Kleedkamerrituelen

Het Groot Niet Te Vermijden on tour

“Wat koffie of thee, een paar flesjes non-calorisch mineraalwater. Doorgaans gekregen van het huis of uit de automaat. We zijn een muziektheaterband, helaas geen popband met een backstage-rider,  waar de kleedkamerkoelkast contractueel is volgestouwd met bier en te sterke drank. Kan ook niet bij ons, want op onze leeftijd hebben we de energie hard nodig. Al is er in de reiskist een ‘noodrantsoen’.

“Als we niet te ver van thuishaven Rotterdam spelen dan reizen we ieder in onze eigen auto. Is het verder het land in, dan gaan we de onvermijdbare GNTV-bus in. Dan is het parool: tukkie doen, slapie pakken. Er wordt niet zo heel veel gepraat. Tot kwart over acht staan we figuurlijk op de rem. We sparen eigenlijk alle energie op voor de show. Maar dan moeten we ook meteen top en messcherp zijn. Pas twee uur later is er tijd voor een dolletje met een alcoholisch drankje.”

“Meestal komen we rond een uur of half zeven aan. Ieder gaat dan eerst zijns weegs. De een kijkt sport-tv op z’n mobiel, de ander belt met het thuisfront. Of er moet wat her- of verstelwerk gebeuren aan de kostuums. Om beurten gaan we stemmen op het podium, bij de piano of met het stemapparaat, soms is dat een telefoon tegenwoordig. Rond zeven uur, dat is een stilzwijgende afspraak, doen we in gezamenlijkheid de soundcheck. Die trouwens steeds korter duurt.”

“Als het even kan eten we gezamenlijk, in aanwezigheid van de technici, en spreken dan ook puntjes van de vorige avond door. Elkaar scherp houden, daar gaat het om. Het komt ook voor dat we een zelfbereide maaltijd meenemen. Bij die enkele magnetron in het theater veroorzaakt dat al snel een file. Daarom hebben we een magnetron in de reiskist ingebouwd. Na het eten zijn we vaak eventjes suffig. Maar vijf minuten voor aanvang peppen we onszelf weer op. Onze stemmen worden dan luider, de lol platter.”

“Na vijfentwintig jaar toeren door Nederland kunnen we proefondervindelijk zeggen dat de ontvangt doorgaans in orde is en de voorzieningen beter zijn dan vroeger. Al is in een enkele kleedkamer de spiegel te laag gemonteerd of loopt die juist niet hoog genoeg door. Wat vooral opvalt is dat bijna iedere stad een nieuw dan wel verbouwd theater staat. En dat die gezellige artiestenfoyer-medewerkster is wegbezuinigd. Het is veelal ‘do it yourself’. Jammer, want een theater is toch een avond lang je huiskamer.”

Was getekend, Het Groot niet Te Vermijden: Louis Kockelman, Peter Tinke, Jochem Kroon, Chris Grem en Sjoerd Plak, backstage gefotografeerd in de Rijswijkse Schouwburg. Het Groot Niet Te Vermijden speelt de komende maanden de tourneevoorstelling Shave, Rattle and Roll.

 

Advertenties

Erotische liefde voor een robot

Wunderbaum speelt The Future of Sex

Hoe zal een potje rollebollen er over pakweg tien jaar uitzien? Het condoom en de anticonceptiepil waren nog maar het begin van een seksuele revolutie, robots nemen het van u en mij over. Wunderbaum gaat met de billen bloot.

Bij aanraking van de huid van een ander ontstaan in je eigen lichaam spontaan tal van gezonde stofjes. In Vlaanderen kwam onlangs de roep voor een wekelijkse nationale seksdag. De meeste mensen strelen immers vaker een touchscreen dan de menselijke huid. Maar robotseks is sneller, praktische en hygiënischer volgens Wunderbaum-actrice Maartje Remmers.

Industriële robotarmen, grasmaairobots en robotstofzuigers zijn er allang, de robotauto is in sneltreinvaart onderweg, net als de tekstrobot en de broodnodige zorgrobot. Maar een seksrobot?! Beauty Roxxxy is voor alles in. Ze heeft met 55 kilo en een lengte van 1,70 meter het perfecte lichaam. Ze is op maat gemaakt, kan bewegen, doet alles wat jij wil en kan kleine gesprekjes voeren. Het Amerikaanse bedrijf True Companion bracht haar voor 6000 euro op de markt, met een huid die levensecht aanvoelt, en haren en ogen zijn naar keuze leverbaar. Aan standje 69 wordt nog gewerkt maar wel beschikt Roxxxy al over het standje ‘playing hard to get’. Voor de volledigheid: er is ook een Rocky geïntroduceerd.

Rollebollen
Het begon voor ons met een artikel over een Brits onderzoek, legt Wunderbaum-actrice Maartje Remmers uit. “Daaruit kwam naar voren dat in welvarende westerse landen steeds minder wordt geneukt. Door stress bijvoorbeeld, maar ook vanwege voortgaand individualisme. Met de broek op de enkels en de laptop of tablet bij de hand naar Netflix of porno kijken zien sommigen als praktischer, sneller en hygiënischer dan ouderwets rollebollen in de slaapkamer. Geboortecijfers dalen. In Japan bestaan stimuleringsprogramma’s. Er worden daar meer Tena- dan babyluiers verkocht.”

Kindrobot
In december vindt voor de tweede keer een internationaal congres plaats over seks en de liefde tussen mensen en hun mechanische maatjes. In Londen bespreken wetenschappers de laatste technologische ontwikkelingen, maar ook ethische dilemma’s. En vorige week debatteerden Nederlandse opinieleiders over de ‘impact’ van robotisering. Want kan de liefde voor een robot de liefde voor een mens vervangen? Raken mensen daardoor niet sociaal geïsoleerd?

Seks verschuift van voortplantingsactiviteit naar middel tot zelfexpressie. Volgens sommige filosofen richt deze onontkoombare ontwikkeling op termijn de mensheid te gronde. Andere wijzen juist op nog onverkende mogelijkheden. Tja, maar met welke waarden en normen wordt zo’n seksrobot eigenlijk geprogrammeerd? “In onze voorstelling treedt een kindrobot van 11 naar voren. Voor pedofielen is dat misschien een uitkomst, ook maatschappelijk gezien. Al kan het ook erger uitlokken. Onze kindrobot wordt hardop jaloers als zijn eigenaar in een speeltuin naar andere kinderen kijkt, maar de kernvraag is of het straks allemaal in de hand te houden is. Die vraag werpen we in de voorstelling op, zulke morele dilemma’s snijden we graag aan.”

Seksrabbijn
Wunderbaum bezoekt in ‘The Future of Sex’ de accuraatste sites, interviewt pubers, test de laatste virtuele sex toys. De groep brengt personages te berde die leven in een nieuwe intieme dimensie. De immer schaamteloze Arnon Grunberg schreef de voorstellingsteksten. Van hem had Wunderbaum eerder ‘Onze Paus’ gepeeld. De ‘seksrabbijn des vaderlands’, het citaat is afkomstig van Remmers, gaf vanuit zijn woonplaats New York improvisatieopdrachten aan de acteurs. Gaandeweg ontstond de structuur om op het podium beurtelings nieuwe koppels te laten verschijnen die adstructief over zichzelf vertellen. “Zo geven Henk en Mia, bijvoorbeeld, een inkijkje in hun seksleven.

Al rijgend ontstaat zo een dwarsdoorsnede van wat er onder uiteenlopende koppels leeft. En dat alles onder het toeziend oog van Grunberg, die live op het podium vertelt hij vanuit zijn astrologische bol wat hij ziet gebeuren.”

Statement
Wunderbaum kennende ontaardt het ongetwijfeld weer allemaal in een dadaïstische slotperformance. “Nee dus,” lacht Remmers. “Er zijn maar twee blote billen te zien. Dat weinige naakt moet je maar als een statement beschouwen.” Heeft ze inmiddels zelf al een Roxxxy of Rocky in huis? “Haha, nee, ik heb weer een vriend. Maar wie weet gebeurt dat nog eens. Zeg nooit nooit.”

Wunderbaum speelt ‘The Future of Sex’ in de Koninklijke Schouwburg op ‘vrijdag 25 november 2016. Meer op ks.nl of wunderbaum.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

 

Polderjokers

De Warme Winkel speelt… ‘De Warme Winkel’

Droste-effect. De Warme Winkel speelt De Warme Winkel speelt De Warme Winkel. Oftewel: De Warme Winkel verklaart zichzelf. ‘Na dertig producties zijn we nu zelf eens het vertrekpunt voor onze voorstelling. En het is ons magnum opus.’

Ongehoord in de dynamiek van de theaterzaal. Hardop, onverstoorbaar van 2014 terugtellen tot 1914. Kan het saaier? Acteurscollectief De Warme Winkel deed het in de veelbesproken en bekroonde voorstelling Gavrilo Princip. Het pakte enerverend uit. Tijdens de op serene, fluisterstil uitgesproken teruglopende getallenreeks kon je in de zaal als het ware een speld horen vallen.

Weesp. Een op het oog oersaai industrieterrein. Totdat opeens een nauw paadje leidt naar Het Domijn. Hoge populieren. Een groen rijk met opslagloodsen en kunstenaarsateliers. In een van de ogenschijnlijk halfvervallen gebouwen op het coöperatief beheerde grondgebiedje heeft De Warme Winkel zich sinds kort vanuit het Utrechtse genesteld. Het vrijstaatje dient, al sinds enige tijd, als vaste uitvalsbasis voor de drie vaste winkeliers Vincent Rietveld, Mara van Vlijmen en Ward Weemhoff, waarvan de laatste er voordien zelf een tijdje bivakkeerde. ‘Dit is,’ spreekt winkelier Weemhoff, ‘wij zijn een kerkhof van goede ideeen.’

De Warme Winkel zet de zinnen open, desnoods tot ver buiten de horizonten die het reguliere theaterpubliek gewoon is. Ze bekommert zich niet om een consequente speelstijl: van ballet tot slapstick. Uitbundig en vol op het publiek, dan weer ingetogen en abstract, ongrijpbaar – mystiek soms. Amadeus was volgens een recensent ‘een dramaturgische draaikolk met pesterige acteurs en een gierende post-punk soundtrack.’

En met Achterkant (2013) bespeelden ze niet de voor- maar inderdaad de achterkant van de toneelvloer: terwijl Toneelgroep Amsterdam in de Grote Zaal van de Stadsschouwburg speelde, gaven acteurs Vincent Rietveld en Ward Weemhoff aan de achterzijde van het decor een toelichting op wat er aan de voorzijde gebeurde. Eind juni sloten de Warme Winkeliers zich aan bij de Europe Endless Express, een driedaags rijdend festivalterrein van 500 meter lang en 3 meter breed dat over internationale grond denderde. In die nachttrein vol kunstenaars vonden theatermakers, dichters, denkers, musici en wetenschappers elkaar. Vijfhonderd passagiers reisden mee, keken theater en hoorden voordrachten.

Theater op het scherp van de snede. Zelfs hun ‘mislukkingen’ zijn goudomrand. Ze verschieten met genoegen geregeld van kleur. Hun toon is nu eens poëtisch, dan opeens strijdend en opruiend te noemen, en slaat soms regelrecht om in een bijna dadaïstisch exposé. Maar steeds is hun theatertaal, hun vormentaal vol gedrevenheid, bezield en bezielend tegelijk, en bezeten van vurig engagement. De Warme Winkel is buiten een gezelschap veeleer een beweging, die in grote veelzijdigheid met veel ambitie iets vernieuwends teweeg wil brengen.

Meer nog dan een speelstijl verbeelden ze, nee: zíjn ze de incarnatie van ware hartstocht. Met de wereldgeschiedenis als inspiratiebron en de theatergeschiedenis als bagage geeft De Warme Winkel in al haar voorstellingen een eigengereide visie op de hedendaagse wereld gestalte. Hun vaak associatief opgebouwde stukken vertellen over een persoon of een tijdvak (‘oeuvrestukken’ noemen ze het zelf), maar zeker ook over wat de aard is van toneelspelen. Voor de Winkeliers is spel het middel; agenderen-hoe-dan-ook het doel. ‘Altijd moet het gaan over zaken die ons erg aan het hart gaan,’ zegt Warme Winkelier Vincent Rietveld. ‘We bieden het publiek niet meer dan een wandelpad’, poogt Weemhoff te verduidelijken.

Dat symbolisch wandelen doen ze graag eerst onderling, zien zichzelf dan ook eerder als kunstenaars dan als acteurs. Polderjokers? ‘Transformers’ licht Vincent Rietveld toe. ’Zie ons als Barbapapa’s. Bij ons geen rondetafelconferenties, maar meteen, hup, de vloer op.’

Het repetitieproces is altijd de basis en behelst het spelen van een schier oneindig aantal losse ingevingen. ‘Die hogen we op en vervolgens komen de anderen van ons met een antwoord daarop. We spelen naast elkaar, niet tégen elkaar. Zo bouwen we scènetjes die eerst volledig van elkaar losstaan, maar haken we die schetsjes later aaneen. Gaandeweg komt dan, wonder boven wonder, een concept of een principe bovendrijven’, zo verwoordt Vincent Rietveld hun werkwijze. Een soort action painting? ‘Soms blijft van die oefeningen niets dan een enkel element als stijlfiguur over, zoals onze gezichten in Gavrilo Princip, die we volledig wit schminckten. We doen onszelf iets aan, leggen onszelf graag een beperking op. Daarmee spelen we dan letterlijk een voorstelling lang.’ Voor het opdoen van de nodige inspiratie houden ze net zo goed vlammende spreekbeurtavonden, pecha kucha-achtige voordrachten waarop ze elkaar vertellen over particuliere fascinaties.

Magnum opus
De Warme Winkel speelt De Warme Winkel speelt De Warme Winkel. Dat is zoiets als: De Warme Winkel verklaart zichzelf. De Warme Winkel zet zich als het ware zelf in de etalage. ‘We zijn na dertig producties nu eens zélf het vertrekpunt voor onze voorstelling, spelen leentjebuur bij onszelf en elkaar. Die vrijheid doen we onszelf cadeau. En we willen ons eindelijk eens meten met de groten, zoals Pina Bausch. Het wordt dan ook meteen ons magnum opus.’

Grootspraak? Gezicht als een oorwurm, dan breekt een brede glimlach door op Rietvelds gelaat. ‘Hoe kan je nu zeggen dat iets je magnum opus wordt? Kan toch niet?’ Neen, dat kan inderdaad niet. Rietvelds opmerking moet daarom meer gezien worden als een ironisch knipoogje naar groepen die zulke marketingtrucs al te graag opentrekken. Hij legt daarop uit dat de nieuwe voorstelling ondanks de titel níet als een statement moet worden opgevat, ook niet nu ze van ‘underground’ tot de gevestigde orde van het theaterbestel zijn gaan behoren. De komende vier jaren kunnen ze immers met een redelijk gerust financieel hart tegemoet zien.

Alles goed en wel, maar wat wordt De Warme Winkel speelt De Warme Winkel dan wél? Weemhoff antwoordt met een tegenvraag: ‘Wat kenmerkt de fameuze canon?’ Hij verwijst naar iconische voorstellingen, illustere namen zoals van de Volksbühne tot die van regisseur Romeo Castellucci tot de genoemde Duitse choreografe Pina Bausch vallen.

‘De Warme Winkel heeft altijd vol bewondering gekeken naar ze, en zich erdoor laten inspireren. Wat onderscheidt voorstellingen van de middelmaat? En hoe komen wij daaroverheen? Dat is onze zoektocht. We zoeken ernaar door onze eigen wereld te creëren, een even uniek als herkenbaar universum, in onze never ending search naar authenticiteit.’Volgens Weemhoff dient hun aanpak als antiserum, ‘een tegengif tegen deze tijd waarin kunst en cultuur meer en meer eenvormig entertainment lijkt te worden.’

In De Warme Winkel speelt De Warme Winkel treden naast de drie vaste leden ook de stagair(e)s Sofie Porro, Kim Karssen en Rob Smorenberg aan. Het acteurscollectief werkt er ook in samen met de beeldend kunstenaars annex ‘subversieve museummedewerkers’ van het Amsterdamse Eddie The Eagle Museum, vernoemd naar de voormalige bij-voorkeur-nummer-laatst skischansspringer.

‘Waarom? Zij zijn, net als wij, wat je noemt ambivalent-militant van karakter, maken performances, en zoeken ook altijd de grenzen op van de publieke ruimte’, zegt Rietveld, intussen aldoor met een plastic speelgoedwapen dat eerder op tafel lag, in de hand spelend. ‘Samen nemen we voor de Amsterdamse editie de schouwburg compleet over.’ De Warme Winkel is onlangs een alliantie aangegaan met Stadsschouwburg Amsterdam. Deze productie is daartoe de opmaat. De komende jaren is De Warme Winkel veel en vaak in Amsterdam te zien. ‘Als enige plaats in Nederland is daar altijd een kritische massa voor ons type voorstellingen te vinden,’ zegt Rietveld.

De Warme Winkel doet dat graag, coöperatief samenwerken. ‘Door telkens met andere kunstenaars, gastacteurs, eindregisseurs en musici bij ons maakproces te betrekken, zetten we onze eigen ramen open. Dat werkt verfrissend, met als belangrijk neveneffect dat een grote groep sympathisanten bij ons is betrokken.’

Hernemingen
De Warme Winkel zit middenin een druk seizoen. Een seizoen met liefst drie brandnieuwe producties en vijf reprises. Een seizoen ook dat bijna overloopt van succeshernemingen. Privacy bijvoorbeeld, van Wunderbaum-actrice Wine Dierickx en Warme Winkelier Ward Weemhoff. En De meest zwaarmoedige voorstelling ooit, die Vincent Brons en Anneke Sluiters maakten voor De Warme Winkel & Artemis. ‘Een superseizoen,’zegt Rietveld. En ook met onszelf gaat het super. Super!, schrijf dat maar op.’

Kader: Collectief
Theatergroep De Warme Winkel startte in 2002 vanuit Utrecht. Het acteurscollectief bestaat uit theatermakers Mara van Vlijmen, Vincent Rietveld en Ward Weemhoff. Tot voor kort maakte ook Jeroen de Man deel uit van de groep.

Kader: Namen en theatergroepen:
Het Nederlandse theaterlandschap blinkt uit in opvallende namen. Een beknopt, dus verre van volledig overzichtje:
Dood Paard: Naar het gedicht van Gerrit Achterberg.
Wunderbaum: Naar een geurboompje voor de auto van het gelijknamige merk, maar een wonderboom is ook een snelgroeiende, giftige plant.
Mugmetdegoudentand: Grondlegger Marcel Musters werd in zijn kindertijd voor-het-slapen-gaan door zijn moeder een verhaaltje voorgelezen over een fictieve mug.
BOG.: Was ook de titel van de eerste voorstelling van BOG. Het woord boog, levensboog, verbindt een lijn van verschillende momenten, maar is ook de boog of koepel die boven ons hangt.
Schwalbe: Duits voor ‘zwaluw’, maar ook ‘vrouwelijke spion’. Een zwaluw kan goed wegduiken. Maar het is ook een voetbalterm. Als een speler zich na een tackle op een theatrale wijze laat vallen, wordt dat een ‘schwalbe’ genoemd.

 

A Multitude of Angels

Doorsnee: 11,5 centimeter. Vier glimmende schijfjes van polycarbonaat.

De ene kant mét, de andere zonder opdruk. De zijde zónder is zondermeer het belangrijkst. Want het oppervlak op die zijde bestaat uit een (tja) helix-vormig spoor met putjes ‘nullen’ en bultjes ‘enen’ die er zijn ingebrand. Aan de andere kant toont zich een juist egaler opgetrokken en daardoor sterker blinkend oppervlak. Het letterbeeld in dit geval? Modena, het andere Ferrara, Torino en Genoa.

Dat is de kille technische benadering.

Voor de liefhebber is het een fenomeen dat het meer en meer aflegt tegen ‘oud’ vinyl: een CD. In dit geval een dik vier uur in beslag nemend kleinood, oneindig lang durend en boordevol live opgenomen pianogetokkel in de genoemde Italiaanse steden. Concertplezier door, van en met Keith Jarrett. Platenmaatschappij ECM heeft de opnamen soms al wel twintig jaar geleden laten maken, die, zoals altijd, klinken in de welbekende Manfred Eicher ‘sound’. Hij heeft bij uitstek een perfect oor voor het samenbrengen van verschillende muzikale stijlen, zoals jazz en klassieke muziek, jazz en wereldmuziek, elektronische muziek en oude muziek en nog veel meer combinaties trouwens. Volgens zijn ‘believers’ wordt hij beschouwd als degene die ‘The Most Beautiful Sound Next to Silence’ heeft uitgevonden, die in de kern bestaat uit een mix van op afstand geplaatste opnamemicrofoons van Shoeps, Neumann, Akg, Dpa én een kritische plaatsing in de studio of concertzaal.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over het muzikale gehalte.

Je moet er van houden: van het lyrische, soms romantische en hypnotiserend klinkende vocabulaire van Jarrett, dat hij dan weer naar believen afwisselt met soms wel erg mathematisch, afgemeten en vaak minutenlang durend virtuoos vuurwerkgebeuk.

Maar het mooie van dat al: ik word er compleet rustig en vredig van. Verzoend met mezelf bij polsslag 60. Hooguit hè (ben de vijftig gepasseerd).

Oké, er zijn al zoveel van, van die verstilde, virtuoze, concertregistraties van Jarrett. En de kenner om te zeggen dat op deze CD de ene dan wel de andere compositorisch aanbrekend is geweest voor het vervolg van zijn weg ben ik niet.

Daarom: als je de tijd vindt, luister, LUISTER. En huil. Of juich. De piano als metafoor voor het leven. Je eigen leven.

Keith Jarrett: A Multitude of Angels. 4 CD.

Monddood gemaakt

Toneelgroep De Appel: Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag

Hamlet in een dwangbuis, gekneveld en met bloedomrande mond te kijk gezet. ‘De noodzaak? Overleven!’ De kans is groot dat voor Toneelgroep De Appel het doek valt. Shakespeares wraaktragedie symboliseert haar benarde positie, maar gespeeld als groots theaterfeest.

Het affichebeeld en het stuk zijn symbolisch voor wat Toneelgroep De Appel treft: ‘Het was een oom die Hamlets vader vermoordt, de waanzin die hem vervolgens treft, een hogere macht die het van hem overneemt, en de moorden die hij daarna pleegt. En uiteindelijk zelf het onderspit delft. Hamlet legt ook de verhouding bloot tussen vader en zoon, moeder en zoon, de zoon en zijn vrienden. Maar ook tussen geliefden. Tussen machthebbers, oud en jong, die handelen of juist niet-handelen.’ Aldus David Geysen, Appel-acteur en regisseur van deze Hamlet, de keuze. ‘Hamlet hebben wíj niet uitgekozen’, zegt hij, ‘Hamlet dringt zich aan ons op door de situatie waar we ons in bevinden: Is dit het einde of gaan we door?’

De vraag is gewettigd of er na 1 januari veel meer dan een klokhuis overblijft van De Appel. Grote kans dat Hamlet de afscheidsvoorstelling wordt/is/zal zijn van Nederlands oudste repertoiregezelschap. Eigenlijk zou De Appel dit najaar Kersentuin – na de crash (what’s in a name) spelen. Maar nood brak wet. Voor Toneelgroep De Appel is het al ver voorbij twee voor twaalf. Want dit voorjaar deed een adviescommissie aan de gemeente het advies cadeau om De Appel op te heffen – en de wethouder nam dat advies over. Die stelde daarna wel een half miljoen euro jaarlijks in het vooruitzicht voor haar opvolger: ‘Den Haag is De Appel schatplichtig’. Er is dus kans op een doorstart, maar niets is zeker.

Opvolger

Geysen wordt allerwegen beschouwd als belangrijkste erfgenaam. Áls er een opvolger tot stand komt, dan is hij het die de artistieke kar gaat trekken. Om te beginnen zetten de overgebleven Appel-getrouwen hun tanden in Hamlet. ‘Als er een stuk met een duister innerlijk bestaat, en waarin ziel en zaligheid van het theater wordt blootgelegd, dan is dat Hamlet. Wat is toneelspelen, wat is veinzerij? Bestaan geesten? Wat is waanzin? Die vragen worden in dit stuk opgeworpen?’
Geysen regisseert, maar speelt ook de titelrol. ‘We gaan Hamlet te lijf met zes van onze vaste spelers: Isabella Chapel, Judith Linssen, Hugo Maerten, Bob Schwarze en Iwan Walhain.’ Zij zijn, net als Geysen zelf, afkomstig uit het hart van het gezelschap, aangevuld met stagiaires. Of acteurs met een oud Appel-verleden aansluiten is niet zeker, maar wordt wel overwogen.

Kapotscheuren
Hamlet, prins van Denemarken, wordt vaak gezien en getoond als een twijfelkont. Zijn getob, angsthazerij en gemoedsonrust maskeerde de verrotting en zwijnerij om hem heen. Een man die na de moord op zijn vader ook behoorlijk van de leg raakte: ‘To be or not to be.’ Maar uit het dwingende affichebeeld rijst eerder het beeld op van een man die zich tegen wil en dank heeft moeten laten knevelen en dan regelrecht uit is op bloeddorst.

‘Het geijkte beeld van Hamlet wil ik bijstellen’, legt regisseur David Geysen uit. ‘Hamlet is het stuk der stukken, heilig verklaard door de geschiedenis: daar moet je omzichtig mee omgaan! Maar wij gaan het kapotscheuren, tot op het bot uitbenen. Anders dan vaak wordt gedacht, heeft Shakespeare het stuk niet opgeschreven zoals het tegenwoordig uitgelegd en gespeeld wordt. En bedenk dat na zijn dood ook de Romantiek nog eens over het stuk heen is gegaan.’

Theatrale explosie
Zonder twijfel gaan Geysen en consorten slagen in dat aangekondigde kapotscheuren. Zijn handtekening als theatermaker staat daarvoor garant. In het verleden maakte Geysen bij De Appel spraakmakende voorstellingen als Messen in Hennen, Volle Maan (drieluik), Voor sommigen het einde van het land, voor anderen het begin van de wereld, Motel Detroit en, nog zojuist, Polonium-210, bij zijn eigen ‘label’ Dégradé.

Het zijn voorstellingen die zich laten ‘lezen’, laten ondergaan als een trip; die eerder een ‘gevoel’ overbrengen dan een verhaal met kop en staart vertellen. In de Hamlet wil Geysen verschillende stijlen, tradities en disciplines combineren tot een groots theaterfeest. Klassieke elementen, de mooie tekst van Shakespeare, de circuspiste van De Appel en het hoge rock ’n’ roll-gehalte van zijn eigen extreem beeldende geluidstheater. ‘Deze Hamlet wordt een theatrale explosie zoals we dat van De Appel gewend zijn. Ruig, rauw, poetisch … en feestelijk.’

Toneelgroep De Appel: Hamlet. Tot 18 december 2016 in het Appeltheater. Meer informatie: toneelgroepdeappel.nl.

Kader:
Oudste repertoiregezelschap
Toneelgroep De Appel werd in de herfst van 1971 opgericht door regisseur Erik Vos, de eerste regisseur in Nederland ooit; de actrices Christine Ewert en Do van Stek; en de acteurs Carol Linssen en Peter van der Linden. Volgens de legende gebeurde dat in een appelboomgaard in de Betuwe. Het gezelschap wilde werken vanuit improvisatie en zich richten op de integratie van verschillende kunstvormen zoals theater, dans en opera.

De Appel is het oudste repertoiregezelschap van Nederland. Illustere acteursnamen waren aan Toneelgroep De Appel verbonden, onder meer Catherine ten Bruggencate, Sacha Bulthuis, Hubert Fermin, Aus Greidanus, Geert de Jong, Will van Kralingen, Rudolf Lucieer, Carol Linssen, Eric Schneider en Henk Votel.

De Appel groeide uit tot het bekendste gezelschap van Nederland, en had in het Appeltheater sinds 1978 haar eigen (vlakkevloer)theater, het Appeltheater in Scheveningen. Het monumentale 19e-eeuwse pand diende vroeger als paardenstal en manege voor de paarden van de Haagse paardentram.

In 1996 kwam de artistieke leiding in handen van Aus Greidanus sr. en Aram Adriaanse. Drie jaar later werd Greidanus alleen artistiek leider. De groep verwierf de laatste jaren veel bekendheid met marathonvoorstellingen. Nog in 2012 ontving De Appel de Toneel Publieksprijs voor de voorstelling Herakles.

In januari 2015 nam Arie de Mol het artistieke roer over van Greidanus. Afgelopen zomer hing hij zijn functie aan de wilgen toen het negatieve advies van de cultuurcommissie van de gemeente Den Haag werd overgenomen door cultuurwethouder Joris Wijsmuller (Haagse Stadspartij), en hij geen heil zag om in afgeslankte vorm door te moeten gaan met De Appel.

Hamlet stond al eens eerder bij De Appel op het menu. Erik Vos regisseerde het in seizoen 1988-1989. David Geysen: ‘Zie je de kroon op het affiche? Die is uit die productie.’ Juist de afgelopen maand maakte ook Erik Vos zijn afscheidsvoorstelling, Het verhaal van Hester.

Advocatenshow over racisme en leugens

Het Nationale Toneel speelt Race

Je bent wit. Dus racist. Bewijs het tegendeel maar eens. De wereld kan heerlijk simplistisch zijn. Met Race maakt regisseur Eric de Vroedt zijn debuut als artistiek leider van het Nationale Toneel – en Romana Vrede als zwarte stagiaire.

Het lijstje is lang – en groeit gestaag aan: O.J. Simpson, Ruud Lubbers, Bill Cosby, Johan Derksen, Dominique Strauss-Kahn. In Race van het Nationale Toneel blijft geen steen op de andere. In mij zien heel wat minderheidsgroeperingen zich verenigd,” schatert Romana Vrede de in ontvangst genomen, voor de zekerheid met kerst- in plaats van Sint-papier omwikkelde doos politiek-correcte ‘zoenen’ weg die ze daarnet cadeau kreeg.

Met het hart op de tong: “Allochtoon, lesbisch, alleenstaand, moeder van een gehandicapt, autistisch kind en subsidieslurpende actrice. Feministe. Heb je dat laatste ook?,” vraagt ze op lichtelijk provocerende toon. En vervolgens: “Ík ben de schuld van de economische crisis.” Er is geen ontkomen aan wervelwind Vrede. “Ik hou er van om boven tafel te spreken en schrijven.”

De in 1972 in Suriname geboren, maar op haar vierde naar Nederland gekomen actrice speelt de rol van Susan in Race van het Nationale Toneel. In het stuk loopt ze stage als advocate bij het ‘zwart-witte’ advocatenkantoor Lawson & Brown, gespeeld door respectievelijk Mark Rietman en diens partner Werner Kolf. Daar heeft zo-even de stereotype want puissant rijke, witte Charles Strickland (Hein van der Heijden) zich aangediend. Hij vraagt het kantoor de verdediging te voeren op de volgens hem valse beschuldiging dat hij in een hotel een zwarte vrouw heeft verkracht – en de bewijzen stapelen zich daarbij op. Moeten ze de zaak aannemen? Kan het kantoor dit winnen?

Wegduiken
De rol van Susan is volgens Vrede ‘fair, rauw en gewaagd’. En spookt de hele dag door haar hoofd, veel intenser dan bij eerdere rollen het geval was. “Je wordt met de neus op de feiten gedrukt. Er is geen kans om weg te duiken. Het is erg confronterend voor ons om dit stuk te spelen. We zijn al discussiërend tot wat ‘openbaringen’ gekomen. Voorbeeld? De term ‘blanke’ gebruiken we niet meer, dat begrip drukt te veel onschuld en reinheid uit. We hebben het over ‘wit’ en ‘zwart’. Dat is nu het uitgangspunt voor ons denkframe.”

Of neem de Schoorsteenpieten-discussie. “Het thema heeft zo’n sterke focus nu,” zegt Vrede “dat het voor alle partijen bijna obsessief wordt. Trouwens alles wat je in de discussie over openlijk of ingesleten racisme of seksisme te berde brengt, kan zomaar een onbedoelde uitleg krijgen. Olie op vuur.”

Ondanks eerdere samenwerking met regisseur Eric de Vroedt in de voorstellingenreeks ‘mightysociety’, plaatst de rol haarzelf ook keihard voor een gewetensvraag van een ander type. Vrede: “Waarom mag ik deze rol spelen? Is het typecasting? Word ik hier positief gediscrimineerd? Ik wil geen plaatje zijn,”zo merkt de ex-kooidanseres op. “Wat een lef dat De Vroedt dit stuk als zijn debuutvoorstelling heeft gekozen. Ik zie het echt als meer dan een statement. Hij gaat echt met de billen bloot. Dat belooft wat voor de jaren die komen.”

Cocktail
Race is een stuk over vooroordelen, in uitdagende en soms expliciete en minstens net zo vaak politiek-incorrecte bewoordingen, in 2009 door toneelschrijver, regisseur en filmmaker David Mamet opgeschreven. Het is een verslag van een razendsnelle en vlijmscherpe strijd waarbij schuld, seks, leugens en ras een venijnige cocktail vormen.

“Mamet heeft die benoemd in snedige en geregeld bijtende humor à la Hans Teeuwen of Louis C.K.. Je moet je bij dit stuk wat ongemakkelijk voelen. Misschien ga je straks wel met meer vragen weg dan je gekomen bent.”

Nederland is gezakt op de ‘gelijkheidslijst’ en moet nu Afrikaanse landen als Burundi, Namibië en Zuid-Afrika voor zich dulden. Afrikaanse landen wenden zich af van het Internationaal Strafhof. Mitch Henriquez. Etnisch profileren. Tja. Er is inderdaad nog een lange weg te gaan.

Eric de Vroedt
Eric de Vroedt (1972) maakt met Race zijn debuut als regisseur en artistiek leider van het Nationale Toneel. Per 2018 neemt De Vroedt de functie van artistiek directeur Theu Boermans over. Hij maakte naam met zijn tiendelige project mightysociety, geëngageerd theater over brandende, actuele kwesties. De voorstellingenreeks werd bekroond met diverse prijzen, zoals de Prijs van de Kritiek, de Amsterdamprijs en de Toneelkijkersprijs van Theater aan het Spui.

De laatste jaren werkte De Vroedt als freelance regisseur onder meer bij Toneelgroep Amsterdam en Schauspielhaus Bochum. Van David Mamet regisseerde hij eerder Glengarry Glen Ross.

Over Race: “Ik maak er een show van met visueel spektakel en dubbelzinnige acts, rauw en recht voor zijn raap gespeeld. Dat kan prima want het stuk loopt over van scherp, puntig en doordringend speelmateriaal. Een advocatenshow met visueel spektakel en dubbelzinnige songs. Een ‘mindfuck’.”

Race van het Nationale Toneel gaat zaterdag in première in de Koninklijke Schouwburg. Ook daar van woensdag 16 tot en met zaterdag 19 november en vrijdag 23 tot en met donderdag 29 december 2016.

Danse macabre met de dood

NTGent speelt ‘Kroniek’

De tragiek van de mens is niet dat hij sterft. Dat doen alle dieren. De tragiek van de mens is dat hij dat zo goed weet. NTGent speelt ‘Kroniek of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden’.

Een optelsom. Volgens je kroegvrienden en de uitbater van het buurtcafé ben je al weken met onbekende bestemming en langdurig met vakantie gegaan, buren menen dat je in het ziekenhuis verblijft vanwege die ene chronische aandoening, en Facebookvrienden denken dat je je uit privacyredenen nu echt uit het platform hebt teruggetrokken. Je bent gebrouilleerd met je enige kind en leeft al decennia op gespannen voet met je broer. Je ouders leven niet meer. Alle rekeningen worden automatisch voldaan. Maar ja, je ligt in je eigen appartement al wel 28 maanden aaneengesloten dood. Daar lig of zit je dan. Uitkomst: Niemand die je echt mist.

Een dergelijke ‘danse macabre’ is aanleiding en onderwerp voor de voorstelling Kroniek of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden van NTGent. “Het bizarre is,” vertelt acteur Bert Luppes, “dat uitgerekend op de premièredag, half oktober, in Gent een man van 81 levenloos aangetroffen in zijn woonhuis. Acht maanden geleden een natuurlijke dood gestorven, zo maakte de politie op, afgaande op de vervaldatum van de etensresten. Later werd dat vermoeden middels autopsie bevestigd. En iedereen dacht aan een publiciteitsstunt door ons.” Dat was natuurlijk niet het geval. Wél hadden de drie acteurs bij wijze van spreken zelf ter plaatse onderzoek kunnen doen, legt Luppes uit: “Voor Kroniek hebben we gesprekken gevoerd, onder meer met een postbode, een bankemployé en een uitvaartondernemer. Een forensisch expert is ons komen uitleggen hoe je kunt herkennen of sprake is van een misdrijf, en hoe een lichaam in staat van ontbinding zich verder ontwikkelt.”

“Met Kroniek schetsen we al associërend een veekleurig beeld, als tableaux vivants en ‘contemplaties’ rond aspecten van de dood” zegt geboren Hagenaar Luppes. “Gedrieën, met naast mij Oscar van Rompay en dansers Charlotte Vanden Eynde, doen we een poging het daarbij vooral feitelijk te houden, geen emoties door te laten schemeren. Een dergelijke te spelen afstandelijkheid is best lastig voor een acteur, die wil zich juist altijd inleven. Maar in dit stuk is het nodig om zo te spelen, omdat dan het documentaire karakter het beste naar voren komt. Theater is een kunstvorm, dus enige stilering is onvermijdelijk. Maar geheel kleurloos spelen, dat kan natuurlijk niet.”

Confronterend
Kroniek is volgens NTGent een voorstelling ‘over de wil om vergeten te worden’. Er ligt natuurlijk ook een parallel met theater als kunstuiting. “Ook dat vervliegt, is vluchtig van karakter: van een gespeelde theatervoorstelling blijft vaak maar weinig over, verwaait als het ware.” En toevallig of niet, Kroniek valt ook samen met de actuele discussie over de eigen keuze voor de dood bij een gevoeld voltooid leven. “Ik ben voorstander van de vrijheid voor ieder individu, maar vind wel dat het aan een bepaalde leeftijd verbonden moet zijn en dat er sprake moet zijn van uitzichtloos lijden. Hij heeft begrip voor mensen die de dood als bevrijding of verlossing beschouwen. “Vorig jaar is mijn vrouw overleden. Dus de discussie én de voorstelling zitten mij dicht op de huid,” aldus de vader van twee uitwonende kinderen van nu respectievelijk 23 en 21 jaar oud. “Je leeft voort in mensen, hooguit twee generaties.”

Learning How To Walk
NTGent is drie weken later opnieuw in Den Haag, dan met ‘Learning How To Walk’, een ‘pleidooi voor machteloosheid en het niet weten als in een kindertekening’. Tijd nemen, stilstaan, om opnieuw naar de werkelijkheid te kijken zonder ze meteen te interpreteren, zo licht speler/regisseur Benny Claessens de vier uur durende voorstelling toe, die zich trouwens meer laat beleven als een performance. Met op de vloer onder meer Risto Kübar (winnaar Arlecchino 2016) en Elsie de Brauw (Theo d’Or, 2011).

NTGent is op maandag 7 en dinsdag 8 november te zien met ‘Kroniek’; en op dinsdag 29 november met ‘Learning How To Walk’. Allebei in Theater aan het Spui. Telefonisch tickets reserveren: (070) 346 52 72.