Een feilloos gevoel voor timing

Hitchcocks ‘Dial M for Murder’ op toneel

Na het succes van 39 Steps brengt Het Thrillertheater opnieuw een toneelversie van een film vol suspense: Dial M for Murder, een onvervalste ‘Hitchcock’. Musicalster Brigitte Heitzer treedt in de voetsporen van Grace Kelly.

Heus! Ik heb haar echt gezien! Verbluffend mooi. En zoals haar elegante arm dwars door dat witte doek prikte en recht op je afkwam! De oogverblindende actrice Grace Kelly was op dat moment in de film in een bijna levensechte doodsstrijd verwikkeld – met dank aan de sinistere geest van Alfred Hitchcock in zijn fameuze thriller Dial M for Murder (1954). De filmindustrie draaide indertijd verwachte kaskrakers in 3D, als tegenwicht tegen filmvertoningen op tv, die immers alleen maar plat konden zijn. Lage camerastandpunten, acteurs die op je komen toelopen – Hitchcock leunde duidelijk op sterke maar legitiem ingezette3D-effecten. Voordat de rolprent werd uitgebracht was de trend trouwens alweer overgewaaid en dus werd alleen de platte versie uitgebracht. Tegenwoordig wordt de film slechts een enkele keer in 3D vertoond, onder meer medio jaren negentig, toen het Filmhuis Den Haag een festival rond deze filmsoort organiseerde. Rood-groen brilletje gratis bijgeleverd, evenals een bijpassende hoofdpijn na verloop van tijd.

De ‘Hitchcock’, naar het gelijknamige toneelstuk en script van Fredrick Knott, is opgezet als een huiskamerdrama en speelt zich geheel af in de parterrewoning van een flatgebouw. Het stuk en de film laten zien hoe ex-tennisprof Tony Wendice (Ray Milland) de ideale moord beraamt. Een moord waarmee hij denkt de erfenis van zijn echtgenote Sheila (Grace Kelly) op te kunnen strijken, als prijs voor haar pseudoheimelijke verhouding met huisvriend en detectiveschrijver Mark Halliday (Robert Cummings). Wendice’s opzet mislukt weliswaar, maar hij lijkt in staat de erfenis en het vege lijf te kunnen redden door op de plaats delict al improvisatorisch een briljant instantplan-B te smeden. Gewaagd trouwens, van Hitchcock, een buitenechtelijke affaire te tonen in die tijd.
Zoals vaker in detectives het geval is, zijn het naast de acteurs vooral de omringende attributen die een hoofdrol opeisen, in dit geval een brief, een schaar, een huissleutel, een telefoon van bakeliet. Voor de 3D-versie liet Hitchcock onder meer een manshoge telefoon bouwen en een enorme mechanische duim, omdat het indertijd met de 3D-techniek moeilijk was om close-ups te schieten: voor stereobeelden zijn twee camera’s vlak naast elkaar nodig die gelijktijdig hetzelfde op celluloid vast te kunnen leggen – en de filmcamera’s uit die tijd waren nogal groot van formaat.
“Attributen als tegenspelers?” Brigitte Heitzer, die de rol van Sheila speelt in het stuk, moet er hartelijk om lachen. Bij nader inzien: “Hmm, dat is wel een beetje zo, inderdaad. Bijvoorbeeld als de sleutel opeens spontaan uit de broekzak van Peter Tuinman, alias Tony Wendice, verdwenen is. Dan zie je eventjes de paniek in zijn ogen komen. Maar hij weet daar prima mee om te gaan, hij moet per slot van rekening ook improviseren om zijn moordplan dat de mist dreigt in te gaan, te kunnen redden.” Voor haar rol komt het aan op een feilloos gevoel voor timing: “Je moet voortdurend bij de pinken blijven, perfect op de anderen in het stuk inspelen, om aan het verhaal de juiste suspense mee te kunnen geven. Wat als dat niet lukt, dan zakt het meteen in. Dat mag dus in geen geval gebeuren”.  Volgens Heitzer heeft regisseur Bruun Kuyt, die eerder 39 Steps bij Het Thrillertheater tot een succes maakte, de voorstelling vanuit een filmisch gezichtspunt benaderd.

Hitchcocks film, waarin Sheila Margot heet, heeft ze gezien, voor een deel althans. Op dvd. “Een enge film. Ik kan er in ieder geval van zeggen dat het plot je meteen bij de kladden grijpt, vanaf het allereerste moment. Ik hoop dat ons dat op toneel ook lukt. Gisteren hadden we de eerste try-out, en natuurlijk merk je dan dat het publiek soms heel anders reageert dan wij hadden voorzien. Dat maakt het allemaal extra spannend om dit stuk te spelen. Ik ontdekte dat mijn moeder de dvd toevallig in huis had. Nu ligt hij bij mij in een lade. Ik heb nog niet voldoende tijd gevonden om hem helemaal af te zien. Soms doet de film trouwens wat gedateerd aan. We hebben daarom aan de taal en de dialogen nu en dan een eigentijdser karakter gegeven. Wel zijn we uitgegaan van de typische aankleding van de jaren vijftig en volgt het toneelstuk het origineel van Knott”.

Heitzer geniet met name bekendheid als musicalster. Ze werd opgeleid aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en later aan het Fontys Conservatorium te Tilburg. In 2007 won ze het tv-programma Op zoek naar Evita, waardoor ze de hoofdrol mocht vertolken in de musical Evita. Heitzer was in zowel Belle en het Beest (Belle) als in Tarzan (Jane) te zien als de ‘understudy’ van Chantal Janzen en in All shook up, love me tender speelde ze de hoofdrol van Natalie. In 2010 was ze de ‘alternate’ van diezelfde Janzen in de musical Petticoat. Ze deed mee aan de eerste remake van het tv-programma Fort Boyard in 2011 en tot eind februari speelde ze de rol van Ellen in de revival van de musical Miss Saigon. “Ik ben nooit bang geweest om vreemde dingen te doen, omzwervingen te maken, om dingen uit te proberen”, verklaart ze haar uitstapje naar de toneelwereld. “Ik werd door de producent/vertaler Lex Passchier en de regisseur gevraagd voor deze rol, dus dat geeft het nodige vertrouwen om aan door de wol geverfde toneelspelers als Peter Tuinman, Genio de Groot, Roelant Radier en Eric Bouwman partij te geven.” En dan is er nog de erfenis van Grace Kelly die op haar schouders rust: “Spannend… heel spannend! Ik doe m’n best.”

De in Scheveningen woonachtige, maar geboren Limburgse is tot eind maart in Dial M for Murder te zien, en maakt in april haar opwachting bij M Lab in de musical Otis. Ze staat nu voor het eerst sinds maanden weer in de spotlights sinds de geboorte, deze zomer, van een dochtertje. “Het is leuk om weer op het podium te staan, maar ook even wennen. Want je wilt natuurlijk zo snel mogelijk na afloop weer lekker naar je kindje”.

Dial M for Murder door Het Thrillertheater is op maandag 7 en dinsdag 8 januari evenals vrijdag 8 en zaterdag 9 februari te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.ks.nl en www.thrillertheater.nl. Telefonisch reserveren: (0900) 3456789. De 3D-versie is overigens te zien tijdens het komende Film Festival Rotterdam.

Advertenties

‘Zelf zou ik het ook doen. Als je écht van iemand houdt… Já!’

Robin Hood is een spannende familievoorstelling (5+) van Theaterschool Rabarber. Zo’n vijfendertig leerlingen maken de foyer van Theater aan het Spui tot een schier onneembare vesting.

“Zelf zou ik het ook doen. Als je écht van iemand houdt… Já!” Jongeling Scott Beekhuizen (16) kruipt voor de traditionele kerstproductie van Theaterschool Rabarber in de huid van de vogelvrijverklaarde meester-boogschutter Robin Hood, de bekende Engelse volksheld om niet te zeggen de grootste rebel aller tijden. In die hoedanigheid kan hij niet anders dan zijn geliefde Lady Marian redden uit de tentakels van de tirannieke landheer Prins John danwel Jan, de zoon van kruisvaarder en Koning Richard Leeuwenhart.

De Robin Hood uit de vroegste verhalen is veel ruiger en agressiever dan de latere volksheld. Volgens de overleveringen zou hij samen met een groep vrijbuiters (Merry Men) stelen van de rijken en zijn buit verdelen onder de armen. Hij woonde in de bossen van Nottinghamshire, Sherwood Forest geheten, het domein van de plaatselijke sheriff. Dáár zou Hood tegen de gezagsdragers gestreden hebben. De middeleeuwse held is wereldwijd bekend van talloze romans, verhalen en romantisch getinte verfilmingen. De oudst bekende vermelding in de literatuur dateert uit 1262. In de Engelse plaats Berkshire werd toen een misdadiger bestempeld als zijnde ‘een Robin Hood’, voornamelijk de persoon om wie het ging vogelvrij verklaard was. Historici zijn het er nochtans niet over eens of dit betekent dat de legende van Robin Hood in de 13e eeuw al wijdverspreid was, of dat de naam toen simpelweg een andere benaming voor een vogelvrijverklaarde was en dat de legende hier naderhand naar is vernoemd. Het is een legende die Hood in oude balladen naar voren laat komen als goedhartig en weldadig jegens de boerenbevolking maar wreed en onverbiddelijk voor de adel en de rijke kloosterlingen. “Rechtvaardigheid”, zegt Scott. “Ik kan slecht tegen oneerlijkheid, al weet ik niet of ik echt de moed zou hebben om altijd en overal in de bres te springen. Deelnemen in een vredesmissie, dat zit ertussenin, dat lijkt me een goede tussenweg”.

Vooral de aandoenlijke Disney-verfilming die hij in zijn kinderjaren zag, staat Beekhuizen goed voor de geest. “Misschien een beetje braaf en al te lief, maar ik heb er toen van genoten. Het boek? Nee, dat heb ik niet gelezen.” De vraag is trouwens: wélk boek? “Van Robin Hood zijn verhalen bekend uit uiteenlopende culturen”, zegt regisseur Jordan Tuinman. “Zes eeuwen van verhalen hebben sporen achtergelaten in bijvoorbeeld Turkije, Litouwen, Frankrijk – en waar niet al. Robin Hood leeft overal.”

Als regisseur van de jaarlijkse kerstproductie treedt Tuinman, die als lichtontwerper vele internationale dansproducties diende, in de voetsporen van de inmiddels pensioengerechtigde maar nog als supervisor toekijkende Wim Serlie, de man die sinds begin jaren negentig jaarlijks met leerlingen van Theaterschool Rabarber het fenomeen familievoorstelling landelijk introduceerde en daar een succes van maakte. Tuinman was gedurende twee producties regieassistent en rechterhand van Serlie, kreeg er schik in, en werd vervolgens enigszins tot zijn verrassing benoemd tot regisseur. “Ik heb een nieuw team geformeerd. Ik wil graag een nieuwe weg inslaan, maar tekst en muziek zijn als vanouds afkomstig van David Geysen en Carl Beukman. Bij ons is Robin Hood een eigentijdse jongen voor wie de Engelse popcultuur niet vreemd is en is hij bekend met het fenomeen van Haagse scooterbendes.” “Stress?”, vraagt Beekhuizen. “Daar heb ik nog geen last van. Er rijdt ter promotie van de voorstelling een tram rond. Maar ik slaap er niet minder om.”

Robin Hood (5+) van Theaterschool Rabarber is van wo 26 december 2012 tot en met vr 4 januari 2013 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.rabarber.net en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

‘Er komt later vanzelf een betekenis bovendrijven’

’t Barre Land speelt Klad

Voltaire, Goethe, Nietzsche, Kierkegaard. Ze liepen allemaal met hem weg: Georg Christoph Lichtenberg. Op basis van diens Kladboeken maakt ’t Barre Land met Klad een associatieve voorstelling waarin zijn werk als vliegwiel dient.

Op de voorkant van hun flyer voor de nieuwe voorstelling Klad heb ik in een landerige buit en volstrekt willekeurig met rode bic-penlijntjes een fragiel ogend bootje getekend, met slechts enkele pennenstreken opgebracht, een bootje dat verweesd in het zeewater dobbert. Dat water zouden de woelige baren kunnen zijn die als golven van onbegrip op toneelspelersgezelschap ’t Barre Land afstevenen nu de groep per 1 januari en vooralsnog zonder enig pardon het subsidieland wordt uitgedonderd – hoewel hun rapportcijfers uit louter de beoordeling ‘goed’ bestond.
Maar dat in kladschrift op de flyer opgetekende bootje, in werkelijkheid een maagdelijk wit A-vijfje, staat net zo goed voor hun voorlopig laatste voorstelling: Klad naar Georg Christoph Lichtenbergs Kladboeken (Sudelbücher). De Duitse schrijver, filosoof, satirist, kunstcriticus en hoogleraar in de experimentele natuurkunde heeft tussen 1765 en 1799, als was hij de boekhouder van zijn leven, een onafzienbare hoeveelheid invallen, observaties, gesprekken en overpeinzingen in cahiers gesteld. Zoals kooplieden inkomsten en uitgaven bijhouden noteerde hij een journaal van wat hij geestelijk ‘kocht’ en ‘verkocht’, alles door elkaar, zonder enige orde. ‘Als ik toch kanalen in mijn hoofd kon aanleggen om de binnenlandse handel tussen mijn gedachtevoorraden te bevorderen! Maar daar liggen ze met honderden, zonder elkaar van nut te zijn.’ Vincent van den Berg van ’t Barre Land: “Later bracht hij in die gedachten ordening aan. Dat is een werkwijze die ook wij bij tijd en wijle volgen: voorstellingen die zijn samengesteld uit uiteenlopende fragmenten, ideeën, situatieschetsen en acts”. In Klad worden daar, als ging het om jazz, afhankelijk van de stemming van de dag en die van het publiek, gedachten en materiaal aan toegevoegd.” Pas op de avond en ter plekke wordt de orde aangebracht, de betekenis gezocht, ingezoomd op de details. Van den Berg: “Later komt uit al die losse stukjes meestal als vanzelf een betekenis bovendrijven”. Een deel van die toevoegingen en associaties staat nochtans vast: enkele beschrijvingen van Jan (Oote, oote, boe) Hanlo, die als (klank)dichter en schrijver een reputatie geniet als verslaggever van een microscopische binnenwereld. Daarmee staan Hanlo’s introspecties in lijn met de onderzoekingen van Lichtenberg.

Volgens Van den Berg is Klad een voorstelling voor wie het vrolijk vindt om vooraf niet precies te weten wat er gaat gebeuren: “Invallen en voorlopigheden. Briefjes, notities, aantekeningen. Een kladstuk is het, een wastebook. Een ‘jocoseria’, een dichterlijke analyse van een gemoedstoestand, vanaf het vijfde plan. Dingen die gebeuren. Tegendraadse opvattingen. Kleine verschrikkingen. Dagdagelijkse waarnemingen”. En dan nog schieten omschrijvingen volgens hem tekort. Maar dat er met verve en onconventioneel toneelgespeeld wordt, zoveel is welzeker het geval.

De vraag is hoe het in het nieuwe jaar verder moet met ’t Barre Land. “We gaan niet bij de pakken neerzitten. De decors slaan we op. Toekomstige producties hangen af van geld dat we hier en daar bijeen kunnen sprokkelen. Ongetwijfeld krijgt die achtergrond een weerslag in Klad, zoals we steeds onze eigen wereld een rol hebben gegeven in onze voorstellingen.”

Klad door ’t Barre Land is op di 8 en wo 9 januari te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.barreland.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

‘Afgestompte ziel en een gekrenkt ego’

Theaterhuis Alba geeft noodgedwongen de pijp aan Maarten

Met Shelter neemt Theaterhuis Alba afscheid. ‘De kern van wat je hebt opgebouwd kun je niet werkelijk kapot maken’, zegt Mees, in 1999 grondvester van Alba.

Volgens de kalender van de Maya-indianen vergaat de wereld precies één dag na de verschijningsdatum van de krant die u nu in handen heeft: op de 21e december 2012. De symboliek van die datum is voor Alba Theaterhuis reden om haar laatste reeks voorstellingen juist rond die periode uit te brengen. De Haagse theatergroep ziet zich gedwongen definitief de knip op de deur vast te zetten nu de gemeente Den Haag – net als de landelijke overheid – heeft besloten met name te gaan inzetten op topkunst. Exit Alba – en nog een handjevol gewaardeerde Haagse kunstinstellingen. En dat is nog maar het begin. Nog lang niet duidelijk is immers of en onder welke omstandigheden onder meer Branoul, Drang, Zeebelt en Het Koorenhuis het er met ingang van kalenderjaar 2014 vanaf zullen brengen, ondaks een zojuist verkregen gemeentelijk overbruggingskrediet dat ze definitief van het gemeentelijk infuus moet afhelpen. “Het is jammer dat in het streven naar toptalent de in korte tijd schijnbaar tot subsidiesurperend onkruid verworden kunsten op boosaardige wijze en zonder pardon met een bulldozer worden weggemaaid. Dat geldt met name voor instellingen die talenten opkweken. Het theater in Den Haag is onderuit gehaald. Erst das Fressen, dan die Moral, dat is het luid klinkende adagium waarmee vandaag de dag kwetsbare kunst om zeep wordt geholpen”, reageert een zichtbaar ongeruste Saskia Mees, oprichtster van Alba Theaterhuis, met het hart op de tong.

Maar Alba laat het eigen verscheiden niet ongemerkt voorbijgaan: op donderdag 20, vrijdag 21 en zaterdag 22 december is het Korzo theater de plaats voor wat een pakkend afscheid, een ‘onderduikvoorstelling’ moet worden, een vaarwel dat met de voorstelling Shelter de vorm aanneemt van een drietrapsraket, met als onderdelen Where can I hide my tenderness?, Anima mundi en De epiloog. Naast Mees tekenen ras-Albanen Marcel Roijaards en Arlon Luijten ieder voor een deel. “Shelter staat voor beschutting, schuilplaats, ondergronds gaan en je afschermen voor de buitenwereld”, zegt Mees, die als actrice tussen 1989 en 1996 regelmatig bij Toneelgroep De Appel te zien was in markante voorstellingen als Antonius en Cleopatra, Driestuiversopera, Het oordeel van Paris en Trojaanse vrouwen, en recentelijk in de laatste reeks van de theatermarathon Herakles.

“Ikzelf ga een performance bouwen rond de pianomuziek van Robert Schumann’s Kinderszenen. Arlon Luijten regisseert jonge performers. Hij gaat op zoek naar de ziel 2.0 van kunst die zich noodgedwongen in de richting van een isolement begeeft. En Marcel Roijaards doet met een dertigtal ex-Albanen en andere jonge talenten een poging het onmogelijke mogelijk te maken, meer ga ik niet verklappen. Dat alles doen we met onze gebrekkige taal, afgestompte ziel, gekrenkte ego en ons uitgezakte lichaam”, aldus een beschouwende Mees. “We willen met Shelter een statement maken. De kern van wat je hebt opgebouwd kun je niet werkelijk kapot maken, die zit voor altijd besloten in de harten van de makers, spelers en kijkers”.

Voor Alba en haar grondlegster Saskia Mees eindigt per 1 januari een periode die in 1999 werd ingezet om jong theatertalent te ontwikkelen, te begeleiden en een podium te bieden, met muziek als basis voor klassiek getinte toneelteksten. Mees: “Klassieke muziek blenden met hiphop, Russische cultuurdansen uitgevoerd door een Haagse jongen. Het mixen van kunst en culturen was en is mijn drijfveer”.

Eventjes nog flakkerde de gedachte op van een doorstart. “Ik wilde de fakkel doorgeven, we hadden een plan klaarliggen. Het is maar de vraag hoe de talenten die we bij Alba hebben opgeleid zich straks staande weten te houden.” Momenteel coacht ze studenten van Codarts, de Rotterdamse onderwijsparaplu die conservatorium en dansacademie herbergt. Ook koestert ze nog verschillende plannen. “Ik wil ooit nog een voorstelling maken over de geschiedenis van de Berbers, met Marokkaanse acteurs en performers. Ik houd van de energie van dat volk, mensen die zich eeuwenlang hebben verzet tegen buitenlandse overheersing, die zich nooit helemaal gewonnen hebben gegeven. In Nederland is het een bevolkingsgroep die niet vast zit aan Westerse opvattingen over mythologie en vaak ook ongepolijster, aardser van karakter zijn dan autochtonen. Mohammed Azaay en Nasrdin Dchar, dat is het type acteur dat me aanspreekt. Maar eerst moet ik mezelf gaan herijken, nieuwe energie opdoen. Ik voel me in korte tijd oud geworden en ervoor zorgen dat ik de huidige verdrietige periode afsluit alvorens door te kunnen gaan”.

Shelter van Alba Theaterhuis is op donderdag 20, vrijdag 21 en zaterdag 22 december in Korzo theater. Meer informatie op www.albatheaterhuis.nl en www.korzo.nl. Telefonisch reserveren: (070) 3637540.

 

Een Vlaams pact met de duivel

Faust ofte Krakeling beneden de Louteringsberg in Vlaamse dichttaal

Rond 1540, gelijktijdig met de dood van Faust, ontstond het gerucht dat deze een pact met de duivel had gesloten. De overlevering rond hem is gestoeld op het leven van de Duitse magiër, weetgierige rebel en medicus Johann Faust. Decleir en De Sutter maken er een fascinerend taalspel in barok bevlogen Vlaams van. tekst

‘Achtenveertig jaren zult gij mij dienen. Is dat voor u oké? Daarna zal ik de lijfeigene van uw luimen zijn.’ ‘Achtenveertig jaren, Freund Faust, kan ik u niet offreren. Vierentwintig jaren is the limit.’ ‘Vier en twintig jaren… dat zijn een hoop schone dagen en blijde nachten. Liever is het mij tot voorbij de eindeloosheid der getijden te branden dan in das grausame van het aards bestaan ook maar een vlijmken te moeten ontberen. Akkoord, ik geef mij vol goesting gaarne over en ben à la bonne heure wreed tevree met ’t geen gij proposeert.’

Jan Decleir en Koen De Sutter toerden de afgelopen seizoenen met een virtuoze versie van Dylan Thomas’ Onder het Melkwoud. Ze maakten er een magnifieke luisterspel van, gebaseerd op de sublieme vertaling van Hugo Claus. De samenwerking smaakte naar meer en ze besloten zich op Faust te storten. Decleir: “Er zijn eigenlijk niet veel echt briljante duo’s in de literatuur. Zo kom je al snel bij Faust en Mefisto uit”. Lachend: “Met deze keuze willen wij op onze manier de wereld ten goede veranderen, vooreerst door goed theater te maken”. In Faust ofte Krakeling beneden de Louteringsberg van Theater Zuidpool speelt De Sutter de rol van Mefisto en verbeeldt ook de wereld van Gretchen. Decleir is Faust maar neemt ook de rol van verteller aan.

Vanaf het ontstaan in de late Middeleeuwen heeft de legendevorming rond Faust vele gedaanten en bewerkingen aangenomen, verhalen over hem zijn door allerhande partijen gebruikt om de bevolking tot een zekere moraliteit te manen en te verheffen. In de handen van Christopher Marlowe en Johann Wolfgang von Goethe groeide de volkssage algauw uit een vertelling die nu tot de klassieke literatuur behoort. Decleir en De Sutter vroegen kunstenaar Pjeroo Roobjee, die eerder Wolfsklem voor Decleir schreef, een ‘verduivelde’ bewerking te schrijven. Het resultaat is een Faust ’voor twee stemmen’ in het zinderende Vlaams, in die oeroud klinkende, knoestige, bonkige maar ook beeldende volkstaal, waarop schrijvers als Roobjee maar ook een aantal andere Vlamingen, zoals Tom Lanoye, het patent lijken te hebben. “Toch kan het ook een heel poëtische, geraffineerde taal zijn”, meent Decleir. “En dat is in deze bewerking goed te horen. Roobjee heeft Onder het Melkwoud als basis gebruikt, hij heeft het ritme en het tempo van die tekst willen benaderen en geconstrueerde zegswijzen à la Dylan Thomas bedacht. Taal is wezenlijk, zonder taal is een verhaal niets. Zelfs van Shakespeare blijft weinig over als je zijn taalvondsten weglaat”.

Faust ofte Krakeling beneden de Louteringsberg van Theater Zuidpool i.s.m. NT Gent is op dinsdag 18 en woensdag 19 december te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.zuidpool.be en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Laura van Dolron als kerstboom zonder piek

Oudejaarsconference en andere clichés…

De ergste kerstdiners zijn díe gelegenheden dat iedereen zich plooit en niemand breekt, de schijn ophoudt. Laura van Dolron ging diep in zichzelf te rade voor haar nieuwe Oudejaarsconference. “Er kan pas iets moois ontstaan als je jezelf op de tocht durft te zetten”.

De kerstliederen galmen allang weer uit de luidsprekers, vitrines van winkels veranderen zo gauw Sinterklaas zijn hielen heeft gelicht naar Spanje is teruggekeerd als bij toverslag in heuse kerstpretparken. De sneeuw, de kerstbomen, de glimmende lichtjes, rode rendierneuzen en zingende kinderen: het wordt sommigen eventjes teveel. Winterdip is een, kerstziek twee, opgelegde oudejaarspret is drie, de knock-out. En dat in een tijdsbestek van nauwelijks een paar weken. Het is hard werken geblazen.

“Treurig”, zegt Laura van Dolron. “Het is de treurige blik van iemand die zich zichtbaar ongelukkig voelt. Nog versterkt door dat rare maatpak met bijpassende vlinderdas en het pico bello kapsel bij wijze van stralende piek erbovenop”. Stand-up philosopher Laura van Dolron spreekt over de foto op de voorzijde van haar promotiefolder voor haar voorstelling Oudejaarsconference en andere clichés, waarvoor ze zich in een chic zwart galapak met satijnen revers en wit overhemd heeft laten hullen. “Treurig word ik ervan om in deze periode van het jaar als in een wurggreep aldoor opgewekt en oergezellig te moeten zijn. Dat opgelegde pandoer heeft een beklemmende uitwerking op me. Het eeuwige moeten, vre-se-lijk”.

Gewapend met goede voornemens stelt ze quasisarcastisch een ‘heerlijk avondje met pluche en poedersuiker’ in het vooruitzicht ‘in het door mannen gedomineerde mijnenveld van de oudejaarsconferences’. Dat mijnenveld dient zich met name aan in de persoon van cabaretier Wim Kan, een van de ‘Grote Drie’ van het Nederlandse cabaret en de onbetwiste grondlegger van het oudejaarsgenre. Kans politieke conferences groeiden uit tot een nationale gebeurtenis, eerst op de radio later ook op tv. Hij sleurde gezaghebbende politici en autoriteiten uit hun genoegzame ivoren torens en presenteerde hen als mensen van vlees en bloed, iets wat tot dan toe als onvoorstelbaar werd geacht in de onderhorig ingestelde samenleving. “Wim Sonneveld zegt me eigenlijk niet zoveel”, verantwoordt Van Dolron haar keuze. “Toon Hermans is me te zacht, dromerig en licht. Kan spreekt me van de drie het meeste aan en is voor mij ook de meest interessante en de meest politieke. Hij voerde een voortdurende strijd tegen de wereld om hem heen. Hij moest, bijvoorbeeld, almaar voldoen aan de als overspannen veronderstelde verwachtingen om zich heen. Zo kampte hij ondanks zijn successen vaak met angstaanvallen. ‘Vreselijke gewoonte om al in november van jezelf te moeten zeggen dat je op 31 december leuk zult zijn’, schreef hij in een van zijn dagboeken. Wim Kan mocht niet somber zijn, hij móest, tegen wil en dank, grappig zijn – en ging daar jaren bijna aan onderdoor: ‘Ik voel me op elke première als een trapezewerker die zijn nummer zonder valnet moet doen!’ Hij dwong zichzelf ertoe van oudejaarsavond een heerlijk avondje te maken. Samson, Rutte. Of ik dat ook ga doen is zeer de vraag …” Voor Van Dolron geldt het feit dat Kan geen bestaande, kant-en-klare toneelteksten speelde maar die zelf schreef, ook als een punt van herkenning. “Daarnaast stond hij vaak in zijn eentje voor een zaal, ook al zoals ikzelf. Opgesloten in een in principe enge confrontatie met het publiek.”

Van Dolron herkent in Wim Kan de strijd die deze op een gegeven moment tegen zichzelf maar ook moest voeren tegen de hoogopgeschroefde verwachtingen van het publiek en tegen het genre op zichzelf. “Ik ga niet doen wat hij deed. Natuurlijk, ik heb weet van het legendarische koffertje van Kan, iedereen om me heen kwam met boeken en dvd’s aanzetten toen ik met Kan op de proppen. Dat alles gaan we dus in ieder geval niet nadoen”, zegt Van Dolron. “Ik wil een voorstelling maken over het willen voldoen aan verwachtingen, over de durf om je onzekerheid te laten zien, om te somberen en hoe ikzelf daarmee om ga. Dat hoeft niet deprimerend te zijn; het kan ook heel louterend werken. En ik wil daarbij graag het beeld dat mensen tot nu toe van mij hebben aan diggelen helpen. Al zijn er maar twee mensen in het publiek die precies begrijpen wat het is om aldoor braaf te moeten zijn. Om hen is het me te doen”.

“Meer dan voorheen voel ik me echt kwetsbaar”, zegt Van Dolron, “bijna als een kwetterend vogeltje dat al lange tijd genoeg aan zichzelf heeft maar desondanks wil uitroepen: ik ben bang voor jullie”. Ze heeft het gevoel dat deze voorstelling veel persoonlijker van karakter is dan al haar eerdere. “Er kan pas iets moois ontstaan als je jezelf op de tocht durft te zetten. Je moet door de mand durven vallen. Pas dan kun je weer door met je leven”. In een ademtocht door: “Het heeft wat mij betreft trouwens iets verwarrends, dat uitbaten van je privéleven. Hoewel ik in het verleden vaak zonder omwegen liefdes- en privéperikelen en public opbiechtte is het bij deze voorstelling zo dat ik ook mijn slechte kant de vrije loop geef. Ik wil strijden tegen het brave meisje dat veel mensen in me zien, als een puber die uit pure recalcitrantie haar geliefde of haar ouders op de proef wilt stellen. Vorig jaar rond deze tijd deed ik een ‘best of’ show waarin ik allerlei hoogtepunten uit eerder voorstellingen op een rijtje zetten; in vergelijking daarmee wordt het deze keer meer punk De afgelopen voorstellingen heb ik me van mijn zachte kant laten zien; dat moet weer op scherp worden gesteld”.

Het jaar reduceren tot de hapklare hoogtepunten: de Olympische Spelen, de kabinetsformatie, Project X-feesten, dat gaat ze dus niet doen. “Moet ik het dan zijn die je gaat vertellen wat je het afgelopen jaar zelf hebt meegemaakt?” Waar gaan we naar toe in het nieuwe jaar? heette de show die Wim Kan in 1976 uitbracht. Toevallig ook het geboortejaar van Laura. “Ik kijk op dat jaar terug, maar niet te veel. Eigenlijk reduceer ik het overzicht van dat jaar tot slechts een enkele unieke gebeurtenis… precies!

Oudejaarsconference en andere clichés van Laura van Dolron is een productie van het NT en Goed gezelschap van Laura, te zien op zaterdag 15 december in Theater aan het Spui, op donderdag 27, vrijdag 28 en zondag 30 december in het NT Gebouw.

Het gezin als transitplek voor beschaving

Rob de Graaf schreef In die Nag voor toneelgroep Dood Paard

Toneelgroep Dood Paard maakte Freetown, de voorlaatste tekst van zijn hand, tot een succesvoorstelling. In 2011 werd die geselecteerd voor het Theaterfestival in Vlaanderen én in Nederland, terwijl actrice Lies Pauwels voor haar rol de Colombina kreeg. Momenteel speelt Dood Paard dit stuk – over drie vrouwen die op verre stranden genegenheid zoeken en heel goed weten dat je nooit iets voor niets krijgt – in theater La MaMa in New York. “Ik kan daar niet bij zijn, helaas,” zegt Rob de Graaf, schrijver van Freetown, ”maar ik krijg goeie berichten door.”

De Graaf is wat je noemt een gelouterd schrijver. Zijn palmares omvat tot tweemaal toe de Taalunie Toneelschrijfprijs en hij heeft inmiddels bijna negentig teksten voor toneel op zijn naam. Momenteel speelt diezelfde groep met de onmogelijke naam zijn nieuweling: In die Nag, waarin losjes de textuur doorklinkt van Lange Dagreis naar de Nacht van Nobelprijswinnaar (1936) Eugene O’Neill, en met wat als zijn magnum opus wordt beschouwd, gelauwerd met een Pulitzer Prize in 1957. Als navolger van sociaal-realistische schrijvers als Tsjechov, Ibsen en Strindberg beschreef hij in dat autobiografisch getinte stuk een dag uit het gesloten gezinsleven van de Tyrones. Ook In die Nag hanteert die familiaire setting van een gezin met een vader, een moeder en twee zoons. “Dood Paard wil soms het experiment aangaan, dan weer op hun manier een well-made play spelen. In dit geval wilde Manja Topper, een van de actrices van acteurscollectief Dood Paard, graag als reflectie op de tijd waarin we leven een stuk over een naar binnen gekeerd, geïsoleerd levend, gezin wilde maken. En zo kwamen we op O’Neills stuk. Maar bij lezing ervan ontstonden allerlei vragen en werd het idee geopperd om dan maar een nieuwe tekst te schrijven. Dat werd In die Nag.” De Graaf klom in de pen en kwam tot een onorthodox toneelstuk in drie delen. Daarin staat een gezin centraal dat zich gevangen voelt in de werkelijkheid en slechts bijeen wordt gehouden door gefnuikte ambities. Het besluit zijn toevlucht te zoeken in een ver, vreemd land. Met in het eerste deel een zedenschets van het Nederland anno nu, waarin een semi-intellectueel Tokkies-achtig gezin dat Nederland de rug wil toekeren als lijdend voorwerp dient; in deel twee opeens een semi-poëtische bijna symbolische overtocht per boot plaats vindt; en datzelfde gezin zich in deel drie als emigranten terug vindt in het tegenwoordig voor veel inheemse blanken onheilzame, onherbergzame Zuid-Afrika, waarin het zich aangepast beweegt maar desondanks als ‘white trash’ volledig kopje onder dreigt te gaan. “Maar hoe diep de spiraal ook naar beneden draait – een elementaire levenskracht blijft tot op het allerlaatst bestaan. Wat er vandaag niet is, dat kan morgen toch nog komen…”,zo karakteriseert De Graaf het laatste deel van zijn nieuwe stuk.

Dat deel wordt in het Zuid-Afrikaans gespeeld. “Dat land heeft historische banden met ons land en hun taal lijkt op die van ons. Daarom hebben we het gesitueerd in het 21e-eeuwse Zuid-Afrika. De tekst van het laatste deel is mede daardoor vertaald in het Zuid-Afrikaans. Wonderlijk om te horen is dat: ‘Drank sit in ’n bottel. Een ongeluk sit in een klein hoek’. Vergis je niet in de moeilijkheidsgraad die dat met zich meebrengt voor de acteurs. Steeds lijkt de taal op het Nederlands, maar zijn bijvoorbeeld de uitspraak en de werkwoordsvormen net iets anders dan ze gewend zijn. Juist daardoor moeten ze steeds heel scherp blijven.”

Dood Paard met In die Nag is te zien van woensdag 19 tot en met vrijdag 21 december 2012 in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.doodpaard.nl en www.theateraanhetspui.nl . Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.