Van mensen en dingen die niet voorbijgaan

Verreck & Pleijsier met nieuwe CD annex theatertournee Reünie

Gerijpte teksten op aanstekelijke muziek, geschreven vanuit een melodieus popgevoel.

Een nieuwe CD? De ‘mediadrager’ is tegenwoordig vrijwel synoniem met ‘visitekaartje’. “Vroeger trad je op zodat je de nieuwe CD kon wegzetten, nu is het eigenlijk precies andersom,” vertelt met een krul om zijn mondhoeken cabaretier, columnist, thrillerschrijver, taalbeest én vader Marcel Verreck over datgene wat nog altijd en bij uitstek hét hebbeding voor de doorsnee vijftigerplussers is: een nieuwe perfect zilverglimmende schijf die in een doorgaans wankel laatje past en daarna idealiter in een zwart gat verdwijnt.

“En nou ja, CD? Het is een album. En ook op Spotify en andere moderne streamingdiensten kun je zó onze liedjes vinden.”

Reünie heet de digitale boreling van Verreck & Pleijsier.

“Wij hebben elkaar op het Haagse VCL ontmoet. Het nummer Reünie is gebaseerd op de sloop en herbouw van die school,” legt Verreck uit.

Verreck & Pleijsier? Jawel, dat is het cabaretduo van weleer dat begin negentiger jaren na vier programma’s en de juryprijs van het Leids Cabaretfestival de geest gaf. Vervolgens toog ieder solo verder: Paul Pleijsier met een muziekprogramma; Marcel Verreck met cabaretvoorstellingen. In 2005 kwamen ze weer bij elkaar gingen ze ook weer samen het podium op. Dat mondde uit in ‘Zondagmiddagshows’ die ze sindsdien in verschillende theaters in de stad hebben opgezet: van Diligentia en PePijn tot Dakota.

Reünie is, in de vorm van liedjes, een weerslag van een periode die nu bijna vijftien jaar beslaat, een continuüm van hernieuwde en hernieuwbare samenkomsten. Gelaagde liedjes, vindt Verreck.

“Mijn credo is: Hoe persoonlijker, hoe universeler. Paul en ik zijn onvermijdelijk allebei ouder geworden, hebben wat meegemaakt. De liedjes zijn met ons meegegroeid, en vormen zo ook een weerspiegeling van wat wij in bijna dertig jaar hebben meegemaakt.”

Op de CD heeft het duo verschillende jasjes aan, muzikaal gaat het van ballads en blues tot Beatles en Beach Boys. “Er staat ook een puur instrumentaal werk van Paul op”, vertelt Verreck. “Ik heb er erg voor geijverd om dat er ook op te krijgen. Producer, muzikant en arrangeur Boele Weemhoff heeft daarbij een groot stempel op de muzikale uitkomst gedrukt. Ik vind trouwens dat in muzikaal opzicht een CD verder moet gaan dan louter kleinkunstluisterliedjes – in ons geval gaat het bij uitstek om tragikomische verhalen die, als je de CD als geheel beluistert, ook een ontwikkelingsproces, een ‘coming of elderly age’ weergeven.”

VoordeKunst
Zesduizend euro. Dat was de doelstelling toen ze hun ‘crowdfundingsactie’ bij website VoordeKunst begonnen. Dat is uitgemond in welgeteld 8241 euri. Geweldig natuurlijk. “Vermeldenswaard is dat de gemeente Den Haag de inzamelingactie gesteund heeft door bovenop het bedrag dat we zelf hebben opgehaald, 1500 euro te doneren. Volgens mij bestaat deze regeling omtrent Haagse acts nog steeds. Als tegenprestatie bieden we de investeerders naast de CD ook persoonlijke workshops aan. Ik geef een klas ‘humor in uw presentatie’ en Paul doet een ‘ukelele-minicursus’.

Zondagmiddag is er in De Nieuwe Regentes een heus ‘release concert’. “Ook ontwikkelen we een nieuwe avondvullende theatershow waarmee we door het land gaan trekken.”

Verreck & Pleijsier, ‘Reünie’, CD-presentatie op zondag 29 september 2019, 16.00 uur, Theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: www.verreck-pleijsier.nl

 

Humor en een tikkeltje weemoed

Yvonne Keuls & Max Douw brengen ode aan Den Haag

In Den Haag, mijn lief betuigen Yvonne Keuls (87) en Max Douw (36) ieder op eigen wijze hun liefde aan Den Haag, hún stad immers. Yvonne vertelt terwijl Max vanachter de piano liedjes zingt en met haar mee danst.

“Karel de Rooij bracht ons bij elkaar,´ zegt Yvonne Keuls. “Hij kende ieder van ons afzonderlijk natuurlijk al veel langer, maar zei toen ineens: ‘Ik ga jullie koppelen want ik vind jullie uniek. Misschien zijn jullie elkaars antipode, maar jullie vullen elkaar ook mooi aan.’ Zo gezegd, zo gedaan. Ik ben dan wel een ouwe dame en ben 50 jaar ouder, en Max had mijn kleinzoon kunnen zijn, maar het klikte onderling meteen. Dat werd ‘Bericht van twee niet-gekke dames’. Toen ik daarna voor een optreden was in Het Paradijs, de bovenzaal van de Koninklijke Schouwburg, had ik daar een gesprek met toenmalig programmeur Marijtje Pronk. Zij kwam met het idee om Den Haag als ontmoetingsplaats centraal te stellen.”

“Ik ben meteen aan de slag gegaan. Het zijn korte, in elkaar overlopende verhalen geworden over Den Haag en over mensen die ik er ontmoet en ontmoet heb – en breng dat over naar het heden. Alles wat ik toen bij elkaar heb geschreven, heb ik op een dag in een keer aan Max gegeven met de woorden : ‘Dit is wat ík leuk vind, kijk jij nu maar wat jíj ermee wilt doen.’
Hij belde me daags erna op en zei: ‘Ik ga er liedjes bij maken. Ik omcirkel in jouw teksten wat mij persoonlijk aanspreekt. Als ik er zinnen van jou uithaal, dan moet jij ze uit jouw tekst laten. ’
Op deze wijze zijn de liedjes ontstaan. Op het podium pak ik het ritme van de muziek op, en vice versa. Zo ontstaat als het ware een dialoog met Max achter de piano en ik die daar nu en dan overheen hang. We hebben steeds vreselijke veel plezier om wendingen waarvan we vooraf niets weten en ter plekke ontstaan. Bij Max kan ik dat toelaten, die jongen barst van het talent. Ik heb bij hem voor mijn gevoel dan ook mijn teksten niet uit handen maar in handen gegeven. En het publiek is altijd dol dingen die spontaan zijn.”

“We zijn met deze ode aan Den Haag teruggevraagd. Dat vind ik een eer. Het is jammer dat we na de komende speelbeurten niet kunnen doorgaan, want ik ben alweer bezig met andere dingen, net als Max. Wat er op stapel staat? Ik ben bezig aan een boek. Door de vijftigste druk van ‘Mevrouw mijn Moeder, maar ook mijn jongste boek  ‘Zoals ik jou ken, ken jij mij’, ben ik druk met lezingen. En ik zit in een programma met zangeres Jeannette Scheffer en gitarist Rick Fennis. Ik heb geen reden om stil te zitten, ben gezond en actief, ik sport, en ik pas op mijn achterkleindochters, en alles en iedereen komt hier eten. Ik word in december 88 en heb wel ’s wat, maar het leven is niet alleen hard, maar ook mild voor mij. Ik mag ook dankbaar zijn om met jonge mensen te werken, we hebben zoveel plezier. Elke voorstelling is een feest.”

Yvonne Keuls & Max Douw, ‘Den Haag, mijn lief, Theater Dakota, zondag 29 september 2019, 14.30 uur; ook in Koninklijke Schouwburg/Het Paradijs, woensdag 16 en donderdag 17 oktober 2019,20.30 uur. Meer informatie: http://www.theaterdakota.nl en http://www.hnt.nl

Waarachtig ooggetuigenverslag

Firma MES haalt ‘vergeten’ gijzeldrama uit geschiedenisdoos

Een bijna vergeten terreurdaad in het Den Haag van 1974 wordt met De Gijzeling naar de oppervlakte getild, met de ambassadeurskamer in de voormalige Amerikaanse ambassade als ‘plaats delict’.

Op vrijdagmiddag 13 september 1974 was Den Haag wereldnieuws toen drie jonge gasten van de zelfbenoemde ‘bevrijdingsorganisatie’ van het Japanse Rode Leger een bestorming uitvoerden op de Franse ambassade. Aan het Voorhout, in wat toen nog de Franse ambassade was, in 2011 gesloopt en waar nu de Hoge Raad zetelt, namen in een mum van tijd de drie gewapende terroristen daarbij min of meer lukraak elf mensen dagenlang in gijzeling in de ambassadeurskamer met onder hen, minder lukraak, de Franse ambassadeur.

De Japanners waren uit op de vrijlating van hun godenzoon, de op dat moment 25-jarige Yutaka Furuya, een mede-bendelid dat in de Parijse Santé-gevangenis werd vastgehouden. Tot zover het geschiedenisklasje.

De Haagse theatergroep Firma MES ontrukt de geschiedenis van deze ‘burenruzie in de achtertuin van een ander’, aan oprukkende en dreigende vergetelheid. In de tuin van een ander inderdaad, want in strikt juridische zin is een ambassade buitenlands grondgebied, en bovenal ging het om een actie omwille van een gedetineerde die in Frankrijk vastzat.

Bij MES doet de ambassadeurskamer in de voormalige Amerikaanse ambassade dienst als speelvloer. Dat is een perfecte keuze, ook omdat de voormalige Franse ambassade aan dezelfde straatkant lag maar dan slechts vijftig meter verderop – terwijl een steenworp afstand verderop het platte vertier van de traditionele kermis op het Malieveld domweg bleef doordraaien en in die kamer dóórklinken. Op de avond dat ik de ‘voorstelling’ zag was nota bene het Embassy Festival gaande – en klonk het feestgewoel ervan door tijdens de voorstelling. Een schitterend toeval!

Het wemelt van de details over de gijzelingsactie in Den Haag, die aaneenhangt van wonderlijke knulligheden. Veel ervan is online gedocumenteerd.

Honderd uren vast. Krakkemikkig protocol. Idiote taalbarrière. En een Boeing 707-piloot die zich als cowboy opwerpt. MES maakt er dankbaar gebruik van en doet dat integer, op een wijze die doet denken aan hun veelgeprezen en veelgespeelde ‘RISHI’ van twee jaar geleden. Die vorm is de MES’jes als DNA op het lijf geschreven. Maar MES doet veel meer dan dat: de groep bedrijft orale geschiedschrijving doordat het enkele van de gegijzelden van toen heeft opgespoord en gesproken. Hun getuigenissen worden navoelbaar door het ingetogen spel, met dubbelrollen, van de acteurs: Lindertje Mans, Daan van Dijsseldonk en Roos Eijmers op aanwijzingen van regisseur Thomas Schoots. Er wordt zonder al te veel effectbejag en tussen het aanwezige publiek gespeeld, op een enkele zonnebril na, en het gebruik van een enkel (Franstalig) popdeuntje uit die tijd. Aldus weeft MES een persoonlijke getuigenis van de impact die deze ingrijpende gebeurtenis voor de betrokkenen moet hebben gehad, daar in de ambassadeurskamer maar net zo goed ook voor de dienstdoende politie en de politici. De ‘voorstelling’ vormt zo de sinistere weerklank van een journalistiek-documentair verslag.

In de jaren zeventig had je ook in Nederland te maken met, vooruit, bevrijdingsbewegingen. Er waren hier nog geen treinkapingen bekend, maar het toen nog niet verenigde Europa zuchtte al wél en zeer onder de schroeiende hitte van op het communistisch gemeengoed geïnspireerde bevrijdingsbewegingen als de RAF in Duitsland, de Rode Brigades in Italië, de ETA in Baskenland en – onder meer – het IRA, Noord-Ierland. Ook de Palestijnen waren al volop actief met hun Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), voorloper van PLO en Hezbollah, door op de Olympische Spelen in München 1972 een moordpartij aan te richten. Europa was, nog meer dan nu, een hoogexplosief kruitvat. Natiestaten werden van binnenuit aangevreten. De geschiedenis rijmt er vrolijk op los.

De gijzeling mondde trouwens uit in enkele gewonden plus een financieel geschil met de Fransen.

‘De Gijzeling’, Firma MES. Gezien op zaterdag 7 september. Locatie: voormalige Amerikaanse ambassade, tot en met zaterdag 28 september 2019. Meer informatie: www.firmames.nl

 

Het spoor terug

Ryan Djojokarso maakt met LIBI een ‘dansbiografie’

Vele Surinamers in Nederland zien dagelijks uit op een eeuwigdurend panoramisch uitzicht. Na 21 jaar ging theatermaker Ryan Djojokarso terug naar zijn geboortegrond en maakt er een voorstelling over voor de grote zaal.

Faf a libi? Gevleugelde woorden. In Suriname begroet men elkaar met ermee. ‘Libi’, zo legt Ryan Djojokarso uit, ‘is Sranantongo, voor leven, wonen en (ver)laten, voor: ‘Hoe staat het leven?’ Ryan Djojokarso’s zoektocht naar (zelf)acceptatie en wortels in wat voor hem het nog beste als een tussengebied is te omschrijven, zal voor velen herkenbaar zijn. Ryan: ‘Of je nou Surinaams, Turks, Pools, Indisch, Marokkaans of Nederlands bent, dat maakt niet uit. In die zin is de voorstelling universeel.’

Terug naar 1998. Vijftien was hij, een puber. Welgeteld drie dagen had hij voor zijn gedwongen afscheid van Suriname. Zijn moeder was hem vooruitgereisd; zijn vader bleef. Sindsdien heeft hij hem niet meer gezien. Nu, na 21 jaar, maakt Ryan Djojokarso een voorstelling over het land waar zijn geboortewieg stond. Hij ging er voor terug naar Suriname, voor het eerst. In de voorstelling LIBI laat hij het verhaal vertellen van Surinamers die naar Nederland zijn uitgeweken, en andersom van Surinamers die hun geboortegrond nimmer verlieten. Een voorstelling over tweestrijd, als was het een vergelijkend warenonderzoek. Maar ook een persoonlijk portret van Suriname. En passant steekt hij straks de grens over van de kleine naar de grote zaal. Ook voor het eerst.

April 2019
Voor zijn multidisciplinaire voorstelling staan verhalen centraal van vijftien Surinamers die naar Nederland verhuisden. Noem hen lotgenoten. Uitgangspunt is de reis die zij, net als hijzelf, maakten. ‘Hun herinneringen, hun verhalen,’ zegt Djojokarso, ‘over de heimwee, het aarden en het gemis. Van het opgroeien in Suriname tot het besluit te verhuizen, van de reis tot de aankomst in Nederland.’ Hij mixt hun hartenpijn, verdriet, verlangens en melancholie met de maatschappelijke kansen die ze hier, meer dan in Suriname, hebben.

De vaak hartverwarmende happenings die hij had vormden de rode draad voor het script dat schrijver Raoul de Jong en Djojokarso voor de voorstelling maakten. ‘Soms liepen die uit op wel vier uur, ook al heb ik geprobeerd het kort te houden. In de dagen en weken daarna heb ik alle relevante passages uitgetikt. Monnikenwerk. Het is nu één groot migratieverhaal geworden, al bleek dat wel even puzzelen.’

Om in letterlijke zin nog dichter bij Suriname te komen toog hij deze zomer naar de republiek en trok daar eveneens op onderzoek uit. Hij voerde er gesprekken met stads- en dorpsbewoners, maar ook met Indianen in de moeilijk toegankelijke binnenlanden. Dat stelde hem in staat hun gedachten te plaatsen tegenover die van de ‘Nederlanders’, en op hun beurt gedachten te laten gaan over de kansen die zij niet hebben gehad of genomen, samenhangend met hun keuze van destijds.

Uit de hoeveelheid verhalen die hij opdook is er een geschiedenis die hem bijzonder getroffen heeft . ‘Een vrouw uit Grubbenvorst, nabij Venlo,’ legt hij uit. ‘Ze vertelde dat ze zich opgesloten voelt in haar eigen keuze van 41 jaar geleden. Ze kan niet terug naar Suriname, zegt ze, vanwege de kleinkinderen. Als enige met Surinaamse wortels weet ze bij de dorpsbevolking geen aansluiting te vinden, terwijl haar man vaak op reis is. Al met al is dat wel pittig en eenzaam denk ik’. Maar,zegt Ryan, ‘ik had ook gesprekken met mensen die voor geen goud terug naar Suriname zouden willen. Hun devies? Omarmen, het beste van jezelf geven en de kansen pakken die op je weg komen.’

April 2018
‘Dik een jaar geleden zag ik in Den Haag een concert van popzanger Jeangu Macrooy. Ik werd diep getroffen door een traditioneel Surinaams lied dat hij in een nieuw en verrassend arrangement had gestoken. Ik heb hem uitgenodigd om in mijn nieuwe voorstelling oude Surinaamse liedjes te zingen, in het Surinaams in plaats van het Engels dat hij als popzanger gewoon is te doen. ‘

Er moesten in dat stadium meteen al wat vormafspraken komen. Wordt het live ‘praatzang’, worden het een soort van aria’s, zo wierp Djojokarso bij Macrooy op. Ryan: ‘Jeangu is zanger én performer. We kwamen eropuit dat hij Surinaamse kinderliedjes gaat verzamelen die betrekking hebben op thema’s rond identiteit, geboortegrond, verveling en verdriet. Jeangu is in 2014 naar Nederland gekomen. Zijn levensverhaal past dus perfect past in het verhaal dat ik met LIBI wil vertellen – hoe voorlopig het concept van de voorstelling anderhalf jaar geleden ook voor mij nog was.’

Juli 2019
‘Ik werk in LIBI met het artistieke team dat ik altijd om me heen heb, maar mijn dansers verschillen omdat ook het karakter van mijn producties verandert. Niet iedereen is opnieuw in te passen. Aan de hand van audities weet ik meteen wie ik moet hebben, het is voor mij bijna typecasting. De dansers slash performers moeten, zoals ik het noem, een ‘pitch presence’ hebben. Voor deze productie is het ook belangrijk dat er een mix aan culturen vertegenwoordigd is: zwart, wit en geel. Dat er iemand met Javaanse roots deel uitmaakt van de cast is een voorwaarde voor mij, omdat ik zelf uit die cultuur afkomstig ben.’

Buiten de negen professionele dansers / performers is het de bedoeling dat straks ook enkele van de geïnterviewden meedoen, maar dan wel aan de hand van een ‘voice-over’. ‘Zoals bij mijn twee eerdere voorstellingen, Mom: Me en While the leaves are blowing. Ik vraag de figuranten/geïnterviewden om hun teksten van tevoren in te spreken op band. Dat zorgt voor een verdiepende laag.’

Groot
Door de Nieuwe Makersregeling van Fonds Podiumkunsten krijgt Ryan Djojokarso met LIBI de kans om de stap naar de grote zaal te zetten. Hij gaat de uitdaging aan om een gesprek te voeren in de grote zaal en voor een groot publiek. ‘Voorstellingen maken voor iedereen, over menselijke condities. Ruimte speelt een belangrijke rol in mijn werk. Je kan een voorstelling klein maken omwille van de ruimte, maar andersom werkt het net zo. Een grote, klassieke en poëtische ruimte tilt het vertelde verhaal op en maakt het groter. Ik wil voor LIBI dat de ruimte groots transformeert.’

LIBI is op zaterdag 14 en zondag 15 september 2019 te zien in het Zuiderstrandtheater. LIBI is een coproductie van Korzo producties, Zuiderstrandtheater en Scapino Ballet Rotterdam.

kader:
Als hij 20 is start Ryan Djojokarso met zijn dansopleiding aan Codarts Rotterdam. Na een succesvolle carrière als danser werkt hij als choreograaf bij onder andere Korzo, Scapino Ballet Rotterdam, Konzert Theater Bern, Dox en Conny Janssen Danst. Zijn choreografieën zijn steeds reeksen, waarin hij persoonlijke verhalen vertelt.

kader:
‘Melting pot’
Surinamers zijn etnisch en cultureel een zeer diverse gemeenschap van Hindoestanen, Creolen, Marrons, Indianen, Javanen, Chinezen en Portugese Joden (Sefardische Joden). In 1935 telde Nederland zo’n 200 Surinamers.

Bij de onafhankelijkheid van Suriname (1975) kregen Surinamers de keuze: de Nederlandse nationaliteit behouden of overstappen op de Surinaamse nationaliteit. Velen kozen voor Nederland en vestigden zich overzee. Het vooruitzicht van de onafhankelijkheid bracht een exodus van 40.000 mensen teweeg. In Nederland wonen nu bijna 350.000 mensen met Surinaamse wortels, met Zuid-Holland als koploper (150.000).

kader:
Nederland veroverde Suriname op de Engelsen in 1667. Voor het werk op de plantages (suiker, koffie, cacao en katoen) werden slaven uit Afrika gehaald. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werd het arbeidstekort opgevuld door contractarbeiders uit Java, China en India. Suriname was tot 1975 een Nederlands gebiedsdeel.

De eigen naad naaien

Het Zuidelijk Toneel richt koplampen op criminaliteit

Het Zuidelijk Toneel stort zich met De achterkant van … op de zevenkoppige draak van criminaliteit in (zuidelijk) Nederland. Over een (on)gewoon DNA met een gemoedelijke volksaard.

‘New Kids’. Brabant en Brabanders door hun eigen ogen. ‘Hey kutwout! Hedde gij zin om te rennen ofwa’. Pardoes rukt een van de vier de pet van het hoofd van de dienstdoende wachtmeester tweede klasse. Geintje. Achtervolgingsscène.
Een volkse cult-hit op SBS6. De groep van vijf hangjongeren van New Kids en de sfeer van ongein die hun kwajongensstreken oproepen staat zeker niet model voor De achterkant van… verwoordt Piet Menu, artistiek directeur van Het Zuidelijk Toneel, zijn streven bij de voorstelling. Hij wil allereerst vragen opwerpen bij de samenleving die schuilgaat achter de ‘hallucinante misdaadcijfers’ in Zuid-Nederland. Menu, (1977, Roesbrugge, West-Vlaanderen) bij deze productie ook betrokken als dramaturg: ‘Wat gaat er om in de hoofden van hen die de gemiddelden in steden als Heerlen, Tilburg, Eindhoven, Roosendaal, Den Bosch, Zeeland en Breda omhoog helpen? En waarom gaat criminaliteit vaak over van generatie op generatie?’

Voor de vuist weg somt hij een trits uitwassen op die met het genoeglijke Brabantse leven wordt geassocieerd: Ondermijning, drugsfabricage, fraude, witwassen. Geen makkelijk rijtje. ‘Wij willen de problemen benoemen die aan Zuid-Nederland kleven of er vaak mee geassocieerd worden,’ zegt Menu. ‘We willen betrokkenheid oproepen maar ook begrip en verwondering kweken – op weg naar meer bewustwording.’

Criminele netwerken hebben een veel grotere greep op het openbare leven dan velen bereid zijn te geloven. Een gemeentehuis dat in vlammen opgaat, onderduikende burgemeesters, schatrijke criminelen die sportclubs financieren. In de niet te veronachtzamen geboekstaafde waarnemingen en gesprekken die zijn vastgelegd met De achterkant van Nederland, beschreven hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en journalist Jan Tromp in 2016, afzonderlijk van de voorstelling, hoe de onderwereld steeds steviger met de bovenwereld verstrengeld is geraakt. Met name de Zuidelijke Nederlanden zijn van oudsher een erkende broedplaats. Tops en Tromp, in geparafraseerde vorm: De VOC-mentaliteit, de Verenigde Ondermijnende Criminaliteit, leeft nog altijd voort. Er is in ons land een weerbare onderklasse met een uitgesproken afkeer van elites en overheidsbemoeienis. We doen het zelf wel, maar dan anders. De eigen naad naaien. Buren knijpen graag een oogje dicht. De volksbuurt als gesloten front. In veel volkswijken zijn drugsbazen welzijnswerkers. En overal in het land zijn er ogenschijnlijk keurige advocaten, notarissen en bestuurders uit de bovenwereld die zich beschikbaar houden voor dienstbetoon aan de achterkant van Nederland.

Menu: ‘Belangrijk om te vermelden is dat het stuk niet is gebaseerd op het boek, wel laten we dezelfde complexiteit zien.’

Siciliaanse toestanden? Het goedmoedige Brabant als infaam amfetaminewalhalla?

‘Ach,’ zegt Menu, ‘dat is maar een kwestie van perceptie. Ik wil het allemaal niet goedpraten maar wel is me duidelijk geworden dat iedereen wel iemand kent die… ehh nou, vul maar in. Uiteindelijk kennen we hier in Brabant allemaal wel iemand bij wie we in stilte vragen stellen. Onlangs was ik op bezoek bij een schouwburgdirecteur in de buurt van St. Willebrord, tussen Breda en Roosendaal. Hij had gehoord dat je daar het tanken van benzine contant kon afrekenen. Toen hij even later met nieuwe ogen om zich heen keek, zag hij er inderdaad ongewoon veel grote bakken rondrijden. Het blikveld veranderen, dat is wat we willen bereiken. We willen mensen aan het denken zetten.’

Spektakel maken over wat allerwegen gezien wordt als fnuikend, onoirbaar gedrag? Moeten er straks in de acht steden waar de voorstelling te zien is, extra veiligheidsmaatregelen getroffen worden? Menu: ‘We zijn niet uit op waarheidsvinding. En het moet volgens hem ook niet te anekdotisch worden. Het blijft ‘kunst’. ‘Kunst behoort te schuren, ongemakkelijk te zijn. Kunst moet hardop vragen stellen en durven benoemen. Kunst werpt vragen op – maar biedt geen oplossingen.

Er gaat een tentoonstelling mee op doortocht langs Brabant en Zeeland. ‘Daarin wordt onder meer verteld wat de zogeheten ‘groene vingers’, de hennepteelt, op de gemiddelde bovenzolder driehoog achter of in een leegstaande stal oplevert.’ De Taskforce Brabant tekende die revenuen als volgt op: ‘De eerste kweek is om de inrichting terug te verdienen, de tweede is voor de boete. En vanaf de derde pluk is het groot verdienen.’ Menu: ‘Zo wordt het althans voorgespiegeld. De werkelijkheid is anders.’

Op de speelvloer van De achterkant van … zijn hoofdrollen weggelegd voor Björn van der Doelen (singer-songwriter en voormalig profvoetballer bij o.a. PSV) en Michiel Kerbosch (o.a. Doctor Vlimmen en De Lift). Het geheel wordt gelardeerd met dans en muziek en speelt zich af in een groot gemonteerd decor. Menu: ‘We willen de lat hoog, maar de drempel laag.’

Voor de tekst heeft Het Zuidelijk Toneel twee spraakmakende schrijvers in de arm genomen: Anton Dautzenberg en Diederik Stapel (zie kader). ‘Zij kunnen allebei uit eigen ervaring vertellen over de onderkant en de achterkant,’ legt Menu uit. ‘Het publiek is een kijkje vergund in de bovenkamer van drie verschillende generaties. We laten jongeren spreken, maar ook iemand van twee generaties vóór hen de vraag stellen of het allemaal wel waard is geweest. Niet zelden gaat hun leven gepaard met zwijgplicht en net zo vaak wordt hun bestaan geromantiseerd voorgesteld. Zo krijg je een verschuivend perspectief op de worsteling die een ‘crimineel’ doormaakt. We laten de psychologie achter misdaad en misdadiger zien.’

Zuid-Nederland was decennialang beurtelings wingewest, bufferzone of generaliteitsgebied. Dat heeft zijn sporen nagelaten. De licht-bourgondische aard van de Brabander heeft misschien een duister randje en dat komt met deze voorstelling wellicht in een enigszins gewijzigd perspectief te staan. Menu: ‘Het grensgebied, elk grensgebied waar dan ook ter wereld, is altijd en overal een logistiek interessante doorvoerzone. Van oudsher.’

De toekomst is geen lineair voortgaande beweging, weet Menu. ‘Het van bovenaf opgelegde bouwen aan een ‘betere’ samenleving kan een valkuil zijn. Met Het Zuidelijk Toneel willen we een oprechte poging doen om, in alle gezamenlijkheid, verschillende visies op te werpen. Dat is óók de taakstelling van kunst.’

kader:
Anton Dautzenberg
Dautzenberg is een van de meest controversiële en spraakmakende schrijvers van dit moment – of het nu om zijn bevlogen en avontuurlijke oeuvre gaat, zijn solidariteit met verguisde personen (van Diederik Stapel tot vereniging MARTIJN) of zijn armoede-glossy Quiet 500 (als tegenhanger van de Quote 500). Zijn roman Extra Tijd werd in 2013 tijdens de Nacht van de NRC uitverkoren tot Boek van het Jaar. In 2016 werd hij tijdens de Nacht van Rome vereerd met de titel ‘gevaarlijkste intellectueel van Nederland’.

kader:
Diederik Stapel
Stapel studeerde psychologie en communicatiewetenschap in Amsterdam en was jarenlang werkzaam in de universitaire wereld als (hoog)leraar, onderzoeker en bestuurder. In 2011 kwam er een abrupt einde aan zijn wetenschappelijke loopbaan toen bleek dat hij onderzoeksresultaten had aangepast en verzonnen. Momenteel is Stapel werkzaam als strategisch adviseur, coach, meedenker, vragensteller, (mee- en geest)schrijver, webredacteur en spreker.

kader:
Zes criminele projecten
Het Zuidelijk Toneel heeft het lopende seizoen ingericht op ‘Criminal Minds’: van vormen van medeplichtigheid en de verhouding tussen dader en slachtoffer, tot aan de liaison tussen misdaad en misdadiger.

In Casting the Pass doet een jonge acteur auditie voor zijn droomrol: topvoetballer in het theaterstuk ‘The Pass’. Hij wordt ontvangen in de keuken van de casting director.
De vrouw die de honden eten gaf gaat over Michelle Martin. Zij werd de meest gehate vrouw van België omdat ze twee kinderen in een kelder liet verhongeren en sterven. Wie is zij?

True Copy gaat over de briljante leugen van meester-vervalser Geert Jan Jansen. Hij wist meer dan twintig jaar de kunstwereld in het ootje te nemen, zelfs zo dat Picasso en Appel nietsvermoedend echtheidscertificaten uitschreven bij werk dat hij fabriceerde.
In El Dorado wordt bekeken wanneer medeplichtigheid gaat wringen in een dorp.
Verder gaat radio- en theatermaker Romanee Rodriguez een vijfdelige podcastserie De wereld van Jan de Man maken, waarin ze op zoek gaat naar diens ware leven.

Het Zuidelijk Toneel speelt De achterkant van… van eind augustus tot eind oktober 2019. Meer informatie op hzt.nl/projecten/de-achterkant-van

 

Sentimentele piraten en een stoere kapitein

Bijna alles loopt in de soep

Vrouw Houtebeen is de eerste hoopvolle klimaatopera ter wereld. Vrijdag 6 september gaat hij in première in het Zuiderstrandtheater.

Herinnert u zich deze nog? ‘Al die willen te kaap’ren varen / Moeten mannen met baarden zij / Jan, Pier, Tjores en Corneel /  Die hebben baarden, die hebben baarden, zij varen mee’. Het lied gaat over een groep zeevaarders. Met ‘baarden’ wordt bedoeld dat het mannen moeten zijn die niet voor een kleintje vervaard zijn.

De Corneel van dit lied uit begin negentiende eeuw is Cornelis Corneliszoon Jol, geboren in het jaar 1597 in Scheveningen. Beroep: Kaper. Feitelijk: admiraal van de West-Indische Compagnie tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Bij overvallen maakte hij goud en zilver buit op Spaanse en Portugese schepen. Vergeten zeeheld. Voor Jol geen praalgraf in Delft, zoals voor Piet Hein. ‘Houtebeen’ werd hij genoemd nadat hij in een gevecht gewond was geraakt en een van zijn benen moest worden afgezet. Tot zover dit geschiedenisklasje.

“Met ‘Vrouw Houtebeen’ laten we nu eens niet de vrouw áchter, maar de vrouw vóór de man laten zien,” zegt regisseur Vincent van den Elshout over de hoofdrol van Ael Jansz.. Zij is Houtebeens echtgenote, een rol die Loes Luca op zich neemt. Naast Luca spelen de talentvolle jongelingen Kim van Zeben en Dook van Dijck, en zien we Koos Sekrève als Cornelis Jol. Zij allen worden bijgestaan door Theaterkoor Dario Fo en een projectkoor met meer dan 125 Scheveningse zangers en kinderen.

Luca doet op ingeleefde toon de verhaallijn en de lotgevallen van Ael uit de doeken. “Eerst varen vanaf Scheveningen onze mannen uit. Ik blijf achter. Maar ik heb er schoon genoeg van om een kapersvrouw te zijn. Ik wil eindelijk huisje boompje beestje; met hem hier op een bankje zitten en vanuit een duinpan naar de zee staren. Daarbij: hij is te oud geworden voor het vak. Daarom pik ik net voor hij het ruime sop kiest, zijn houten been. Want met één been houdt hij het op zee vast niet lang uit. Bovendien is het gezellig voor mij, zo’n been in huis te hebben. Als een papegaai een noodlotstijding komt overbrengen, ga ik de zee op, ook al heb ik nog nooit gevaren. Maar ik weet niet dat er verstekelingen in het ruim verborgen zitten. Zij willen de zee redden van de plastic soep. Als Ael kan mij dat niet schelen; ik ben bezig mijn man en de anderen te redden. Uiteraard komen we onderweg allerlei obstakels tegen, maar uiteindelijk vinden we elkaar onderwater in een fata morgana. Als we dan later weer thuis zijn, kijken we met weemoed op het vervlogen verleden terug,” vertelt de met comédiennebloed geboren Rotterdamse chansonnière en actrice. Het wordt een ludieke productie met serieuze ondertoon: aan de hand van dertig ‘ankerpunten’ komen in evenzovele scènes naast klimaatspijbelaars onder meer een ijsberenduet, een walvis met een gordijn, sirenen en garnalenpellers op de proppen.

Vliegschaamte en vleesvrees
In persoon is Loes Luca geen uitgesproken klimaatactivist. “Ik ben wel heel netjes in het scheiden van afval. En ik rijd een hybride auto. Maar ik vlieg wel. En ik eet vlees. Kijk, ik word dit jaar 66 en ben opgevoed met ‘vlees moet’ en ‘melk moet’. Dat krijg je er bij mij dus nooit meer uit, denk ik. Maar als ik naar mijn dochter kijk dan zou ik, als ik nu haar leeftijd had, misschien net als zij veganistisch zijn. Want de wereld gaat toch wel sneller naar de kloten dan we in de gaten hebben gehad. Ik eet al wel minder vlees, maar een boterham met kalfsleverworst is wel erg lekker, sorry kalf. Als ik voor mijn dochter kook maak ik vegetarische recepten klaar. Dus: geen ei, en soja in plaats van room en zo. Maar dat vind ik prima. Qua soep? Doe mij maar soep met ballen! Maar dat mag natuurlijk ook niet meer. Of een bloemkoolsoepje … met ham erin. In ieder geval géén plastic soep ”

IJsberenduet
In muzikale zin houdt ‘Vrouw Houtebeen’ het knipogende midden tussen opera, musical en operette, al wordt de productie ook geafficheerd als een ‘moderne odyssee’. Van den Elshout: “Maar zelf noem ik dit de eerste hoopvolle klimaatopera. En nog Nederlandstalig ook, op een tekst van Gijsje Kooter .” De operamuziek van William Gilbert & Albert Sullivan van eind 19e eeuw is opnieuw gearrangeerd en wordt gespeeld door een ‘minisymfonieorkest’ dat bestaat uit musici van het Residentie Orkest. “Ik vind het hartstikke mooie muziek,” zegt Luca, die na ‘Harde Handen’ tot een bekende verschijning is uitgegroeid aan de zeekant.

Kwekers in de kunst, Residentie Orkest en Zuiderstrandtheater, ‘Vrouw Houtebeen’, donderdag 5 t/m woensdag 11 september 2019, Zuiderstrandtheater. Meer informatie: www.zuiderstrandtheater.nl