‘De wereld even stilzetten’

Firma MES speelt nieuwe ‘Van Wieringen’:

Hannah van Wieringen wist de laatste jaren de aandacht op zich te vestigen als veelbelovend toneelschrijfster en bewerker van toneelteksten. eind vorig jaar publiceerde ze haar eerste roman. Nu heeft firma MES de talentvolle schrijfster voor zijn nieuwe productie SCHREEUW aan zich weten te binden.

‘In zijn zwemgoed stond de kleine jongen donkere plekken op het warme asfalt te lekken’. Zo luidt de heerlijke openingszet van Hannah van Wieringen (1982) in haar vertelling De kermis van Gravezuid. En, verderop in een van de andere elf hoofdstukken: ‘In knipperend kermislicht, schuin boven haar, net iets verder het schuurtje in, hing het slappe lichaam van de vrouw van de oude kroegbaas. Aan de ketting voor de roeibootjes hing Geesje, als aan een grijparm, als een knuffelprijs. Als een knuffelprijs hing ze in het roze, rode en gele kermislicht zachtjes heen en weer te wiegen, piepend aan de ketting.’ Van Wieringen beschrijft in haar prozadebuut op beklemmende en vervreemdende toon en bijna anatomische maar poëtische wijze een geïsoleerde gemeenschap in de weerspannige ‘kop’ van Noord-Holland, terwijl daar verwachtingsvol het kermisweekend van 1994 op springen staat. Elk hoofdstuk op zichzelf, als waren het aaneengeschakelde eenakters, maar vormen ze samen toch een min of meer onlosmakelijk geheel. Zo zoomt ze in op een jongetje dat wil duiken daar waar het verboden is, op een jonge dorpsonderwijzeres in de rouw en op een groepje jongens dat oog in oog komt te staan met een man die zich heeft verkleed als vrouw. Alle personages hebben een doel voor ogen, hoe klein dat op zichzelf ook is. Het leven uit een dag. In veel lijkt de literaire inslag van haar roman annex raamvertelling op daverende voorbeelden als James Joyce (Ulysses), Dylan Thomas (Onder het melkwoud) en Beckett (First Love). Dat zijn niet de minste hogeremachtsvergelijkingen.

“Schrijven begint heel jong met lezen en na lezen komt nadoen”, vertelt de in Amsterdam woonachtige schrijfster. “Veel later begint het echte werk: luisteren naar wat je zelf te zeggen hebt en dat vertalen in je werk”. Voor haar opvallende, wat weerbarstige romandebuut werd ze meteen genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs en verscheen de titel op de ‘longlist’ voor de Gouden Boekenuil 2013.

Afkomst verloochent zich evenwel niet: Hannah van Wieringen kreeg de laatste jaren vooral bekendheid als uiterst getalenteerd, veelbelovend toneelschrijfster en bewerker van toneelteksten ([in] Koud Water, Oostpool) wist zij de aandacht zeer op zich te vestigen. Met het ongrijpbare en onnavolgbare Er moet licht zijn (bij Toneelgroep Oostpool, 2010) bijvoorbeeld, met teksten voor theatermaker Dries Verhoeven, en, onder meer, met het compromisloze, schokkende Watjeflikkersdam (Likeminds, 2011).

Niet dat ze als ‘romancière’ met haar romandebuut ook maar een greintje van haar status als toneelschrijfster heeft ingeleverd, want de Haagse zich ‘firma’ noemende theatergroep MES heeft de talentvolle schrijfster voor haar nieuwe productie aan zich weten te binden. SCHREEUW heet deze nieuwe voorstelling, die eind mei in première gaat. We zien op papier en op toneel drie bloedzenuwachtige gasten vijf minuten voor een tv-optreden in een wachtruimte, terwijl een uitzinnig publiek zich in de studio verwachtingsvol opmaakt voor het begin van de uitzending. Het zijn drie personen voor wie het begrip ‘aandacht’ beroepshalve van belang is: een halfzachte actrice, een zich aan de buitenkant ongevoelig tonende raspoliticus, en een compromisloze journalistiek commentator. Hannah: “Dit stuk gaat over aandacht vragen, geven en krijgen, over hoe wij er op een bepaalde manier verslaafd aan raken. SCHREEUW laat in drie onderling verband houdende caleidoscopische delen de mechanieken zien die schuilgaan achter het fenomeen aandacht. SCHREEUW gaat deels over de jachtigheid van ons bestaan, over de tot ‘ADHD’-proporties verworden wereld met een DWDD-achtige media-aandacht in louter ‘soundbytes’ ”, verklaart Van Wieringen. En over hoe moeilijk het is jezelf nog te verstaan in die wereld. “Het verhaal van de ‘Damschreeuwer’ kwam in de gesprekken met MES steeds terug. Zijn schreeuw tijdens de dodenherdenking van twee jaar geleden had misschien beter met een troostende arm beantwoord kunnen worden dan met paniek. Makkelijker gezegd dan gedaan. Voor mij kan ht theater in ieder geval een plek zijn waar we kunnen laten zien en inzien wat er om ons heen gebeurt. Ik vind het mooi dat de theaterzaal een soort laboratorium kan zijn waar je de wereld even stil zet, er bepaalde elementen uit naar voren kunt halen en er dan rustig op kunst reflecteren.”

“Het is een magische denkruimte”, verklaart ze haar fascinatie voor toneel. Ze herinnert zich, omstreeks haar dertiende, bij Toneelgroep De Trust Hamlet en De Kersentuin gezien te hebben, met onder meer Halina Reijn. “Min of meer een doorbraak”. Ze toog daarop naar de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, waar ze haar voorliefde voor toneelschrijven volgde, die, zoals ze zelf beweert, voortkomt uit ‘de liefde voor het gesproken woord, de fysiek gemaakte taal’. De stap was niet vanzelfsprekend want ze opteerde allereerst voor een bestaan als archeologe. De voorliefde voor taal en spelen met taal is haar ingegoten door haar moeder. “Zij leerde me lezen ver voordat ik naar school ging. Taal is altijd mijn voertuig geweest. Ik vind het leuk om de stemmen van personages te laten spreken. Ik werk in het geval van een toneeltekst graag erg nauw samen met de regisseur en de toneelgroep die mij vraagt iets voor hen te schrijven. Je probeert je hun thematieken eigen te maken, je daarmee te vullen en na alle gesprekken ga je in eenzaamheid zitten schrijven. Dan ga je die personages belichamen, naar hen luisteren en ook niet alles geloven natuurlijk, wat ze dan tegen je zeggen. En dan moet je weer terug met wat je hebt bedacht, dan ga ik altijd een beetje dood, dat is altijd eng, die eerste lezingen.”

In de nabije toekomst volgen vooral meer proza en poezieprojecten. “Nu eerst de poëziebundel, en er volgt ook weer een bewerking in samenwerking met Toneelgroep Oostpool. Toneelambities koestert ze voorzeker: “Een modern, grootstedelijk familie-epos, zoals Cunninghams (in) Koud Water, zo formuleert ze haar hartsverlangen. “Er wacht nog zoveel werk! Ik vertrek allereerst drie maanden naar Berlijn om dat alles eens rustig op te zetten”.

Eric Korsten

Firma MES met SCHREEUW. Tekst: Hannah van Wieringen. Te zien in Theater aan het Spui van woensdag 29 mei tot en met zaterdag 22 juni. Meer informatie: www.firmames.nl en www.theateraanhetspui.nl.

 

Advertenties

Hartekreten in wervelende mozaïekvertellingen

Laura van Dolron wil nu vooral luísteren

In haar altijd zeer persoonlijke voorstellingen zoekt Laura van Dolron de illusie achter de illusie. Stand-up philosophy, zo omschrijft Van Dolron haar vorm van theatermaken. Maar ze wil meer: ze verlaat het repetitielokaal, in een radicale poging de hedendaagse maatschappij te duiden, te verwerpen en dan weer te omarmen.

Ze is als zalf voor de ziel, kauwgom voor de hersenen, zo schreef een recensent, In haar nieuwe onderneming Laura Luistert … Live en Lastminute worden we van allerganserharte uitgenodigd ‘mee te denken’, via Facebook. Als nauwelijks enig andere generatiegenoot slaagt Van Dolron (1976) er in om aan veel van haar en existentieel klinkende twijfels een heldere stem te geven, evenals aan de speurtocht naar idealen en de, soms verlammende, verwarring van leeftijdgenoten. Haar voorstellingen liggen daardoor dicht, als een nauwsluitende huid, op de geest van de tijd. Scherp en doorgaans op bijtende toon, analyserend tot op het bot en honend van zelfspot, keert ze iedere, íedere waarheid binnenstebuiten. Vlijmscherp, compromisloos en onconventioneel , en toch mét humor beziet zij de wereld in rap tempo, en zonder de minste omwegen, van oprecht en stuitend authentiek commentaar: ‘Wat hoor je kloppen als je de hectiek van alledag buiten sluit?’

Genoeg gepraat, zo meent ze nu, na jaren van voorstellingen waarin ze uitgebreid aan het woord was. Nu wil ze luisteren. Wat is nú nodig, vraagt ze zich af. Precies zoals in een van haar eerdere voorstellingen, maar maakt ze er deze keer vier verschillende ‘bijeenkomsten’ van, soms met een diner als entr’acte. Ze wil, samen met u, eten en denken, en zich laven aan utopieën die een bonte stoet aan prominente gasten gaat uitstrooien. Ze heeft voor Laura luistert… een aantal geestverwanten uitgenodigd, “noem ze wederzijdse bewonderaars”, aldus Van Dolron, die ze de voorbije jaren heeft leren kennen en waarderen. “Ik geef mezelf een enorm cadeau door deze avonden te organiseren”. Het resulteert in vier verschillende ‘Sinterklaasavonden’ vol gloedvolle, sprankelende speeches en dromerige debatten: een religieuze, een utopische, een begrafenis- en een acteursavond. Laura: “Deze aanpak geeft me een excuus om met een aantal mooie, markante mensen die ik ben tegengekomen, na te denken over schoonheid en troost, hoop en wanhoop, over de zin en onzin van het leven”.

Het lijken bij voorbaat onconventionele en ontroerende avonden te worden. En passant doet Laura een poging de theaterzaal opnieuw te definiëren, want die zal worden gebruikt als kerk, rouwkamer, atelier voor wereldverbetering, en als speeltuin voor acteurs. Daarnaast schrijft ze zelf last minute, a l’improviste (“Ik haat gekunsteldheid”) en ter plekke commentaar op wat ze aan zich zag en hoorde voorbijtrekken. “Het voelt voor mij minder eng als een voorstelling maken, want mijn gasten staan immers centraal. Maar als ‘festivaldirecteur’ moet ik wel zorgen voor een lawine aan prikkelende voordrachten en die onderling op elkaar afgestemd te krijgen”. Ze hoopt dat de schoonheid van het moment zal zegevieren, dat details een universele betekenis krijgen en dat er eerder ‘overeenkomsten dan verschillen’ aan het licht treden’. Van Dolron: “Ik schrijf niet voor mezelf, nooit gedaan ook. Ik wil hiermee onder meer mijn eigen eenzaamheid verbreken, want ik ben gewend alleen te werken. Ik wil met deze bijeenkomsten aan bezoekers, de sprekers en de bezoekers vooral troost bieden. Ik hoop dat ik niet alles in mijn eigen straatje ga duwen en ik wil vooral geen illusies construeren”.

Laura Luistert … Live en Lastminute door Laura van Dolron i.s.m. Goed Gezelschap van Laura en het Nationale Toneel. In Theater aan het Spui van woensdag 15 mei t/m vrijdag 24 mei. Met bijdragen van (onder voorbehoud) Alexander Rinnooy Kan, Anniek Pheifer, Désanne van Brederode, Ellen Schoenaards, Eva Duijvestein, Freek Vielen, Jan Jaap van der Wal, Jantien Koenders, Jeltje van Nieuwenhoven, Koos Terpstra, Maarten Mertens, Marjolein van Heemstra, Mark Kulsdom, Martijn de Rijk, Peter van Rooyen, Pieter Hilhorst, Rebekka de Wit, René Gude, Rogier Schippers, Sacha Hilhorst, Sjaan Duinhoven, Steve Aernouts, Sunny Bergman, Theo Nijland, Toos Linnemann, Wim Helsen, Wouter Hillaert en Yuri Saris.

Meer informatie: www.nationaletoneel.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Door de ruimte zweven

De Kosmonaut presenteert Vertigo II

Een verrassende theateravond over het einde van de wereld. De Kosmonaut, platform voor nieuwe theaterteksten, houdt voor de tweede keer een minifestival in Branoul.

‘Drink een week lang elke dag veel te veel. Vertel je innerlijk kind dat het zijn bek moet houden. Leer hoe je varkens moet verzorgen’. De vraag luidt: Wat doe je als weet dat de wereld zal vergaan? De nacht dat de wereld (niet) verging is de titel van de tweede editie van het ‘minifestival’ Vertigo, een jongehondenfestival waarin jeugdig toneelschrijverstalent mag ruiken aan het grote, het ‘echte’ werk, met Theater Branoul deze keer nog als epicentrum. Waar de eerste editie het fin de siècle als bindend topic had, is volgens het organiserende ‘platform voor nieuwe theaterteksten’ De Kosmonaut – plaats van vestiging: Den Haag – de tweede editie een apocalyptische theateravond over het einde van de wereld en alles wat daarna komt. De toneelschrijversavond geeft bovenal losjes een mooie stand van zaken weer in de hoogstandjes die recentelijk afgestudeerde toneelschrijvers (Rineke Roosenboom, Frank Siera en Koen Caris), en min ofm meer gelouterde regisseurs (Alexander de Vree, Ellen Goemans en Monique Baas) en spelers (onder wie trouwens‘oudgediende’ Tom Jansen) nu en in de nabije toekomst in petto hebben. “Dit thema dwingt schrijvers ertoe stelling te nemen”, zegt Koen Caris, een van de tekstschrijvers, tevens oprichters van De Kosmonaut. “Het grote verschil met vorig jaar is dat de stukken niet alleen hetzelfde concrete uitgangspunt beschrijven, namelijk twee mensen die de dag na de nacht dat de wereld (niet) verging, delen. Het grote verschil met vorig jaar is, denk ik, dat de stukken nu niet alleen een enkel thema delen (zoals toen fin de siècle) met hetzelfde concrete uitgangspunt: twee mensen, de dag na de nacht dat de wereld (niet) verging. Dat hebben we deze keer willen voorkomen. Het gaat opnieuw om drie afzonderlijke voorstellingen, maar door de focus op één enkel thema dienen de verschillen in schrijf- regie- en speelstijl zich des te pregnanter aan. Het dwingt hen te zeggen wat nú moet gebeuren. Terwijl het toch ook opzichzelfstaande voorstellingen zijn”.

De Kosmonaut werd twee jaar geleden opgezet door een aantal blije afgestudeerden aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten: opgezet met Annet Bremen, Koen Caris, Ninke Overbeek en Sytze Schalk. Ze besloten tot de oprichting van een productiehuis voor schrijvers. Caris: “Dat was juist in de tijd dat allerlei productiehuizen in de kunsten bedreigd werden in hun bestaan, vanwege de bezuinigingen die toen onontkoombaar bleken. Wij, een aantal niet-gevestigde toneelschrijvers, meenden  daartegen een tegengewicht te bieden. Voor deze tweede editie van Vertigo meldden zich liefst vijfendertig schrijvers aan. Kun je nagaan hoezeer ruimte, ook letterlijk, voor talentontwikkeling nodig is. We hebben lang lopen dubben over onze plaats van vestiging, maar kozen uiteindelijk volmondig voor Den Haag. Aan de ene kant omdat hier niet blasé wordt aangekeken tegen wéér een nieuw initiatief; anderzijds doordat Branouls directeur Bob Schwarze ons met wijdopen armen welkom heette”. Neemt niet weg dat De Kosmonaut volgend seizoen zijn intrek neemt in Theater aan het Spui: “Het biedt ons een kans op meer inhoudelijke ontwikkeling, hoewel we ook dit jaar in Branoul de mogelijkheid hebben gekregen, en opgepakt, op het organiseren van masterclasses en educatieprojecten”.

Voor Vertigo II werden de schrijvers in hun ‘schrijftraject’ begeleid door ervaren theatermakers als Marcus Azzini (Oostpool), Simon Hoogendijk en Willem de Wolf. Ook krijgen De Kosmonaut en de deelnemende schrijvers in dit project naast Branoul ondersteuning van de Haagse festivals Writer’s Unlimited en Crossing Border.

De Kosmonaut met Vertigo II: De nacht dat de wereld (niet) verging. Te zien in Theater Branoul van vrijdag 17 tot en met vrijdag 31 mei. Meer informatie: www.dekosmonaut.nl en www.branoul.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 365 72 85.

’n Zachte glimlach van begrip en sympathie

‘De Kersentuin’ met Louis d’Or-winnaar Hein van der Heijden

De laatste regieaanwijzing luidt: “We horen ver weg een geluid, zomaar uit de lucht, als van een snaar die springt, het geluid sterft weg, treurig. Het wordt stil en vanuit de tuin klinken alleen nog bijlslagen waarmee de bomen geveld worden.”

Zijn stukken veroverden het publiek pas nadat er een juiste interpretatie voor was gevonden. Zo maakte regisseur Stanislavski op de première in 1903 van De Kersentuin een melodrama, terwijl Tsjechov het zelf allereerst als een komedie in vier bedrijven beschouwde. “Het volgende stuk dat ik schrijf zal beslist grappig zijn, heel grappig zelfs, tenminste in opzet. Geen drama maar hier en daar zelfs een klucht”, zo tekende de meestgelezen en meestgespeelde toneelschrijver na Shakespeare op in een van zijn brieven.
Mona Lisa. Een zachte glimlach van begrip en sympathie. Dat is ook wat het werk van Tsjechov veelal opwekt. Tsjechovs manier van toneelschrijven was in zijn tijd werkelijk origineel en nieuw. Zijn stukken bouwde hij niet op een intrige met climax en ontknoping, maar de personages leven er naast elkaar, reageren op elkaar, zonder dat het tot een echt conflict komt. De aandacht is allereerst gericht op het zielenleven van de hoofdpersonen.

Een sfeer van overgevoeligheid en krachteloosheid domineert het hele stuk. Elk personage lijdt onder zijn eigen tekortkomingen en verdiept zich in zijn meest intieme dromen en ervaringen. Het decor en de muzikale achtergrond dragen aanzienlijk bij tot het scheppen van de melancholische, getemperde sfeer. Gevoelsrelaties die te pas en te onpas opkomen lopen meestal op niets uit en brengen alleen maar ontgoochelingen en verdriet met zich mee.

Het verhaal? Een arm geworden weduwe, Ranevskaja, keert met haar dochter vanuit het mondaine Parijs van het fin-de-siecle noodgedwongen terug naar haar schitterende landgoed, een warande waarvan ze zich ze nu evenwel gedwongen ziet die te verkopen. Ze treft daar haar broer Gajev, een zonderling en nietsdoener. Twee personen verzetten zich tegen de willoosheid van dit duo: de rijkgeworden boer Lopachin die arglistig het boomrijke domein opkoopt, en een jonge student. Ranevskaja en Gajev treuren om het onafwendbare verlies en de verkaveling van hun domein,waarop een prachtige kersentuin, en overwegen allerlei middelen om deze te redden, maar aan een actief en nuttig leven denken ze ondertussen in het geheel niet.

Tsjechov was geneeskundig arts van beroep. Zijn vak zou hij zijn leven lang blijven uitoefenen, naast zijn schrijverschap. De intieme omgang die een arts met patiënten heeft levert, voor wie daar gevoelig voor is, een grote rijkdom aan bijzondere ervaringen op. Een arts leert het leven van alledag kennen, van binnenuit en vanbinnen. Geen beroepsgroep kent zo’n precaire, intieme omgang, fysiek én geestelijk, dan met naaste familieleden. Een arts spreekt zijn patiënten, raakt ze aan, ruikt ze… en als het moet snijdt hij in ze. Een goede arts observeert en luistert, een arts redt sommigen van hen leven… soms.

In deze Kersentuin treedt een sterrencast aan, van wie Hein van der Heijden speciale vermelding behoeft. Vorig jaar kreeg hij de Louis d’Or voor zijn hoofdrol in Tsjechovs Oom Wanja en als Vincent in Vincent en Theo. Nu treft hij in Gerardjan Rijnders dezelfde regisseur als in eerdere producties uit een Tsjechov-trilogie rond Oom Wanja en De Meeuw. Ook dit seizoen is Van der Heijden top: hij werd genomineerd voor zijn rol in Mighty Society 10.

De Kersentuin van Hummelinck Stuurman Theaterproducties is te zien op maandag 6 mei 2013 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.tsjechov3.nl en www.ks.nl. Telefonisch reserveren: 0900-3456789.

Spinvis ‘verzappt’ tot surrealistisch hoorspel

“Het  zijn uiterst virtuoze jongens”, merkt Erik de Jong, alias Spinvis, tot zijn genoegen op over de musici van het onorthodox opererende, zeg maar gerust: tegendraadse strijkkwartet Zapp4 dat hij tegenwoordig aan zijn zijde vindt. Opgetogen: “En bovendien vormt dit viertal op hun gebied het beste kwartet van Nederland. Dat laat zich onder meer aflezen aan violist Oene van Geel, die onlangs de Boy Edgar Jazzprijs 2013 in ontvangst mocht nemen”. De Jong toert samen met Zapp4 door Nederland met Onverklaarbare Reis, een programma dat zich laat ondergaan als een ‘road movie’. De Jong en Zapp4 ontmoetten elkaar voor het eerst in Eindhoven, zo’n twee jaar geleden. “Ik maakte er een kerstvertelling. En dat script werd toen door Zapp4 van een ‘score’ voorzien. Stem en strijkers, dat bleek een prima huwelijk!” De samenwerking proefde naar meer. wederzijdse ‘drukke’ agenda’s beletten een vervolg. “Pas nu is het er echt van gekomen”.

Uitgangspunt voor het als puur luisterconcert bedoelde optreden zijn zeven brieven die De Jong eigenhandig schreef en die enkele gasten van Atlantic, een in 1825 gebouwd imaginair hotel-aan-zee, als verbindende schakel hebben. “Tot de sluiting van dit hotel, rond 1975, een periode die al met al honderdvijftig jaar beslaat, verbleven er uiteenlopende gasten, waarvan sommigen een, misschien wel twee wereldoorlogen aan den lijve hebben ondervonden. Maar er waren natuurlijk ook bezoekers die er de liefde ruimschoots hebben omarmd of afscheid van elkaar hebben genomen. In de brieven volg ik enkelen van hen. Andere mensen, andere tijden”. Het is een vloeiende manier om concertbezoekers op touw te nemen naar een avontuurlijke muzikale reis, waarbij de doorgaans wonderlijk-poëtische teksten van De Jong een extra dimensie aan de songs verlenen. Spinvis werd vooral bekend door de mix van bedrieglijk eenvoudig klinkende maar zeer zorgvuldig gearrangeerde popmuziek, werk dat zorgvuldig op een zolderkamertje in elkaar leek geknutseld met computers, maar ook met allerlei andere attributen als fluitjes en pandeksels. Het leidde tot twee succesvolle albums.“In Onverklaarbare Reis zijn ook enkele composities opgenomen uit bestaand materiaal”, zegt De Jong, die van maart tot april van dit jaar als Cultural Professor verbonden was aan de TU Delft. “Maar die krijgen vanwege de inzet van de violen van Zapp4 een totaal andere inkleuring, een geheel nieuwe toonaard”.
Het toneelbeeld is opvallend sober. “Je denkt al snel dat allerlei multimediale projecties de muziek verrijken of versterken. Bij ons leidt zulk tumult alleen maar de aandacht van de muziek af”. Op het podium is daarom niet meer dan een nostalgisch ogende lantaarnpaal te zien. “Zo een die indertijd aan de Leopoldlaan, waar Atlantic gevestigd moet zijn geweest, gestaan moet hebben”.

In januari 2013 openbaarde Spinvis dat hij een album gaat maken met Rob de Nijs. Erik de Jong bekende tijdens het jubileumconcert van De Nijs in het Amsterdamse Koninklijk Theater Carré dat hij al vijftien jaar een ‘Rob-mapje’ koestert met liedjes die hij voor de zanger heeft geschreven.

Onverklaarbare Reis door Spinvis & Zapp4 is te zien in Theater aan het Spui op woensdag 8 mei 2013. Meer informatie op www.theateraanhetspui.nl en www.spinvis.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.