‘Zwaard van Damocles altijd boven ons hoofd’

Serie: Kunstenplan – Dans in Den Haag

Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal stelt tot dat moment wekelijks groot naast klein, deze week met Willemijn Maas, directeur van Nederlands Dans Theater (NDT) en Lonneke van Leth, artistiek leider van Lonneke van Leth Dans.

“Ik vrees nog het meest voor de positie van middelgrote dansgroepen, in het land maar ook in het Haagse,” zegt Willemijn Maas vooruitblikkend op het Kunstenplan-in-wording. “Als zij het niet zouden redden, is dat een ramp voor de carrière en de ontwikkeling van dansers. Ook de doorstroming komt dan in gevaar. Daar komt nog bij dat het dansaanbod dan verschraalt. In het mantra van een te groot aanbod, geloof ik niet.”

Zoals meestal liggen er meer aanvragen klaar dan geld.

Maas: “Landelijk en plaatselijk is er overvraagd. Ik weet niet wat dat gaat betekenen. In ieder geval wordt het spannend voor onze partners binnen het samenwerkingsverband van theater Amare, het Residentie Orkest en de theaterorganisatie van Amare. En ook voor onszelf, want hier lopen de vaste kosten op. We betalen uit volgens CAO. Tot nu toe krijgen we wel gecompenseerd, maar de kosten stijgen sneller dan de compensatie. Maar dat kan een acuut probleem worden. Er wordt ons verteld: Ga dan minder vaak optreden. Maar dan heb je ook minder inkomsten.”

Lonneke van Leth probeert zoveel mogelijk volgens CAO Dans uit te betalen. “Als we een choreografie terughalen op het repertoire, kan ik dansers enkel reiskosten uitbetalen. De inkomsten van het optreden de dag erna gaan vaak linea recta naar de dansers. Daar houden we als stichting niets aan over.”

Ze hoopt dat straks niet alleen de giganten in Den Haag voortbestaan, maar vreest dat kleinere dansgroepen het kind van de rekening worden, en permanent verwezen worden naar de veel onzekerdere ‘projectenpot’.

“Een projectaanvraag opstellen kost steeds onnoemelijk veel energie – en je weet van tevoren de uitkomst niet. Wat je bij fondsen merkt is dat ze zeggen: ‘We hebben jullie al drie keer gesteund, nu even niet’.”

Het is iedere vier jaar weer duimen. “We hebben het Zwaard van Damocles altijd boven ons hoofd. De vorige Kunstenplan-ronde werden we op het laatste nippertje gered. Je zou sowieso meer waardering en rust willen, al zeker als je weet wat we tot stand brengen.”

Willemijn Maas voelt met haar mee: “Te vaak wordt met dedain gesproken over kunst, alsof het een luxeproduct is. Anderzijds worden we geacht allerlei maatschappelijke problemen onder handen te nemen – al moet je je, vanzelfsprekend, altijd tot maatschappelijke ontwikkelingen verhouden. Toch vind ik dat je steeds moet bekijken hoe maatschappelijke taken passen bij de ‘core business’ van instellingen. Bovendien: Iedere vier jaar vaart de overheid weer een andere koers. Dat is ingewikkeld voor iedereen van ons.”

Van Leth: “Eerder deden we van alles, van ‘community arts’ en locatieprojecten tot het integreren van beeldende kunst – vooral omdat we dat zelf leuk vinden. We zitten met veel vissers in dezelfde dansvijver en dus hebben we keuzes moeten maken. In 2019 hebben wij de keuze gemaakt om enkel nog voorstellingen voor de jeugd te maken, hopelijk straks met vier dansers die we drie dagen per week in huis kunnen hebben. We merken dat onze kracht lag en ligt, artistiek en financieel, in het bedienen van de jeugd. Er is bovendien een markt voor in het hele land. En in Den Haag zijn we het enige jeugddansgezelschap. Ik hoop dat dat gezien wordt.”

Voor de komende Kunstenplan-periode is de komst van theater Amare een belangrijk bestanddeel. Maas: “Daar hebben we samen een aantal dingen over opgeschreven. We willen een huis zijn voor heel Den Haag. Vooral is belangrijk wat we gaan doen met de zogeheten ‘front of house-programmering’, dat is de entreehal. Ook gaan we door met samenwerkingsverbanden in de stad, zoals met Korzo, talentontwikkelingstrajecten als de Summer Intensive, en educatieprojecten. En we hebben onlangs een nieuwe artistiek directeur in Emily Molnar.

“Dit is voor mij het eerste Kunstenplan,” zegt Maas, die juni 2019 is aangetreden. “Een cyclus van bier jaar vind je ook in de omroep en het onderwijs. Maar ik vind het goed om eens de zoveel tijd de strategie te herijken. We plannen weliswaar ver vooruit, maar toch ben ik niet tegen de termijn van 4 jaar. Wel moet er meer afstemming komen tussen rijk en stad, en vervelend is dat we aldoor gegevens moeten ophoesten waar maar weinig mee gedaan wordt. Belangrijker is het om na te denken waarop beoordeeld en waarop afgerekend wordt. Met andere woorden: Heb je het als overheid dan wel over de juiste dingen?” Lonneke van Leth heeft een origineel idee: “Waarom gaan we niet jaarlijks evalueren? Dan kan er goed worden bijgestuurd en hoeven we niet iedere vier jaar dit circus in.”

Van Leth is blij dat ze niet in de schoenen staat van de Adviescommissie. “Het lijkt me voor de leden vreselijk om te zien dat het budget voor kunst vrijwel hetzelfde blijft, terwijl er meer aanvragen liggen en er extra geld voor ‘fair pay’ nodig is. “We hebben in Den Haag op dansgebied alles in huis: van een internationaal dansgezelschap als NDT, het ‘makershuis’ van Korzo en allerlei dansgroepen daaromheen, tot een beroemde kunstvakopleiding. In combinatie met te weinig geldmiddelen moet dat ‘killing’ zijn.”

Corona
“We hebben tournees moeten afbreken, moeten afzeggen of ze zijn afgezegd,” vertelt Willemijn Maas van NDT – door de telefoon. “Onze dansers zitten thuis, voor dansers is dat rampzalig. Maar nog meer zorgen heb ik over hun mentale gesteldheid. We hebben veel jonge dansers uit het buitenland in onze gelederen. Hun ouders willen misschien dat ze naar huis komen. Gelukkig zitten er geen van onze dansers vast in het buitenland. Als bedrijf is het ook spannend. Er zijn instellingen, de kleinere kan ik me met name voorstellen, die het zwaarder hebben.” Ook voor Lonneke van Leth, eveneens via de telefoon maar afzonderlijk van Maas, is de druk door corona groot: “Wij werken veelal met freelancers. Die zitten nu thuis. Het beetje salaris dat zij hadden is nu ook weggevaagd, 32 optredens zijn geannuleerd. De danslessen en workshops hebben we stopgezet, voor ons is dat een strop. Maar ik ben geen doemdenker. Het komt uiteindelijk altijd allemaal goed.”

kader
Dans in Den Haag
Den Haag noemt zich graag ‘Dansstad van Nederland’: Nederlands Dans Theater (NDT) is wereldberoemd. Holland Dance Festival en CaDance zijn (inter)nationale dansbiënnales. In het India Dans Festival van Korzo, dat opereert als internationaal ‘makershuis’ voor jonge dansmakers, wordt aandacht gegeven aan werelddans. En de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium leidt dansers van de toekomst op.

Den Haag heeft met Meyer-Chaffaud, Kalpanarts, David Middendorp/Another Kind of Blue, Amos Ben-Tal/OFFprojects tot De Dutch Don’t Dance Division en Lonneke van Leth daarnaast een bloeiend circuit van dansgroepen en -initiatieven. Aight weet ook ‘urban’ doelgroepen te binden en een dansbasis mee te geven.

Door het hoge opleidingsniveau van jonge dansers, de sterke onderlinge samenwerking, het internationale dansnetwerk in de stad en de band tussen kleine gezelschappen en grotere dansinstellingen heerst in de stad een gezond dansklimaat.

kader
Nederlands Dans Theater
Nederlands Dans Theater is vlaggendrager van de Nederlandse moderne dans. Het ensemble is wereldwijd toonaangevend en bestaat uit twee gezelschappen: NDT 1 en NDT 2. Binnenkort neemt NDT haar intrek in Amare, het nieuwe theater aan het Spui, en vindt er onderdak naast het Residentie Orkest, de theaterorganisatie van Amare en het Koninklijk Conservatorium.

kader
Lonneke van Leth Dans
Lonneke van Leth Dans maakt dansproducties voor de jeugd. Gevestigd in Den Haag, maar met ook een landelijk bereik. Lonneke van Leth maakte in het verleden grootschalige producties voor jong en oud en betrok daarbij vaak amateurdansers, zoals ‘Het Zwanenmeer’, ‘De Odyssee’ en ‘De zaak Carmen’.

Lonneke van Leth Dans
Subsidie vast 2019: € 109.353
Projectsubsidie 2019: € 118.651
Aangevraagd bedrag. € 194.000
Omvang organisatie (fte). 5,3 fte (zzp)
Aantal bezoekers 2019 : 24.595
Activiteiten: 243

NB Dit artikel is tot stand gekomen op basis van separaat gevoerde telefoongesprekken.

 

‘Niet iedere vier jaar opnieuw het wiel uitvinden’

Beeldende kunst in Den Haag

Het Meerjarenbeleidsplan 2021-2024 (‘Kunstenplan’) werpt zijn schaduw vooruit. Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het toekomstige kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal kijkt in de glazen bol, deze week met Benno Tempel, directeur van Kunstmuseum Den Haag en Heske ten Cate, artistiek directeur van kunstruimte Nest.

Komt het Museumkwartier er? En wat gebeurt er met de voormalige Amerikaanse ambassade: komt daar het Escher Museum of beschikt ‘kunstruimte’ West ook over goede papieren? In de beeldende kunst in Den Haag liggen wat eindjes los.

Anderhalf jaar geleden verhuisde Heske ten Cate. Van Amsterdamse werd ze opeens Haagse: “Het is oprecht de boeiendste kunststad van Nederland.” Benno Tempel: “Den Haag beschikt over een keten: jonge kunstenaars worden opgeleid aan de Kunstacademie in de stad, er is hier volop atelierruimte, er zijn broedplaatsen en spannende plekken om te exposeren. Er zijn hier vele smaken. In deze stad zwaait de abstracte naar de figuratieve kunstenaar. Het Kunstmuseum speelt in daarin een eigen rol.”

Heske: “In Den Haag zijn de huurprijzen voor ateliers laag, voor individuele kunstenaars is er een goede omgeving. Dat klimaat moeten we beschermen. Eenmaal weg, is het moeilijk terug te krijgen. Maar ik merk dat Den Haag niet weet hoe goed het klimaat voor makers is, zelfs het stadsbestuur niet.”

“We gaan niet iedere vier jaar opnieuw het wiel uitvinden, echt niet,” werpt Tempel op, “want als Kunstmuseum zijn we goeddeels een collectie – en die wordt niet opeens slechter. Het zou raar zijn als de Adviescommissie gaat zeggen: dit museum is niet goed. Hooguit is het beleid dan niet goed – en tja, dan moet ik weg. Wij blijven een internationaal gevarieerd programma aanbieden, zoals altijd. Voor vele kunstliefhebbers uit Nederland en het buitenland zijn wij een venster op de wereld.”

Nest houdt er geen collectie op na. Heske: “Nest reageert met haar tentoonstellingen op de tijdgeest en tijdverschijnselen; bewegingen die de samenleving veranderen. Wat ik echt mis in de stad, nota bene in het epicentrum van de macht en politiek, is ruimte voor debat. Er is hier weinig discussie tussen politiek, wetenschap, kunst en burgers. Wat betekent het aftreden van de burgemeester voor de kunstsector in deze stad? We werpen ons op om het debat aan te gaan, de stad heeft behoefte aan meerstemmigheid. Daarmee wil ik het belang benadrukken van meer vrijplaatsen voor transgressie, het vieren van vrijheid en zelfexpressie. Den Haag zou hierin kunnen uitblinken vanwege de lange geschiedenis van verschillende leefgemeenschappen en communities, maar doet dit niet genoeg. ”

Hangijzer in de sector is de voorgenomen verhuizing van Escher in het Paleis naar de voormalige ambassade. Maar presentatie-instelling West heeft daar sinds een jaar haar intrek genomen. “Zij zit daar tijdelijk, zoals zij continu hoppen door de stad, nomadisch, en nooit erg geworteld op een vaste plek,” legt Tempel uit. “West zit er antikraak. Binnenkort gaat het voorstel voor de overgang van Escher in het Paleis naar de voormalige ambassade officieel naar het college van B&W. Dan moet er een klap op komen.”

Het ‘Museumkwartier’, komt dat nog van de grond?
Benno: “Praten daarover heeft geen zin zolang daar niets aan het wortelen is. Er is daar nu nog geen synergie, geen samenhang. Maar ik heb daar wel een uitgewerkte visie op, en ik denk dat Escher de sleutel is. Als de verhuizing niet doorgaat en als je als stad dan toch blijft schermen met de titel ‘Museumkwartier’, dan maak je jezelf belachelijk. Maar áls het lukt met Escher, dan moet je er wél voor zorgen dat hedendaagse kunst daar nadrukkelijk aanwezig is. Pas dan ontstaat er echt een Museumkwartier.”

Heske: “Van bezoekers buiten Den Haag hoor ik vaak dat ze hier de weg niet vinden. Ik heb Den Haag altijd graag bezocht omdat er zoveel gaande is. Maar je moet er wel werkelijk de hele stad voor door, het is hier erg versnipperd. Concentratie kan belangrijk zijn voor de stad, net als afstemming van openingstijden en een avondopenstelling. De huidige plannen voor het Museumkwartier doen mij truttig aan, alleen bedoeld voor een publiek dat allang bediend wórdt. Daar heb ik vraagtekens bij. Bovendien zouden instellingen zoals Nest een kans verdienen om te groeien. De gemeente moet durven uit te breken op dat vlak.”

Eerlijker loon
Volgens Benno Tempel worden maatschappelijke problemen aldoor over de schutting van kunstinstellingen geworpen. “’Fair pay’, eerlijk betalen, is daar een pijnlijk voorbeeld van. Je verwacht dat de politiek de regels die zij zelf opstelt, mogelijk maakt. Boter bij de vis. Ons personeel loopt in een CAO mee. Voor ons is ‘fair pay’ wel op te lossen. Maar voor anderen moet er echt geld bij.”

Bij Nest zijn grote stappen gezet om ‘fair practice’ te zijn, zegt Heske. “Alleen de secundaire voorwaarden zijn slecht. Binnen een klein team is ziekte of zwangerschap moeilijk op te vangen. Om iedereen en alles eerlijk te vergoeden moet je hardlopen en een lange adem hebben: in de 2 ½ jaar dat ik bij Nest ben, hebben we 82 keer projectsubsidie aangevraagd. Dat geeft een beeld van wat wij moeten doen om ‘fair pay’ te worden. Ik zie het verdrietige scenario ontvouwen dat straks nieuwe, jonge, kleine instellingen omvallen.”

Benno: “Wat je iedere vier jaar weer ziet is dat er meer geld gevraagd wordt, dat is traditie.”

Heske: “Het is naïef om te denken dat de humuslaag voor kunst en cultuur van de stad níet in gevaar is, dat wijst het verleden uit. Daar kan ik wakker van liggen. Stel: je krijgt niet wat je hebt aangevraagd, wat moet er dan als eerste uit? Expositie, personeel, activiteit? Dát is waar ik mee rondloop. Ik leef met drie vervolgscenario’s in mijn hoofd.”

Benno: “De grootste bezuiniging op kunst en cultuur van 2013 vond plaats in Den Haag. Die is nog steeds voelbaar. Bij ons werd een miljoen weggehaald en voelen dat nog elk jaar. In Den Haag zijn er instellingen die ondertussen wortel geschoten hebben, daar ga je niet hopelijk niet de hakbijl in zetten. Als je Nest de nek om zou draaien dan breng je echt iets om zeep.”

kader:
Nest is een zogeheten ‘kunstruimte’, een benaming voor instellingen in de beeldende kunst zonder vaste collectie. Nest staat dichtbij de kunstenaars en bevordert hun loopbaan en makerschap. De vaste presentatieruimte van Nest is broedplaats DCR aan het De Constant Rebecqueplein. Nest programmeert ook regelmatig buitenshuis, onder meer in de nabijgelegen Elektriciteitsfabriek.

Kunstmuseum Den Haag (voorheen: Gemeentemuseum) bezit een toonaangevende collectie moderne en hedendaagse beeldende kunst, mode en toegepaste kunst. Met 160.000 kunstwerken is het een van Europa’s grootste kunstmusea. Het museum programmeert ook het naastgelegen GEM en Fotomuseum Den Haag.

kader:
De beeldende kunst in Den Haag is (inter)nationaal geliefd want gezegend met musea als Mauritshuis, Kunstmuseum Den Haag, Fotomuseum Den Haag, Escher in het Paleis tot Beelden aan Zee, Galerij Prins Willem V, Bredius en, eventjes verderop, Voorlinden.

Vernieuwing en ontwikkeling van jong talent komt uit de hoek van met name de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK). Presentatie-instellingen als Nest, West, 1646, Stroom Den Haag, en talloze bruisende broedplaatsen zorgen voor een fijnmazige infrastructuur. Zo werd de Volkskrant Beeldende Kunstprijs voor jong talent in de beeldende kunst, de afgelopen jaren gewonnen door kunstenaars die werden opgeleid en/of woonachtig in Den Haag.

Ook festivals, platforms en evenementen zoals TodaysArt, The Hague Contemporary, Art The Hague, de Electriciteitsfabriek en Hoogtij zijn elementair, net als de kunstuitleen van Heden en de aanwezigheid van talloze galeries.

Met zo’n 400 gemeentelijke kunstwerken, gedenktekens en monumenten leeft ook kunst in de openbare ruimte, getuige de Beeldengalerij (veertig beelden rond de Grote Marktstraat) en beeldenopstellingen in Zuiderpark en Willemspark. De beschikbaarheid van betaalbare atelierruimte en de aanwezigheid van vele galeries zijn het toefje op de taart.

kader:
Kunstmuseum Den Haag
Vaste subsidie 2019: € 10.424.000
Projectsubsidie in 2019: € 0
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024: € 10.809.500
Omvang organisatie (fte): 126,8 (vast en tijdelijk contract) (cijfer 2018)
Aantal bezoekers 2019: 585.000
Activiteiten 2019: 38 tentoonstellingen (+ 4 in het buitenland)

Nest
Vaste subsidie: € 209.00 (incl. € 100.000 Mondriaanfonds)
Projectsubsidie: € 151.814
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024 DH: € 200.000
Omvang organisatie (fte): 2,8 (vast en tijdelijk)
Aantal bezoekers 2018: 12.100 (Nest), 137.695 (elders)
Activiteiten 2019: 7 in Nest, 5 elders

NB Het interview vond plaats voor de ‘lockdown’ van de musea.

‘Goede kunst is duur’

Klassieke muziek in Den Haag

Het Meerjarenbeleidsplan 2021-2024 (‘Kunstenplan’) werpt zijn schaduwen vooruit. Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het toekomstige kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal kijkt in de glazen bol, deze week met Sven Arne Tepl, algemeen directeur van het Residentie Orkest (RO) en Dick van Gasteren, artistiek leider van Ciconia Consort.

Hoe staat ‘klassieke muziek’ er in Den Haag voor?
Dick: Den Haag is een mooie uitgaansstad geworden – en daar komt een prachtige nieuwe concertzaal bij. Maar laten we niet vergeten dat het maar een stapel bakstenen is, het gaat erom wat daarbinnen gaat gebeuren. Helaas zijn er teveel Hagenaars en Hagenezen die nog niet naar klassieke muziek gaan. Dat moet en kan beter.
Sven: Mee eens, die knelpunten zijn er zeker. Kunst, in ons geval klassieke muziek, heeft het vermogen mensen te verbinden. In een stad als Den Haag is dat hard nodig.

Wat verwachten jullie van het ‘Kunstenplan’ 2021-2024?
Dick: Van een plan zelf komt geen kunst, die ontstaat bij mensen, van onderop. Wel zorgt het voor samenhang. Maar de politiek stelt ook voorwaarden aan de bedrijfsvoering en legt taken op aan educatie, diversiteit en inclusie.
Sven: Iedere termijn is er weer een ander thema dat opspeelt.
Dick: Maar kunst is er niet in de eerste plaats voor het oplossen van maatschappelijke problemen.
Sven: Gelukkig hebben we kunnen meepraten met de gemeente, zijn er ‘dialoogsessies’ geweest. Maar, ja, er wacht een grote uitdaging – want je komt al snel uit bij het plafond in het budget. Dan zijn er twee wegen: hakken of met de kaasschaaf erlangs. Dan maar liever hakken; met de kaasschaafmethode kan straks geen instelling meer zijn werk goed doen.
Dick: Sinds Mozarts tijd is er niet bijster veel veranderd. De bedreiging vormt het geld. Altijd. Goede kunst is duur. Maar die geeft wel kleur aan de samenleving.

Wat moet er rond dit Kunstenplan 2021-2024 volgens jullie gebeuren?
Dick: Laten we alleen nog datgene subsidiëren dat kwaliteit heeft, en dat zonder niet overleven kan. Zijn er niet teveel festivals die het best zonder subsidie kunnen stellen? En laat de beoordeling niet alleen afhangen van de ingediende plannen maar ook op wat er is gepresteerd. De Adviescommissie mag daar best hard in zijn. Maar er speelt nog iets anders: in de kunst geldt een omgekeerde wet van vraag en aanbod: vraag ontstaat ná aanbod. Door het aanbod te vergroten zal de vraag stijgen.
Sven: Behoud de mix, van topinstellingen tot cultuurankers, houd cultuur bereikbaar voor iedereen.

Wat mag zeker niet gebeuren?
Dick: ‘Fair pay’, eerlijk loon naar werken, mag niet uitlopen op een kaalslag, want dan vrees ik voor verschraling van het aanbod. Innovatieve initiatieven krijgen het moeilijk. Uiteindelijk droogt de stroom aan kunst dan op. Laat beginnende groepen en ensembles eerst met projectsubsidies hun waarde bewijzen, en pas daarna doorgroeien en structureel geld krijgen. Maar nooit kun je van ze eisen dat ze meteen ‘fair’ betalen, want ‘beginnen’ is een groeimodel.
Sven: Tussen al de speerpunten en voorwaarden van de gemeente moet een optimum worden gevonden. Er blijkt voor € 15 miljoen overvraagd, er zijn 30 nieuwe aanvragers. Dat toont de energie van de sector, tegelijkertijd is het een mega-uitdaging.

Betalen jullie ‘fair’?
Sven: We zijn gezond, betalen volgens CAO-normen. Wel zouden we freelancers meer willen betalen. Dat kost € 250.000 extra. Als dat er niet bijkomt? Dan moet je straks kiezen tussen minder concerten en activiteiten, alleen op safe programmeren en banen en werkgelegenheid schrappen. Dat wil je allemaal niet, zeker niet met Amare in het vooruitzicht. Tegelijkertijd zie je dat fondsen en sponsors zijn overvraagd; financieel valt daar weinig winst te boeken. Gelukkig zijn we over dit alles in gesprek met de gemeente, elders in den lande is dat wel anders.
Dick: Geen weldenkend mens kan tegen ‘fair pay’ zijn. Met Ciconia komen we daar in de buurt. Bij ons verdient eenieder evenveel, van musicus tot zakelijk leider. Bedenk dat een concert van een uur een week repetitietijd vergt. Dat past nooit in de prijs van een entreekaartje. Subsidie is er om kunst bereikbaar te houden, voor iederéén. Een orkest onderhouden is mensenwerk, arbeidsintensief. Sven: Er zijn vele andere uitdagingen in onze stad, maar onze musici moeten naar waarde kunnen worden betaald.
Dick: Het werkelijke kapitaal vormen de gezelschappen. Alles van waarde is weerloos, Lucebert zei het al. Wij hebben € 100.000 nodig voor ‘fair pay’, en de uitbreiding naar 36 concerten per jaar. Ciconia loopt gevaar als er geen extra geld komt. De grote kunstinstellingen, waaronder het Residentie Orkest zijn een zegen voor de stad. Maar daarmee ben je er niet, je hebt onderbouw nodig, een experimenteertuin. Het een versterkt het ander. Als Ciconia zorgen wij voor diversiteit en een kleinschalige benadering. Toen Den Haag acht jaar geleden vaststelde dat een schakel ontbrak tussen kamermuziek en groot symfonisch, zijn wij in dat gat gedoken. Ons publiek is nieuw publiek, we snoepen geen publiek af van het RO af, hoop juist dat die het RO bezoeken. In Den Haag is de afweging: naar een concert of toneel? In Amsterdam: naar een concert of een opera? In Wenen is het: naar welke opera vanavond? Als DH internationale stad wil zijn, dan hoort daar een goed cultureel klimaat bij.

Waar zetten jullie de komende vier jaar op in?
Dick: Meer publiek winnen voor de klassieke zaak. Hoe? Door nieuwe doelgroepen aan te boren en dat aan ons te binden met authentieke en kleinschalige programma’s, onder meer met programma’s die lopen met de Voedselbank en AZC’s.
Sven: Door de desastreuze bezuinigingen van Halbe Zijlstra hebben we alles opnieuw moeten opzetten, gelukkig is dat gelukt. We willen voortgaan op de nieuwe wegen die we zijn ingeslagen. We willen van iedereen in de stad zijn; de nieuwe concertzaal is maar één aspect. Inhoudelijk zetten we in op de symfonische canon en op vernieuwing, talentontwikkeling en educatie. Educatie is goed voor een derde van de bezoeken, maar kan het geld daarvoor niet uit het onderwijspotje? We bezoeken wijkcentra met gratis optredens omdat veel mensen geen kaartje kunnen betalen. Belangrijk, ook al komen ze later niet of nooit naar de concertzaal. Het stadsbestuur ziet dit ook, en vraagt ons niet: waarom heb je daar geen tientje voor gevraagd? Verder gaan we door met het project ‘Symfonie 2030’, onze maatschappelijke pijler.
Dick: Het Residentie Orkest zet, net als wij, in op het winnen van nieuw publiek, hopelijk resulteert dat in een rijker cultureel klimaat.

Residentie Orkest
Vaste subsidie DH 2019: € 4,4 miljoen Den Haag + landelijk: € 3,5miljoen
Projectsubsidie 2019: 0
Aangevraagd 2021-2024: € 4,7miljoen Den Haag / € 3,5 miljoen landelijk (OCW)
Organisatie: 75 fte (101 medewerkers)
Aantal bezoekers 2019: 130.000
Activiteiten 2019: 119 concerten + 2.300 educatieve activiteiten

Het Residentie Orkest verzorgt het grote symfonische repertoire en kamermuziekconcerten, in respectievelijk Zuiderstrandtheater/Amare en de Nieuwe Kerk. Het orkest gaat op tournee en trekt ook veelvuldig de Haagse wijken in. Het beschikt straks over een nieuwe, eigen concertzaal met 1500 zitplaatsen en gaat er jaarlijks ongeveer 65 keer optreden.

Ciconia Consort
Vaste subsidie DH 2019: € 50.000
Projectsubsidie 2019: € 50.000
Aangevraagd 2021-2024: € 200.000
Organisatie: 1,95 fte (exclusief uren van de musici, op projectbasis)
Aantal bezoekers 2019: 4179
Activiteiten 2019: 20

Ciconia Consort is een strijkorkest dat zich met name toelegt op laat-romantisch en modern repertoire en richt die altijd thematisch in. Het ensemble speelt in Den Haag doorgaans in de Nieuwe Kerk, en gaat ook op tournee door Nederland.

Compendium: Klassieke muziek in Den Haag
Het bruist in Den Haag van symfonische muziek, kamermuziek, opera, muziektheater en oude- en nieuwe muziek. Het Residentie Orkest is de grootste producerende instelling. Het Koninklijk Conservatorium een belangrijke internationale onderwijsinstelling. Ook is in Den Haag een operagezelschap rijk: Opera2Day.
Er zijn verschillende (kamermuziek)ensembles actief, van Ciconia Consort, LOOS, Matangi Kwartet, New European Ensemble, Ensemble Klang tot Modelo 62, Catchpenny Ensemble en Slagwerk Den Haag. Het Dans- en Muziekcentrum (DMC) is de grootste muziekprogrammeur voor het Zuiderstrandtheater en de Nieuwe Kerk, en straks ook voor Amare. Op festivalgebied is er onder meer Festival Classique, Festival Dag in de Branding en Classical Encounters (voorheen Internationaal Kamermuziekfestival Den Haag).

Dansen. Op een vulkaan

Inleidend artikel bij Kunstenplan-reeks in Den Haag Centraal

Het spel en de knikkers – het ‘Kunstenplan 2021-2024’

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Eens in de vier jaar is het raak, is kunstenland in rep en roer. ‘Kunstenplan’ heet het beestje. Eind april brengt een onafhankelijke adviescommissie haar bevindingen uit over de Haagse kunstinstellingen. De vorige ronde legde Toneelgroep De Appel het loodje. Wat staat Den Haag nu te wachten? Den Haag Centraal blikt de komende weken vooruit.

Het moet een gestage stroom van komen en gaan zijn geweest, daar op het Centraal Subsidiebureau, provisorisch ingericht ten stadhuize. Maandag 2 december moest, vóór 17.00 uur, iedere Haagse instelling die jaarlijks een vast deel wil van de slordige 56 miljoen euro die de stad aan ‘structurele’ cultuursubsidies verdeelt, haar toekomstdromen inleveren. In een vaststaand format, in drievoud op papier, én als digitaal bestand. Ongevraagde bijlagen (boeken, video’s, folders) werden noch worden in behandeling genomen.

Een tak van sport die zich zo gedwee langs de meetlat laat leggen als de cultuur, die is hoogst zeldzaam. Pakt het terugkerende ritueel goed uit, dan mag je vier jaar door. Zo niet, dan ben je doorgaans het haasje – al kun je het dan nog altijd met de levensreddende voorziening van projectsubsidies, dat andere veel onzekerdere (‘incidentele’) potje van om en bij 50 miljoen jaarlijks proberen te stellen. Of zonder subsidie door het leven gaan. Dat stelsel is landelijk zo ingericht, en idem in Den Haag. Een aantal Haagse instellingen krijgt evenwel geld van landelijke én plaatselijke overheid. Dat is dan dus dubbel stressen of, naar gelang het dubbeltje valt, dubbel genieten.

Vrijdag 24 april presenteert de onafhankelijke Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 haar voorstellen voor de stad. Hierin staat omkleed welke instellingen gedurende deze beleidsperiode wel of niet een meerjarige subsidie zouden moeten krijgen. Vervolgens stelt het college van burgemeester en wethouders op basis van dat advies haar eigen conceptvoorstel vast. De gemeenteraad behandelt dat voorstel in het najaar van 2020, bij de begrotingsbehandeling voor 2021, en neemt pas dan een besluit over dit plan. De raad kan, in laatste instantie, nog aan de knoppen draaien.

De Adviescommissie, het zijn tien wijzen, plus een kring van experts, bepaalt voor een groot deel de inrichting en toekomst van het kunstenleven in Den Haag, dat wil zeggen: voor de periode 2021-2024. Sinds hun benoeming  op 1 januari 2019 hebben de leden bezoekjes afgelegd of ontvangen, en gesprekken gevoerd met de instellingen, en buigt zich over de ingediende plannen. Daarbij geldt, zoals altijd: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Andersom wel: als je het de voorbije vier jaar niet goed genoeg hebt gedaan in haar ogen, dan beland je in lastig vaarwater. Maar ja, sommige instellingen in Den Haag zijn ‘too big to fail’, van Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest, Kunstmuseum tot Het Nationale Theater. Het Mauritshuis is dat ook, maar wordt volledig door het Rijk gesubsidieerd en drukt dus niet op ‘Den Haag’. Onderwijl drukt Museon, het museum voor onderwijs en erfgoed, jaarlijks voor 8 procent op de Haagse kunstbegroting. Aldus ligt zo’n 85% van het budget voor kunst en cultuur bij voorbaat vast. Galeries maken overigens geen deel uit van het ‘Kunstenplan’ en het beleid, dat zijn immers private ondernemingen.

Hangijzers
Scheidsrechter Robert van Asten (D66), wethouder van Cultuur heeft voorafgaand aan de vierjaarlijkse kunstwedstrijd een ‘beleidskader’ opgesteld. Richtlijnen en wensen van de gemeente doen dienst als talisman voor de Adviescommissie. Zijn speerpunten: diversiteit, inclusie en het voeren van een gezonde bedrijfsvoering: de zogeheten Fair Practice Code (FPC).

De kern daarvan is dat, eindelijk en terecht, een eerlijk arbeidsloon (cao) uitbetaald moet worden aan kunstenaars en medewerkers. Want de arbeid in de kunstensector hangt nog al te vaak aaneen van overuren, drijft te veel op de inzet van vaak onderbetaalde zzp’ers en de inzet van een leger aan vrijwilligers. Het is vooral deze Code die in deze ‘kunstenronde’ voor veel deining en opschudding zorgt. Want, bijvoorbeeld: moet die schoksgewijs (in één keer, namelijk nu) ingevoerd, dan wel stapsgewijs (stukje bij beetje).

Een recentelijk onderzoek dat is aangeboden aan de Tweede Kamer, becijfert dat er landelijk een bedrag van 20 miljoen euro extra nodig is voor de invoering van de Code. Omgeslagen naar Den Haag als tweede cultuurstad van het land loopt het benodigde bedrag daarvoor dus al snel in de papieren. Maar het benodigde extra geld is er niet en komt er hoogstwaarschijnlijk ook niet, landelijk noch in Den Haag. Staken of manifestaties is onder het gesternte van boerenprotesten, CO2- en stikstofmaatregelen, onderwijs en zorg geen optie meer.

Bovendien heeft de sector in 2012 een trauma opgelopen met haar Mars der Beschaving, die zonder resultaat bleef. Een op te zetten investeringsfonds van miljarden dat de rijksoverheid van zins is te vormen en recente miljoenencompensaties voor regio’s en bedrijfstakken her en der ten spijt is er voor de cultuur geen kruimeltje over. Eind vorig jaar konden de Haagse kunstinstellingen onaangekondigd zelfs fluiten naar de inflatiecorrectie, die voorheen onomstreden was.

Veel instellingen voorzien op landelijk én plaatselijk niveau dan ook een veldslag, ook al heeft de gemeenteraad van Den Haag verzocht om een onderzoek naar de extra kosten die invoering van eerlijk loon, ‘fair pay’ gaat kosten.

Andere hangijzers in de komende Kunstenplan-periode zijn onder meer: Kan Den Haag zich de exploitatie van het nieuwe theater Amare permitteren? Komt er nu wel of niet een vastomlijnd Museumkwartier aan het Voorhout tot stand, met een Escher-museum in de voormalige Amerikaanse ambassade? En waar vindt presentatie-instelling West dan onderdak? Maar er zijn vele kwesties meer.

De komende weken kijkt Den Haag Centraal vooruit naar de bewegingen van de Adviescommisse aan de hand van tweegesprekken met ‘concullega’s’ uit eenzelfde discipline. We hopen u daarmee een inkijkje te geven in de brandende en actuele kwesties rond de toekomstige inrichting van het kunstenland van Den Haag.

Ironie op een voetstuk

Theater meets Temptation Island in Een ode aan de Ironie

Wat gebeurt er als de spelers van De Warme Winkel de ‘real people’ van een realityshow op het toneel ontmoeten? Op naar een Temptation Island groups-date.

Iedereen die bij twintig graden onder nul mompelt dat het lekker weer is, bedrijft ironie. Of deze: Brandweerkazerne afgebrand. “Ironie is als een narrenspel,” vertelt Jetse Batelaan, de regisseur van ‘Een oprechte Ode aan de Ironie’. “Naast de letterlijke betekenis, wordt nog iets anders bedoeld, iets wat daarnaast of achter zit. Het is eigenlijk een leugen die erom vraagt om doorgeprikt te worden. En dat mag best een puzzelstukje zijn.”

De stijlfiguur van de ironie is een van de handelsmerken van theatercollectief De Warme Winkel. Met hun nieuwe voorstelling brengt de groep de werelden van het beroepstoneel en die van het tv-programma ‘Temptation Island’ samen, en husselt dat geheel eens lekker door elkaar. Het collectief trekt zich daartoe terug ‘op een verleidelijk mooi eiland met grote cultuurhistorische waarde’. Hier ontmoeten ze Ayleen, Britt, Earl en Myrna – vier ex- en aspirant verleiders van ‘Temptation Island’. Blijft ironie hun sterkste wapen of slaan dates met ‘real people’ gaten in hun overtuiging? Batelaan: “We zijn op een soort Temptation Island groups-date. Naast het viertal van De Warme Winkel staan de vier bekende ‘reality-sterren’ op de planken. Zij zijn het niet gewend om op het theaterpodium te staan. Op het toneel hebben we een eiland gebouwd. Daar vinden de ontmoetingen plaats.”

Voor Batelaan en consorten is ironie op dit moment een uiterst serieuze aangelegenheid. “Ironie lijkt het af te moeten leggen tegen de huidige behoefte aan ernst,” verklaart Batelaan. “We moeten oppassen dat we het kind niet met het badwater weggooien. Ironie bezit het vermogen om te verbinden. Met ironie leg je gumranden aan rondom je eigen waarheid en kan zo een opening bewerkstelligen naar het vinden van de overlap met de waarheid van een ander. Dat werkt, zeker als je daarbij het middel van de zelfspot inzet.”

Het ware narrenspel zou de gevestigde orde moeten bevragen, vindt hij. “Niet andersom, want dan wordt ironie bedreven over de rug van zwakkeren. Het is sowieso spannender als ironie wordt gebruikt om aan te vallen, als het gevaarlijk blijft.” Maar tegenwoordig, vindt Batelaan, zijn er ook foute vormen van ironie. “Je ziet dat extreem rechts in de politiek zich van ironie als stijlmiddel bedient. Dat doen ze om zich er later achter te kunnen verschuilen. De meest vervelende beledigende dingen worden zo de wereld in geholpen, om ze even later doodleuk te horen zeggen: Ach, het was ironisch bedoeld.”

Een specialist op het terrein van ‘Temptation Island’, van oorsprong een Amerikaanse realityserie, zou hij zich niet willen noemen. “Ik heb weleens een aflevering gezien, maar ben geen hardcore fan geworden. Uit kijkersonderzoek is, o ironie, gebleken dat het programma goed werd bekeken door hoogopgeleiden en in studentenkringen, als een bijna Jiskefet-achtig gebeuren.

Het is de derde keer dat Batelaan samenwerkt met De Warme Winkel. Eerder gebeurde dat in ‘De meest zwaarmoedige voorstelling ooit (waar het hele publiek van moet huilen)’ en ‘Tanizaki’. Hij is als artistiek directeur vast verbonden aan Theater Artemis, een gezelschap dat theater maakt voor kinderen, jongeren en volwassenen. “En met veel plezier,” reageert Batelaan. “Ik kan bij De Warme Winkel dingen doen die ik bij Artemis niet kunnen of mogen, bijvoorbeeld zoals nu gebeurt door seksualiteit een belangrijke stem te geven. Dit is voor mij echt een uitlaatklep, en werkt zeer verfrissend.”

‘Een oprechte ode aan de Ironie’ is ondertussen een rariteitenkabinet, vertelt hij. “De banaliteiten vliegen je om de oren. Maar de ondertoon die je voelt ontroert wel, het is écht een oprechte ode. En, ironisch: voor het eerst in haar geschiedenis zit er een pauze in een voorstelling van De Warme Winkel! Op zichzelf al tamelijk ironisch,” besluit hij lachend.

De Warme Winkel, ‘Een oprechte ode aan de Ironie’, donderdag 26 maart 2020,20.15 uur, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: http://www.dewarmewinkel.nl

Opmerking: Omwille van de corona-maatregel die theaters tot 31 maart op slot houdt, vervolgens tot 6 april en inmiddels ls 1 juni, is dit artikel helaas niet gepubliceerd in Den Haag Centraal.

 

Lockdown

Serie Kunstenplan in Den Haag – Theater

Wegen naar kustplaatsen afgesloten, en even daarvoor: naar kunstplaatsen afgesloten. Het leven als een ‘black box’, een ‘white cube’, zo u wilt. Leven als de nachtversie van een permanente zondag. Het leven is levensgevaarlijk, zo blijkt maar weer.

Boem. En toen werd van het en op het andere moment de Corona-noodmaatregel van kracht, een luttele drie uur na de ontmoeting die ik met Debets en Geysen had. Alle theaters dicht. Eerst tot 31 maart, later ook alle horeca dicht, vervolgens tot 6 april, nu verlengd tot 1 juni. Van het voorgenomen ‘binge watchen’ bij ‘Trojan Wars’ en ‘Leedvermaak’ naar opeens zero kijkuren, en van uitverkocht naar nul bezoekers voor Het Nationale Theater, en HNTjong.

In plaats daarvan: ophokplicht voor eenieder, in afwachting van een aanstaande microbiologische oorlog, een onzichtbare vijand die op de loer ligt. Anderhalvemeterpolitie in aantocht, dagdoden, wat een zeldzame woorden. Het leven, een gebruiksaanwijzing.

Het gesprek van donderdag 12 maart in de HNT Studio’s verliep geanimeerd, al hing toen de maatregel al wel klam in de lucht. Er werd gesproken over het klimaat voor toneel en theater in de stad, over eerlijk loon betalen, over groot en klein in het toneel, over de grote lijn in de plannen van beide instellingen voor de komende vier. “Dit gesprek krijg je nooit goed op papier,” riep Debets olijk na afloop. Ik had Debets en Geysen beloofd dat ze voor publicatie hun citaten zoals ik die zelf had geïnterpreteerd, mochten checken. Zo gezegd, zo gedaan.

Niet meer dan een kwestie ‘Fair Practice’ van mijn kant.

Debets antwoordde een kwartiertje daarna, per email: ‘Ik vind echt dat dit nu niet kan. Wij zijn dag en nacht aan het werk om de sector overeind te houden. Het is vele malen erger dan we denken en de consequenties zijn nu al niet te overzien. Misschien een heel seizoen naar de klote. Het artikel is daardoor extra wrang en wordt vanzelf tendentieus. Ik kan de gevraagde cijfers niet geven in een tijd dat we alleen maar aan het calculeren zijn hoelang we het gaan volhouden, dat ik alleen maar overleg met ons crisisteam over hoe we de hoeveelheid ZZP’ers fatsoenlijk kunnen betalen. Hoe we speelbeurten opvangen. Het gaat bij ons inmiddels over schade van miljoenen, vrije producenten vallen om, kleine gezelschappen komen in liquiditeitsproblemen. We helpen daar waar mogelijk, maar de pijn is groot. Geweldig dat wethouder en minister steunen, maar hoe weten we nog niet. Ik kan daarom ook niet op je verzoek ingaan om nu met op- en aanmerkingen te komen omdat alle kaders anders zijn. Maar dit publiceren in deze tijd zou echt heel slecht zijn. Sorry, ik ben in a hurry want ik ga de zoveelste Skype in.’

Debets’ reactie legde ik aan David Geysen voor. Hij mailde: ‘Ik snap de reactie van Cees helemaal. De huidige situatie is zo raar, en totaal onduidelijk is hoe we verder moeten als alles weer in beweging komt. Dan moet het volgens mij juist over verbinding gaan en aanpassen aan de nieuwe situatie, waar we allemaal nog aan moeten wennen, en we niets weten over wat de toekomst ons brengt of ontneemt. We moeten eerst deze tijd overleven en doorkomen en dan de schade bekijken en zien hoe we verder moeten. Ik vind het niet moreel verantwoord om dit artikel in deze tijd te plaatsen. En totaal niet relevant op dit moment. Jammer, maar helaas.’

En ook: ‘Ik hoop dat de culturele sector hier over wat jaren beter uitkomt dan het verdomhoekje waar ze ons maatschappelijk in geduwd hebben. En dat de meerderheid van de Nederlanders begrijpt hoe belangrijk kunst en cultuur is voor de opvoeding van onze kinderen. We leven van dag tot dag, de crisis wordt de komende periode alleen maar erger, denk ik. Misschien is het goed om te praten nadat de storm is gaan liggen over hoe we de culturele sector weer overeind kunnen trekken in het Haagse.’

Debets antwoordt via de band: ‘Stilaan pakken we de draad weer op, ‘Decamerone’ opzetten met Internationaal Theater Amsterdam, het inrichten van een noodfonds. Grote ingrepen. Het slaat op ons allemaal neer.’

kader
Het Nationale Theater
Het Nationale Theater is sinds 2016 de voortzetting van Theater aan het Spui, de Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en NTjong. De theaterinstelling maakt in eigen huis producties en gaat daarmee het land door. Ook programmeert HNT de genoemde zalen, alsook Zaal 3.

kader
Dégradé
Theaterbroedplaats Dégradé is ontstaan op de grondvesten van Toneel groep De Appel, dat eind 2016 ter ziele ging. De beide initiatiefnemers David Geysen en Carl Beukman waren aldaar jarenlang werkzaam. Het tweetal legt zich nu toe op het ontwikkelen van extreem beeldend geluidstheater.

kader
Theater in Den Haag
Als toneelstad kent Den Haag een lange traditie, zo stamt de Koninklijke Schouwburg uit 1804. Op toneelgebied wordt de stad gedomineerd door Het Nationale Theater (HNT). Het stadsgezelschap van Den Haag is in Nederland de eerste toneelinstelling waar het programmeren en produceren van toneelvoorstellingen onder één dak plaatsvinden.

Om HNT heen cirkelen enkele kleinere toneelinitiatieven. Firma MES maakt veelal ‘documentair’ theater, en reist daarmee ook door het land. Voorts zijn er literair theater Branoul en Dégradé, Het Vijfde Bedrijf en Drang. Zaal 3, in verzamelgebouw en broedplaats DCR, biedt ruimte aan nieuwe makers. Voorts brengen ook de afzonderlijke Cultuurankers, het stelsel van wijktheaters in Den Haag, nu en dan theaterproducties uit. Het Explore Festival tekent voor een bescheiden aanbod van over de hele wereld. STET is in de stad de belangrijkste aanbieder van Engelstalig theater.

NB Dit artikel is op eigen termen geschreven en eerder nergens gepubliceerd.

Klimaatmiddelvinger

Firma MES brengt VS-rechtszaak over milieu op toneelpodium

Een heilig boontje? Nou neuh dus, zeker niet. Zegt ze zelf. Niet langer vlees meer op het menu, dat wel ja. Maar de voorbije zomer is ze nota bene zonder vliegschaamte naar Verweggistan gegaan. Nog wel zonder CO2-compensatie! “De volgende keer doe ik dat wel, en dan wel maal tien,” biecht actrice Lindertje Mans op opgewekte maar besmuikt-schuldbewuste toon op.

Later deze maand speelt ze in The Biggest Lawsuit On The Planet, de nieuwe voorstelling van de Haagse theatergroep Firma MES, de rol van de 16-jarige klimaatactiviste Jayden, de Amerikaanse evenknie van ‘onze’ Gretha Thunberg. “Maar ik maak me echt wel zorgen. Voor bijna iedereen is kristalhelder dat er wat aan het veranderen is met betrekking tot het klimaat. Hoe meer je weet, hoe onmogelijker het wordt om er onverschillig onder te blijven.”

De revolutionaire Urgenda-uitspraak, stikstofmaatregelen, riante uitkoopregelingen her en der, normen die naar boven worden bijgesteld, beschikkingen die de CO2-uitstoot moeten besparen: Nederland loopt qua duurzaamheid niettemin behoorlijk achter in Europa.

Ten voorbeeld: In Engeland is vorige week door het Britse Hof van Beroep bepaald dat in het regeringsvoorstel om luchthaven London Heathrow uit te breiden, onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen van klimaatverandering. De uitspraak betekent dat de Britse regering haar plannen moet aanpassen.

In Amerika speelt, enigszins onder de radar gebleven, sinds 2015 een rechtszaak, aangespannen door 21 kinderen en jongeren uit het land die zich verenigd hebben. Zij zijn van mening dat allang is aangetoond dat klimaatverandering te wijten door toedoen van de generatie boven hen. Zíj zitten later met de gebakken peren. Mans: “Wereldwijd zie je dat de rechtsgang wordt opgezocht teneinde overheden verantwoordelijk te houden. Wat de jongeren in Amerika zeggen is: jullie schenden onze toekomstige mensenrechten en die van generaties na ons.” De zaak is vooralsnog aangehouden, sleept zich al jaren voort, onder meer getraineerd door Trump en voorheen Obama. “Ze hebben zelfs een wet uit de middeleeuwen van stal gehaald.”

In The Biggest Lawsuit On The Planet bestijgen vijf personages de sober gehouden toneelvloer, die het midden houdt tussen vlot en booreiland, vijf rollen die hier zijn weggelegd voor slechts twee actrices. Mans geeft gestalte aan Jayden en haar moeder. Haar MES-collega speelt de vader van Jayden en een vriendinnetje van haar. Wat we te zien en horen krijgen vindt zijn basis in de werkelijkheid, vertelt Mans.

“We gebruiken documenten van Jayden, zoals sms’jes en whatsapp-berichten, door verschillende lagen aan te brengen kun je als kijker stukje bij beetje een beeld vormen van wie ze is en wat haar beroert. Zo wordt het een verhaal van mensen, in plaats van een verslag van een rechtszaak. Roos en ik hebben daarbij en daaromheen dialogen en teksten geschreven.”

MES heeft in de voorbereidingen op het stuk contact gehad met Jayden over de opvoering van dit stuk. In de voorstelling zien we Jayden op het podium als ze 16 is, maar ook als ze een aantal jaren jonger is.

“Ik zie haar bijna als verlicht, ze is een stuk verder dan ik in haar opvattingen. Ze heeft het zwaar, want ze krijgt veel over zich heen. Tegelijkertijd is ze ook een puber die niet weet wat ze aan moet trekken en roddelt over jongens. Ze is niet zo mediageniek als Gretha Thunberg en ze houdt niet van spreken in het openbaar, maar doet dat toch. Dat is lef. Ze was kort van stof toen we haar aan de lijn hadden, zei dat we maar op de website van de actiegroep moesten kijken voor meer informatie. Dat we een toneelstuk gingen maken waarin zij centraal stond, vond ze prima, zonder daar verder veel meer woorden aan te wijden.”

De voorstelling draait zeker niet uit op een college, legt Mans uit. “Dit is een verhaal dat uit het leven is gegrepen, door de personages, door de mensen die je ziet. Het wordt in ieder geval geen spreekbeurt. En evenmin een wedstrijdje in groenheid.”

Firma MES, The Biggest Lawsuit On The Planet, van woensdag 11 tot en met zaterdag 14 maart 2020; ook op vrijdag 24 en zaterdag 25 april 2020, 20.15 uur, Theater aan het Spui. Meer informatie: www.firmames.nl