Gezocht: aandacht

Soul searchin’ door choreografen Meyer-Chaffaud

Performers zonder publiek? Publiek zonder performers? Woestijnvissen!  Choreografenduo Meyer-Chaffaud maakt het vierluik Soul en confronteert publiek en performer lijfelijk met elkaar.

Exhibitionisten? Aliens? Intermediairs? Openbaar kunstbezit? Lichaamstovenaars? Of gewoon mensen van vlees en bloed? Wat gaat er om in het hoofd van een danser?

In Soul #2 Performers is de danser van zijn voetstuk van ongenaakbaarheid gehaald, uit zijn ivoren toren afgedaald; en, andersom, het publiek tijdelijk ontheven van haar versteende rol als observant, verheven tot co-creator zelfs. ‘U beschikt over een geweldige zittechniek’ zegt een van de performers. Domweg blijven zitten op je stoel is dan eigenlijk geen optie meer.

‘Bij veel eigentijdse dansvoorstellingen rijst de vraag wat het allemaal betekent, wat we ermee moeten. In de meeste gevallen leiden die vragen niet tot bijster veel antwoorden, zodat we op een gegeven moment besluiten vooral te genieten van de performance, van de bewegingen, van de visuele effecten, de muziek – maar geven geen aandacht aan de knagende vragen op de achtergrond die ons vervolgens verwijten dat we het werk onrecht doen – en zo weer een kans op diepgaande kunstzinnige beleving mislopen.’

Aldus schrijver en publicist Christiaan Weijts in het boekje Aanraken a.u.b. over zijn ontmoeting met de Duitse kunstfilosoof Christophe Menke.

Waarom dans je, wat bezielt je als je en public danst, wat beweegt je, wat zijn de gedachten als je aan het dansen bent? Isabelle Chaffaud: ‘We leggen graag de menselijke ziel bloot. Een danser put zich uit voor het publiek dat voor hem of haar zit, in een magisch spel van tijd, ruimte en emoties. Hoe je je zelf ook voelt, je móet performen, je moet hoe dan ook op.’

Soul#2 Performers. Een ervaringsverslag. De zaalopstelling: een carré. Feitelijk een vlakkevloertheater, zo’n tien bij tien meter. Vóór de vier omsluitende wanden staat een dubbele rij stoelen. Op de vloer: zes performers. Claire. Opeens staat ze voor me, steekt haar hand naar me uit, nodigt me uit met haar de toneelvloer op te gaan. En plein public. Naar mij, de in beton gegoten observator! En daar staan we dan tegenover elkaar, de armen gespreid, handen in elkaars handen. Dan strekt ze haar armen, werpt haardos, schouders en hoofd achterover, gelaat naar de hemel gericht. Even lijkt het of ze zweeft. Et Dieu crea la femme, schiet door mijn hoofd.

Zweven doe ik zelf intussen ook, vanbinnen. Eventjes later drukt ze het hoofd met het linkeroor stevig tegen mijn linkerborst. Hartslag. Ik zie mezelf gevleid in een intieme omhelzing. Dan mag ik van haar weer plaatsnemen op mijn stoel.

Een zinsbegoochelende ervaring. Ook al omdat en passant de ‘vierde wand’ in rook is opgegaan en de dansers in Soul letterlijk ‘op je huid’ zitten.

In het de komende jaren te completeren vierluik Soul lichten de choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud de doopceel van publiek én danser. Op zoek naar de ware aard achter performer en publiek sloopt het choreografenduo de denkbeeldige grens tussen danspodium en toekijker.

Hier maken de toeschouwers in persoon deel uit van de choreografie, en aldus van de voorstelling. In het cabaret usance, vooral als je op de eerste rij plaatsneemt ben je algauw de sigaar, in het dansveld is het uniek, zelfs ‘not done’.

Wat zet een performer in beweging, wat beweegt hem om voor een choreograaf en uit naam van dat ‘hogere’ als ‘de kunsten’ dag in dag uit steeds weer tot het uiterste te gaan en de eigen grenzen voortdurend te verleggen? Is toekijken in het theater een intrinsiek actieve of passieve rol? Waarom doen ze allebei wat ze doen?

Ondertussen vallen in Soul #2 Performers grote woorden over creatie, in het moment zijn, over vrijheid, over ‘blondes have more fun’, over dans als obsessie, als een beweging tussen hemel en aarde, als een medium.

Publiek en performer, een twee-eenheid. Onderzochten choreografen Isabelle Chaffaud en Jerôme Meyer in hun eerdere voorstelling Soul#1 Audience met name (de rol van) het publiek, in deze #2 gaat het vooral om de mens achter, de binnenwereld van de danser. Maar de danser kun je hier niet los zien van het publiek, noch andersom.

Zoals Mulisch in Voer voor psychologen al stelde: ‘Niet de schrijver [lees: choreograaf] maar de lezer [toeschouwer] moet fantasie hebben […] Een artistiek werkstuk wordt het pas door het talent van de lezer.’

Al bij het betreden van de zaal hadden de bezoekers zich op verzoek rond een van de zes performers geschaard, en die leidde hen daarna rond over de speelvloer, liefst met de ogen dicht. Patronen volgen, geïmproviseerde groepssculpturen. Een gevoel van intimiteit wordt opgebouwd en dat wordt versterkt wanneer de performers even later direct oogcontact zoeken met de bezoekers die hen omringen. Indringend moment, temeer daar de voorstelling zich vlak voor je ogen ontrolt. Je zit op huid van de dansers, voelt ze ademen.

Alleen daardoor al is de beleving geheel anders dan de waarneming vanuit het pluche comfort van de theaterstoel. De zaal als parallel universum: de danser vertolkt zijn eigen rol maar het publiek ook, al doet zij dat soms zonder er zelf erg in te hebben. Interactie, het ene publiek is het andere niet, en de ene avond is de andere niet. Het publiek doet alsof het zelf niet bestaat. Maar dat bestaat dus niet.

In Soul#2 Performers worden intussen pareltjes aaneengeregen! In een mix van moderne dans, performance en circus – er is zelfs een duet tussen een danser en een trapezewerker die laag boven de vloer hangend haar acrobatische kunsten vertoont – zijn er prachtige staaltjes te bewonderen, in een ‘bewegingstaal’ die zich moeilijk in woorden laat vatten, door dansers die stuk voor stuk laten zien over persoonlijkheid te beschikken.

Meyer-Chaffaud: Soul #2 Performers. Tournee van eind september tot en met medio oktober 2018. Meer informatie: Meyer-chaffaud.com.

Advertenties

Stormachtig tranendal

Internationale hit Scènes uit een huwelijk in Den Haag

Met Scènes uit een huwelijk rijgt Internationaal Theater Amsterdam (ITA), voorheen Toneelgroep Amsterdam, sedert de première in 2005 nationaal en internationaal successen aaneen. Actrice Celia Nufaar van het hoofdstedelijke toneelgezelschap maakt sinds het begin deel uit van de cast.

Ook na tien jaar huwelijk is het leven van Marianne en Johan nog altijd een echtelijke idylle. Allebei een goede baan, twee dochtertjes, een mooie woning en een buitenhuisje – en financieel gaat het ze voor de wind. “Het begon met de derde scène,” schrijft regisseur Ingmar Bergman in de toelichting op ‘Scènes uit een huwelijk’.’

“Ik was van plan om een toneelstuk te schrijven over een man die thuiskomt en aan zijn nietsvermoedende echtgenote meedeelt dat hij hun goede huwelijk wil verbreken om er vandoor te gaan met een andere vrouw. Opeens vroeg ik me af hoe ze het daarvóór gehad hadden. En begon ik te speculeren over wat er naderhand met ze zou gebeuren.”

Ocharme Johan en Marianne. Kanonnenvoer voor Bergmans pennetje.

Want getrouwd – maar ook beurtelings bangelijk, blij, zelfzuchtig, dom, aardig, verstandig, opofferingsgezind, toegewijd, boosaardig, mild, sentimenteel, onuitstaanbaar en beminnelijk. En dat alles uitgesmeerd over zes taferelen die twintig jaar uit het leven van de fictieve Johan en Marianne beslaan. Twee decennia van gelukkig huwelijk, ontrouw, een uit elkaar gaan, weerzien, een pijnlijke scheiding tot wederkomst na jaren van vertwijfeling en het daaropvolgende wederzijds ongelukkige hertrouwen.

Wat begint als een hel, verandert in een zoektocht naar onvoorwaardelijke en belangeloze liefde vol scherpe en psychologisch ingeleefde dialogen. Bergman putte daartoe uit zijn eigen ervaring van bijna dertig jaar huwelijk en vijf echtgenotes: “Het kostte drie maanden om deze scènes te schrijven maar een tamelijk groot deel van mijn leven om ze te ervaren.”

Tijdreis
‘Scènes uit een huwelijk’ is, allereerst, een beroemde film – met onder meer Liv Ullmann en Bibi Anderson. ITA speelt ‘Scènes uit een huwelijk’ sinds het seizoen 2004-2005. Het is daarmee een van de langstlopende producties van het gezelschap. Nog steeds stroomt, ook wereldwijd, het publiek toe want er wordt nog altijd internationaal getoerd. In deze ontleding van het huwelijk wordt het stel Johan en Marianne gespeeld door drie acteurskoppels van verschillende leeftijden.

De voorstelling volgt hen in drie verschillende fasen van hun huwelijksleven. De toeschouwer is zo getuige van hun verleden, heden en toekomst, als was het een tijdreis door hun huwelijk.

De setting is een bijzondere. Jan Versweyveld, vaste scenograaf van regisseur Ivo van Hove, stelde op het podium drie gescheiden kamers op waarlangs het publiek zich gedurende de voorstelling, per scène, verplaatst. De twee hoofdrolspelers Johan en Marianne worden simultaan gespeeld door drie acteurskoppels. Ondertussen hoor je uit die twee aanpalende ruimtes stemmen opklinken, en doorkijkluikjes bieden zicht op hetgeen zich daar afspeelt.

Oercast
Celia Nufaar (1937) maakt deel uit van de ‘oercast’. In 2005 kreeg ze de acteerprijs voor beste bijdragende rol. Ook anno 2018 maakt ze nog altijd deel uit van de bezetting. “Eerst was er een reprise na vier jaar, na tien jaar – en nu dus opnieuw.

“Nooit gedacht dat ik dit stuk nog altijd zou spelen,” reageert de gelauwerde actrice. “In de loop der jaren heb ik zogezegd verschillende ‘dochters’ gehad,” vertelt ze. “Er zijn andere tegenspelers dan dertien jaar geleden, want de cast is mettertijd veranderd. Omdat iedere acteur een rol op zijn eigen manier inkleurt blijft het voor mij leuk en spannend om dit te spelen. Ik speel in dit stuk twee rollen: de moeder van Marianne en die van een cliënte van Marianne, die advocaat is. Als moeder kijk ik door de ogen van Marianne, schets het vooruitzicht dat zij in het verschiet ziet. Als cliënte kom ik bij Marianne mijn eigen echtscheiding regelen.”

De setting heeft haar in de beginperiode parten gespeeld. “Ik vond het eerst griezelig met publiek dat bij wijze van spreken bij je op schoot zit. Daar heb ik aan moeten wennen. Daarbij doorbreek ik geregeld ook nog eens de ‘vierde wand’; richt me soms dus rechtstreeks tot het publiek. Het is steeds weer spannend hoe mensen daarop reageren. De een kijkt weg, vindt wat ik doe kennelijk confronterend; een andere blijft juist geïnteresseerd naar me kijken.”

Met bijna vier uur zuivere speeltijd en geregeld tournees op het programma vergt ‘Scènes uit een huwelijk’ een behoorlijke inspanning. “Ik ga door zolang het gaat,” zegt de nu 81-jarige Nufaar. “Zolang ik mijn tekst kan onthouden en op het toneel goed kan bewegen, vind ik het prachtig om dit te kunnen blijven doen.”

ITA: ‘Scènes uit een huwelijk’. Van donderdag 13 tot en met zaterdag 15 september 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: internationaaltheateramsterdam.nl. Tickets: hnt.nl.

Hypnotiserende woestijnblues

Malinees Mamadou Kelly bezoekt Korzo

Bedwelmende, betoverende nomadenmuziek uit West-Afrika. Musici die opgaan in hun instrumenten. De osmose tussen Mamadou Kelly en zijn bandleden is werkelijk voelbaar.

Woestijnblues. Het geluid van de Sahara. Land van Toearegs. Regenverwachting: praktisch nul. De bijbehorende knetterende droogte wordt slechts uiterst sporadisch doorbroken door een meestal mager, dan weer malser regenbuitje. Toen er in 1960 nieuwe grenzen werden getrokken en er nieuwe landen ontstonden (Mali, Niger, Algerije) botste dat met de vrije levensstijl van de Toeareg. Een gesloten grens betekende geen toegang tot water en dus een strop voor hun inkomsten.

Al die aspecten klinken in de zogeheten ‘Mali-blues’. Het is de muziek die aan de basis staat van Amerikaanse blues en bijvoorbeeld bluegrass. Het kan bijna niet anders of zanger / gitarist Mamadou Kelly moet zich daar, in de driehoek Sahel, Goundam en zijn geboorteplaats Niafunke, als een woestijnvis in het water voelen. Het hart van Mali’s Niger rivierdelta geldt als muzikaal epicentrum van de ‘desert blues’, met Ali Farka Touré, Vieux Farka Touré, Tinariwen en Bombino als de meest bekende ambassadeurs. Wat hen bindt is het vermogen om liedjes in klankkleuren en ritmen te vervatten die de geest bedwelmen, je denkbeeldig naar deze verre landen laten reizen.

Mamadou Kelly, een steunpilaar in de groep van de legendarische Ali Farka Touré, speelt ook een belangrijke rol in de band van Afel Bocoum, nog zo’n grootheid uit dezelfde streek. Gedrieën hebben zij de blauwdruk geschapen van de stijl die nu bekend is als woestijnblues. Kelly, begenadigd zanger, laat graag soepel en harmonieus zijn gitaar klinken, laat die melodieuze muzikale loops zingen.

Kelly staat met zijn vaste band Ban Kai Na nu zelf volop in het middelpunt. De groep creëert subtiele, wiegende en ronduit ‘groovy’ ritmes waarop het heerlijk dansen is.

Politiki
Mamadou Kelly heeft drie albums uit, waarvan ‘Politiki’ uit 2017 het meest recente is. Van Kelly’s kwartet op dat album verdienden de musici hun sporen in de begeleidingsbands van Ali Farka Touré en Afel Bocoum. Kelly en kornuiten zijn op ‘Politiki’ een geslaagde samenwerking aangegaan met Amerikaanse musici, onder wie dobro- en lapsteelgitariste Cindy Cashdollar. Samen doen ze een poging de ‘woestijnblues’ op te rekken. Het contrast tussen de Amerikaanse countryblues en de Malinese woestijnvariant wordt op ‘Politiki’ uitgebuit, resulteert in tijdloos klinkende muziek.

Kelly beschikt bovendien over een dwingend klinkend, maar tegelijk rustgevend, sonoor en bezwerend stemgeluid. Dat gebruikt hij voor het overbrengen van songteksten die doorleefd, oprecht en zonder opsmuk zijn. Soms lijken die politiek van karakter, al zijn ze zeker niet doordesemd van activisme. Ondertussen ruisen nieuwe geluidsgolven uit de Sahara langs. Staaltjes ‘steeldesertblues’ en kietelende kalebas-ritsels wisselen af met gejammer uit de djourkel, een eensnarige mandoline.

Ongewis
De situatie in het noorden van Mali is in politiek-religieuze zin stormachtig, de toekomst voor kunstenaars is er ongewis. Onder dwang van islamitische facties werden in 2012 openbare uitingen van kunst en cultuur verboden, waaronder een bekend muziekfestival. Nu en dan zijn er weliswaar tekenen van herstel. Prachtig dat de woestijn links de hoek om in alle vrijheid kan klinken.

Mamadou Kelly is op vrijdag 21 september te gast in Korzo theater. Bezetting: Mamadou Kelly: gitaar en zang; “Hama” Sankare: kalebas; “Youro” Cisse: djourkel; Baba Traoré: bas.

De mus als lustobject

‘Mussenlust’: hangplek voor gevederde vrienden

De mus als inspirator. In ‘Mussenlust’ zijn 50 gedichten van toonaangevende dichters en 150 tekeningen van Peter Vos bijeengebracht. Een lofzang. ‘De mus verdient een standbeeld, gehakt in woorden.’

‘Een diep besef van schuld overviel me toen ik rond dat levenloze lijfje een druk tjilpende mus heen en weer zag hippen. Kennelijk zijn partner,’ vertelde ‘mussenman’ Peter Müller bij die presentatie. De Haagse ‘gelegenheidsuitgever’ Peter Müller had net even daarvóór schuld bekend door een jeugdzonde op te biechten: hij had met een geladen luchtbuks met dodelijke precisie aangelegd en afgevuurd. Op een mus. Knaldood.

Zaterdag werd in het Literatuurmuseum de nieuwe, bibliofiele uitgave ‘Mussenlust’ gedoopt, een herziene en uitgebreide versie van een uitgave die in 2004 al eens het levenslicht zag bij dezelfde uitgever. Die steekt er (opnieuw) eigen geld in. De tekeningen van Peter Vos (1935-2010) vormen het hart van de uitgave. De mussen van de tekenaar zijn beroemd. Vos werd een nationale beroemdheid dankzij zijn ‘Beestenkwartet’ (1970) en ‘Sprookjes van de Lage landen’ (1972-1974). De jaszakken van Vos waren altijd gevuld met potloden en schetsboekjes. Hij kón niet anders dan tekenen.

‘Dichten is liegen op een hoger plan,’ zo zette Remco Campert in 1950 op papier, ‘van een mus een zwaluw maken’. ‘Mocht ie willen, die zwaluw,’ corrigeert Jean-Pierre Geelen de beroemde Vijftiger in zijn prachtige voorwoord bij ‘Mussenlust’. ‘De mus heeft het helemaal niet nodig om te worden opgetild tot zwaluwhoogte. Campert loog dan ook,’ gaat de in Den Haag woonachtige journalist en vrijetijdsvogelaar voort. En tapt voort uit zijn jeugdherinneringen: ‘Mussen moet je leren zien. Het heeft minstens de eerste tien jaar van mijn leven gekost. Dan bedoel ik: Zien, echt zien. Hij zat aan mijn voeten, onder de tuinstoel. Zondagmorgen in het lome zomerlicht, want in de jaren zeventig scheen altíjd de zon. Het gezin zat bijeen in de achtertuin van het slaapdorp, de mussen stopten je er onder met een dekentje van geluid. Moeder had iets voor bij de koffie gehaald, de mussen wisten hoe laat het was. Ze hipten met twintig, dertig om ons heen.’

De mus. Een brutale rakker in een schitterkleed van bruin. Müller: ‘Mussen zijn net mensen.’ Het beestje is een ‘cultuurvolger’: daar waar de mens opduikt is de mus nooit ver weg. In het kielzog van de mens heeft de mus de wereld aan zijn voetenpootjes gevonden. In Nederland laat ie zich praktisch overal zien, met gemak, zelfs tussen stoelen en tafels op drukbezochte horecaterrassen in de stad – al is dat veel minder het geval dan vroeger, door een voortdurend teruglopende stand van deze vogelfamilie.

De beroemdste ‘Passer domesticus’ van Nederland? Dat is, na Erasmus wellicht, welzeker de Dominomus. In 2005 vond zij een gewelddadige dood in Leeuwarden nadat zij even daarvoor 23.000 dominostenen schijnbaar achteloos tegen de vlakte had gegooid. De Dominomus is opgezet te zien in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

‘Wat dit boek tot een kleinood maakt,’ zegt Geelen, ‘is onder meer de uitvoering. Verschillende papiersoorten zijn gekozen voor de veelal niet eerder gepubliceerde tekeningen van Vos. Hij tekende in drie fasen: eerst niet-ingekleurde pentekeningen, dan een eerste streek aquarel, daarna de definitieve aquarelletjes. Door de verschillende papiersoorten (een soort overtrekpapier) liggen die drie versies exact over elkaar. Zo zie je dus zowel de drie tussenstadia als het eindresultaat. De tekeningen zijn overigens op ware grootte afgedrukt: het boek heeft exact het formaat gekregen van de schetsvellen van Vos.’

De tekeningen van Vos zijn omgeven met mussengedichten, geregeld vederlicht van toon. Er zijn mussenmonumentjes van Bernlef, Eijkelboom, Gerlach, Hanlo en Gezelle plus elf nieuwe, die speciaal voor dit boekwerk werden geschreven, onder wie Ingmar Heytze, Esther Jansma en Koos Meinderts. Een must voor vogelaar, boekenfanaat en liefhebbers van tekenkunst. Veel mooier hoe dan ook dan die dooie mus daar in Rotterdam. Een prachtboek.

‘Mussenlust’ is verkrijgbaar bij de boekhandel. Meer informatie: uitgeverijmuller.nl.

Humor als steekwapen

Diligentia en PePijn in 2018-2019

De complexe maatschappij relativeren, zelfs aanscherpen met de kracht van humor. Die ambitie koestert theatercombinatie Diligentia / PePijn.

Natuurlijk: het is ‘vanouds’ en zo ook in seizoen 2018-2019 lachen geblazen in Diligentia en PePijn, want nog altijd bij uitstek hét podium in Den Haag voor cabaret en verre omstreken. Zo heeft de theatercombinatie de zomervakantietijd pas zojuist afgesloten ‘on stage’ met de ‘Summer of Laugh’: schaterprogramma’s in eigen huis maar ook aan het strand en in de openlucht van het Zuiderparktheater.

“Nee, we geven geen papieren brochure meer uit. Online kan iedereen 24 uur per dag bij ons terecht,” legt woordvoerder Mariette van Solingen uit. “We kunnen daardoor nu ook onze programmering eventueel bijsturen aan de hand van actuele ontwikkelingen of vraag uit het publiek.”

Diligentia-PePijn maakt volgens Van Solingen een heuse ‘groeispurt’ door. “De oplevende economie helpt, maar vooral onze programmering werkt. De sporadische concurrentie van de Koninklijke Schouwburg en nu en dan het Zuiderstrandtheater op cabaretgebied zien we niet als problematisch. Sterker: we werken met ze samen, stellen ons publiek geregeld op de hoogte van hun cabaretaanbod.”

Op het programma van Diligentia / PePijn staan toppers (Youp, Pieter Derks, Vrijdag & Sandifort, Micha, Marc-Marie, Dolf, Lubach, Lebbis, Purper, Van Muiswinkel, Kroos, de Breij) zij aan zij naast local heroes (Bral, Règahs, Marco Lopes en Berit Companjen ) en talenten (Patrick Laureij, Alex Ploeg, Patrick Nederkoorn).

Er is volop kleinkunst (Yentl & de Boer, Matroesjka). En er zijn eigen producties die worden voortgezet, succesformules zoals de PePijn Comedy Club, Podium PeP en ‘Diligentia Specials’ zoals Fudge en Future Generation. Voor dauwtrappers is er om half acht in de morgenstond maandelijks de wekker van de Start-Up Comedy. Vanzelfsprekend zijn er ook de finalistentournees van de cabaretconcoursen uit den lande die er neerstrijken.

Aan die formules wordt dit seizoen een nieuwe formule toegevoegd: die van de Silent Comedy. Van Solingen: “Bezoekers krijgen een koptelefoon op en kiezen een eigen kanaal. Je weet niet of je buur of partner hetzelfde hoort als jij. Zodra je de koptelefoon op hebt leef je in een andere wereld.”

“Persoonlijk kijk ik uit naar PrinsjesdagCabaret, op en top politiek cabaret met Pieter Derks en Dolf Jansen. Zij fileren de Miljoenennota op z’n Wim Kans.”

Ook de uitreiking van de jaarlijkse cabaretprijzen heeft een vaste plek gekregen in Diligentia. “Die voor het beste theaterprogramma van het seizoen, de Poelifinario, krijgt vanaf dit seizoen een nieuwe opzet. Er zijn voortaan drie categorieën: kleinkunst, entertainment en engagement. De Neerlands Hoop voor de meest veelbelovende artiest  is gebleven. Daar zie ik bijvoorbeeld Rundfunk en Kiki Schippers nog ver komen. Zelf hou ik erg van Lenette van Dongen en van Micha – komt-ie wel echt opdraven? – Wertheim.”

Diligentia en PePijn trekken trouwens meer uit de kast dan het gebruikelijke lach-of-ik-schiet-werk. Zo is er kamermuziek, zo’n zes tot acht concerten per seizoen. En natuurwetenschappelijke lezingen. En kijk niet raar op als Paul van Vliet opeens PePijn aandoet.

Diligentia-pepijn.nl

‘De politiek is zelf cabaret geworden’

Pieter Derks, presentator en ambassadeur van ‘PrinsjesCabaret 2018’

Bij de opening van het parlementaire jaar hoort inmiddels het PrinsjesCabaret. Dit jaar doet cabaretier en columnist Pieter Derks voor het eerst dienst als presentator en ambassadeur.

‘Prinsjesdag’ zoals wij dat nu kennen vond voor het eerst plaats op 2 mei 1814. De benaming ‘Prinsjesdag’ werd al in de 17e en 18e eeuw gebruikt voor de viering van de verjaardagen van de Prinsen van Oranje. Na het Tweede Stadhouderloze Tijdperk en de geboorte van Willem V op 8 maart 1748 werd door patriotten zijn verjaardag aangegrepen voor demonstraties van Oranjegezindheid. De traditie van het ‘PrinsjesCabaret’ is beduidend jonger: de komende editie is de zesde van een reeks die in 2012 werd ingezet.

“Hoe luidt die dresscode voor Kamerleden dan?,” antwoordt Pieter Derks op de vraag of hij zich als presentator van ‘PrinsjesCabaret’ in Diligentia ook aan het officiële kledingvoorschrift gaat houden. “Jacquet?” Dan, lachend: “Daar bedank ik feestelijk voor. Als cabaretier moet je trouwens een beetje tegen de gevestigde orde ingaan. Ik zet ook al geen hoedje op. Ik heb geen hoed en laat er voor deze gelegenheid zeker niet eentje speciaal maken.” Zijn favoriete Prinsjesdag-moment? “De Troonrede. Toch altijd een plechtig moment. En dan vooral die wat ongemakkelijke afsluiting met het feestelijk aangeheven ‘Leve de koning’.”

Als twaalfjarige luisterde hij in het ouderlijk huis vaak naar elpees met registraties van Oudejaarsconferences van de grondlegger van het genre, Wim Kan.”De meeste namen die voorbijkwamen kende ik natuurlijk niet,”zegt hij, “maar je voelde wel haarfijn de scherpte en de sfeer die eruit sprak. Daar hield ik erg van. En Wim Kan is op dit vlak een icoon natuurlijk, net als Freek de Jonge en Youp van ‘t Hek.”

Inmiddels heeft hij zelf ook een behoorlijke reputatie als politiek cabaretier gevestigd, onder meer door zijn puntige gesproken columns voor het radio 1 –programma De NieuwsBV als ‘De Druktemaker’. Ook tekende hij in 2013 in het theater voor ‘Een Oudejaars ’ en maakt hij de laatste jaren ‘De kortste Oudejaarsconference van Nederland.’ Daarin fileerde hij in een luttele vijf minuten een geheel jaar van politiek geklungel. “Het politieke bedrijf is zelf cabaret geworden, je moet tegenwoordig van goeden huize komen als je de beroepsgroep wilt overtreffen.”

Naast Derks blikken tijdens PrinsjesCabaret ook de cabaretiers Patrick Nederkoorn, Dolf Jansen en Nathalie Baartman terug op een druk jaar van politieke ontwikkelingen en houden voorstellingsbezoekers zo een spiegel voor van de bestuurders en volksvertegenwoordigers van ons land. “De ervaring wijst uit dat ieder van ons een andere bril draagt, dus dat bijt elkaar niet. Bij mij zullen sowieso Halbe Zijstra en Stef Blok paraderen. ”

In de beginperiode van zijn theatercarrière, nadat hij was afgestudeerd aan de Koningstheateracademie in Den Bosch, liet Derks de politiek links liggen. Pas de laatste jaren is hij er diep ingedoken, van de ontmoeting tussen Trump en Rutte, de dividendbelasting, Pechtold en het referendum Orgaandonorwet tot een ‘gevonden’ regeringsverklaring van Rutte III in een Indonesisch restaurant.

“Ik ben iemand die de politiek graag op de voet volgt, dat klopt. In mijn allereerste theaterprogramma’s heb ik me daar niet aan gewaagd. Wel schreef ik meteen al columns over politieke onderwerpen. Ik merk de laatste jaren dat politiek en theater voor mij steeds beter samengaan. Politiek is en blijft wat mij betreft een bron van inspiratie, maar ook van vermaak, frustratie en ergernis.”

PrinsjesCabaret is op zondag 16, maandag 17 en dinsdag 18 september 2018 te zien in Diligentia. Meer informatie en tickets op diligentia-pepijn.nl.

Theaterbroedplaats en tweemans theatercompagnie

Bureau Dégradé in 2018-2019

In juni beleefde theaterbroedplaats Bureau Dégradé haar wittebruidsmaand. Founding Father Label Dégradé brengt in maart een voorstelling uit rond Bauhaus.

Het was volgens het tweetal David Geysen en Carl Beukman een eerste proeve en het einde van het begin. De openingsmaand van Dégradé werd ‘Dnalysatnaf’ – ‘Fantasyland’, maar dan omgekeerd – gedoopt. Met twee kunstmanifestaties: een twaalfuurs ‘Diptiek van het geloof’ waarin beeldende kunst, dans, en streaming video samenvielen, en anderzijds de theatermarathon ‘Triptiek van de macht’. Daarin werden de in voorgaande jaren eerder uitgebrachte Dégradé-voorstellingen ‘Motel Detroit’ (over Amerika), ‘Polonium-210’ (over Rusland) en ‘België’ (over Europa) gebundeld.

En dat op een en dezelfde dag achter elkaar gespeeld, noem het een ‘all the way’ Dégradé. ‘Dnalysatnaf’ werd verder omgeven door randprogramma’s, waaronder gesprekken en interviews.

Dégradé kent vele gezichten. Het is allereerst de winkel en het vehikel van theatermakers en voormalige ‘Appelaars’ Geysen en Beukman die de voormalige Appelloods hebben ingericht voor het voorbereiden van hun eigen producties. Maar aan de Laan van Poot moet de ruimte ook een theaterbroedplaats zijn.

“Zoals een architect eerst een ruwe schets maakt en dan een bouwtekening, zo willen we hier iedereen met een goed plan een kans geven, van theatermaker tot beeldend kunstenaar, van kok tot wetenschapper en van buurtbewoner tot nieuwkomer. Van de ‘schetsen’ die dat oplevert gaan we met de bedenkers bekijken of er meer toekomstmuziek in zit,” vertelt David Geysen.

Bureau Dégradé is naast een dynamisch atelier voor ideeënrijkdom, ook de vaste stek voor de try-out voorstellingen van Label Dégradé. In feite is het hun eigen experimenteerruimte voor zelfbenoemd ‘extreem beeldend geluidstheater’. “We proberen de grenzen op te rekken in beeld, geluid en tekst. ‘Extreem’ kan ook heel klein, zacht en minimalistisch zijn,” licht Carl Beukman toe. “Maar bij ons in ieder geval theatraal, multidisciplinair en met oog voor experiment.”

Na de ‘Diptiek van het geloof’ in juni volgt in november de ‘schets’ ‘Damnatio memoriae’. Een term uit de Romeinse oudheid die het wissen van een persoon of gebeurtenis uit de geschiedenis en het collectieve geheugen behelst.

“Wij gaan samenwerken met beeldend kunstenaar Gerolamo Lucente. Hij zal in opdracht van en voor ons een nieuwe cultus opzetten die het aanbidden van de kunst vertegenwoordigt. Zijn volgers zullen afkomstig zijn uit alle stadsdelen van Den Haag en een belangrijke rol vertolken in zijn werk. Gerolamo, kortweg Luca zal zijn figuur baseren op de omstreden Eliogabalus, de Romeinse keizer die verantwoordelijk was voor deze Damnatio memoriae.

Hoofdmoot voor Label Dégradé is in 2018-2019 een nieuwe productie rond de kunststroming Bauhaus, opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten die van 1919 tot 1932 eerst te Weimar, later Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was.

Geysen: “In 2019 is het honderd jaar Bauhaus. Zoals de school de muren tussen verschillende disciplines neerhaalde en met elkaar verenigde, zo willen wij naar het theater van de toekomst kijken.  Voor ons is het een must om daar een voorstelling over te maken. Dat doen we samen met beeldend kunstenaar Thijs ebbe Fokkens en kinetisch kunstenaar Nieke Koek. Bewegers, dansers, acteurs en performers maar ook mode en beeldende kunst komen samen op de vloer.”

Zouden wij vandaag de dag met een kunststroming de maatschappij nog kunnen vormgeven of veranderen?, zo vraagt het duo zich extreem hard af. De voorstelling wordt rond maart 2019 uitgebracht.

Meer informatie: degrade.nl.