Ode aan de sukkels van de mensheid

Abattoir Fermé: Drek

Op de belangrijkste dag uit het leven van Mevrouw, de dag dat haar Handleiding voor het Bestaan feestelijk wordt gepresenteerd, is ze pas lang na de wekker wakker. Uitgerekend vandaag, ‘Zal je net zien’, denkt Mevrouw.

Door deze kleine slordigheid heeft ze de boot van het leven gemist. In een oude, afgeragde telefooncel probeert ze er weer grip op te krijgen: ‘‘s Nachts ben ik naar een Ikea-filiaal gegaan / en daar heb ik mijn leven nagespeeld in een modelwoning.’ Van daaruit ziet ze hoe een net iets slankere versie van zichzelf haar plek in de realiteit heeft ingenomen. Maar dan met net iets vollere borsten.

Met Drek speelt Maja Westerveld een spitse, geestige tragedie, een net zo dieptreurige als komische solo van het dagelijks falen. Westerveld is gefascineerd door enkelingen en zonderlingen, en het bijzondere van het doodnormale. Ze houdt van mensen die net onder de melodie zingen, die klein maar dapper uren door supermarkten dwalen en onverrichter zake huiswaarts keren en om de andere week op een verkeerde trein stappen. ‘Drek’ is haar eerste solovoorstelling. Zelf de tekst schrijven, jezelf regisseren en die dan eigenhandig en in je eentje spelen. “Soms betekent dat snijden in eigen vlees,” bekent ze.

Sinds 2017 maakt ze deel uit van de artistieke kern van Abattoir Fermé en ondertussen doorloopt ze er voor een periode van vijf jaar een interne ‘opleiding’ tot regisseur. Ze noemt het een ‘luxepositie’. “Ik werd overvallen door hun voorstelling Chaostrilogie,” herinnert ze zich haar eerste kennismaking met het absurdisme van de Vlamingen.

“Ik raakte daarna in gesprek verwikkeld met hun regisseur Stef Lernous. Er was toen meteen een ‘klik’. Nadat ik als regisseur in Utrecht was afgestudeerd, vroeg hij me deel uit te gaan maken van het collectief.”

Met haar Rotterdamse achtergrond is ze een vreemde eend in de bijt van de artistieke kern van het Mechelse theatercollectief, ook al woont ze al jaren in België, in Mechelen en voordien in Brussel. “Nog altijd is het nu en dan inderdaad wonderlijk hoe het hier in Vlaanderen toegaat,” zegt ze lachend, “en dat komt niet alleen door het type theater dat Abattoir Fermé graag maakt.”

Het collectief bestaat dit jaar 20 lentes. Het doet zich voor als een zevenkoppig monster. Van tekstloze, puur visuele creaties, muziektheater en dans tot teksttheater, jeugdtheater, en theaterbewerkingen uit de wereldliteratuur.

Frontaal, uitbundig, tegendraads, altijd rechtdoor en compromisloos. Confronterend en huiveringwekkend duister somtijds, maar altijd een gevoelige irrationele snaar in de onderbuik rakend.

“Abattoir Fermé maakt theater dat is ingegeven vanuit een bepaald onderbuikgevoel. Dat is typisch Vlaams. Er wordt vaak gezegd dat Vlaamse acteurs ‘vanuit de buik’ spelen, terwijl Nederlandse acteurs dat meer ‘vanuit het hoofd’ zouden doen. Hier is het theater meer in chaos geaard.”

Vlaamse Golf
Het was in de jaren tachtig en negentig dat de zogeheten Vlaamse Golf over Nederland spoelde. De vernieuwingsgezinde theaterbeweging veroverde eerst de kleinere theaters met nu illustere namen als de Blauwe Maandag Compagnie, De Tijd, Akt/Vertikaal (Ivo Van Hove) en, bijvoorbeeld, Cie. De Koe.

Het was de tijd dat de pioniers van toen (Anne Teresa De Keersmaeker, Wim Vandekeybus, Jan Lauwers, Alain Platel, Jan Decorte, Josse De Pauw) niet alleen Nederland aan hun voeten kregen, maar allengs ook heel Europa plat speelden.

De Vlaamse golf is nooit meer weggegaan. Tot op de dag van vandaag zijn vele Vlaamse theatergezelschappen en -collectieven hier kind aan huis, van NTGent en Toneelhuis Antwerpen, tot jeugdtheatergroepen als HetPaleis en de Kopergietery. Met vandaag de dag Abattoir Fermé als meest beruchte, erg lijfelijke en meest eigenzinnige onder het spul.

Drek van Abattoir Fermé is op zaterdag 30 maart 2019 te zien in Zaal 3, Den Haag. Meer informatie: hnt.nl.

 

Advertenties

Op seks-safari met Sjaak Bral

Swinging Sjaak swinger

Seks met Sjaak. Wie wil dat nou (niet)? Waar onderbroekenlol eindigt begint  Bral. Hoogste tijd voor een hot date.

De Haagse cabaretier Sjaak Bral liet zichzelf, zijn jongeheer plus entourage wekenlang, beurt na beurt, van top tot teen en tot op de laatste draad ontkleed, geheel vrijwillig onderdompelen en verwennen. Resultaat? Een orgastisch genoegen. Op tournee langs lustoorden zoals darkrooms, kinky gangbangs, SM-kamers en gogo-bars. Nu ook in de theaterzaal. Seks sells.

Te oordelen naar dat afgetrainde koppie van je en het parelende zweet op de voorhoofd van je portretfoto ben je aardig wat kilootjes kwijtgeraakt. Hoeveel ‘trainingsavondjes ’ heb je alles bij elkaar ondergaan?
‘Er zijn aardig wat sessies geweest om het lichaam gereed te krijgen en te houden. Vergeet ook niet dat ik een personal trainer heb die altijd al hielp om wat calorietjes te verbranden. Je kan er alles van vinden, maar seks is de beste en leukste manier om af te vallen, da’s wetenschappelijk bewezen. Een uur joggen is 600 calorieën. Met een orgasme nadoen – niet eens het echte werk – verbrand je 160 calorieen! En dat duurt maar 19 seconden. Tel uit je winst. Met een keer of vijf per dag ‘faken’ verbrand je al snel meer energie dan een pizza ansjovis. In die zin is het zeker goed voor lijf en leden. Als je het in aantallen hebt: ik heb zo’n 15 tot 20 dingen gedaan die ik normaal niet zou doen. Ik bedoel: ik was nooit eerder door een meesteres afgerost. Ik ben al een jaar of vier, vijf bezig om deze voorstelling te maken. Je moet er de tijd voor nemen. Het was dus een intensieve, uitgebreide voorbereidingsperiode. Seks is het lekkerste dat er is. Als ze ooit iets uitvinden dat lekkerder is… blijf ik het er gewoon bij doen. Seks is te leuk om te laten liggen.’

Maar je bent er wel bij gáán liggen?!
‘Ha! Kijk, ik heb iets nieuws gedaan. We weten allemaal wat participerende journalistiek is. Maar dit is participerend cabaret! Ik durf te stellen dat ik de uitvinder van het genre ben. Alle gekheid op een stokje: er bestaat voor mij een innerlijke noodzaak om dit te doen, zoals bij al mij voorstellingen trouwens. In dit geval is dat: wat je nog niet hebt meegemaakt, dat wil je beléven, en daar moet je je lijfelijk geheel in storten. Ik ga niet bij een parenclub aan de zijkant toekijken, dan doe ik gewoon mee.’

Je lekkerste ervaring?
‘Een thuisfeestje. Het is een aanrader om met gelijkgestemde zielen in een groot bed te belanden.’

En de ervaring waar je broek spontaan van afzakte?
‘Ik had meer verwacht van de ‘gangbang’ die ik meemaakte in een seksclub. Leek me spannend met al die mannen op een rij. Het waren vrouwen die het lekker vinden om met meerdere mannen te seksen, het zijn zeker geen hoeren. Maar toen ik me in zo’n rij van betalende mannen terugvond, was ik toch blij dat ik een bivakmuts op had. Ik ben er niet echt aan mijn trekken gekomen. Elders wel hoor.’

Wist je vrouw ervan?
‘Die is volledig op de hoogte en ik deel alles met haar. Ze vindt het allemaal prachtig.’

Wat bracht jou tot dit ‘empirische’ onderzoek?
‘Ik irriteer me aan de Nieuwe Preutsheid van nu. Onder de douche is het tegenwoordig normaal om je onderbroek aan te houden. Pubers hebben op steeds latere leeftijd seks, en later dan wij, en die seks is ook nog eens minder van kwaliteit. Ze zitten kennelijk liever eindeloos op hun mobiel te staren dan dat ze aan elkaar zitten te plukken. Ik vind seks de kern van het mens-zijn, een oerkracht. Niemand is geboren zonder dat er seks aan te pas is gekomen, we komen er allemaal vandaan. Seks mag omgeven zijn door schaamte, maar is toch het ware leven. Ik ben een fervent beoefenaar van seks, altijd geweest en, het klinkt misschien wat pedant, ik heb verschillende vrouwen bevrijd. Wat een vrouw goed maakt in bed? Dat is een man die goed is in bed! Deze voorstelling is wat mij betreft vooral een pleidooi voor emancipatie van de vrouw, de man mag wel eens een stapje terug doen. Het is tijd voor feministische seks! We moeten op gelijk speelveld komen, en wereldwijd. En ga nou als man niet teveel aan de Tarzan en al die viagra-dingen hangen.’

Heel iets anders dan de oudejaarsconferences die we zo goed van je kennen, of de revue-achtige musicals die je in Den Haag maakt.
‘Zo houd je het spannend voor jezelf! En dat is meteen ook precies de kern van seks. Ook qua schrijven is dit zo leuk om te doen. Alleen: Je kan niet opeens een jaar lang alleen met seks bezig zijn, niet op deze manier. Dus je moet het allemaal spreiden en langzaam opbouwen. Ik ben met de voorbereidingen op dit programma al een paar jaar bezig en ben er zelfs voor in Berlijn geweest.’

Vast opgegroeid met Turks Fruit?
‘Dat was smullen, klopt. Maar daarvóór hadden we al De Stille Kracht, met de naakte borsten van Pleuni Touw! Ik kan me ook nog iets herinneren van pornoboekjes die ik vond in de bosjes. Dat zijn mijn eerste porno-ervaringen geweest, rond mijn dertiende. Ook waren er de prikkelende previews in de bioscoop waar mijn vader mij en mijn broer mee naartoe nam. Rode konen. Mijn pa heeft dat nooit geweten,want hij ging al voor aanvang van de hoofdvoorstelling weg. Het oeverloze gestuntel dat je wel in pornofilmpjes ziet heeft me evenwel nooit kunnen raken.’

Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen en trends in sexland?
‘Er is een inhaalslag van de vrouw gaande. En er wordt in het circuit veel drugs, met name GHB, gebruikt. Ik heb niks met drugs; het is juist de realiteit die me tot een hoger bewustzijnsniveau brengt. Als iemand aan de ‘wappies’, zo heet dat, gaat dan ben ik dus meteen vertrokken. Bovendien kan ik niet presteren als ik ‘kasje om’ ben, niemand kan dat trouwens. Veel jongeren gebruiken GHB voor hebt bereiken van totale ontspanning in dat drukke leven van ze – terwijl seks van zichzelf  geestverruimend genoeg is! Seks is ook tien keer sterker dan valium, dat is onderzocht. Seks is goed voor de mens. Maar niet het allerbelangrijkste in het bestaan, want een maandje zonder seks kan best, maar van niet poepen ga je dood. Seks is misschien niet alles, maar zonder seks is alles niks.’

Nog een geheimtip?
‘Mijn ervaring is: probeer je grenzen verleggen. Uitstellen is waar het om gaat. En ga met seks zover je kan en wil. En eroverheen. Seks moet je doen. Niet lullen maar poetsen. Als de harten van jouw en je partner écht verbonden zijn dan kom je er over seks-met-anderen-erbij ook wel uit.’

Kader
Marcel van der Heijden (Den Haag, 1963) gaat door het leven als Sjaak Bral. Hij kreeg bekendheid door interviews in het televisieprogramma RUR en in het radioprogramma van Frits Spits. In 1995 begon hij met stand-upcomedy. Sinds 1996 maakt Bral ieder jaar een oudejaarsconference. Maar hij maakt ook regelmatig solo theatervoorstellingen, zoals in 2016 Blonde Dolly, over de nooit opgehelderde moord op de gelijknamige Haagse prostituee. In dat jaar maakte hij ook De Vloek op Scheveningen, een opera voor het Residentie Orkest in het Zuiderstrandtheater.
Voorts was Bral van 2001 tot en met 2004 panellid in het tv-consumentenprogramma Ook dat nog. Momenteel presenteert hij op Radio West elke werkdag tussen de middag het programma Broodje Bral.

Fluisterstil én flamboyant

Raymond van het Groenewoud op tournee

Van ‘solo spelen’ krijgt hij klamme handen, nog altijd. Zondag is hij te gast in de Koninklijke Schouwburg. Intiem en fragiel.

‘Je veux de l’amour, je veux de l’amour. Waar ik ga, waar ik sta. Voor ik sterf, voor ik verga, je veux de l’amour. (…) Maintenant, tout de suite, heute, godverdomme. Je veux de l‘amour, en ook geld, geld. Om cadeautjes te kopen en aan iedereen te geven. Opdat ze van me houden, pour toujours.’

Dat was 1980. Inmiddels staat Van het Groenewoud vijf decennia op de Nederlandse en Belgische podia. Hij neemt een unieke plaats in het Vlaamse muzieklandschap in, meer nog: in het Nederlandse taalgebied – toen en nog altijd.

Er zijn geen ‘imitatie-raymonds’ of ‘tweedehands-raymonds’. Zelf noemt hij zich tekstdichter, filosoof en clown. Zijn teksten variëren van voluptueus en opgewekt tot juist meer dan indroevig gestemd, en dan weer licht filosofisch van toonaard. Van ‘Meisjes’ en ‘Twee meisjes’ via ‘Vlaanderen boven’, de hartenkreet ‘Je veux de l’amour’ en ‘Haile Selassie’, tot het olijke ‘Chachacha’, ‘Het verschil met mijn vriend Jan’, en het zelfportret ‘Goeiemorgen ouwe rotkop’, en niet te vergeten de gospel ‘Liefde voor muziek’ en ‘Zjoske’. Klinkt als: Alle dertien goed.

Met ‘Kreten en gefluister’ start Raymond van het Groenewoud op zijn bijna-zeventigste een nieuw muzikaal hoofdstuk voor zichzelf. Met alleen een piano die goudeerlijk aan zijn zijde staat en een gitaar om de hals in de aanslag. Geen begeleidingsgroep, geen franje. Het podium is hij nog lang niet beu, in zijn dooie eentje vindt hij nog altijd het heilige vuur.

De allermooiste Raymond? Dat is de Raymond die een beetje ‘depri’ is. Maar hij is ook behept met emmers vol nostalgie en slimmigheid die hij lardeert met bijtende humor en vooral veel zelfrelativering. En hij kan schitterend stampvoeten over het artiestenleven.

Voeg dat alles samen in één concert en je krijgt een schitterend portret in handen geschoven. “In het algemeen staan al mijn liedjes heel dicht bij mij,” vertrouwt hij de Vlaamse website Clubcultuur toe. “In muziek zit meer magie dan gewoon praten met mensen. Ik kan uitleggen hoe ik over dingen denk, maar ik vind daar een heel saaie kant aan. Woorden op muziek, dat is een heel andere wereld dan woorden in een gesprek. Het is iets magisch, niet te identificeren.”

Zijn ouders zijn geboren en getogen Amsterdammers. Om aan de legerdienst en de politionele acties in Indië te ontsnappen, vlucht vader alias muzikant Nico Gomez in 1947 naar Brussel. Eerst wonen ze in de Hoogstraat, later verhuizen ze naar Schaarbeek. Daar is Raymond geboren, op 14 februari 1950, te beschouwen als veruit de belangrijkste daad van deze Nico Gomez aan de muziekgeschiedenis.

Van het Groenewoud heeft een haat-liefdeverhouding met Nederland. ‘Tulpen uit Amsterdam’, zette hij uit volle borst in 2011 op CD. In 1996 schreef hij het lied ‘Ik hou van Hollanders’, met de tekstregels: ‘Ze hebben gelijk / Ze lopen rood aan / Ze hebben gelijk /En daar komt het op aan.’ Maar hij zingzegt ook: ‘Hollanders kunnen nogal luidruchtig zijn en hebben over alles een mening.’

Tegenwoordig voelt Raymond zich wat je zou noemen nog het meest een Antwerpse Amsterdammmer, of andersom: een Amsterdamse Antwerpenaar. Dat u het maar weet.

Raymond van het Groenewoud: ‘Kreten en gefluister’. Zondag 10 maart 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl en raymondvanhetgroenewoud.be.

Hoop in een hopeloze omgeving

De wereld aan je voeten met Explore Festival

Het Explore Festival haalt niet-westers theater naar Nederland. Een goed moment om, al is het maar voor even, uit de eigen bubbel en uit het westerse filter te stappen.

Een jonge generatie kunstenaars uit het wereldtheater strijkt neer in Den Haag. Het Explore Festival geeft een dwarsdoorsnede te zien van het theater zoals dat op dit moment her en der op de aardbol leeft. Het levert perspectieven, opvattingen en vergezichten op uit Brazilië, Senegal, Zuid-Afrika en Argentinië.

Steeds duidelijker komt in de maatschappij een tweedeling naar voren, een tweestromenland van ‘have’s’ en ‘have-not’s’ aan de andere kant. Wereldwijd, ook in Nederland. Voorbeeld: De zesentwintig allerrijksten hebben evenveel aan vermogen in bezit als de armste helft van de wereldbevolking.

Deze editie van het festival, de tweede, gaat niet over mensen die in deze wereld het feestje geven maar vooral over zij die niet zijn uitgenodigd. Niet de machthebbers maar de randfiguren, de uitgeslotenen en de onderdrukten. Mensen die letterlijk op zoek zijn naar een plaats onder de zon, verbinding te voelen  en een groep mensen om op de koffie te kunnen komen. Bovenal geeft het Explore Festival, precies zoals het theaterwetten betaamt, ook veel hartstocht weer. Zoals van het universeel zuchtende gevoelen en verlangen om ‘erbij’ te horen: ‘Longing to belong’. Dat ene, korte zinnetje is brandpunt en bindmiddel voor ‘Explore’. Het verwoordt het universele en diepgevoelde verlangen om dan toch ergens thuis te zijn.

Kanana
De overwinning op de apartheid heeft Zuid-Afrika niet de langverwachte vrede en welvaart gebracht. Integendeel: Het land zucht en steunt onder criminaliteit en onlusten. De kloof tussen arm en rijk, is er gigantisch en komt helaas te vaak overeen met die tussen zwart en wit, de Zuid-Afrikaanse variant van ‘zand en veen’.

Het beloofde land is met andere woorden niet bereikt, zelfs een ‘bestemming onbekend.’ Het is wel het type land dat al te vaak door corrupte machthebbers aan hun onderdanen gelukzalig wordt voorgespiegeld, de stip op de horizon, maar dat nooit verwezenlijkt wordt. Het Zuid-Afrikaanse Sotho-woord ‘Kanana’ verwijst daar precies naar. Het lijkt veel op ‘Kanaän’, het Bijbelse land van overvloedige melk en honing dat Mozes werd beloofd.

In de energieke dansvoorstelling Via Kanana van Katlehong Dance worden wegen verkend die niettemin moeten leiden naar dat beloofde land, dat misschien dan wel nooit bereikt zal worden maar daarom nog niet louter tot wanhoop hoeft te stemmen. De essentie van de voorstelling is daarom die van een boodschap van hoop voor Zuid-Afrika.

Het in 1992 opgerichte Zuidafrikaanse theatergezelschap Katlehong komt uit een ‘township’ bij Johannesburg. Het eerste doel was om jongeren een alternatief te bieden voor een leven als crimineel. Inmiddels toert de groep over de hele wereld. Ze waren sinds 2005 al verschillende keren in Nederland te gast.

De performers van Via Katlehong zijn bewoners van dat gelijknamige Zuid-Afrikaanse ‘township’, nabij Johannesburg, het grootste van Zuid-Afrika na Soweto. Ze zijn gespecialiseerd in ‘pantsula’, een dansvorm van de straat die tijdens de apartheid werd ontwikkeld om geheime boodschappen onderling uit te wisselen.

In een mix van hiphop die virtuoos is door haar snelheid maar niet aldoor acrobatisch, van ‘tap dance’ tot ‘step’, en gestoken in gumboots als verwijzing naar een mijnwerkersdans van klappen op de dijen en kuiten, ontstaat één groot, bruisend dansfeest. Al schreeuwend, fluitend, stampend met de voeten, klappend in de handen, kan iedereen meedoen.

Niet dat het uitsluitend licht en vrolijk is op het podium, want choreograaf Gregory Maqoma laat ook de wrange werkelijkheid doorschemeren. Als geboren ‘Katlehong-bewoner’ is Maqoma een van de meest getalenteerde artiesten in Zuid-Afrika, voorheen danste hij bij grootheden die ook hier alom bekend zijn: Akram Khan en Sidi Larbi Cherkaoui.

kader:
Programma
Compania Hiato / Leonardo Moreira: ‘Odisseia’ (Brazilië)
Vierenhalf uur durende rockende theater road trip door het landschap van moderne vrouwen.
Koninklijke Schouwburg, dinsdag 12 maart 2019

Claudia: ‘La Conquesta del Pol Sud’ (Argentinië)
Documentair theater over de verkenning van de relatie tussen collectieve en individuele geschiedenis.
Theater aan het Spui, maandag 18 maart 2019

Germaine Acogny: ‘Somewhere At The Beginning’ (Senegal)
Dialoog in de vorm van een performance tussen het hedendaagse Afrika en zijn tragisch geschiedenis.
Theater aan het Spui, woensdag 20 maart 2019

Katlehong / Gregory Maqoma: ‘Via Kanana’ (Zuid-Afrika)
Zuiderstrandtheater, woensdag 27 maart 2019

Het festival speelt zich door heel Nederland af. Meer informatie: exporefestival.nl.

 

Naar het voorgeborchte van de hel

Dégradé: Naar de hemel wijzen

Dégradé staat voor ‘extreem beeldend geluidstheater’. Over Bauhaus zou het gaan. Maar het is uitgedraaid op een bloedrood gekleurd theatraal epistel over de duivel.

Terwijl Dégradé-initiatiefnemer David Geysen de woorden in de mond neemt van Lucifer, als zijnde de duivel vóór zijn satanische val, ontwerpt ‘partner in crime’ Carl Beukman het subsonische geluid van het onderaardse.

Geysen declameert: ‘Het geboorte worden van de mensenmade heeft mij altijd boeiteloos gemaat. Dat de eerste wereldlijke daad met bloedvergiet en scheurbuik gaat gepaard is voor mij een spiegelaf van de menselijke aard.’

Het zijn de duivelse openingswoorden van een demonische tekst, een monoloog: “En dat loopt zo zo’n dertig pagina’s door,” verklaart Geysen met een licht sardonisch lachje.

Naar de hemel wijzen wordt straks opgediend in de avant-gardistische stijl waar de uitvinders van ‘extreem beeldend geluidstheater’ om bekend staan door eerdere voorstellingen als Polonium-210 en België.

De beide Dégradé-grondleggers beloven muzikale en beeldende effecten ‘op de hartslag van taal die in de vloer gekrast lijkt en in klei geboetseerd’. Een voorstelling over de schoonheid van het mislukken. Op zoek naar het punt waar lijden en geluk elkaar één ademtocht in troost opheffen. Geysen voorziet ‘een krankzinnige voorstelling’ gecentreerd rond een verbolgen duivel.

“De duivel is boos omdat de mens geschapen is door god. Hij is daarom vastbesloten om wraak te nemen. Maar daardoor veroorzaakt hij uiteindelijk zijn eigen val. Ik vind de duivel een interessant personage, al hebben we hem als mensheid waarschijnlijk zelf gecreëerd. Net als de hel. Voor mij is dat ook een interessante plek, net zoals dat voor Dante Alighieri in zijn beroemde Divinia Comedia gold. Want de hel is ook precies de plaats waar de kunstenaars verblijven,” lacht hij, “en eigenlijk de plek waar alle interessante mensen op een kluitje zitten. En daarbij is het dagelijks leven de hel, toch?”

Wijzen naar de hemel is voor Dégradé bijna een snoepje vooraf, de opmaat naar een grote productie rond de Divina Comedia. “Dat wordt een live spektakel dat we gaan uitsmeren over een heel jaar. In december gaan we van start met De Hel, in mei 2020 volgt De Louteringsberg, en in december 2020 brengen we het drieluik integraal uit, met daarbij ook deel drie: Het Paradijs.

Voor het eerst in zijn professionele toneelcarrière die stiekem al twintig jaar beslaat, brengt Geysen een monoloog. “Ik heb vele rollen gespeeld, tot aan Hamlet aan toe, dat was bij de afscheidsvoorstelling van Toneelgroep De Appel. Maar een monoloog heb ik nog nooit gedaan. Ik merk dat je je voor het instuderen van deze tekst bijna als een pianist op etudes moet voorbereiden, en dat je noot per noot, in dit geval woord voor woord, de zinnen moet veroveren. Pas daarna wordt het leuk. Wat het ook moeilijk maakt is dat tekstschrijver Jibbe Willems in dit stuk vaak de woorden omdraait in de zinsconstructies, hij schrijft geen lineaire taal.”

De eerder aangekondigde productie rond Bauhaus kan geen doorgang vinden. “Dat vinden we erg jammer,” zegt Beukman. “Helaas kon het project geen goedkeuring wegdragen van de gemeente. Het was heel interessant geweest om in dit Bauhaus-jaar hiermee voor de dag te komen.”

Geysen: “Dat project zou exact gepast hebben om te laten zien waar we als theaterbroedplaats voor staan: onderzoeken hoe we uiteenlopende disciplines kunnen samenvoegen en dat als inspiratiebron gebruiken voor onze eigen voorstellingen. Doodzonde dat het niet door kan gaan.” Maar nu eerst ‘Naar de hemel wijzen’.

Dégradé: ‘Naar de hemel wijzen’. Te zien in Korzo Theater van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 maart 2019. Meer informatie: degrade.nl.

Sloepdobberen onder het melkwoud

Branoul wekt de beroemde nacht van Llareggyb tot leven middels spel, muziek, geluid, zang en … een old school ‘gerauschmacher’.

Llareggyb. ‘Om te beginnen bij het begin: Het is lente, nacht zonder maan in de kleine stad, zonder ster en Bijbelzwart, de stille straten en het gekromde vrijers- en konijnenwoud hinken onzichtbaar naar de sleezwarte, trage, zwarte, kraaizwarte, sloepdobberende zee.’

Het hoorspel van Dylan Thomas (1914-1953) – hierboven geciteerd in de unieke wormvormige vertaling van Hugo Claus – dat de BBC in 1954 op de radio uitzond, zou ‘De dolle stad’ heten. En inderdaad: dit schilderachtige vissersstadje in Wales is bijkans krols van de lente die haar gedurende de korte tijd van het spel, niet meer dan een dag en een nacht trouwens, overvalt. Toch heeft het de titel ‘Onder het melkwoud’ gekregen.

Verschillende stemmen nemen je gedurende een etmaal op sleeptouw mee en net als in de ‘Ulysses’ van James Joyce, begeleiden je langs straten, pleinen en weiden van het dorpje-aan-zee. Je krijgt het voorrecht om in hun huizen te snuisteren en als ze ogenschijnlijk slapen zul je hun dromen zien. Je zult ze hardop horen denken over hun doden, hun geliefden, over hun onderdrukte verlangens en verwensingen. Ondertussen strijkt de tijd voorbij. En kruipt de dageraad ijlend naderbij.

Verschillende mensen uit het illustere fictieve dorpje aan de Atlantische oceaan worden zo door Thomas, zelfverklaard woordenmaniak, in hun grotesk-ontroerende dagelijkse doen en laten gevolgd en beschreven. Het zijn surrealistische capriolen, die soms komisch, soms tragisch zijn.

Onophoudelijk laat hij nieuwe figuren opduiken, die hij met intens scherpe blik moet hebben gadegeslagen en daarna vol overgave en met barokke overvolheid vastgelegd. Van baby’s die slapen, de boeren, de vissers, de handelaren, de postbode en de minnares tot de zwempotige mosselwijven en de zindelijke huisvrouwen.

Allen dromen. Van de zeeroversdolle zee. Van de doden. Van de havenhoeren. Van het geld. Van rattenkruidkoekjes, gewurgde parkieten en schaamteloze blote meisjes. In de handen van Thomas is een doorsnee dorpskroniek veranderd in een loeiend broeinest van geheimen, angsten en verlangens. Want Thomas vergunt ons een inkijk in de intiemste roerselen van het menselijk hart. En dat alles in de overwoekerende glorie van zijn taalvondsten.

Thomas doopte ‘Onder het melkwoud’ tot een ‘play for voices’. En dat is precies wat Branoul producties er mee doet: Een live stemmenspel smeden naar het origineel, als een opwindend dagreisje, en meegenomen aan de hand van drie acteurs (Sijtze van der Meer, Roeland Drost, Bob Schwarze). Bij elkaar verklanken en verbeelden ze 60 personages, terwijl ze zijn omgeven door een zee aan geluiden. En door een geluidstovenaar, een ‘gerauschmacher’ die voor geluidseffecten zorgt.

“Twee jaar geleden hebben we deze tekst al eens gedaan, toen met De Bende van Branoul” geeft Bob Schwarze, directeur/acteur van Branoul aan, “dat is een groepje kunstenaars dat Branoul een warm hart toedraagt. Maar nu gaan we het heel anders doen. Je ziet geen personages in beeld, maar wel personen ontstaan. Het is een prachttekst, maar om die louter en alleen voor te dragen vergt wel erg veel concentratie bij het publiek. Daarom wordt het een afwisseling van declameren, geluid en scènes uitspelen.”

Branoul: ‘Onder het melkwoud’. Van vrijdag 1 maart tot en met zondag 17 maart 2019. Meer informatie: branoul.nl.

Legoblokjes, op eenzelfde golflengte

Theater Rotterdam speelt  Heisenberg

Johan Simons: ‘Inzoomen én uitzoomen, dat kán de mens eenvoudigweg niet’. Over onzekerheidsrelaties in onzekere tijden, golfbewegingen en deeltjesversnellers.

Het bestuderen van een fysiek object is onmogelijk zonder het te beïnvloeden, dat is Heisenbergs onzekerheidsprincipe in den dop. In Heisenberg laat toneelschrijver Simon Stephens een man van 75 en een vrouw van 45 elkaars levenspad kruisen. Met topacteurs Elsie de Brauw en nestor Hans Croiset als tubes verf in zijn handen schildert regisseur Johan Simons ‘een humoristisch en muzikaal universum, een wereld van levenskracht die loskomt als je bereid bent het onvoorspelbare te omhelzen’.

‘Zij!,’ priemt Hans Croiset met zijn wijsvinger goedmoedig een gat in de lucht richting ‘tegenspeelster’ Elsie de Brauw. ‘Klopt!, bevestigt zij. ‘Ik ben de aanstichter.’ Elsie: ‘Mijn vader is verongelukt toen ik nog jong was. Ik heb daar een fascinatie voor de vaderfiguur aan overgehouden, heb er altijd behoefte aan gehad. Hans bewonder ik al heel mijn leven, al wil hij dat nu even niet horen natuurlijk. Ik wilde kortom heel graag eens samen met hem in een stuk spelen. En Johan wilde dat graag regisseren. Eerst hebben we los van elkaar naar stukken gezocht, totdat ik op Heisenberg van Simon Stephens werd gewezen. Als eerste van ons heeft Hans het gelezen. Hij vond het een goed stuk.’

Hans: ‘Het geeft een ontmoeting weer tussen een man en een vrouw – zoals ik nooit eerder ben tegengekomen. Het zijn eigenlijk zes eenakters met ieder een begin, plot, hoogtepunt en einde.’

Elsie: ‘Het mooie is dat je dit stuk op verschillende manieren kunt spelen. In Duitsland, Engeland en de VS is dit stuk al gespeeld, en heel uiteenlopend gedaan. Die versies hebben we niet zelf gezien, maar we hebben wel de recensies gelezen. Een tijd lang hebben we een eigen onderneming willen opstarten, maar uiteindelijk was Theater Rotterdam bereid. We hebben de rechten kunnen kopen en Ariane Schluter voor de vertaling aangezocht.’

Hans: ‘Januari vorig jaar hebben Elsie en ik een begin gemaakt om samen de tekst te doorgronden, zonder Johan erbij dus’.
Elsie: ‘Dat deden we aan tafel, bij ons thuis in Varik. Hier, dat zijn de aantekeningen van toen die nog altijd in de tekst staan. Maar het is allemaal heel anders nu.’
Hans: ‘Wat Johan er nu mee doet hebben we niet kunnen bevroeden.’

Beestachtig
Hans: ‘Ik wil met alle goeie Nederlandse regisseurs een keer gewerkt hebben – voordat het voorbij is. Elke acht jaar verandert het Nederlandse toneel en moet je mee, de trap op, niet blijven hangen in het verleden. Dat houdt mij bij de les. Deze wijze van repeteren heb ik nooit eerder meegemaakt, een ontdekking. Johan hanteert een woeste aanpak om de binnenkant van je te laten zien, het gevoel dat je opengescheurd wordt, dat er happen uit je genomen worden en je jezelf terug moet zien te kleien. Ik heb zelf veel geregisseerd maar ik kan tijdens dit repetitieproces het niet nalaten om me te verbazen over hoe hij dat teweeg brengt.’

(Aapt even Johan na.) ‘Johan gromt vaak, maakt veel zwaaiende, weidse gebaren.’

Elsie: ‘Dierlijk. Past ook bij de rol die Hans inneemt in dit stuk, want Alex is slager.’
Hans: ‘Johan is een kunstenaar, een soort Karel Appel in zijn atelier, die als een schildersbeest regisseert. Maar in zijn handen zijn wij geen tubes, maar verf die tot leven komt. Geweldig om dat mee te maken.

‘Ik heb Johans aanpak nooit aangedurfd, te schijterig bij het repeteren, maar dit keer niet. Het is me een paar keer overkomen dat ik pas op de generale ontdekte: laat mijn rol maar zitten. Niet fijn. Omdat ik pas heel laat begreep waar de rol over gaat. Ik kan niet iets spelen waar ik niet eerst doorheen ben gegaan. En hij, Johan, zorgt ervoor dat je er meteen middenin zit.’

Elsie: ‘Ja, bij hem hoef je je geen zorgen te maken over waar het heen gaat, want dat komt gaandeweg wel. Het fijne van Johan vind ik dat hij het acteren aan onszelf laat. Hij schetst in woorden hoe hij het wil, maar hoe wij die verf dan op het doek krijgen is ons vak, daar komt hij niet aan. Want hij zegt: Ik kan helemaal niet acteren. Is ook zo.’
Hans: ‘Hier voel ik me vrij om op verkenning te gaan, en niet meteen de oude trukendoos open te trekken.’

Elsie: ‘In Maastricht was Johan mijn leraar. Daar kan ik beter omgaan dan toen. Ik ken hem nu natuurlijk beter en raak niet onder de indruk van zijn gegrom en geknor.’ Lachend: ‘Maar anderen vaak wel.’

Hans: ‘Johan kan stevig tekeer gaan tegen Elsie – om de indruk te vermijden dat hij alles prachtig vindt wat zij doet. Dat geruzie kan soms wat veel zijn. Maar dan heb ik de vrijheid om te zeggen: even dimmen, jongens! Maar toch is er geen echte spanning. En ik voel me ook geen indringer.’

Elsie: ‘Als ik het ergens niet mee eens ben, dan zég ik dat. Punt. Als Johan gaat grommen moet je dat afromen. Dan komen we tot de kern.’
Hans: ‘Juist, dat heb ik moeten leren.’
Elsie: ‘Daar had ik je ook voor gewaarschuwd.’
Hans: ‘Ja.’

Hans: ‘We hebben college gehad van Robert Dijkgraaf.’
Elsie: ‘Hij vertelde dat Heisenberg in 1927 de eerste was die zei dat onomstotelijke waarheid niet bestaat, dat waarheid afhangt van het perspectief. In de wetenschap van toen was dat een eyeopener. Maar een kunstenaar kijkt altíjd vanuit een bepaald perspectief.Dat proberen we in de mise-en-scene in te bouwen.’

Hans: ‘Op mijn dertiende probeerde mijn vader mij bij te brengen dat we allebei een andere kast zien  terwijl we voor dezelfde kast staan. Daarna kon ik de stap niet zetten dat je dat verschijnsel onder kunt brengen in een formule.’
Elsie: ‘Maar dat begrijp ik nog steeds niet.’

Over Georgie en Alex
Elsie: ‘Georgie komt op me over als een temperamentvolle vrouw. Ze gaat elke dag naar het station. Met elke scene verandert mijn kijk op wat of wie zij is. Aanvankelijk is ze op jacht naar mannen. En Alex beschikt over iets waardoor zij zich goed voelt bij hem. In scène twee gaat ze hem opzoeken. Ze gaan uit eten en belanden in bed. Ze komt tot rust. Denken dat je op brokken niet iets nieuws kunt bouwen en hij doet dat toch. Alex is een rots met een enorme kracht in zich, vitaliteit en rust. Stoomkracht.’

Hans: ‘Zij komt als een oernatuurkracht met orkaansnelheid bij mij binnen, terwijl ik zestig jaar stil ben blijven stilstaan. Door die kracht komt er leven in mij. Alex komt tot leven, en zij tot rust. Hij weet dat het snel met hem afgelopen kan zijn, eindig. Deze rol komt dicht bij mij. Ik speel 75, toen had ik daar zelf geen last van, maar nu bemerk ik een achteruitlopende energieniveau.

Die ervaring probeer ik onder te brengen in de manier van spelen. Maar lastig want nu: Vanavond weer? Haal ik dat nog wel? Nooit van mijn leven beperking gevoeld, en nu in mijn lichaam iets niet maar geest wel. Het lichaam loopt achter bij wat ik wil.’

Elsie: ‘Je wil meer dan je kan. Als je meer op routine kunt spelen, dan gaat het beter. Toen ik op mijn 27e begon te repeteren met Johan viel ik vaak flauw, omdat je overvraagd werd. En Johan vraagt echt veel van je. Als je weet wat ja gaat doen, kost het minder energie.’ Hans: ‘Klopt. En ik zie dan ook niet op tegen de tournee.’

Dan komt Johan Simons binnen.

‘Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg?’ weet hij alwetend. ‘Dat je nooit het geheel kan overzien. Als het kijken door de bodem van een glas, eerst dichtbij en dan veraf. We zien dan nooit hetzelfde. Inzoomen en tegelijk uitzoomen, dat kán de mens eenvoudigweg niet. Da’s een menselijk tekort. Anders geformuleerd: dat we met z’n allen niet zien waar we mee bezig zijn geweest.

Nu het eindelijk lukt om uit te zoomen met z’n allen hebben we niet de middelen om de situatie te keren. Bovendien ontbreekt politieke wil. Als je het op de kunsten betrekt heeft het te maken met discussies over het verschil tussen kunst en cultuur. Die begrippen worden vaak op een hoop gegooid. Cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur. We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen.’

Johan: ‘Ik heb nog nooit met Hans gewerkt. Ik vind dat een hele eer, zoals ik het iedereen gun om met deze twee mensen te mogen werken. Het ontroert me.’

Elsie: ‘Waarom dan?’

Johan: ‘Omdat je met jullie echt over acteren kunt praten. Jullie weten van jezelf dat je kan spelen. Dat je die vraag niet meer hoeft te stellen. Andersom vragen jullie ook veel van mij, vragen om kwaliteit, dat de regisseur zijn vak moet verstaan, een kunstenaar moet zijn, net als jullie. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet daarvoor op mijn tenen lopen en ter plekke reageren op wat ik zie. Dat kan ik doen omdat ik zelf acteur ben geweest, een slechte weliswaar, maar ik weet wat een acteur doorstaat.

Eigenlijk ben ik de hele dag in een schildersatelier. Daar staat een doek dat Heisenberg heet en staat het doek Platform. Allebei fantastisch materiaal. Ik ga beginnen en kies voor Heisenberg.’

Hans: Dit is een mooie stilte.’

Simons: ‘Picasso schilderde zijn modellen en kwam graag dichtbij. En denkt op een bepaald moment: heel dichtbij = kubisme. Je ziet ineens andere proporties, schitteringen en details. Dat alles probeer ik in de mise en scene te vatten. Soms zijn het ook twee films door elkaar, zoiets als Brigitte Bardot met Michel Piccoli. Het luisteren van Elsie betekent dat Hans dat meebeleeft. Daarom staat Elsie straks soms met de rug naar de zaal.’

‘Buiten het feit dat ik dat hogere toneelkunst vind, en het in Nederland daaraan ontbreekt, omdat alles maar naar voren moet, geeft dat stuk mijzelf in ieder geval de mogelijkheid lagen aan te brengen.’

‘Klinkt ingewikkelder dan het is, want als publiek moet je wel kunnen meegaan. Als we te maken hebben met goede acteurs, en dit zijn twee goeie, kan ik na veertig jaar nog altijd niet beschrijven wat iemand tot een goede acteur maakt. Maar de lagen die wij er samen in leggen, die ontpel ik en ga ik heel dicht kijken bij wat dit toneel is. Al die details die we erin stoppen vallen jou misschien helemaal niet op. Je denkt alleen: er ís iets.’

‘Wat dat is? Een enorme kwaliteit op toneel. Het heet toneelspeelkunst. Maar in Nederland noemen we ze ‘makers’ en dat is ergerlijk. Zou verboden moeten worden. De hele discussie in NL zie je moeite maken tussen kunst en cultuur. Cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur. We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen. Zou verboden moeten worden. In de hele discussie in Nederland zie je moeite doorklinken tussen kunst en cultuur. Maar cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur.’

‘We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen.’

‘Hans is als acteur nieuw voor me, ik had nog nooit met Hans gewerkt. Ik vind dat een hele eer. Dat gun ik iedereen om met deze twee mensen te mogen werken, ik raak er ontroerd door. Elsie: Waarom dan? Johan: soms is het heel lelijk en soms onwaarschijnlijk mooi, en daar kun je met jullie over praten. Jullie weten van jezelf dat je kan spelen. Dat je die vraag niet meer hoeft te stllen. Maar zij vragen ook veel van mij. Zij vragen om kwaliteit, dat de regisseur zijn vak moet verstaan, dat de regisseur ook een kunstenaar moet zijn, net als zij, dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet ook op mijn tenen lopen.’

kader
Simons, de Brauw en Croiset hebben ieder hun eigen prijzenkast. Hun theaterleven beslaat opgeteld met gemak honderdvijfentwintig jaar.

Elsie de Brauw:
Elsie de Brauw (1960) was werkzaam bij onder andere Theatergroep Hollandia, Toneelgroep Amsterdam en NTGent. De laatste jaren speelt zij veelal maar zeker niet uitsluitend onder artistieke leiding van haar man, regisseur Johan Simons. Voor haar rol in Opening Night (regie Ivo van Hove) kreeg ze de Theo d’Or, de prijs voor de beste Nederlandstalige actrice. In 2011 won zij een tweede ‘Theo’, voor Gif bij NTGent. De Brauw speelde in diverse films en televisieseries, voor haar vertolking in de film Tussenstand kreeg ze het Gouden Kalf 2007 als beste actrice. Ze geeft les op de toneelacademies van Antwerpen en Gent. Elsie de Brauw is gehuwd met Johan Simons.

Hans Croiset
Hans Croiset (1935), telg van een acteursgeslacht, speelde op negentienjarige leeftijd zijn eerste hoofdrol, en snel daarna volgde zijn eerste regie. Croiset richtte in 1973 het Publiekstheater op, dat in 1987 met Toneelgroep Centrum fuseerde tot Toneelgroep Amsterdam. In 1986 werd hij aangesteld om het Nationale Toneel op te tuigen. In 1996 richtte hij met Ronald Klamer Het Toneel Speelt op.

Croiset kreeg in 1980 en 2017 de Louis d’Or, de toneelprijs voor beste mannelijke acteur.
In 1977 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 2012 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2017 verscheen Ik, Vondel, een fictieve biografie. Naast toneelwerk was Croiset ook in tientallen televisie- en filmproducties te zien. Hij is sinds 1962 getrouwd met theatermaakster en politica Agaath Witteman.

Johan Simons
Johan Simons (1946) studeerde aan de Toneelacademie Maastricht, waar Elsie de Brauw veel later een van zijn studenten was. Simons was de oprichter van Theatergroep Hollandia, leidde ZTHollandia, was intendant bij de Müchner Kammerspiele, artistiek directeur van NTGent en intendant van de Rührtriennale (Duitsland). Momenteel is hij artistiek leider van Schauspielhaus Bochum (Duitsland). Bij Theater Rotterdam is hij verantwoordelijk voor het internationale netwerk.

Zijn prijzenkast bevat onder meer de Prijs van de Kritiek en hij draagt de titel ‘Regisseur des Jahres’ van Theater Heute. In 2007 kende het Humanistisch Verbond hem de J.P. van Praag-prijs toe. In 2009 verleende de Universiteit Gent hem een eredoctoraat. In 2014 ontving Simons de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs en in datzelfde jaar werd hij lid van de Akademie van Kunsten. Naast toneel regisseerde Simons ook opera’s. Hij is gehuwd met Elsie de Brauw.