In de mallemolen van het leven

Noord Nederlands Toneel maakt theater van dansmarathons

Een uitputtende competitie, gadegeslagen door verveelde toeschouwers. 1491 uur samengebald in 105 minuten. Acteur Bram van der Heijden over Carrousel: “Na afloop ben ik kapot.”

“Er zijn in mijn leven verschillende momenten geweest dat ik echt niet meer kón,” vertelt acteur Bram van der Heijden. “Bijvoorbeeld toen ik hier in Groningen op een bankje zat en mijn toenmalige relatie stuk was gelopen, terwijl ik juist daarvoor aan mijn avontuur bij het Noord Nederlands Toneel was begonnen. Zó erg vond ik dat, té dramatisch voor woorden. Van de weeromstuit begon ik toen hardop te lachen. Of de keer dat ik tijdens het repeteren aan deze voorstelling een bepaalde scène op me nam, maar me niet realiseerde dat die me totaal zou uitputten. Ik moest die namelijk zo’n 35 keren herhalen om ‘m goed in de voorstelling in te kunnen passen.”

Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Doorgaan tot je niet meer kunt. Choreograaf/regisseur Guy Weizman baseerde bij het Noord Nederlands Toneel de voorstelling Carrousel op They shoot horses, don’t they?’, het in 1969 door Sydney Pollack verfilmde boek. In allebei draait het om een dansmarathon, zoals die zich ten tijde van de ‘big depression’ in de jaren dertig van de vorige eeuw daadwerkelijk in Amerika voor hebben gedaan. Armen deden mee aan de happenings, die eigenlijk een afvalrace waren, om niet meer dan een grijpstuiver te kunnen verdienen, terwijl iets minder armen vaak verveeld toekeken. Verveeld ja, want de langste van die marathons duurde dik zestig dagen. De ellende van de één, was de glimlach van de ander.

In Carrousel sleuren de acteurs van het Noord Nederlands Toneel (NNT), de dansers van Club Guy & Roni en de muzikanten van Asko|Schönbergs K[h]AOS je mee in zo’n eindeloze competitie. “We stappen in als er in werkelijkheid al dertig dagen van die marathon voorbij zijn,” zegt Van der Heijden. “We dansen dan allang niet meer, beperken ons tot bewegen. Het is meer een hangen, slaapwandelen. Vergis je niet: in de echte marathons stierven deelnemers. In onze voorstelling zie je vijf koppels die worden opgezweept door een spreekstalmeester, gespeeld door performer en Zwaan-winnaar 2014 Igor Podsiadly. Elk stelletje worstelt, letterlijk, om overeind te blijven maar kampt ook met levensvragen. Ik vorm een koppel met Nadia Amin. De wolk die boven ons zweeft heeft te maken met een kinderwens, maar we zijn samen niet in staat om kinderen te verwekken.”

Van een hoofdrolspeler is in Carrousel geen sprake. Van der Heijden, onder meer bekend van Borgen, Tsjechov, Rembrandt en ik en de tv-serie Centraal Medisch Centrum: “De vijf stellen zijn allemaal even belangrijk: we dansen en blijven dansen. Het gaat om het groepsgevoel, het is niet de bedoeling om in je eentje te schitteren. Ik ben maar een spaak in het wiel.”

Zo lijkt het of de voorstelling wel wat van teamsport weg heeft. “Toch gaat het ons veel meer om de metafoor: de mallemolen van het leven die zonder aanzien des persoons altijd maar doordendert. Zeker, de dansmarathons waren een fenomeen, een tijdverschijnsel, maar bij ons is het gegeven belangrijker dat de menselijke soort het in zich draagt om zich moedwillig zelf te willen uitputten. Totdat ie helemaal verzuurd is. Dat verschijnsel is universeel. Na afloop ben ik zelf vaak kapot moe, maar soms doe ik energie op, bijvoorbeeld als er veel chemie is tussen de spelers en het publiek. Die wisselwerking is van levensbelang in het theater.”

Sinds 1 januari is Guy Weizman naast artistiek directeur van Club Guy & Roni ook artistiek directeur van het Noord Nederlands Toneel. Beide gezelschappen maken nog steeds eigen voorstellingen, maar werken ook veel samen. Bram van der Heijden, die ook wel in dansproducties aantrad, onder meer van Ann van den Broeck. “Ik behoor inmiddels tot de ‘oude’ garde, klopt, al ben ik pas 31, want ik werkte voorheen al bij NNT onder Ola Mafaalani. Ik vind het echt een bijzonder gezelschap, met iemand die van oorsprong choreograaf is aan het artistieke roer. Dat leidt tot voorstellingen die ‘anders’ zijn ingestoken, brutaler van toon en wat experimenteler van karakter. Voor doorgewinterde toneelkijkers is het boeiend om te zien hoe een dansmaker theater maakt, en vice versa is het voor dansfans een eyeopener om te zien hoe drama zich ontrolt.”

Carrousel van Noord Nederlands Toneel is op zaterdag 27 mei 2017 te zien bij Het nationale Theater, locatie Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl of nnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Zingen als een god in Frankrijk

Franse chansons in Vive la France 2

Hoe bereik je het oh là là -gevoel? Luister naar de muziek van zoete Franse herinneringen! Met ‘De mooiste chansons ontkurkt’ boek je een reis langs chansons uit ‘la douce France’.

Iedere straathoek, ieder plein, misschien wel iedere straatsteen in Parijs, heeft een gezongen geschiedenis. Zo lijkt het, al is het Franse chanson tegenwoordig vaak vervallen tot een vercommercialiseerde poppenkast in toeristische cafés op Montmartre. Sterker: Het Franse chanson bestáát eigenlijk niet, zo betoogt althans hoeder van bedreigde muzieksoorten Vic van de Reijt droogjes in het boekwerkje bij de driedubbel-CD Les meilleurs 69. Tussen haakjes: Geniale titel natuurlijk, ook omdat het merendeel van de chansonniers en chansonnières de liefde er in alle (on)denkbare toonaarden bezingt, van dweepzieke schaduwkant tot aan genotziek gehijg. Strikt genomen heeft Van de Reijt met zijn vaststelling gelijk.

Want ga maar na. Aznavour? Een geboren Armeen. Adamo is de zoon van een Italiaanse mijnwerker die bij Luik opgroeide, Dalida werd geboren in Cairo, en Brel was een Vlaamse Brusselaar. Hallyday? Een Belg. Moustaki een Griek. En Vartan de dochter van een Bulgaarse orkestleider. Daar staat tegenover dat het Franstalige repertoire wereldwijd vele klappers heeft voortgebracht, al weten weinigen dat, bijvoorbeeld, Sinatra’s My Way van Claude François afkomstig is (Comme d’Habitude), of dichter bij huis dat Sonneveld (Het Dorp) schatplichtig is aan Jean Ferrat.

‘Neem Willeke Alberti’s Spiegelbeeld,’ vertelt Rolf Koster. ‘Mensen reageren verrast als we de Franstalige versie van Johnny Hallyday inzetten. Koster rijgt in het programma Vive la France 2: De mooiste chansons ontkurkt met Renée van Wegberg en Philippe Elan plus een combo (piano, gitaar/bas) pareltjes uit het zoete zuiden aaneen: van Aznavour, Bécaud, Fugain, Brel, Dalida, Lenorman, Clerc, Piaf en Adamo tot Stromae.

Het is voor Koster nog een hele toer geweest om het Franse repertoire vloeiend uit de keel te krijgen nadat hij was gevraagd voor dit programma: ‘Ik ben opgegroeid met de populaire Engelse songs, en als Achterhoeker ook wel met Duitse schlagers. Ik kende het chanson tot voor kort alleen van de bekende hits zoals van Les Poppys, Piaf en Dave bijvoorbeeld.’ Er is een wereld voor hem opengegaan. ‘Ik ben op de taal gaan studeren om de uitspraak van die ronde, lyrische taal goed te krijgen en om preciezer te weten wat je zingt, want ‘Comme d’Habitude’ is iets heel anders dan ‘My Way’.’ Dat is kennelijk goed gelukt, want aan de reacties merkt hij ‘dat zelfs mensen die het Frans niet bijster machtig zijn, de strekking van de liedjes begrijpt’.

De mooiste chansons ontkurkt is een vervolg op een eerdere tournee. ‘Net als toen is ook deze keer gekozen voor een afwisselende opbouw. ‘Dat gaat van een lach tot een traan – en daarbij mag ik nu en dan ook zorgen voor de komische noot,’ zegt Koster, die vooral in musicalland bekend is (Les Misérables, Cyrano, Sweeney Todd, Rocky over the rainbow II) en in de klucht Wordt U al geholpen? de rol van Mr. Humphries speelde. ‘Verder is er in dit theaterconcert geen rode draad.’

Vive la France 2: ‘De mooiste chansons ontkurkt’ is te zien in Diligentia op donderdag 25 mei 2017. Meer informatie: diligentia-pepijn.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 361 05 40.

Alfamannetje in afkalvend territorium

Toneelgroep Maastricht en Ilja Leonard Pfeijffer over Bram Moszkowicz

‘De advocaat’ laat zich ervaren als een Shakespeareaans koningsdrama over de zelfverkozen ondergang van een topadvocaat, Bram Moszkowicz.

‘Moszkowicz’. Dát zou de titel van het stuk worden. Maar het liep anders, en nu heet het ‘De advocaat’. Toneelgroep Maastricht veranderde de naam van het stuk, geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer, nadat zij daartoe gesommeerd werd door Moszkowicz Advocaten. Deksel op de neus. Waarom? Cineast Max Moszkowicz junior heeft de familienaam als merk laten registreren en wil niet dat de toneelgroep ermee aan de haal gaat, zo liet het gezelschap zes weken geleden weten. ‘Hoewel ik van mening ben dat Max de geslachtsnaam Moszkowicz niet kan monopoliseren – het toneelstuk gaat immers over zijn oom Bram – heeft Toneelgroep Maastricht uit proceseconomische motieven besloten gevolg te geven aan de sommatie”, klonk het o, ironie, bij monde van hun advocaat.
Een strafrechtadvocaat uit Maastricht die de beste van Nederland moet worden. Omdat zijn vader de beste was. Een vader die hij niet mag teleurstellen. “In ons verhaal wil Bram Moszkowicz geen rol meer spelen en stapt eruit,” zegt regisseur Michel Sluysmans van Toneelgroep Maastricht. “Op het hoogtepunt van zijn succes brengt hij zichzelf willens en wetens ten val. Alleen door de grootste teleurstelling in zijn vaders leven te worden, kan er voor de ideale zoon ruimte komen voor zijn eigen, nog te schrijven verhaal. Ilja Leonard Pfeijffers geesteskind is een verhaal van verborgen verdriet en de daaruit voortvloeiende permanente ondraaglijke druk om te slagen,” zo vat Sluysmans het bondig samen.

’De advocaat’ heeft de ondergang van wonderboy Bram Moszkowicz, tot een paar jaar geleden de bekendste advocaat van Nederland, als scharnierpunt. Porgy Franssen speelt gloedvol de titelrol in het stuk, dat Pfeijffer vrijelijk baseerde op het leven en de carrière van de strafpleiter die omgeven met veel publicitaire tamtam in 2013 uit het ambt werd gezet.

“Het stuk is opgezet als een Shakespeareaans koningsdrama,” aldus Sluysmans, “met Bram Moszkowicz als koning. Hij komt tot het besluit om zichzelf te onttronen. In het stuk doet hij er alles aan om zijn maatschap failliet te laten gaan en geschrapt te worden uit het Landelijk Advocaten Tableau. Hij komt daartoe vanwege de ondraaglijke druk die hij aan den lijve voelt, druk die uit het verleden komt. Hij torst de geschiedenis van zijn familie en zijn gezien met zich mee, een geschiedenis die teruggaat naar de Tweede Wereldoorlog en een vader die vond dat zijn zoons móesten slagen en daarna de maatschap in moesten, en moesten slagen. Pfeijffer laat hem zeggen: ‘Ik voel me als een acteur die als zichzelf verkeerd is gecast want ik speel de hoofdrol in een stuk dat niet geschreven is door mezelf.’”

Feit of fictie?
“Het stuk is geen reconstructie van de werkelijkheid. Pfeijffers tekst behoort nadrukkelijk tot het terrein van de fictie. Daar speelt Ilja Pfeijffer eigenlijk altijd mee. De premisse dat hij zichzelf te gronde heeft gericht, is natuurlijk verzonnen. Maar toen ik in de aanloop van dit project sprak met Bram Moszkowicz om hem te vertellen waar dit stuk over ging, toen bleef hij even heel stil. Een daarna: ‘Misschien zit u wel dichterbij de waarheid dan ik zelf zou durven vermoeden’. Dat is werkelijk een briljant antwoord, vooral omdat hij daarmee ons gelijk noch ons ongelijk bevestigt. Van dit soort zinnen wemelt het in ‘De advocaat’, het soort taal dat van dubbelheid en ironie aan elkaar hangt. Pfeijffer speelt daar heel erg mee. Ilja heeft ook een aantal liedjes voor dit stuk geschreven – in elke voorstelling van ons zit live muziek – en die zijn door Vincent van Warmerdam op muziek gezet.”

Heeft Moszkowicz het stuk zelf ook gezien? “Voor zover ik weet is dat niet het geval. Ik heb hem wel het stuk opgestuurd en weet zeker dat hij het heeft gelezen. Maar ik heb hem nog niet in het theater gezien. Ik kan me dat ook wel voorstellen, want iedereen gaat dan natuurlijk via hem naar het stuk kijken. Maar ik houd stille hoop dat hij nog ergens opduikt of incognito in de zaal zit.’

‘De advocaat’ van Toneelgroep Maastricht is op vrijdag 12 mei 2017 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl of toneelgroepmaastricht.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

De nietigheid van het aardse leven

Toneelschuur Producties brengt ‘Het leven is droom’

‘Het leven is droom’ is een Spaans barokfeest en taalbouwsel ineen. Over de mogelijkheid van vergeving in een wereld die dat eigenlijk niet verdient.

Is het leven ‘echt’? Ik kan alleen door mijn eigen ogen kijken. Stel dat alles wat u en ik tot nu toe meemaakten niets meer is dan een droom: knijp ’s in m’n arm. Of dat het ‘heel-al’ in werkelijkheid de schaalgrootte heeft van een lavalamp. Met paraffine-eilanden die als universa met elkaar in botsing kunnen komen, in elkaar kunnen opgaan. Met onszelf daarin ronddobberend als nietige microbes. Onwetend, en dus kan iets of iemand ‘zomaar’ met een ‘knip’ de schakelaar omzetten. En weg is alles, een uiteenspattende zeepbel.

Sigismond, de hoofdpersoon uit Calderón de la Barca’s Het leven een droom (1635), meent dat het leven een zinsbegoocheling is: ‘De rijke droomt zijn geld, dat hem geen gemoedsrust geeft; de arme dat hij leeft in de armoe die hem kwelt; en wie met geweld hogerop wil, droomt wie rooft, krenkt slooft.’ Hij is als pasgeborene door zijn vader, de koning Basilius, in een toren opgesloten omdat in de sterren geschreven staat dat hij een tiran wordt die zijn vader de kop verplettert. Maar oud, wijs en twijfelzuchtig geworden, haalt Basilius hem bij wijze van proef-voor-één-dag uit de donjon, laat hem koning zijn. Onmiddellijk komt de jongen in opstand en staat zijn vader naar het leven. Die werpt hem daarop weer in de kerker. Nadat Sigismundo is bevrijd door rebellen, breekt een spannend moment aan in de toneelliteratuur: Sigismond spaart het leven van zijn vader.’

Calderón de la Barca is de ‘Shakespeare van Spanje’ – al blijven zijn karaktertekeningen achter bij de weergaloze existentiële vertwijfeling die de Brit aan zijn personages wist te ontlenen. Hij was jezuïet maar ook militair, vocht met de Spanjaarden tegen de Nederlandse rebellen in de slag van Breda. Calderóns magnum opus geldt als een filosofisch en allegorisch meesterwerk uit de Gouden Eeuw van de Spaanse literatuur. De ethiek, daar gaat het hem om in dit stuk, geschreven door een man die gelooft in een van god gegeven gezag. Aan elke zin proef je dat de schrijver zijn hele wereldbeeld in één toneelstuk heeft willen vatten, doceert dat de wetten van de horoscoop, lees: het noodlot, teniet kunnen worden gedaan door een nobele daad te verrichten. Die vervluchtigt nooit, ook niet in de diepste droom.

Eens in de zoveel tijd duikt het stuk op in Nederland. De Haagse Comedie bijvoorbeeld speelde het in 1979, met Eddy Brugman, Kees Coolen, Marjon Brandsma, Anne-Marie Heyligers en Carl van der Plas. De jonge regisseur Olivier Diepenhorst (1984) kwam met Calderóns virtuoze taalbouwsel in aanraking toen Johan Simons de filosofische komedie in 2005 bracht. De verzen die doorbuigen van de poëzie op rijm, stalen meteen zijn hart. Hij noemt het ‘een taalfeest’. “Oude woorden die tot leven komen. Ik was op slag verliefd op die kunstmatig aandoende taal, op die Polymetrische verzen die over elkaar heen buitelen en rijmschema’s die door elkaar lopen. En dan dat mesjokke gegeven: besta ik wel echt?” Diepenhorst wil met dit stuk hardop dromen, over hoe in roerige tijden zin en richting te geven is aan het bestaan. “Het is een sprookjesachtig verhaal, maar in die vernuftige verzen klinkt een duistere ondertoon door.”
In zijn regie valt het aanstekelijke spel op in de twee uur durende productie. “Ik wilde mensen van vlees en bloed. Maar hoe je dat met die taal? Die zit soms ook in danig de weg. We doen daarom alsof we op zolder spelen, tussen lakens en schuifdeuren. Dat prikkelt de verbeelding. En zo kunnen de acteurs ook zelf beter invulling geven aan hun rol(len).” Het is smullen geblazen voor doorgewinterde toneelfans.

Toneelschuur Producties: ‘Het leven is droom’. Op woensdag 11 en donderdag 12 mei 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.