal, Mocro Late Night Show en – met 1,4 miljoen views – zangeres Zou Zou Zoubida. En het EK Voetbal. Moeten we het daar werkelijk nog over hebben? Jawel, want in tegenstelling tot Oranje scoorden de homemade cabaretiers van De Borrelnootjez met hun EK-lied Allez Allez Hup Hup een culthit. In het tv-programma De Halve Maan van de NTR zijn ze kind aan huis. ‘Die gasten zijn echt feshkell… Ik heb liever borrelnootjes op m’n bruiloft dan dakka!!’, laat een kijker weten. Het wachten was dan ook op het moment dat ze de planken op zouden gaan. Na try-outs, voor volle zalen in Rotterdam, Eindhoven en Amsterdam het afgelopen voorjaar, zijn De Borrelnootjez terug in Theater aan het Spui met Borrelnation.

Komische verhalen, vaak uit het leven gegrepen. Typetjes, gevatte grappen en een flinke dosis zelfspot. Aanplaksnorren en soms een een onvervalste Brabants tongval: ‘Zo nu en dan kan die genante gevuul gewoon daar zijn’. In hun sketches nemen ze alles en iedereen op de hak, niets en niemand blijft gespaard: Arabieren, Afrikanen, Turken én Nederlanders worden genadeloos door de mangelmolen gehaald.

“Twee jaar geleden deed ik mee aan een talentenjacht in Theater aan het Spui omdat iedereen zei dat ik goed in typetjes was”, kijkt Hamza Benrami terug op de bliksemcarrière die hij zelf heeft veroorzaakt. Hij is de spil van het trio dat hij ondertussen met Khalid Akouzdame en Yassine Hajdaoui heeft gevormd. “Die wedstrijd won ik. Daarna heb ik de eerste aflevering van het Turkije Journaal gemaakt, en daarna en samen met Khalid, de benjamin van onze vriendengroep, een filmpje waarin ik Al Pacino imiteerde. Die werden stuk voor stuk opeens enorme hits op YouTube”. Hun filmpjes ontstaan doorgaans ‘spontaan’ en schetsen situaties die uit het leven gegrepen zijn. “We werken niet met een script of een scenario”, zegt de Hagenees. Hoewel: “Tegenwoordig moet het soms wel wat strakker”. Maar een echte boodschap is het drietal nog altijd vreemd, of het moet zijn dat ze ‘willen laten zien hoe zij de samenleving ervaren’. Freestyle, noemt Benrami het. “Noem het van mijn part ziekelijke humor”. Voorbeelden? Antihuishoudbeurs-tips voor mannen, het opstellen van een banga-lijstje, een persiflage op het Waterloo van Job Cohen.

De eerste keer gedrieën op het podium, met mensen van vlees en bloed op drie meter afstand, bracht eerst ‘gezonde nervositeit’ bij ze teweeg. “Maar door het enthousiaste publiek dat we steeds voor ons hebben, werpen we dat juk vrijwel meteen van ons af”. In de theatervoorstelling passeren typetjes uit hun filmpjes in levenden lijve de revue. Zo zien we Bullent Bum Bum, Faruhk Servet, Badr Hari, Fatah & Miloud Bouqarda en Zoubida. Deze ‘thuglady van de streetz’ is een echte femme fatale. In de videoclip met haar zie je onder andere Appa, Fouradi, Sef en Sjaak langskomen. Ze weet Fouradi niet te overtuigen van haar zangkunsten, maar rapper Appa heeft wel interesse in Zoubida. Zijn enige probleem is de Opel Golf 3 waarin hij rijdt. Zou Zou: ‘Ik hoop dat je minstens high class rijdt, dus je hoeft echt niet te komen met een Golfje drie, vier of vijf’.

Hun naam? “Ik werd altijd al ‘borrel’ genoemd, en we willen graag gezellige, relaxte dingen doen. Zo zijn we op De Borrelnootjez gekomen, met een z inderdaad. Vandaar de titel Borrelnation”.

Borrelnation door De Borrelnootjez is op zaterdag 23 juni te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie op www.theateraanhetspui.nl en www.borrelnootjez.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Cancan in een rolstoel

Ashton Brothers gaan rond met ‘wonderolie voor de ziel’

Vier mannen en één nietpistool. Maar in Charlatans zien we het viertal ook veelvuldig in de weer met en in een rolstoel. Joost Spijkers van de Ashton Brothers: “Onze voorstellingen gaan vaak over de manier waarop mensen hun hoofd boven water proberen te houden. En dat is natuurlijk het geval als je de ‘cancan’ moet doen in een rolstoel”.

“Het einde van een tijdperk”, zo noemt ‘Ashton’ Joost Spijkers met een goed geproportioneerd gevoel voor dramatiek de serie van vier voorstellingen in de Koninklijke Schouwburg waarmee het kwartet Charlatans – a medicine show afsluit. “Zo’n vierhonderd keer gespeeld, in binnen- én buitenland, en sinds we de repetities ervoor eind 2007 startten is er natuurlijk heel wat gebeurd”. In het tijdsbestek van vier tot vijf jaar is de wereld voor de Ashtons grondig veranderd – maar toch ook weer niet zo veel. Zo maakten de vier in Amsterdam afgestudeerde kleinkunstenaars en acrobaten voor het eerst sedert  hun oprichting in 2001 een uitstapje naar een heus toneelgezelschap, het Zuidelijk Toneel, waar ze tot vorige maand met onder meer Marc-Marie Huybregts bijstonden in de Vertellingen van 1001 Nacht. En er was de bedreigende ziekte die Ashton Friso van Vemde Oudejans te verduren kreeg. De Ashton Brothers, vernoemd naar circusartiesten uit het Australië rond 1900, moesten inderhaast er hun al ingezette tournee van Charlatans om onderbreken. Onveranderd is na een tijdsbestek van vijf jaar dat ze dus nog steeds Charlatans spelen. “Destijds hebben we speelbeurten moeten afzeggen. Die hebben we later weer ingehaald, want gelukkig was Friso na een jaar genezen”. Nu vindt ten langen leste het staartje van de tournee plaats. “Het was fijn om de voorstelling op te halen, want het is zó’n leuk programma om te doen”.

Hun voorstelling brengt variététheater, acrobatiek, muziek, clownerie, slapstick en cabaret  tot ‘wonderolie voor de ziel’ in aanstekelijke, korte sketches bijeen. Ze worden gecoacht door Peter de Jong van het roemruchte duo Mini & Maxi, en voor Charlatans werd ook de hulp ingeroepen van regisseur Peter de Baan. “We maken theater zonder tekst. We hebben dus geen script waar we ons op kunnen verlaten, geen tekst, geen draaiboek. We beginnen met veel geouwehoer en vertellen elkaar wat we leuk vinden. Dat kan iets uit een tv-programma als Jackass zijn,iets opvallend op YouTube, een muziekstuk van Mozart dat een van ons fascineert, of een act uit de aloude doos van het variété. Daarna gaan we er samen over dromen. Vervolgens treffen we in de repetitieruimte die we huren of in het kraakpand dat we betrekken vaak allerlei attributen aan: een wankele ladder, een verstoft bierkratje, oude tafels en stoelen met drie poten, kortom: oude rommel. Daar gaan we mee aan de slag. Het is een oneindig improviseren tot aan de openbare repetities. Pas daar merk je wat het publiek leuk vindt. Dat zijn soms de verbindende acts in plaats van de ‘hoofdacts’. Het openbare karakter is erg belangrijk voor ons, want daardoor zie je waar en hoe je moet of kunt bijsturen. De periode tot aan de première heeft in het geval van Charlatans een dikke negen maanden in beslag genomen. Dat is vrij lang, ja. Toneelgroepen hebben meestal aan twee of hooguit drie maanden genoeg”. Een vaststaande onderlinge rolverdeling houden ze er niet op na. “Het gaat als vanzelf. Voorbeeld: als Friso goed gitaar speelt waarom zou ik dat dan doen? Ik speel goed accordeon. Dat hoeft dan een van de anderen dus niet doen”.

Charlatans – a medicine show door Ashton Brothers is te zien van dinsdag 12 tot en met zaterdag 16 juni in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op www.ashtonbrothers.nl en www.ks.nl. Telefonisch kaartjes reserveren: 0900- 3456789.

Relatie vader & dochter onder de loep

Drangs ‘Zomeravonden 2012′ biedt jeugdig talent een kans

Zomeravonden heet het podium dat de Haagse theatergroep Drang jaarlijks biedt aan jong en aanstormend talent. In de editie 2012 krijgen twee theatermakers de kans een voorstelling te maken: Mirjam Angenent met Onvoltooid en Abdel Daoudi met Onbemind. Beide toneelstukken draaien om de relatie tussen een vader en zijn dochter(s). Voor het eerste speelt Zomeravonden zich af op locatie. Markant, want het is het voormalig Kantongerecht en Maritiem Instituut aan de Jan van Nassaustraat in Den Haag: daar waar echtscheidingen werden uitgesproken.

Bij Theatergroep Drang regisseert Angenent (33) de voorstelling Onvoltooid, een stuk dat met name gaat over ‘de aan- en afwezigheid van een vader’. “Een scheiding kan heel wat overhoop gooien”, merkt Angenent verklarend op. “Ouders doen in hun opvoeding altijd wel íets fout”, lacht Mirjam Angenent. “Dat is voor mij als theatermaker nu bovenal een bron van inspiratie. Ineens is de vader die jij zag als de koning in je leven van zijn troon gevallen. Soms begrijp je hem, soms wil je hem begrijpen en soms is hij onbegrijpelijk.” Belangrijk voor dit stuk zijn de ervaringen van de zes actrices die in Onvoltooid spelen en die “als dochters een kijkje geven in de kwetsbare en ontroerende relatie die ieder van hen voelt met hun eigen vader.” De plaats van handeling voor het op basis van improvisaties tot stand te brengen voorstelling is een kolfje naar haar hand. “Het stuk speelt zich op verschillende plekken in het gebouw af. “Die staan voor een reis door het leven, van kind tot volwassene”. Angenent belooft met nadruk dat het een luchtig stuk wordt, en beslist niet therapeutisch van aard is. De geboren Haagse maar in Leiden wonende Angenent, op haar vijftiende met vier broer(tje)s en een zusje tot puber van gescheiden ouders geworden, kan naar eigen zeggen bogen op een ‘markante’ vader. “Een echte Hagenees, al zeg ik het zelf, een uitgesproken volks type. Hij is een man die graag praatjes aanknoopt, met wie dan ook, en aldoor grappen maakt.”
Angenent rondde in 2005 een opleiding af tot dramadocent aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en geeft onder de paraplu van de Haagse instelling voor kunstzinnige vorming, het Koorenhuis, les op onder meer de Oranje Nassauschool in de stad. Ze wil bij Drang in de editie 2012 van Zomeravonden graag laten zien dat ze ook als regisseur haar ‘mannetje’ staat. Die rol is haar niet vreemd. Als klein kind al schreef ze verschillende scripts, vertelt ze, “en deelde die dan uit aan vriendjes om me heen. Die moesten dan vervolgens spelen wat ik had opgeschreven.”

Abdel Daoudi rondt met Onbemind zijn studie aan de Toneelacademie Maastricht af waar hij in deeltijd de studierichting tot regie/docent volgt. “Zeven jaar geleden kwam ik toevallig met een vriend mee naar een les bij Drang omdat hij niet alleen wou gaan. Gaandeweg werd ik gegrepen en ben ik ook mee gaan spelen. Ik heb inmiddels meegedaan in verschillende voorstellingen van Drang, onder meer in Personeelsfeest. En vorig jaar maakte ik er mijn eerste Zomeravondvoorstelling, een van de delen uit het vierluik Uitgesloten!, een heftig verhaal over een volwassen man en een prepuber. Nu ben ik dan zover dat ik voor Drang mijn eindvoorstelling voor de academie mag maken. Het is voor mij natuurlijk extra spannend dat het om mijn afstudeerproject gaat. Docenten komen me beoordelen en natuurlijk komen ook collega-studenten op bezoek.”

Voor zijn afstudeerproject koos hij voor een tekst van François Mauriac (1885-1970), de in Nederland in vergetelheid geraakte Franse winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1952, maar door regisseur Ivo van Hove in het seizoen 1995/1996 bij het Zuidelijk Toneel uit de motten gehaalde romancier. Naast een dertigtal romans schreef hij ook verschillende stukken voor theater, en was hij journalist voor Le Figaro. In zijn werken proberen de personages zich veelal te ontworstelen aan hun milieu en de verstikkende greep van het vrome gezinsleven – net zoals dat bij de schrijver zelf het geval was.

Onbemind (Les Mal-Aimés) is een keihard familiedrama, dat de kijker een beeld geeft van hoe ongenadig mensen kunnen zijn voor elkaar en zichzelf. Het draait om de getroebleerde relatie tussen een vader, officier De Virelade, en zijn twee dochters, wiens vrouw er vandoor is en bijgevolg de drinkende vader heeft laat zitten met Elisabeth en haar jongere zus Marianne. Elisabeth neemt daarop noodgedwongen de moederrol op zich en houdt zo haar vader op de been. Marianne lijdt onder de situatie: ze ziet in haar zus het evenbeeld van haar moeder, de vrouw die hen verraden heeft, terwijl haar vader in haar juist veel herkent van haar moeder, met als gevolg dat hij haar veronachtzaamt. Totdat Elisabeth zich verlooft met buurjongen Alain en zich op die manier onttrekt aan de zware familiale druk en de verwachtingen die haar vader van haar heeft. Maar Alain heeft op zijn beurt een relatie met Marianne. “Stuk voor stuk zijn het mensen die hunkeren naar liefde, naar een beetje geluk, noem het geborgenheid”, doceert Daoudi. “Het geluk van de één is daarbij tegelijkertijd het ongeluk van de ander. Dat is de vraag die ik in deze voorstelling wil opwerpen: In hoeverre durf je het eigen geluk dat zichtbaar ten koste gaat van de ander na te streven? En ook: Hoeveel pijn durf je naasten aan te doen in ruil voor eigen geluk”. Onbemind is daarmee volgens hem een voorstelling over mensen die een uitzichtloze situatie ontvluchten, over het verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van de vaderfiguur en de drang naar persoonlijke vrijheid.

Voor Daoudi is de locatie van minder belang dan voor Angenent. “Maar het is wel een plek met vertelkracht. Je bent gedwongen de ruimte te gebruiken zoals die is, terwijl je een theater naar eigen hand kunt zetten. Met de plek die ik kies wil ik vooral de innerlijke leegheid van de personages tot uitdrukking brengen en het vacuüm van een opgesloten gezinssituatie van de vier personages voelbaar maken. Kale muren dus, bakstenen”.

Zomeravonden van Theatergroep Drang met Onvoltooid en Onbemind is van 1 tot en met 16 juni te zien in het voormalig Kantongerecht en Maritiem Instituut, Jan van Nassaustraat 112, Den Haag. Meer informatie: www.drang.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 3464645.

‘Ik heb de scherven even in het bad gedaan zolang’

De Veere speelt Kras van Judith Herzberg

Volgens de Belgisch-Nederlandse ‘Repertoire Vereeniging De Veere’ scheert Kras ‘licht als een zuchtje langs menig heikel onderwerp’. Ze noemt het ‘the very quintessence of Herzberg: geestig, spits, kort maar even krachtig als een fragmentatiebom’.

‘Ik heb de scherven even in het bad gedaan zolang! Ik kan ze zó niet in de glasbak gooien’, roept Manfred, de derde zoon van Ina, erg milieubewust en tevens te boek staand als geniaal wiskundige in het eerste bedrijf. ‘Ik breng morgen nog een lading, dan kan ik ze in één keer wassen, anders is het zonde van al dat water.’ Bij de oude Ina is volgens haar in de voorgaande nachten steevast de boel in huis overhoop gehaald en nu zijn de kinderen overgekomen om de veroorzaakte rotzooi, die ook symbool staat voor de wanorde in haar hoofd, op te ruimen. Maar daarmee sleept ze ongewild ook hun problemen haar huis in.

Kras is het bedrieglijk eenvoudige verhaal van een moeder en haar kinderen van wie met name de moeder ogenschijnlijk verzeild raakt in een aantal opeenvolgende nachtelijke inbraken, geschreven door Judith Herzberg. Het stuk is in 1988 in première gegaan en sindsdien houdt toneelgroep Maatschappij Discordia het stuk levend door het bij tijd en wijle te hernemen. Binnenkort speelt de Belgisch-Nederlandse ‘Repertoire Vereeniging De Veere’ het stuk opnieuw. De ‘Vereeniging’ is door theatermaker Jan Joris Lamers in het leven geroepen “om met collega’s stukken in de actualiteit te houden”. De Veere houdt zo ook werken van onder meer Botho Strauss en Anton Tsjechov op het repertoire. De collega’s waarover Lamers spreekt zijn in Kras de spelers van ’t Barre land.

Judith Herzberg (ook bekend van Rijgdraad, Leedvermaak, Merg en De caracal) begon haar carrière als toneelschrijfster op het Instituut voor onderzoek naar Nederlands Toneel, een sterke ‘beweging’ onder leiding van Jan Kassies (1920-1995), onder meer cultuurfilosoof, directeur van de Amsterdamse Toneelschool en Eerste Kamerlid. Kassies wilde meer toneel van oorspronkelijk Nederlandse makelij zien. Lamers, een van de erkende grondleggers van het moderne toneel – met name de Vlamingen hebben zijn gedachtegoed overgenomen – stond aan de wieg van theatergezelschappen als Werktheater, Onafhankelijk Toneel en Maatschappij Discordia, en was indertijd docent aan de Toneelschool: “Bijna gelijktijdig met Discordia werd Kras eind jaren tachtig ook door Toneelgroep Amsterdam (TA) gespeeld. Dat leverde een heel andere enscenering op. Wij speelden het abstract, terwijl TA het deed met alles erop en eraan”.

Lamers en de zijnen hebben het stuk sindsdien geregeld hernomen. De regie anno 2012 door De Veere vermeldt dat de speelruimte toen ‘leeg’ was, ‘en nu opnieuw’, met helemaal achterin ‘gebeeldhouwde zetels’ met de toneelspelers. Lamers: “Door het huidige tijdsgewricht krijgt het stuk wat ons betreft een heel andere lading. Het gaat niet alleen over een dreigende dief in de nacht, maar het onthult ook andersoortige parallellen die er zijn, zoals de soort van dreiging die er nu is in subsidieland, waar vooral kleine theatergroepen het onderspit dreigen te delven; groepen waar volgens mij nou juist de noodzakelijke veranderingen vandaan moeten komen”.

Kras door De Veere i.s.m. ’t Barre Land is te zien op vrijdag 18 en zaterdag 19 mei in Theater aan het Spui. Meer informatie op www.barreland.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren op: (070) 346 52 72.

De lust van het boosaardige

NTGent en Toneelgroep Amsterdam in klassieker van Molière

Een kleurrijk feest van schijnheiligheid, dat is de Tartuffe van NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Wim Opbrouck speelt de rol van Orgon, bankier én slachtoffer, een dezer dagen op zijn minst opvallende combinatie.

In Shakespeares Romeo en Julia is het de befaamde balkonscène. Ook in Molières Tartuffe zit zo’n legendarisch moment. Dat is wanneer de stinkend rijke bankier Orgon zich onder de tafel verschuilt en prompt even later lijdzaam moet toezien hoe de door hem hooggeachte maar in wezen schijnheilige avonturier Tartuffe de kat in het donker knijpt door zijn vrouw Elmire het hof te maken – en hem trouwens en passant zijn hele bezit afhandig maakt. Molières Tartuffe laat zien hoe blind mensen kunnen handelen en anderen daar zonder wroeging profijt van proberen te trekken.

Bij de Haagse Comedie tekenden in 1981 Willem Nijholt als Tartuffe, Wim van Rooij (Orgon) en Arda Brokmann als Elmire onder regie van Pierre Laroche voor een daverende versie, die gespeeld werd in het toenmalige en inmiddels legendarische HOT Theater.

“Tartuffe, ja, dat is de man die met weldadig plezier en genoegen de lust van het boze botviert”, antwoordt Wim Opbrouck. “Hij is voor velen de belichaming van het kwaad, maar niet per se van het slechte. Met een beetje goede wil kun je in hem een ‘Robin Hood’ zien. Het is Orgon die Tartuffe als een messias aanbidt, hem in huis haalt en hem overstelpt met liefde, die hem bepaalde kwaliteiten toeschrijft en hem wat dan ook ten geschenke geeft. Zelf vraagt Tartuffe nergens om. En als Orgon, die deftige bourgeois-homme van vijftig jaar, met welstand gezegend door een vooraanstaande positie aan het hof, de behoefte heeft om gerustgesteld en gekoesterd te worden, en iedereen die hem omringt ertoe dwingt zijn angsten te delen, ja, dan maakt Tartuffe al te graag misbruik van diens naïviteit. Dan ontstaat gelijktijdig van twee kanten een ideologisch en affectief terrorisme. Uiteindelijk kan de devote Orgon slechts als lamgeslagen toekijken hoe Tartuffe een vermetele poging doet diens vrouw te schaken”.

Volgens Opbrouck is er in de Tartuffe van NTGent en Toneelgroep Amsterdam sprake van een omgekeerde werkelijkheid. “Met de ogen van de actualiteit kun je in Tartuffe de belichaming zien van de arrogante bancaire beleggingsinstellingen en financiële markten, terwijl de bankier Orgon juist een indignado is, een krokodillentranende, verontwaardigde burger, die zich tot machteloos slachtoffer waant. Hij heeft zichzelf stroop om de mond gesmeerd”. Door Tartuffe te zien, verstrikt in zijn eigen manoeuvres, brengt Molière ons ertoe de anderen te bekijken door zijn ogen. Het ging Molière er met Tartuffe niet om op het toneel morele of religieuze problemen aan te kaarten, eerder om oplichterij en goedgelovigheid aan de kaak te stellen. Plaats van handeling is nota bene het huis van Orgon zelf, in Parijs.

Tartuffe wordt gerekend tot Molières ‘serieuze blijspelen’, sociale satires met een menselijke zwakte als basis. ‘Ik wil me met de belachelijke trekjes van de mensheid bezighouden en de tekortkomingen van de wereld theatraal aangenaam verbeelden’, schreef Molière zelf eens. Na de eerste opvoering te Versailles in mei 1664 tijdens een hoffeest, werd het stuk onder druk van notabelen, en ondanks de gunstige houding van Lodewijk XIV, lange tijd verboden. Pas in 1669 kon een derde versie de goedkeuring van de bourgeoisie wegdragen. ‘De meest subtiele passages van een ernstige verhandeling over de moraal hebben maar al te vaak minder uitwerking dan de satire en voor de meeste mensen is er geen beter middel tot berisping dan hun fouten voor hen te schilderen: de meest effectieve wijze de ondeugd aan te vallen is die over te leveren aan de algemene spot’, becommentarieerde Molière indertijd eigenhandig de commotie rond het stuk. ‘Tegen berispingen kunnen mensen zich verweren, maar zij kunnen het niet verdragen te worden uitgelachen. Zij zijn bereid verdorven te zijn, maar verafschuwen het belachelijk te schijnen.’

Regisseur Dimiter ‘Mitko’ Gottscheff bewerkte de tekst, zoals Molière dat eigenlijk ook steeds opnieuw deed. “Het stuk eindigt nu met een scène waarin de familie en Orgon door een berg afval kruipen, op zoek naar het vermaledijde spaarbankboekje van de heer des huizes, terwijl deze jammerend van wanhoop uitroept: ‘Hoe kan het masker van zo’n godvruchtigheid / Een ziel verbergen met zoveel leugenachtigheid’”. Gottscheff, bijkans een levende legende en een van de fenomenale regisseurs uit het grijze theaterverleden van de jaren zeventig en tachtig, is opgegroeid onder het communistische (lees: anti-kapitalistische) juk van Bulgarije. Opbrouck: “Hij is nu bijna zeventig maar heeft nog niets van zijn wilde haren verloren. Als geen ander weet hij traditie en avant-garde te verbinden. Hij heeft van Tartuffe een feest van schijnheiligheid van gemaakt, een aanklacht tegen elke vorm van fundamentalisme. In Tartuffe verschijnt nu in wezen een revolutionair op het podium die ons waarschuwt voor de geluksmachine die bij ons ‘economie’ heet. Hij toont een maatschappij in de greep van de angst, angst voor het vreemde dat onze grenzen binnensluipt en onze waarden ondermijnt”. Toch wil Opbrouck met dit stuk niet spreken van een ‘wake up call’ die er van deze nieuwe versie van Molières klassieker zou uitgaan. “Het heeft eventjes geduurd maar er zijn nu opeens heel wat stukken over de wereld van kredietbeoordelaars en de bankensector. Gottscheff heeft zich eerder ten doel gesteld een verbinding tot stand gebracht tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur. “Zo is het stuk onder meer gelardeerd met tal van liedjes, beat poems en er klinken gesamplede geluiden.”

Opbrouck, eerder dit seizoen te zien als Nero bij NTGent, speelt met Orgon de tweede grote rol in een half jaar. “Ik sta bijna evenveel op het podium als Tartuffe. In die zin vormen Tartuffe en Orgon een uniek duo in de theatergeschiedenis. Het is een mooi gevecht tussen ons beiden, er zit een perfecte balans tussen ons tweeën, zoals dat jullie dat bijvoorbeeld wel kennen van het duo Johnny Kraaykamp en Rijk de Gooyer”. Wim Opbrouck voert ook nog eens de artistieke leiding over NTGent. Zijn gezelschap is komend seizoen veelvuldig te zien in Den Haag door een innige samenwerking met het Nationale Toneel.

Tartuffe door NTGent / Toneelgroep Amsterdam is te zien op 2 juni in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op www.ntgent.be, www.toneelgroepamsterdam.nl en www.ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren op 0900-3456789.