Ontgroenen op leven en dood

De Nieuwkomers van Orkater in ‘mindfuck’ Rumspringa

Wie ben je nog als je eigen verleden compleet op losse schroeven komt te staan? iona&rineke maakten samen met rockband Shaking Godspeed een voorstelling rond de ‘rumspringa’. Over vasthouden aan een geloof, zelfs als wat je altijd verteld is niet langer waar kán zijn.

Voor het voorafgaande onderzoek deed het schrijversduo iona&rineke naspeuringen bij onder meer de Scientology kerk en de Vrijmetselaarsbeweging. Maar tijdens hun omzwervingen voor Rumspringa struinden ze, natuurlijk, ook het donkerduistere internet af. Onder het lemma ‘blues’ bleek op Wikipedia een pagina opgetuigd met een reeks aan namen van bands – en bijbehorende hyperlinks.

Een ervan leidde naar Shaking Godspeed. Plots stonden Iona en Rineke oog in oog met heftige, eigenzinnige undergroundrock. ‘We zijn daarna twee avonden samen gaan werken aan muziek en tekst,’ zegt Rineke. De hand van god? In ieder geval een gouden greep. Want de ‘hit’ kwam op het moment dat het tweetal net even daarvoor had ingetekend op een vijftienminutenpitch bij Orkater. Waarmee ze hun voornemen uit 2014 voor een muziektheatervoorstelling rond de ritus van Rumspringa te maken, kracht bij zetten.

Rumspringa komt uit het Duits (‘herumspringen’), soms aangeduid als rumschpringe of rumshpringa. Het is de periode dat orthodox gelovige adolescenten van Amish en Mennonieten rond 16 tot 22 jaar volgens traditie huis en haard de rug toekeren, om het ‘echte leven’ te leren kennen. Het relatief veilige platteland en hun kompas van geijkte normen- en waarden laten ze daarmee los.

De rumspringa kan voor de betrokken jongeren op een reusachtige cultuurschok uitdraaien. Rineke Roosenboom: ‘Het draait om kiezen tussen leven in het genootschap of daarbuiten, in de vrije wereld. Om weloverwogen die keuze te kunnen maken, leven jongeren voor een bepaalde periode in de buitenwereld, zodat ze in volwassenheid kunnen kiezen voor de ene dan wel de andere leefwijze. Maar die ogenschijnlijk vrije keuze is niets meer dan schijnvrijheid. Want hoe kun je na 18 jaar in een gesloten gemeenschap vergelijken met één jaar in de buitenwereld? Hoe doe je dat trouwens, leven in een wereld waar je niemand kent, waar ineens geen regels meer zijn?’

In de voorstelling worstelen de personages met dit vraagstuk. Bovendien komt hun vriendschap onder druk te staan omdat eenieder verschillend reageert op de rumspringa. Geen ongevaarlijke bezigheid, voor adolescenten die de ‘rumspringa’ doorlopen hangt er nogal wat af. ‘Bedenk dat als hun ‘rite de passage’ niet juist of niet met goed gevolg wordt afgelegd, de beschermende veiligheid van de cocon verdwijnt. Het lid loopt dan de kans voor altijd uit de geloofsgemeenschap verstoten te worden. Keihard en nietsontziend,’ zo legt Roosenboom uit.

Vals
In de muziektheatervoorstelling Rumspringa zijn Rineke Roosenboom en Iona Daniel tot de vondst gekomen zelf hun eigen geheime genootschap te stichten. In hun sekte van ‘De Kring van Welsch’ raken de leden verstrikt in manipulaties en geloofsregels. ‘We presenteren de Kring als een autobiografie, komen zelfs met bewijsmaterialen op de proppen.’ Ze noemt het ‘een valse documentaire’. ‘We laten het publiek geloven in iets dat niet waar is.’

Hun stuk begint als het persoonlijke relaas van een ontmoeting en de daaropvolgende vriendschap tussen Iona en Rineke. Ze lijken ‘normale’ meisjes en vertellen een verhaal dat op papier staat, maar dan wel een verhaal dat volledig ‘gescript’ is. Maar het is allemaal ook echt, want het is hún verhaal, zo beweren ze althans. Tikje schizofreen: gespeeld en echt tegelijk. Als ik haar door de telefoon spreek, legt wederhelft Iona Daniel een brug naar manipulatietechnieken waar sektes gewoonlijk in grossieren. ‘Zelfs als je op een gegeven moment gaat twijfelen aan wat het genootschap je vertelt, is het een lastige keuze er uit te gaan. Want als je eruit stapt, moet je aan jezelf toegeven dat je al die tijd als een soort sukkel in hun leugens hebt geloofd.’ Veel sekteleden stappen er uiteindelijk uit omdat ze met aantoonbare onwaarheden geconfronteerd zijn. ‘Als blijkt dat de werkelijkheid die hen altijd is voorgehouden niet klopt, en niet strookt met hun eigen perceptie, dan vallen gaten. ‘Dan moet je wel stevig is je schoenen staan.’

Performers
Evenals de vierkoppige band treden ook iona&rineke zelf in dit stuk op als ‘performer’. Iona: ‘We merkten in het verleden dat als we langer betrokken bleven bij de totstandkoming, we langer grip bleven houden op de tekst, en die nog tot op het laatste moment konden aanpassen. Het verraste ons toen we merkten dat het andere teksten opleverde dan we hadden gedacht. We zijn daarom blijven performen.’

Luistertocht
Shaking Godspeed’s soundtrack Rumspringa is een op zichzelf ademstokkende luistertocht waar naar hartenlust uiterste muzikale grenzen zijn opgezocht. ‘Ik hoop dat het lukt om popfans vanuit het clubcircuit over te halen naar de theaters te komen,’ spreekt zanger/gitarist Wout Kemkens verwachtingsvol uit, ‘en andersom: dat theaterbezoekers hun weg naar onze muziek gaan vinden.’

Die muziek – ook op CD uitgebracht – bestaat uit speciaal voor Rumspringa gecomponeerde muziek en teksten – die in het Nederlands zijn gesteld. Muziek met vaak een bezwerend of maniakaal karakter. ‘Zie het als een dialoog met de tekst.’ In het stuk heeft ieder personage een ‘leitmotiv’ gekregen, een eigen klankkleur. ‘Geregeld refereren we ook aan muziek uit de sixties, bijvoorbeeld door de sitar in te zetten en door gebruik te maken van stijlkenmerken uit de popmuziek van die tijd.’

Helter Skelter, een nummer van The Beatles van hun album dat onofficieel The White Album heet markeert de kraamkamer van de hardrock. Dit nummer, evenals enkele andere songs van dat album overtuigden sekteleider en criminele hippie Charles Manson ervan dat een rassenoorlog en atoomoorlog nabij waren, al is niet bewezen dat zijn volgelingen The Family daardoor direct overgingen tot het plegen van de beruchte Tate/LaBianca-moorden. Refereren Shaking Godspeeds composities voor Rumspringa aan Manson? Wout Kemkens: ‘Van Marilyn Manson is in de muziek nauwelijks iets te bespeuren, van Charles Manson in de voorstelling des te meer.’

Click
Eigenlijk precies goed, die muziek van Shaking Godspeed, zo besloten iona&rineke na de nu fameuze click-op-goed-geluk op het trefwoord ‘blues’, waardoor de Utrechts/Arnhemse band na eerdere optredens van Noorderslag, Incubate, Paaspop en Zwarte Cross tot Sziget en als voorprogramma-act van Deep Purple, vorig jaar haar opwachting op Oerol, als onderdeel van De Nieuwkomers, het talentontwikkelingsplatform van Orkater besteeg.

Het vervolg is dan nu opeens een theatertournee. ‘We kunnen nu in iedere stad de parochianen toespreken,’ merkt Wout Kemkens, bassist/gitarist van Shaking Godspeed schertsend op. En was op Oerol de eenbuikige kruiskerk van Midsland uit 1881 – tegenwoordig op bingoavondjes ook in gebruik als clubhuis (‘we moesten op zondagochtend niet aanwezig zijn; en de kerkdienst speelde zich af in ons decor’) en in akoestisch opzicht een galmbak – voor de toer is dat de veelal no nonsense-omgeving van vlakkevloertheaters, de hedendaagse tempels van het vrije woord.

kader:
Het fenomeen ‘rumspringa’ komt in literatuur en films geregeld op de proppen: van Devil’s Playground (2002) tot Sexdrive (2008) en How To Be Single (2016). En ook Roger Rheinheimer’ roman Amish Snow, laat zien hoe het toe kan gaan.

Orkater / De Nieuwkomers met Rumspringa van en met iona&rineke en Shaking Godspeed. Tournee. Meer informatie: orkater.nl.

Altijd alles goed willen doen

Twee elfjarigen spelen monoloog ‘Mona’ van NTjong

‘Mona’, op tekst van Griet Op de Beeck, naar haar eigen besteller ‘Kom hier dat ik u kus’, is de eerste theatermonoloog die geschreven is voor en gespeeld wordt door een 11-jarig Nederlands meisje. Twee om precies te zijn.

Wat ging er in uw hoofd om toen u pakweg een jaar of tien was? En wat denkt u dat er in dat van uw oogappel omgaat, die nu ongeveer op dezelfde leeftijd aanbeland is? Het affichebeeld van ‘Mona’– een meisje dat met de mondhoeken naar beneden gekruld ballonnen vasthoudt – spreekt boekdelen. De rol van Mona wordt om beurten gespeeld door Ilja van Zanten en Hannah Hentenaar. Allebei zitten ze al jaren ‘op Rabarber’, de theaterschool van Den Haag.

– Wat gebeurt er met Mona?
Ilja: Ze is gewoon een meisje, maar haar moeder is doodgegaan in een auto-ongeluk. En kwam er een stiefmoeder.
Hannah: Ze had al een broertje maar kreeg er toen ook nog een zusje bij.
Ilja: Haar stiefmoeder is niet zo leuk, trekt veel aandacht naar zich toe.
Hannah: En haar jonge broertje is bloedirritant.

– Hoe is Mona?
Hannah: Ze betrekt alles op zichzelf.
Ilja: Denkt dat ze alles op zich moet nemen.
Hannah: Ze is een stil meisje en ze probeert alles goed te doen. Dat is eigenlijk waar het om gaat.
Ilja: Ik denk dat iedereen dat wel herkent, dat ze alles goed wil doen. Al denkt ze vaak: pff. Maar laat dat niet merken.
Hannah: Ze probeert het goed te doen voor iedereen. Je wilt het zelf ook altijd goed doen, maar soms dan… Dat is vermoeiend. Dat komt nu ook een beetje door deze rol, dan ga je er zelf meer over nadenken. Daar gaat het stuk ook over.
Hannah: Ik zou haar willen veranderen, want ze is heel erg onzeker over zichzelf. ‘n Perfectioniste? Nou, ik denk dat ze vooral onzeker is.
Ilja: Het lukt Mona beter dan ze denkt, ze doet bijna alles goed. Ze denkt bij alles heel goed na. Alles drie keer in de mond omdraaien, zoals haar moeder altijd zei.
Hannah: Ik denk ook altijd goed na over wat ik zeg, maar zelf ben ik wat spontaner.

– Lijken jullie ook wat op Mona?
Ilja: Nou, op het podium zíjn we dus Mona! Maar we vertellen wat er gebeurd is alsof het uit haar dagboek is.
Hannah: Niet met een datum erbij en zo, maar verhalend. Ik merkte dat toen we gingen repeteren, tenminste ik merkte dat, en we op de speelplaats vragen kregen, dat we soms de antwoorden van Mona gaven! Gelukkig is onze omgeving niet zoals die van Mona.

– Hoe is het om in je eentje zeventig minuten op het podium te staan?
Ilja: In het begin was het echt heel eng, nu vooral heel leuk. Maar toch ook weer niet, want het voelt echt alsof je Mona bent.
Hannah: Wat je op het podium soms in de war brengt is dat je vooruit gaat denken. Dan ga je soms helemaal in de war.
Ilja: Vlak voor het begin doen we met regisseur Alexandra Broeder zen-oefeningen. Voelen dat je op de grond staat, ademhalingsoefeningen, en net als in het stuk inademen en uitademen. En realiseren dat het publiek steeds anders kan reageren.
Hannah: Je moet natuurlijk ook voor publiek durven staan, het publiek in kijken.
Ilja: We hebben een paar keer proefpubliek gehad.
Hannah: Het was heel leuk met Alexandra te werken, ik durf echt alles voor haar te doen.

– Hoe doen jullie dat, de tekst leren?
Hannah: We hebben onze eigen maniertjes.
Ilja: Voor mij was het uit mijn hoofd stampen.
Hannah: Elke dag een beetje. Mijn manier was om het gewoon eerst te lezen en kijken wat je onthoudt. In het begin was het: alles doorlezen en repeteren maar. Nu repeteren we trouwens helemaal niet meer.

– Hoe gaat de eerste regel?
Gelijktijdig: Alles heeft altijd met iets anders te maken, en dat weer met nog iets anders. Eigenlijk begint alles wel een soort van bij mijn mama.

– Wordt acteren jullie beroep?
Ilja: Misschien, ik weet het eigenlijk nog niet. Ik zie wel. Komt wel een keer.
Hannah: Nu wel, maar je weet nooit wat er komt.

NTjong: Mona. Vrijdag 7 (Hannah) en zaterdag 8 (Ilja) april 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: ntjong.nl.

Tijdmachinaties

Wereldpremière Imre en Marne van Opstal bij Nederlands Dans Theater 2 in programma Smoke and Mirrors

Broer en zus. En allebei danser én choreograaf. Voor Smoke and Mirrors van Nederlands Dans Theater 2 tekent het tweetal Imre en Marne van Opstal voor een van de nieuwe creaties.

Na gedane arbeid is het goed rusten: Terwijl hun zus Myrthe er na de repetities op uitgestuurd is om boodschappen te doen voor het avondeten, nemen Imre en Marne van Opstal de tijd om zich uit te spreken over hun nieuwe choreografie The Grey die in de maak is. Het is na eerdere creaties voor het talentontwikkelingsprogramma Up & Coming Choreographers van initiatiefnemers NDT en Korzo hun eerste proeve voor een van de reguliere avondprogramma’s van Nederlands Dans Theater 2, de unieke verzameling jong talent van het eredivisiedansgezelschap uit Den Haag. In dat programma, Smoke and Mirrors, maakt hun nieuwe choreografie voor zeven dansers deel uit van een vierluik met daarin ook werk van de choreografenduo’s Sol Léon en Paul Lightfoot, Sharon Eyal en Gai Behar, en Marco Goecke.

Hoe gaaf is dat, en nog wel tussen zulke kanonnen? Levert die wetenschap extra druk op?
M: Het is geweldig fijn dat we deze kans krijgen, eervol ook. Het ‘umfeld’ levert wel wat extra druk op, maar we hebben vaker samengewerkt, dus dat moet deze keer ook lukken.
I: We vinden het ook erg fijn dat we juist als Nederlandse dansers/choreografen deze kans krijgen, want vaak komen de makers van buitenaf.

De wil, de drang om te choreograferen, waar komt die bij ieder van jullie vandaan?
M: Als danser voer je in eerste instantie in principe uit wat de choreograaf voor je bedacht heeft. Het is geweldig fijn om ook eens zelf beslissingen te kunnen nemen en je eigen ‘stem’ naar buiten te kunnen brengen. En dat van muziek, tot aankleding en toneelbeeld, dat je alles zelf in de hand hebt, dat voelt goed. Als choreograaf wil ik graag allerlei gedachten opwerpen, dingen aan de kaak stellen, of achterhalen hoe het brein werkt. Voor mij moet het echt ergens over gaan. Daarom hebben we in Fabienne Vegt een dramaturg in de arm genomen, dat is ongebruikelijk in de dans.
I: Iemand die met een derde oog kijkt naar wat we maken, die in de gaten houdt waar het naartoe gaat, het concept en de ‘frames’ bewaakt, en die ons op het rechte pad houdt.
M: Voor mij is communiceren met het publiek erg belangrijk. En het creatieproces, actie-reactie, samen aan een voorstelling bouwen, dat is gaaf.
I: Het uitbouwen van een concept dat je op papier hebt gezet, zien veranderen in een levende voorstelling, in iets visueels fascineert me. Op papier kan iets nog zo prachtig lijken, maar om dat te bereiken moet je ook dansers coachen, ze stimuleren, inspireren. Daar houd ik erg van.

Hoe gaat dat: in gezamenlijkheid choreograferen? Wie doet wat en waarom zó?
I: Omdat we elkaar van jongs af aan van zo dichtbij kennen, kunnen we uitstekend samen lezen en schrijven. Op de repetitievloer is het vaak zoeken in samenspraak met de dansers, maar als Marne met een van ze een deel aan het uitwerken is, weet ik precies waar hij heen wil. Op zijn beurt weet hij dat van mij. We kunnen daarom los van elkaar aan de gang.
M: We zijn nog zoekende, maar we weten allebei wat we willen bereiken. Dat verschilt per choreografie trouwens, want ik geloof niet zo in een eigen stijl. Mensen die ons als danser kennen, zullen vast de bewegingen herkennen, maar verder ben ik van mening dat een nieuw concept zijn eigen aanpak en bewegingstaal vraagt.

Wat kunnen we van jullie verwachten in ‘Smoke and Mirrrors’?
M: Ons stuk, op speciaal voor deze creatie geschreven muziek van componist/choreograaf Amos Ben-Tal, gaat over lotsbestemming, een parallel universum, over geloof stellen in een grotere kracht ergens buiten ons. Maar ook over het gegeven op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn, over het nemen van stappen vanuit een zeker beginpunt, een aardse laag, naar de toekomst.
I: We delen het stuk op in drie non-chronologische secties. In het laatste deel gaan we de eerste delen als het ware toelichten. Maar onze choreografie gaat ook over menselijke relaties, en over sociale verhoudingen tussen mensen. We gaan heel wat omwoelen! Het moet een experience zijn, en zeker geen statisch schilderij.

Moet je als choreograaf zelf gedanst hebben?
I: Dat geloof ik niet, tenminste niet per sé. ik denk dat het belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt doen, waartoe een lichaam in staat is.
M: Dat ben ik zeer met Imre eens. Het kan wel dat je als ‘autodidact’ eerder op nieuwe bewegingen komt, maar net als Imre denk ik dat het heel belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt uitdrukken, hoe ver je kunt gaan, dus wat een danser in fysieke zin aankan. Als danser weet je dat van tevoren.

Taiwan en Athene wachten. Dansenbij NDT – en in de tussentijd choreograferen. Hoe zwaar is dat?
M: Ja, we zijn druk, druk, druk. Bij terugkomst hebben straks tien dagen om de nieuwe choreografie in te studeren met de dansers. Die combinatie van dansen en maken is heel intensief.
I: Het is echt een puzzelstukje om alles passend te krijgen.

kader:
Imre en Marne. Dansende broer en zus uit een dansgekke Noord-Limburgse familie uit Velden, die waarlijk overloopt van danstalent, want ook Myrthe danst aan de top (bij NDT1) terwijl Xanthe bij Batsheva Dance Company in Israël zit. ‘Eerst maakten we furore in de woonkamer,’ lacht Imre van Opstal. ‘Maar we zijn in stadia gegroeid tot waar we nu zijn. Al tijdens onze vooropleiding in Venlo konden we nu en dan zelf een duetje maken.’

kader:
Het tweede programma van NDT 2 is rijk aan contrasten. Smoke and Mirrors toont wereldpremières van associate choreographer Marco Goecke en opkomend choreografenduo Imre van Opstal en Marne van Opstal, naast een herneming van SH-BOOM! (2000) van Sol León / Paul Lightfoot en Sara van Sharon Eyal & Gai Behar. De vijf makers verschillen aanzienlijk in stijl, leeftijd, achtergrond en esthetiek. De jonge dansers van het gezelschap worden daardoor uitgedaagd om zich de verscheidenheid aan werken en danstalen eigen te maken.

‘Muziek is heilzaam’

Henriëtte Tol in muzikaal liefdesdrama ‘Pinkpop’

Op TV en het witte doek staat ze al jaren haar mannetje, evenals het toneelpodium: van alle markten is ze thuis. Maar ook muziek hoort in dat rijtje. Henriëtte Tol speelt Lies in het muzikale liefdesverhaal Pinkpop van Toneelgroep Maastricht. Rowwen Hèze tekent voor de live muzie

1969. In Limburg is dan nog niet veel doorgedrongen van de nieuwe popmuziek. Maar na het Monterey International Popfestival (1967, Californië, VS) en initiatieven in Den Haag en Utrecht vindt ook op de Zuid-Limburgse Gulpenerberg een openluchtconcert plaats. Smaakmaker: de Nederlandse bluesformatie Brainbox. Varken aan het spit en appelen waren gratis en een officiële hashdealer vroeg 10 gulden voor 1 stukje Maroc van 3 gram. Het weer die dag: droog en zonnig. Aantal toeschouwers: 10.000 – voornamelijk opa’s en oma’s met kleinkinderen.

Aldus de annalen. Dit tot ‘Picknik’ gedoopte festijn was de voorloper van Pinkpop, het nu roemruchte en legendarische popfestival dat Jan Smeets gewoontegetrouw op en rond de pinksterdagen situeert in eerst Sportpark Geleen en later Landgraaf. Gevolg: anderhalf miljoen bezoekers en meer dan 500 verschillende (wereld)acts. ‘Maar ik was een Kralingen-gangster,’ bekent de in Alkmaar (N-H, 1953) geboren, in Amstelveen woonachtige Henriëtte Tol. ‘Eric Clapton staat me nóg voor de geest.’

Pinkpop heeft ze echter niet een keer bezocht. ‘Pinkpop is natuurlijk een fenomeen, een bijzonder instituut met jaar in jaar uit geweldige artiesten. Dat staat buiten kijf. Voor ons in de Randstad is en was het bijna vanzelfsprekend dat je favoriete band of artiest hier in de buurt komt optreden. Maar als je ver buiten de Randstad woont is dat wel anders.’

Persoonlijk is haar dierbaarste herinnering een optreden rond 1985 van haar held Sting. Ze stond pal vooraan. ‘Ik dacht dat alles wat hij zong of deed alleen voor míj bedoeld was,’ zo omschrijft ze haar staat van gelukzaligheid van toen. Ze kreeg zelfs een backstage-pasje toegespeeld. ‘Maar meteen na het optreden was hij verdwenen. Hij moest terug naar Londen om nog diezelfde avond op te treden voor Live Aid.’

Document
In de voorstelling Pinkpop probeert Lies het geheugen van haar man Wiel (Huub Stapel) levend te houden en daarmee hun liefde. Door Wiel kwam de Amsterdamse Lies in aanraking met het Zuid- Limburgse popfestival Pinkpop en sloegen daarna geen enkele editie over. Pinkpop, de voorstelling, is aldus een blik ‘terug in de tijd’.

Maar naast een gedocumenteerd verslag van bijna 50 jaar popgeschiedenis is de voorstelling ook het decor voor een verhaal over een man bij wie dementie op de loer ligt. Jaar na jaar vierden zij hun liefde in de zon, in de regen of in de modder; dansten op de weiden voor de podia of stonden backstage hun helden op te wachten. Maar doordat de dementie in zijn leven is geslopen, is Wiel langzaam zijn geheugen aan het kwijtraken.

‘Alzheimer en dementie zijn onderwerpen waar iedereen op enig moment mee te maken krijgt. Als we er al niet zelf door getroffen worden, dan wel als partner of familielid, ver of dichtbij. Stel je voor dat je vader je moeder niet meer herkent. Of andersom. Of jou. Dat is heftig hoor, en erg ingrijpend voor iedereen om hen heen.’

Muzikaal
Henriëtte is dit seizoen erg ‘muzikaal’, want actief in drie muziektheaterproducties, al zingt ze niet zelf in Pinkpop. Dat deed ze wel als koningin Wilhelmina in de musical Soldaat van Oranje. En ze speelde de hoofdrol in De Zevende Hemel, de muzikale film waarin ze voor het eerst samenspeelde met Stapel. Ze besloot in te gaan op het voorstel van regisseur Servé Hermans toen hij  haar anderhalf jaar geleden vroeg voor Pinkpop en het idee ontvouwde voor deze voorstelling.

‘Een sprong in het diepe was dat,’zo zegt ze, ‘want tekst en muziek waren er nog niet.’ Nog tijdens zijn autorit terug naar Maastricht heeft ze Hermans gebeld, en zei: ik doe het.

‘Ik had er een goed gevoel over en het is belangrijk om nu en dan eens in het diepe te springen. Want een goed idee, een bevlogen jonge regisseur, fijne collega’s, nieuwe muziek van Rowwen Hèze: wat wil een mens meer?’

Therapeutisch
Muziek heeft een bijzondere werking op het brein, het geheugen en de geest, zo stelt Tol vast. ‘Muziek heeft een heilzame, therapeutische werking voor mensen met dementie blijkt uit wetenschappelijk onderzoek’ Henriëtte kan niet zonder, ze staat vaak op met muziek die dan luid uit de sprekers schalt.

‘Maar soms is het ook stil om me heen hoor, al omring ik me inderdaad graag met muziek, heb ook altijd muziek bij de hand. Ik heb nog kisten vol vinyl in huis en alle CD jewel cases en bijbehorende boekjes bewaard.’ Soms neemt ze thuis plaats op de bank en luistert dan geconcentreerd naar muziek, Janis Joplin bijvoorbeeld, en ze doet dat op een puike muziekinstallatie: ‘Het moet echt wel goed klinken, je moet muziek beleven zoals een producer die ooit bedoeld heeft, en waardoor artiest en muziek helemaal tot hun recht komen.’ De muziek van Rowwen Hèze? ‘Een heel eigen geluid en toch muziek met veelzijdige invloeden. Ik hou erg van die accordeon. Echt wereldmuziek.’

kader:
Rowwen Hèze
Frontman Jack Poels: ‘We dachten over een ‘sabbatical’ toen de vraag kwam om een rol te spelen in deze theatervoorstelling. Pinkpop en Rowwen Hèze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; het was dus een volmondig JA. Zoiets is geen toeval, maar komt op je pad.’

Voor de Limburgse band Rowwen Hèze heeft Pinkpop een speciale betekenis omdat het optreden in 1992 hun landelijke doorbraak betekende. Het is voor het eerst in het ruim 30-jarige bestaan dat Rowwen Hèze muziek maakt die speciaal is geschreven voor een theatervoorstelling, waarin de groep bovendien het podium deelt met acteurs.

kader:
De persoonlijke toppers van Henriëtte
1. Sting
2. Giovanni Batista Pergolesi
3. Rufus Wainwright
4. Lenny Kravitz
5. Miles Davis

Luikjes die opengaan

Firma MES over Rishi Chandrikasing

De Haagse Theatergroep Firma MES legt graag tijdverschijnselen onder de loep maar heeft nu gekozen voor een actueel politiek getint vraagstuk: de in 2012 op station Hollands Spoor door de politie doodgeschoten zeventienjarige jongen Rishi Chandrikasing.

“Zwaarder dan gewoonlijk voor MES,” bevestigt vaste MES-regisseur Thomas Schoots. “Maar ook een ‘Haags’ verhaal want het drama heeft zich hier in de stad afgespeeld en is erg tastbaar: iedereen komt wel eens op Hollands Spoor of kent de plek” verklaart hij de keuze. “Als ik daar op de perrons loop schiet het noodlottige gebeuren onwillekeurig altijd wel even door mijn hoofd.” Schoots noemt de voorstelling ‘een emotionele reconstructie’. “We zijn niet op zoek naar waarheidsvinding, daar is de journalistiek voor, of de rechtspraak,” legt hij uit. “Evenmin wijzen we een schuldige aan. Onze aandacht gaat veeleer uit naar de mensen achter de feiten, dat is immers het wezen en de bestaansgrond van theater.”

In ‘Rishi’ treden meer dan twintig personages voor het voetlicht. Het zijn monologen voor de drie MES-acteurs, die dus flink aan de bak mogen. Daardoor kunnen vele gezichtspunten en invalshoeken worden getoond. Toneelschrijver Kees Roorda, en daarna ook de acteurs van MES en Schoots zelf, zijn daartoe op theebezoek gegaan bij uiteenlopende betrokkenen, van politie tot familie en getuigen tot vertegenwoordigers uit de Surinaams-Nederlandse gemeenschap in Den Haag. “De gebeurtenissen rond Rishi krijgen zo een diepere lading. Bovendien zijn er daardoor wat luikjes in ons hoofd opengegaan” zegt Schoots.

“Etnisch profileren is in het geval-Rishi een factor van betekenis, maar net zo goed zijn er algemeen menselijke tekortkomingen die een rol spelen, zoveel is ons wel duidelijk geworden. De verkeerde persoon op de verkeerde plek, ja. Maar ook technische onvolkomenheden zijn in het spel, zoals het haperende communicatiesysteem waarmee de politie haar werk heeft moeten doen. Ook over de rol en het functioneren van de journalistiek valt veel op te merken. Er zitten aan het drama echt heel veel kanten en gezichtspunten vast. En met alleen maar verliezers.”

Voorval
Toen toneelschrijver Kees Roorda uit persoonlijk engagement bij MES aanklopte met het idee om rond de gebeurtenissen met de Haagse jongen van hindoestaans-Surinaamse komaf een theaterstuk te maken, was al snel de vraagstelling duidelijk die eraan ten grondslag zou liggen: Was Rishi de verkeerde persoon op de verkeerde plaats? Naast de gesprekken die hij voerde verdiepte de in Amsterdam wonende Fries zich uitgebreid in de politierapporten, de getuigenverklaringen en de rechterlijke uitspraak. Zo heeft hij een caleidoscopisch beeld gekregen van wat er die ochtend van minuut tot minuut op het station gebeurd moet zijn. Maar ook van het effect dat de dramatische gebeurtenissen op alle betrokkenen heeft gehad.

Aan de samenwerking met MES ligt voor hem een persoonlijke gebeurtenis ten grondslag: “Toen ik een tijd geleden met mijn vriend van Molukse komaf de VS bezocht, mocht ík daar wel maar híj niet de grens over. Waarom? Naderhand bleek dat hij een bepaald formulier verkeerd had ingevuld. Hij werd geboeid afgevoerd. Heel intimiderend allemaal. Nadat ik las over de gebeurtenissen rond Rishi, bedacht ik meteen in hoeverre ook zijn huidskleur een rol kon hebben gespeeld.”

Locatie
‘Rishi’ gaat zich om de hoek bij station Hollands Spoor afspelen, namelijk in Pakhuis de Regâh aan de Hoefkade, gevestigd in het gebouw van de Bazaar of Ideas. In het verleden waren onder meer de Pier, New Babylon, de ontspannings- en ontvangstruimten van seksclub Mayfair en leegstaande kantoren aan de Binckhorstlaan het decor voor producties van MES.

Firma MES: Rishi. Van dinsdag 10 april tot en met zaterdag 22 april (di t/m zo) in Theater aan het Spui. Ook op vrijdag 12 en zaterdag 13 mei in Theater Dakota en op dinsdag 2 juni in het Diamant Theater. Meer informatie: firmames.nl.