Theater Na de Dam

Zesde editie met voorlezingen en voorstellingen

Het theater is een plek bij uitstek voor reflectie. Theater Na de Dam presenteert in heel Nederland meer dan vijftig voorstellingen rond oorlog en vrede. Den Haag doet mee, natuurlijk, volop zelfs.

‘Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.’
Voor de zesde keer sinds de jaren zestig pakt Theater Na de Dam de draad op om na de roerende twee minuten stilte van de Nationale Dodenherdenking voorlezingen en voorstellingen te presenteren op de avond van de 4e mei. “Het karakter van de herdenking”, zo verklaren de initiatiefnemers van Theater Na de Dam, de theatermakers en filosofen Jaïr Stranders en Bo Tarenskeen, “is zo algemeen en abstract geworden dat reflectie op onszelf afwezig dreigt te raken”.

Koninklijke Schouwburg & Nationale Toneel
Het Nationale Toneel en de Koninklijke Schouwburg (KS) presenteren De Laatste Getuigen, waarvoor de afgelopen maanden verschillende inwoners van Den Haag werden geïnterviewd die de Hongerwinter hebben meegemaakt. Verhalen uit het dagelijkse leven van destijds jonge Hagenaars die hun wereld voor hun ogen zagen veranderen. Na de Dodenherdenking, die op beeldschermen in de KS te volgen is, nemen zeven dames en één heer bezit van het toneel. Bij elk van hen voegt zich een acteur van het Nationale Toneel die, geregisseerd door Hans van den Boom, hun aangrijpende verhaal vertelt.

Theater aan het Spui & RO Theater
De jonge soldaat Berk kan na terugkomst van een vredesmissie niet meer aarden omdat hij zijn vriend en kameraad heeft verloren. Speciaal voor acteurs Herman Gilis en Gijs Naber schreef Rik van den Bos voor het RO Theater de voorstelling Leger. Alize Zandwijk regisseert waargebeurde verhalen en trauma’s over soldaten in Nederlandse oorlogsmissies. Waar de fascinatie van Gilis vooral gericht is op de soldaten van de Tweede Wereldoorlog – jongens die vaak geen idee hadden waar ze terecht waren gekomen – vraagt Naber zich vertwijfeld af waarom leeftijdgenoten zich laten verleiden tot het soldatenleven. Vooraf wordt vanuit Theater aan het Spui een gezamenlijk bezoek afgelegd aan het nabijgelegen Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein.

Diamant Theater & NTjong
Oorlog. ‘Als je er over leest gebeurt het na elkaar, maar als je het leeft gebeurt het op hetzelfde moment’. In het ene huis viert Lotte haar verjaardag met bloembollentaart, terwijl een huis verderop Daniel zich onder de trap verstopt als er op de deur gebonsd wordt. Plots klinkt een oorverdovende stilte. Het vergissingsbombardement op Bezuidenhout is zeventig jaar na dato voor NTjong een bron van waargebeurde oorlogsverhalen met jongeren. Het is voor NTjong de start van een nieuwe traditie om ieder jaar oorlogsverhalen uit een ander Haags stadsdeel te halen.

Appeltheater & Toneelgroep De Appel
Het Oranjehotel was tijdens de Tweede Wereldoorlog de bijnaam van de gevangenis in Scheveningen. Tot 1940 zaten er voornamelijk kleine criminelen, maar de Duitse bezetter gebruikte het om verzetsmensen op te sluiten, en ze met gebruikmaking van martelpraktijken te verhoren. Voor de meesten duurde het verblijf in het Oranjehotel niet lang: je werd vrijgelaten, naar Duitsland gedeporteerd, of terechtgesteld op de Waalsdorpervlakte, in de duinen tegenover de gevangenis.
Appelacteurs lezen maandagavond in het Appeltheater de tekst van Hagenaar en verzetsstrijder Eduard Veterman voor over een aantal mannen dat zit opgesloten. De toekomst die hen wacht is onzekerheid en angst, voor het verhoor, de aanstaande marteling of het vonnis. Via een ingenieus communicatiesysteem proberen ze informatie over de buitenwereld naar binnen te smokkelen. Ze weten dat de geallieerden oprukken. Maar de tijd dringt.

Theater De Nieuwe Regentes
De tragikomische kameropera Polen in Plan Zuid is gebaseerd op het gelijknamige boek van Daniel Verhoeven over herinneringen van een Joodse jongen in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Heden en verleden buiten over elkaar heen, waarbij twee zangeressen en een zanger steeds van rol wisselen.

Literair Theater Branoul
Wat als Hitler wél was aangenomen op de kunstacademie en zich had ontwikkeld tot een succesvol kunstenaar? In Branoul start Tomer Pawlicki, een Nederlandse theatermaker met Israëlische roots, een gedachte-experiment in Dankzij de oorlog, door een jonge Joodse man een gesprek aan te laten knopen met zijn grootmoeder. En hij vraagt zichzelf hardop af: “Wie had gedacht dat wij ooit onze uitroeiers zouden bedanken voor ons bestaan?” Opgelet: alleen te zien op 13, 14 en 15 mei.

En er was licht

Afscheidsregie ‘Genesis’ van Johan Doesburg bij Nationale Toneel

Met de marathonvoorstelling Genesis regisseert Johan Doesburg na twintig jaar vaste dienst bij het residentiële Nationale Toneel zijn eigen afscheid. Niet alleen een marathon; ook een monument.

Vierduizend jaar geleden al werd het gebied door mensen bewoond en het land bewerkt. Bakermat van de menselijke beschaving, waar opgravingen en bewaard gebleven bouwsels en kunstwerken vandaag de dag zonder pardon worden opgeblazen of kapotgehakt. Nu een ‘instabiele’ regio genoemd. Het is ook de regio waar de verhalen van het oude Testament zich afspelen. Regisseur Johan Doesburg maakte van de overleveringen uit het Bijbelboek Genesis een schitterend theatraal monument, zijn laatste werkstuk in vaste dienst van het Haagse gezelschap dat hij jarenlang als artistiek directeur heeft gediend.

Het zijn de overbekende attributen, verhalen en personages uit het Oude Testament: de slang, de appel en de boom van kennis; Adam & Eva, hun zonen Kaïn & Abel; de zondvloed en de ark met Noach; de toren van Babel; Abraham & Sara, Ezau & Isaak en Jozef en Rachel. ‘In het begin schiep God hemel en aarde. De aarde was woest en leeg en de Geest van God zweefde boven de watermassa. Over die watermassa lag een diepe duisternis. Toen zeide God: ‘Laat er licht zijn’. En toen was er licht’. Aldus de overlevering. En floep springt dus vol het kunstlicht aan in de voorstelling Genesis van het Nationale Toneel. ‘Vormt niet elk einde een nieuw begin?’, zo vraagt regisseur Johan Doesburg zich in het programmaboekje van Genesis lichtelijk retorisch af.

‘Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan’, dat is de catchy oneliner uit godweet hoeveel pagina’s aan (zogeheten Masoretische) tekst, boeken en andere typen van overleveringen die Doesburg heeft gedestilleerd en zelfs op T-shirts laten printen. En ja, dolen dóen ze, volop zelfs, de hoofdfiguren, onze oervaders (en -moeders trouwens), uit de scheppingsverhalen van de geschriften die ‘Genesis’ heten. Die als de gemeenschappelijke filosofische grondslag voor de Pan-Europese, als Joods-christelijk betitelde identiteit worden beschouwd. Maar ook voor de schriftgeleerden van uiteenlopende geloofsbelijdenissen als Bijbel, Thora en Koran.

Van moord naar vergeving
Kindermoord, bloeddorstig verraad, incest uit lust: het is aan de orde van de dag in deze vertelsels. In drie delen opgeknipt, met daartussen een gezamenlijk te nuttigen maal en gezeten aan lange tafels met houten banken in de foyer-met-uitzicht-op-zee van het Zuiderstrandtheater in Den Haag, voltrekt zich in bijna zes uur theater een geschiedenis- en moraliteitslijn die van initiële moord naar vergevingsgezindheid leidt.

Een kathedraal verbouwen, zo ontving Sophie Kassies onder innerlijk gejuich het verzoek van Doesburg om van de aloude scheppingsverhalen een spannende toneeltekst-vol-vaart te maken. Kassies, vaste tekstleverancier van Doesburg, kweet zich fenomenaal van deze onmetelijke, schier onmogelijke opdracht en heeft, zulks in samenspraak met de regisseur, geniale vondsten en ingrepen aan de oudtestamentische verzen gedaan en er zelfs elementen aan toegevoegd. Kassies dist kristalheldere verhaallijnen op, monologen zowel als dialogen, die bol staan van spanning maar die ook getuigen van een briljant gevoel voor de onderlinge, menselijke verhoudingen tussen de personages, als voor een onbedaarlijk hilarische humor. Zo is de Hof van Eden in handen van Kassies en Doesburg een camping, waar de gastheer via de bekende welkomstkaart de bezoeker ‘een aangenaam verblijf en een onmetelijk nageslacht’ wenst, en zet Noach zijn ark met een Ikea-bouwpakket in elkaar. Maar ook zijn er verwijzingen naar de actualiteit van politiek, bancaire (on)systemen en bootvluchtelingen.

Vrouwentongen
Kassies maakt aannemelijk en invoelbaar hoe onze voorvaderen tegenover elkaar gestaan moeten hebben. En hoe wij ons daartoe heden ten dage verhouden. Maar ze doet méér, veel meer, want ze geeft – ogenschijnlijk en passant – de vrouw een gloedvolle stem terug, want in de apocriefe testamentische boeken is ze, bijna opzettelijk?, nauwelijks of al te weinig opgemerkt. Zo plaatst Noachs vrouw kritische kanttekeningen bij de aanzegging Gods die Noach ten deel valt om een ark te bouwen. Moeten de andere mensen dan niet gered worden, zo vraagt zijn vrouw (Esther Scheldwacht) zich hardop en in terechte vertwijfeling en verbijstering af.

In den beginne (lees: het eerste deel van de voorstelling) moet de kijker door een wat mij betreft iets te zeer aaneengeregen opeenvolging heen van anekdotes, in vogelvlucht behandeld want uit bijna vijftig hoofdstukken Bijbeltekst. Uitstekend gespeeld, daar niet van, maar verhaalfiguren krijgen daardoor maar weinig gelegenheid (lees: tijd) om zich vast in het brein van de kijker te nestelen. Maar dan het tweede en derde deel, dan geschiedt het wonder. Kruipt het allemaal veel dichter op je huid, vooral omdat ingezoomd wordt op karakterontwikkeling die eerst Abraham en daarna Jakob en Jozef doormaken.

Werk in uitvoering
De voorstelling opent met een verteller (Jozef) die ons na een dramatische monoloog op sleeptouw meeneemt op weg naar het verhaal waarin hij kan uitgroeien tot stichter van de Israëlieten: ‘Ik ga het nog één keer vertellen’. Het toneelbeeld concentreert zich rond die opening op een smoezelig ogend tentje voor ondergrondse wegwerkzaamheden. De driehoekige voorzijde daarvan kan Gods Alziend Oog verbeelden, dan wel de ‘gevarendriehoek’ als uitdrukking van het vrouwelijk geboortekanaal. Dan kruipt uit die tent op handen en voeten Adam (Joris Smit) te voorschijn. Even later gevolgd door Eva (Ruta van Hoof).

Het veelvuldige gebruik van stellages die zijn opgebouwd uit aluminium steigerpijpen versterken het gevoel dat hier wordt werkzaamheden aan het Oude Testament worden verricht. De pijpen doen uiteraard ook dienst als huis, hotel of berg. Een vondst die Doesburg ook al gebruikte in ‘zijn’ Faust van enkele jaren geleden. Maar in Genesis voegt hij aan het toneelbeeld een prachtelement toe doordat hij de zaal van het Zuiderstrandtheater gebruikt als woestijn, en als tempel.

Briljant – maar net zo goed beeldend, sprankelend, knisperend, wervelend en feestelijk. En het moet gezegd: de acteerprestaties doen daar zelden voor onder. Er wordt met pruiken, aanplaksnorren, uitdossingen en vermommingen naar hartenlust gegierd, pienter geschakeld en met overgave gespééld – en hier en daar volop professioneel geschmierd. De lach ligt voortdurend op de loer, maar toch ook wordt het menselijke drama van onze voorvaderen en -moeders invoelbaar. Doesburg heeft de acteurs die hij voor zijn afscheidsregie tot zijn beschikking kreeg tot grote hoogten weten te brengen. Chapeau!

Genesis door het Nationale Toneel is uitsluitend te zien in het Zuiderstrandtheater in Den Haag. Tot en met zondag 24 mei. Meer informatie: nationaletoneel.nl.

Een daad in de tijd

Theater over fotografe Franc esca Woodman

Wie? Francesca Woodman. Ehh, nooit eerder van gehoord. Regisseur Arie de Mol, nu artistiek directeur van Toneelgroep De Appel, maakte als afscheid bij Toneelgroep Maastricht een opmerkelijke theatervoorstelling over haar.

Hoe kwam de dertienjarig Francesca tot haar zelfportretten, veelal ‘naakten’? Provoceerde ze doelbewust of deed ze dat in vrijwel gouden onschuld, van nature? Of uit kunstmotieven? En waarom pleegde ze toen ze 22 was, begin jaren tachtig, op ondubbelzinnige wijze zelfmoord? Was ook dat soms een onontkoombare uiting van kunst, als daad in de tijd? Lag haar dood trouwens niet met scheppen voor het oprapen, zelfs profetisch in haar werk – slechts 800 foto’s – besloten?

Het zijn vragen die dubbeldik en als het ware als dwarsliggers boven haar levensloop hangen. Net als in How to play Francesca Woodman, tegelijkertijd een voorstelling over én hommage aan de jonge fotografe.

Een kunstenares die zich geen raad wist met haar leven en haar omgeving, ondanks een onnavolgbaar talent. In haar dagboek schreef ze vertederd, verlangend over ‘mooie peperkoekpoppetjes, chocoladetruffels, perziksnoepjes en bramentaartjes’. Aan de hand van een vormen- en lichtstudie van zulke objecten ontdekte ze de mogelijkheden van de camera, slaagde ze in het maken van kunstfoto’s. Ze speelde met diafragma’s, sluitertijden en lichtval om uiteindelijk zichzelf, beurtelings duidelijk en dan weer bewust vaag, te portretteren.

Een filosofische keuze: We weten immers niet exact wíe we zijn, we zíjn dus onvermijdelijk vaag. Woodman hield daarbij erg van grijstinten. Ze fotografeerde zichzelf vaak naakt in verlaten, vervallen, stoffige, geruïneerde en gesloopte ruimtes vol afbrokkelende pleisterlagen, afbladderende verf en verbleekt, aangetast behang. Zo leverde ze een grote bijdrage aan het genre van fotografische zelfportretten. Juist omdat ze daarin – ondanks haar ontklede verschijning – haar persoonlijkheid meestal heel goed verborgen wist te houden. Haar creaties werden dan ook vaak als ‘anti-portretten’ gezien. Er zijn critici die van mening zijn dat Woodmans werk in de kern narcistisch van aard is. Woodman: “Het komt meer door het gemak, ik ben altijd beschikbaar”.

Woodmans fotoreeksen zijn op bijna organische wijze verbonden met adolescente zelf-obsessie, artistiek zelfonderzoek en zelfbehoud. Ze was tegelijk voorwerp én onderwerp. Haar portretten lieten echter niet haar ware aard zien. De ‘echte’ Woodman is eerder juist van het tegenovergestelde te betichten. Ze hield ervan zich te verkleden. Vaak lijk-achtige, mysterieuze vermommingen, allerhande poses. Haar ‘kleurloze’, dat wil zeggen zwartwit-foto’s, zogezegd: eenkleurige beelden, tonen een amalgaam aan wazige, geheimzinnige, griezelige, dramatische, ongrijpbare, intieme, gotische, speelse, uitdagende, én ronduit vreemde beelden. Ze verborg zich, in wat ronduit echte meesterwerken zijn.

“Mijn foto’s zijn afhankelijk van een zekere gemoedstoestand, waardoor dingen eigenaardig overkomen… Ik weet dat dit zo is en heb er lang over nagedacht. Op de één of andere manier voelde ik me hier heel erg goed door.” Memorabele woorden van een eigenzinnige, introverte Woodman, afkomstig uit gepubliceerde dagboekfragmenten. In 2010 zond de NPS-tv in het kunstprogramma Close Up een documentaire uit over de Amerikaanse fotografe.

Theater
In de theatervoorstelling speelt de camera een hoofdrol, natuurlijk. Francesca wordt invoelend verbeeld door vier actrices. Energiek spelend en bij toerbeurt onbegrepen, wulps of uitdagend de lens in starend. De vragen, twijfels en verlangens van de jonge Francesca worden ook in beeld gevangen door foto-afdrukken. En aan de hand van van muziekfragmenten en door in sneltempo afgevuurde, gepassioneerd gebrachte monologenreeksen wordt Francesca’s bipolaire aard blootgelegd. Het zijn echter niet Francesca’s woorden die we horen, maar die van Dichter des Vaderlands Anne Vegter en toneelschrijver Erik-Ward Geerlings die samen een nieuwe toneeltekst maakten voor Toneelgroep Maastricht. Al had ikzelf graag nóg wat meer poezie in de beeldtaal en de tekst van het stuk teruggezien en -gehoord.

How to play Francesca Woodman door Toneelgroep Maastricht is op zaterdag 18 april te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl en theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.