Zwanenmeisjes, wolven en vuurvogels

Anna Tsygankova over Russische sprookjes

Er was eens … een tijd dat het vertellen van verhalen een kwestie van spreken en luisteren was. Sprookjes zijn daarvan een mooi voorbeeld. Anna Tsygankova: “Ze zijn de weerslag van de collectieve wijsheid en levenservaring van vele generaties”.

‘Ahh, Vasnetsov!’, slaakt ze. Reebruine ogen glinsteren als ik de catalogus van het Groninger Museum Russische sprookjes – volksverhalen en legenden in haar handen schuif. In het kloeke boekwerk staan talloze prachtige kleurenprenten afgebeeld. De voorliggende is getiteld Ivan de Tsarenzoon op de grijze wolf uit 1889. Aanleiding voor ons gesprek over het wezen van Russische sprookjes is De vuurvogel, onderdeel van het programma Fairytales dat het gezelschap in maart/april uitbrengt.

‘Ik kom uit een muzikaal nest. Mijn vader en moeder speelden piano. En mijn vader las steevast voor. Ik ben met deze sprookjes opgegroeid. Klassiekers. Kalenderprenten. Net als iedereen van mijn generatie. Dat verbindt  ons nu nog. Of dat onder kinderen van nu nog steeds het geval is, dat weet ik niet’. Anna Tsygankova, eerste soliste bij Het Nationale Ballet sinds in 2007 overkwam vanuit het Bolsjoi in Moskou, peutert graag in haar Siberische kinderjaren in het Russische Novosibirsk, waar ze is opgegroeid. ‘Mijn favoriete sprookje? Dat wisselt; ik houd van ze allemaal. Maar Vasilisa – dubbelgangster van Assepoester – is voor mij wel een all time favorite’, zegt Anna. ‘Natuurlijk, zo mooi als zij, zo beeldschoon, wilde ieder meisje zijn’.

Sprookjes overleven en blijven aanspreken. Sprookjes winden er geen doekjes om en stellen de wereld niet altijd voor als een zoetgevooisd Luilekkerland vol brave borsten van goede wil en deugdzame daden. Voor Anna spreken sprookjes zeer tot de verbeelding. ‘Ze laten zien waar je bang voor bent en je leert waar je naar verlangt. Door een sprookje kun je een eigen wereld om je heen optrekken. Een sprookje is kleurrijker dan tv ooit zal worden. Ik kijk geen tv, héb geen tv in huis.’ Maar sprookjes zijn meer dan een vertelde illustratie van een levenswijsheid of wandspreuk: ze zijn effectiever dan een rechtstreekse mededeling. Anna: ‘Sprookjes vertegenwoordigen ook de wens van de mens om een sprong te durven wagen, om vertrouwen te hebben’.

Verhalen (door)vertellen was ooit puur een kwestie van spreken en luisteren, ter veraangenaming van de arbeid, als tijdverdrijf tijdens een lange reis of rustend bij een vuur. Sprookjes zijn daarvan een mooi voorbeeld. Later in boekvorm uitgegeven en op grote schaal verspreid. Ze spelen zich af in een ver verleden van wouden en wolven. Net als elders werden ook in Rusland in de negentiende eeuw eeuwenlang mondeling doorvertelde verhalen verzameld, bewerkt en in druk uitgegeven. In Rusland vond die populariteit zijn oorsprong in het eind van de achttiende eeuw, toen Russische intellectuelen de denkbeelden van de Verlichting geleidelijk inruilden voor die van de Romantiek. Bij de nieuwe wereldvisie hoorde naast een zekere ‘verfransing’ ook een levendige interesse in de nationale geschiedenis en identiteit, en een van Duitse romantici afgekeken idealisering van ‘het volk’: De Russische elite hulde zich in de traditionele kleding van Russische boeren; Russische componisten lieten zich inspireren door een in 1790 verschenen eerste verzameling van Russische volksliedjes; en schrijvers – met Poesjkin als bekendste voorbeeld – bewerkten de volkssprookjes uit hun kindertijd tot teksten die algauw de status van literaire klassieker kregen.

Ook in Rusland raakten verhalen of verhaalmotieven van elders afkomstig, verknoopt met origineel Russische tradities. In Russische sprookjes verschijnen dus oude bekenden. Zoals de schone Vasilisa. De heks heet er Baba Jaga, die in haar doen en laten lijkt op ‘onze’ heksen. Maar ook allerlei nieuwe figuren duiken op, zoals de altijd en eeuwig boosaardige Kasjtsjej en de bijkans onsterfelijke knekelreus. Zeker de laatste is voor West-Europese lezers een geheel nieuwe, vreemde figuur. Russische sprookjes hebben dus een eigen karakter en ze spelen zich af tegen een Russisch decor. Koningen zijn er tsaren, prinsen en prinsessen tsarenzoons en -dochters.

Sprookjes gaan over thema’s van levensbelang en weerspiegelen het karakter van een volk. Anna trekt het lijntje door: ‘Russen zijn ondoorgrondelijk en hardvochtig’, monstert Anna het innerlijke wezen van haar landgenoten. ‘Het zijn en blijven beren en wolven diep van binnen. Russen zijn onvoorspelbaar, onberekenbaar. Je weet nooit wat hun volgende stap zal zijn’.

Vuurvogel
Soms is niet goed meer na te gaan of sprookjesverhalen zijn geïmporteerd of geëxporteerd, of wellicht gelijktijdig zijn ontstaan en daarna doorverteld. Heel soms weten we wél wanneer, waar en hoe een nieuwe versie tot stand is gekomen. Dat is het geval bij het in Nederland bekendste Russische sprookje De vuurvogel. Dat heeft zijn populariteit vooral te danken aan de dans. Diaghilev cum suis wilden een echt Russisch thema brengen en origineel zijn – vanwege een hang naar exotisme indertijd. Het verhaal moest spectaculair zijn en een vrouwelijke en mannelijke hoofdrol hebben, met een flink aantal gevarieerde bijrollen. Het geheel moest zonder te veel scènewisselingen gedanst kunnen worden. Geen van de traditionele verhalen werd geschikt bevonden. Dus werd een nieuw sprookje gemaakt. Het oorspronkelijke ballet een merkwaardig mengsel van drie verschillende figuren uit de Russische folklore: de Vuurvogel, de goede, maar niet erg slimme Tsarevitsj Ivan en de boze tovenaar Kasjtsjej. En zo werden bekende thema’s en personages samengevoegd tot het nieuwe libretto van De vuurvogel. Volgens sprookjesonderzoekster Regina Bendix zijn er minstens vijf bronnen/personages: Ivan de Tsarenzoon, De vuurvogel, De grijze wolf, Marja Morevna en Kasjtsjej de Onsterfelijke. De hindernissen en de beproevingen die Ivan, de hoofdpersoon, moet doorstaan zijn in de balletversie sterk versimpeld. De vuurvogel fungeert als almachtige helpster die de gevaren en het risico voor de prins als een Superman bereidwillig en efficiënt bedwingt. De betekenis van de herhaalde dreiging, de mislukte pogingen, de bijna-ondergang van de held, is in de balletversie gemarginaliseerd.
De vuurvogel is feitelijk een Russisch exportproduct, gemaakt om het Parijse publiek te behagen, vol traditionele elementen en tegelijkertijd gloednieuw. Een fantasievolle vorm van recycling van cultuurhistorische bouwmaterialen.

Driesprong
Natuurlijk, de rode draad van een jonge prins die een prinses zoekt, en vindt, komt op veel plaatsen voor. In een klassiek sprookje zijn de omwegen en verwarringen van de hoofdpersoon geen versieringen of loze herhalingen. Zij bewerkstelligen juist het effect van herkenning: Het gaat in het echte leven immers ook niet meteen goed. Integendeel, volharding is essentieel. ‘Kijk’ zegt Anna, en legt eerst de palmen van haar handen bijeen, spreidt haar vingers naar buiten en vouwt met haar ellebogen uiteindelijk een driehoek: ‘In Russische sprookjes is vaak sprake van een driesprong. Vaak kiest de held van het verhaal de weg die op het oog het moeilijkste lijkt’. In Russische sprookjes moet altijd een reis volbracht worden, een tocht waarop een persoonlijk aspect moet worden overwonnen voordat een zeker doel kan worden bereikt: het kwaad bestrijden, betere vriendschap ontwikkelen, te zijn als een gids, of een hoger bewustzijnsniveau bereiken. Het verhaal van Ivan de Tsarenzoon, de vuurvogel en de grijze wolf zit vol beelden die de functie van het sprookje als spiegelverhaal, als levensles, uitbeelden’. Het bewijst dat klassieke sprookjes – ook in verknipte vorm – hun magische kracht behouden.

Kader: Ratmansky
Choreograaf Alexei Ratmansky wordt alom geprezen om zijn herinterpretaties van Russische balletten en verhalen. In Firebird (Vuurvogel) legt Ratmansky zijn eigen accenten in het verhaal. In de pers kreeg zijn productie bij de wereldpremière in New York, afgelopen juni bij het American Ballet Theatre, meermalen de topscore van vijf sterren.

Kader: Vuurvogel
L’oiseau de feu ging in 2010 in Parijs in première, geproduceerd door Sergej Diaghilev, in een choreografie van Michail Fokine, op muziek van Igor Stravinsky, en met decors van Aleksandr Golovin en Léon Bakst. Het was een van de eerste successen van Les ballets russes die Parijs in opwinding bracht. De eerste vuurvogel, gedanst door Tamara Karsavina, maakte meteen grote indruk.

Fairytales door Het Nationale Ballet is van 1 tot 16 maart 2014 te zien in Het Muziektheater Amsterdam. Meer informatie op http://www.het-ballet.nl. Telefonisch reserveren: (020) 6 255 455.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s