Functionaris van de dood

Aus Greidanus jr. als SS’er in ‘De Welwillenden’

In zijn roman De Welwillenden laat Jonathan Littell ons inzien dat het Derde Rijk niet buitenmatig bevolkt was met monsters of perverten, maar met gewone burgers die zich door het nationaalsocialisme collectief tot totale waanzin lieten opschuiven. Model staat SS-officier Max Aue die zich opstelt als een bureaucraat in hart en nieren.

“Ik speel onder meer Paul Blöbel, SS-Standartenführer. Hij is verantwoordelijk voor 59.018 standrechtelijke executies, onder meer in Oekraïne. In die rol ben ik de verpersoonlijking van de machinatie die ‘vernietiging’ heet. Maar in de duizend pagina’s tellende, bekroonde roman De Welwillenden uit 2006 van de Joodse Frans-Amerikaanse schrijver komen naast mijn personage vele nazi-misdadigers voor. Zeker, ik gruw van de minutieus beschreven daden toen ik het boek las; ik was werkelijk gegrepen. Principiële bezwaren? Niet echt, er zijn zoveel rollen en teksten die van gruwelijkheden aaneenhangen. Waar het om gaat is dat je als acteur in staat moet zijn om karaktertrekken, in dit geval vooral rechtlijnigheid, over te kunnen brengen. En dat is hier het ‘befehl ist befehl’”.

“Het boek en deze toneelbewerking van Toneelgroep Amsterdam en Toneelhuis draaien voornamelijk om Max Aue, bij ons gespeeld door Hans Kesting. Deze belezen SS-officier, een afgestudeerd jurist, is heimelijk homoseksueel en zou het liefst een vrouw zijn. Niettemin schopt hij het tot Obersturmbannführer. Hij komt zelfs direct in contact met Himmler”.

“Met zijn roman heeft Littel uit willen leggen dat indirect ‘iedereen’ medeplichtig is aan het systeem van door nazi’s gepleegde misdaden. Dat was bij verschijning in 2006 juist het schokkende: het perspectief van de dader. In zijn voorwoord zegt Littel: ‘Er zijn schuldigen die slachtoffers zijn, slachtoffers die ook schuld dragen – en beulen die geen enkel schuldgevoel kennen. In ieder mens steekt daardoor in de dop een moordenaar”.

“Gealarmeerd door het groeiende antisemitisme in Duitsland en een gestaag groter wordende stroom Joodse vluchtelingen, riep de Amerikaanse president Roosevelt in 1938 een conferentie samen. Geen enkel land bleek bereid op vrijwillige basis meer Joodse vluchtelingen op te nemen, de quota te verhogen. De meeste landen lieten doorschemeren dat ze geen vluchtelingen konden opnemen vanwege de grote depressie, waarvan ze nog herstellende waren. Dat gegeven raakt aan deze voorstelling”.

De Welwillenden wordt een groots opgezette voorstelling, gestileerd en op zijn ‘Cassiers’ gebracht, maar zonder directe realistische verwijzingen. We gaan we niet spelen in nazi-pakken en we tonen geen swastika’s. En door de omringende aanwezigheid van acteurs als onder meer Kesting, Abke Haring, Johan Van Assche en Katelijne Damen kan ik niet anders dan me zeer gelukkig prijzen. Dat wordt ‘vuurwerk’”.

Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis: De Welwillenden. Regie: Guy Cassiers. Meer informatie: tga.nl. Première: 10 maart 2016, Bourla, Antwerpen. Daarna tournee door Nederland en België.

 

Advertenties

Een culturele schat

African Mamas eren Paul Simon

Na vijf jaar zijn The African Mamas weer terug in de Nederlandse theaters. Samen met Leoni Jansen en een swingende band brengen deze Zuid-Afrikaanse topzangeressen deze keer het fascinerende verhaal van Paul Simon’s legendarische album Graceland.

“1986. Graceland. Baanbrekende muziek. Werkelijk íedereen heeft die LP in de kast. Zuid-Afrika werd indertijd internationaal economisch en cultureel geboycot onder invloed van het Afrikaans Nationaal Congres. Desondanks besloten onder meer Shirley Bassey en Queen op te treden in Sun City, een luxe casino en resort. En Paul Simon? Die ging dus óók naar Zuid-Afrika! Bij terugkomst in Amerika beschikte hij over een muzikale schatkist, vol aan in het Westen onvermoede terra incognita aan ritmes, melodielijnen en instrumentarium. Met zijn producer heeft Simon dat – in het analoge tijdperk – nog als een gek zitten plakken en knippen. Zonder te weten dat het album een doorslaand succes zou worden, want succes, nee, dat kun je immers niet plannen. Voor mij staat het als een paal boven water dat liefde voor muziek en liefde voor samenwerking bij Paul centraal heeft gestaan. En dat is een prachtig boodschap. Vooral nu, in Europa.“Maar Graceland is daarmee ook een indringend verhaal over apartheid. In onze voorstelling doen we uit de doeken waarom Simon – ondanks de bestaande oordelen – naar Zuid-Afrika vertrok”.

Graceland is dus in de kern ook een verhaal over politiek versus artistieke vrijheid, van nieuwsgierigheid, hongerigheid naar culturen en naar elkaar. Ook dat verhaal willen we met The African Mamas vertellen. Naast muzikale wonderen had Simon’s bezoek uiteindelijk ook een politieke uitwerking, want nadien werd hij, uitgerekend door het ANC, uitgenodigd voor een concertoptreden”.

“Hier, nu in Zuid-Afrika, zitten er nu heel wat audities op. Uit eerdere ‘edities’ van The African Mamas was ik al bekend met een rijkdom aan zangtalent, en daarvan heb ik er enkele in de nieuwe formatie kunnen opnemen. We repeteren in Johannesburg op dit moment met acht vrouwen en zes musici. Zes keer per week repeteren we hier, bij achtendertig graden, in een gymzaal!”.

“Ik treed zelf ook op, ik zing en speel gitaar. Dat heb ik niet eerder gedaan in The African Mamas. Maar ik had een ‘witte’ stem nodig, en tja, die kans wilde ik niet voorbij laten gaan. Verder ben ik regisseur en schrijver van deze voorstelling: Wie doet welk nummer? En op welke manier gaan we dat dan doen? Dat soort dingen”.

African Mamas. Tournee door Nederland, 2016.

De wereld aan je voeten

‘Get Lost’: Vier X theater ​uit alle windstreken

Get Lost: vier bijzondere theater- en dansvoorstellingen uit continenten met theatertradities waarmee het publiek hier niet of nauwelijks bekend is. Vier voorstellingen over de wereld om ons heen ​ en de tijd waarin we leven​. Een persoonlijk statement.

‘Get Lost’ klinkt bijna als een verwensing, maar is allerminst zo bedoeld. Nu voor de vierde keer wordt ​theater uit Verweggistan een plek gegeven op toonaangevende Nederlandse podia; theater dat níet geworteld is in de tradities van het Westen, maar wél verrast en frappeert.

In 2014 werd Frie Leysen, samensteller van Get Lost, geëerd met de Erasmusprijs. Bij de uitreiking van die prijs spuide ze ongegeneerd in ‘zijn’ Paleis op de Dam ongezouten kritiek op het kunstbeleid in zijn koninkrijk: ‘Hoe kunt u koning zijn van een land waarin kunst en cultuur zijn wegbezuinigd, waarin alles draait om entertainment en amusement’.

Welke voorstellingen heeft zij, grande dame Frie Leysen, onverschrokken voorvechter voor vernieuwing in het internationale theater, gekozen? En waarom? “Ik heb gezocht naar hedendaags theater dat een sterke artistieke taal spreekt, ​met ​voelbare urgentie en een maatschappelijke visie. Voorstellingen die​ in een Europese theatercontext zeer relevant zijn. Met, achteraf bezien de individuele geschiedenis van kleine mensen tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis, en ook de dood versus eros als rode draad”.

Living Dance Studio, China: ​Red
“In de tijd van Mao waren in China welgeteld zes opera’s en balletten toegestaan. Een ervan was The Red Woman Detachment, een ballet naar voorbeeldig revolutionair-maoïstische snit over een meisje dat weet te ontvluchten aan haar onderdrukker, een kapitalist uiteraard, en zich aansluit bij een groep vrouwelijke, communistische strijders. Het is een wonderlijk ballet waarin klassieke ballerina’s in militair uniform, maar wel met kittige korte broekjes, vervaarlijk hun pistolen en ander wapentuig paraderen in heroïsche, perfect gedrilde groepsdansen. Vorig jaar werd de vijftigste verjaardag gevierd van dit modelballet, dat onverbrekelijk ​verbonden is aan de culturele opvoeding van de Chinezen. Wen Hui (1960) is een van de pioniers van hedendaagse dans in China​ opgegroeid met deze balletten​. Zij reflecteert op dit ballet, sprak met de choreograaf en de dansers van toen, en ​ verwerkte dit tot een nieuwe choreografie. Ze gebruikte daarbij historische documenten uit die tijd en stelt vragen over het lichaam van een ballerina als lustobject in een gepolitiseerde, totalitaire maatschappij. Een kleine​ privégeschiedenis van gewone mensen in het licht van de wereldgeschiedenis”.

William Yang: Blood Links
“Yang groeide​ als jonge Chinees​ op in Australië. Hij sprak nauwelijks Chinees, want​ zijn moeder wilde dat hij assimileerde. Toen het besef doordrong dat hij ‘anders’ was​ dan zijn klasgenootjes besloot hij kunstenaar te worden, fotograaf. En toen hij uit de kast kwam had hij meteen alles in handen om een ‘marginaal’ te worden: vreemdeling, artiest én gay. In deze voorstelling doet hij het saaiste wat je kunt bedenken: het presenteren van een veredelde diashow! Maar ondertussen toont hij ons onvergetelijke beelden, sleurt ons mee in de spannende verhalen van zijn familie en vrienden in de diaspora over alle continenten”.

Chandralekha Dance Company: Sharira / Fire Desire
“Chandralekha, niet onbekend in Nederland, was als feministe en eerste choreografe van hedendaagse dans in het door velen als vrouwvijandig beschouwde India, die het aandurfde aldaar moderne dans te tonen. Haar invloed, ze overleed in 2007, was enorm: zo was zij een van de vrouwen die de Duitse choreografe Pina Bausch inspireerde. Haar voorstelling ​ Sharira / Fire Desire raakte mij diep​ omdat zij de spiritualiteit toont​ die kan uitgaan van erotiek – en vice versa. Ze koppelt zeggingskracht aan een ondubbelzinnige, persoonlijke visie. Geen puur technisch voetenwerk, maar een duet waarin de vrouw uiterst traag en met ijzeren beheersing haar lichaam in complexe, plastische vormen drapeert, eerst solo, later met een mannelijke partner”.

Grupo Krapp: ​ Adónde van Los Muertos (Lado A)
“Danstheater uit Argentinië, met een lichtvoetige en soms naar cynisme neigende maar ook esthetische choreografie voor zeven dansers, over de dood​, gecreëerd na het overlijden van een van hun leden. ​ Grupo Krapp, vernoemd een werk van naar Samuel Beckett, vroeg tien kunstenaars uit de dans, het toneel- en de filmscene ​in Buenos Aires ​ naar hun ​visie op het heengaan. Hoe zwaar op de hand het ook mag lijken, het is een lichtvoetige reflectie op de dood, en soms ronduit grappig. De artistieke taal van Grupo Krapp is erg persoonlijk en is geworteld in een hedendaags danstheater.

[Kader:]
Randprogramma
In ​ Zaaigoed ​ gaan theatermakers uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika in gesprek en aan het werk met Nederlandse vakgenoten, wisselen artistieke visies uit en werken daarmee aan hun netwerk.

Meer informatie: Kijk op getlost-theater.nl voor achtergrondinformatie. De meeste van de vier voorstellingen zijn te zien in Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Heerlen en Brugge (B).

‘Je kijkt niet naar ’n schilderij’

Elsie de Brauw in ‘De Kersentuin’ en Ida Wasserman Lezing

In haar kindertijd stotterde ze. Werd naar eigen zeggen daarmee gepest. Niettemin, en al sinds een kleine dertig jaar (!), speelt ze als actrice alle sterren van de hemel. Binnenkort in Tsjechovs De kersentuin en, eervol, spreekt Elsie de Brauw de jaarlijkse Ida Wasserman Lezing uit.

Tweevoudig prijswinnend actrice (2006, 2011) is Elsie de Brauw, van een Theo d’Or, de belangrijkste toneelonderscheiding van ons land. Die eer deelt ze met Ida Wasserman. Na de oorlog speelde Wasserman (1901-1977) onder meer bij het Residentie Tooneel en diens opvolger de Haagsche Comedie. Daarom is Wasserman naamgeefster van de Ida Wassermanlezing die de Koninklijke Schouwburg sinds tien jaar jaarlijks presenteert.

Maar er zijn meer overeenkomsten. Net als De Brauw is Ida Wasserman tweevoudig winnares (1956, 1959) van de Theo d’Or, toen nog Theo Mann-Bouwmeesterprijs geheten. Maar de in Den Haag geboren topactrice heeft ongemerkt meer gemeen met Wasserman. Zo speelt ze dit seizoen de glansrol van Ljubov Ranjevskaja, roepnaam ljoeba, in De kersentuin, het magnum opus van Anton Tsjechov. Het is een van de topstukken uit het moderne toneelrepertoire en inmiddels een van de bekendste klassiekers aller tijden. Diezelfde rol van ljoeba in werd ooit óók vertolkt door Ida Wasserman. In 1962 werd ze voor haar rol in dat stuk door het publiek zelfs uitgeroepen tot actrice van het jaar.

Niet alleen daarom spreekt De Brauw de komende Wasserman Lezing uit, er zijn meer overeenkomsten tussen beiden. Zo kennen beiden Vlaanderen als hun werkterrein. Wasserman speelde bij de toenmalige Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) in haar geboortestad Antwerpen, terwijl De Brauw sinds 2005 kind aan huis is bij NTGent. En ze hebben beiden een keur aan Nederlandse toneelgezelschappen als werkgever op hun naam. Wasserman onder meer bij het Rotterdamsch Tooneel en het Amsterdams Hollandsch Tooneel; De Brauw bij F Act, Toneelgroep Amsterdam, Theatergroep Hollandia en ZTHollandia. Redenen te over dus om De Brauw te vragen de Wassermanlezing op zich te nemen.

“Ik ga echt geen koddige anekdotes opdissen, hoor”, waarschuwt De Brauw. “Over een hoed die ik vergat op te zetten of zoiets, of rond een collega die toen en toen enorm stond te schmieren op een of andere dernière”. Neen, De Brauw is een actrice met een missie. En die is ze van plan tijdens ‘haar’ Wasserman Lezing, de tiende die de Koninklijke Schouwburg houdt, pontificaal en goed onder de aandacht van haar gehoor te brengen. Die missie spitst zich toe op de waarde die kunst voor schoolgaande kinderen kan hebben.

Móet hebben, volgens haar. “Kunst is ontstaan om de pijnlijke schoonheid van de realiteit onder ogen te kunnen zien. Op lagere scholen is er weliswaar aandacht voor kunst”, aldus De Brauw, “maar slechts mondjesmaat. Voor kunst die buiten de lijntjes kleurt, voor kunst die buiten het realistische gaat is er geen aandacht. Musicals worden kant-en-klaar ingekocht, beperkt is er onder lestijd aandacht voor dramatische vorming. Kinderen krijgen daardoor niet mee wat het kan betekenen om ‘out of the box’ te denken. Ik wil daarom structureel, op iedere school, een project doen dat de fantasie wél prikkelt. Eerder heb ik al twee van zulke projecten gedaan. De tijd is gekomen om deze aanpak groter uit te rollen”. Voor haar project, waarin ze ook zelf speelt, heeft ze inmiddels geld toegezegd gekregen.

Competitie
Haar eigen jonge jeugd in een Haagse juristenfamilie van adellijke afkomst, stond door haar gestotter voor een belangrijk deel in het teken van ‘kunnen praten net als mijn zusje’. Ze vond troost en inspiratie in haar schooljuf die onder lestijd veelvuldig zong. “Toen dacht ik: Daar zit iets”.

Aanvankelijk werkte ze, eventjes maar, in een psychiatrische instelling in Amersfoort; daarna studeerde ze theologie, in Groningen. “Maar ik was ook al wel aan het studententoneel”. Ze toog daarop naar Amsterdam, knutselde tijdens de toelatingsperiode bij de toneelschool ook graag aan decors, maar werd er ten slotte afgewezen. En zo kwam Maastricht in beeld.“Daar, in het zuiden ontwaakte langzaam maar zeker het gevoel dat theater mijn wezen is. En dat ik het kón, toneelspelen. Onbewust gaf me die wetenschap, dat gevoel, een grote innerlijke kracht. Zonder dat ik me daarbij toen kon voorstellen dat ik de rest van mijn professionele leven op de planken zou doorbrengen”.

Terloops
Haar opvatting over wat toneelspelen is, wat het móet zijn, is afhankelijk van de tijd, van de tijdgeest. “Je ziet het vak onder je handen veranderen. Zelf heb ik een voorkeur om zo ‘menselijk’ mogelijk te spelen. Niet per se naturalistisch, maar wél altijd organisch. Een bijna niet-spelen, een speelstijl die een ‘nulpunt’ raakt. Vandaag vraagt de tijd om een ‘terloopsheid’ in het spel.

Niettemin: voor ieder stuk, voor iedere rol opnieuw en opnieuw, moet je weer graven in je innerlijk. Naar de beste stijl voor dát ene stuk, die productie, die sleutelscène, dat precaire moment, die ene zin. Maar in zijn algemeenheid moet je meegaan met de tijd. Toneel is een levende kunstuiting, je kijkt niet naar een schilderij”.

De kersentuin, de voorstelling waarin ze bij NTGent als ‘weduwe’ naast acteurs als Pierre Bokma, Lien Wildemeersch en Oscar Van Rompay schittert, reflecteert die rolopvatting. En koppelt die in dit geval aan actualiteit. In Tsjechovs stuk moet die tuin eraan geloven, want het kappen en de grond leveren immers geld op. Maar de weduwe-eigenaresse van de tuin snapt dat niet, wil dat niet snappen.“Die tuin?”, oppert De Brauw vragend. “Rendementsdenken. Die tuin staat in deze productie voor het Europa van vandaag de dag. Een kantelmoment dient zich voor ons allemaal aan op dit continent, nu en hier. Maar rendementsdenken, neen, dat kent Ljubov Ranjevskaja niet, en dat is voor haar zeker niet de enige waarheid in het leven”.

Om dát te kunnen spelen, góed te kunnen spelen, dat vergt heel wat van haar: “Er moet ook een zekere abstractie uit spreken, een ‘ertegenin’ spelen. Er moet uit naar voren komen dat de wereld groter is, groter dan de strekking die dat stuk laat zien”.

De kersentuin van NTGent, regie Johan Simons, is van vrijdag 12 tot en met zondag 14 februari 2016 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Op woensdag 17 februari is NTGent daar opnieuw te gast, dan met Dit zijn de namen. Meer informatie: ks.nl. Telefonisch tickets reserveren/kopen: 0900-3456789.

Tip
Elsie de Brauw spreekt de Ida Wasserman Lezing uit op zaterdag 13 februari 2016, 15.30 uur in de Paul Steenbergen Foyer van de Koninklijke Schouwburg.

 

‘Hekken! In Europa!’

Toneelschuur & Korzo in Wachten op de Barbaren

Zorgeloos bestuurt de beschaafde, oude magistraat al tientallen jaren het dorpje aan de grens. Tot ieders tevredenheid. Totdat opeens een vijand opduikt. Uit het niets.

Vijftien jaar terug in de tijd. De meesterlijke doch korte beginzin maakt indruk: ‘Ik heb nog nooit zoiets gezien: twee glazen schijfjes die in lussen van ijzerdraad voor zijn ogen hangen.’ In Wachten op de barbaren beschrijft Zuid-Afrikaan en Nobelprijswinnaar Coetzee hoe een oudere dorpsmagistraat op een buitenpost in de grensstreek opstaat tegen het militaire geweld tegen het nomadenvolk aldaar – en brengt daarmee zichzelf in grote moeilijkheden.

Heilig. Misschien een al te groot woord. Maar regisseur Michiel de Regt durft vijftien jaar na dato best toe te geven dat schrappen in Coetzees uit 1980 daterende erkende meesterwerk voor hem als ‘olifantenpoten in de porseleinkast’ neerkomt. “Uit Rembrandts Nachtwacht snijd je toch ook niet lukraak vijftig vierkante centimeter? Coetzee heeft vast jarenlang zorgvuldig geboetseerd aan elke zin, haast iedere komma”. Maar het weggummen moet. Want het werk ligt nadat hij zojuist zijn regisseurs-tanden in Hella Haasses Oeroeg heeft gezet, ten grondslag aan zijn komende voorstelling, vernoemd dus naar en gebaseerd op de geruchtmakende roman van Coetzee, die zich trouwens Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw mag noemen.

Coetzees ‘realistische fabel’ over onverschilligheid, medeplichtigheid en verzet onder een totalitair regime slaat De Regt tot op de dag van vandaag nog altijd midden in zijn gezicht, ook door parallellen die hij ziet met deze tijd. “Loyaliteitsconflicten als gevolg van politieke kwesties, heen en weer geslingerd worden door innerlijke gewetensstrijd. En: hekken, uitroepteken, in Europa!” Maar ook de bijna pervers overkomende relatie van de ambtsdrager met een barbarenmeisje fascineert hem”. Al met al meer dan genoeg beweegredenen voor De Regt om zich als theatermaker intensief op de roman te storten.

Dans
De morele, existentiële levensvragen die uit Wachten op de barbaren voortkomen zijn herkenbaar en actueel. Maar er is meer. De Regt vervolgt: “De abstractie waarmee het landschap van die grensstreek is beschreven, die prikkelt mijn verbeelding enorm. En verbeelding, dat is voor mij altijd het beginpunt voor wat theater moet zijn”.

Dat uitgangspunt dreef hem in de armen van de Spaanse, veelal in en vanuit Nederland werkzame choreograaf Iván Pérez. “Dans, werkelijk een fantastisch medium”, verklaart De Regt. “Dans is ondanks de aanwezigheid van dansers, personen, lichamen goeddeels een abstracte kunstuiting. Ruimtelijk. De abstractie van dans contrasteert in de voorstelling prachtig met de klinkende waarneembaarheid van de taal en de woorden uit Coetzees werk”. Bovendien, zo vervolgt De Regt: “Er zijn momenten en situaties die je aan de hand van vleselijke beweging, dans en gebaren beter begrijpt, als dieper ervaart. En beter tot de personages doordringt, dan door aldoor woorden te laten klinken. Inderdaad: Eén beeld zegt soms meer dan duizend woorden, zoals dat heet”. Tijdens een ontmoeting klikte het tussen De Regt en Pérez enorm. En zo is dans wezenlijk onderdeel van de voorstelling.

Maar De Regt gaat nog een stapje verder. In zijn voorstelling doorvlecht hij theater, dans met muziek tot ‘gesammtkunstwerk’. Er klinkt speciaal gecomponeerde muziek van Wilko Sterke, voor contrabas. “Op een bepaald moment laat hij twaalf contrabassen tegelijkertijd opklinken in zijn ‘soundscape’. Waanzinnig.”

Wachten op de Barbaren is een coproductie van Toneelschuur Producties en Korzo producties. Tournee.

kader:
Michiel de Regt – regie
Michiel de Regt maakte bij Toneelschuur Producties Antigone en Wreed en Teder. Ook bij het muziektheatergezelschap Orkater en Matzer heeft De Regt voorstellingen gemaakt.

Iván Pérez – choreografie
Iván Pérez danste bij Nederlands Dans Theater en IT Dansa. Sinds 2011 is hij choreograaf. Naast zijn werk bij Korzo heeft hij stukken gemaakt bij Compañía Nacional de Danza, Ballet Moscow, Balletboyz, River North Dance Chicago en het Nationale Ballet van Cuba.