Als niks meer overeind staat

Saman Amini speelt ‘Samenloop van omstandigheden’

In Nobody Home speelde hij zichzelf en kroop hij in de huid van een Syriëganger, in The Nation was hij De Beer van ‘s Gravenhage. Nu legt Saman Amini zijn eigen ziel bloot.

Vorig jaar bracht hij op nomadisch festival De Parade voor het eerst zijn Samenloop van omstandigheden. Het theatertentje speelde hij meer dan plat. Nu is er van het halfuurtje van de ‘autobiografische liedjesvoorstelling’ een uitgebreide, één uur durende versie voor de theaterzaal.

Animatie, theater, muziek. Met zijn overdosis aan talent rijgt hij momenteel succes aan succes. Jazeker vindt hij zichzelf een geluksvogel. Amini, die als elfjarig joch vanuit de Iraanse hoofdstad Teheran in Nederland belandde, gevlucht met zijn zusje en zwangere moeder: “Wie in Nederland mag wonen is sowieso een geluksvogel. Ook ben ik blij dat ik als 28-jarige al zoveel mag doen. Toch hangt mijn geluksgevoel ook van de dag af, kan ik ook m’n slechte dagen hebben, dagen dat ik het gevoel heb gevangen te zitten in emoties of opgesloten te zijn in m’n brein.”

Hij heeft zijn succes, zijn beroep als kunstenaar, zegt hij, ook te danken aan een samenloop van omstandigheden. “Als eerste generatie vluchteling bekommer je je allereerst om het dagelijkse geld, het is zeker niet vanzelfsprekend om in de kunst je toekomst te zoeken en te vinden.”

De tienerjaren bracht Amini gedeeltelijk door in het AZC in Rheden. Tot zijn aanleg voor theater werd opgemerkt. Eerstvolgende halteplaats: Toneelacademie Maastricht, afstudeerlichting 2014. Inmiddels behoort hij onder meer tot het vaste acteursensemble van Het Nationale Theater.

In Samenloop van omstandigheden maakt hij met een glimlach zichtbaar en voelbaar wat er in hem omgaat. Hij zingt, speelt en vertelt – met tekst, met muziek die hij zelf schreef, live uitgevoerd door een driemansband, en met prachtige, indringende videoanimaties. Het resultaat is een persoonlijk levensportret aan de hand van vertellingen over zijn moeder en vader, en over ‘alles wat nodig is om overeind te blijven als er niks meer overeind staat’.

Amini: “Voor mijzelf gaat de voorstelling over de betekenis van verleden en armoede als wrede vorm van geweld, en over machteloosheid en vrijheid. Maar ook over wat voor mij de waarde is van ouders. En ik wil er ook mijn dankbaarheid mee betuigen.”

Dankbaarheid drukt hij niet alleen theatraal uit maar ook financieel. “De muziek is op Spotify te beluisteren en we hebben er een cd van uitgebracht.” De opbrengt van het liedje ‘Longen Vol’ maakt hij over naar VluchtelingenWerk Nederland. “Gewoon om iets terug te geven. Soms moet je nemen, soms geven.”

Trompet
Amini geeft als personage weer hoe hij in zijn jonge jaren eigenhandig armoede bestreed door Roberto Carlos-kaftpapier cadeau te doen aan een schooljongen. Het wordt hem duidelijk gemaakt dat je zoiets omzichtig moet doen, anders meent de ontvanger dat hij aldoor dank verschuldigd blijft. In een paar pennenstreken schetst hij zo hoe machtsverhoudingen inwerken op gedrag.

En passant ontstaat een soort van ‘coming of age’. Tot het moment dat hij zijn woorden richt tot ‘mijn kleine jongen’. Door schimmenspel dat op het videoscherm geprojecteerd is, zien we dat het om een manneke gaat met een trompet in de hand. Aan het einde ligt de trompet in de branding, een verwijzing naar Alan Kurdi, het ‘aangespoelde jongetje’. Dat hield hem nachtenlang uit zijn slaap. Waarom hij wel en zij allemaal niet?

Het mooie is dat het geheel nooit ontaardt in pathetisch aandoend melodrama, maar dat hij zijn vertelling gedoseerd en met veel gevoel voor verhouding tussen ernst en luim weet te brengen.  Als ‘rhymende’ rapper steekt hij met zijn expressieve stem, door de verrukkelijk-verrassende elektronisch-futuristische muziekklanken en melodielijnen, en het ongecompliceerde taalgebruik het huidige Nederlandse rappersgilde keihard de loef af.

Een openbaring.

Als geëngageerd kunstenaar laat de actualiteit hem niet los. Neem de Iran-deal. “Ik ben bang voor het lot van het Iraanse volk. Ik heb er nog steeds veel familie wonen. Kijk naar Irak, Afghanistan, Syrië… Ik hou mijn hart vast voor wat er kan gebeuren.”

Saman Amini: Samenloop van omstandigheden. Een coproductie van Paradiso Melkweg Productiehuis en Black Sheep Can Fly. Te zien op dinsdag 22 mei 2018 in Theater aan het Spui.

 

Advertenties

Zomertheater in de open lucht

Zuiderparktheater stroomt vol in 2018

Het kan weer: de zomer vieren en je onderdompelen in kunst en vertier. Rosénippend, of bierbommelend de bloemetjes buiten begroeten.

Zomeravonden zijn er soms zó helder dat je de sterren kunt aanraken. Marijke Reuvers, directeur van het Zuiderparktheater, kijkt alvast uit naar vrijdag 10 augustus. Rond die tijd scheert elke zomer de Perseïden-meteorenzwerm langs de hemel: een wolk stofdeeltjes achtergelaten door komeet Swift-Tuttle.

Kans op vallende sterren dus – en zodra je er eentje ziet mag je een met een gerust hart een wens uitspreken. “En dan onder die sterrenhemel relaxed luisteren naar de zachtaardige muziek van popband Loco / Motive,” glimt Reuvers, “met daarbij een futuristische cocktail in de hand terwijl je het theatercollege ondergaat van Ernst Molenaar over het ontstaan van deze Perseïden-zwerm en over andere vreemde zaken in ons zonnestelsel.”

Nog is dat die avond niet alles want vervolgens kun je in een zwart gat wegzinken bij de epische science fiction-film 2010: The Year We Make Contact, het vervolg op 2001: A Space Odysee.

De ‘oude’ Grieken hielden in het jaargetijde van de goudgele zomerzon, al was dat wel dik 2500 jaar geleden, al grondig huis met hun dionysische theaterfeesten. Al is het eeuwen later, ook in Nederland bloeien de zomerfestivals. Den Haag heeft voor dit doel zelfs een heus buitentheater laten bouwen, in het ruim opgezette plantsoen dat architect Berlage daartoe in 1908 uittekende: het Zuiderpark.

“Drie jaar geleden hebben we een doorstart kunnen maken,” vertelt Reuvers. “We zijn sindsdien erg gegroeid, vorig jaar hadden we met 16.000 bezoeken driehonderd procent meer aan kaartverkoop dan in het heropeningsjaar. Ik zie kansen liggen om verder door te groeien, bijvoorbeeld door het voorseizoen meer te gaan benutten.”

Ook kijkt ze, nu al, bevallig richting wintertijd. “Onze kerstproductie Scrooge was een hartverwarmend succes. Komende winter gaan we Vivaldi Code Rood brengen. In ieder geval kunnen we tot zeker 2020 buiten blijven spelen, zoveel is zeker.”

Het Zuiderparktheater is een podium in de open lucht voor (kinder)theater, cabaret, muziek en allerhande festivals, maar er zijn ook fietstochtjes (sculpturenroute) en een roofvogeldemonstratie. De speelplaats voor jong en oud is op stoom gekomen. Dit jaar zijn er, evenals vorig jaar, zo’n honderd verschillende activiteiten.

Een greep: Spinvis, Pink Floyd would-be’s, Yes-R, en een ‘Summer of Laugh’ in samenwerking met Diligentia, met onder meer Yentl & de Boer, en met Sjaak Bral die op de openingsavond als ‘host’ optreedt.

Reuvers: “Zelf houd ik erg van het The Hague African Festival. Het heeft een jubileum te vieren, want het bestaat tien jaar.” Medio juli wordt het muzikaal gevierd met optredens van onder meer de reggaekoningen van SoulDia (Senegal), percussiemeester Oké Sene (Senegal), funaná met Tabanka (Kaapverdië), de Refugee All Stars (Sierra Leone), de Kameroens-Nederlandse zangeres Ntjam Rosie (Kameroen), de Ghanese Wiyaala (Ghana) en Amartey, fakkeldrager van de AfroPop-sound in Nederland. Reuvers: “De editie van dit jaar is groter dan voorheen, want er is ook een uitgebreide marktplaats.”

Heerekrintjes!, zo lieten Nederlandse volkspoppenspelers hun draad-, stang-, stokpoppen of marionetten in de negentiende eeuw regelmatig ontvallen als ze optraden bij de toenmalige Haagse kak omdat ze er verplicht een parlementair taalgebruik op na moesten houden. In het Zuiderparktheater staat deze verbasterde vloek voor een ‘volkspoppenfestival’.

Reuvers: “We vinden het jammer dat de poppenkast uit Nederland lijkt te verdwijnen. We willen de traditie nieuw leven inblazen door traditionele poppentheatervormen uit uiteenlopende landen en culturen samen te brengen.” Dat gaat van Jan Klaassen, Punch & Judy en Pulcinella tot Japanse bunraku. Het Zuiderparktheater programmeert die dag gerenommeerde makers uit binnen- en buitenland naast jonge makers uit Den Haag.

“En je kunt zaterdag 18 augustus ook je eigen poppenkastfiguur maken, waarmee je in je eigen poppenkast kunt spelen. Ook is er een optocht met reuzenpoppen door het park.”

Er is ook aandacht voor klassieke muziek, onder meer met het Residentie Orkest (Symphony in the Park) en het Sweelinckorkest, zeventig enthousiaste en bevlogen studenten van Amsterdamse universiteiten en hogescholen die instrumentale delen van de veertien uur tellende score uit Wagners monumentale Ring spelen.

Leven als verkaaste Marokkaan

Vier Marrokkaans-Nederlandse actrices in Melk & Dadels

Op een bedje van humor en ernst dienen vier Marokkaans-Nederlandse actrices een zelfbewust inkijkje op in hun dubbele culturele bagage. Een bekend kookboek diende als fond voor Melk & Dadels.

In Marokko begint elke maaltijd met vrienden en familie met het aanbieden van de mogelijkheid de handen te wassen. Geen overbodige luxe als je alles met de (rechter)hand uit een gezamenlijke schaal eet. Eet smakelijk is ‘bismillah’. Genoeg gegeten? Dan zeg je ‘hamdoulilah’. Voor de voorstelling‘Melk & Dadels dient het kookboek van het jaar 2014 Melk & Dadels – 100 geheime recepten van Marokkaanse moeders als basisingrediënt. De lievelingsgerechten van twintig Marokkaanse moeders en hun kinderen worden erin opgedist en persoonlijke verhalen worden afgewisseld met hun eigen recepten.

De voorstelling mag dan geïnspireerd zijn op het kookboek, zegt actrice en zangeres Kyra Bououargane uit de cast van Melk & Dadels, “maar daar zie je in de voorstelling niet veel van terug. Het zijn nieuwe verhalen van de nieuwe generatie.”  Daarbij worden heilige huisjes niet gespaard, al gaat het boek vooral over ‘soul food’, zoals ‘tachnift’ (Marokkaans brood gebakken in een gietijzeren koekenpan), ‘baghrir’ (Marokkaanse pannenkoeken) of ‘ka’bghzal’ (gazellehoorntjes). “Maar ik had juist een vader die kookte,” lacht ze. “Hij maakte graag een mengelmoesje, gooide alles door elkaar. Mijn lievelingsgerecht? Da’s toch tajine met kip.”

Na het geruchtmakende Nobody Home en een spraakmakende Othello maakt regisseur Daria Bukvić Melk & Dadels. De voorstelling geeft een onverbloemde en onvermoede kijk in de achterkamers van de Marokkaanse keuken, met vier jonge, en krachtige Marokkaans-Nederlandse actrices, zo bleek al uit voorvertoningen op de avond ‘Marokkanen zijn HOT’ in de Koninklijke Schouwburg. Het zijn meiden die stuk voor stuk stevig in hun schoenen staan en geen blad voor de mond wensen te nemen. Hun verhalen zijn hard en duidelijk als het gaat om de pijn die ze soms hebben te verdragen, en zacht en kwetsbaar over de vreugde en de rijkdom die een dubbele culturele achtergrond ook oplevert.

Is er een blauwdruk van ‘de’ Marokkaan? Je hebt de Gucci-Marokkaan, de inshallah-Marokkaan, de verkaaste Marokkaan, de ‘family-first-Marokkaan’.

In Melk & Dadels passeren tien van zulke ‘oer’types de revue. “Haha, nou eigenlijk herken ik me in geen van die archetypes,” zegt Kyra. “Maar als ik móét kiezen zal ik door mensen wel als de verkaaste Marokkaan gezien worden. Want mijn moeder is Nederlandse en ik heb dus een Marokkaanse vader.”

Maar, zo legt ze uit, dergelijke stereotyperingen zijn altijd afkomstig van anderen. “De voorstelling gaat er juist over dat wij, tweede generatie, individuen zijn. We hebben ieder ons eigen verhaal. Er is geen eendimensionaal plaatje te geven, dat idee willen we juist omver werpen. Er zijn vele gezichten. En wij hebben ieder ons eigen gezicht. En onze eigen dromen.”

In de voorstelling komen onderwerpen aan bod als discriminatie, de liefde en verboden woorden, maar ook de plaats die eten inneemt in de Marokkaanse cultuur. “Ook neemt ieder van ons de eigen ouders onder de loep. En omdat we vier vrouwen zijn komt het perspectief van de vrouw vanzelf om de hoek kijken.”

Vier actrices plus een vrouwelijke regisseur – maar uitgerekend een man tekende voor de tekst, ex-parlementariër Tofik Dibi, bekend van de autobiografie DJINN, waarin hij publiekelijk uit de kast kwam.

Kyra: “Tofik heeft research gedaan en veel tekst geschreven, maar een groot deel is ook door onszelf aangedragen. Zo hebben we die uitgebreid met persoonlijke noten, aangedragen tijdens de repetities. Ikzelf vertel over de eerste ontmoeting tussen mijn vader en mijn moeder. Van mij komt ook een scène waarin ik mijn frustratie de vrije loop laat over de drang om alles in hokjes te duwen. Want ik ben zowel Jip & Janneke als couscous. Ik vind het een rijkdom om uit de hand van twee culturen te kunnen eten.”

Ter inspiratie reisde het artistieke team een jaar geleden naar Marrakesh. “Daar hebben we elkaar het hemd van het lijf gevraagd.” Onder leiding van Bukvic, Nederlandse met Bosnische en Kroatische wortels, hebben ze veel verschillen ontdekt, maar ook overeenkomsten gevonden. “Tenminste een van onze ouders heeft een migratieachtergrond. Dat gegeven bindt.”

Melk & Dadels van Rose Stories & Daria Bukvić in alliantie met Het Nationale Theater. Met: Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua El Akchaoui, Khadija El Kharraz Alami. In de Koninklijke Schouwburg van vrijdag 11 tot en met zondag 13 mei 2018. Aldaar ook in seizoen 2018-2019.

“Dit is nog maar een begin”

Nieuwe theaterbroedplaats in Den Haag van start

Bureau Dégradé is de naam van een nieuwe broedplaats voor experimenteel theater. Op 1 juni gaat het officieel van start met de kunstmanifestatie ‘DNALYSATNAF’. De jonge kunstinstelling neemt hiermee definitief haar intrek in de voormalige ‘Appelloods’ aan de Laan van Poot.

De initiatiefnemers, theatermakers David Geysen en Carl Beukman, zijn ook de oprichters van theatergezelschap Label Dégradé, dat de voorbije jaren al enkele voorstellingen uitbracht. Het tweetal was eerder actief bij Toneelgroep De Appel. Vorig jaar september kreeg Dégradé 10.000 euro ‘waarderingssubsidie’ van wethouder Wijsmuller (HSP) van Cultuur voor het optuigen van de loods. De broedplaats in de voormalige ‘Appelloods’, momenteel deels ook in gebruik bij theaterschool Rabarber, moet volgens beide oprichters de komende jaren uitgroeien tot een presentatieplek voor en door kunstenaars en anderen die er kunstzinnige ‘verkenningen’ willen doen. Jaarlijks moet dat uitmonden in ongeveer drie ‘multidisciplinaire’ presentaties. “Het is de bedoeling om uiteenlopende makers hier te laten experimenteren, een eerste schets te laten maken. Dat kunnen theatermakers zijn, maar net zo goed wetenschappers of mensen uit deze buurt. Wie een goed plan heeft mag bij ons aankloppen.” Daarnaast is Bureau Dégradé de vaste plek voor de try-outs van de voorstellingen van theatergroep Label Dégradé.

Bureau Dégradé houdt haar ruimte ten doop met de kunstmanifestatie DNALYSATNAF,’een mengsel van voorstellingen, manifestaties, muzikale acts, exposities en debat’. Op de openingsdagen op zaterdag 2 en zondag 3 juni kan iedereen langskomen om kennis te maken. Er zijn exposities en presentaties van buurtbewoners en ‘Ted Talks’ met als sprekers onder meer Boris van der Ham, Ingrid Rollema Renate van der Zee en David Middendorp. Zij spreken over begrippen als dromen, fantasie en verbeelding. Beeldend kunstenaars Mattia Papp, Teun Wolters en Joris Albeda maken in het openingsweekeinde de 24 uurs-performance Diptiek van het Geloof. Geysen: “Dat is de eerste schets die wij ontwikkelen. Wij verbinden verschillende kunstenaars met elkaar tot een multidisciplinaire podiumkunst.’

Verderop in de maand is er dan onder meer de ‘theatertriptiek van de macht’, een marathon met de eerder uitgebrachte Label Dégradé-voorstellingen Motel Detroit (over de VS), Polonium 210 (over Rusland) en België (over Europa) op een rij. Drie voorstellingen over een kantelende (wereld)orde, de langzame degradatie van drie grootmachten. “De drie voorstellingen worden beide avonden achter elkaar gespeeld.” Ook dit triptiek wordt voorzien van een begeleidend programma. Als gasten treden historicus en Europa-kenner Thomas von der Dunk. Amerika-watcher Willem post en Rusland-kenner Pieter Waterdrinker aan. “Na dit drieluik over politieke wereldmachten gaan we ons de komende jaren richten op voorstellingen, beter gezegd: extreem beeldend geluidstheater, eentje rond de kunststroming Bauhaus, een andere rond de Amerikaanse zangeres en popicoon Janis Joplin, en nog daarna gaan we Dante Alighieri’s ‘La Divinia Comedia’ op de planken brengen.”

Momenteel wordt het voorste deel van de loods flink onder handen genomen. Voorin is een kantoorruimte gemaakt en in de voormalige repetitieruimte is een vaste tussenwand verrezen . “Die ruimte wordt nog mooi opgetuigd met een bar en theatervoorzieningen.”

Dégrade ontstond in 2015 toen Geysen en Beukman samen iets theatraals naast hun werk voor Toneelgroep De Appel wilden doen. Sinds vorig jaar zijn ze in touw om de Appelloods in te lijven. Vanaf deze lente gaat dat dus definitief gebeuren. Voorlopig is het toekomstbestendig maken hun grootste zorg. “Dit is nog maar een begin. De komende jaren moeten we ons verder ontwikkelen.” Moeten ze nu nog per project een subsidieaanvraag doen, straks moet dat eenvoudiger. “We doen nu veel papierwerk. Daarom hopen we in 2020 op meerjarige subsidie door opgenomen te worden in het Kunstenplan van Den Haag.”

Bureau Dégradé. Openingsmaand begin juni 2018. Meer informatie: degrade.nl.

Hernieuwde vuurdoop voor Simon Stevin’s ‘Wintwagen’

In 1602 racete een windwagen van Scheveningen naar Petten. De Formule 1 in de Gouden Eeuw!

Eigenlijk je reinste ‘rocket science’. Stevins revolutionaire zeepkist, zijn ‘wintwagen’, een monstrueuze zeilwagen met houten wielen, staat in februari van het jaar 1602 op het strand. Aan boord zijn 27 binnenlandse en buitenlandse doorluchtige aristocraten, diplomaten ook, onder wie Hugo de Groot. Maurits, Prins van Oranje, wil met de zeilwagen de blits maken. Dat lukt: De honderd kilometer vloedlijn van Scheveningen naar Petten wordt in twee uur doorkliefd, omgerekend een supersonische veertig à vijftig kilometer per uur. In al zijn glorie deed Maurits tijdens het proefritje zelf dienst als stuurman.

In eerste instantie was ontwerper/bedenker Simon Stevin zelf niet enthousiast over zijn zeilwagen; bij verandering van wind liep de zeilwagen soms in zee en dan lag het gevaar op de loer dat je met man en muis kon vergaan, meermalen kwamen vorstelijke personen in zee terecht.

Het moment van vertrek is vereeuwigd in gravures. “Ook zijn er ooggetuigenverklaringen bewaard gebleven,” vertelt Muzee-directeur Paul de Kievit.

Ter gelegenheid van tweehonderd jaar badplaats Scheveningen is de historische zeilwagen nagebouwd. De replica – tweeduizend kilo zwaar, zeven meter lang, 3,25 meter breed, masthoogte: zeven meter – is in een jaar tijd gebouwd door zeven leerlingen van ROC Mondriaan met hulp van deskundige vrijwilligers. John van der Bruggen van de stichting Behoud Schevenings Erfgoed: “De wagen  is eigenlijk een terugblik naar het verleden, gericht op de toekomst. Het idee was ermee een tijdlijn in te zetten, te beginnen met de ouwe pikbroek tot aan de IT’er die hightech schepen ontwerpt van koolstofvezel en titanium.” Lachend: “De zeilwagen zou gelanceerd moeten worden om achter de Tesla door de ruimte te vliegen.” Vooralsnog ziet het daar niet naar uit, want de replica komt over een tijdje te staan op het voorpleintje van Muzee. “In ons museum hebben we van de wagen een schaalmodel staan.”

Historisch
Het project, een initiatief van Jachtclub Scheveningen, stichting Behoud Schevenings Erfgoed en Muzee Scheveningen wordt op zaterdag 12 mei van dit jaar officieel op het Scheveningse zandstrand ten doop gehouden – al gaat dat niet gepaard met een fles champagne die tegen de romp uiteen knalt en, uit veiligheidsoverwegingen, zonder dat de wagen daadwerkelijk gaat windzeilen.

De festiviteit gaat gepaard met een historisch feest waar 150 vrijwilligers aan meedoen. Het historische decor dat wordt opgetrokken bestaat uit badkoetsen, houten tonnen en badtentjes, en aantallen figuranten die verkleed gaan als badmeester en badgasten. Terwijl kinderen zandkastelen bouwen, de gegoede Haagse burgerij in kledij uit anno 1900 flaneert, zijn even verderop ambachtslieden (haringventers, schelpenvissers) bezig.

Onder dat feestgedruis heffen Scheveningse zangkoren het speciaal voor de gelegenheid gecomponeerde ‘Zeilwagenlied’ aan.

Gouden eeuw
Met wereldwijd toonaangevende staats- en krijgsmannen, schilders, architecten en poëten maakten wat toen de Zeven Provinciën heette in de zeventiende eeuw een bloeiperiode door.

De bestuurseenheid bracht ook gezaghebbende wetenschappers voort: Huygens, De Groot, Leeghwater en Stevin (1548-1620). De laatste was wis- en natuurkundige maar ook privéleraar en (militair) adviseur van prins Maurits. Hij schreef wetenschappelijke verhandelingen over de sterrenkunde en de zeevaart. Hij vond het decimale stelsel voor breuken uit en gaf de vestingbouw een wiskundige grondslag. Maar de Bruggenaar was ook taalvernieuwer. Van hem komen onder meer de woorden wiskunde, meetkunde, evenwijdig en evenredig.

‘De bezemkast is net zo spannend’

Sjaak Bral en Javier Guzman openen ‘The Backstage Comedy Tour’

In de Koninklijke Schouwburg doen ‘headliners’ Sjaak Bral en Javier Guzman de aftrap voor een gloednieuwe landelijke initiatief: The Backstage Comedy Tour.

Tien cabaretiers die op tien opvallende locaties in schouwburgen in het land ieder een voordracht, act of voorstelling-in-een-notendop doen van om en bij twintig minuten max. Het zijn kleine, ludieke ‘amuses’ die beetgaar opgediend worden op verrassende plekken in de theaters waar The Backstage Comedy Tour aanlegt. Want de coulissen, de kleedkamers, het zijtoneel, de werkplaats en de kantoren zijn van zulke hoekjes en gaatjes in het theater die doorgaans aan het oog onttrokken blijven.

Het publiek maakt ‘backstage’ op de benenwagen en in groepjes opgedeeld een onvermoede tocht langs zulke plekken. Op premièrelocatie de Koninklijke Schouwburg (KS), zijn er ‘ludiekjes’ in enkele foyers en in het gebied rondom het achtertoneel. Het plenaire slotakkoord vindt plaats in de grote zaal.

In iedere stad zorgt een ‘local hero’ voor extra sjeu. In Den Haag is dat Sjaak Bral. “De KS is natuurlijk een machtig mooie plek,” oreert Bral als geen ander, “ik heb er zelf vaak opgetreden. Gemarineerd in de theatergeschiedenis, al is voor mijn cabaretcarrière Theater Diligentia van grotere betekenis.”

Wat hij gaat doen in ‘The Backstage Comedy’? Heel precies weet hij dat nog niet. “Maar er zijn zoveel verhalen te vertellen, alleen al van acteurs en artiesten die op het moment suprême de weg naar het podium van het ene op het andere moment plotsklaps niet meer wisten te vinden. Uit de eerste hand. Voorbeeld? Remco Campert. Die hebben we eens een keer in het souterrain teruggevonden.”

Het ligt, zegt Bral, dan ook voor de hand om te putten uit roemrijke verhalen en anekdotes uit het backstage-verleden van de KS. “Op welke plek ik dat ga doen weet ik nu nog niet. De bezemkast vind ik net zo spannend als de portierswoning die er ooit op de bovenverdieping was.”

Bral schudt momenteel flink aan de boom. Naast zijn column in het AD heeft hij sinds kort zijn eigen lunchshow ‘Broodje Bral’ bij Radio West, houdt hij in de zomer huis in het Zuiderparktheater waar hij drie ‘Comedy Nights’ als ‘host’ aaneen grapt in een Summer of Laughs, en is hij als klap op de vuurpijl bezig met het maken van de opera Scheveningse Kuren die hij met het Residentie Orkest en Kwekers in de Kunst aan het voorbereiden is. “Dat is ter gelegenheid van 200 jaar badplaats”.

Keten
Javier Guzman staat aan de wieg van dit nieuwe cabaretconcept. Persoonlijk kijkt hij erg uit naar de laad- en losruimte als speelplek, maar hij tekent in de KS ook voor de plenaire slotakte in de bonbonnière. “Het moet een soort ‘keten’ zijn, gein maken, uit de band springen. Locatietheater waar je lol gaat maken en beleven.” Er zijn in Nederland zo vele mooie theaters, vindt hij. “En de KS is echt een plaatje, voor mij behoort die tot de top 5. Vergeet niet dat een godheid als Wim Kan er kind aan huis was.”

Stand-upper Kim Schuddeboom is er eentje van de jonge generatie cabaretiers die aansluit in de line-up van ‘The Backstage Comedy Tour’. “Nee, ik ken de KS niet, ben er nooit geweest. Maar wel gaaf dat we daar staan natuurlijk. Nog mooier dat het om onvermoede plekken als podium gaat, dat is voor ons als cabaretiers een uitdaging en voor het publiek extra leuk. Je krijgt een andere dynamiek, je moet anders met het publiek omgaan – en zij ook met jou. Ik ga in ieder geval iets doen dat dicht bij mezelf ligt. Wat dat is? Dat ga ik niet verklappen.”

‘The Backstage Comedy Tour’, woensdag 9 mei 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Met naast Bral, Guzman en Schuddeboom ook Thijs van de Meeberg, Victor Luis van Es, Jim Speelmans, Grof Geschud, Fabian Franciscus en Emiel van der Logt.