‘Zonder dialoog houdt het op’

Publiekslieveling Jakop Ahlbom wil graag delen

De première van Publikumsbeschimpfung verwekte in 1966 een groot schandaal en leidde een aanval in op het toenmalige conventionele theater en zijn publiek. De legendarische tekst van Peter Handke bevatte een aantal beledigingen aan het adres van het publiek, dat zich daardoor danig in het hem gezet voelde. Doordat toeschouwers hun verontwaardiging, hun woede of hun leedvermaak of  een combinatie daarvan tijdens het stuk luidkeels naar voren brachten, werd de relatie tussen de publieke ruimte (de zaal) en het podium (de scène) omgekeerd. Opeens ging de handeling, het drama, zich in de zaal afspelen.

Publikumsbeschimpfung is in deze tijd lang niet meer zo shockerend als in de jaren zestig. De grenzen van het theater zijn inmiddels verkend en opgerekt. Maar de relatie tussen een kunstenaar en ‘zijn’ publiek is nog altijd en per definitie broos. Ook in het theater. Juist in het theater. Een schilderij is tastbaar en bestaat ook als er even geen toekijker is, en ook een vloek ten overstaan van het doek verandert de essentie ervan in wezen niet; een toneelstuk of een dansvoorstelling is daaraan tegengesteld. Bovendien is theater vluchtig: na het wegstervende applaus is ook de voorstelling vaak ‘verdwenen’.

“Zonder dialoog houdt het op,” zegt Jakop Ahlbom. Ook voor deze uit Zweden afkomstige theatermaker, die al twee keer door de Toneelkijkers van Theater aan het Spui werd uitgeroepen tot publiekslieveling, is en blijft het toekijkende publiek vaak een ongrijpbare grootheid. Het enige wat hem daarom te doen staat is uitgaan van zijn eigen ideeën, en niet bij voorbaat inspelen op wat hij denkt dat het publiek graag wil zien. Hij vaart zelf zijn volstrekt eigen kompas. “Als theatermaker ga ik primair uit van iets dat ik binnenin mezelf vind. Als ik een fascinatie bij me ontwaar, dan kan het bijna niet anders dan dat er méér mensen zijn die door diezelfde fascinatie  gebiologeerd zijn of dat zullen worden. Ik wil het publiek meenemen in mijn fascinatie. Theatermaken komt voor mij voort uit willen delen, delen wat je fascineert met mensen om je heen. Publiek heeft op mij de uitwerking van een katalysator.”

Ook al heeft hij momenteel veel succes, hij zegt er voor te waken concessies te doen aan zijn voorstellingen, als het gaat om het bereiken van een bredere samenstelling van zijn publiek of een groter publiek. “Ik zou graag een keer een grootgemonteerde voorstelling maken, in een stadion of zo. Om nieuwe vormen te proberen, niet om tien- of twintigduizend mensen in een keer te kunnen bereiken. De macht van het getal is niet doorslaggevend. Bovendien: het publiek is geen massa. Het bestaat uit allemaal afzonderlijke individuen die elk apart een eigen beleving en achtergrond hebben. Mensen te raken, al zijn het er maar twee op een avond, is mijn hoogste streven. Van tevoren, tijdens het maakproces, en zelfs tijdens de voorstelling, weet ik eigenlijk nooit of een voorstelling, en zelfs maar een enkele scene echt aankomt zoals ik die in oorsprong bedoeld had.”

Verschillen de karakteristieken van het Nederlandse van die van publiek uit Zweden, België of Zwitserland? Reageren mensen in een theater met een lijsttoneel anders dan in een vlakkevoertheater, zoals die van Theater aan het Spui?
“Het publiek in Nederland is vaak extreem hilarisch, in België is het publiek heel wat stiller. In Duitsland is het publiek wat terughoudend maar was het applaus en de waardering na afloop overdonderend en werd er geschreeuw om ‘bis’. Wel voelt hij verschil als een zaal vol of halfvol is. “Je merkt het als mensen als ‘kenner’ gekozen hebben voor mijn voorstelling of als het uitgaanspubliek is. Dat maakt mij verder niet uit: ik ga ervan uit dat mensen uit nieuwsgierigeheid komen. Maar dat heeft wel gevolgen voor de balans van de voorstelling; en die verandert soms gedurende het spelen. Soms moeten we wat in de juiste richting ‘duwen’ of ‘masseren’ om het publiek te prikkelen, bijvoorbeeld als er een brede orkestbak tussen zit of zo. Maar soms ook moeten we juist wat gas terugnemen omdat een voorstelling anders te uitbundig dreigt te worden. Soms ook is gaat het om een kip/ei-situatie: waar begint het? Met het publiek of met ons? Dat is altijd een vraag.”

Het gevoel publiekslieveling te zijn van bezoekers van Theater aan het Spui, is belangrijk voor hem. “De prijs biedt me steun, niet alleen tijdens het maken of hernemen van voorstellingen maar ook als ik in Den Haag speel. Het is een fijn gevoel als je er op kunt rekenen dat mensen je bij voorbaat goed gezind zijn. Bovendien is het een fijn theater, een plek waar je je echt welkom voelt. Zoiets voel je. Dat geldt voor mij net zozeer als voor de bezoekers, denk ik. Zij voelen dat ook.” Cees Debets en zijn medewerkers hebben in drieënhalf jaar veel bereikt.”

Magazine Theater aan het Spui 2012

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s