‘n Bloedig banket

Cheek by Jowl speelt wereldklassieker.

Incest, moraal, religie en corruptie – ‘’Tis Pity She’s a Whore’ van de Engelse schrijver John Ford is 400 jaar na dato nog steeds schokkend en controversieel. Cheek by Jowl toont dat aan.

Bloedband. Broer en zus, Giovanni en Annabella. Mateloze maar incestueuze wederkerige verliefdheid. In verwachting. Dan: Terwijl zij wordt gedwongen te trouwen met een ander slaat hij in zijn slotscène de beeldtaal stuk, ontneemt hij aan het vlees en de erotiek elke poetische dimensie. De mooie metafoor wordt een klomp vlees. Geen liefde? Dan ook geen rechtvaardigheid.

‘n Typisch ontaard 21e-eeuws storyboard? Forget it. Dit is het deugdzame, van plichtsbesef aaneenhangende jacobeaanse Londen van de zeventiende eeuw. Omstreeks 1630 om precies te zijn. Het toneelstuk ‘Tis pity she’s a whorevan John Ford verbeeldt een ware helletocht naar een tijd die vierhonderd jaar achter ons ligt, maar aan moralistisch opgeld nog niets heeft verloren.

Fords stuk blijft een van de meest controversiële stukken uit de Engelse toneelliteratuur. Niet alleen omdat de relatie tussen broer en zus centraal staat, maar vooral vanwege Fords sympathie voor de hoofdfiguren en zijn weigerachtigeheid om de incestueuze relatie te veroordelen. Sterker: Hij geeft Giovanni en Annabella zelfs nobele karaktertrekken en een zuiver hart mee. Zijn zuivere uitbeeldingsvermogen dwingen tot geloof in zijn personages.

Tegen de achtergrond van een maatschappij die, net als nu, belust lijkt op geld en macht, oogt de geschetste verboden maar onbaatzuchtige liefde tussen het rebelse tienermeisje Annabella en haar broer Giovanni oprecht en zuiver. Maar als de twee zich louter op hun passie voor elkaar storten, daarbij onheilspellende waarschuwingen in de wind slaan en haar vader als huwelijksmakelaar een voorkeur voor de rijke Soranzo aan de dag legt, ja, dan begeven zij zich ten overstaan van een dominante kerk en het haviksoog van een wraakzuchtige maatschappelijke omgeving op een pad richting hel en verdoemenis. ’T is pity she’s a whore is dan ook noodlottig, eindigend in een met Quentin Tarantino-achtig gruwelen gelardeerd eindbeeld.

Regisseur Declan Donnellan heeft flink het mes gezet in het origineel. In zijn handen speelt het zich volledig af in haar slaapkamer, met – als schot in de roos – een groot, bloedroodkleurig bed in het midden. Verder zien we posters aan de muur uit de tv-serie True Blood en een afbeelding van de heilige maagd Maria. Tesamen met de pompende soundtrack roept dat een wereld op vol religie, seks en liefde waarin fantasie, taboe en verlangen vrijuit gaan. Donellan toont Annabella als een rebelse, adolescente tiener in onze eigen 21e eeuw. Ze oogt misschien wijs maar heeft haar seksualiteit pas net ontdekt. Haar eigen gevoelens noch de gevoelens die zij bij mannen oproept kan zij goed plaatsen. Omringd door een wereld waarin vooral status, geld en macht belangrijk lijken is het niet verwonderlijk dat zij valt voor de ‘eerlijke, zuivere’ liefde van haar broer. Naïef misschien, maar toch ook roekeloos. Het is ‘jammer dat ze een hoer was’, zoals een geestelijke bot opmerkt in Fords originele tekst, alvorens alle bezittingen van al degenen die de slachting niet overleefden te confisqueren. Waarmee Cheek by Jowl dit stuk stevig in onze eigen, moderne tijd plaatst. Declan Donellan creëerde een vlotte, moderne, bijna flashy te noemen enscenering die onderhuids zindert. Het bizarre contrast tussen het drijfzand van de moraal en de laaiende vlammen van de hartstocht, dat maakt dat dit stuk straalt van schoonheid.

Oscar Wibaut van de Koninklijke Schouwburg:“Wij hebben eerder voorstellingen van Cheek by Jowl laten zien in de altijd meesterlijke regies van Declan Donnellan. Hoogtepunten waren  Cymbeline en Macbeth. Het was een buitenkans toen het Holland Festival ons, vanwege onze band met Cheek by Jowl, vroeg om samen deze voorstelling naar Nederland te halen, de remake van misschien wel zijn mooiste voorstelling ooit.”

Parijs, Sydney, New York, Londen en Madrid, ‘Tis Pity She’s a Whore heeft de wereld veroverd, komt eerst naar het Holland Festival in Amsterdam en reist – met bijbehorende Nederlandstalige boventiteling – meteen daarna door naar Den Haag. Wibaut: “Onze buitenlandse programmering biedt de kans om het Nederlandse publiek bijzondere voorstellingen te presenteren die om verschillende redenen een aanvulling zijn op het nationale aanbod, zoals in dit geval een zinderende interpretatie van een groteske zestiende-eeuwse Engelse klassieker die zelden in Nederland wordt opgevoerd.”

Tis pity she’s a whore is op woensdag 18 en donderdag 19 juni 2014 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op www.ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

Country noir als levensstijl

‘n Avondje Americana in Dakota

‘Americana’ uit de lage landen. Sterker: Drie Haagse Americana-bands bij elkaar op een avond: The Resonators, Melle de Boers Smutfish en de Dust Bowl Drifters. Een sfeervolle avond die bol staat van onvervalste Americana-klanken.

“Je bij tijd en wijle een tikkeltje ‘ongemakkelijk’ voelen, je soms zelfs ronduit behoorlijk raar voelen. Dat je als kind meent er niet bij te horen”. Uit dat gevoel van sociaal onrecht spruiten veel van Melle de Boers ‘country noir’-songteksten voort. “Noem het engagement”, zegt De Boer, frontman van John Dear Mowing Club, ehh Smutfish. En zijn songs houden daarmee gelijke tred.

De droom in Americana is het zoeken naar totale vrijheid, het allerhoogste, de kosmos, weg uit het burgerleven. Of, naar binnen gekeerd: naar een totaal verdwijnen, onzichtbaarheid, verstilling, pure onschuld. Alles in de absolute termen zoals alleen Amerikanen dat kunnen – en pubers. Daarna de desillusie: de val, de ontmaskering, de lusten die in de weg zitten, de plichten van het gewone leven, ‘sad light on lonely houses’, de aftakeling, drugs, moord, zelfmoord. Drama dus, en tragiek. Denk in de literatuur aan Burroughs, Kerouac, Capote, Mailer, Miller, Salinger, Bukowski, Updike en aan in de beeldende kunst aan Pollock, Hopper, Warhol, en velen meer.

In de muziek is Americana tot een containerbegrip verworden voor een stijl die een enorme verscheidenheid aan artiesten, vaak singer-songwriters, herbergt. Afleidsel van authentieke country, folk en blues die in een modern jasje is zijn gestoken. “Americana is werkelijk een bonte benaming”, terwijl De Boer zoekt naar een afdoende definitie. “Vaak wordt er muziek onder verstaan die uit de folk en de country afkomstig is, Woody Guthrie, Hank Williams, Johnny Cash. Noem het traditioneel Amerikaanse muziek”. In zijn ouderlijk huis groeide De Boer op met de Americana-muziek van Neil Young, Leonard Cohen en Bob Dylan. Curieus, want Young noch Cohen zijn van geboorte Amerikaan, maar Canadees. “Het gaat ook om de onderwerpen die bezongen worden, thema’s die geëngageerdheid verraden”, licht De Boer toe. “Bij Loudon Wainwright III heb ik dat bijvoorbeeld heel sterk. Hoe iemand denkt over de wereld en daar op zijn eigen onmachtige manier, maar heel direct, over schrijft”.

De Boer is samensteller van een regelmatig terugkerende programma-avond in poptempel het Paard van Troje, waar hij avonden met Americana vult. “Sinds een jaar of zeven doe ik dat onder de titel Mowingclub. Er zijn vaak aansprekende gasten uit het buitenland op bezoek, zoals The Handsome Family, Richard Buckner, Wovenhand, Tim Knol, Johnny Dowd en Eilen Jewell”.

Melle de Boer is ook voorman van muziekband John Dear Mowing Club. “Maar tegenwoordig heten we weer Smutfish”, verklaart De Boer, “precies zoals we voor ‘John Dear’ ook al genoemd werden”. Binnenkort komt een nieuwe CD uit met ‘country noir’-songs, zoals De Boer zijn muziek bij voorkeur noemt, wederom onder de naam Smutfish. “De eerste naamwisseling had te maken met een drang naar meer vrijheid in het maken van muziek van mijn kant, de tweede met een hang naar de bandleden van weleer met wie ik nu graag weer in gezamenlijkheid muziek maak”.

Ook Theater Dakota doet nu een duit in het zakje van het populaire Americana-genre met het eerste Dakota Americana Festival. Naast een optreden van Smutfish – met nieuwe songs en oude hits – ook gigs van de eveneens Haagse bands The Resonators en Dust Bell Drifters. Onderlinge muzikale verwantschap tussen de genoemde Haagse Americana-bands is er zeker, meent De Boer. “The Dust Bowl Drifters baseert zich op de vroegere Amerikaanse string bands, met instrumenten als western gitaar, banjo, lapsteel en contrabas als begeleiding van meerstemmige zang. Hun muziek is een eigentijdse interpretatie van country, bluegrass, honkytonk en mountain music. En The Resonators is een band rond Jille van der Veen die onvervalste country en westernmuziek speelt met een heuse steel guitar in het middelpunt”.

Dakota Americana Festival in Theater Dakota op zaterdag 14 juni 2014. Meer informatie op www.theaterdakota.nl.

‘Music Pool’ is als een warm bad

Een sprankelende mix van muziek en dans

In het maandelijks terugkerende matineeprogramma Music Pool kun je je laten onderdompelen in het figuurlijke warme bad van theater De Nieuwe Regentes.

Het voormalige zwembad heeft dit seizoen een van Nederlands bekendste strijkkwartetten, het Matangi Quartet, carte blanche gegeven voor een concertserie op de zondagmiddag. “Drie van de vier kwartetleden wonen in het Valkenboskwartier”, verklaart voorvrouwe Maria-Paula Majoor. “En we weten dat er ook heel veel andere musici in de wijk wonen: jazzmuzikanten, operazangers, flamencogitaristen en nog veel meer kunstenaars. Zo kwamen we op het idee om een serie concerten met onze wijkgenoten op te zetten: voor en door de buurt”. Matangi Quartet onderzoekt graag wegen om de concertpraktijk in een ander licht te zetten. “De musici met wie we samenwerken zijn net als wij op zoek naar een andere benadering van het concept ‘concert’. De sfeer tijdens Music Pool is daarom informeel. We vertellen iets over de stukken die we gaan spelen en houden de concerten kort, zodat ook kinderen kunnen komen”.

Op zondag 8 juni staat een samenwerking met dansgroep De Dutch Don’t Dance Division van Thom Stuart en Rinus Sprong op het programma, na eerdere tandems met onder meer zangeres Baidar al Basri, cabaretier Mike Boddé en sopraan Klaartje van Veldhoven. “De liefde tussen het Matangi Quartet en ons voert terug tot een decennium terug, voor de productie Orlando”, zegt choreograaf en artistiek leider Thom Stuart. “Maar ook daarna hebben we geregeld samengewerkt. En in de veelgeroemde CD van Matangi, Candy Box, heb ik een artikel mogen schrijven over dans en het strijkkwartet. Wat de combinatie van live muziek en dans bijzonder maakt? Live muziek is heerlijk en voegt altijd iets toe aan de dans. Live is veel dynamischer dan een CD op te zetten. Je moet wel afspraken maken over de tempi natuurlijk, maar de dans wordt er altijd veel krachtiger door”.

Een van de choreografieën die in Music Pool wordt gedanst is Stuarts choreografie Company, op het tweede strijkkwartet van Philip Glass. Een solo die zo’n tien minuten duurt, een werk dat ‘Glass schreef onder invloed van het werk van Samuel Beckett’, aldus Stuart. Verder wordt Oog, een compositie voor cello en tape in 1995 door Michel van der Aa voor Justa de Jong voor de celliste bij het Residentie Orkest geschreven, en zij voert het deze keer live zelf uit. “Van de winter is dit werk nog gespeeld en gedanst in het Concertgebouw te Amsterdam. Ik ben blij dat het na jaren weer eens in Den Haag te zien is”, zegt Thom Stuart, die landelijke tv-bekendheid verwierf als deelnemend choreograaf aan een van de edities van The Ultimate Dance Battle. Ten slotte is er The flight of Bumble Bee van Rimsky-Korsakov. De vlucht van de hommel was oorspronkelijk geschreven als een intermezzo voor de opera De geschiedenis van Tsaar Saltan en begeleidt een scène waarin de hoofdpersoon – een prins – in een hommel verandert.”Die choreografie is eigenlijk een wedstrijd in wie het snelst kan dansen”, licht Stuart toe. “Het stuk duurt amper een minuutje maar er zitten wel honderd passen in.”

Music Pool in De Nieuwe Regentes met Matangi Quartet en D.D.D.D.D. is te zien op zondag 8 juni 2014. Meer informatie op www.denieuweregentes.nl.

Trees heeft een Canadees

Nederlands Komedie Theater speelt Land of Hope & Glory

Een oorlogsverhaal gecombineerd met vrolijke liedjes. Het Nederlands Komedie Theater speelt het klaar in Land of Hope & Glory.

“Zou je niet denken, hé?”, zegt Danny van Zuijlen, nadat hij heeft uitgelegd dat in de periode van de Tweede Wereldoorlog hier te lande best veel werd gelachen. “Misschien tegen de klippen op, maar toch: er was vaak sprake van een ongebreideld optimisme. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het lied ‘Houd er de moed maar in’. De amusementsindustrie spande zich van harte in om het leven weer normaal te doen lijken. Hoe verder je in de oorlog komt, hoe meer ‘houd er de moed maar in’-repertoire. In schril contrast met de werkelijkheid natuurlijk”.

Toen Van Zuijlen met zijn gezelschap, het Nederlands Komedie Theater (NKT), bij het maken van Liedjes van Louis Davids, een eerbetoon aan de eerste kleinkunstenaar van Nederland, de man die begon als wonderkind op de kermis, later variété- en revueartiest werd en opklom tot directeur van het Kurhaus-cabaret in Scheveningen – op veel meer verkwikkende liedjes uit de oorlogstijd stuitte, liedjes die later uitgroeiden tot bekende klassiekers als Trees heeft een Canadees, Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan, Eens zal de Betuwe in bloei weer staan en Als op het Leidseplein, wist hij op slag: hier moeten we mee aan de slag. Toen ook nog eens bleek dat de opa van Ton Offerman, regisseur van de voorstelling Happy Days bij het NKT, tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland ging werken, vervolgens bij het verzet terecht kwam en bij terugkomst in Nederland met de nek werd aangekeken en allerwegen als landverrader werd beschouwd, was het voor Van Zuijlen een kwestie van een en een is twee. Hij besloot het concept van Land of Hope & Glory op Offermans lotgevallen te baseren. “Het is een bijzonder verhaal, een persoonlijk verhaal over een aspect dat al te vaak onderbelicht is gebleven. Het is de geschiedenis van een man die voor duivelse dilemma’s kwam te staan. Want wat en wie is eigenlijk goed of fout?”

Doorspekt met talloze vaderlandse dijenkletsers uit de oorlogstijd – en met bijzonder buitenlands repertoire zoals de jazz van Glenn Miller en the Andrews Sisters, plus de melancholische Duitse chansons van Marlène Dietrich en Vera Lynn – is Land of Hope & Glory een dijk van een muziektheatervoorstelling, waarin ontroering en vrolijkheid hand in hand gaan, met naast Van Zuijlen zelf ook als zangers/acteurs Mirthe Bron en Michael de Roos zij aan zij op de planken. “Na afloop vertellen vooral oudere mensen me vaak dat ze de voorstelling erg leuk hebben gevonden en veel liedjes hebben meegezongen, vooruit, meegeneuried”.

Land of Hope & Glory door Nederlands Komedie Theater is op zondag 1 juni 2014 e zien in het Dakota Theater. Meer informatie op www.allemaalkomedie.nl en www.theaterdakota.nl. Telefonisch reserveren: (070) 326 55 09.