Zoek jezelf

Drie ouwelijke Indische zussen die onafscheidelijk samenwonen in een afbladderende serviceflat. ‘Gouwe Pinda’s’ is een tragikomisch portret – en het terechte vervolg op ‘Ouwe Pinda’s’.

Van die zonovergoten dagen waar je nu, rond herfstig november, waarschijnlijk met flinke weemoed terugkijkt. ¡Fawaka? Sranantongo voor: Hoe gaat het? Het is de welkomstgroet van uitspanning De Waterkant. De keuze spreekt boekdelen, want een tropisch ogend stukje aan het Amsterdamse grachtenstelsel. Net als in Paramaribo – aldaar aan de Surinamerivier, maar ook in het stadscentrum.

Bodil de la Parra (Surinaams/Indisch) is met Nadja Hüpscher (Nederlands/Indisch) en Esther Scheldwacht (Indisch/Indisch) aangeschoven voor een gesprek. Drie actrices aan tafel. Drie cola’s light op tafel. En zes donkerbruine ogen, waarvan er twee achter al dan niet gepolariseerde zonneglazen verborgen blijven. Ook: drie gebronsde lijven en eenzelfde getint & gezond goudgebruind gelaat. Wat hen bindt? Hun families kwamen in de jaren vijftig van Indonesië over naar Holland.

In Ouwe Pinda’s haalden De la Parra en Hüpscher, bijgestaan door Kees van der Vooren en onder regie van Paul Knieriem, familieverhalen en tropische herinneringen op, tastend naar hun Indische wortels. Voor Gouwe Pinda’s wordt de plaats van Van der Vooren ingenomen door Esther Scheldwacht. “Ik ken haar als actrice al 25 jaar. Toen Nadja en ik haar in Hoe mooi alles zagen...” zegt Bodil de la Parra, “zeiden we meteen tegen elkaar dat we met haar móesten spelen,” vult Nadja Hupscher aan. “En ik,” zegt Esther Scheldwacht, “vond dat meteen te gek.”

Tropische cocon
Waar in Ouwe Pinda’s veelal in Indisch accent sketchenderwijs verhalen werden uitgewisseld, zoals over moeders die op blote voeten door de sneeuw liepen en zich verbaasden over het bevroren wasgoed dat aanvoelde als ‘krokante kroepoek’, rijst in Gouwe Pinda’s een meer tragikomisch beeld op.

Centraal staan de drie grijzende Indische zussenl Nonni (79), Son (71) en Titi (75). Met ieder hun ingesleten onhebbelijkheden leven ze onafscheidelijk in een serviceflatje. Maar toch ook in een haat-liefdegreep. Nonni (Bodil) komt al jaren niet buiten: ‘Likdoorns, vandaar’; Son (Nadja) is ziekelijk afhankelijk van haar zussen: ‘Maar morgen ga ik op linedancing’; terwijl Titi (Esther) op het punt van trouwen staat met André: ‘Maar dan moet eerst zijn vrouw nog overlijden’.

In hun tropische cocon duikt een boek op met jeugdfoto’s uit Nederlands-Indië. “En dan moet het verleden op de schop, komen onderlinge verhoudingen op scherp te staan,” zegt tekstschrijfster Bodil de la Parra, die heeft ‘geput uit eigen Indo-expertise maar ook uit familieverhalen van Esther en Nadja.’

Hüpscher wijst als inspiratiebron ook op de radiodocumentaire Foto zoekt Familie waarin zeven families hun verdwenen fotoalbums uit Indië onder ogen kregen. ‘Bij papa op schoot, die sfeer.’

Maar ook schokkend, want: ‘Foto’s uit eigen jeugd die geen van allen zich wist te herinneren.’ ‘Dat is het verborgen verleden zoals dat voorkomt in veel families met een Indische achtergrond,’ weet Esther. ‘Een beladen geschiedenis dáár’, gaat Bodil verder, ‘maar hier óók. Zo herinnert mijn moeder zich niets van de periode tussen haar twaalfde en achttiende. Precies de tijd na de ‘overstap’ naar Nederland. Alles lijkt uit haar geheugen gewist.’ ‘Maar,’zegt Esther, “het draait niet puur om Indische kwesties of gebruiken. Het is belangrijk dat de voorstelling een universele onderlaag krijgt.’

Schuld
De voorbije maanden is er groeiende aandacht opgelaaid voor Neerlands koloniale verleden. Bodil: ‘Nederland heeft zeker een schuld te vereffenen.’ Verder moet volgens haar iedereen die de rijkdom van een gedeelde culturele achtergrond kent, zelf maar bepalen wat ermee te doen.

De drie zijn het er roerend over eens dat het koloniale verleden een ingewikkelde kwestie is, dat blijkt alleen al uit hun eigen uiteenlopende achtergrond. “Die ene keer dat ik op Java en Bali was, heb ik mijn Chinese wortels ontdekt.” Bodil, lachend: “Ik ben dus een stevige Hollandse boerin-Chinees.”

Makan makan
Samen eten, dat is een bindmiddel. Eetgewoonten vertellen veel over een cultuur. ‘Er wordt in de voorstelling figuurlijk aldoor gekookt,’ zegt Bodil. ‘Nonni kookt de godganse dag, zonder is er haar bestaan betekenisloos, zo meent ze. Nadja, proestend: ‘Ze heeft vast te weinig moedermelk gehad!’ ‘Titi eet graag in haar eentje. En ze houdt van afhaalmaaltijden’ schetst Esther blijmoedig háár personage.

Op tournee kunnen we de beste toko’s en Indische restaurants langs, juichen ze. Al blijft voor Bodil de keuken van tante Yulita bij voorbaat favoriet. ‘Bij ons wordt helaas nooit uitgebreid gekokkereld in familieverband,” zegt Nadja. ‘En eerlijk is eerlijk: ikzelf ben van de patatgeneratie.’

‘Soeboer in Den Haag, mijn woonplaats,’ geeft Esther op als haar favoriete eettent. ‘In de hofstad zijn we verwend natuurlijk. Al mis ik een strandtent waar je lekker Indisch kunt eten.”

De anderen zijn aangestoken. Ze lacht: ‘Moet ik er dan zelf een beginnen? Wij samen dan? Oké, dan noemen we die Plan plan!’ Indonesisch voor ‘rustig aan’. Maar toch: De ogen glinsteren al.

Bodil de la Parra
Geboortegrond: Amsterdam
Broodje bakkeljauw

Nadja Hupscher
Geboortegrond: Nijmegen
Geen bestelling gedaan

Esther Scheldwacht
Geboortegrond: Den Haag
Pasteitje Bakkeljauw.

Tournee van tot en met 27 januari 2018. Meer informatie: rudolphiproducties.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s