‘Je kijkt niet naar ’n schilderij’

Elsie de Brauw in ‘De Kersentuin’ en Ida Wasserman Lezing

In haar kindertijd stotterde ze. Werd naar eigen zeggen daarmee gepest. Niettemin, en al sinds een kleine dertig jaar (!), speelt ze als actrice alle sterren van de hemel. Binnenkort in Tsjechovs De kersentuin en, eervol, spreekt Elsie de Brauw de jaarlijkse Ida Wasserman Lezing uit.

Tweevoudig prijswinnend actrice (2006, 2011) is Elsie de Brauw, van een Theo d’Or, de belangrijkste toneelonderscheiding van ons land. Die eer deelt ze met Ida Wasserman. Na de oorlog speelde Wasserman (1901-1977) onder meer bij het Residentie Tooneel en diens opvolger de Haagsche Comedie. Daarom is Wasserman naamgeefster van de Ida Wassermanlezing die de Koninklijke Schouwburg sinds tien jaar jaarlijks presenteert.

Maar er zijn meer overeenkomsten. Net als De Brauw is Ida Wasserman tweevoudig winnares (1956, 1959) van de Theo d’Or, toen nog Theo Mann-Bouwmeesterprijs geheten. Maar de in Den Haag geboren topactrice heeft ongemerkt meer gemeen met Wasserman. Zo speelt ze dit seizoen de glansrol van Ljubov Ranjevskaja, roepnaam ljoeba, in De kersentuin, het magnum opus van Anton Tsjechov. Het is een van de topstukken uit het moderne toneelrepertoire en inmiddels een van de bekendste klassiekers aller tijden. Diezelfde rol van ljoeba in werd ooit óók vertolkt door Ida Wasserman. In 1962 werd ze voor haar rol in dat stuk door het publiek zelfs uitgeroepen tot actrice van het jaar.

Niet alleen daarom spreekt De Brauw de komende Wasserman Lezing uit, er zijn meer overeenkomsten tussen beiden. Zo kennen beiden Vlaanderen als hun werkterrein. Wasserman speelde bij de toenmalige Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) in haar geboortestad Antwerpen, terwijl De Brauw sinds 2005 kind aan huis is bij NTGent. En ze hebben beiden een keur aan Nederlandse toneelgezelschappen als werkgever op hun naam. Wasserman onder meer bij het Rotterdamsch Tooneel en het Amsterdams Hollandsch Tooneel; De Brauw bij F Act, Toneelgroep Amsterdam, Theatergroep Hollandia en ZTHollandia. Redenen te over dus om De Brauw te vragen de Wassermanlezing op zich te nemen.

“Ik ga echt geen koddige anekdotes opdissen, hoor”, waarschuwt De Brauw. “Over een hoed die ik vergat op te zetten of zoiets, of rond een collega die toen en toen enorm stond te schmieren op een of andere dernière”. Neen, De Brauw is een actrice met een missie. En die is ze van plan tijdens ‘haar’ Wasserman Lezing, de tiende die de Koninklijke Schouwburg houdt, pontificaal en goed onder de aandacht van haar gehoor te brengen. Die missie spitst zich toe op de waarde die kunst voor schoolgaande kinderen kan hebben.

Móet hebben, volgens haar. “Kunst is ontstaan om de pijnlijke schoonheid van de realiteit onder ogen te kunnen zien. Op lagere scholen is er weliswaar aandacht voor kunst”, aldus De Brauw, “maar slechts mondjesmaat. Voor kunst die buiten de lijntjes kleurt, voor kunst die buiten het realistische gaat is er geen aandacht. Musicals worden kant-en-klaar ingekocht, beperkt is er onder lestijd aandacht voor dramatische vorming. Kinderen krijgen daardoor niet mee wat het kan betekenen om ‘out of the box’ te denken. Ik wil daarom structureel, op iedere school, een project doen dat de fantasie wél prikkelt. Eerder heb ik al twee van zulke projecten gedaan. De tijd is gekomen om deze aanpak groter uit te rollen”. Voor haar project, waarin ze ook zelf speelt, heeft ze inmiddels geld toegezegd gekregen.

Competitie
Haar eigen jonge jeugd in een Haagse juristenfamilie van adellijke afkomst, stond door haar gestotter voor een belangrijk deel in het teken van ‘kunnen praten net als mijn zusje’. Ze vond troost en inspiratie in haar schooljuf die onder lestijd veelvuldig zong. “Toen dacht ik: Daar zit iets”.

Aanvankelijk werkte ze, eventjes maar, in een psychiatrische instelling in Amersfoort; daarna studeerde ze theologie, in Groningen. “Maar ik was ook al wel aan het studententoneel”. Ze toog daarop naar Amsterdam, knutselde tijdens de toelatingsperiode bij de toneelschool ook graag aan decors, maar werd er ten slotte afgewezen. En zo kwam Maastricht in beeld.“Daar, in het zuiden ontwaakte langzaam maar zeker het gevoel dat theater mijn wezen is. En dat ik het kón, toneelspelen. Onbewust gaf me die wetenschap, dat gevoel, een grote innerlijke kracht. Zonder dat ik me daarbij toen kon voorstellen dat ik de rest van mijn professionele leven op de planken zou doorbrengen”.

Terloops
Haar opvatting over wat toneelspelen is, wat het móet zijn, is afhankelijk van de tijd, van de tijdgeest. “Je ziet het vak onder je handen veranderen. Zelf heb ik een voorkeur om zo ‘menselijk’ mogelijk te spelen. Niet per se naturalistisch, maar wél altijd organisch. Een bijna niet-spelen, een speelstijl die een ‘nulpunt’ raakt. Vandaag vraagt de tijd om een ‘terloopsheid’ in het spel.

Niettemin: voor ieder stuk, voor iedere rol opnieuw en opnieuw, moet je weer graven in je innerlijk. Naar de beste stijl voor dát ene stuk, die productie, die sleutelscène, dat precaire moment, die ene zin. Maar in zijn algemeenheid moet je meegaan met de tijd. Toneel is een levende kunstuiting, je kijkt niet naar een schilderij”.

De kersentuin, de voorstelling waarin ze bij NTGent als ‘weduwe’ naast acteurs als Pierre Bokma, Lien Wildemeersch en Oscar Van Rompay schittert, reflecteert die rolopvatting. En koppelt die in dit geval aan actualiteit. In Tsjechovs stuk moet die tuin eraan geloven, want het kappen en de grond leveren immers geld op. Maar de weduwe-eigenaresse van de tuin snapt dat niet, wil dat niet snappen.“Die tuin?”, oppert De Brauw vragend. “Rendementsdenken. Die tuin staat in deze productie voor het Europa van vandaag de dag. Een kantelmoment dient zich voor ons allemaal aan op dit continent, nu en hier. Maar rendementsdenken, neen, dat kent Ljubov Ranjevskaja niet, en dat is voor haar zeker niet de enige waarheid in het leven”.

Om dát te kunnen spelen, góed te kunnen spelen, dat vergt heel wat van haar: “Er moet ook een zekere abstractie uit spreken, een ‘ertegenin’ spelen. Er moet uit naar voren komen dat de wereld groter is, groter dan de strekking die dat stuk laat zien”.

De kersentuin van NTGent, regie Johan Simons, is van vrijdag 12 tot en met zondag 14 februari 2016 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Op woensdag 17 februari is NTGent daar opnieuw te gast, dan met Dit zijn de namen. Meer informatie: ks.nl. Telefonisch tickets reserveren/kopen: 0900-3456789.

Tip
Elsie de Brauw spreekt de Ida Wasserman Lezing uit op zaterdag 13 februari 2016, 15.30 uur in de Paul Steenbergen Foyer van de Koninklijke Schouwburg.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s