Krijsende katten in koortsige binnenwereld

Hans Dagelet in ‘Zo’n mooie dag’

Het verhaal van de voorstelling Zo’n mooie dag neemt een begin bij Bessel Kok, mecenas. Hans Dagelet: “Hij had Sylvia Kristel financieel in staat gesteld een biografie te laten schrijven. Ik heb hem via Theo van Gogh leren kennen. Bovendien zit hij in het bestuur van de stichting ViolaViola, van mijn vrouw Esther Apituley, altvioliste.” Kok was het die Dagelet en Kristel vervolgens bij elkaar bracht. “We zijn stukken gaan lezen, maar eigenlijk kon niets ons bekoren. Toen besloten we een stuk voor ons te laten schrijven. In zes weken kwam Stan Lapinski, bekend van de tv-serie Russen, met Zo’n mooie dag”. Beiden waren er blij mee. Toen werd La Kristel ziek en kwam daarna al snel te overlijden. Dagelet: “Het is nu een In Memoriam, opgedragen aan haar”.

Als tegenspeelster bleek Joke Tjalsma bereid de rol die Kristel zou spelen, op zich te nemen. “Het is een horror-operette”, zegt Dagelet, “waarin allerlei toneelvormen zijn vermengd”. Als basis dient de Schiedammer parkmoord, waarbij de tienjarige Nienke Kleiss op 22 juni 2000 in het Beatrixpark in Schiedam om het leven werd gebracht. Voor de moord werd een bij nader inzien onschuldige man veroordeeld – totdat een ander een bekentenis aflegde. De zaak kreeg landelijk aandacht door de opeenstapeling van blunders bij politie, justitie, deskundigen en politiek, omdat duidelijk werd dat achtereenvolgens het Openbaar Ministerie, de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad hadden gedwaald – terwijl al die tijd ontlastend DNA-bewijs voorhanden was.

“In het stuk speel ik een oude, hallucinerende man die aan het einde van zijn leven is. Hij heeft het idee dat het vermoorde meisje nog in leven is. Misschien doordat hij morfine toegediend krijgt. Zij spookt aldoor door zijn hoofd. En zo beleeft hij die fatale dag in het park als het ware opnieuw”. Het lijkt een nogal zwaar thema voor een avondje uit. De speelstijl is bovendien extreem en expressionistisch van toon. “Maar er is ook ruimte voor verstilling, er klinkt veel muziek, en het decor en het licht spelen een belangrijke rol. En soms is het allemaal ronduit hilarisch”, licht Dagelet toe. “Het is de ultieme liefdesverklaring van een man die het leven liefheeft”.

Centrum en Baal, de Mexicaanse Hond, Het Nationale Toneel en Hollandia. De Stille Kracht, Hollands Glorie, Flodder, Q en Q, Oesters van Nam Kee, Russen. Een greep uit de lijst van gezelschapsnamen en titels die zijn omvangrijke c.v. siert. Voor zijn rol als Hendrik Werkman in de film Ik ga naar Tahiti werd hij onderscheiden met de Prix d’Italia. De film Hemel, waar Dagelet een grote rol in speelt, werd dit jaar in Berlijn onderscheiden met de prijs der kritiek. Als toneelacteur won hij in 1971 de Louis D’Or voor Kees de Jongen. Voor zijn rol in de serie Russen werd Dagelet tot twee keer toe genomineerd als beste acteur tv-drama. Vanaf 1967, hij was toen tweeëntwintig, zit hij in het artiestenvak. “Maar aan jubilea doe ik niet meer”, haast de acteur, muzikant, schrijver en kunstschilder zich te zeggen. Acteren beschouwt hij als een vorm van musiceren, met een tekst als uit te voeren compositie en de stem als instrument. “Toen ik tien en vijfentwintig jaar aan het toneel was, heb ik nog wel een feestje gehouden. Maar er zijn te veel onderbrekingen geweest. Zo heb ik tussen 2000 en 2010 nauwelijks of geen toneelrollen gespeeld.” De veelzijdigheid die zijn carrière tekenen, bezorgen hem veel voldoening: “Schrijven en schilderen zijn in de kern solistische aangelegenheden. Toneel en muziek bieden tegenwicht, dan heb je meestal mensen om je heen. Het is juist de afwisseling die voor balans zorgt”.

Zo’n mooie dag door Hans Dagelet en Joke Tjalsma is op vrijdag 10 januari 2014 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie op www.viarudolphi.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Advertenties

Met Pinksterblom in Wollewei

Bomans’ ‘Erik of het klein insectenboek’ voor jong en oud

Bomans’ wonderlijke insectenvertelling is opnieuw uitde mottenballen gehaald. De theaterversie blijkt nog altijd een hit.

Van al de uitreikingen van de Edisons op het het Grand Gala du Disque, wordt die van 1963 beschouwd als de meest roemruchte. De uitreiking vond traditiegetrouw plaats in het Scheveningse Kurhaus, en werd gedaan door Godfried Bomans. Het gala was uitgegroeid tot een van de meest bekeken amusementsproducties op televisie. Producer Willem Duys, die in opdracht van de gezamenlijke Nederlandse platenindustrie werkte, had er opnieuw voor gezorgd dat er een bonte stoet van binnen- en buitenlandse artiesten op kwam dagen: Marlene Dietrich, Wim Sonneveld – die voor het eerst optrad als Frater Venantius – Françoise Hardy, Trini Lopez en Sarah Vaughan. Dietrich had allerlei eisen gesteld aan haar optreden. Na afloop was zij woedend op Willem Duys omdat Sarah Vaughan plotseling de show had gestolen. Bovendien had Sarah een liedje gezongen dat Marlene ook zou zingen: I can’t give you anything but love. Maar ook het optreden van Bomans zelf werd legendarisch. Zijn opmerking:  ‘Had mijn vrouw maar één zo’n been’ in het bijzijn van en over Marlene Dietrich, is later tot een van zijn handelsmerken geworden.

Bomans. Een fenomeen. Tijdgenoot van Carmiggelt. Goede vrinden van elkaar ook. Schrijven en filosofie waren zijn vakgebieden. Maar de opkomst van de nieuwe media van toen, radio en televisie, maakten hem tot een BN’er. Ter ere van zijn geboortejaar, precies een eeuw geleden, besloot de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek zijn jaarlijkse campagne Nederland Leest te wijden aan Bomans’ meest bekende werk: Erik of het klein insectenboek, met een herdruk, die gratis werd verstrekt aan bibliotheekleden.

Bomans verhaal leest als een sprookje, en vertelt over het jongetje Erik Pinksterblom, die op een nacht het schilderij Wollewei boven zijn bed in stapt, en in de wondere wereld van de insecten terechtkomt. Daar merkt hij dat het verschil tussen insecten en mensen niet zo groot is. Door de belevenissen van Erik leren hij en de lezer in feite de mens en diens eigenschappen kennen: gulle gevers naast grote graaiers. Als hij weer thuis is vallen de mensen hem bitter tegen.

Kleine Johannes
Acteur Peter Drost is zowat de helft van zijn leven in de greep van wat als Bomans magnum opus wordt gezien. “Toen ik het boek op de middelbare school voor het eerst las, vond ik het vooral oubollig. Maar eind jaren tachtig, toen ik als stemacteur samenwerkte in het maken van hoorspelen, onder meer bij de VPRO, was Erik of het klein insectenboek (1941) al een literaire klassieker – al is het wat mij betreft toch vooral een ‘remake’ van Frederik van Eedens Kleine Johannes uit 1884. Voor ons, makers van hoorspelen, was het boek altijd al een dankbaar object van studie geweest, omdat je de insecten die er in voorkomen alle van een typisch en ‘eigen’ stemgeluid kon voorzien: de bekakte wespenfamilie Vliesvleugel, een hommel die beweert filosoof te zijn, een zich ontpoppende vlinder in een hotelkamer, een spin, een doodgraver, een mol, een regenworm.”

Na een periode als acteur gespeeld te hebben bij Theatergroep Wederzijds besloot hij een eigen toneelcarrière na te streven door zelfstandig theater te gaan maken. “Ik stapte op goed geluk af Aram Adriaanse, toentertijd, we schrijven het jaar 1992, de leider van toneelgroep De Paardenkathedraal in Utrecht, de stad waar ik toen woonde. Net als ik zag hij er wel wat in om van Erik of het klein insectenboek een theatervoorstelling voor kinderen te maken. Hij koppelde mij daarop aan de grote Henk van Ulsen. Waarom? Van Ulsen was een specialist op het gebied van solovoorstellingen, en hij had een reputatie vanwege zijn stemgebruik en uitspraak. Hij was bij uitstek gewend om consciëntieus te spreken, en de taal en elk woord van een tekst recht te doen, zonder dat het geforceerd klonk”. Streng was hij wel, herinnert Drost zich. “Taalgebruik, tekstbehandeling: bij hem kwam het altijd heel precies”.

Een succesvolle première en aansluitende theatertournee later, volgde in 1995 een bewerking voor tv van deze theaterversie, geregisseerd door Brian Meijers, met Drost in alle hoofdrollen, en met flonkerende muziek van Fay Lovsky. “Dat moest anders zijn dan de theaterversie, want op tv is door de voorhanden zijnde techniek eigenlijk alles te realiseren. Met tv kun je toveren”. Erik of het klein insectenboek werd overigens drie keer als jeugdserie voor de Nederlandse televisie geproduceerd waaronder een beroemde versie met onder meer Hans Croiset, Anne-Wil Blankers en Jan Blaaser. In 2004 kwam een bioscoopverfilming uit, met onder meer Johnny de Mol en Georgina Verbaan.

Elf jaar
Elf jaar is het geleden dat hij zijn veelgeprezen solovoorstelling voor het laatst speelde. Met de viering van Bomans’ geboortejaar en de herintroductie bij een breed publiek van Erik of het klein insectenboek was de tijd rijp voor een herneming, deze keer door het gezelschap dat hij in 1997 met Loek Beumer oprichtte, Beumer & Drost. “Mijn lijf blijkt ergens een ingesleten luikje te hebben, een fysiek geheugen, want ik weet iedere stembuiging en beweging blindelings te ‘hervinden’, alles nog precies te zeggen en te doen als toen. Al is de beweeglijkheid van lijf en leden er met de jaren wat strammer op geworden”. Een zware opgave is zo nog zwaarder geworden. “Vijfenzenzestig minuten, dat is niet eens zo lang. Maar het uitbeelden van vijftien verschillende karakters die ieder een eigen stem en spierspanning nodig hebben, dat maakt het spelen erg inspannend”.

Beumer & Drost heeft inmiddels een vaste plek in het theaterbestel verworven met het maken van voorstellingen voor een jeugdig-van-geestpubliek. In 2008 won hun voorstelling Gasten de Zilveren Krekel. En in 2011 kreeg Servaes Nelissen – voor zijn rol in Lang zal die wezen van Beumer & Drost – de Gouden Krekel. Net als vroeger is Peter Drost nog altijd actief als stemacteur. “Nu voor de BBC, als voice-over bij bijvoorbeeld de series Planet Earth en Life. Leuk om te doen en erg eervol. De kunst is om een vlakke commentaarstem te laten klinken, zodat mensen gebiologeerd raken door wat ze zien, niet door wat ze horen”.

Erik of het klein insectenboek van Beumer & Drost is zondag 5 januari 2014 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.beumerendrost.nl en www.ks.nl. Telefonisch reserveren: 0900-3456789.

Zwanenmeisjes, wolven en vuurvogels

Anna Tsygankova over Russische sprookjes

Er was eens … een tijd dat het vertellen van verhalen een kwestie van spreken en luisteren was. Sprookjes zijn daarvan een mooi voorbeeld. Anna Tsygankova: “Ze zijn de weerslag van de collectieve wijsheid en levenservaring van vele generaties”.

‘Ahh, Vasnetsov!’, slaakt ze. Reebruine ogen glinsteren als ik de catalogus van het Groninger Museum Russische sprookjes – volksverhalen en legenden in haar handen schuif. In het kloeke boekwerk staan talloze prachtige kleurenprenten afgebeeld. De voorliggende is getiteld Ivan de Tsarenzoon op de grijze wolf uit 1889. Aanleiding voor ons gesprek over het wezen van Russische sprookjes is De vuurvogel, onderdeel van het programma Fairytales dat het gezelschap in maart/april uitbrengt.

‘Ik kom uit een muzikaal nest. Mijn vader en moeder speelden piano. En mijn vader las steevast voor. Ik ben met deze sprookjes opgegroeid. Klassiekers. Kalenderprenten. Net als iedereen van mijn generatie. Dat verbindt  ons nu nog. Of dat onder kinderen van nu nog steeds het geval is, dat weet ik niet’. Anna Tsygankova, eerste soliste bij Het Nationale Ballet sinds in 2007 overkwam vanuit het Bolsjoi in Moskou, peutert graag in haar Siberische kinderjaren in het Russische Novosibirsk, waar ze is opgegroeid. ‘Mijn favoriete sprookje? Dat wisselt; ik houd van ze allemaal. Maar Vasilisa – dubbelgangster van Assepoester – is voor mij wel een all time favorite’, zegt Anna. ‘Natuurlijk, zo mooi als zij, zo beeldschoon, wilde ieder meisje zijn’.

Sprookjes overleven en blijven aanspreken. Sprookjes winden er geen doekjes om en stellen de wereld niet altijd voor als een zoetgevooisd Luilekkerland vol brave borsten van goede wil en deugdzame daden. Voor Anna spreken sprookjes zeer tot de verbeelding. ‘Ze laten zien waar je bang voor bent en je leert waar je naar verlangt. Door een sprookje kun je een eigen wereld om je heen optrekken. Een sprookje is kleurrijker dan tv ooit zal worden. Ik kijk geen tv, héb geen tv in huis.’ Maar sprookjes zijn meer dan een vertelde illustratie van een levenswijsheid of wandspreuk: ze zijn effectiever dan een rechtstreekse mededeling. Anna: ‘Sprookjes vertegenwoordigen ook de wens van de mens om een sprong te durven wagen, om vertrouwen te hebben’.

Verhalen (door)vertellen was ooit puur een kwestie van spreken en luisteren, ter veraangenaming van de arbeid, als tijdverdrijf tijdens een lange reis of rustend bij een vuur. Sprookjes zijn daarvan een mooi voorbeeld. Later in boekvorm uitgegeven en op grote schaal verspreid. Ze spelen zich af in een ver verleden van wouden en wolven. Net als elders werden ook in Rusland in de negentiende eeuw eeuwenlang mondeling doorvertelde verhalen verzameld, bewerkt en in druk uitgegeven. In Rusland vond die populariteit zijn oorsprong in het eind van de achttiende eeuw, toen Russische intellectuelen de denkbeelden van de Verlichting geleidelijk inruilden voor die van de Romantiek. Bij de nieuwe wereldvisie hoorde naast een zekere ‘verfransing’ ook een levendige interesse in de nationale geschiedenis en identiteit, en een van Duitse romantici afgekeken idealisering van ‘het volk’: De Russische elite hulde zich in de traditionele kleding van Russische boeren; Russische componisten lieten zich inspireren door een in 1790 verschenen eerste verzameling van Russische volksliedjes; en schrijvers – met Poesjkin als bekendste voorbeeld – bewerkten de volkssprookjes uit hun kindertijd tot teksten die algauw de status van literaire klassieker kregen.

Ook in Rusland raakten verhalen of verhaalmotieven van elders afkomstig, verknoopt met origineel Russische tradities. In Russische sprookjes verschijnen dus oude bekenden. Zoals de schone Vasilisa. De heks heet er Baba Jaga, die in haar doen en laten lijkt op ‘onze’ heksen. Maar ook allerlei nieuwe figuren duiken op, zoals de altijd en eeuwig boosaardige Kasjtsjej en de bijkans onsterfelijke knekelreus. Zeker de laatste is voor West-Europese lezers een geheel nieuwe, vreemde figuur. Russische sprookjes hebben dus een eigen karakter en ze spelen zich af tegen een Russisch decor. Koningen zijn er tsaren, prinsen en prinsessen tsarenzoons en -dochters.

Sprookjes gaan over thema’s van levensbelang en weerspiegelen het karakter van een volk. Anna trekt het lijntje door: ‘Russen zijn ondoorgrondelijk en hardvochtig’, monstert Anna het innerlijke wezen van haar landgenoten. ‘Het zijn en blijven beren en wolven diep van binnen. Russen zijn onvoorspelbaar, onberekenbaar. Je weet nooit wat hun volgende stap zal zijn’.

Vuurvogel
Soms is niet goed meer na te gaan of sprookjesverhalen zijn geïmporteerd of geëxporteerd, of wellicht gelijktijdig zijn ontstaan en daarna doorverteld. Heel soms weten we wél wanneer, waar en hoe een nieuwe versie tot stand is gekomen. Dat is het geval bij het in Nederland bekendste Russische sprookje De vuurvogel. Dat heeft zijn populariteit vooral te danken aan de dans. Diaghilev cum suis wilden een echt Russisch thema brengen en origineel zijn – vanwege een hang naar exotisme indertijd. Het verhaal moest spectaculair zijn en een vrouwelijke en mannelijke hoofdrol hebben, met een flink aantal gevarieerde bijrollen. Het geheel moest zonder te veel scènewisselingen gedanst kunnen worden. Geen van de traditionele verhalen werd geschikt bevonden. Dus werd een nieuw sprookje gemaakt. Het oorspronkelijke ballet een merkwaardig mengsel van drie verschillende figuren uit de Russische folklore: de Vuurvogel, de goede, maar niet erg slimme Tsarevitsj Ivan en de boze tovenaar Kasjtsjej. En zo werden bekende thema’s en personages samengevoegd tot het nieuwe libretto van De vuurvogel. Volgens sprookjesonderzoekster Regina Bendix zijn er minstens vijf bronnen/personages: Ivan de Tsarenzoon, De vuurvogel, De grijze wolf, Marja Morevna en Kasjtsjej de Onsterfelijke. De hindernissen en de beproevingen die Ivan, de hoofdpersoon, moet doorstaan zijn in de balletversie sterk versimpeld. De vuurvogel fungeert als almachtige helpster die de gevaren en het risico voor de prins als een Superman bereidwillig en efficiënt bedwingt. De betekenis van de herhaalde dreiging, de mislukte pogingen, de bijna-ondergang van de held, is in de balletversie gemarginaliseerd.
De vuurvogel is feitelijk een Russisch exportproduct, gemaakt om het Parijse publiek te behagen, vol traditionele elementen en tegelijkertijd gloednieuw. Een fantasievolle vorm van recycling van cultuurhistorische bouwmaterialen.

Driesprong
Natuurlijk, de rode draad van een jonge prins die een prinses zoekt, en vindt, komt op veel plaatsen voor. In een klassiek sprookje zijn de omwegen en verwarringen van de hoofdpersoon geen versieringen of loze herhalingen. Zij bewerkstelligen juist het effect van herkenning: Het gaat in het echte leven immers ook niet meteen goed. Integendeel, volharding is essentieel. ‘Kijk’ zegt Anna, en legt eerst de palmen van haar handen bijeen, spreidt haar vingers naar buiten en vouwt met haar ellebogen uiteindelijk een driehoek: ‘In Russische sprookjes is vaak sprake van een driesprong. Vaak kiest de held van het verhaal de weg die op het oog het moeilijkste lijkt’. In Russische sprookjes moet altijd een reis volbracht worden, een tocht waarop een persoonlijk aspect moet worden overwonnen voordat een zeker doel kan worden bereikt: het kwaad bestrijden, betere vriendschap ontwikkelen, te zijn als een gids, of een hoger bewustzijnsniveau bereiken. Het verhaal van Ivan de Tsarenzoon, de vuurvogel en de grijze wolf zit vol beelden die de functie van het sprookje als spiegelverhaal, als levensles, uitbeelden’. Het bewijst dat klassieke sprookjes – ook in verknipte vorm – hun magische kracht behouden.

Kader: Ratmansky
Choreograaf Alexei Ratmansky wordt alom geprezen om zijn herinterpretaties van Russische balletten en verhalen. In Firebird (Vuurvogel) legt Ratmansky zijn eigen accenten in het verhaal. In de pers kreeg zijn productie bij de wereldpremière in New York, afgelopen juni bij het American Ballet Theatre, meermalen de topscore van vijf sterren.

Kader: Vuurvogel
L’oiseau de feu ging in 2010 in Parijs in première, geproduceerd door Sergej Diaghilev, in een choreografie van Michail Fokine, op muziek van Igor Stravinsky, en met decors van Aleksandr Golovin en Léon Bakst. Het was een van de eerste successen van Les ballets russes die Parijs in opwinding bracht. De eerste vuurvogel, gedanst door Tamara Karsavina, maakte meteen grote indruk.

Fairytales door Het Nationale Ballet is van 1 tot 16 maart 2014 te zien in Het Muziektheater Amsterdam. Meer informatie op http://www.het-ballet.nl. Telefonisch reserveren: (020) 6 255 455.

 

Vive le petit prince

49 jaar Theater PePijn

Even zoekt hij in stilte, moet hij een moment nadenken. “49? Wat ik daar mee heb? Ehh, ja dat is ons feestje, de opmaat naar ons vijftigjarig jubileum.” Frank Heijman, programmeur en coördinator van Theater PePijn: “Vorig jaar zijn we begonnen met aftellen, want volgend bestaan we vijftig jaar en behoren dan tot de theaters op leeftijd in Den Haag. Dat doen we omdat we een halve eeuw niet ongemerkt voorbij willen laten gaan. We zijn maar wat vroeg begonnen om dat in de gedachten van het publiek geslepen te krijgen.”

Op 18 december 1964 opende de toenmalige Haagse burgervader Kolfschoten twee pakhuizen aan de Schoolstraat, op loopafstand van het Lange Voorhout, zijnde het Theater PePijn van cabaretier en even daarvoor tot volleerd meester in de rechten toegetreden Paul van Vliet. Kolfschotens woorden: ‘La grande reine est morte, vive le petit prince!’. Daarmee verwees hij naar de brand waarvoor hij juist voordat PePijn de opening beleefde, was weggeroepen. De brand teisterde de Tempel der Muzen, het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen. Maar de start van het kleine PePijn was aldus een feit. In het begin was er geen personeel, de cabaretiers zorgden voor de kaartverkoop en de garderobe, en ontvingen zelf de bezoekers. Door deze ongedwongen sfeer werd het theater het podium waar gevestigde cabaretiers en jonge talenten hun try-outs hielden. Op het programma staan vandaag de dag cabaret, stand-up comedy, muziektheatervoorstellingen en een enkele keer jazzmuziek.

Dit jaar viert PePijn zijn verjaardag, de 49e dus, driedaags, op donderdag 19 tot en met zaterdag 21 december. Op deze drie avonden staan verschillende talentvolle cabaretiers en kleinkunstenaars te popelen om te laten zien wat ze in hun mars hebben. Heijman: “Ik heb gekozen voor jonge talenten. We zijn immers van oudsher een broedplaats voor cabarettalent. Ze moeten vlieguren maken en daarin geef ik ze graag een steuntje in de rug”. Hij verwijst naar Yentl en De Boer, winnaars van het Amsterdams Kleinkunstfestival 2013, en Van den Ende die het Zwols won. “Het is steeds speuren, festivals aflopen. Daarbij probeer ik een verbinding te leggen met Diligentia, want ik programmeer mede voor dat theater. Zo kunnen we een vloeiende lijn van klein naar groter in cabarettalent aanbieden”, aldus Heijman.

De recentelijke benefietvoorstelling voor PePijn, een samentrekking van Pep en Pijn, in het Circustheater heeft geen windeieren gelegd. “Eersteklas cabaretiers natuurlijk. Allen bij PePijn begonnen. Met het bedrag van een ton kunnen we ongeveer een jaar vooruit. Maar daarmee zijn we niet structureel uit de problemen.”

49 jaar Theater PePijn is van donderdag 19 tot en met zaterdag 21 december 2013 te zien. Meer informatie op www.diligentia-pepijn.nl. Telefonisch reserveren: (070) 361 05 40.

Afrekening met diepgewortelde vooroordelen

George en Eran lossen wereldvrede op

Los uit de pols en goedlachs, scherp geschreven en geïmproviseerd pingpongtoneel, zo noemde een prominent toneelrecensent hun voorstelling. Als een klaterende bergbeek zo blijmakend.

To be or not to be. Het was dus de ouwe Hamlet, prins van Denemarken, die hen in 2010 bij elkaar bracht. Uitgerekend de hoofdrolspeler van Shakespeares gelijknamige wraaktragedie. Omdat ze samen een poos in een broek met drie pijpen hadden gerepeteerd. De ene is Arabier en komt uit Syrië. Hierheen gevlucht ver voordat zijn landgenoten elkaar gingen bestoken. De ander is Jood. Toneel met zijn eigen vertellingen maakt hij hier. Hij heeft een oma met een lange, bloeddoordrenkte geschiedenis in Israël. George Elias Tobal is de naam van de Arabier. Eran Ben-Michaël heet de Jood.

“We merkten dat het klikte tussen ons, dus waarom zou het niet lukken om samen een voorstelling te maken”, zo vroegen ze zich af na hun avontuur bij De Utrechtse Spelen. Eran Ben-Michaël: “Mensen in onze omgeving veronderstelden dat we vast niet lang door een deur zouden kunnen. We werden met een bepaalde blik bekeken, om ons heen brachten mensen omtrent onze vriendschap een lading aan die wij er zelf niet in zagen”. Toen besloten ze de knuppel in het hoenderhok te gooien. Samen een voorstelling maken en daarbij en passant ‘de wereldvrede op te lossen’. Het heeft iets naïefs, iets liefs. Zoiets als de wereldvrede op een achternamiddag op een sigarendoosje uittekenen. “Voor elke oplossing ontstonden gelijk tien nieuwe problemen”, schetst Ben-Michaël het wordingsproces van hun voorstelling. “Maar het belangrijkste is dat we, ondanks de overbekende haat en de strijd die er bestaat tussen onze bevolkingsgroepen, elkaar als mens in de ogen konden zien. Veel mensen in de Palestijnse gebieden kunnen dat niet, gewoonweg omdat er een metershoge muur om hen heen gebouwd is. Haal die muur weg, zou ik zeggen, dan kunnen mensen elkaar weer eens in de ogen zien. Nu zijn de bewoners buren, maar tegelijkertijd ook spookbeelden voor elkaar”.

Hun voorstelling was deze zomer een van de hits op Theaterfestival De Parade. De dertigplus-minuten die een voorstelling daar maximaal mag duren, heeft ertoe geleid dat het tweetal al het terzijde gelegde repetitiemateriaal uit de mottenballen heeft gehaald. “Een theatervoorstelling in een reguliere theater zaal kan nu eenmaal niet een halfuur duren. Dus zijn we van voren af aan opnieuw van start gegaan. Ik denk dat we daardoor nu een meer afgewogen voorstelling hebben gemaakt, een stuk dat meer ‘gelaagd’ is dan ten tijde van de vluchtigheid van De Parade”.

Hun voorstelling is te zien in Zaal 3, de nieuwe loot aan de groeiende boom van Theater aan het Spui. “Het overbrengen naar een theaterzaal is eens te meer spannend omdat daarmee ook het publiek verschilt”, zegt Ben-Michaël. De setting die Theater aan het Spui aanbiedt is met of zonder voorafgaand diner in Zaal 3. “Dus mensen die alleen de voorstelling willen zien zijn zeer zeker ook welkom”.

George en Eran lossen wereldvrede is op donderdag 19 en vrijdag 20 december te zien in Zaal 3 van Theater aan het Spui. Meer informatie over diner en voorstelling op www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Een feestelijk crisisspel

Nieuw Utrechts Toneel speelt blitse bingo

In het epicentrum van onze consumptiemaatschappij waarin alles draait om succes, rijkdom en winnen, staat het Nieuw Utrechts Toneel op hilarische wijze stil bij de verliezers.

“Je hoeft er niets voor te kunnen en er komt tijdens het spelen heel wat los: de wil om te winnen is ons allen ingebakken”. Greg Nottrot, regisseur van de voorstelling BINGO! is met een van zijn acteurs veldonderzoek gaan doen in bingohuizen in Utrecht, de thuishaven van het Nieuw Utrechts Toneel (NUT). “We werden als twee mannen van rond de dertig in dit bolwerk van merendeels oudere vrouwen volledig in de watten gelegd.”

Hollandse meezingers galmen door de boxen en de spelers van het NUT zijn gekleed in glitterpakjes. Bingo-organisator Toon Hooijmayer, klein zwart snorretje, en zijn haar vol brillantine weerkaatst in de tl-verlichting, loodst het binnenstromende publiek gastvrij naar de lange tafels. BINGO! speelt zich af in een speciaal voor deze voorstelling aangekleed winkelpand in de Passage, dat wordt omgetoverd tot een bordkartonnen maar glitterend bingopaleis. Tijdens de bingoavond leert het publiek de personages, hun dromen en hun achtergrond kennen. En doet mee aan een illegale bingo, een initiatief van zes personages die slachtoffer zijn geworden van de crisis. Terwijl het publiek een spelletje meespeelt, wordt het ongemerkt deelgenoot en medeplichtig aan de situatie waarin de personages zich blijken te bevinden. Sterker: de toeschouwers zijn de enigen die deze mensen kunnen redden. Zijn zij bereid daarvoor offers te brengen? Nottrot: “Ik houd ervan om bezoekers inhoudelijk medeplichtig te maken. Zo kun je mensen voor dilemma’s stellen.” BINGO! gaat over de menselijke wil om te winnen, de behoefte naar meer, én de vraag wat we nu eigenlijk echt nodig hebben om te overleven in onze huidige maatschappij. Zonder veel nadruk worden vragen opgeroepen over onze consumptiemaatschappij en over de scheidslijn die bestaat tussen de personages en de toeschouwer. “Het gaat mij om de vraag in hoeverre je solidair bent met mensen die maatschappelijk zwakker staan”.

De voorstelling is in de jaren ’90 met veel succes door theatergroep De Gebroeders Flint in heel Europa gespeeld. Nottrot heeft tijdens de voorbereidingen op zijn productie een registratie ervan op video gezien. “Destijds ging het vooral over de multiculturele samenleving, over gastarbeiders. Een andere tijd. Die invalshoek heb ik losgelaten en er een stuk over de crisis van gemaakt.” De tekst is geheel nieuw en de personages verschillen met de oude versie. Eigenlijk is het daardoor een geheel nieuwe voorstelling geworden. “De karakters waren destijds op basis van improvisaties tot stand gekomen. Wij hebben de spelers meer doorleefdheid verleend. Uiteraard is het briljante dilemma uit de oorspronkelijke voorstelling volledig gehandhaafd, bijna als in een dankbare goocheltruc geheel overgenomen.”

Nieuw Utrechts Toneel met BINGO! is te zien van woensdag 18 tot en met zondag 22 december 2013. Meer informatie op www.nieuwutrechtstoneel.nl. Kaartverkoop via Theater aan het Spui, telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Een plastic love story

Toneelgroep Oostpool & BoogaerdtVanderschoot: Hideous wo(men)

Een experimentele soap over de zelfloze mens. Zo noemen theatermakers Suzan Boogaerdt, Bianca van der Schoot en Susanne Kennedy hun voorstelling Hideous wo(men). Een voorstelling van monsterlijke proporties.

Bent u uzelf of ooit geweest? Weet u dat wel zeker? Of bent u misschien een opeenvolging, een aaneenschakeling van gedragingen, maniertjes en woorden van anderen die u zich eigen heeft gemaakt? Van tv misschien. Of van vrienden, familieleden, collega’s? Having sex with you is like having sex with a dead fish. I fake orgasm to make it stop and I am a guy. Als vrouwen besluiten te stoppen met baren is de mensheid gedoemd. De bovenstaande Engelstalige zin, afkomstig van postsecret.nl, wordt weliswaar niet letterlijk in Hideous wo(men) opgedist, maar dekt effectief de voorstelling. Hideous wo(men) is wonderlijk, grensverleggend, aanstootgevend, destructief, opruiend. Vervreemdend, dierlijk, monsterlijk en onthutsend. En dus móet je deze voorstelling gaan zien.
Geen overdonderend geraas, geen tumult, geen kabaal op het podium. De aanklacht tegen onze spektakelmaatschappij verloopt juist tergend traag, ingetogen, op het serene af. Maar onderhuids voel je vanaf het begin voortdurend de dreiging die ervan uitgaat: dit moet wel misgaan. Op het podium staat een draaitoneel opgesteld. Het is verdeeld in drie vertrekken van gelijke grootte. In die ruimtes zien we de personages. Dat heet: met synthetisch rubber bedekte hoofden, bijna eendimensionale, loom bewegende, playbackende figuren die uit plastic lijken te zijn opgetrokken. Stripfiguren, ledenpoppen eigenlijk. In een wandeltempo ontvouwt zich het verhaal. Als in een cartoon. Aan de hand van soap-achtige dialogen die door een voice-over – als waren het tekstballonnen – worden uitgesproken zijn we getuige van een soort van liefdesstory tussen Rocco en Angel. Hyperrealisme. Totdat de vrouw het heft definitief in handen neemt en daarop tot de monsterlijke uiterste consequentie, automutilatie, overgaat.

De makers zijn de meest geruchtmakende van de laatste jaren: Susanne Kennedy, in Den Haag bekend van haar bijkans übergestileerde regies bij het Nationale Toneel, en het duo BoogaerdtVanderschoot (Small World, Bimbo) hebben de handen ineengeslagen. Het resultaat is vervreemding in het kwadraat. “Deze voorstelling gaat over depersonificatie”, zegt Bianca van der Schoot. “We doen een poging tot deconstructie van mensen, van onze personages”. Ze verwijst naar het conceptuele werk van beeldend kunstenaar Gillian Wearing. Zij ageerde onder meer tegen de boosaardige invloed van tv. En dat is precies wat ook Hideous wo(men) – gespeeld door vijf vrouwen – bewerkstelligt: door tv-technieken als nieuwe theatervorm te kiezen, houden ze ons een spiegel voor, zoals het betaamt in het theater. Het leven is van plastic – en dat zullen we weten. Bent u uzelf of ooit geweest? Weet u dat wel zeker? Of bent u misschien een opeenvolging, een aaneenschakeling van gedragingen, maniertjes en woorden van anderen die u zich eigen heeft gemaakt? Van tv misschien. Of van vrienden, familieleden, collega’s? Dit móet u gaan zien. En áls u besluit te gaan, maak dan een afspraak met uzelf: stel uw oordeel uit en laat de voorstelling langzaam insijpelen op uw gemoed. Veel plezier! Want er valt ook zeker wel te lachen.

Hideous wo(men) van Toneelgroep Oostpool & BoogaerdtVanderschoot is van donderdag 12 tot en met zaterdag 14 december te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.toneelgroepoostpool.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.