Club Lourdes brengt variété terug naar zee

‘Club Lourdes aan Zee’ is in november de gelegenheidsnaam voor de Lourdeskerk op Scheveningen.

Er zijn twaalf uiteenlopende theaterprogramma’s voor jong en oud, in een bundeling van krachten tussen Feest aan Zee, het Zuiderstrandtheater, Muzee, theaters Diligentia & Pepijn en Scala – Variéte aan Zee.

“We willen het variété graag teruggeven aan Scheveningen, waar het vroeger hoogtij vierde,” zegt Geesje Prins, die als hoofd programma van het Zuiderstrandtheater ook voor een groot deel verantwoordelijk is voor de programma-invulling van Club Lourdes aan Zee.

Prins: “Karel de Rooij is met zijn Scala natuurlijk de eerste pleitbezorger van het variété. Hij trapt als regisseur het feestprogramma dan ook af met ‘Circus in de Branding’, een eigentijds variétéspektakel voor jong en oud. Pepijn Gunneweg, bekend van de BZT Show en de Ashton Brothers gidst daarbij het publiek langs optredens van onder meer Percossa, Corpus Acrobatics, magiër Niek Takens, jongleur David Severins en musicalster Cystine Carreon.

“De kerk wordt omgetoverd tot een knus, huiselijk theater,” vertelt een enthousiaste Anne-Lyke van den Elshout, die als programmacoördinator van Feest aan Zee ook betrokken is bij de opzet, “waarbij het publiek tijdens de voorstellingen kan genieten van een hapje en een drankje. We kunnen plaats bieden aan 350 bezoekers. Er komen ronde tafeltjes waar het publiek omheen zit. Denk aan de informele sfeer van een jazzclub à la jaren twintig of dertig.”

Jazzverleden
Op het programma staan onder meer jazzoptredens, zoals ‘Pia, back in Scheveningen’ met Anke Prevoo die de legendarische Pia Beck laat herleven. Ook is er een ‘Kurhaus jazztrip down memory lane’ met muziek van jazzsterren als Miles Davis, Count Basie en Thelonious Monk – die allen ooit zelf optraden in het Kurhaus. De muziek wordt gespeeld door het Jazz Orchestra of the Concertgebouw.

“Het concert is geïnspireerd op het rijke jazzverleden van Scheveningen. Hopelijk springt presentator Mike Boddé dan ook nog even achter de piano,” lacht Prins. Een ander opvallend optreden is weggelegd voor een ‘double bill’ met Sander van de Pavert. Hij komt met een versie van zijn Lucky Foundation Televisiegala en deelt die avond het podium met stand-up comedian Stefan Pop.

Stilte
Al in 1913 was er daar aan de Tweede Messstraat al een veelbezocht kapel, die een getrouwe kopie herbergt van een op schaal nagebouwde grot in Massabielle, nabij Lourdes, in Zuid-Frankrijk. De bidkapel, een centrum van Mariaverering, is nog altijd een stiltecentrum. Dagelijks bidden hier tientallen mensen, steken er een kaarsje op of zoeken er de stilte op. De bijbehorende kerk, nu een rijksmonument, stamt uit 1926 en ligt, net als de kapel, pal naast het Circustheater, op niet meer dan luttele voetstappen verwijderd van zee, strand, de boulevard, Kurhaus en Westbroekpark.

De open gebedsruimte die de Lourdeskerk, een ontwerp van A.J. Kropholler en C.M. van Moorsel, doet sedert 2011 dienst als cultureel centrum nadat het in 2005 de getrouwe eredienst had afgelegd.

“Het spits toelopende hooghouten plafond, bijna als een omgedraaid schip is erg theatraal,” herinnert Van den Elshout zich van haar eerste ‘confrontatie’ met de kerk, “dat maakte meteen grote indruk op mij.” Prins: “Vooral die grot vind ik een fenomeen. Contemplatie en fascinatie gaan er hand in hand en dat is precies wat we ook met het programma van Club Lourdes aan Zee beogen.”

Pilot
Met Club Lourdes aan Zee onderzoekt het Zuiderstrandtheater met andere culturele partners uit Scheveningen en passant of een toekomstige vaste plek aan de kust kans van slagen heeft. Prins: “Dit novemberprogramma dient daarvoor als pilot. We willen bekijken of we in de toekomst meer programma’s in de Lourdeskerk kunnen gaan doen. Denk dan bijvoorbeeld aan geconcentreerde periodes in voor- en najaar.”

Club Lourdes aan Zee. Van 1 tot en met 24 november 2018. Meer informatie en kaarten via zuiderstrandtheater.nl/lourdes en T 070 88 00 333.

Wat betekent ‘realiteit’?

David Middendorps en zijn Flirt with Reality

Een avondje dans over technologie, over realiteit, en over de aantrekkingskracht van fantasie. David Middendorp zet zelfs drones in. Maar hij merkt dat technologische innovatie en vooruitgang ook wrijving teweeg brengt in onze wereld.

In de wereld van de moderne dans zijn streaming on- en offline videotechnieken, beeldprojecties op XXL-formaat en multimedia al jaren aan de orde van de dag. David Middendorp heeft daar met zijn groep Another Kind of Blue veel nieuwe digitale elementen en technieken aan toe weten te voegen – tot het inzetten van animaties, digital design en zelfs drones en een scheutje virtual reality aan toe. Dans krijgt met hem en door zijn werk een ander aanzien, er letterlijk een dimensie bij. In een ingenieuze mix laat hij dans en technologie onderling strijden om de hoofdrol.

Een nieuw genre dient zich aan. Met Flirt with Reality wil hij laten zien hoe de grenzen tussen mens en computer meer en meer zijn gaan vervagen, maar ook dat de steeds virtueler wordende wereld om ons heen tegelijkertijd nieuwe kansen creëert. Middendorp: “Ik gebruik dansers om verhalen te vertellen die gaan over de relatie van de mens met technologie, en soms over de dansers onderling. Van alles komt aan bod, ook het thema liefde.”

Op het programma staan vijf choreografieën, of beter: live performances. Enkele reprises, waaronder het machtige Blue Journey worden afgewisseld met twee wereldpremières.

“Rennen,” spreekt David Middendorp uit tijdens een van de repetities als aanwijzing aan de acht dansers van de choreografie-in-wording Game Engine, “rennen zoals gewone mensen, niet dat rennen van een danser.”

Game Engine is een van de nieuwe programmaonderdelen voor dit avondvullende programma. Middendorp: “Game Engine gaat over de relatie tussen de mens en de computer, tussen de mens en de digitale wereld. Het verloop van analoog naar digitaal is het uitgangspunt; de ontwikkeling die leidt naar de computer heb ik daarvoor als inspiratie en leidraad genomen. De vondst van de computer begint met weefgetouwen. Die maakten in feite stroomschakelingen. Aan, uit. Een computer doet ook niet anders, maar dan wel oneindig veel sneller.”

Game Engine begint analoog. “Vervolgens gaan de dansers met blokken slepen. De blokken hebben een zwarte en witte kant. Aan, uit. Je krijgt dan een soort bits. De bitblokken zetten de dansers in een cirkel neer. Daaromheen laat ik een camera cirkelen. Dat genereert samen een stroom aan bits. De beelden die dat oplevert worden geprojecteerd. Die stroom laat ik steeds sneller lopen, tot een lopende band van bits. De dansers moeten meerennen. Waar en hoe dat eindigt? Op dit moment zitten we als mensheid met z’n allen in zo’n vaart van zeeën aan bits-stromen dat ik mezelf ook afvraag waar dit heen moet. Maar dat is voor iedereen een zoektocht, en dat geldt ook voor de mensen die Game Engine in de zaal gaan zien.”

Middendorp heeft sinds zijn jeugd een fascinatie voor technologie opgevat. Dat begon met het doorbladeren van elektronicablaadjes en het eigenhandig in elkaar zetten van printplaten. Zijn vader was ingenieur in de weg- en waterbouwkunde en zijn zoon kreeg de interesse voor techniek dus met de paplepel ingegoten.

Middendorp: “Technologie maakt een wezenlijk deel van onze cultuur uit. Technologie is deel van de mens geworden. Zonder de aanwezigheid van technologie zouden jij en ik hier op een homp klei zitten. In de toekomst kan de mens als soort hoogstwaarschijnlijk niet overleven zonder nog meer gebruik te maken van de vooruitgang die de technologie te bieden heeft. Of de technologie de mens gaat overnemen? Ik weet niet of dat gebeurt noch in wat voor vorm.”

David Middendorp & Another Kind of Blue: Flirt with Reality. Zaterdag 20 (première) en zondag 21 oktober (matinee) 2018 in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: anotherkindofblue.nl. Tickets: zuiderstrandtheater.nl.

Een pot met goud

NTjong viert vijf jaar met goud

Molières De Vrek door de gehaktmolen.

De Vrekkin is bij NTjong een hilarische klucht over materialisme, bol van geheimen, stiekeme verlangens en foute vriendjes. Een zuurstokroze, visueel spektakel voor iedereen van 8 tot 88.

Stinkt geld? Wie droomt er nou niet van om overdadig rijk te zijn? In een supermateriële wereld waarin kinderen vanzelfsprekend opgroeien met de nieuwste gadgets, dure merkkleding en ‘funny trips’, is het voor ouders lastig om grenzen te stellen.

NTjong biedt uitkomst met een knotsgekke bewerking naar de zeventiende-eeuwse (!) satirische komedie van Molière. De familievoorstelling markeert vijf jaar NTjong.

Billy de Walle maakt als stagiair zijn toneeldebuut. Later dit studiejaar hoopt hij als acteur af te studeren aan de HKU in Utrecht. De 22-jarige speelt de rol van de armzalige Valerio. In de ogen van de gefortuneerde moeder uit het stuk, gespeeld door Betty Schuurman, is hij een ‘loser’. Maar ja, wél de ‘love interest’ van haar dochter.

Wat hij nu, bij zijn allereerste interview ooit aan heeft, noemt hij zelf een ‘kloffie’: “Ik reken me niet tot een subcultuur, ben geen beatnik, hipster, gabber of nerd – of het moet zijn dat ik er uitzie als een kunststudent.”

Géén prijzige merkkleding. Nike’s noch Puma’s aan de voeten, en bling-bling schittert van afwezigheid. Geen tatoeages; alleen een pril en ‘cosy’ Italiaans ringbaardje ter decoratie. “Ik studeer niet om het geld, zoals sommigen van mijn leeftijdsgenoten wel. Anders dan ik, hebben zij meteen door wat imitatie is en wat echt. Ik houd juist van ‘vintage’, struin graag tweedehandsmarkten af. Da’s ook lekker economisch. Ik ben niet materialistisch ingesteld. Al is het natuurlijk wel fijn om zonder geldzorgen te kunnen leven.”

Door families als die van de Trumps en de Kardashians denken velen dat rijkdom onuitputtelijk is. De Walle kan zijn oren nauwelijks geloven als hij het hoort: “Melania Trump goes Afrika?! Niet waar! Echt? Het is bizar! Idioot!”

Deze ‘overhaul’ van De Vrek scharniert om een ‘modern family’ met schaamteloos veel te veel geld en omgekeerd evenredig realiteitsbesef. Onder de superstrakke regie van de moeder en haar ‘personal assistant’ leiden zij en zoon, dochter, ex-man plus een onmisbare ‘life coach’ (haar BFF) een leven van megalomane uitzinnigheid. Totdat ze besluit niet langer een wandelende creditcard te zijn.

“Thuis hadden we geen luxeleventje,” stelt de zoon van Stefan de Walle en Esther Scheldwacht vast, “al kregen mijn broer en ik wel alles wat we nodig vonden.” Mijn eerste ‘mobiel’? Hij lacht: “Tja, pas toen ik vijftien was.”

Zou hij miljonair willen zijn? “Het moet angstaanjagend zijn om de jackpot van een loterij te winnen. Je leven verandert drastisch. Dat kan eenzaam uitpakken. Er zijn miljonairsbegeleiders, wist je dat?”

Greenfield
Vrijwel gelijktijdig met De Vrekkin loopt in Fotomuseum Den Haag een tentoonstelling over de ‘rich & famous’ van deze aardkloot, met werk van Lauren Greenfield. “We hebben met de cast haar documentaire Generation Wealth bekeken. Daarvan is me vooral een fragment bijgebleven met een jonge vrouw uit Los Angeles. Haar leven was een aaneenschakeling van decadente, exuberante feesten, opgezet door een fulltime ‘party girl’. Ze sleepte haar zoon mee naar al die dure feesten. Maar hij vertelde zich erg ongelukkig te voelen, zou het liefst dierenverzorger worden. Dat is dus wat rijkdom met je kan doen.” Televisieprogramma’s als Say yes to the dress en My super sweet sixteen? “Ik word daar treurig van.”

Op zijn derde werd hij al naar toneelrepetities meegetroond, kreeg het acteursvak dus letterlijk met de paplepel ingegoten. Toch koos hij eerst voor de Haagse academie voor lichamelijke opvoeding. “Heb ik niet afgemaakt. Ik ben daarna gaan ‘studieshoppen’. Toen pas ontdekte ik dat een toneelopleiding mij goed paste.”

Hij mag dan weliswaar beschikken over acteursgenen, toch blijft het hard werken, vindt hij. “Ik wil me eerst ontwikkelen. Ik merk dat het hier bij NTjong al heel anders toegaat dan ik van school gewend ben.”  Als beroepsacteur wordt hij later vast niet badend als een Dagobert Duck in gouddukaten wakker. “Dat geeft niet, zolang je maar voor rollen gevraagd wordt.”

NTjong & HNT: De Vrekkin. Zaterdag 20 en zondag 21 oktober 2018 en van woensdag 2 tot en met vrijdag 4 januari 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Onderdeel van De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd. Meer informatie: hnt.nl.

Luchtbrug van cabaret

Diligentia en Het Nationale Theater samen op het lachende pad

Fudge XL is de weerslag van een nieuwe verbinding op cultureel gebied in Den Haag. Diligentia en Het Nationale Theater werken er samen op het gebied van cabaret.

In het programma Fudge presenteert theatercombinatie Diligentia-PePijn vier keer per jaar een selectie met artiesten uit de op stapel staande cabaretvoorstellingen, zie het als een soort van tweemaandelijkse mini-Uitmarkt. Het gaat om ‘previews’, steeds met drie artiesten die later in het seizoen avondvullend optreden. Het geheel wordt bijeengehouden door een doorgaans goedgemutste, per aflevering wisselende ‘Master of Ceremonies’ die het luchtig aan elkaar praat.

Fudge XL is een nieuwe loot aan de Fudge-boom. Noem het een vertrouwd concept in een nieuw jasje.

Lucien Kembel, directeur van Diligentia: “Deze editie knopen we Diligentia symbolisch aan Het Nationale Theater. Al langer hebben we onderling positief contact. Met Fudge XL gaan we de cabaretverbinding die er tussen ons bestaat, fysiek tastbaarder maken. In de pauze wandelen we daarom met zo’n 500 man aan publiek vanuit Diligentia over het schelpenpad van Lange Voorhout naar de Koninklijke Schouwburg, een van de locaties van Het Nationale Theater, aan het Korte Voorhout. Door op deze manier het Lange Voorhout cultureel te ‘verkorten’ willen we de instellingen en bedrijven er dichter bij elkaar brengen. Zie het als een eerste gezamenlijke, zichtbare bijdrage aan onze invulling van het Museumkwartier.”

Dat stadskwartier werd internationale aspiraties toegedicht, maar liep averij op toen bleek dat voorheen de Amerikaanse ambassade door het nieuwe gemeentebestuur een commerciële in plaats van een culturele bestemming kreeg opgelegd. “Jammer,” reageert Kembel, “maar daar hebben we geen regie op. Het gooit echter voor ons geen roet in het eten.”

Hij noemt voor de vuist weg mogelijke dwarsverbanden die in het verschiet liggen. Noem het een ‘vergezicht’. “We willen graag samenwerken met het nabijgelegen Escher Museum. Hoe? Jan Beuving is wetenschapper maar ook cabaretier. Dat zou een mooie cross-over kunnen opleveren.”

Of denk aan de Kloosterkerk, ‘bij ons tegenover’. Kembel:: “Daar klinkt vaak klassieke concertmuziek, terwijl wij Mozart ooit binnen hebben gehad. Het zou mooi zijn om met de Kloosterkerk een programma te maken met Tijl Beckand als presentator, ik noem maar iemand. Toekomstmuziek, inderdaad. Maar het zijn wel voorbeelden van de manier waarop we meer inhoud willen geven aan wat we doen. Denk aan ons zomerprogramma Summer of Laughs. Daarmee hebben we de voorbije zomer cabaret in het Zuiderparktheater geprogrammeerd, ingegeven door de wens om meer zichtbaarheid in de stad, maar ook omdat het reguliere theaterleven in die periode vaak nog luw is.”

Programma
In de eerste Fudge XL kun je in Diligentia cabaretier en singer-songwriter Peter van Rooijen zien. In 2012 won hij het Amsterdams Kleinkunst Festival. Millennial Anne Neuteboom vertolkt het schier ongebreidelde positivisme van haar generatie. Vlaming Bert Gabriels debiteert filosofische spitsvondigheden verpakt in hilarische situaties en recht-voor-z’n-raap-comedy.

Na de pauze treden in de Koninklijke Schouwburg Kiki Schippers op, voormalig winnaar van de Publieks- en Persoonlijkheidsprijs van Cameretten; Rayen Panday, voormalig rechtenstudent en al jarenlang als stand-up comedian door het leven gaand; en is een optreden uit de cabareteske musical / kerstfilm ‘Everybody Happy’ te zien. Kembel: ‘De avond wordt aan elkaar gepraat door cabaretière Berit Companjen, ook bekend van Badaboom en Comedyhuis.

Fudge XL is op zaterdag 29 september 2018 te zien bij Diligentia en Het Nationale Theater / Koninklijke Schouwburg. Tickets en meer informatie: Diligentia-Pepijn.nl.

Shah zijn in Nederland

Shah Tabibi (28) vertelt met Shah of Holland het verhaal van zijn leven. “Met één been in Afghanistan en op zoek naar een blauwe ogen.”

Shah Tabibi was vier; we schrijven het jaar 1994. Oorlogsgebied. Het waren zijn ouders die hem samen met zijn oudere en jongere broer vanuit Afghanistan meenamen naar Nederland. Op de vlucht, en daarbij hun bezittingen achterlatend, uit vrees voor, toen ook al, de oprukkende Taliban.

Het AZC in Amersfoort was hun vluchtheuvel. “Een plek vol ‘aliens’,” diept Tabibi uit zijn geheugen op. “Er waren daar mensen met gouden haren en een wit gelaat, met een rood oog op het voorhoofd, er waren donkere wezens.” Na anderhalf jaar verhuisden ze naar Voorburg. “Ik beschouw het als mijn geboorteplaats,” zegt hij.

Aan de overlevingstocht bewaart hij geen levende herinnering; aan het Afghanistan van toen evenmin. Hij leerde het land kennen door de ogen van zijn ouders, twee ooms, door hun overleveringen, door boeken te lezen en onderzoek op internet. “Het lukte, hoe jong ik ook was, een reconstructie te maken van wat Afghanistan moet zijn.”

Zoetjesaan ontdekte hij dat zijn Voorburgse kameraadjes ander speelgoed hadden dan hij, dat er buitenshuis andere regels golden dan thuis, en dat de ouders van zijn kameraadjes het financieel vaak beter hadden. Toen kwam ‘nine eleven’ opeens uit de lucht vallen. “Ik was elf, kreeg sindsdien ‘grapjes’ te verduren rond Bin Laden. Pijnlijk voor mij, voor ons, want Bin Laden was een Arabier, dus géén Afghaan.”

Effect: “Plotseling had iedereen allerlei gedachten over mij, bekeken en bejegenden mensen me anders, stelden vragen over mijn achtergrond. Maar veel mensen weten niet eens dat de ideologie van de Taliban in Afghanistan is geïmporteerd, goeddeels vanuit Pakistan.”

Drempel
Een jongen met een been in twee uiterste werelden. “Mijn ouders hebben begrip voor afwijkende normen en waarden, mij werden geen beperkingen opgelegd, al was het thuis met één voet over de drempel Afghaans grondgebied.” Hij ging op zoek naar blauwe ogen, en blonde haren. Hij zocht verbinding. “Ik wilde weten hoe het leven van buiten de deur en dat ik niet goed kende, er in werkelijkheid uitzag.”

Toen in 2014 een migrantenstroom richting Europa op gang kwam voelde hij zich, na 20 jaar, opeens zelf weer vluchteling. “Ik werd met de neus op de feiten gedrukt. Europa reageerde met onbegrip, kon zich slecht inleven. Waarom slaat iemand op de vlucht? Je kunt dat alleen begrijpen als je het zelf hebt meegemaakt. Ik moest opnieuw mijn identiteit bepalen.”

Divers
Shah of Holland is niet enkel een theatraal, muzikaal en soms poëtisch getint ‘vluchtelingenverhaal’. “Ik ben uit op verbinding, wil begrip voor verschillende leefwerelden kweken en vooroordelen doorbreken. Niet door hard te schreeuwen, maar juist door zachtjes praten.” Hij verwijst naar zijn cultureel erg diverse vriendenkring, ‘echt een regenboog’, zegt hij. Die kring staat model voor wie hij graag met ‘Shah of Holland’ wil bereiken.

“Ik ervaar mijn biculturele achtergrond als pure rijkdom. Afghanistan kent een rijke cultuurhistorie die tot duizenden jaren terug gaat. Een van de oudste manuscripten uit de Perzische regio gaat over mensenrechten. Dat alles maakt me trots. Aan de andere kant: er is daar nu geen individualiteit mogelijk, alles draait om collectiviteit en sociale controle.

Maar ik heb er wel veel warmte ondervonden, word er niet nagekeken, zoals hier soms gebeurt. In Nederland baal ik van de kilheid, van het über-individualisme en van de onverschilligheid tegenover de ander. Maar hier heb je wel vrijheid van meningsuiting en vrijheid van denken. En de diversiteit van hier is bijzonder. Daar gaat ‘Shah of Holland’ ook over: hoe dit alles mij heeft gevormd.”

Theaterschool
Als volwassene wordt hij dagelijks wakker in een land van vrede. Met twee bachelors (maatschappelijk werk en psychologie), een master gezondheidspsychologie en een los-vaste verbintenis als docent ‘Social work & education’ op de Haagse Hogeschool op zak, leidt Tabibi na negen jaren studentenjaren een leven dat contouren krijgt. Net is hij terug uit Georgië van een sociaal-cultureel project met Culture Clash 4 U.

Als hij de kans krijgt wil hij ooit een theaterschool van de grond tillen in Afghanistan, al dateert het laatste bezoek aan zijn geboorteland alweer van dik tien jaar geleden. “Ik weet plekken in Afghanistan waar dat zou kunnen.”

Shah Tabibi: Shah of Holland’. Regie: Shah Tabibi & Raphael Rodan. Muzikanten: Niek Hoevenaars & Rik Strengers. Artistieke regie: Anat Ratzabi. Op dinsdag 9 oktober in Den Haag (Zaal 3, Engelstalig) en op vrijdag 19 oktober in Rotterdam (Studio De Bakkerij, Nederlandstalig).

De fado dwaalt door Den Haag

Magda Mendes & Ward Veenstra in ‘Silêncio’

Het Lissabon is de naam van een verscholen gelegen maar prachtig hofje aan de Denneweg. Het nu beschermde stadsgezicht uit 1761 dankt zijn naam aan Portugese Joden die er indertijd neerstreken. Maar Lissaboon is vooral en eerst natuurlijk Pessoa. Chiado, Bairo Alto en Alfama. Kabeltrams. Azulejos. En fado.

Geïnspireerd op de karakteristieke muziekcultuur in Lissabon toveren de Portugese ‘fadista’ Magda Mendes en de Nederlandse gitarist Ward Veenstra verschillende verrassende Haagse locaties om tot fadoclub, tot in verre uithoeken van de stad. De fado op wijksafari door Den Haag.“Het zijn intieme en akoestisch gespeelde concerten in kleine theaters,” vertelt Mendes. “Zo klein mogelijk. Precies zoals die ook in Portugal plaatsvinden. We zitten dicht op het publiek. Dat mag tussen de nummers door reageren. Zo geven we het publiek het gevoel in een echte fadoclub te zijn.”

Magda Mendes is, zoals het een zuivere Portugese betaamt, van kindsbeen opgegroeid met de fado. Geboren en getogen in Lissabon kreeg ze de passie voor muziek er met de paplepel ingegoten door ouders en grootouders. Haar liefde voor muziek leidde op een dag tot het besluit om haar studie maritieme biologie overboord te gooien en haar muzikale hart te volgen.

“Bij een bezoek aan Nederland ontdekte ik de studierichting Wereldmuziek van het Rotterdams Conservatorium. Die richting is uniek in de wereld.” Ze verhuisde daarop in 2002 naar de Maasstad, om er jazz en Braziliaanse muziek te studeren. Weg fado dus?

“Voor even,” zegt ze. Want de fado kwam daarna onvermijdelijk weer opnieuw op haar pad, terug van nooit weggeweest. “De fado zit diep verankerd binnenin me.”

Na haar ‘wereld’studie speelde ze in verschillende groepen, waarvan Luzazul de meest bekende is. Inmiddels heeft ze vier cd’s onder eigen naam uitgebracht en toert ze met regelmaat langs de Nederlandse theaters, zoals recentelijk met ‘Oliveiras’. Voor dat programma werd ze onlangs genomineerd voor De Gouden Notenkraker, een prijs die musici uitloven voor de in hun ogen meest opvallende prestaties van het seizoen.

In het huiselijke en openhartige programma ‘Silêncio’ werkt Mendes samen met gitarist en componist Ward Veenstra. Hij verwierf bekendheid met composities die hij maakte voor de Friese ‘fadista’ Nynke Laverman. Sinds vorig jaar crost het tweetal Mendes / Veenstra door de Randstad met het programma, allereerst door standplaats Rotterdam en vervolgens Amsterdam; zo dadelijk volgt Den Haag, en straks wordt Utrecht aangedaan.

Mendes’ liedjes roepen een gevoel op van diepgang, van weemoed en verlangen. Saudade. De fado, het Portugese levenslied, is vooral de stem van dat ongrijpbare ‘saudade’, in feite uitingen van gemoederen die het leven beroeren: van verdriet, melancholie, blijheid en weemoed, tot soms ook een uitbundige feeststemming. Verkeert Mendes soms in een permanente staat van ‘saudade’? “Ik zou het misschien niet meteen toegeven, maar ik denk wel dat het zo is. Verlangen hoort bij mijn persoonlijkheid.”

‘Silêncio’ is in feite Mendes’ persoonlijk getinte ode aan de fado. Klassiekers worden er afgewisseld met nieuwe composities van haar eigen en Veenstra’s hand.

“Inhoudelijk,” zegt de singer / songwriter, “gaat dit programma vooral over mijn reis naar Nederland en over heimwee naar Lissabon – maar ook over je thuis voelen in Nederland. Natuurlijk verlang ik naar fadobars en naar de kronkelende steegjes en pleintjes van Alfama. Ook mis ik in Nederland de uitvoerige eetcultuur die ik ken van Portugal. Maar zodra ik in mijn geboorteland ben verlang ik alweer naar Nederland. Want hier kan ik mezelf uiten. Ook mis ik er de stoere fietscultuur van Nederland.” Ze lacht: “Ik voel kan me zo gelukkig voelen als ik me op mijn omafiets tussen mijn Rotterdamse medestedelingen begeef.”

Ze toog een tijdje terug per fiets op verkenningstocht langs de theaters, de speelplekken in Den Haag die ze straks met ‘Silêncio’ aandoet. “Het Lissabon ken ik niet. Ik heb me erg in deze stad verdiept, al blijft die wat mysterieus voor mij, doet die zich niet erg overzichtelijk aan mij voor. Ik moest echt wegwijs raken in deze stad.”

Mendes & Veenstra: ‘Silêncio’. In De Nieuwe Regentes (Het Ketelhuis) op vrijdag 28 september 2018; Muzee op zondag 30 september; het Pianino Theater op vrijdag 5 oktober; de Abdijkerk Loosduinen op vrijdag 12 oktober. Meer informatie: magdamendes.com.

Bezielde dans in ‘Soul #2 Performers’

Internationaal succes voor Haagse dansgroep Meyer-Chaffaud

De vanuit Den Haag werkzame choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud werken sinds 2016 aan hun ‘SOUL’-serie: bij elkaar straks vier voorstellingen die, los van elkaar, de mensenziel belichten. Stonden in het eerste deel ‘Soul #1 Audience’ de gedachten van het publiek centraal; in deel twee zijn dat de dansers in hun rol van performer.

Meyer-Chaffaud haalt dansers en publiek graag uit de ‘comfort zone’. En passant laat Meyer-Chaffaud ‘de vierde wand’ – de grens tussen het danspodium en het publiek – in rook opgaan. Voordat dat de mogelijkheid krijgt plaats te nemen op stoelen die het speelvlak, een vierkant, omzomen wordt het aangemoedigd om zich paarsgewijs aan elkaar vast te houden en een route te volgen over de dansvloer. Aftasten. Daarna ontvouwt zich een fascinerend schouwspel van dans, performance en een staaltje circus art waarin dansers en publiek volop aan elkaar mogen snuffelen.

Meyer-Chaffaud werpt graag wezenlijke vragen op. In ‘Soul #2 Performers’ doet zij dat aan de hand van een tekst die Hans van den Boom (voorheen Stella, Het Nationale Theater) schreef. De performers van Meyer-Chaffaud, onder wie voormalig NDT 3-danser David Krugel, zijn er vrijelijk op gaan variëren.

Wat, wie schuilt er achter de performer? Zijn dansers inderdaad die egocentrisch ingestelde, aandachtsgeile, exhibitionistische en soms rondui wereldvreemde wezens? Of zijn het juist ultieme lichaamskunstenaars die met hun ‘gereedschap’, te weten hun volstrekt eigen lijf en leden, verbazing oproepen, die weten te verrassen en van binnen diep te raken?

Natuurlijk: iedere kijker moet dat voor zichzelf uitmaken. Feit is dat Meyer-Chaffaud met deze voorstelling de afgelopen maand in Sint Petersburg (Rusland) en Beijing (China) te gast is geweest. En nu dus terug in Den Haag, voor een tournee door Nederland.

In haar gelederen heeft de dansgroep liefst twee genomineerden voor de Piket Kunstprijzen. Vorig jaar was Claire Hermans een van de kandidaten; dit jaar dingt Kinda Gozo mee naar die prijs. Ze vertelt verrast te zijn door de nominatie en er blij mee te zijn. “Fantastisch van deze mijnheer Piket! Want hij helpt om dansers hun droom te laten realiseren.”

Haar dierbaarste en vroegste herinnering aan dans ligt in geboorteland Centraal-Afrika, zegt de tegenwoordige Française. “Ik was toen zes en ik was omringd door zingende en dansende kinderen.” Toen ze later naar Frankrijk verhuisde begon ze met dansen in een kleine school vlakbij het dorp waar ze woonde. Op haar elfde ging ze naar het conservatorium in La Rochelle. Toen wist ze: Deze kunstvorm biedt mij de vrijheid en het plezier om mijzelf te uiten. “Dansen is voor mij een weldadige en een inspirerende bezigheid, ” laat ze per email weten.

“’Soul #2 Performers’ draait om wat er in ons omgaat, om wat we denken, draait om ons doen en laten als performer. Wat is – voor ieder van ons – de essentie van leven, de essentie van in leven zijn? En hoe uit zich dat in lichaam én geest. We geven daar betekenis aan door het uiteenlopende  choreografische materiaal. Mijn solo in dit stuk komt voort uit de wens om een andere staat van bewustwording te bereiken. Ik open mijn ogen en open mijn ziel, met alle mensen om me heen – en krijg er contact met het publiek voor terug.”

In de toekomst wil Gozo graag terug naar Centraal-Afrika, daar een thuis creëren. “Ik wil daar een plek voor dans, muziek en andere kunstuitingen stichten. Ik wil mijn vaardigheden met anderen delen en ook leren van anderen.’’

‘SOUL #2 Performers’ van Meyer-Chaffaud. Op zaterdag 29 september 2018 in Dakota Theater en op vrijdag 19 oktober in De Nieuwe Regentes. Informatie: Meyer-chaffaud.com.

Eerlijk delen achter de duinen

‘Een ‘Avondje Armoede’ met Firma MES

Wie ligt anno nu wakker van armoede – ook al ligt die soms om de hoek in de kou te bibberen? De Haagse theatergroep Firma MES houdt een benefietavond en laat die, natuurlijk, danig ontsporen. Over hoe het moet voelen als je leven écht low budget is.

‘Armoedeverzáchting,’ corrigeert Ilse, ‘dus niet: armoedebestríjding.’ Haar zangvereniging houdt een feestelijk bedoelde benefietavond rond ‘stille armoede’. En die derailleert dus, theatraal en finaal.

Armoede is erfelijk. Wie arm wordt geboren, blijft arm wijst de wetenschap uit. Kinderen uit (kans)arme gezinnen doen het gemiddeld slechter op school. Arme mensen leven gemiddeld bijna vier jaar korter. De landelijke bijstandsnorm voor alleenstaanden? Een luttele 996 euro per maand. Oudere werklozen moeten na hun WW met soms met 700 euro per maand toe.

Tja, zie het daarmee maar eens te rooien in de stad van vrede en recht.

Zolang één procent meer dan de helft van de wereldrijkdom bezit en de acht rijkste mensen op deze aardbol samen meer aan vermogen bezitten dan de 3,6 miljard armste mensen bij elkaar, dan is dat minimaal toch schrijnend te noemen. In een welvaartsstaat zoals Nederland dat is, is een inkomen van 52 keer het salaris van de minst verdienende immoreel.

Bij MES – gelukkig – maar weinig van zulk documentair cijferfetisjisme. De theatergroep houdt het vooral oergezellig (type: deze avond kan niet stuk) met muziek, een potpourri aan veelal cabareteske sketches, een exuberante modeshow met vintage kleding en een

kermisachtige tombola die ontaardt in een wat kunstmatig aandoende ruzieachtige sfeer. Natuurlijk komen we er als theaterbezoeker niet zonder kleerscheuren vanaf. Daarvoor zijn de door MES aangehaalde voorbeelden te schrijnend, zoals de scène met een terminaal zieke die haar behandelend medisch specialist een financiële deal voorstelt: ‘U verdient enorm aan mij en mijn lichaam, dan mag ik op mijn beurt toch ook wel verdienen aan u?’ Een schuldhulpverlener gooit roet in het eten van de voedselbank: ‘Mijn medeleven is op.’ Hij pleit voor een radiale oplossing.

In een doorgedraaide wereld die is doordenkt van opgelegd neoliberaal volkskapitalisme, zelfredzaamheid en eigen schuld dikke bult, maakt MES met ‘Een avondje armoede’ een niet mis te verstaan gebaar, zoals het eerder ook deed met bijvoorbeeld ‘Troep’ en een ‘Kledingruil’. De gehanteerde karikaturale ironie doet de aangehaalde praktijkvoorbeelden weliswaar schuren maar maakt ze ook plat. Het had wat mij betreft hoekiger, scherper en bijtender gekund en soms juist genuanceerder.

‘Een avondje armoede’ is een theatercollage op teksten van schrijver en dichter Anton Dautzenberg. In 2016 werd hij uitgeroepen tot Impactmaker van het Jaar voor zijn rol als initiatiefnemer van de armoedeglossy Quiet 500, tegenhanger van de Quote 500.

Bij deze voorstelling is het mogelijk om een kaartje voor een ander te kopen. Dit kaartje gaat naar iemand met een kleine beurs die anders misschien niet snel naar het theater zou kunnen gaan. Het tekent de betrokkenheid van MES.

Woensdag is het de jaarlijkse Internationale dag voor de uitroeiing van armoede, ook wel Wereldarmoededag genoemd. Een uitgelezen kans om dan bij MES een eventueel bezwaard gemoed tegen overlegging van wat dukaten in te wisselen.

Firma MES: ‘Een avondje armoede’. Gezien op zaterdag 6 oktober. Tot en met 24 oktober 2018 in de Lourdeskerk in Scheveningen. Meer informatie: firmames.nl.

Onvervulde verlangens

Hanne Arendzen schittert in ‘Van de koele meren des doods’

Een jonge vrouw verlaat haar welgestelde milieu en gaat leven met een pianist, maar wordt gaandeweg krijgen psychosen de overhand. Niet zonder reden want ze heeft heel wat doorstaan, hoe jong ze met dertig jaar ook is: moeders dood op haar dertiende, twee zelfmoordpogingen, de zelfverkozen dood van haar jeugdliefde omwille van haar, een uit nood geboren vlucht naar het buitenland, en als klap op de vuurpijl een verslaving aan morfine en het noodlottige sterven van haar pasgeboren kindje.

Misschien niet het leukste uitgangspunt voor een onbekommerd, gezellig avondje uit in het theater. Maar in de slimme regie van Ger Thijs bij ‘vrije producent’ Hummelinck Stuurman is Van de koele meren des doods, naar de roman uit 1900 van Frederik van Eeden niet puur en alleen een loodzware avond. En bovenal wordt er puik gespeeld.

In het kielzog van de opkomst en de belangstelling voor psychiatrie aan het einde van de 19de eeuw besloot Van Eeden zich te vestigen als zenuwarts en werd pleitbezorger van psychotherapie en psychoanalyse. Dat hij een carrière als schrijver en psychiater combineerde is minder vreemd dan mag lijken want hij geloofde erg in de kracht van taal als sleutel tot het innerlijke en het psychische.

Zelf noemt Van Eeden Van de koele meren des doods een ‘biografische schets’. Hij putte daarvoor uit voorbeelden, personen en levens uit zijn eigen omgeving. En, zo lijkt het, citeert hij ook uit ‘eigen werk’. Meer dan voordien herkenden mensen om hem heen zich in (elementen van) zijn personage. Natuurlijk werd er schande van gesproken.

Van Eeden doopte zijn romanfiguur, zijn ‘tronie’ met de naam Hedwig Marga de Fontayne – en natuurlijk heet ze bij Ger Thijs ook zo. Hij heeft de oorspronkelijk 250 pagina’s aan tekst bewerkt tot niet minder dan een juweel. Kraakhelder en van een logica om te smullen, van begin tot einde. De lotgevallen van Hedwig passeren de kijker in een vrij lineair tijdsverloop en als een aaneenschakeling van verkeerd uitpakkende keuzes. Daardoor lukt het toekijkers om begrip op te vatten voor haar daden en stappen. Door de fascinerende inkleuring die Hanne Arendzen aan het ‘brandende lijf’ van Hedwig geeft, en zo Renée Soutendijk in de filmrol van destijds zo goed als doet vergeten, dringt uiteindelijk begrip voor Hedwigs besluit door. Je leeft met haar mee.

Op de achtergrond spelen bij de kijker ondertussen vele overwegingen een rol: is Hedwig inderdaad een ‘stenen engel’ of een hoer, is ze een goede vrouw die het moet stellen met ‘onvervulde verlangens?’ Of nog anders: gaat ze zich gedragen navenant de mensen haar bezien?

Prima voorstelling, met ook prima tegenspel aan Arendzen. Gevoegd bij een mooi toneel beeld en een even verassende als adequate belichting is dit een voorstelling waaraan denkelijk veel behoefte is: in begrijpelijk toneel een verhaal vertellen zonder overwoekerende melodramatische opsmuk een kans te geven.
Knap werk, mooi gedaan.

Tournee t/m begin januari 2019. Meer informatie op humelinckstuurman.nl.

Naar de essentie leven

Esther Scheldwacht en Kees Hulst delen samen het podium in Laatste paar Dagen

‘Laatste Paar Dagen’ is een toneelstuk voor een man, een vrouw en een teckel, gespeeld door respectievelijk Kees Hulst, Esther Scheldwacht en Tasje, honderd procent hond. Na de solo’s De Sunshine Show, Op een Mooie Pinksterdag en Helga Maria Baumgarten schrijft de Haagse voor het eerst een dialoog.

Esther Scheldwacht: “Een jaar of twee geleden kwam ik via een vriendin op het spoor van de internetcolumns van longarts Sander de Hosson. Hij pleitte daarin voor meer persoonlijke aandacht in de zorg. Later werden die gebundeld in het boek Slotcouplet.

Een van de verhalen draait om een oudere, wat zonderlinge man met de naam Rein Tas. Op een dag wordt hij de intensive care binnengebracht maar weigert behandeld te worden. Een verpleegkundige ontfermt zich in zijn laatste dagen over hem. De tekst die ik heb geschreven, is geïnspireerd op die ontmoeting.” Kees Hulst: “Engeltje is haar roepnaam! Ze lijkt voor hem een ‘sirene’”.

Esther: “Als je in een ziekenhuis bent opgenomen, lijkt de tijd zich te verdichten, gebeurt er iets tussen jou en de realiteit. Je gaat er intenser, gecomprimeerd door leven. Tijd voor onzin is er niet, het is ‘cut the crap’ op momenten van leven op dood.”

Kees: “Eigenlijk ben ik een noodverband. Het was de bedoeling dat Herman Gilis en Tjitske Reidinga dit stuk zouden spelen – alleen: ze bleken allebei niet te kunnen. Sinds kort hebben Esther en ik een liefdesrelatie. Ik was daardoor al enigszins op de hoogte van Esthers tekst. Toen ik die geheel onder ogen kreeg, ging ik resoluut voor de bijl. Gaandeweg hebben we toen besloten om dit samen te gaan spelen. Dat voelde vertrouwd, want dat deden we kortgeleden ook in ‘Hoe Mooi Alles’, een toneelstuk over Leo en Tineke Vroman. Uit Hoe Mooi Alles is onze liefdesrelatie voortgekomen!”

Esther: “Vroman wordt geciteerd, en heeft zo, bij wijze van eerbetoon, een rolletje gekregen!”

Esther: “Mijn tekst is geen statement over de staat van de gezondheidszorg of de ouderenzorg. Kees: “Maar wel een prettige bijvangst!” Esther: “Laatste Paar Dagen gaat vooral over liefde. Ik laat in dit stuk mensen verliefd worden, ook al lijkt zoiets onmogelijk. Over liefde die heel plotseling toeslaat. Alles kan in de laatste dagen, misschien juist omdát je denkt dat het niet kan. Rein en Engeltje raken een snaar in elkaar, en kunnen zo ieder afzonderlijk van elkaar verder: Hij kan vredig vertrekken, zij maakt iets wezenlijks mee en kan daardoor bewuster door het leven. Een ingrijpende ontmoeting is het, die haar leven verandert en hem de dood doet accepteren.”

Kees: “Esther heeft met Laatste Paar Dagen een realistische dialoog geschreven. Nu en dan krijgt die een hyperrealistisch lading, door Esthers taalgebruik soms zelfs iets ‘poëtisch-realistisch’. Zo staat er een passage in over broodbeleg. Kaas. Op die manier kan ‘kaas’ voor liefde staan. Dat staat naast de ene onvermijdelijke vraag: wat zou jij doen in de wetenschap dat tijd een beperkt houdbaar gegeven is. Ikzelf? Abseilen! Mijn leven lang heb ik er al een ‘bucketlist’ op nagehouden. Voor mij is iedere dag mooi meegenomen.”

Esther: “De teckel in het stuk? Die heet ‘Tasje’. Die komt op de proppen omdat Rein Tas, de man die wordt opgenomen, hem tien jaar liefdevol heeft verzorgd, vanaf het moment dat zijn vrouw tien jaar eerder te overlijden kwam. In het ziekenhuis wordt hij vlak voor zijn dood herenigd met de hond.”

“Het is spannend om een levend dier op het podium toe te laten. Je weet nooit precies wat er gebeurt. Teckels zijn doorgaans ongevoelig voor prikkels – en hij hoeft alleen maar teckel te zijn, maar verder niet te plassen, te kakken of blaffen. We gaan nog de proef op de som nemen in een repetitie.”

Kees: “Mooi vind ik dat, een dier op het podium! Net als kinderen. Het zijn natuurtalenten, laten zich niet dwingen. En je hoeft daardoor zelf minder te doen! Ik spreek uit ervaring: eerder stond ik op de vloer samen met een grote hond, een geit, een bonte ara, een parkiet en een baardagaam. Hahaha, wie weet ben ik inderdaad mijn roeping als dierenverzorger misgelopen! O, ik ben eerder al doodgegaan op het podium, als Hamlet bijvoorbeeld, en als Vroman. Ik ben eraan gewend. Wel een beetje typecasting misschien.”

Esther: “Mijn tekst is, net zoals Helga Maria Baumgarten, autobiografisch van karakter. Het grappige is dat ik in dat stuk ook een schort voor had!”

Esther: “Ik zou het toejuichen als we met dit stuk een tournee gingen langs maatschappelijke instellingen, ook al gaat dit stuk niet per se daarover. Eerder dit jaar regisseerde ik de voorstelling Lastige Ouders over het grootbrengen van een meervoudig gehandicapt kind. Een schot in de roos. Binnenkort wordt het gespeeld op het ministerie van Volksgezondheid.”

Kees: “Sinds ik knuffelbejaarde ben kruisen allerlei zaken mijn pad die met de gezondheidszorg verband houden, in die zin agenderen we met dit stuk wel wat, zetten we zeker iets uit. De tijd is er rijp voor, zeker gezien de vergrijzing die toeneemt. Ik hoop dat minister De Jong meesurft op dat gevoel van zorgzaamheid, dat hij door een dementerende vader zelf van nabij meemaakt.”

Laatste Paar Dagen door Esther Scheldwacht en Kees Hulst. Eindregie: Daria Bukvić. Van vrijdag 28 tot en met zondag 30 september 2018 in Theater aan het Spui. Première: zondag 30 september 2018. Meer informatie en tickets: hnt.nl.