Cultuurvreters & cultuurdromers

Theater De Meervaart: hoog met laag verbinden door te vertellen

Verhalen vertellen die verteld móeten worden, dat is de ambitie van Theater de Meervaart. “En als die niet nu en hier te vinden zijn, gaan we ze zelf maken.”

Een theater dat met de culturele voorhoede meeloopt maar net zo op handen wordt gedragen door wijkbewoners. En dat in de outskirts van de stadse metropool Amsterdam. Hoe lukt het de Meervaart toch om cultuurvreters aan zich te binden en tegelijkertijd ook de wijk te activeren. Hoe speelt het dat klaar?

Amsterdam Nieuw-West: een bonte wijk waar uiteenlopend pluimage – jong met oud, blank bij zwart, rose langs blauw, en diepgelovigen naast ongelovigen – onderdak vindt in Theater de Meervaart. Een theatrale pleisterplaats, knooppunt van wegen, en stromingen en gezindten; gelegen aan een mooie, rustieke plas. “Wijkbewoners zijn hier aandeelhouder” vertelt Meervaart-directeur Andreas Fleischmann. Als ‘huis’ van Nieuw-West, zegt hij, staat in de Meervaart respect en nieuwsgierigheid naar elkaar en de ‘anderen’ centraal. Het slechten van culturele drempels ziet hij als een uitdaging.

“We zijn veel meer dan doorgeefluik van voorstellingen,” legt Fleischmann uit, sedert twee jaar het boegbeeld van De Meervaart. “Onder de noemer Meervaart Studio organiseren we uiteenlopende activiteiten voor kinderen en jongeren. Bij onze jeugdtheaterschool 4West bijvoorbeeld, kunnen kinderen vanaf vier jaar meedoen in een dans- of theaterspeelgroep, workshops streetdance volgen, klassiek ballet of (muziek)theater. Vanaf hun veertiende kunnen ze daarna aan de slag bij Studio West, onze werkplaats voor creatief talent, al hoeven ze later niet allemaal per se naar een hbo-theaterschool; meedoen alleen al werkt verrijkend. Zo vormen we een keten van bezoekers, van (piep) jong tot (stok)oud(ers). Scholen uit de wijk kunnen hier voorstellingen bezoeken en workshops organiseren. Al met al geeft Meervaart Studio jaarlijks aan zo’n zevenduizend kinderen en jongeren uit Amsterdam de kans om hun creatieve talent te uiten.”

Voor wie een workshop acteren of dansen een brug te ver is kan het bezoeken van een voorstelling evenzogoed een blikopener zijn. In de programmering van de Meervaart is daarom voor elk wat wils te vinden: kinder- en jeugdtheatervoorstellingen gaan er hand in hand met urban dance en stand-up comedy; en er is cabaret, toneel en dans voor volwassenen. Maar er zijn ook voorstellingen te zien die van onderop opkomen uit bewonersgroepen van Nieuw-West. Er zijn interessante crossovers. Hoge wordt er met lage kunst gemixt, even voor de vuist weg: van Holland Festival tot Bigi Poku Toppers. Of zoals in juni nog, toen stadsgezelschap voor dans ICKamsterdam samenwerkte met theatermaker Jakop Ahlbom.

“Daarmee hebben we trouwens meteen twee van onze vijf huisgezelschappen te pakken,”zegt Fleischmann. “Van die vijf trekt straks ICKamsterdam, het gezelschap rond het duo Pieter C. Scholten en Emio Greco, daadwerkelijk bij ons in, gaan hier hun studio’s en kantoren inrichten. Met de andere makers, Jakop Ahlbom, Floris van Delft, George & Eran en het Amsterdamse Andalusisch Orkest loopt de afspraak dat ze hier premières uitbrengen. Straks kunnen we spannende samenwerkingsverbanden smeden tussen al onze huisgezelschappen” blikt Fleischmann alvast vooruit.

Het is al met al een rijk palet. Maar nog is dat alles niet genoeg. Fleischmann zegt aanbod te missen dat de huidige samenleving weerspiegelt. “We kiezen er daarom voor om zelf voorstellingen te gaan ontwikkelen. We willen die verhalen vertellen die verteld móeten worden. En als die er in het theater nog niet zijn, dan máken we ze.”

Gemêleerd
Theater de Meervaart staat daarmee garant voor een erg gemêleerde toeloop. Aan de ene kant weten wijkbewoners van Osdorp inmiddels blindelings de weg naar de Meervaart te vinden, anderzijds is er groeiende belangstelling en aandacht vanuit de binnenste ring van Amsterdam, merkt Fleischmann. “Dat is mooi.” In de komende jaren staat er overigens nog veel op stapel. “Ons huis krijgt een facelift, inpandig worden studio’s en kantoren gerealiseerd voor ICKamsterdam, en aan de zijde van het nu nog wat saaie pleintje achter ons theater verrijst een food court, als onderdeel van het aanpalende winkelcentrum. Die upgrade zorgt voor meer bedrijvigheid en verlevendigt dan weer de directe omgeving van het theater. Hopelijk zorgt die wisselwerking straks dan weer voor meer bezoekers.”

Uiteindelijk steekt alles wat je doet als een kaartenhuis in elkaar. Fleischmann: “Het een kan niet zonder het ander. Ongeacht het publiek dat je over de vloer hebt, je moet de dynamiek ervan begrijpen. Daar begint alles mee. Daarom willen we nog meer dan nu al een cultuurhuis zijn, een huiskamer die voor iedereen altijd vrijelijk open staat.”

Even voorstellen: ICKamsterdam
“In de samenwerking met Theater de Meervaart, waar we vanaf 2017 een van de huisgezelschappen zijn, hebben we een unieke basis gevonden, een ‘thuis’ voor onze voorstellingen en projecten” zegt Pieter C. Scholten. Hij is met Emio Greco de artistieke kern van het Internationaal Choreografisch Centrum Amsterdam. “Straks houden we in de Meervaart kantoor en hebben we daar onze studio’s. We zijn blij dat we vanuit deze vaste stek aan onze toekomst kunnen werken.”

ICKamsterdam is veel meer dan een dansgroep alleen. “Naast voorstellingen organiseren we workshops, dansateliers, danslessen en uiteenlopende educatieprojecten.” Als stadsgezelschap van Amsterdam is ICKamsterdam verantwoordelijk voor verbindingen met het dansveld in de stad maar ook voor samenwerkingsprojecten buiten de dans, en onder meer voor talentontwikkeling. “Dat doen we sinds 2009. We kijken dus een straatje verder dan alleen dans. Kijk bijvoorbeeld naar de samenwerking met Jakop Ahlbom, zoals in Swan Lake. Doordat Emio en ik samen ook de artistieke leiding voeren van het Ballet National de Marseille – met dertig dansers een groot klassiek gezelschap in Frankrijk – kunnen we allerlei mooie uitwisselingsprojecten gaan opzetten.” En: “Premières hier worden dáár ook uitgebracht en vice versa. Een van de plannen is een festival met Nederlandse kunstenaars in Marseille, en in Amsterdam met Franse kunstenaars.”

Scholten: “De Meervaart is uitgegroeid tot een bijzondere plek in een markante Amsterdamse wijk. We willen er graag een talentenhuis bouwen, en een vast theaterpubliek trekken dat onze ontwikkelingen volgt. Samen met Meervaart-directeur Andreas Fleischmann kan dat lukken, hij heeft bewezen bereid te zijn om zo nodig de boel helemaal om te gooien en het avontuur aan te durven. De goede reputatie van Theater de Meervaart is daarbij zeer behulpzaam.”

 

Advertenties

Een veelbewogen nacht

Wittenbols over veranderende vrouwenrelaties

Winterbloemen is een nieuw Nederlands toneelstuk over de vriendschap tussen vier vrouwen. Indringend en geestig toneel van Peer Wittenbols.

Op de ooit spreekwoordelijk lege vlakte bloeit een rijk veldboeket. Rob de Graaf, Maria Goos, Don Duyns en een ‘jongere’ garde onder wie Jibbe Willems en Rik van den Bos: er lijkt sprake van een generatie die een basis legt voor een ‘eigen’ Nederlandse toneelschrijfcultuur. Peer Wittenbols is een van de opvallende representanten uit die pool. Het vak van toneelschrijver beoefent hij in een vast ritme van inmiddels meer dan vijftig teksten. Bij de gratie, zegt hij zelf, van vaste structuren en duurzame, bestendige verbintenissen. Hij is een gewoontedier, houdt van vaste grond onder de voeten. Teneinde zijn productieve aard te kanaliseren hanteert hij een onverwoestbaar ritmepatroon: “Vijf dagen per week. Dat zijn de mooiste weken.” Geen halfvage goddelijke ingevingen afwachten, maar eerder een bedrevenheid die hij combineert met een dosis creatief vakmanschap. “Ik ben iedere dag hoe dan ook vroeg uit de veren. Nadat mijn kinderen naar school zijn gebracht, ga ik linea recta door naar mijn werkkamer ergens in de stad, met alleen een bureaumeubel en bureaustoel. Geen afleiding. Van kwart voor negen tot vijf uur zit ik daar dan te schrijven.”
Al werkte zo’n godganse dag tikkend zonder vrijwel enige aanspraak niet steeds optimaal, zo ziet hij achteraf in. Dankzij zijn kinderen, preciezer gezegd het familieleven dat hem omringt. Want daardoor maakt hij deel uit van ‘een netwerk’. “Door hun school, hun sportclubs kom je in contact met hun ouders en hun beroepen: van loodgieter tot maag-darm-leverspecialist. Het is voor mij net een dierentuin waar ik vrijelijk en zonder gevaar voor eigen leven mag rondneuzen. Pure sociale rijkdom. Ik leg mijn oor echt overal te luisteren.”

Buizerd
Aan Wittenbols allernieuwste toneeltekst Winterbloemen, tegelijk de aankomende voorstelling van Theatergroep Suburbia,, ligt een persoonlijke getuigenis ten grondslag. Want op de avond dat hij na een teleurstellend verlopen gesprek in de auto met vast maatje/regisseur Rob Ligthert vanuit Eindhoven naar Maastricht terug reed, scheerde vlak voor de voorruit opeens, zomaar, een buizerd langs. “Maar door de verwarring en de paniek die daardoor ontstond, bleken we achteraf een rampzalige kop-staartbotsing vermeden te hebben.” Met de schrik in de benen en staande in de berm, kwamen ze tot de slotsom dat die rakelings voorlangs afzwenkende roofvogel welhaast een omen moest zijn geweest.

Winterbloemen is bijna letterlijk uit dat levensmoment gegrepen. “Ik kreeg de plot voor dit stuk in de schoot geworpen toen bleek dat een kennis dat ongeluk letterlijk had meegemaakt. Ik sprak hem 12 uur na de botsing. Hij was in een bijna verlichte staat door het besef dat hij aan de dood ontsnapt was, zoals Rob en ik dat hadden toe we in de berm stonden. Deze kennis had, samen met andere ‘overlevers’ de nacht doorgehaald met veel drank en bekentenissen. Van dat gegeven heb ik een stuk voor vier vrouwen gemaakt.”
Vier vriendinnen zijn in Winterbloemen onderweg naar de Ardennen om er een feestelijke punt te zetten achter de emotionele periode van een van hen. Maar hun auto’s knallen in een sneeuwstorm op elkaar. Zelf blijven ze daarbij wonder boven wonder ongedeerd. “Winterbloemen begint op het moment dat je beseft dat jou een tragedie overkomt en het besluit neemt je verenpak eens goed te herschikken.”

Snelkookpan
Dat is Wittenbols ten voeten uit: “Ik hou er van om personages bij elkaar te zetten. Niet om ze te beoordelen maar om te zien wat er gebeurt met mensen van goede wil als ze op een of andere manier tegenover elkaar zijn komen te staan. Wat is fatsoen in die snelkookpan? Hun gedrag is niet door minachting of slechtheid ingegeven, en toch blijkt iedereen dan een schaap in wolfskleren. Ook fascineert de snelheid waarmee een groep jargon en eigen codes ontwikkelt, en hoe humor zich onder zulke omstandigheden vormt.”
Veranderende vriendschapsrelaties onder vrouwen zijn het onderliggende onderwerp van Winterbloemen. Wittenbols: “Waar mannen er liever het zwijgen toe doen, praten vrouwen daar onderling graag over. Daarmee is Winterbloemen uiteindelijk een voorstelling over de tragische, ploeterende en zeker ook hilarische mens.” Voor de overdracht van dat idee zorgen vier gelouterde actrices: Susan Visser, Anneke Blok, Lotje van Lunteren en Astrid van Eck. “Het is onder actrices een veelgehoorde klacht dat er interessante mannenrollen geschreven worden, maar helaas weinig vrouwenrollen. Die handschoen pakken wij op.”

Winterbloemen van Theatergroep Suburbia. Regie: Rob Ligthert. In de Nederlandse theaters van 14 september tot en met 23 december 2016.

kader:
Peer Wittenbols en Rob Ligthert werken al ruim twintig jaar samen. Onder de vlag Wittenbols schrijft, Ligthert regisseert (W&L) werden sinds 2011 onder andere de voorstellingen Huisgoden, Honingjagers, Schiettent Rosa en Vette dinsdag gemaakt. Wittenbols schreef zo’n vijftig toneelstukken (o.a. Zog, Smegma, Tweeduister), twee dichtbundels, een verhalenbundel en twee filmscripts. Momenteel werkt hij onder meer aan twee tv-series.

‘Ik dacht: waar begin ik aan’

André van Duin is heerlijke knorrepot in The Sunshine Boys

André van Duin en Kees Hulst, samen, in een legendarische komedie. Ze spelen twee rasartiesten op leeftijd, twee komieken die na jaren van ruzie proberen nog één keer samen op te treden. Van Duin: “Komische en ontroerende noten, de lach en de traan liggen er naast elkaar.”

Van Duin is ‘nieuwe oogst’ in toneelland. Na 50 jaar in het lachvak staat dé volkskomiek van Nederland voor het eerst van zijn leven in een heuse tragikomedie, een well-made comedy, nota bene als tegenspeler van Kees Hulst (Louis), die zich met de Louis d’Or 2010 op zak een van de beste acteurs van Nederland mag noemen. “Klopt,” zegt André van Duin.“Het is allemaal werkelijk een openbaring. En de critici vinden het ook allemaal prachtig.”

Jaap Aap, Willempie, Jan Wijdbeens, Dik Voormekaar, Ome Joop, Flip Fluitketel, Ep Oorklep, Meneer De Bok, Piet Konijn. De lijst is lang. Typetjes ten beste geven, de lolbroek uithangen en de underdog spelen: dat is André van Duin ten voeten uit. Vooraf was de grote vraag vooral of de revue-artiest Van Duin zich staande kon houden: kon hij dat wel, acteren?

Zeker, hij bezit een feilloze en fenomenale komische timing, maar zou hij ook de tragiek van Neil Simons Willie geloofwaardig voor het voetlicht kunnen krijgen? Nee, André moest zich als acteur echt nog bewijzen. Van Duin: “Ik dacht zelf ook eerst: waar begin ik toch aan? Ik moest overgehaald worden om dit te doen: Joop van den Ende, Jeroen Krabbé en nog anderen zeiden in koor dat ik het móest doen. Maar ik twijfelde, want eigenlijk kun je alleen maar op je bek gaan. En: zou ik het eigenlijk wel leuk vinden om te doen? Achteraf kan ik zeggen dat ik het toneelpodium geweldig vind. Maar wel heel anders dan de revue. Improviseren kan niet. Als het even niet lekker loopt kun je het niet oplossen met een grap. Er wordt in dit stuk weleens vijf minuten achtereen níet gelachen; in de revue betekent zoiets de grootste paniek natuurlijk. Maar wees niet bang, er valt in dit stuk veel te lachen hoor.”

Wennen moest hij ook aan de aanwezigheid van een regisseur. “ In de revue deden we het altijd zonder. Nu zei Gijs de Lange: doe dit eens zo en zo. Waarom niet zo en zo?, vroeg ik dan. Maar steeds bleek wat hij zei toch beter te werken. Daar moest ik aan wennen: ik speel in dienst van een stuk. Dat werkt anders.”

Neil Simon, The King of Comedy, is na Shakespeare de meest gespeelde toneelschrijver. Van hem liepen ooit maandenlang vier stukken tegelijk op Broadway. Veel groten uit de artiestenwereld hebben The Sunshine Boys op hun naam: Walter Matthau en George Burns in de verfilming uit 1975, en Danny DeVito, in 2012 op West End. In Nederland waagden Johnny Kraaijkamp en Eric van der Donk zich er in 1993 aan, en Mini & Maxi in 2006. “Een evergreen”, zegt Van Duin. “Ik had het eerder gezien in Londen, Brussel, Parijs. Maar het wordt ook veel in het amateurcircuit gespeeld.”

The Sunshine Boys draait om Willie en Louis. Zij waren ooit koningen op het variétépodium. Nu, tien jaar later, pogen ze voor één keer samen terug te keren in een grote televisieshow. Maar destijds zijn ze in onmin uit elkaar gegaan, en hebben elkaar jaren niet gesproken. Naast een klinkende komedie is The Sunshine Boys ook een ontroerend stuk over eenzaamheid en vriendschap.Het stuk is op mijn lijf geschreven”, zegt Van Duin. “Zo’n man die thuis zit te mokken, daar kan ik wat mee. Zo’n chagrijn spelen is wel heel erg leuk.”

‘Van Duin overtreft zichzelf’ (★ ★ ★ ★ ★ NRC Handelsblad), ‘Van Duin schittert’ (★ ★ ★ ★ AD), ‘Vrijwel iedere grap is raak’ (★ ★ ★ ★ De Telegraaf), ‘De frisheid, spitsheid en de souplesse in zijn bewerking zijn de grote verrassing’(★★★★☆ de Volkskrant).

The Sunshine Boys met André van Duin, Kees Hulst, Ferdi Stofmeel, Marie Louise Stheins en Anna Jongenis is van vrijdag 23 tot en met zondag 25 september 2016 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: ks.nl. Telefonisch reserveren: 0900-3456789.

Morgenrood tot ontwaken gebracht

Bral schrijft volksopera De Vloek op Scheveningen

Na het eclatante succes vorig jaar van de vissersopera Harde Handen wisten ze daar bij het Zuiderstrandtheater al snel: dit móet een vervolg krijgen.

En ziedaar, dat is er nu met De Vloek op Scheveningen. Op tekst van de meespelende (en zingende!) Sjaak Bral worden de hoofdrollen in deze Nederlandstalige ‘volksopera’ vertolkt door cracks Ernst Daniel Smid en Miranda van Kralingen.

‘Ha ha ha’, geeft regisseur Kees Scholten solo ten beste. Wat besmuikt en vooral voor de vorm bootst hij het massief klinkende gezang van een 140-koppig Schevenings zangkoor na ten overstaan van de zes aanwezige spelers/zangers. Om even later opeens de nuance te zoeken. ‘So-li-da-ri-téit,’ zo legt hij de gewenste nadruk uit aan operaster Miranda van Kralingen (Sien). ‘Als de muziek daarna inzet,’ verduidelijkt hij, ‘kijk je strak en innerlijk verstild voor je uit, en loop je veelbetekenend weg van je echtgenoot, richting zaal, naar het publiek. Laat die Arie Vrolijk (Smid) het maar goed voelen.’

Het moet die middag tijdens de repetitie een paar keer bijna à la ‘De Vloer Op’ over, maar dan zit de scène ook werkelijk gebeiteld. Voorlopig tenminste, want het tienkoppige ensemble van het Residentie Orkest sluit tijdens deze repetitie pas later in de avond aan, de spelertjes van Theaterschool Rabarber zijn er ook nog niet bij, en evenmin de leden van Theaterkoor Dario Fo. Ook het speciaal voor deze eenmalige productie uit loepzuivere Scheveningers gerekruteerde zangkoor is nu niet bij. In een eerder stadium is er al wel met alle partijen gerepeteerd.

Errepels & herring
De theatervertelling van Bral is een muzikaal verhaal over verleden, heden en toekomst van de Scheveningse haven. Die speelt zich af in het Zuiderstrandtheater, op vrijwel letterlijk het grondgebied dat vroeger ‘De Sleep’ toebehoorde, waar tot 1979 de Sleephelling Maatschappij Scheveningen was gevestigd. Nagenoeg iedere Scheveninger was er werkzaam (geweest) of kende iemand die er had gewerkt. Na het faillissement in 1979 werd nog geprobeerd een doorstart te maken, maar uiteindelijk werd het werfterrein in 2005 door een projectontwikkelaar opgekocht. Er verrezen luxe appartementen.

De repetities voor ‘De Vloek van Scheveningen’ vinden voor een belangrijk deel in de studio plaats van de ‘blauwe doos’, volumebouw die als tijdelijk onderkomen dient voor Zuiderstrandtheater en Residentie Orkest. Daar moet ondertussen de verbeelding even flink aan de bak: schel TL-licht, nul rekwisieten, en van het decorbeeld dat straks de productie omlijst valt niets te bespeuren dan zwarte achterdoeken. Verder enkel een zwarte Schimmel-piano, een lage tafel waarop het script opengevouwen ligt, en een rij stoelen die de coulissen voorstellen. Toch zijn in de kale omgeving al wel enkele brok-in-de-keel-momentjes te beleven. Het moment bijvoorbeeld dat Bral – onder meer verteller, oliemannetje én Sleepdirecteur Piet Duindam – een tas met shirts in de handen stopt van Vrolijk. Die vol verbijstering achterblijft. Maar ook humoristische: ‘Errepels op het vuur / Herring in ‘t zuur / en de zon op je bol / wat wul je mèr’, zo zingen de vrouwen in het lied ‘Eiland Vlook’. Het is geënt op Mascagni’s ‘Cavalleria Rusticana’. De volksopera is gebouwd rond enkele bewerkingen van bekende operahits, onder meer van Bizet en Verdi, en musicaltoppers (‘Sweeney Todd’ en ‘Fiddler on the roof’), maar ook huiscomponist van muziektheatercollectief Volksoperhuis Jef Hofmeister heeft enkele composities geschreven.

Kwal
Bral heeft met De Vloek op Scheveningen op het eerste oor een mooi werkje afgeleverd, met in de drie bedrijven veel aandacht voor noeste arbeidersstrijd, werkmansverzet en opkomende projectontwikkelaarsbelangen. Zinderend wonen aan Zee, luidt de slagzin waarmee groot-geld-jongens-van-nu het grondgebied dat pal voor de neus van het Zuiderstrandtheater ligt, oppimpen met – opnieuw – eentonige woningbouw. ‘De Scheveningers hebben het allemaal zelf uit handen laten vallen,’ ventileert Bral. Die opvatting krijgt bij hem vooral gestalte in Sien, de vrouw van Arie. ‘In de spreuk onder het wapen van Scheveningen staat ‘standvastigheid en volharding,’ laat hij haar vertolkster Miranda van Kralingen in deze volksopera strijdbaar uitspreken. ‘Arie, jij hebt de ruggengraat van een kwal’.

Het wachten is nog even op de windmolenparken die er straks aan de einder van de zee dobberen, en een nagenoeg volgebouwde kuststrook. Tenzij…  Ja, tenzij wat eigenlijk?

De Vloek van Scheveningen. Met medewerking van Kwekers in de Kunst, Residentie Orkest, Theaterschool Rabarber en vele Scheveningers. Te zien van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september in het Zuiderstrandtheater. Tickets: (070) 88 00 333 of via zuiderstrandtheater.nl.

 

Residentie Orkest definitief naar Meppelweg

Repetitieruimte Zuiderstrandtheater voldoet nog steeds niet

Ondanks de belofte om terug te keren naar het Zuiderstrand repeteert het Residentie Orkest de komende jaren niet aan het strand, maar aan de Meppelweg. Het voormalige schoolgebouw werd deze zomer voor een half miljoen euro verbouwd.

Klassiek aan zee, zo klinkt het leidende motto van het Residentie Orkest (RO). Maar de meeste noten van het ensemble zijn de komende jaren niet zoals gepland aan het strand te horen, maar in de verbouwde aula van het schoolgebouw De Krullevaar aan de Meppelweg. Volgens de gemeente past het vertimmerde bedrag van 350.000 euro binnen de eerder begrote kosten rond het Zuiderstrandtheater.

Maar praktisch is anders. En het was in eerste instantie niet de bedoeling dat speel- en oefenruimte liefst zeven kilometer uit elkaar liggen. Sandra Bruinsma, voormalig zakelijk directeur van het RO, zei een halfjaar terug in deze krant: “In Nederland hebben we weinig ervaring met het vervaardigen van dit soort oefenruimtes. Je laat ‘m zo goed mogelijk maken, pas daarna kijk je hoe hij klinkt.”

Het mocht niet baten. Onderzoek wees uit dat verbouwen van het repetitielokaal binnen het beschikbare bedrag niet tot de vereiste kwaliteit leidden. Het zou bovendien veel duurder uitpakken dan gedacht. ‘Om de akoestische onbalans van die ruimte op te heffen, moest het plafond drie meter de lucht in,’ zegt artistiek directeur Sven Arne Tepl van het RO. “Zo’n ingreep is erg duur. Het verbouwen van het schoolgebouw bleek gewoonweg goedkoper.” Daarbij speelt ook mee dat de komende tijd geluidshinder optreedt rond het Zuiderstrandtheater door bouwactiviteiten op het aanpalende Norfolk-terrein, dat momenteel bouwrijp gemaakt wordt.

Afgelopen zomer werd de aula van de school daarom akoestisch onder handen genomen door de geluidsspecialisten van Peutz. Zo is er een houten vloer over het bestaande stenen vloermozaïek van het rijksmonument gelegd, zijn er reflectiepanelen aan de wanden gemonteerd en geluidskaatsers aan het plafond. Ook zijn er voorzieningen en installaties voor luchtbehandeling en -bevochtiging aangelegd, en is er rondom de aula kantoorruimte gecreëerd door enige leslokalen om te bouwen. Onder meer de muziekbibliotheek en de afdeling educatie hebben nu permanent onderdak in het schoolgebouw. Het is daarbij mogelijk geworden om met losse stoelen 150 zitplaatsen rondom te creëren.

Leegstand
De extra kosten voor het huren van het schoolgebouw vallen volgens Tepl binnen bestaande contracten. Maar ondertussen staat het gloedjenieuwe repetitielokaal nabij het Zuiderstrandtheater leeg. En wie betaalt die leegstand?

Volgens Tepl kan het Zuiderstrandtheater daar in de toekomst educatieve activiteiten ontplooien. Maar volgens Henk Scholten, directeur van het Zuiderstrandtheater, ligt het wat ingewikkelder. “Het simpelste is: plakkaten op de deur en het repetitielokaal afsluiten, daarmee zijn de kosten dan geminimaliseerd. Maar we kunnen ook proberen de ruimte te verhuren. Op dit moment bekijken we welke plannen haalbaar lijken. Ondertussen blijven we op dit punt in gesprek met de gemeente, als zijnde de verhuurder van de ‘blauwe doos’. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de energiekosten die we met het RO delen, daar moeten we goed naar kijken.”

Tepl vindt de Meppelweg een schoolvoorbeeld van de manier waarop gemeente en culturele instellingen gezamenlijk een goede oplossing realiseren: ‘We zochten een kwaliteitsniveau dat voor een hoogwaardig ensemble als het RO nodig is. Het is positief dat we binnen bestaande budgetten een artistiek hoogwaardige ruimte hebben op de Meppelweg. En het publiek zien ons niet minder door in de concertzaal hoor.”

Dat de medewerkers en de musici van het RO nu nog jaren door wind en weer op de fiets moeten springen om koers te zetten tussen Meppelweg, ondersteunende diensten aan het Zuiderstrand , vindt Tepl geen probleem: “Twintig minuten fietsen is gezond! Dat vindt de ondernemingsraad ook. Maar de grote meerderheid van de kantoren blijft op het Zuiderstrand. Wel moeten we nu echt momenten inlassen om elkaar vaker te zien en bij te praten.”

Intussen houdt de argeloze belastingbetaler zijn hart vast: Als het al niet lukt om de akoestische eigenschappen van een oefenlokaal vooraf goed te berekenen, hoe moet dat dan over vier, vijf jaar goedkomen in het Onderwijs- en Cultuurcentrum aan het Spui?

Door Eric Korsten en Annerieke Simeone.

 

De Appel dient niet een, maar twee overlevingsplannen in

Toneelgroep De Appel heeft niet één, maar twee overlevingsplannen ingediend bij wethouder Wijsmuller (HSP, cultuur). Naast een kleine formatie met een vaste kern van Appelacteurs onder leiding van David Geysen, ziet de Raad van Toezicht ook een samenwerking met het Zuiderstrandtheater en het Koninklijk Conservatorium zitten.

Opeens heeft De Appel twee overlevingsplannen uit de hoge hoed getoverd. Tijdens een bijeenkomst van de Vrienden van Toneelgroep De Appel, afgelopen zondag, bleek dat naast het eerste voorstel: verder in afgeslankte versie met acteur/regisseur David Geysen als artistieke spil, nog een ander alternatief op tafel te liggen: een samenwerking met het Zuiderstrandtheater en het Koninklijk Conservatorium.

In een volledig ‘bezet’ Appeltheater sprak Chris van Overbeeke als nieuwe interim-manager namens de toneelgroep wiens subsidie bedreigd wordt, de Vrienden toe. “Wijsmuller spreekt in zijn concept van het nieuwe kunstenplan de wens uit voor de vorming van een interdisciplinair productiehuis in de stad. Daar willen we op inzetten. We hebben samen met het Zuiderstrandtheater en het Koninklijk Conservatorium een plan opgesteld. Bedenk dat De Appel een traditie heeft van cross-overs tussen teksttheater, muziek, muziektheater en bewegingskunst.”

Ook in dat voorstel zou er een rol voor David Geysen zijn weggelegd. Welke is nog niet duidelijk. Daarnaast is de vraag wat er in die constructie met genoemde twee partijen van De Appel overblijft. De kans is groot dat als het Zuiderstrandtheater zich wil verbinden aan een dergelijk multidisciplinair productiehuis, directeur Henk Scholten vooral wil inzetten op community art-projecten á la Harde Handen en De Vloek van Scheveningen. Het Koninklijk Conservatorium wil daarentegen juist meer aan talentontwikkeling doen, en -in de opmaat naar het Onderwijs en Cultuurcentrum aan het Spui- meer studenten in de stad houden. Voor het productiehuis heeft Wijsmuller op papier geen cent beschikbaar, maar door het huis te verbinden aan De Appel, hopen de drie dat er alsnog een half miljoen euro binnen te hengelen valt. Intussen heeft ook de combinatie Theater aan het Spui en Korzo een oogje laten vallen voor het opvullen van de leemte in Den Haag voor een interdisciplinaire productiehuis.

Politieke weg
Ondertussen bewandelt Van Overbeeke ook de politieke strijdbaan. “De gemeenteraad moet nog een besluit nemen over het intrekken van de subsidie van twee miljoen euro die we tot nu toe jaarlijks ontvingen. Daarom blijven we strijdbaar. We gaan de komende tijd publieksacties op touw zetten, van een acteur op een zeepkist in het Atrium van het stadhuis, tot speldenprikjes her en der in de stad.”

Anderzijds heeft Van Overbeeke van de Raad van Toezicht ook de opdracht gekregen om de ontmanteling van De Appel alvast in gang te zetten. “Frictiekosten moeten we straks uit eigen zak ophoesten. Vooruitlopend op een eventuele negatieve afloop moeten we daar dus nu al goed naar kijken.”

Op de genoemde bijeenkomst voor Vrienden werd tevens bekendgemaakt welke productie de in juli afgelaste voorstelling Kersentuin/Na de crash gaat vervangen. Dat wordt Hamlet, en David Geysen gaat de herfstproductie regisseren, die ook zomaar de afscheidsproductie zou kunnen zijn. “Deze voorstelling hebben wij niet uitgekozen,” laat Geysen zeggen in een persbericht. “’Hamlet’ dringt zich aan ons op. Is dit het einde of gaan we door? To be or not to be. Het is het stuk der stukken. Heilig verklaard door de geschiedenis. Maar wij gaan de voorstelling van Shakespeare kapotscheuren en uitbenen. Als er een stuk bestaat dat de ziel en zaligheid van het theater blootlegt, dan dit stuk wel.”

Ode aan het onkruid

Arjan Ederveen & Jack Wouterse in Walden

Het Ro Theater brengt gouden koppel Arjan Ederveen en Jack Wouterse opnieuw samen. In 2009 gebeurde dat voor het eerst, toen beiden met veel succes oudere dames speelden. Deze keer spelen ze twee oude mannen met een groene passie: tuinieren.

Jan Wolkers en Godfried Bomans trokken zich begin jaren zestig om beurten een weekje terug op het onbewoonde eiland Rottumerplaat, en maakten er radioreportages over. Al een eeuw eerder, rond 1850, besloot essayist, visionair en sociaal filosoof Henry David Thoreau zich in een met eigen hand gebouwd huthuisje ergens aan de rand van het wildleven in het bosrijke Walden Pond (VS, Massachusets) twee jaar terug te trekken. Niemand op minder dan anderhalve kilometer bij hem vandaan. Hij schreef er een beroemd geworden boek over: Walden.

Walden was ook de naam van een kolonie, een ‘tuinbouw’-commune, opgericht in 1898 op het landgoed Cruysbergen in Bussum, door psychiater en schrijver Frederik van Eeden (1860–1932).

Anno 2016 geven Ederveen en Wouterse er met deze voorstelling op hun manier een vervolg aan, maar tegelijk ook aan Tocht, de voorstelling die ze in 2009 met veel succes bij het Ro Theater maakten, en net als nu geregisseerd is door Alize Zandwijk. Toen stonden ze voor het eerst samen op het toneel, als twee oudere dames die met het leven worstelen. En nu nemen ze de gedaante aan van twee onkruidwiedende oude mannen die zich buigen over gezaaide depressiviaatjes – om maar niet toe te komen aan wat verzwegen wordt. Twee mannen gevangen in de alledaagsheid van het leven – met een kas als decor.

“Ik schrijf gewoon wat alinea’s, wat passages bij elkaar. Alize moet die dan maar door mekaar husselen, zodat het een afgebakend geheel wordt. Ik kan dat niet: gaan zitten en dan opeens een stuk maken over ‘ouder worden.” Aldus Arjan Ederveen (o.a. Theo & Thea, Het Tenenkaasimperium, Woef Side Story).

En dus schoffelen in het stuk de mannen de zinloosheid van het leven weg, in de tuin. De twee tragikomische oude mannen hebben zich teruggetrokken in hun utopie. Daar wachten ze op het grotere, het allesomvattende, het menselijke…. “Een ontroerende en grappige voorstelling over het nut van het leven, vriendschap, onkruid en de tijd die ongewild verstrijkt”, zo karakteriseert Ederveen zíjn Walden, een stuk dat in de louterende buitenlucht van Oerol festival in première is gegaan.

Walden is te zien in Theater aan het Spui op woensdag 28 en donderdag 29 september 2016. Meer informatie en tickets: theateraanhetspui.nl.