Superrealistische voorgevels

Rosalinda maakt damesboezems klaar voor Faust

“Nee”, zegt ze. “Die kleur heb ik niet voorradig. Je huid is wat aan de rode kant”. Rosalinda Lourens schuift de deksel op de schoenendoos die hoog is opgetast met allerlei stalen aan huidkleurige textielmonsters. De doos is als de toverstaf voor een fee. “Vrijwel alle varianten aan wat er huidkleuren bestaat, vind je er terug”.

Zeventien rondborstige damesboezems op een rij. Rosalinda, eerste verver bij de Ververij op de vierde etage van Nationale Opera & Ballet, werkt aan een deel van de kostuums voor Faust, een ‘opera en cinq actes’ van Charles Gounod over de man die zijn ziel aan de duivel verkoopt in ruil voor een verleidelijk jongemansuiterlijk. En daardoor de vrome Margarethe om zijn vinger weet te winden. “Die borstpartijen zijn gemaakt voor de zogeheten matrones in het stuk”, legt Rosalinda over de opzetstukken uit. “Ze werden in Engeland gegoten, vanuit een en dezelfde mal. Nicole Smith look-alikes. Maar omdat ontwerper Lluc Castells wil dat er duidelijk onderscheid zichtbaar is in de superrealistische huidkleurige voorgevels, moeten ze subtiel verschillend van elkaar beschilderd worden. Met de hand blauwe lijnen aanbrengen die aders moeten voorstellen, de tepelhoven bewerken, en sproeten suggereren door met een penseel stippen op te brengen. Nu zijn ze bijna af, alleen hier en daar nog wat aandikken.” Wijzend op de kantoren waar gemeenteambtenaren hun werk doen: “Aan de overzijde zullen ze af en toe vast raar hebben zitten opkijken!”

Is de buitenzijde van de boezems puur vakwerk te noemen; voor de binnenzijde geldt dat net zo. “Zo’n opzetboezem, eigenlijk een bh op groot formaat, moet natuurlijk naadloos passen op het lichaam van de individuele koorleden die ze gaan dragen. Daarom wordt er een onderpak op maat gemaakt. Daarbij moet het geheel ook goed ademend zijn. Dat zijn aspecten waar ze met name op het kostuumatelier dan weer goed op letten.”

Voor Rosalinda is de pianogenerale een uiterst belangrijk moment in het maakproces. “Daar komt alles voor het eerst bij elkaar op het toneel: kostuums, grime en belichting. Dan pas blijkt of een kleur goed gekozen is, terwijl er daarna meestal nog voldoende tijd rest om aanpassingen te doen. De periode rond een première is daarom voor mij altijd een spannende en intensieve periode. Ik zit in die tijd dan ook veel in de zaal, om met eigen ogen te kunnen bekijken of het beoogde effect daadwerkelijk bereikt wordt.”

Na dertien jaar Opera & Ballet is ze in het vak uiterst gelouterd. “Ik leg altijd een boek aan met afbeeldingen en geef daarbij aan welke kleuren en materialen ik heb gebruikt. Het zijn een soort receptenboeken. Dat deed ik al zo toen ik werkte bij het Nederlands Dans Theater. Die boeken vol stalen en aantekeningen worden nu professioneel bijgehouden, maar vroeger heb ik ze op eigen initiatief bijgehouden en bewaard. Dat komt soms goed uit: als het NDT besluit een choreografie te hernemen, wil het weleens gebeuren dat ze gezellig bij mij op de koffie komen.”

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s