Prikkelende teksten, eigenwijze liedjes

Roosbeef met De Demo-show in Diligentia

Roosbeef grossiert in wonderlijke, dromerige dan weer stuwend opgebouwde liedjes vol beelden en wendingen. Voorvrouwe Roos Rebergen doet binnenkort Theater Diligentia aan en gunt ons daarbij een kijkje in haar keuken.

Op haar tweede cd Omdat Ik Dat Wil bracht ze een dankwoord uit aan ‘iedereen met wie we ooit mee hebben gekust’ en bracht ze ‘applaus voor de natuur’ uit. Eenvoud is een wapen – en Roos Rebergen van popband Roosbeef weet dat wapen als maar weinig anderen te hanteren.

De geboren Duivense (1988) won in 2005, pas zeventien was ze toen, met haar toenmalige begeleidingsband de Grote Prijs van Nederland, een gekende onderscheiding voor aankomend nationaal poptalent. Pas enige tijd later, in 2008, verscheen de debuut-cd: Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten. Het is een album vol dartele, bijna springerige te noemen kleinkunstachtige liedjes, die overlopen van vaak poetische maar steeds ontwapenende tekstvondsten, noem het hartenkreten in een notendop. “Ergens vanuit een gevoel binnenin mij wellen flarden van zinnen op”, zegt de toetseniste. “Soms weet ik ze zelf niet te plaatsen, weet niet waar ze vandaan komen”. Het is uiterst verleidelijk met een reeks citaten te komen. Dan toch maar een enkel voorbeeld: ‘Hij wou homo worden / maar er kwam steeds iets tussen’ (uit: Pulpo); ‘Jij vindt de structuur van een rauwe champignon niet lekker / ik vind dat we niet moeten trouwen’ (uit: Iets te veel wij(n)); ‘Ik hield mijn buik voor je in / want ik ken je pas net’ (uit: Niet uitmaken). Een laatste: ‘En ik kijk in de spiegel / mijn sociale vaardigheden zitten op de juiste plek’. Ze zingt die teksten op een tamelijk onnadrukkelijke, bijna terloopse wijze en vaak in een huppelend ‘parlando’. “Ik vind het juist grappig als de woorden soms niet passen, als het een beetje wringt. Woorden vallen dan meer op,” merkte ze eens in een interview op. Voor haar lijzige, nu en dan zelfs temerige, breekbare, ongeschoolde stemgeluid val je als een baksteen of knap je faliekant af, een milde tussenweg lijkt voor haar wat ijle en iele kinderstemmetje niet mogelijk. Ook haar fysieke verschijning baarde opzien: een knalrode sluike haarbos die de felle afsluiting van haar blankbleke huid vormde van waaruit blauwgrijze hondenogen de ruimte in priemden. Optredens in nationale poptempels en op literatuur en popfestivals volgden, met veel succes.

Als opmaat tot de huidige theatertournee bracht ze even geleden een nieuwe EP uit: Warüm. “Het zijn zes liedjes die ik nog op de plank had liggen uit de tijd van de opnames voor mijn vorige cd. Zie het niet als restmateriaal, het zijn eerder nummers waar ik opnieuw zin en plezier in ontdekte toen ik wist dat deze theatertournee De Grote Demo-show eraan zat te komen en ik met wat nieuw materiaal op de proppen wilde komen”. Roosbeef ruilt het zogeheten clubcircuit dus in voor het met zwaar velours omgeven pluche van het theater. Als een kleindumpje belooft ze bezoekers muzikaal mee te verdwalen in het grote sprookjesbos van inspiratie en creatie. “We willen de ontstaangeschiedenis van sommige nummers laten horen, en je kunt er meer met het licht en de setting oogt wat meer aangekleed dan een poppodium. Misschien komen de nummers beter tot hun recht in een zo’n rustige omgeving. We kunnen nu ook meer akoestisch instrumenten inzetten, zoals koper- en houtblazers. Ook vertel ik tussen de nummers door wat korte verhaaltjes. Maar verwacht geen toneelstukje of zo!”, lacht Rebergen.

Roos Rebergen stopte op haar zeventiende met schoolgaan, bezocht daarna weleens een popopleiding aan een van de conservatoria in ons land, maar zag na enig nadenken toch af van een reguliere  muziekstudie. “Eerst was ik te jong, wat later vond ik het wel fijn om daar mensen van mijn leeftijd te kunnen treffen. Maar na het winnen van de Grote Prijs van Nederland kwam alles in een stroomversnelling terecht zodat het er gewoon nooit meer van gekomen is om naar een popopleiding of zo te gaan”.

De stijl van haar muziek is moeilijk te vangen en lijkt in zekere zin eigenlijk ‘nergens’ op. Het is een unieke sound in een wereld die aaneenhangt van bloedeloze papegaaientrends. Wel is ze onder de indruk van de energie die uitgaat van hiphop. “Ik haak vrij snel af, maar er gaat een goede energie van uit: hier zijn we dan, we hebben wat te vertellen, luister naar ons”. Haar muzikale voorbeelden lopen uiteen van de typische countrymuziek van Patsy Cline en de countryrock van Lucinda Williams tot meer recente Amerikaanse rock van Wilco en de band Bright Eyes. Van de luistermuziek op Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten heeft de sound van haar band zich ontwikkeld tot een meer dan voorheen energiek, rauw en soms ronduit rock klinkende geluid. “Een geluid met ballen”, zoals ze zelf zegt.

Roosbeef is op woensdag 31 oktober te zien in Theater Diligentia. Meer informatie op www.roosbeef.nl en www.diligentia-pepijn.nl. Telefonisch reserveren: (070) 3610540.

‘Het moet worden als drie dolle, dwaze dagen’

Festival De Betovering beleeft 13e editie

Kinderen en jeugdigen in Den Haag boffen maar. In de herfstvakantie staat de dertiende editie van festival De Betovering op stapel. Met 250 activiteiten staat het wederom bol van sprankelende theatervoorstellingen, films en inventieve workshops, zoals het bouwen van de kinderstad van de toekomst met behulp van karton of het geven van bestaansrecht aan bedreigde Spinsels.

Twaalf jaar geleden werd de aftrap verricht, een tijdperk waarin volgens de toenmalige initiatiefnemers te weinig te beleven was voor kinderen in de hofstad. Met destijds een enkel weekend aan activiteiten is De Betovering sindsdien, maar vooral de laatste jaren, uitgegroeid tot een bijna anderhalve week durende opeenstapeling van bruisende en aansprekende ideeën en activiteiten voor jeugdigen. De groeispurt naar een bereik van 15.000 bezoekers in 2011 is bewonderenswaardig. Suzanne Verboeket, sinds 2006 aan het hoofd van De Betovering: “We hebben jarenlang eerst aan vertrouwen moeten winnen: bij theaters en theatergroepen, de gemeente Den Haag en sponsors – maar vooral bij de mensen die wij als de voornaamste bezoekers zagen: mensen die niet gewend zijn aan theaterbezoek. Hopelijk is nu de tijd aangebroken om weer net als vorig jaar te kunnen oogsten.” Festival De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd, sloeg de voorbije jaren arbeidsintensieve en onorthodoxe wegen in: het werkte samen met de Ooievaarspas, met sleutelfiguren uit verschillende doelgroepen in de stad, met buurthuizen en, bijvoorbeeld, met instellingen voor naschoolse opvang.

Tijd om op de lauweren van het bereikte succes te rusten is er evenwel nauwelijks. “We moeten pieken. Het festival moet worden als drie dolle, dwaze dagen. Pas bij een zaalbezetting van 80% en als 90% van de bezoekers tevreden is vind ik dat het festival als geslaagd mag worden beschouwd”, zegt de van oorsprong Limburgse, aan de Rijksuniversiteit Groningen op kunstbeleid en theaterwetenschappen afgestudeerde moeder van drie kinderen die in leeftijd variëren van drie tot tien jaar. “Ik wil graag zien dat kinderen kunst en theater als een keuze zien – dat ze überhaupt weten dat er zoiets als kunst en theater bestaat. Het is belangrijk nu al begrip te kweken over wat kunst en theater voorstelt, zodat ze later beter kunnen kiezen, ongeacht of ze een toekomst als kunstenaar of theatermaker ambiëren, of het als een waardevolle vrijetijdsinvestering zien”.

Programma
In de programmering is er naast aandacht voor vele professionele theatergroepen uit het binnenland zoals Orkest MaxTak, Theater Terra, Kwatta, Het Filiaal, Stella Den Haag en Theatergroep MAX ruim baan gemaakt voor toonaangevend jeugdtheater uit het Europese buitenland. Zoals de voorstelling annex installatie .h.g. door Trickster-P uit Zwitserland, die op vrijwel alle buitenlandse jeugdtheaterfestivals opzien baarde. Kinderen tussen 9 en 14 maken er een individuele tocht. Ze krijgen ieder afzonderlijk een koptelefoon op en zien allerlei beelden. Ze maken daardoor zelf door wat misschien ook Hans en Grietje aan den lijve hebben ervaren. Voor dappere kinderen, niet zozeer eng maar wel heel spannend. “Als een individuele gang bezwaarlijk wordt geacht kan eventueel een ouder mee”, zegt Verboeket. En dan is er Anima door Meridiano Teatret uit Denemarken, een verrassende en erg visuele voorstelling met veel poppen- en schaduwspel over een onderwerp dat voor kinderen vaak zoiets ongrijpbaars en teders is: de dood. “Een voorstelling die je verlaat met het gevoel dat het leven mooi is”, aldus een uiterst bevlogen Verboeket.

Het centrale punt van de liefst 38 festivallocaties is het Theater aan het Spui, waar doorlopend workshops, korte voorstellingen, en eten en drinken in Café De Betovering voorradig zijn. “Dat eten en drinken”, zegt Verboeket, “daarin werken we samen met de stichting Toekomstbeeld der Techniek. Kinderen mogen daar kiezen hoe zij willen dat onze voeding er over pakweg dertig jaar uit moet zien. Bijvoorbeeld: moet het slowfood zijn, of fastfood? De kinderen kunnen er ook leuke proefjes met eten doen”. In het festivalcentrum is ook ruimte gecreëerd voor een voortzetting van Tapatoe, de kinderstad van de toekomst, waar kinderen met behulp van karton bouwwerken hun eigen metropool mogen construeren en waar ze bovendien zelf muziek kunnen maken.

De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd duurt van 19 tot en met 28 oktober en vindt plaats op verschillende locaties. Meer informatie op www.debetovering.nl.

Kleine monoloogjes

Ilse Warringa en Niek Barendsen spelen in Bed

Waterbed, stapelbed, hemelbed, spijkerbed, logeerbed, luchtbed, hoogslaper: er zijn nogal wat soorten. De lunchvoorstelling Bed draait om het object van ultiem gewaand slaapcomfort.

De algemene definitie luidt dat een bed een meubelstuk is om in te slapen, dat bestaat uit een ledikant met daarop een matras met beddengoed, zoals lakens en dekens of een dekbed, een overtrek en een hoofdkussen. Tot in de 19e eeuw sliep men in Nederlandse huizen overwegend in een bedstede en pas daarna in een slaapkamer. Niek Barendsen vertelt: “Het zijn eigenlijk een aantal door regisseur Albert Jan van Rees aaneengeklonken kleine monoloogjes, waarvan de ene helft is geschreven door mijn tegenspeelster Ilse Warringa en de andere helft door mijzelf. Het draait om dramatische momenten uit het leven van een aantal personages die we aan de hand van speeches leren kennen, onder hen onder meer een reisleider, een regisseur en een lerares”.

Barendsen is eindredacteur drama van het veelbekeken tv-programma voor jongeren Het Klokhuis (NTR), maar was ook betrokken bij onder meer de programma’s Nerd tv (Villa Achterwerk, VPRO), Gooische Vrouwen, Koefnoen, Draadstaal, en de theatervoorstellingen Volendam en Alex van Oranje. Zijn toneelstuk Midlife toert nu door Nederland en de tv-serie Welkom in de Gouden Eeuw die hij schreef en regisseerde is vanaf december te zien op tv bij Zapp.
Ilse Warringa speelde in het verleden onder meer bij jeugdtheatergroep Stella Den Haag, onder meer in Shaffy voor kinderen, was een tijdje cabaretière, en maakt nu deel uit van toneelgroep Bloody Mary. Maar zij acteert ook op gezette tijden voor Het Klokhuis en is te zien in het satirische en hilarische tv-programma Toren C (VPRO). Als duo vonden Warringa en Barendsen elkaar in 2009 op de festivalkermis van De Parade. Koud een jaar later vierden ze er triomfen met hun tot hitvoorstelling gepromoveerde voorstelling Nest. Dat succes smaakte naar meer. Op stapel staat daarom Nest, tafel en bed, dat in januari in première gaat. Als aanloop naar dit soort van drieluik speelt het tweetal in de foyer van Theater aan het Spui bij wijze van lunchvoorstelling de eenakter Bed. “Het is leuk om stap voor stap theater te kunnen maken”, zegt Barendsen. “En het is grappig om dat in de setting van een foyer en overdag te doen, dat maakt het allemaal net wat anders en onvoorspelbaarder”.

Barendsen ziet in de kern eigenlijk maar weinig verschil in schrijven voor tv of voor het toneelpodium. “Schrijven voor kinderen, voor volwassen, voor tv of voor theater: het maakt voor mij eerlijk gezegd niet zoveel verschil. De genres liggen wat mij betreft niet veel uit elkaar”.

De lunchvoorstelling Bed is te zien in Theater aan het Spui van dinsdag 30 oktober t/m vrijdag 2 november. Meer informatie: www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 36 52 72.

Magie zonder te goochelen

Fred Delfgaauw, 30 jaar theatermaker

Fred Delfgaauw is een magiër, maar dan wel een die het theater voorop stelt. Zijn voorstelling Minder = Meer is nu voor het laatst in Den Haag te zien, want na dit seizoen stopt hij ermee.

Als gevolg van laten we zeggen een misverstand, zat de Koninklijke Schouwburg die avond, ergens aan het eind van de tachtiger jaren, vol met bezoekers die verwachtingsvol uitkeken naar een revue van Jos Brink. In plaats daarvan kreeg het publiek een theatervoorstelling van Fred Delfgaauw, toen nog Studio Peer geheten, voorgeschoteld. In zijn eentje, omringd met poppen en lappen verbeeldde hij een sublieme, volwaardige Mozart. Hij ontpopte zich als een rasverteller die op fascinerend wijze in dialoog wist te treden met zichzelf. Monden vielen van verbazing open, na afloop klaterde in de beroemde bonbonnière een ovationeel applaus neer. Iets soortgelijks had hij eerder al gedaan op beroemde teksten van Beckett en Ibsen. ‘Hij is alleen eigenlijk een heel leger’, meende Herman van Veen vijf jaar geleden ter ere van zijn toenmalige zilveren podiumjubileum. “Magie zonder te goochelen”, noemt hij het zelf. Toch, zo bekent Delfgaauw, heeft hij zich nooit ‘een echte poppenspeler’ gevoeld: “Ik ben een theatermaker, iemand die stemmenkunst en lichtontwerp bij elkaar brengt en daarbij gebruik maakt van poppen op het podium”. Nu, ja: poppen? Hij construeert personages met niet veel meer dan een rubberen masker of een pruik op zijn hand, met eventueel een lap, een morsige regenjas of een jurk erbij. Dat is niet alleen knap, dat is ook ontroerend en grappig. Delfgaauw: “Is het niet de droom van iedere kunstenaar om met zo min mogelijk zoveel mogelijk te zeggen?” Door de regieadviezen van Karel de Rooij (Mini & Maxi) is hij steeds op zoek gegaan naar de perfecte eenvoud. “Karel is een groot vakman. Het is door hem dat ik nu op een heel leeg toneel sta, in de eerdere voorstellingen had ik vaak hele decors.”

Nu, ruim een kwart eeuw later, weet een groot deel van de bezoekers van toen nog altijd blindelings de weg naar zijn voorstellingen te vinden. De oud-Hagenaar heeft in de tussentijd tal van producties uitgebracht: miniatuurtjes over Don Quichot, over Carmiggelt, en naar aanleiding van de dood van zijn vader, De Terugreis. Hij won de Toneelpublieksprijs en werd daarna nóg ettelijke malen voor diezelfde onderscheiding voorgedragen. Eigenlijk is het een raadsel dat Delfgaauw nooit is doorgestoten in de richting van (inter)nationale roem, want zijn taal van zinsbegoochelende tovenarij is er een die werkelijk iedereen kan voelen en begrijpen. Zijn jubileumvoorstelling Minder = Meer speelt hij nu, na zes jaar, nog steeds, avond aan avond, overal met veel succes. De voorstelling is een indrukwekkende compilatie van niet minder dan 31 jaar vakmanschap in een theatervorm die uniek is en die hij tot in de puntjes beheerst. De voorstelling bestaat uit een aaneenrijging van zijn bekende hits, zoals ‘De hilarische baby, ‘De mannen aan de bar’, ‘De meesterlijke doktoren’ en ‘Het Schitterende Sprookje’. “Het is een programma waarin ik steeds andere fragmenten uit mijn voorstellingen laat zien. Iedere avond is dus weer compleet anders. Dat houdt mij én mijn publiek scherp.” Van routine is geen sprake. “Plankenkoorts, dat went nooit. Het is alsof je in de wachtkamer van de tandarts zit”.

Hij richtte een eigen theater op in de binnenstad van Gorinchem, zijn vaste woonplaats sedert zo’n twintig jaar: Peeriscoop. Een theater is niet slechts een grotere tv dan thuis; het wezen van theater is dat je willens en wetens een avontuur wilt aangaan, theater is in essentie magie. Aan het medium tv heeft hij dan ook een broertje dood. “Waar tv een uiterst passief medium is dat vaak de hang naar domheid bevestigt, dient de theaterbezoeker alle luiken open te zetten. Hij zegt zich te ergeren aan de formats die voor theateritems en in het bijzonder voor hemzelf geen plaats in lijken te willen ruimen. “In een van zijn Centuriën voorzag de middeleeuwse wijsgeer Nostradamus eerst de opkomst en vervolgens de val van de huidige beschaving en het kapitalisme als gevolg van Koning Eenoog. Kijk wat er nu gebeurt: de tv, de laptop, het mobieltje. Allemaal eenogigen”.

Delfgaauw trad altijd al graag buiten de sporen van het genre, maakte voorstellingen met cabaretier Sjaak Bral (“’cabadrama’ werd het genoemd”), was te gast op Festival Classique, deed mee aan de benefietavond voor Den Haag Centraal. Hoewel hij het niet hardop zegt vreet het gebrek aan erkenning aan hem, helemaal nu na zo’n 31 jaar het eindspel van gepassioneerd theatermaken lijkt te zijn ingezet. “Na al die jaren van vervoering krijg ik per 1 januari opeens geen subsidie meer. Daarmee vervalt de basis voor mijn unieke vorm van theatermaken.” Theater Peeriscoop zet hij vooralsnog voort, en uiteraard wil hij de reeks voorstellingen van Minder = Meer, De Verteller en Vliegen met een Vleugel die hij tot ver in 2013 speelt tot een succes maken.
De voorstelling van Minder = Meer in Den Haag is trouwens een bijzondere. Als jonge jongen kreeg Fred tekenles in het atelier van kunstschilder Poen de Wijs. Deze Haagse realistische schilder is onder meer bekend geworden met de portrettenreeks over Mini & Maxi en met de covers van muziekgroep Flairck. Na vele jaren kwamen zij elkaar weer tegen en er ontstond spontaan een plan om een serie schilderijen over Fred te maken. Over zijn voorstellingen, zijn theatrale werkelijkheid, markante koppen en verrassende illusies. De expositie van de intussen ernstig zieke De Wijs wordt op zaterdag 13 oktober geopend door Sjaak Bral en de Commissaris van de Koningin van Zuid-Holland, en is tot eind november te zien in galerie De Twee Pauwen.

Minder = Meer van Fred Delfgaauw is te zien in Theater Diligentia op zaterdag 13 oktober 2012. Meer informatie op www.diligentia.nl en www.delfgaauw.nl. Telefonisch reserveren op: TEL.NR.

Kader:
Karel de Rooij over Fred Delfgaauw

“Mensen zijn helemaal verbaasd als ze hem aan het werk zien”, zegt De Rooij. “En ik ben er trots op dat ik hem mag regisseren. Hij is een van de meest onderschatte grootheden van dit land, een talent zoals we dat in Nederland maar nauwelijks kennen. Elke keer dat ik hem aan het werk zie, gebeurt het weer: het onmogelijke, het ondenkbare. De avonden dati k hem in het theater aan het werk zag, behoren tot mijn gedenkwaardigste theateravonden”.

‘Ik raakte in de knoop’

Paul R. Kooij als Raymond in Rain Man

De film Rain Man is een kassucces van eind jaren tachtig. De Hollywoodkraker is nu in een Nederlandstalige theaterversie te zien bij De Utrechtse Spelen.

‘Qantas’, volhardt Raymond. ‘Qantas never crashed’. Het is een gevleugelde scène uit de film Rain Man. Daarin ontdekt Charlie Babbitt, een egoïstische yup, gespeeld door Tom Cruise, dat het grootste deel van de erfenis van zijn vader naar Raymond (Dustin Hoffman) gaat, zijn autistische broer van wie hij het bestaan Charlie tot dan niet wist. Als Charlie met zijn broer een vliegtuig in wil stappen, weigert Raymond en lepelt uit zijn hoofd details op van alle luchtvaartmaatschappijen met crashes op hun conto. Als Charlie hem vraagt of er eentje is die nooit een crash heeft meegemaakt, luidt het antwoord van Raymond: Qantas is nooit gecrasht. En inderdaad: Qantas heeft tot op de dag van vandaag volgens statistici nooit een fataal ongeluk gehad, althans met een straalvliegtuig. Voor de komst van straalvliegtuigen had Qantas wél enkele fatale ongevallen.

De roadmovie Rain Man won in 1988 vier Oscars, voor beste film, regie, acteur en script. Het personage van Raymond is gebaseerd op Kim Peek, een verstandelijk beperkte man die kampte met het zogeheten savantsyndroom. “In die tijd was het naar Hollywoodbegrippen behoorlijk revolutionair om een dergelijke film te maken”, zegt Paul R. Kooij, die in de Nederlandse theaterversie de rol van autist Raymond op zich neemt. “De film bracht veel begrip teweeg voor autisme, dat staat vast, al was ik destijds niet echt zoals veel anderen door de film getroffen.” Aan de eerste versie van het theaterscript voor Rain Man heeft hij hardop getwijfeld. Hij vond het script teveel een remake van de film: “Film en tv gaan over realiteit; theater over verbeelding”. Ook tijdens de repetities worstelde hij met de manier waarop autisme werd benaderd. “Op een gegeven moment raakte ik met mezelf in de knoop. Ik had me behoorlijk voorbereid, onder meer aan de hand van de bekende documentaire Make me normal en door het levensverhaal over het Duitse autistische puber Birger Sellin te lezen. Ik vond maar weinig terug van de diepte die ik zelf in het stuk zag. Toch ben ik doorgegaan: Nu ben ik erg blij dat het kennelijk is gelukt om mensen een glimp te laten opvangen van wie de ‘echte’ Raymond zou kunnen zijn. Wel is daardoor de voorstelling een verhaal geworden over vriendschap, over broers en broederschap en niet over autisme. Misschien is dat maar beter ook, want, geloof me, je zou op een toneelpodium echt niet anderhalf uur lang naar iemand die lijdt aan een aandoening uit het autistische spectrum willen kijken. Begrijp me goed: het is een mooie voorstelling en vergeet niet dat er ook veel te lachen valt. Soms is het een wat gênant lachen; soms zelfs dolkomisch. Zeg nou zelf: iemand die koste wat het kost iedere dinsdag vissticks wil eten en daarbij stampvoetend eist dat elke stick in acht precies gelijke partjes moet worden verdeeld, zoiets is in de kern best grappig.”

“Mensen die me na afloop in de foyer of de kantine zien, wachten eerst tien minuten voordat ze me durven aan te spreken.” Voor zijn prestatie is hij uitvoerig, niet alleen door recensenten, geprezen. Ook regisseur Jos Thie, die met Kooij werkte in de tijd dat deze het Ro Theater leidde, sprak in interviews bewondering voor hem uit. “Toen hij naar Londen ging om de Engelstalige theaterversie te zien, dacht hij meteen aan mij. Volgens hem was ik de enige die deze rol kan doen. Alleen: ik was aldoor bezet. Thie heeft het stuk daarom een jaar op de plank laten liggen. Het is natuurlijk heel vleiend als een regisseur meent dat ik de rol in Rain Man moet spelen, maar ik ken tal van collega’s die dat ook op hun geheel eigen manier prachtig hadden gekund”.

Rain Man door De Utrechtse Spelen is op zaterdag 27 oktober te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.ks.nl en www.deutrechtsespelen.nl. Telefonisch reserveren: 0900-3456789.

De taal van Truze

Truze Lodder neemt afscheid van De Nationale Opera

“Wagner, daar kon ik niet omheen. Dat zou ik vroeger niet gedacht hebben, maar door bij De Nederlandse Opera te werken heb ik Wagner leren kennen, en door de kwaliteit waarmee Hartmut Haenchen mij dat heeft doen kennen, heb ik me er ook in verdiept, en heb ik heel veel in muziek leren zien, waardoor het horen nog mooier wordt.” Zinnen die klinken als een klok. Het is een kenmerkende volzin uit het spoorboekje van Truze, uitgesproken tijdens het programma Het Klassieke Hart van … op Radio 4.

Truze spreekt graag, vlot en veel. Ze is dan bij voorkeur wat formeel van toon. Niet omdat die aard haar meest natuurlijke stijl is, maar eerder in de overtuiging dat ze op die manier correct en uiterst nauwkeurig kan, wil en moet zijn in haar constateringen en beschrijvingen en – net zo belangrijk – in principe niets en niemand tekort wil doen, ongenoemd of onbenoemd wil laten, voor het hoofd wil stoten of zich verplicht voelt ter zake doende details te moeten melden. Dat leidt vaak tot uitvoerige en goed opgebouwde betogen op, maar ook toelichtingen en antwoorden op vragen waarbij ze op enig moment soms ook erg uit kan varen. Ze is dan vrijwel onstuitbaar in haar woordenvloed. Maar ook op die moment en zal ze haar geliefde taaltechnisch hoogstandjes steeds uitspreken in blakende, vrijwel volmaakte volzinnen, die ze voorziet van tal van uitbreidende bijzinnen, en zonder daarbij om de minste haperingen verlegen te zitten.

Taalgevoel is een gave. En zij is daarin volgens velen een natuurtalent bij uitstek. Ze heeft die begaafdheid tot in een perfectionistische graad weten te ontwikkelen. Ze is steeds op zoek naar de juiste formulering, de juiste toon. Een dergelijk streven naar perfectie typeert haar ook als persoon.

Truze kan, als was ze een beroepspolitica, bogen op een schier oneindig palet aan beleefdheidsformules die ze zonder de geringste moeite aan elkaar weet te rijgen. Ze weet daarbij vaak vrijwel niet van wijken en blijft vrijwel onverzettelijk aan het woord te blijven. Geen speld tussen te krijgen. Weliswaar bedient ze zich zo nu en dan van stopwoordjes en -zinnetjes, dat is onvermijdelijk als je dag in dag uit op hoog niveau en urenlang gesprekken moet voeren. Ze leveren haar vooral enige bedenktijd op. ‘Uit een oogpunt van’, zegt ze dan, ‘In vervolg op’, ‘In redelijkheid’, of ‘Passend binnen kaders’. Per saldo (ook zo een) is haar taal er vooral een van kleur, heel veel kleur, daar waar haar taalgebruik doorspekt is van emoties en passie.

Maar passie verliest stilaan aan belang nu kunstinstellingen bedrijven zijn geworden. Met passie alleen kan nu niemand een museum of een opera runnen. ‘Soms denk ik: iemand met een opleiding filosofie, of Nederlands, of wat dan ook, kan het ook’, zei ze eens in een interview in de Volkskrant. ‘Maar je moet wel wat van financiën weten, want financiën zijn steeds belangrijker geworden.’ Aan de andere kant: ‘Als wij keurig gerund zouden zijn, maar inhoudelijk oninteressant, dan moeten we worden opgeheven, vind ik.’

Ze werkt sinds 1988 samen met Audi. ‘Pierre en ik zijn zeer geprivilegieerd dat we elkaar hebben gevonden’, meldt ze in hetzelfde interview. Een kort zinnetje dat als een pareltje blinkt van charme. Varend op de toppen van haar intuitie spreekt ze als in notenschrift met zicht- en hoorbare passie voor theater en muziek. Met haar woorden werpt ze haar toehoorder in heldere zinnen steeds een hengel toe waarmee ze hem of haar naar zich toe haalt. Als Truze spreekt komt als het ware bladmuziek tot leven, als ze spreekt klinkt een partituur die ten uitvoer wordt gebracht.

‘De juiste toon vinden, dat is een uitdaging

Met inmiddels een Theo d’Or op zak trekt Marlies Heuer opnieuw de theaters in met Am Ziel, een voorstelling die vorig jaar veel ontzag ontlokte.

Een schittering in de ogen, een trilling van het lichaam, een zekere stembuiging die plotseling het beeld bevestigt of verstoort. Het is fascinerend om te merken hoe een personage of een actrice langzaam maar zeker tot je poriën doordringt. In dit geval heet de actrice Marlies Heuer en ze werd begin september voor haar prestatie onderscheiden met de Theo d’Or, de prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrol. Heuer kreeg ‘m voor Am Ziel, waarin ze in een bijna-monoloog een nurkse, nukkige en nare moeder speelt in het gelijknamige stuk van Thomas Bernhard. “Ik had tijdens de repetities al wel het gevoel dat we met z’n allen, naast mij Lottie de Bruin en Jan Paul Buijs, iets moois aan het maken waren”, zegt Heuer, “maar je weet nooit of dat ook echt zo is, of anderen dat ook zo zien. Deze keer was de zoektocht die het maken van een voorstelling is, een plezierige, in ieder geval geen grote worsteling, zoals dat geregeld wél gebeurt. Bovendien houd ik erg van de stukken van Bernhard, hoewel ik buiten De President, waarin ik een zwijgende rol vertolkte, nooit in enige ‘Bernhard’ heb gespeeld. Niettemin stond dit stuk op een verlanglijstje dat ik ergens in mijn hoofd bijhoud. Toen de jonge regisseur Paul Knierem, tot voor kort een van mijn leerlingen aan de Amsterdamse Theaterschool, me voor dit stuk vroeg was ik meteen verkocht”.

De rol is een huzarenstukje en een krachttoer ineen. “Het is topsport. Je moet in goede conditie zijn. Tachtig A-viertjes met dikbedrukte tekst, dat is een hele klus. Deze zomer heb ik mijn zomervakantie in het Franse hooggebergte ten dele opgeofferd om de tekst er opnieuw in te stampen. Dat komt voor mij neer op een eindeloos herhalen, het aanleggen van een reservoir in je hoofd en het vinden van ankerpunten in de tekst. Als de tekst er dan op het toneel uitkomt zoals ik dat voor ogen had, dan brengt dat een zekere loutering bij me teweeg”.

Am Ziel is een in betonnen humor gegoten, droevige komedie over een moeder en een dochter die in een beklemmend huisje de sleur van hun benauwende dagen slijten. De koffers zijn gepakt, want ze gaan op reis, zoals ieder jaar, inmiddels al 33 jaar lang, naar hun huis aan zee. Deze keer is alles een tikkeltje anders want ze hebben een jonge schrijver uitgenodigd. Hij heeft recentelijk grote successen behaald met zijn toneelstuk ‘Redde wie zich redden kan’. “De in Nederland geboren Bernhard stort, zoals altijd, een tirade uit over alles wat hem niet zint, over alles hem als liefdeloos voorkomt, over de maatschappij die hem niet zint, over zijn tweede vaderland Oostenrijk, over de wanstaltigheid van de bourgeoisie en uiteindelijk ook over de oorlog”, zegt Heuer, die vorig seizoen ook schitterde in Suzanne Kennedy’s Kleine Eyolf bij het Nationale Toneel. Dat doet Bernhard in dit stuk door een familierelatie te beschrijven, door egoïsme aan de kaak te stellen en zonder enige gene grote walging en weerzin op te roepen. Snoeihard en vol tegenstrijdigheden, maar ook onbedaarlijk grappig en absurd. Tegelijkertijd is zijn stuk een betoog over de vraag wat de kunst ons nog brengt, een actuele vraag dezer dagen. De kunst voor mij is om de gedachten en de emoties van de moeder invoelbaar te maken. En om de juiste toon te vinden, iedere avond opnieuw, dat is een uitdaging”.

Am Ziel door Toneelschuur Producties. Te zien op maandag 15 oktober 2012 in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.toneelschuur.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.