Een Vrolijk intermezzo

Sjaak Bral fileert moord op Blonde Dolly

Sjaak Bral maakte cabaretdrama van de moord op Blonde Dolly, een Haagse Mata Hari die graag danste op het slappe koord van hoge en lage cultuur.

En daar staat-ie dan te glimmen, de poëtische proleet, straatfilosoof van minstens half De Haag. Middenin zíjn stad, op zijn hoogsteigen ‘Platô’, buik vooruit, stijf samengeknepen turende kijkers boven een afdakje, en met zijn neus die als een niet te missen richtingaanwijzer de weg naar de contreien van de Doubletstraat beduidt. Korte tijd was dat onzedelijk stukje Den Haag het werkterrein van Blonde Dolly. Eigennaam: Sebilla Niemans. Maar ze verlegde haar werkterrein nar de toen compleet verpauperde Nieuwe Haven. Zoals in die dagen trouwens half De Haag vergeven was van de firma matrassenverhuur.

Onder mistige tot op deze dag formeel onopgehelderde omstandigheden werd de 32-jarige in de nacht van 2 op 3 november 1959 in koelen bloede door verwurging om het leven gebracht, terwijl daarbij een fortuin aan gouden tientjes dat voor het grijpen lag, onaangeroerd bleef: Naast aftrekken was ze dus een kei in optellen. Ongeloof en ophef golfde door Den Haag, door heel Nederland, ook omdat in de dagen daarvoor in een peeskamertje verderop Marietje van Es was doodgehamerd. Toen bleek dat Blonde Dolly naast inteeltkoppige patjepeeërs ook societyheren uit de meest welingelichte kringen met haar paradijs aan hun natte droom hielp – van wie zij er in een oogwenk tot geliefde verhief – viel heel Nederland voor haar. Maar dus te laat.

Wie was het dan die Blonde Dolly vermoordde? Een onopgeloste moord blijft leven. Met De moord op Blonde Dolly treedt Sjaak Bral niet alleen in de voetsporen van Diederik van Vleuten (neem ‘Buiten Schot’) maar ook in die van erkende Dolly-vorsers als thrillerschrijver Tomas Ross en journalist Casper Postmaa. Beiden beschreven en detail de toedracht van de moord op Blonde Dolly. Met zijn speurdersneus bracht Postmaa bovendien aan het licht dat de nooit veroordeelde moordenaar nog in leven is – en zocht hem zelfs lijfelijk op. Toen Postmaa Bral op een goede dag wees op diens uiterlijke overeenkomsten met de vermoedelijke dader, raakte Bral gegrepen. En toen daarna ook nog eens bleek dat zijn moeder in haar kinderjaren Dolly had ontmoet, en net als zij in een weeshuis was opgegroeid, besloot Bral het Haags Gemeentearchief te bezoeken, waar het politiearchief over deze zaak ligt opgeborgen. Uiteindelijk bracht hij opgeteld drie weken met Blonde Dolly door; stond met haar op en ging met haar naar bed.

Verbale expositie
Bral is vooral bekend als oudejaarsuitluider en cabaretier. Kan hij dan nu opeens ook toneelspelen? Die vraag is in ‘Wie vermoordde Blonde Dolly?’ handig omzeild. Zeker: hij is het gewend om typetjes ten tonele te voeren, maar een geboren toneelspeler is hij niet. Niet altijd slaagt Bral erin om karakterologische of enige psychologische diepte te verlenen aan de veelal toch uit bordkarton opgetrokken figuren, om ze kortom tot leven te wekken. Maar het is toch allemaal ook zeker niet slecht, met dank aan politiefoto’s en stapels aan verbale getuigenissen die destijds allergeduldigst door dienders op papier werden opgetikt. Hoogtepunten in Brals theaterexposé zijn de aanschouwelijke anatomische les van dr. Zeldenrust en het politieverhoor met de vermeende moordenaar, de tegenwoordige Rijswijker, Gerard V., Dolly’s louche ogende ‘beschermheer’. Handelde V. uit jaloersheid en was het dus een crime passionel; of in goudbetaalde opdracht van hogerhand? V’s ondervraging indertijd werd (moedwillig volgens velen) verkloot, toegedekt. Complottheorie? Misschien. En wie is dan schuldig? Degene die de ‘trekker’ overhaalt of de opdrachtgever? Wie het ook is of is geweest: de

Na een ruime aanloop wordt het allemaal uiteindelijk vakkundig en getrouw in een meeslepende vertelling opgedist. Bral weet tijdens zijn verbale expositie ondertussen fijn te laveren tussen de nodige vrolijke intermezzi en soms wat gekweekt aandoend drama. Voor kitsch is gelukkig geen plaats. En passant verrijst bovendien een aandoenlijk tijdsbeeld dankzij het eenvoudige decor, een nostalgische lantaarnpaal en formicakeuken, fotoprojecties en YouTube-filmpjes van Polygoon-journaals en de stem van Philip Bloemendal.

Dolly was, zogezegd, een dubbeltje, op haar kant. En een dubbeltje groeit, wijd en zijd bekend, vrijwel nooit uit tot een kwartje – tenzij je naam Haagse Harry is. Maar een dubbeltje kan wel tot een stuiver degraderen. In haar geval zelfs tot een grijpstuiver. En daar word je niet Vrolijk van. Gaandeweg richt Bral een monumentje op voor alle ‘gevallen’ vrouwen en in het bijzonder voor deze ene ‘gevallen’ vrouw, een vakvrouw op het gebied van sociaal-erotische dienstverlening. Een kwartier warmte geven, inclusief uit- en aankleden, zo beschreef Ischa Meijer eens in zijn hoerenlopersbijbel Hoeren. En toch onaangeraakt blijven. Totdat je beschermheer je levenslang verneukt. Lullig.

De moord op Blonde Dolly door Sjaak Bral. Gezien op 27 februari 2016 in Theater Diligentia. Meer informatie: gvproductions.nl.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s