‘We moeten door op een lager pitje. Dat is wrang’

Leo Spreksel (Korzo) houdt het vlak voor pensioen voor gezien

Na dik 28 jaar gooit hij de handdoek in de ring. Op 1 september, met de pensioengerechtigde leeftijd in zicht, stapt Leo Spreksel  op als artistiek directeur van Korzo. Uit onvrede met het kunstbeleid, zegt hij.

Leo Spreksel, sinds 1988 artistiek roerganger van Korzo theater, gooit het bijltje erbij neer. Eerder beledigd dan moegestreden. “We moeten volgend jaar op een lager pitje door. Dat is wrang.” Uitmuntende rapportcijfers, internationaal geroemd als danshuis, en een ‘hub’ genoemd: mede door zíjn inspanningen voert de residentie trots het predikaat ‘Den Haag Dansstad’ in het vaandel. Hij kreeg onlangs de juryprijs uitgereikt van de Piket Kunstprijzen. Het stemt hem vooral bitter dat het Korzo niet gegeven is om voor ‘zijn’ productiehuis voor dans – uniek in Nederland – mee te kunnen profiteren van de landelijke maar sober gevulde subsidieruif voor de aankomende kunstenplanperiode voor 2017 tot 2020. Terwijl Korzo de afgelopen vier jaar al eens enorm heeft moeten interen door de toenmalige bezuinigingsslag in de kunsten. Ook de tien miljoen euro extra die in december op de valreep door de Tweede Kamer bij elkaar werd gesprokkeld, komen voor Korzo uiteindelijk neer op niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Met de kerstdagen pal voor de deur is nog niet eens bekend hoeveel van dat extra geld per 1 januari naar Korzo vloeit. “En het is maar geld voor één jaar. Korzo valt heus niet om hoor, en de programmering, een mix van muziek, dans, theater en sinds kort ook circus, blijft grotendeels intact. De gemeente Den Haag steunt ons steeds geweldig hoor, dat moet gezegd. Maar in eigen huis met jong talent nieuwe dansproducties maken, jong talent omarmen, dat wordt nu wel veel lastiger. Doodzonde.”

Visie en missie
Spreksels grootste verdienste is dat het hem is gelukt om talentontwikkeling naar een hoger plan te tillen, in Den Haag en zelfs landelijk. Als weinigen begríjpt Spreksel jong talent, spreekt hún taal. “Het kunstklimaat van een stad kan alleen worden verrijkt als het professioneel en blijvend wordt ondersteund. Continuïteit is cruciaal. Talent loopt anders de stad uit, dat zie je nu al meteen gebeuren. Het besef moet doordringen dat zaaien pas over een paar jaar tot resultaat leidt, de toekomst is allang begonnen.” Het gaat hem aan het hart. “Het steekt enorm dat wat we in dertig jaar bouwden, gevaar loopt. De stem van makers en kunstinstellingen wordt tegenwoordig nauwelijks meer gehoord. We zijn gekaapt door het populisme.” Vastberaden blik: “We moeten harder terugvechten.” Bij Spreksel (1950) vallen geen soundbytes, oneliners of grote woorden. Neen, hier staat een man met een visie, met een bijna religieus op te vatten missie. “Den Haag heeft een heel eigen dansklimaat. Dat moet zo blijven. Dans en kunst zijn vitaal voor de samenleving, voor de leefgemeenschappen in een stad. Mensen moeten zich kunnen herkennen, kunnen spiegelen in wat op theaterpodia te zien is. Kijk,” legt hij bereidwillig uit, “als er geen goede pleinen meer worden ontworpen, dan moet het theater de functie van openbaar plein overnemen en mensen in de zalen samenbrengen.”

Juryprijs
Voor zijn voortrekkersrol op dansgebied kreeg hij onlangs de juryprijs van de Piket Kunstprijzen. Een blijk van waardering voor bijna 30 jaar aan niet-aflatende inspanningen voor ontwikkeling van de dans als kunstvorm. Zo zette hij dansvormen als Indiase dans en breakdance op de kaart. Jaren geleden had hij al eens een prijsje gekregen. In eigen kring dan wel, en eigenlijk voor de gein. Spreksel, lachend: “Omdat ik er nooit een won”. Totdat hij daar op maandag 21 november opeens met de juryprijs van de Piket Kunstprijzen in zijn handen stond. Voorafgaand aan de uitreiking had de artistiek directeur van Korzo theater geen natte voeten gevoeld, zegt hij. “Ik was uitgenodigd voor een discussie over talentontwikkeling.” Wel zag hij vóór dat debat opeens ‘verdacht veel bekenden’ rondlopen. “Verrast. Ik kan niet anders zeggen. Eervol ook, mede door het lovende juryrapport.”

Woestenij
Toen voorjaar 1984 in een kraakpand aan de Prinsestraat op de restanten van wat een bioscoop was, en Corso eerst Korso, en daarna Korzo werd, was dat een statement. Theater in het Hofkwartier! Spreksel kwam vier jaar later om de hoek kijken, toen hij na een studie letteren en een opleiding tot danser aan de Universiteit van Amsterdam, solliciteerde als dansprogrammeur, aanvankelijk onbezoldigd. “Maar ik zag toen al wel meteen de potentie van deze plek”, herinnert hij zich. Het Nederlands Dans Theater en, eventjes Djazzex, vormden in die jaren de contouren van het danslandschap in de stad. Andere dansgroepen meden Den Haag veelal, want de Koninklijke Schouwburg was ongeschikt voor dans, het NDT programmeerde in het Danstheater aanvankelijk geen dansgroepen van buiten, en Theater aan het Spui bestond nog alleen op de tekentafel. Spreksel spreekt van Den Haag als een woestenij, “terwijl in Amsterdam en elders in het land de dans bloeide.” De ommekeer in Den Haag kwam met CaDance Festival, bedacht om moderne dans in de etalage te zetten. Het festival werd in 1988 door John Reinders van Het Gebeuren in het leven geroepen. Spreksels vondst is dat hij er een premièrefestival voor jonge dans van maakte, indertijd een noviteit. De stad werd daardoor een interessante vestigingsplaats voor makers. Dansers van NDT, nu een samenwerkingspartner, kregen van Spreksel de kans om zelf te gaan choreograferen.

De humuslaag van Den Haag was definitief verrijkt. Op een goede dag werd Korzo gebeld door het ministerie. “Of we niet alsjeblieft een plan voor de Kunstenplanperiode 1992-1996 wilden indienen. Samen met Bernadette Stokvis heb ik toen met een fles wijn op tafel de bestaande plannen zwart op wit gezet.” Korzo was van de ene op de andere dag het allereerste productiehuis voor dans, en nationaal gesubsidieerd. Hij hekelt de bureaucratie en de rompslomp die tegenwoordig met het doen van aanvragen gepaard gaat. “Iedere aanvraag moet van a tot z zijn dichtgetimmerd, juridisch, zakelijk, financieel, marketingtechnisch. De inhoud lijkt soms bijzaak. Het is te vaak afvinken aan de hand van Excel-sheets. Betreurenswaardig.”

CaDance 2017
Het tweejaarlijkse CaDance festival, dat alterneert met dat van samenwerkingspartner Holland Dance, is een vliegwiel gebleken. Eind januari staat de 18e editie op stapel, met als openingsvoorstelling een nieuwe productie van choreograaf Amos Ben-Tal en muzikant Spinvis. Die editie staat al voor 99 procent in de steigers. Volwaardig. Voor Korzo komt de pijn na komend jaar, als hij ‘weg’ is. Over driekwart jaar. Hij toont zich bevreesd voor wat er na 2017 op hem en ‘zijn’ Korzo af komt. “Er móet iets gebeuren.” Geen gebalde vuist, geen spandoek vanuit het krakersbolwerk van weleer. Maar zijn strijdvaardige boodschap is gehoord.

 

Slechte moslim, toch ‘n goed mens

Sadettin Kırmızıyüz volbracht de heilige hadj

‘De vader, de zoon en het heilige feest’ is een heilige ‘roadstory’ waarin niets kan maar alles waar is. En dat moet gevierd worden.

“Je voelt dat je deel uitmaakt van de geschiedenis van de mensheid, van de islam”. Onafzienbare rijen tentenkampen. De Kaa’ba, de rondgang rond Zwarte Steen die in een zilveren ornament is vervat. Oorverdovende hitte en 24/7 een voortdurend pokkenlawaai. Louter hazenslaapjes met oordopjes in als redmiddel. Op het hoogtepunt van de jaarlijkse pelgrimage waren rond Mekka zo’n vijfenhalf miljoen mensen op een kluitje bijeen, legt Sadettin Kırmızıyüz uit. Gedurende de vier weken gelden er geboden: geen haren of nagels knippen, niet scheren, geen wonden openkrabben, niet vloeken niet schelden, niet klagen, geen levende wezens doden en geen seks. Sadettin Kırmızıyüz: “Zelfs niet denken aan seks.”

Ascetisch. Is hem dat gelukt? “Natuurlijk niet, menselijke trekjes kun je niet tegengaan.” Opdat alles toch ordentelijk kan verlopen is er een boetesysteem, “van het geven van een aalmoes tot het verplicht laten slachten van een schaap als offerande.”

Hij noemt zich een ‘geassimileerde agnostische migrantenzoon’. Een geuzennaam. Misschien zoiets als ergens tussen boerenkool en baklava, tussen Grolsch en Turkse volksdrank ayran in. Acteur en theatermaker Sadettin Kirmiziyüz vergunt zijn publiek geregeld een hyperpersoonlijk inkijkje in zijn leven. Waren eerder zijn vader, moeder, broer en zus al eens passanten in zijn revue; verleden jaar was ‘De radicalisering van Sadettin K.’ een gewetensvolle solo, overladen als die was met kwetsbare zelfspot en ironie.

Voor De vader, de zoon en het heilige feest tankt hij dankbaar uit ‘de grootste reis van zijn leven’. Samen met zijn vader Mehmet, die hij toen al jaren uit het oog had verloren, trok hij in 2010 naar het Saoedi-Arabische Mekka voor het volbrengen van een van de Vijf Zuilen uit de islam, de traditionele bedevaart de hadj, om er een familietraditie in ere voort te zetten. Met zijn vader als voorganger werd hij daar ingewijd in een eeuwenoude ritueel. “Ik heb er een vriend voor het leven bij”.

Gewapend met de opgedane ervaringen maakte hij datzelfde jaar er een voorstelling van over vaders en zonen, geloven en niet geloven, Abraham, Isaak, Mohammed, God en Allah. Nu, zegge en schrijve zes jaar later, herneemt Kırmızıyüz, winnaar van de Charlotte Köhlerprijs eerder dit jaar, de voorstelling van toen. Aanleiding is het feit dat hij twee jaar terug zelf vader is geworden en daardoor opnieuw is gaan nadenken over de band tussen vader en zoon. Een dankbaar toneelgenre. Bijna de helft van de wereldbevolking is een zoon, en heeft een vader.

Toch, zegt hij, heeft dat de kijk op zijn eigen voorstelling van toen veranderd. “Een vader leeft tussen hoop en vrees. Want hoe gaat híj straks om met míjn tekortkomingen? In hem herken ik nu in ieder geval al het temperament en het vermogen tot fantaseren dat zijn vader heeft. Geen opgelegde of stille dwang, maar “áls hij op hadj gaat, wil ik mee!” zegt Kırmızıyüz, die in de nabije toekomst voorstellingen gaat maken bij Het Nationale Theater.

Kruitvat
“Ik beschouw mezelf als niet-religieus. Ik ben een slechte moslim, maar vanbinnen een goed mens. Ben gelovig, en heb een voorliefde voor mystiek. Maar ik vind het wel jammer dat religie een kruitvat in de wereldgeschiedenis is, en dat de islam daarvan nu het ontvlambare centrum is. Maar ik zie het ook als een golfbeweging, een getij dat ooit weer tot stilstand komt.”

Familiebezoek
In februari gaat hij op familiebezoek. De veranderende situatie in Turkije grijpt hem aan. “Als je je aan drie basisregels houdt is het er prima vertoeven: spreek niet over politiek, niet over godsdienst en niet over voetbal.” Het lijkt wel net zo’n heilige drie-eenheid als in zijn voorstelling. “Begrijp me goed: Het is er zo’n ingewikkelde en complexe situatie nu.”

Wilders
Over het lopende racisme- en het ‘minder-marokkanen-debat’ is hij in de kern optimistisch gestemd. “Straks beseft iedereen dat foute grappen over afkomst niet meer kunnen. De uitspraak die de rechter verleden week heeft gedaan bewandelt een middenweg. Maar het is helaas geen gulden middenweg.”

Sadettin Kırmızıyüz speelt ‘De vader, de zoon en het heilige feest’ op woensdag 21 en donderdag 22 december 2016 in Theater aan het Spui. Meer informatie: theateraanhetspui.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 346 52 72.

 

‘Ik ben een jaar te oud’

Hans Croiset als dementerende André in ‘De Vader’

De verwarring die iemand met alzheimer overkomt, roept meteen de vraag op: hoe zou ik daarmee omgaan? Ik denk dat ik gespaard blijf, zegt Hans Croiset (81).

André. Zie hem daar staan. Tachtig is hij nu. Begint hij gek te worden? Een gepensioneerde fervente tapdanser die samenwoont met zijn dochter Anne en haar man Antoine. Of was hij een bouwkundig ingenieur die onlangs met pensioen is gegaan, en die bezoek krijgt van diezelfde dochter en haar nieuwe vriend Pierre? Waarom heeft hij zijn pyjama nog aan? Is het al ochtend of moet het nog avond worden? En waar is zijn horloge? Dat heeft hij nodig bij het aankleden. Maar waar hij dacht dat het zou liggen, vindt hij niks. Begint hij gek te worden?

“Eigenlijk ben ik een jaar te oud,”zegt Hans Croiset (81) op licht schertsende toon. “Na afloop vertellen mensen mij dat ze kapot van het stuk zijn,” vertelt de voormalig artistiek directeur van Het Nationale Toneel over de eerste try-outs. In ‘De Vader’ speelt hij de tachtigjarige André. Die heeft te kampen met de ziekte van Alzheimer. “Bijna iedereen kent rechtstreeks of zijdelings wel iemand die alzheimer heeft. De vraag is dan: hoe ermee om te gaan. Dat geldt voor iemand die het treft, maar ook voor mensen om hem of haar heen.”

Hersenschimmen
‘Le Père’ (De Vader) is in 2012 door Florian Zeller geschreven en werd onder meer onderscheiden met een ‘Molière’, de prestigieuze Franse theaterprijs. Het toneelstuk werd ook luid bejubeld op West End in Londen. En nu dus in Nederland, met een topcast.
Natuurlijk, hij heeft ook ‘Hersenschimmen’ van Bernlef gelezen, en ‘Vroeger is dood’ van Inez van Dullemen. Zijn vader zaliger nam in de verfilming van dat laatste boek de rol van dementerende oudere voor zijn rekening. “Die film heb ik bewust niet gezien, ik wil hem pas zien over een tijdje, als ik me deze rol eigen heb gemaakt.” Ondanks die beide briljante boeken, aldus Croiset, is Zellers tekst met niets te vergelijken. “Het gaat over een thema van vandaag. Dat zie je te weinig, het theater zit om dit soort stukken verlegen.” ‘De Vader’ bevat scènes die op elkaar lijken, maar telkens net even anders zijn. Verschuivende, wankelende werkelijkheid. Alsof je van een oude foto een nieuwe afdruk laat maken, net iets vager. En de krasjes krijg je dan gratis meegeleverd. “Maar een foto is een stilstaand beeld,” werpt Croiset tegen, “en toneel lééft. Als je die vergelijking dan toch maakt, dan gaat het hier eerder over de tiende reproductie.”

Uitgespeeld
Angst dat alzheimer hem gaat treffen heeft hij niet. “Ik denk dat ik gespaard blijf. In mijn familie komt het niet voor. Natuurlijk kan het je dan alsnog overkomen, het kan spontaan opwellen. Maar ik denk dat ik overeind blijf.” Ook de angst dat hij op het podium een zinnetje vergeet, heeft hij niet “tenminste niet meer dan ik op mijn zestigste ook al had.” Uitgespeeld is zijn rol zeker nog niet, al is hij dan 81. Voorlopig ziet hij uit naar de première, in de Koninklijke Schouwburg, waar hij vier jaar geleden nog op de vloer stond in ‘Drie Zusters’ van Tsjechov bij Het Nationale Toneel. “De prachtigste schouwburg van Nederland, met een mooie maat. Je hoeft er niet zo hard te werken als in de Amsterdamse schouwburg. Een prettige huiskamer.” En hij loopt rond met plannen voor een nieuw stuk, als tegenspeler van Elsie de Brauw, een van de topactrices van Nederland. “Johan Simons gaat de regie doen.”

De Vader, met Hans Croiset en Johanna ter Steege. In de Koninklijke Schouwburg op maandag 19 en dinsdag 20 december 2016; en vrijdag 3 maart 2017. Informatie:  ks.nl en devadertheater.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

De zorg komt later

Grey Vibes en Het Koorenhuis met Pijnlijke Melodie in het HagaZiekenhuis

Weten hoe het voelt om schuifelend achter een rollator voort te moeten bewegen? In Pijnlijke Melodie van Grey Vibes, theaterwerkplaats voor 55 tot 100plussers, en het Koorenhuis, is dat aan den lijve te ondervinden. Hoe ziet úw oude dag er straks uit?

Al het denkbare in ons zorgstelsel lijkt in de beeldvorming steeds mis; de zieken- en ouderenzorg zogezegd een patiënt in kritieke toestand. “Als je de verhalen mag geloven,” zegt regisseur Jeroen de Graaf (32) van Pijnlijke Melodie, is er inderdaad echt wel iets aan de hand rond de ouderenzorg.”

Maar wereldwijd wordt Nederland toch echt gezien als een van de koplopers in het verlenen van zorg en het organiseren van humane oplossingen? “We hoeven niet te doen alsof er helemaal niets deugt aan de zorg in Nederland, maar er duiken nu eenmaal misstanden op.” De Graaf, geen zwartkijker, legt zijn voorstelling dan ook allereerst uit als een noodkreet, een schreeuw en een oproep tot meer begrip tussen generaties. “Hoe menselijk is de zorg in deze tijd nog? Dat kun je je eendrachtig met Hugo Borst en met zwaar gemoed weleens afvragen.”

In Pijnlijke Melodie wordt de ouderenzorg in de vorm van een terminale patiënt de ziekenzalen van het tegenwoordig ten dele onttakelde en ontzield ogende HagaZiekenhuis aan de Sportlaan binnengereden.

‘Zwartkomisch’, zo karakteriseert regisseur Jeroen de Graaf zijn voorstelling. Al is het geheel ‘zeker géén spookhuis’. De Graaf: “Er zitten ook vele mooie, bijna poëtische momenten in op tekst van Laura van Eck (26) en veel muziek, van Roeland Drost.”

Muziekdoosje
Pijnlijke Melodie speelt zich in alle symboliek af op de vierde verdieping van de westvleugel van het Haga. Iedere bezoeker krijgt een rollator toebedeeld waarmee op rolletjes door kamers van het Haga kan worden gesjeest. In verschillende zalen van de verpleeginrichting ontrollen zich daar vervolgens uiteenlopende scènes, verhalen uit het leven gegrepen, gespeeld door een aantal 55-plussers. Zij zijn afkomstig uit het reservoir van Grey Vibes, theaterwerkplaats voor 55-plussers op het gebied van zang, dans, theater en toneelschrijven.

“Grey Vibes stelt ouderen in staat om middels workshops en onder leiding van professionals zich te ontwikkelen. Bij ‘Pijnlijke Melodie’ gaat het daarbij om enkelen die bovendien over de nodige spelervaring beschikken, maar soms een hele tijd nergens meer op de planken hebben gestaan,” legt De Graaf uit.

“In mijn voorstelling heb ik ze uitvergroot tot stereotypes, een beetje karikaturaal aangezet zelfs. Maar ieder van hen vertelt wél een persoonlijk verhaal. Die verhalen komen tijdens de voorstelling ‘organisch’ bij ze op omdat even daarvoor een omaatje halsoverkop naar hun verzorgingshuis werd overgebracht, wier echtgenoot even daarvoor is overleden. In staat van verwarring en ontkenning van de situatie waarin ze is beland, zoekt naar een dierbaar muziekdoosje dat ze ergens onderweg moet zijn kwijtgeraakt.”

80+
De Graaf houdt van het werken met oudere acteurs, en bij Grey Vibes is dat tot 80plussers aan toe, maar houdt net zo goed van het werken met kinderen. Het is diezelfde combinatie van leeftijden die hij bij elkaar brengt bij zijn amateurtheatergroep De Zwarte Weduwe. Als theaterdocent en regisseur is hij ook al jaren verbonden aan Rabarber, de theaterschool in Den Haag, waar hij diverse familievoorstellingen heeft gemaakt en waar hij de komende kerstperiode Baron von Münchhausen regisseert.

De Graaf studeerde tien jaar geleden af als docerend theatermaker afstudeerde aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten, Academie voor Theater in Tilburg. Tegenwoordig is hij vooral te vinden in het Haagse theaterleven. Denkt hij wel eens na over zijn eigen voorland? “Je weet nooit wat de toekomst brengt.” Ja dus.

‘Pijnlijke Melodie’ van Grey Vibes is tot en met 18 december te zien in het HagaZiekenhuis aan de Sportlaan. Meer informatie en reserveren via greyvibes.nl.