Theater als een fietsreparatiedoos

Veenfabriek presenteert Wim T. Schippers

De beroemde sculptuur Pindakaasvloer uit 1968 door Wim T. Schippers gemaakt in galerie Mickery in Loenersloot is, naar eigen zeggen ‘waarachtig oninteressant’, evenals zijn vier meter metende ‘drol’, officieel Stationnement Gênant geheten. Die ‘Pindakaasvloer’ is op elke gewenste grootte uit te voeren binnen een soort lijst, waarbinnen zich in de gewenste dikte een bepaalde hoeveelheid pindakaas van een nader te bepalen merk bevindt. In 1997 werd een remake van zo’n Pindakaasvloer, die het Centraal Museum in Utrecht met hagelslag bestrooid. Recentelijk was een grote versie die door scholieren werd bestrooid met hagelslag te zien in museum Boymans van Beuningen, als verdere uitwerking van Schippers’ concept. Het werk en de uitbreiding ervan pasten wonderwel in zijn werkwijze, die moet aangeven dat alles in principe zinloos en onzinnig is, maar daarom zeker nog wel de moeite waard. Eind januari gaat in het Stedelijk Museum in Amsterdam een Wim T. Schipperszaal van start, net als in begin jaren zestig, met bestaande assemblages, reliëfs en video-opnamen van zijn hand.

Zijn radio- en tv-werk is onnavolgbaar onder meer doordat hij zonder aanzien des persoons vaak dwars door zijn geïnterviewden of gasten heen spreekt, zoals in Ronflonflon met Jacques Plafond, de Barend Servet Show, Hoepla, Van Oekel’s Discohoek of We zijn weer thuis en Op zoek naar Yolanda. Hij leent zijn stem aan Ernie en Kermit de Kikker van Sesamstraat.

Ook in het theater hield en houdt hij huis. Zo voerde hij in Going to the Dogs zes blaffende herdershonden op die naar een televisie keken waarop andere diersoorten maar geen mensen waren te zien. Er kwamen Kamervragen van. Wim. T. Schippers toont graag zijn voorliefde voor het absurde. Zijn onnavolgbare humor en zijn onwaarschijnlijke logica komt terug in voorstellingen als Zonder Titel, Wuivend Graan, Wat nu weer en Het Laatste Nippertje. Nu is er Hoogwater voorheen Laagwater.

Entropie. Het is een maat voor de wanorde of de ontaarding in een systeem. Schippers verwijst er dolgraag naar. Hoogwater voorheen Laagwater bulkt ervan. Bijvoorbeeld in de openingsscène waarin hij een doodsmak valt en een schitterende Meral Polat een intens treurlied zingt. Als na enige tijd ambulancepersoneel pooshoogte komt nemen, zit Schippers bijkans ‘ahnungslos’ en doodgemoedereerd al acht minuten lang een pianosonate van Mozart heerlijk te verstoethaspelen. “Wim laat struikelende mensen zien die blijven proberen. Mislukken mag, het leven is toch absurd en onbelangrijk”, zegt regisseur Paul Koek, van coproducent theatergroep Veenfabriek. Ondertussen grinnikt, hikt, lacht en buldert het publiek. Om Schippers. En om ‘ceremoniemeester’ Joep van der Geest die op fel oranje schoenen en met paars haarspeldje alle gestuntel uit de hoogte streng becommentarieert. ‘Amateur’, sist hij tegen de kukelende Schippers. “Er kan niets fout gaan in dit stuk”, zegt Schippers door de telefoon. “Geen gepsychologiseer. Als er iets misgaat dan is dat zo. Er is geen overkoepelende bedoeling in dit stuk. Het is een beetje houtje-touwtje”. Maar dan wel volgens een script. ‘Ontregelend’ noemen recensenten het. “Ook weer zo’n begrip. Ik vind het gewoon leuk om spelletjes te spelen, woordspelingen, uitdrukkingen en nieuw woorden te bedenken”. En daarvan heeft Schippers er heel wat op zijn naam. ‘Verdomd interessant, maar gaat u verder…’, ‘Pollens!’, ‘Brimstig’, ‘jammer maar helaas’ en de aanspreekvorm ‘joe’ die het midden houdt tussen ‘u’ en ‘je’ zijn slechts enkele voorbeelden van de uit Schippers’ geest ontsproten termen die door het Nederlandse volk zijn opgepikt. Kreten als ‘ik word niet goed’, ‘reeds’ en ‘potverdomme’ werden door geesteskind Sjef van Oekel nieuw leven ingeblazen. Over de taal van Wim T. Schippers is zelfs een boekje verschenen: Verdomd interessant, maar gaat u verder… . Misschien melig, maar voortdurend wonderlijk. Schippers: ‘“Waar zat ik naar te kijken”, dat vind ik duizend keer interessantere benadering dan een Teleac-cursus. Helaas is ‘cultuur’ een vak geworden en zijn aandacht en succes de belangrijkste drijfveren geworden’.

Een ding staat vast: het leven is een seksueel overdraagbare aandoening met gegarandeerd dodelijk afloop. Hoogwater voorheen Laagwater is een voorstelling die ruikt als een pindakaasvloer mét hageslag. Helaas pindakaas!

Hoogwater voorheen Laagwater door Veenfabriek, Adelheid | Female Economy en Toneelschuur Haarlem is op dinsdag 27 en woensdag 28 januari 2015 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.veenfabrieik.nl en www.theateraanhetspui.nl.

Vermomde onwetendheid

De terugkeer van oma Van Dam uit de Sinaasappelstraat

Wat is er sterk en wat zwak aan onze democratie? Joan Nederlof kruipt in de huid van haar grootmoeder en voert een diepgaand gesprek met een betrokken vrouw die al twintig jaar dood is. Fraaie bespiegelingen en grappige, liefdevolle dialogen.

Ze is naar eigen zeggen ‘tot volle tevredenheid 20 jaar dood’ maar ‘met urgentie’ op verzoek van haar kleindochter graag eventjes teruggekomen. In Sinaasappelstraat gaat actrice Joan Nederlof diepgaand in gesprek met haar grootmoeder – die al twintig jaar dood is. Haar oma Mien van Dam, een felle sociaaldemocrate, woonde in de Sinaasappelstraat in Den Haag. Samen slaan ze – met lede ogen – gade hoe het er aan toegaat in het Nederland van vandaag de dag.

“Mijn grootmoeder was een erg theatrale persoonlijkheid. Ik heb haar voor het eerst gespeeld tijdens de improvisaties voor Wat is het nu?, een voorstelling die Lineke Rijxman toentertijd bij Mugmetdegoudentand aan het maken was. Dat vond ik ongelooflijk leuk om te doen en de herinnering aan haar kwam voor mij toen al snel heel dichtbij”, zegt Joan Nederlof. Geen enkele van die improvisaties heeft Rijxmans voorstelling gehaald, maar dat was ook niet per se de bedoeling. “Pas toen onlangs duidelijk werd dat ik een voorstelling wilde maken over het Nederland van anno nu, wist ik dat een denkbeeldig gesprek met mijn oma de perfecte vorm zou zijn voor wat ik wilde zeggen. Omdat ik organisch, bijna achteloos met haar in gesprek kan gaan. Daarnaast biedt deze vorm interessante aanknopingspunten, door een personage op te voeren uit een andere tijd kun je vele uiteenlopende zaken aanroeren zonder dat dat geforceerd aandoet. Bovendien werken de vervreemding en de argeloosheid die uit deze vorm voortkomen op het toneel altijd heel goed.”

Vanaf het podium kijkt Drees stoïcijns in zwart-wit toe, de vader van onze verzorgingsstaat, aan de hand van een fotografische afdruk. Nederlof: “Als overtuigd sociaaldemocrate vocht mijn oma zij aan zij met Drees. Zij heeft aan de geboortewieg gestaan van de verzorgingsstaat die híj ontwierp. Maar in de loop van de vele jaren is die volgens mij uit de hengsels gaan hangen, uit het lood gaan staan. Waar oma aan het begin stond van de verzorgingsstaat, sta ik misschien aan het einde ervan. Zo voel ik dat soms.” Hoe komt dat toch?, zo vraagt ze zich vaak hardop af. Nederlof weet het antwoord zelf al: “We leven in een samenleving waarvan de inwoners zich onderling niet verbonden voelen. Ook ikzelf mis verbinding. Die voel ik wel met mensen om me heen, maar niet met het geheel. In grootmoeders tijd lag dat allemaal anders. Mijn grootmoeder prikt in de voorstelling onze ‘vanzelfsprekendheden’ door. Heb je een hekel aan individualisme? Hou er dan mee op, zegt ze bijvoorbeeld”.

Het was tijdens het maakproces dat de Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859) haar inzicht verschafte. Nederlof werd op zijn werk gewezen door Albert Jan Kruiter, verbonden aan het Instituut voor Publieke Waarden. Nederlof ontdekte dat De Tocqueville grondig had nagedacht. “Hij schreef: ‘Hoe meer taken de overheid naar zich toe trekt, hoe minder de burger zich verbonden voelt met de publieke zaak’. De spijker op z’n kop, volgens Nederlof. Want onze verzorgingsstaat staat op instorten, de bureaucratie neemt toe, en we vertrouwen politici allang niet meer. Met onze democratie lijkt dan ook heel wat mis. In de voorstelling werpt Nederlof de vraag op hoe zij zich verhoudt tot die democratie. “Ga maar eens een democratische ervaring aan”’ zegt Mien dan. Ja, probeer dat maar eens. Oké, je gaat stemmen. Een keer in de vier jaar, dat is het dan. Meer is het voor mij eigenlijk niet. Het is voor ons bijna niet meer voor te stellen dat je los van eigenbelang meedenkt over het geheel, over de richting die het op moet. Dat je voorbij het eigen belang en dat van de belangengroepen die je verdedigt gaat. Kijk, ik kan wel een buurtbarbecue organiseren of me aansluiten bij de vereniging voor acteursbelangen, maar dat is geen collectief belang. Dat is collectief eigenbelang.”

Is Sinaasappelstraat daarmee een politiek college? Geenszins. En toch ook wel. Joan Nederlof deelt niet alleen haar meest prangende vragen in het leven van vandaag de dag in Nederland met haar grootmoeder: hoe maak je werkelijk deel uit van de gemeenschap en draag je je steentje bij? Wat is bijvoorbeeld welbegrepen eigenbelang? Maar ze doet ook een poging haar te begrijpen, dichter bij haar te komen. Nederlof: “Mijn voorstelling is eigenlijk een innerlijk gesprek”.

Joan Nederlof, volgens eigen zeggen afkomstig uit een rood nest en geboren in Den Haag in 1962, studeerde in 1985 af aan de Toneelschool in Amsterdam. Maar kwam wel geregeld terug naar Den Haag terug om de haar vertrouwde Sinaasappelstraat en haar oma te bezoeken. “Het is er gezellig, huizen met van die typische gelige Haagse bakstenen die in de jaren dertig gebruikt werden. In de Vruchtenbuurt, ook heel gezellig. Ik heb een tijd geleden eens aangebeld bij de toenmalige woning van mijn oma. Ik werd supervriendelijke ontvangen. Alles was er anders dan toen, maar voor mij is de herinnering blijvend”.

Ze is met Marcel Musters een van de oprichters van theatergroep Mugmetdegoudentand en was daarmee te zien in de legendarische tv-serie Hertenkamp. Ook schreef ze diverse televisiescenario’s, voor onder meer Gooische vrouwen. Sinds 2005 schrijft ze zelf toneelstukken. “Ons motto bij Mugmetdegoudentand is altijd geweest: het is nu. We kiezen vaak maatschappelijke thema’s en combineren dat met het persoonlijke. Zo proberen we te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit”.

Sinaasappelstraat van Mugmetdegoudentand is te zien op donderdag 15 januari 2015 in Zaal 3 van Theater aan het Spui. Meer informatie: www.mugmetdegoudentand.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Afdaling in de hel

Aus Greidanus jr. in Medea door Toneelgroep Amsterdam

Zijn personages zijn mensen van vlees en bloed, succesvolle veertigers die een carrière en een gelukkig gezinsleven hebben. Regisseur Simon Stone trekt graag parallellen met de wereld van nu. Toneelgroep Amsterdam (TA) speelt Medea, gecentreerd rond de vrouw die haar gezin koelbloedig uitmoordde.

Als kleinkind van zonnegod Helios en nicht van tovenares Kirke beschikt ze over toverkracht. Medea is haar naam en zij is vandaag de dag het toonbeeld bij uitstek van extreme wraakzucht. Ze kent immers geen innerlijke tweestrijd meer tussen wraakzucht en moederliefde en is slechts uit op vernietiging. Resumé: de vrouw die Jason hielp het Gulden Vlies te veroveren doodt de twee kinderen uit haar huwelijk met hem en weet daarna te ontsnappen. De oude Grieken, in dit geval Euripides, wisten al dat gruwelijke moordzucht niet met zich laat sollen. No way. En daarvan zijn we in de krant van tegenwoordig nog steeds al te vaak getuige.

Een dergelijk drama ligt ten grondslag aan de TA-versie van Medea die de op handen gedragen jonge regisseur Simon Stone bij zijn debuut voor Toneelgroep Amsterdam heeft gemaakt. Stone heeft de reputatie klassieke tragedies tot enerverende, hedendaagse theaterervaringen te maken, waardoor ze heel dichtbij komen. Hij gaat in deze Medea uit van wat ‘de zaak Green’ is gaan heten, een waargebeurd verhaal. Debora Green zit nu, anno 2015, zo’n achttien jaar gevangenschap uit voor pogingen haar man te vergiftigen en de moord op twee van haar drie kinderen. De aanwezigheid van steeds opnieuw opduikende ‘Debora Greens’ in onze samenleving blijft ons confronteren met het zogeheten Medea-complex. De tekst van Euripides, in welke vorm dan ook, zal daarom gespeeld blijven worden: we willen weten wie of wat er schuilgaat achter een vrouw als zij. Volgens Greidanus, die in het stuk de rol van arts Lucas (Jason) speelt, heeft Stone Greens verhaal ‘op het geraamte van Euripides’ Medea gedrukt’. “Je kunt Euripides er zó op nalezen.”

Stone toont ons Medea in de gedaante van de arts Anna die haar leven na een gedwongen internering weer tracht op te pakken. Na een mislukte poging haar echtgenoot te vergiftigen en haar herstelperiode in de psychiatrie is ze vastbesloten haar gezin weer bij elkaar te brengen. Maar de gedroomde wedergeboorte wordt een afdaling in de hel.

Aus Greidanus jr, die een halfjaar geleden Toneelgroep De Appel (o.a. Casanova) verliet voor een vaste betrekking bij Toneelgroep Amsterdam, ziet in Lucas een parallel met zijn eigen levensfase: “Hij is een man die net afscheid heeft genomen van zijn jeugd die vol sex, drugs en rock ’n roll zat. Hij heeft een jonge vrouw ontmoet en wordt verliefd. Ondertussen moet hij de ballen die werk, gezin en kind heten in de lucht zien te houden. Misschien is hij een aardige vent die tegen een zenuwinzinking opbokst, of juist een slappeling die niet durft te kiezen. Dat is juist ook het spannende aan deze rol, tussen die uitersten mag ik laveren. En dat ik tegenwicht mag bieden aan Marieke Heebink (Anna), een van de beste actrices van ons land”.

Inmiddels is Stone met voorstellingen als Thyestes en The Wild Duck – dat tot een culthit uitgroeide op het laatste Holland Festival – een graag geziene gast in het internationale theatercircuit. Zijn beeldtaal werd in de NRC omschreven als ‘Tarantino-taal op Sorkin-snelheid’. “Hypernaturalisme”, zo omschrijft acteur Aus Greidanus junior het. “En daar staat een abstracte vormgeving tegenover. Heel spannend”.

Voor Greidanus was het een fascinerende ervaring om met Stone te werken. “Ook al omdat ik hiervóór met Ivo van Hove werkte, in The Fountainhead. Daardoor heb ik de werkwijze kunnen zien van twee totaal verschillende regisseurs. Ik ben dan ook erg blij met mijn toetreding tot het ensemble van TA. Bovendien ervaar ik nu voor het eerst de luxe van het wonen en werken in een en dezelfde stad”.

Medea door Toneelgroep Amsterdam is op dinsdag 13 en woensdag 14 januari 2015 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op www.ks.nl en www.tga.nl. Kaarten reserveren: 0900 3456789.

 

Een les in leven

‘Stoner’ van John Williams op toneel

Ursul de Geer regisseert Stoner, over een boerenknul die uitblinkt in onopvallendheid. Flitsen van een doorworsteld leven met een inkijkje in het hoofd van een doorsnee man die poëet blijkt. Driehonderd pagina’s aan levensbeschrijving teruggebracht tot ruim tweeënhalf uur op toneel.

‘Over de liefde moet je niet nadenken, de liefde moet je elke dag opnieuw uitvinden’, zegt prille geliefde Katharina tegen William. ‘Jij hebt me dat geleerd’, antwoordt deze.

Het boek Stoner was een ongelooflijke hit in Nederland. Vanuit de schappen en tafels in de weinige boekhandels die Nederland nog rijk is staarde de foto en profil van het verweerde, oude hoofd van de man met kenmerkende grijze baard langs je heen, de ogen halfgesloten. In 1965 werd de roman, van John Williams uitgebracht en in 2006, kennelijk op goed geluk, weer opnieuw. Maar pas in 2012 een grote hit. ‘Als u een boek wilt lezen dat uw leven gaat veranderen, lees dan Stoner’, liet Arnon Grunberg weten in de Volkskrant. Het bijzondere ervan zit hem niet alleen in het feit dat het verhaal erg mooi is opgetekend maar ook dat het een verhaal is over een weinig opzienbarend leven van een weinig opzienbarende man. Een op het oog tikkeltje kleurloze man die gevechten levert zoals u en ik zogezegd. Het raakte vele harten. Ook dat van theaterregisseur Ursul de Geer (De Aanslag, Haar naam was Sarah): ‘Stoner is ontroerend, heeft prachtige dialogen en bevat heftige conflicten. Al tijdens het lezen wist ik: dit wil ik graag op het toneel.’ Dankzij De Geer beleeft Stoner als toneelversie dezer dagen haar wereldpremière in Nederland.

Williams (1922-1994) werd met het succes wereldwijd herontdekt als schrijver van een uniek en hartverscheurend genre. Met een diepe psychologie en een door melancholie getemperd realisme vertelt Williams het verhaal van doorsnee-man Stoner, zoon van een arme boerenfamilie, die in het Amerika rond de jaren twintig de boerderij van zijn ouders kon redden met kennis over de nieuwste technieken, zo was hun gedachte. Maar William raakte bevangen door een sonnet van Shakespeare en verruilde landbouwkunde voor een studie Engels. De boerenzoon werd literatuurprofessor en bleek een groot talent en schopte het tot universitair docent. Daar ging Stoner echter gebukt onder de intriges van een doortrapte collega. Hij doorstond een ongelukkig huwelijk, zag zijn dochter aan de drank gaan, vond geluk in een onmogelijke relatie met een studente, maar werd vlak voor zijn pensioen ziek en stierf, een beetje als een verlaten koning zonder koninkrijk. Gelukkig was er te midden van dit alles steeds het contact met zijn zachtaardige kind in zijn studeerkamer terwijl hij daar aan het werk was. En toen in die stille, tedere uren ontdekte hij dat zijn dochter Grace altijd een centrale plek in zijn leven innam. Totdat hij moest toezien dat zij met succes uit elkaar gedreven werden.

Volgens Ursul de Geer is Stoner allereerst een verhaal over een man die het leven accepteert zoals het komt, die zich verzoent met de wereld. Een les in leven, noemt De Geer het, vol aangrijpende conflicten en vertederende scènes, maar waarin desondanks de liefde cruciaal is. De Geer: ‘Behalve een ongelukkig huwelijk beleeft hij ook een verzengende liefde met een studente. Maar hij moet van die liefde afstand doen. En dat is pijnlijk en hard, maar wonderschoon. Stoner is een ode aan de liefde’.

Stoner door Bos Theaterproducties is op 9 januari 2015 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op ks.nl of bostheaterproducties.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.