Terug naar de essentie van toneel

Rick Paul van Mulligen speelt ‘U bent mijn moeder’

Hij zou nu, ‘as we speak’, in de avonduren in de reprise van ‘The Nation’ op de planken hebben gestaan en overdag repeteren aan de voorstelling ‘Rebecca West’. Maar dat is nu ingeruild voor ‘U bent mijn moeder’, uit de reeks ‘Het Nationale Theater speelt altijd’.

‘Hoe oud ben je?’ vraagt ze. ‘Ik ben 44, moeder,’ zegt de zoon. ‘Hoe oud ben ík dan?’ ‘Wat denk je?,’ zegt hij. ‘Nou, veertig, dertig,’ zegt ze met broze stem. Dan maakt de zoon teder een einde aan deze illusie en vertelt haar dat ze tachtig is. Ze lijkt te schrikken: ‘Ben ik táchtig?’

Geen gepsychologeer, geen meewarigheid, geen pleidooi. ‘U bent mijn moeder’ is een dialoog-voor-één-acteur, weergaloos en schijnbaar moeiteloos opgetekend, in 1983, door Joop Admiraal (1937-2006), een van de ‘grands hommes’ van het Nederlandse toneel. Hij maakte het bekroonde kleinood voor Het Werkteater, in 1983.

Nadien werd het ook verfilmd. Naar waarheid geboekstaafd want het gaat hier om persoonlijke gesprekken met zijn eigen moeder, die in verregaande staat van dementie haar laatste levensdagen in een Delfts verpleeghuis sleet.

Rick Paul van Mulligen speelt Admiraals toneeltekst in de ‘corona-reeks’ die ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ is gedoopt. Het bovenstaande tekstfragment is een van de ‘meest roerende passages’ van het stuk, vindt hij: “Opeens breekt dan bij haar het besef en de ontroering door dat ze iemand heeft, dat ze niet alleen op de wereld is. Een moment later is ze dat allang weer vergeten.”

Samen met regisseur Noël Fischer van HNTjong doet hij een poging het stuk ‘tijdloos te maken’. “Het stamt uit begin jaren tachtig en ademt soms wel heel erg die tijd. Dus zijn er hier en daar wat kleine tekstaanpassingen, verwijzend naar de coronatijd,” legt hij uit.

“Zo sluimeren in onze versie op de achtergrond actuele vraagstukken rond de bezoekersregelingen die verpleeghuizen kregen opgelegd.” Vertwijfeling klinkt in zijn stem door als hij zegt: “Wat hebben ouderen eraan in ‘lockdown’ te zitten terwijl er voor hen nog maar weinig tijd te leven over is?”

Het stuk staat hem dan ook nabij. “Mijn oma die tien jaar geleden is overleden, leed aan dementie. Ze verbleef in een zorginstelling.” Het besef dat het geheugen je in de steek laat en het leven uit de handen lijkt te glippen, dat lijkt hem een afschuwelijke gewaarwording en misschien meer nog dat je in een later stadium niet eens het geringste besef meer hebt van wat ook.

“Het is niet een levenseinde om naar uit te kijken nee, zo verdrietig. Zo vaak het kan ging hij bij oma op bezoek. Het enige dat ik nog kon bijdragen ter verbetering van de situatie waarin ze verkeerde, was het bieden van een moment van geluk of blijdschap.”

Van Mulligen zag voor het eerst iets van ‘U bent mijn moeder’ toen de filmversie te zien was tijdens een tv-reeks ‘Zomergasten’ allang geleden. “Ik was meteen erg onder de indruk door de ontroering die eruit naar voren kwam. Maar ook doordat Admiraal zijn eigen moeder speelde en de rol van een vrouw zo serieus benaderde. Je ziet dat hij oprecht en zonder effectbejag een poging deed om in contact te komen met zijn moeder.”

Het decor blijft rudimentair, zoals steeds het geval is in de voorstellingenreeks ‘HNT speelt altijd’. “We houden het heel simpel. Stoeltje, kleding, tafeltje. Terug naar de essentie van toneel. Voordeel is daarbij dat het eventueel ook elders dan makkelijk te spelen is.” De enige twijfel die er nu nog is, gaat over het gebruik van muziek. “In de verfilming klinkt bijvoorbeeld het liedje ‘Mama’ van Heintje Simons. Dat doet gedateerd aan. Maar muziek heeft op dementie-patiënten vaak een therapeutische uitwerking, zo is gebleken uit onderzoek. We onderzoeken daarom nog of en welke muziek we gaan gebruiken.”

Na maandenlang thuiszitten heeft hij nu veel zin om weer de planken op te gaan, al kan dat nog maar voor maximaal dertig bezoekers. “Maar na 1 juli mogen dat er honderd zijn – al vergroot dat de afstand tot het publiek, want in de Koninklijke Schouwburg moeten dan de balkons open. Anders kun je geen anderhalve meter afstand aanhouden.” Het is een heel ander gevoel om zo te spelen, weet hij, ‘dat merkte ik al tijdens een preview’. “Voor het publiek is het ook best lastig, omdat je maar weinig mensen om je heen hebt. Een lach werkt dan minder aanstekelijk. Maar ik ben wát blij dat we weer wat kunnen doen.”

‘Het Nationale Theater speelt altijd’ met Rick Paul van Mulligen in ‘U bent mijn moeder’, woensdag 24 t/m zaterdag 27 juni 2020; ook op vrijdag 17 en zaterdag 18 juli 2020, 12.30 uur. Meer informatie: www.hnt.nl

 

‘De strijd is nog niet gestreden’

Ontwerp voor het Meerjarenbleidsplan 2021-2024

Het college van B&W stuurde verleden week zijn ‘Ontwerpplan Meerjarenbeleidsplan 2021-2024’ naar de raad – en trekt daarbij en passant de portemonnee met 1,8 miljoen euro extra.

Crossing Border Festival blijft op nul gepind. Tenminste: als de gemeenteraad het ‘Ontwerpplan’ aanneemt. Maar het college steekt ook hier en daar een reddende hand uit. Het gaat dan om Muzee Scheveningen, Museum Bredius en STET, voor meer Engelstalig toneel. Verantwoordelijk wethouder Robert van Asten (D66) springt ook in de bres voor enkele Cultuurankers en voor het Zuiderparktheater. Verder wordt meer geld gestoken in een beter beheer van gemeentelijke kunst- en erfgoedcollecties.

Steunbetuigingen van literaire prominenten te over; toch blijft voor Crossing Border Festival (CBF) een toekomst in Den Haag ongewis. ‘Concullega’ Writers Unlimited krijgt ondertussen wél geld. Van Asten: “Ik kan er niet omheen dat Crossing Border eerdere adviezen in de wind heeft geslagen. Maar nu ligt die kritiek er opnieuw.” Bij Michel Behre van CBF is het Ontwerpplan hard aangekomen, voelt zich in de hoek gezet. “De gemeente had met ons in gesprek kunnen gaan op de kritiekpunten en bekijken of we er op een positieve manier uit kunnen komen, zonder het festival direct helemaal te stoppen.” Hij gaat lobbyen bij de raadsleden “Kijken we hoe we verder kunnen. Dat ligt onder meer aan het advies van het Letterenfonds dat in augustus komt. Maar we gaan ondertussen ook kijken wat er in andere steden mogelijk is.”

Ook De Dutch Don’t Dance Division trekt aan het kortste eind. Rinus Sprong van het dansgezelschap: “Opnieuw een mokerslag. Maar we gaan verder, hoe dan ook. Wel moeten we nadenken hoe, want als instelling stort onze ‘multiplier’ in, terwijl we ons ook verantwoordelijk voelen voor de dansers die speciaal voor De DDDD naar Den Haag zijn gekomen.” Hij herinnert zich: “Een jaar geleden zei Van Asten nog dat hij dans leuk is gaan vinden. Daar merken wij nu maar bar weinig van.”

Cultuurankers
Muzee Scheveningen behoudt in het Ontwerpplan zijn taak als museum, maar lijkt de functie van Cultuuranker te verliezen. Die wordt voor dit stadsdeel straks zo nodig toebedeeld aan een andere organisatie, en kan dan rekenen op jaarlijks € 75.000. Interim-directeur Jeroen van de Wiel zit niet bij de pakken neer.

“We gaan er hard voor knokken om de status van Cultuuranker te behouden. We zijn bewezen effectief in die rol. Het zou trouwens erg inefficiënt zijn om een andere organisatie op te tuigen in enig ander pand, want met Muzee als onderpand kun je de museum- en cultuurankerfunctie efficiënt combineren zodat ze elkaar onderling versterken.”

Net zo trekt het college de stekker uit het Diamant Theater, voornamelijk omdat het een te geringe verbinding met Haagse Hout wordt verweten. “Natuurlijk zijn we teleurgesteld,” zegt Mariët Struijk, “maar de strijd is nog niet gestreden.”

Ze doelt op een lobby naar de raad maar vestigt ook hoop op de mogelijkheid van een ‘doorstart’. “Samen met eventuele andere gegadigden voor het ‘cultuurankerschap’ in Haagse Hout gaan wij zeker zelf ook een voorstel doen.” Het Diamant Theater, gevestigd in de aula van het Diamant College, is al langere tijd op zoek naar een ‘eigen’ plek in de wijk. “Een alternatieve locatie is hier niet eenvoudig te vinden, zegt Struijk. “Maar we houden natuurlijk oren en ogen open.”

Zuiderparktheater
Het Zuiderparktheater blijft als voorziening voor theater en muziek behouden, wenst het college. Van Asten vindt een openluchttheater voor een stad met de allure van Den Haag onmisbaar, al moet dat ook in dit geval wellicht onder de vlag van een nieuwe organisatie. Dat is net als voor de twee bedreigde Cultuurankers een open uitnodiging: wie de handschoen past, trekke hem aan. Kjell Wagner, voorzitter, gooit de handdoek niet in de ring. “Vijf jaar geleden zijn we begonnen. We hebben gemerkt dat het is gelukt om wijk, omgeving, bezoekers én vrijwilligers die hier aan het werk zijn, te verbinden. We zetten daarom alles op alles om dat voort te zetten, in welke vorm of organisatie dat dan ook is.” Van Asten heeft jaarlijks € 100.000 over voor het Zuiderparktheater-nieuwe-stijl.

Positief
In weerwil van het advies kan STET (The English Theatre) dan toch rekenen op een subsidiebedragje. Van Asten: “We willen dat het Engelstalig theateraanbod minimaal op peil blijft.” En zo kan STET € 65.000 jaarlijks tegemoet zien. Elske van Holk van STET: “We zijn blij dat we weer door kunnen. We hadden dit eigenlijk niet verwacht. Op onze steunactie hebben we 2700 reacties uit de hele wereld binnen, en dan vooral van de internationale gemeenschap in Den Haag. Kennelijk heeft dat goed gewerkt.”

Door afspraken uit het verleden als gevolg van een legaat – kon het college formeel niet om Museum Bredius heen, is het contractueel ‘verplicht het in stand te houden.’ Het museum krijgt daarom, net als voorheen, jaarlijks € 145.717.

Slagveld
Het college neemt de andere bevindingen van de Adviescommissie ten aanzien van de andere aanvragers integraal over. Daardoor dreigt voor Den Haag verlies van om en bij 20 culturele instellingen. Zij kunnen nog tegen zijn voornemen ingaan door protest aan te tekenen, maar wellicht biedt een beroep op gemeenteraadsleden meer kans van slagen. Die vergadert in het najaar over het Ontwerpplan.

Paradijsvogel in een vogelparadijs

Het ‘Vogeldagboek Peter Vos’

Het tekenvak. Moeder aller beeldende kunsten; legt het talent van de beoefenaar in kwestie bloot, genadeloos en onverbiddelijk. Tekenen was voor Peter Vos levensvervulling én levensbestemming. Het recentelijk verschenen ‘vogel dag boek’ biedt een uniek doorkijkje en inzicht in zijn fascinatie voor vogels, tekenen én zijn talent.

Een Vos, jawel nota bene een Vos die vogels tekende. Hatsikidee. Peter Vos. Tekenen was voor hem als ademhalen. Zijn jaszakken waren altijd gevuld met potloden en schetsboekjes. Hij kón niet anders dan, tekende alles wat los of vast, vast of los – of waar in de verte ook vooral vogels, voortdurend veel vogels, heel veel vogels. Op die momenten waande, voelde hij zich paradijsvogel in een vogelparadijs.

Ik ben er, nochtans, zeker van: in de afwisselend al te zeer in grijsbeton gevlochten en roodbakstenen binnenstad van Den Haag waar ik nu dertig jaar voornamelijk in wisselende mate van tevredenheid op vijf hoog een flatwoning bewoon, streek ooit maar helaas bewijsloos pontificaal een roofvogel neer. Vlak voor mijn ogen nog wel, op de reling van de nabije balkonbalustrade, op een luttele anderhalve meter. Ikzelf was op dat moment binnenshuis, met de balkondeur evenwel wijdopenstaand. Perplex. Wow: Een stadsroofvogel. Het moet een sperwer geweest zijn, zo vermoedde ik na enig nadenkwerk en predigitaal encyclopedisch ornithologisch opsporingsonderzoek in de eigen bovenkamer.

Maar mijn stadse toen al meer dan met het gevorderde vogelvirus behepte vriend, kwam later echter determinerend algauw uit op wat hij zelf benoemde als: een merel die ik in mijn waargenomen onschuld moest hebben ontwaard.

Tja.

Zien is kennen -zo meende ik. Empirisch onweerlegbaar. Toen – en nog altijd. Maar desondanks niet helemaal gelukt in het onderhavige geval, kennelijk.

Maar Peter Vos bezat die gave wel, als geen ander, en tot en detail.

Peter Vos (Utrecht, 1935 – 2010) was tekenaar, graficus en illustrator, verwierf vooral bekendheid vanwege illustraties voor boeken, bladen en tijdschriften. Hij tekende niet alleen met scherpzinnige haviksblik maar ook met gevoel voor humor vooral dieren (met name vogels) die leken op mensen, en combinaties daarvan. In 1970 verwierf hij nationale bekendheid met zijn Beestenkwartet. Op een gegeven moment was hij zelfs BN’er. In 1972 ontving hij een Zilveren Griffel. De Sprookjes van de Lage Landen, ook met tekeningen van Vos, groeide uit tot bestseller. In 2003 zette Vos zich aan zijn Metamorfosen, naar Ovidius, over de metamorfose die mens tot vogel bracht. Hij tekende ook de wekelijkse leeuw in de rubriek Terzijde van Vrij Nederland.

Vos’ Lunterse jaren geven in tekeningen een beeld weer van een moeizame periode in zijn leven, van zijn getekende leven. Relatieproblemen gevoegd bij zijn neiging om vol het drankorgel te bespelen voerden hem rond 1992 van een voornamelijk Amsterdams grachtengordeldierbestaan naar het Veluwse dorpje, naar het ‘buitenverblijf’ aldaar van zijn laatste vrouw Saïda Lokhorst.

Wegvliegen van de mens. Hij trok daar, met zijn Zeiss-camera immer in de aanslag, veelvuldig op uit, en ook in de weldadige tuin van zijn tijdelijke woonstulpje kon hij zich zonder gevoelde gêne totaal laven aan zijn ingeboren natuurvorsersgeest, beter gezegd: het met een tekenaarsoog bestuderen van vogels. Sterker: een man die zelf tot vogel transformeerde. Daarna ging hij ze tekenen, dag in dag uit. Tuinmodellen, noemde hij ze, voor hem ideale, soms ook wel nukkige modellen, waaronder vooral veel mussen en mezen. Dat heeft in die jaren 12 schetsboekjes opgeleverd, zoals hij trouwens wel meer aan personen opgedragen schetsboekjes maakte. Dit keer aan Saïda. Hij noemde het juweeltje ‘Vogeldagboek’.

Facsimile
Voor het eerst en integraal werd dit boekje uitgegeven, in een prachtige facsimile, aangevuld met verschillende voorstudies – én een biografische schets door vogelaar en Volkskrant-wetenschapsjournalist Jean-Pierre Geelen.

Vos’ observaties, zoals die zijn vastgelegd in het schetsboek, getuigen elkeen van extreem toegewijd te noemen vogelliefde en van het grote kunstenaarschap van een man die zich ondanks alles ondergewaardeerd en ongemakkelijk in het leven bleef voelen – maar niettemin / desondanks / daardoor – welhaast zélf tot vogelmens transformeerde: hij had, veronderstelling, graag zélf willen kunnen vliegen. Zijn vogels zijn daardoor meer dan alleen vogels; het zijn stuk voor stuk bijna personages te noemen.

Vos’ vogels vliegen je vanuit de pagina’s van zijn schetsboekje bijkans achteloos tegemoet. Eigenlijk een wonder: in zijn geval volstond een op het oog enkele maar rake pennenstreek om de bedoelde vogel die hij in een tekening wilde en wist te vatten, een uniek karakter te verschaffen, en het bijzondere van diens houding of blik met Rotring-pen of anderszins te vangen. In elk getekend houdinkje dat hij fixeerde, ontwaar je iets verrassends.

Prachtige prenten. Maar deze uitgave biedt meer. Zo heeft Vos zelf in de boekjes aantekeningen gemaakt van zijn waarnemingen, en die zijn op zichzelf meesterlijk. In een literaire telegramstijl noteert hij, bijvoorbeeld op 9 april: „Bij ’t tweede meertje zit je wat. Ziet vinken baden & drinken. Geelgors komt op overhangende tak zitten, alert poserend, maar vertrouwt ’t niet (vertrouwt jou niet) Wat sijzen komen zitten en neuzelen hun liedjes. Een dat reuze stoer doet, baltst met gespreide zwingen. Je sjokt over de zandweg naast de boomwal en ziet opeens de 1ste boerenzwaluw van ’t jaar overvliegen. Hoera dus!”

De compactie van de tegenwoordige ‘tweet-mogelijkheden ’ die Twitter te bieden en in de greep heeft, zouden hem waarschijnlijk als gegoten hebben gepast…

Zijn de tekeningen al een genoeglijke belevenis, de uitgave zelf is ook de moeite meer dan waard want gedrukt op mooi papier en mooi ontworpen. Het is aan de Haagse uitgever Peter Müller te danken dat dit juweeltje er ligt. Deze liefhebber heeft in het verleden meer vogelboeken het licht doen zien, Waaronder Vogels op de cm2 waarin hij 266 soorten vogels op postzegels uit 109 landen bundelde in een bibliofiel aan te merken lijvig boekwerk.

Vogeldagboek. Peter Vos. Met een introductie van Jean-Pierre Geelen. Uitg. Müller, 160 blz., € 24,95.

Peter Vos was in 2017 onderwerp van beschouwing in VPRO’s ‘Het Uur van de Wolf’. Die documentaire biedt inzicht in zijn persoon en leven. De documentaire is aan de hand van deze link te bekijken.

Vogeldagboek. Peter Vos. Met een introductie van Jean-Pierre Geelen. Uitg. Müller, 160 blz., € 24,95.

Peter Vos was in 2017 onderwerp van beschouwing in VPRO’s Het Uur van de Wolf. Die biedt inzicht in zijn persoon en leven. De documentaire is aan de hand van deze link te bekijken.

 

Winnaars en verliezers zijn er – altijd en overal

Haagse grootverdieners in kunst & cultuur

Iedere crisis kent winnaars en verliezers. De verliezers waren vaak altijd al de verliezers.

Door Eric Korsten

De bezoldiging van de top van culturele instellingen is gebonden aan de zogeheten Balkenendenorm. Nu zij extra overheidssteun verwachten, valt de salariëring van hun topmensen extra op. Een rondje langs Haagse velden.

De Haagse culturele sector kan financiële steun van de gemeente tegemoet zien. Wethouder Robert van Asten gaat ‘daar waar gevraagd’ meebetalen aan het noodpakket van 300 miljoen dat cultuurminister Van Engelshoven namens het kabinet beschikbaar stelde. Naar schatting lijdt de Haagse culturele sector 21 miljoen schade in 2020. “Uiteraard hebben wij ook aandacht voor de organisaties die niet onder dit pakket vallen. Wij zien ook het grote belang van deze organisaties voor de stad,” aldus de cultuurwethouder.

Half maart ging de knop voor theaters noodgedwongen op uit. Een letterlijk avondje ‘uit’. Directies van kunstinstellingen waren en zijn niet te benijden, want hoe loods je je gezelschap of instelling dezer dagen nog naar veilig water?

Maar daar waar instellingen in voorstellingen en tentoonstellingen vaak en veelvuldig moraalridderlijk maatschappelijk engagement belijden, misstanden aan de kaak stellen en weeffouten in economische systemen aanhalen, waren zij er zelf meteen bij om freelancers, oproepkrachten en andere flexwerkers-vaak-tegen-wil-en-dank collectief en acuut op zwart zaad te zetten. Denk aan technici, ontwerpers, horecakrachten en ja, soms ook hun eigen artiesten en kunstenaars.

Natuurlijk vinden hun directies dat een hard gelag en leven in woord met ze mee. Maar ondertussen hebben vele van deze algemeen, zakelijk en / of artistiek directeuren het zelf helemáál niet zo moeilijk. Vooral niet als het om hun eigen salarisstrookje gaat. Ondertussen hebben ze via de Werkgevers Nederlandse Podia uitstel aangevraagd voor de CAO die onlangs voor hun personeel is afgesloten, na zes jaar van loonstilstand. Fnuikend voor de beeldvorming in de huidige mondkapjesmaatschappij.

Daar komt bij dat een eigenstandige daad van solidariteit van hun kant vooralsnog is uitgebleven. Waar grootverdieners als KLM of Booking.com moeten inleveren in ruil voor steun aan hun bedrijf, levert, bijvoorbeeld, de ‘CEO’ van Ford op eigen initiatief de helft van zijn loon in, en ook een handjevol topvoetballers levert ‘vrijwillig’ in, zou je wellicht een gebaar verwachten uit hun hoek. Toch horen we, tot nu toe, niet van enige solidariteitswroeging. Het zou hen tot eer strekken als directies de belastingbetaler publiekelijk dan wel via hun Ondernemingsraad ons informeren.

Vergeet ook niet dat vele ‘cultuurondernemers’ buiten hun functie om nog eigen bedrijfjes hebben. Een artistiek leider die en passant ook choreograaf kan, bijvoorbeeld, rekenen een gage voor zijn creatie. En krijgt ook geld in het geval van een heropvoering, bij het gezelschap waarvoor hij / zij die choreografie maakte, dan wel bij welk ander gezelschap ook. En zo zijn er veel ‘neveninkomsten’ van alreeds grootverdieners.

Het Cultureel Persbureau heeft een ‘quickscan’ gedaan aan de hand van een aantal openbare jaarverslagen. Hoewel openbaarheid van het jaarverslag verplicht is, blijkt niet elke instelling even transparant. Zo publiceren het Holland Dance Festival en het Literatuurmuseum niets over hun ‘topfunctionarissen’ (al verdiende Holland Dance Festival- directeur Samuel Wuersten bij onderwijsinstelling Codarts in 2018 ruim € 79.000 voor een 0,6 FTE-aanstelling als Director (inter)national Relations and Career Development, en was hij naast het Holland Dance Festival ook werkzaam als artistiek directeur van Bachelor Contemporary Dance in Zürich).

Het Kunstmuseum (voorheen Gemeentemuseum) noteert over de bezoldiging van de beide directeuren Benno Tempel en Hans Buurman niet anders dan dat ze lager zijn dan in de Wet Normering Topinkomens (WNT) staat, in de volksmond de ‘Balkenende-norm’ van € 187.000.

Voor Korzo geldt dat van de gepubliceerde jaarcijfers alleen pagina 7 van de balans is opgenomen (pagina 7) en een summier overzicht van baten en lasten. Net als Diligentia wordt daar alleen vermeld dat de beloning van de directeur/bestuurder wordt betaald conform de Cao Toneel en Dans en binnen de Wet Normering Topinkomens (WNT) valt.

De bezoldiging van directies wordt overigens bepaald door de Raad van Toezicht van hun bedrijf, en die is op zijn beurt gehouden aan de Governance Code Cultuur. Onderdeel daarvan is de Balkenendenorm. Overigens behoren de topsalarissen uit het Haagse nationaal gezien niet tot de top waar vaak een tandje méér wordt verdiend. Koploper is Nationale Opera & Ballet, waar twee van de drie bestuurders tot boven de Balkenendenorm bezoldigd worden.

Een greep uit jaarverslagen (het bruto modale inkomen van de Nederlander in 2018 lag op € 34.500):

kader:
Verdiensten directeuren cultuursector in euro’s (2018)

Persoon, instelling                                                         Salaris                 Jaar

Emilie Gordenker, Mauritshuis *                             € 178.426            2018
Marieke Schoenmakers, KABK Den Haag            € 152.927             2018
Henk Scholten, Zuiderstrandtheater *                    € 151.651             2018
Janine Dijkmeijer, Nederlands Dans Theater *      € 148.317             2018
Lidy klein Gunnewiek, Het Nationale Theater         € 143.746             2019
Cees Debets, Het Nationale Theater                     € 142.906             2019
Sven Arne Tepl, Residentie Orkest                        € 131.290             2018
Paul Lightfoot, Nederlands Dans Theater              € 118.041             2018
Eric de Vroedt, Het Nationale Theater                    € 109.840             2019

Alternatief lijstje (cumulatief)
Amare (NDT, RO, Zuiderstrand)                                              € 548.000
Het Nationale Theater                                                 € 395.000

* Deze functionarissen zijn inmiddels vertrokken bij de genoemde organisatie. Er is geen reden om aan te nemen dat hun opvolgers veel ‘goedkoper’ zijn.

Een huis voor circus

TENT heet het driekoppig collectief dat zich met verve ontfermt over de ontwikkeling en vernieuwing van het circusgenre in Nederland. Inmiddels gaat het goed en de piste wordt steeds vaker ingeruild voor de theatervloer. Met het nieuwe Kunstenplan in het verschiet maakt TENT aanspraak op een vaste ontwikkelplek binnen de structuur van de BIS.

Het aloude circustheater is in beweging. Met onder meer Cirque du Soleil, Cirque Plume en Jakop Ahlbom als wegbereiders – en in het verleden onder meer het gouden duo Mini & Maxi – heeft het moderne circus vaste grond onder de voeten gekregen in Nederland. De zestig jeugdcircussen in den lande blijken als voorlopers te hebben gediend; de circusfestivals die de laatste jaren op zijn komen zetten, blijken de wind in de rug.

Tezamen met de start van twee hbo-opleidingen Circus Arts (Tilburg, Rotterdam) rond 2006 heeft dat alles een rijke ‘humuslaag’ opgeleverd. TENT circustheater producties heeft vanuit de frontlinie vormgegeven aan het ‘circus met een verhaal’. Deze zomer bestaat het Amsterdamse collectief op de kop af tien jaar. Met het nieuwe Kunstenplan in het verschiet maakt het aanspraak op een vaste ontwikkelplek binnen de structuur van de BIS.

TENT. Samen zijn dat: Rosa Boon (1979), Cahit Metin (1981) en Hanneke Meijers (1980). Circus Elleboog is hun rode draad, opgericht in 1949 maar in 2016 slachtoffer van het subsidiespook dat rond die jaren huishield in het Amsterdamse kunstwezen. ‘Tot zo ongeveer je zestiende kon je daar alles leren: eenwieleren, freerunning, jongleren, acrobatiek, trapeze of bal-lopen’, vertelt Meijers. ‘Maar na het bereiken van die leeftijd moest je noodgedwongen stoppen. Eventueel kon je er nog als vrijwilliger aan de bak.’

Boon: ‘Bij Elleboog konden kinderen en jongeren buitenschools circustechnieken leren. Als een van de oudste en grootste jeugdcircussen van Europa week het toen al gedurfd af van traditionele vormen van circus, waar de technische kunde van een artiest altijd hand in hand ging met een spreekstalmeester. Na mijn tijd als deelnemer bij Elleboog werd ik vrijwilliger. Nog later kreeg ik er een aanstelling als producent en fondsenwerver, en programmeerde ik voor de festivals van Elleboog. Toen ontdekte ik dat het moderne circus dat ik bij Elleboog van dichtbij had leren kennen, in Nederland verder niet bestond. Dat type moesten we dus uit het buitenland halen. Toen rond 2006 twee hbo-opleidingen Circus Arts van start gingen, vroegen we ons af waar hun studenten na hun diploma aan het werk zouden moeten. Vanuit de leemte zijn we TENT begonnen, aanvankelijk met Cahit en Minke Parkkinen.’

Cahit Metin herinnert zich daarbij de rol die het Tilburgse Festival Circolo (onopzettelijk) heeft gespeeld: ‘Dat daagde ons uit tot het maken van een voorstelling. We moesten dus gelijk stevig aan de bak.’ In 2012 sloot Meijers zich aan bij het collectief, terwijl Parkkinen er in 2017 afscheid nam.

Bagage
Initieel was TENT vooral producent. Boon: ‘We trokken regisseurs-van-buitenaf het circusveld binnen. Die koers zijn we na drie jaar gaan verleggen naar wat we eigenlijk vanaf het begin wilden zijn: productiehuis.’ Meijers: ‘Temeer ingegeven doordat regisseurs van buitenaf niet altijd over de nodige circusbagage beschikken, geen ‘native speakers’ zijn. Die aanpak leidde bovendien niet tot de vernieuwing die we op het oog hadden.’

Boon: ‘Vernieuwing kan alleen vanuit het eigen veld tot stand komen. Er is dus behoefte aan een plek waar circusmakers zich kunnen ontwikkelen. We noemen ons nu: Huis voor Circusmakers. Gedurende verschillende fasen van hun ontwikkeling willen we makers tot steun dienen, artistiek-inhoudelijk en zakelijk, en daarbij nemen we het financiële risico op ons. Voor makers willen we een veilige omgeving zijn, waar ze zich kunnen ontwikkelen en mogen leren.’

Meijers: ‘Van pril idee via testweek tot aan een ‘huismaker’ die zich aan ons verbindt. We willen in staat zijn om de juiste begeleiding te bieden. Nog altijd komen hier aanvragen van buitenaf binnen. We werpen ons dan op als coproducent. Toch zijn we niet wat je noemt een toeleverancier. Voorop staat dat we onze inhoudelijke en praktische kennis van het circus meenemen. Pas als dat bij ons past besluiten we eventueel tot coproduceren.’

Boon: ‘Primair zijn we er voor circusmakers. Al gebeurt er veel, toch is er meer nodig om circus tot volle wasdom te brengen. Ook is er artistiek-inhoudelijk nog winst te behalen.’ Meijers: ‘Ondertussen waken we ervoor om artistiek een stempel te drukken op een maker die we in huis halen. Geen van ons drieën is maker, we hebben trouwens niet eens een artistiek leider.’

Metin: ‘Neem Muur, de voorstelling die we als aanjager en coproducent met Veem House for Performance hebben gemaakt. Daar waren nauwelijks nog circuselementen in te herkennen. Toch vinden we de samenwerking met regisseur Floor van Leeuwen interessant, omdat die leidde tot een onderzoek waar de grenzen van het circus werden opgezocht, opgerekt en ter discussie gesteld.’

Definitie
‘Circus gaat primair over de relatie tussen maker, mens en object – en dat object kan ook het lijf zijn’, zo bakent Boon de term, het genre af. Metin: ‘Circus is grenzeloos, letterlijk en figuurlijk. De enige beperking is de verbeelding die de maker weet op te roepen.’ Meijers: ‘Of het nu gaat om ‘oude’, doorontwikkelde of grensverleggende circustechnieken – het kan hier allemaal, als er maar onderzoek plaatsvindt.’ Boon:‘Het ontwikkelen van makers, dát is onze core business.’

Metin:‘Op de hbo-opleidingen Circus Arts krijgen studenten alle technieken op een presenteerblaadje aangereikt.’

Meijers: ‘Maar wat wil je als circusartiest met die technische bagage gaan doen? Wat wil je vertellen? Wat zeggen honderd tennisballen op het podium als je met maximaal zeven ballen tegelijk kunt jongleren?’ Boon: ‘Wat vertelt het materiaal, wat roept het voor reacties op bij de kijker? Dat is dramaturgie. Trouwens: circus brengt van zichzelf al iets. Bij een trapeze-act is ‘gevaar’ intrinsiek een factor, een toneelacteur of danser kan dat niet op een gelijkwaardig niveau uitbeelden. Traditionele vormen van circus gaan te vaak voorbij aan die fear factor. Maar goed, daar worden andere keuzes gemaakt dan in het hedendaagse, en met eigen beweegredenen.’

Vaste ontwikkelplek
Meijers: ‘De circusopleidingen in Tilburg en Rotterdam zijn nu onze hoofdreden van bestaan. Hun groei, ook qua niveau, is zichtbaar en voelbaar en onze eigen groei heeft daar onmiskenbaar mee te maken.’

Metin: ‘Er zijn steeds meer alumni – en dus kun je in een uitdijende vijver vissen.’Studenten komen uit uiteenlopende windrichtingen . Meijers: ‘Vlogen er voorheen tien van vijftien na hun diploma linea recta terug naar hun geboorteland , nu is dat niet meer zo.’

Boon: ‘De infrastructuur voor het circus als genre begint echt van de grond te komen, ook al is het nog pril. We bouwen hier in Amsterdam-Noord aan een huis voor circus. We hebben geen eigen gebouw – dus bouwen we dat imaginair, samen met onze stedelijke en landelijke partners in een ‘circuscoalitie’. Ook hebben we besloten om een gooi te doen naar de status van vaste ontwikkelplek in de BIS. Net als nu vragen we ook ondersteuning van Amsterdam. We hopen zo de komende jaren een professionaliseringsslag te maken. De ondersteuning van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) in de voorbije drie jaar heeft ons enorm geholpen. De resultaten zijn zichtbaar. Maar onze ambitie reikt verder. We gaan hoog inzetten. We hoeven geen waterhoofd te worden, maar om structureel en duurzaam door te groeien vragen we om meerjarige subsidie, zodat we lange lijnen uit kunnen zetten. Daarvoor hebben we naar schatting een paar ton jaarlijks nodig. Beschouw het als genreontwikkeling. Niemand doet wat wij doen, we concurreren met niemand. Maar binnen het stelsel van cultuurbrede ontwikkelplekken is er natuurlijk wel concurrentie te verwachten.’

Hedendaags
Boon: ‘Theatercircus of circustheater – die begrippen dekken niet langer de lading. Wij maken ‘hedendaags’ circus. Daarin mengen makers circuselementen met muziek, mime, dans, grafisch ontwerp en theater. Net als in het de dans – van hiphop, urban, modern, ballet tot folkloristisch – zijn er in het circus uiteenlopende takken van sport. Onze naam, TENT, is sowieso een knipoog én een ode aan klassieke vormen van circus. Wil je in het circus paarden zien rondrennen, be my guest.’

Meijers: ‘In vergelijking loopt Nederland achter bij landen als België, Canada en Frankrijk. Hopelijk wordt ons straks de slagkracht toebedeeld om vooruit te kunnen. Boon: ‘Maar indien wij als enige circusinstelling ondersteund gaan worden, dan is dat te weinig want we bouwen aan een infrastructuur voor de komende decennia, en als daarin een gat ontstaat valt het prille netwerk snel weer uiteen.’

Toekomstplannen
Met MAAStd, Circusstad Festival Rotterdam, Korzo (Den Haag),Festival Circolo, HH Producties en Codarts (Rotterdam) vormt TENT sinds recentelijk de ‘circuscoalitie’.

Boon: ‘Missiewerk. Naamsbekendheid opbouwen, in beeld komen bij programmeurs, publiek en persaandacht ontginnen. Het is fijn dat we dat als coalitie kunnen aanpakken. Samen kunnen we een groter publiek voor het moderne circus bereiken.’

Meijers: ‘Het wordt tijd voor een inhaalslag.’ Boon: ‘Al zijn en blijven de makerstrajecten onze core business. Onze gebruikelijke Open Podia, de samenwerking met festivals en zelfs de nieuwe circuscoalitie zijn daaraan ondergeschikt’.

Voor 2021 staan al vele plannen op stapel. ‘We willen een tournee langs zo’n twintig theaters in Nederland en daarin het beste uit het hedendaagse circus tonen. En naar analogie van de Dag van de Mime gaan we een Dag van het Circus opzetten. In eigen huis gaan we verder met ons open podium. En in samenwerking met Theater Bellevue zetten we in Amsterdam, naar voorbeeld van Korzo in Den Haag, een circus weekendfestival op. Korzo doet met Cirque Mania zoiets al sinds drie jaar. Korzo beschouwt circus als een vorm van bewegingstheater.’ Metin: ‘Circus en dans zijn aan elkaar verwant. Er is immers die fysieke basis.’

Einddoel is voor TENT om het hedendaagse circus op de kaart te zetten. Nogmaals Meijers: ‘Een hedendaagse circusvoorstelling in Theater Bellevue? Tien jaar geleden was dat ondenkbaar.’ Boon: ‘Buiten De Nieuwe Vorst in Tilburg, Korzo in Den Haag en MAAS in Rotterdam zijn er maar weinig theaters die circus een serieuze, vaste plek in de programmering geven.’

kaders
Nieuwe Maker: Benjamin Kuitenbrouwer
Benjamin Kuitenbrouwer aka Monki en TENT zijn onlangs een intensieve samenwerking begonnen. Meijers: ‘Monki bezit het talent om circus vanuit een ander perspectief te benaderen. Zijn eerdere werk laat zien dat hij in staat is om te creëren vanuit een persoonlijke en actuele noodzaak.’ De komende twee jaar, verdeeld over zes avonden, is Being Benjamin de weerslag van een reeks onderzoeken die hij de afgelopen tijd gedaan heeft met circusartiesten, tekstschrijvers, muzikanten en scenografen. Hij onderzocht wat hij te vertellen heeft en kan maken als hij zelf niet op het podium staat. Na een reeks voorstellingen start hij aan zijn grotere voorstelling JACK die eind september 2020 uitkomt. Het traject wordt financieel mogelijk gemaakt door de regeling Nieuwe Makers van het Fonds Podiumkunsten en het Amsterdamse Fonds voor de Kunst. Eerder werkte TENT op een soortgelijke manier samen met Zinzi Oegema.

Hanneke Meijers:
‘Mijn zus nam me mee naar Elleboog. Zelf was ik meer van het turnen. Daar wordt circus gezien als ‘plan B’. Maar bij Elleboog werd ik gegrepen doordat je in gezamenlijkheid kunt creëren. Ik heb geen hbo-opleding Circus Arts gevolgd, zoiets bestond toen nog niet in Nederland. Ik ben aan de kunstacademie opgeleid tot grafisch ontwerper. Mijn rol bij TENT is gaandeweg ‘visueler’ geworden. Voor mij is grafisch ontwerpen 3D geworden.’

Cahit Metin:
‘Mijn vroegste herinnering gaat terug tot Circus Krone. Rond mijn zevende ging ik naar Elleboog en na mijn zestiende ben ik daar als vrijwilliger doorgegaan en ben er les gaan geven. Tijdens mijn studie technische bedrijfskunde bleef het circus aan me trekken. Voor een groot deel verdiende ik toen al mijn geld als zelfstandig artiest en docent. Als circusartiest ben ik autodidact. Bij TENT ben ik vooral met de achterkant van het circus bezig.’

Rosa Boon:
‘Mijn vroegste circuservaring ligt wat hedendaags circus betreft op een camping ergens in Frankrijk en bij het zien van Saltimbanco van Cirque du Soleil, toen ze midden jaren negentig voor het eerst naar Nederland kwamen. Dat maakte indruk door de hedendaagse vorm van circus die ze brachten. Als kind raakte ik gefascineerd door het circus van Elleboog, en bleef ik daar tot 2009 in touw, van deelnemer tot productieleider /fondsenwerver. Ik heb een Master Culturele Studies aan de UVA gedaan en zet die kennis nu in bij TENT.’

Circus Arts
Buiten de zestig jeugdcircussen verspreid over heel Nederland zijn er momenteel twee hbo-opleidingen voor Circus (and Performing) Arts. De een in Tilburg (Fontys), de andere in Rotterdam (Codarts). Rosa Boon geeft les in ‘entrepeneurship’ op Codarts Circus Arts. ‘In vier jaargangen worden bij elkaar zo’n zestig mensen opgeleid, uit vele windstreken afkomstig. Ieder jaar studeren er in Tilburg en Rotterdam per opleiding ongeveer tien tot vijftien mensen af.’

Het curriculum van Codarts Circus Arts bevat, ter illustratie, vakgebieden als het gebruik van trampoline, de Chinese paal en het Cyr Wheel; vloer-, lucht en groepsacrobatiek, balanceervaardigheden, objectmanipulatie en improvisatie & compositie. Ook zijn er lessen over dans, theater en muziek. En er is aandacht voor circusgeschiedenis en kunstoriëntatie, evenals voor veiligheid & tuigage, en gezondheid & welzijn.

TENT:
TENT houdt domicilie in een oude fabrieksruimte in Amsterdam-Noord, waar het bij Dansmakers is ingetrokken. Het maakt daar gebruik van de studiofaciliteiten van Dansmakers. TENT maakt circus van Nederlandse bodem en verbindt circustechnieken met muziek, dans, mime en vormgeving.

TENT bracht de voorbije jaren producties en projecten uit als LOOP, NET, 3, PIT, Memo, Barstool Bound, The Day After (ism Holland Opera en Nederlands Blazers Ensemble), Romeo & Julia (samen met het Amsterdamse Bostheater en de Veenfabriek) en Muur (met Veem House for Performance).

Geen rijksgeld meer voor West Den Haag

Cultureel Den Haag als verliezer

Net als vier jaar eerder loopt de stad Den Haag cultureel averij op: West / Kunstforum maakt vanaf 2021 niet langer deel uit van de zogeheten BIS. Het Rijk streeft naar meer kunst in de regio, vernieuwing en een breder publiek voor kunst en cultuur.

Dat blijkt uit het advies voor de Basisinfrastructuur 2021-2024 (BIS) dat de Raad voor Cultuur verleden donderdag aan minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) overhandigde. BIS-instellingen beschouwt het Rijk als essentieel voor het nationale cultuurlandschap. Met het advies is jaarlijks bijna 200 miljoen euro aan subsidiemuntjes gemoeid. De rijksoverheid wil de komende periode meer steun voor popmuziek, urban, musical en e-culture – en een breder publiek met kunst bereiken door regio’s te verkiezen boven de Randstad.

In de stad Den Haag is, zoals iedere vier jaar, dezer dagen een ‘Kunstenplan’ in de maak – maar op landelijk niveau is dat net zo. De stad is, net als vier jaar geleden, niet geheel schadevrij door die nationale hoepel gesprongen. Een aantal Haagse aanvragers valt buiten de boot. Zo kukelt West / Kunstforum rechtstreeks uit de BIS en zijn de aanvragen van Holland Dance Festival, Writers Unlimited, New European Ensemble, De Participatie Federatie en TodaysArt niet gehonoreerd. Winst is er ook: dansinstelling Korzo treedt opnieuw toe. De raad ziet in Korzo ‘de ideale kandidaat voor vernieuwing van de danscultuur’. Korzo kan nu de draad van talentontwikkeling van nieuwe dansmakers weer met verve oppakken want het kan als ‘ontwikkelorganisatie’ € 735.000 tegemoet zien.

Weg
West dus weg uit de BIS, waar het vier jaar geleden nog als grote winnaar uit de bus kwam. De instelling voor actuele kunst in de voormalige Amerikaanse ambassade, tegenwoordig Kunstforum geheten, kreeg eerder bij het Kunstenplan voor de stad Den Haag ook al een klap te verwerken doordat het bleef steken op het bestaande subsidiebedrag. De aanvraag voor € 800.000 aan rijksgeld ziet het nu in rook opgaan. Extra zuur is dat de Raad positief oordeelt, maar ‘na zorgvuldige weging van de aanvragen binnen dezelfde categorie adviseert geen subsidie te verlenen.’ “West heeft met 42.000 bezoekers een groter publieksbereik dan vergelijkbare instellingen,” zegt Marie-José Sondeijker van West. “In 2019 werden we voor ons programma genomineerd voor de AICA oorkonde. Dat de Raad voor Cultuur nu, ondanks een positieve beoordeling, alsnog voor een andere stad kiest is onbegrijpelijk. Klaarblijkelijk weegt de regionaliseringsagenda zwaarder dan de resultaten. En als je naar de landelijke verdeling kijkt, blijkt Den Haag de grote verliezer te zijn. In heel Nederland komen er stippen bij, alleen die van Den Haag wordt kleiner.”

Opvallend is ook de afwijzing van aanvrager Writers Unlimited. In het Kunstenplan voor Den Haag was het literaire festival nog verkozen boven ‘evenknie’ Crossing Border, dat daardoor nu dreigt te verdwijnen. Geen € 300.000 voor Writers Unlimited dus.

Ook bij TodaysArt komt het nieuwe advies hard aan omdat de aanvraag voor € 450.000 rijksgeld is afgewezen. In Den Haag viel het festival ook al buiten het bestek van het plaatselijke Kunstenplan.

Opnieuw krijgt Den Haag Dansstad, de positieve beoordeling met de hernieuwde toetreding van Korzo ten spijt, een gevoelig tikje: Holland Dance Festival krijgt geen plek in de BIS. De Raad oordeelt dat de onderscheidende rol ‘minder prominent is geworden’. Dat scheelt € 310.000.

Orkest New European Ensemble diende een goed plan in, schrijft de raad. ‘Dit ensemble heeft in de korte tijd naam weten te maken met een veelzijdige programmering’. Maar het moet concurreren met Asko|Schönberg dat ‘een representatiever functie vervult (…) en meer vertakkingen heeft op dit gebied, alsmede met ensembles in andere genres.’ En dus gaat NEuE het verhoopt bedrag van € 500.000 aan de neus voorbij.

Participatie Federatie
Negen wijktheaters uit de vier grote steden vormen samen de Participatie Federatie. Voor Den Haag gaat het om Laaktheater, theater De Nieuwe Regentes, Theater Filmhuis Dakota en Theater De Vaillant. De raad staat sympathiek tegenover het plan voor talentontwikkeling maar ‘staat nog in de kinderschoenen’. De raad vindt toetreding tot de BIS te vroeg.

Positief nieuws
Positief nieuws is er buiten Korzo voor de grote kunstinstellingen in de stad. De aanvragen van Het Nationale Toneel / HNTjong (samen € 3.650.000,00), Nederlands Dans Theater (€ 6.887.000,00) en Residentie Orkest (€ 3.95.000,00) toegekend maar krijgen ze er anderzijds geen cent extra bij. Jeugdpodiumkunstinstelling HNTjong gaat van nu € 715.000 naar straks € 830.000. ‘Het brengt vaak verhalen op het scherp van de snede in de grootstedelijke omgeving,’ aldus de raad. NDT wordt gevraagd de artistieke plannen en visie van aantredend artistiek directeur Emily Molnar beter te beschrijven voordat toekenning kan volgen.

Musea
De 26 rijksmusea zijn met ingang van 2021 uit de BIS gehaald. Zij krijgen hun geld via de Erfgoedwet. Voor Den Haag gaat het om Gevangenpoort, Mauritshuis en Meermanno | Huis van het Boek en het Literatuurmuseum. In de beoordeling krijgen zij met regelmaat te maken met de Erfgoedinspectie.

Vervolg
Op Prinsjesdag, derde dinsdag in september, maakt de minister bekend welke adviezen van de Raad voor Cultuur ze gaat uitvoeren. Normaal gesproken volgt de minister het advies.

Anderhalvemetertheater als symbolische handreiking

Het Nationale Theater heropent op 1 juni (12.00 uur)

Theaters, bioscopen, filmtheaters en musea mogen weer. Joehoe, al is het nog altijd corona vóór en corona ná. ‘We missen jullie’, heet de win-back strategie. Het Nationale Theater (HNT) maakt van de nood een deugd: in een klap twaalf nieuwe voorstellingen erbij.

“We mogen vanaf 1 juni voor 30 man weer voorstellingen laten zien. Daar maken wij een mooi programma voor,” zegt marketingmedewerker Ilja Kievit van Het Nationale Theater, “waar we super trots op zijn. Bezoekers gaan een historische theateravond beleven, aangepast op deze tijd en bijzonder.”

Online zingen, spelen of dansen zonder enig weerklinkend applaus, dat hoeft niet langer. Het dak kan eraf, bij wijze van spreken dan, want wordt het aangemerkt als ‘evenement’. En is zingen levensgevaarlijk. Kapsalons, masseurs, nagelstudio’s – die gingen de sector qua ‘vitaliteit’ weliswaar vóór.

Theater als bedreigde diersoort. Het theatrale gebaar is, tot nader order, beperkt tot een (mis)entourage van maximaal 30, en na 1 juli tot 100 bezoekers per zaal. Voelt als: privétheater, aanwezigheid van personeel trouwens niet meegerekend en op voorwaarde dat er lokaal geen ‘veenbranden’ oplaaien, anders wordt alles mogelijk teruggeschroefd.

HNT is niettemin blij met de geboden opening, want: ‘Om juist nú over de toekomst te fantaseren, de afgelopen weken te beschouwen en zo het heden te begrijpen. Om juist nú verhalen te delen die troosten en aan het lachen maken,’ vermeldt de site van het gezelschap.

De nieuwe voorstellingen gaan volgens HNT ‘radicaal’ terug naar het wezen van het toneel: geen indrukwekkende decors en technische hoogstandjes, maar ‘drijvend op de kracht van de ontmoeting tussen publiek en een handjevol acteurs’.

Uur U
Het Haagse toneelgezelschap trapt op het Nieuwe uur U, maandag 1 juni, 12.00 uur, af met een nieuwe reeks die het ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ heeft gedoopt, een programma van ‘korte, wendbare voorstellingen’ dat in ieder geval tot de wintertijd een aantal van eerder aangekondigde eigen producties vervangt en waarmee het na de zomer ook door het land trekt. In het openingsprogramma, eigenlijk een vitrine, zullen fragmenten (‘previews’) te zien zijn van die nieuwe producties.

Vanwege de beperkte bezoekerscapaciteit is in ieder geval de openingsmiddag ook via een ‘livestream’ online bij te wonen. Kievit: “We geven we een voorproefje van de vier teksten die als eerste op het programma staan. De acteur leest de tekst, of delen daaruit, de regisseur geeft een toelichting. Daarna praten we door met het publiek. Op woensdag, vrijdag en zaterdag wordt de preview voorafgegaan door een nieuwe tekst ‘Liefdesverklaring’.”

Programma
Op het nieuwe programma prijken klassiekers van onder meer Samuel Beckett (‘Krapps laatste band’) en Harold Pinter (‘Een soort Alaska’, met Yela de Koning en Mark Rietman; ‘Precies en Persconferentie’ , in wisselende samenstelling, waaronder Joris Smit en Emmanuel Ohene Boafo. Joeri Vos schrijft een ‘spinoff’ die is geënt op de eerder uitgebrachte HNT-productie ‘De wereld volgens John’ voor vaste HNT-acteurs Betty Schuurman, Hein van der Heijden en Joris Smit. Regisseur Eric de Vroedt maakt met acteurs Hein van der Heijden en Yela de Koning een project dat is geïnspireerd op sterfgevallen aan covid-19. Daarnaast zijn twee bestaande voorstellingen opnieuw te zien: ‘Language’ van Vanja Rukavina en ‘DOPE’ van Sadettin Kirmiziyüz. Vanaf de laatste week van juni wordt alles twee keer per dag gespeeld, in een matinee- en een avondeditie, vier dagen per week.

Er wordt gepeeld op alle drie de HNT-locaties: Koninklijke Schouwburg, Theater aan het Spui en Zaal 3 tot en met 18 juli. Kievit: “Na de zomer ontwikkelt het programma zich door: sommige stukken ontwikkelen we door tot volwaardige voorstellingen, titels verdwijnen, nieuwe titels komen erbij. Zo bouwen we een flexibele reeks korte en lange stukken om ons door de corona-crisis heen te spelen.

De vraag is ondertussen wat er zonder deze noodsprong dan wel gouden greep later, in september en de rest van het theaterseizoen, over zou zijn gebleven van de reguliere programmering. Sinds medio maart zijn immers geen nieuw producties uitgebracht, waar dan ook. Bovendien moeten producties die eerder dan medio maart wel het levenslicht hebben gezien, opnieuw gerepeteerd of ingestudeerd. In die zin is de ‘escape’ van Het Nationale Theater een huzarenstukje en weet het als vrijwel enige theaterinstelling in het land een volwaardig vervangend programma te bouwen met ‘Het Nationale Theater speelt altijd’.

Nog niet geheel duidelijk is wanneer welke productie waar speelt. Wel is duidelijk dat er hoe dan ook altíjd wordt gespeeld; bij ziekte van een acteur wordt een andere titel gespeeld.

Het Nationale Theater, ‘Het Nationale Theater speelt altijd’. Meer informatie: http://www.hnt.nl/speeltaltijd

Piket Kunstprijzen: dit jaar € 42 duizend voor jonge kunst

Ondersteuning jonge kunstenaars in Den Haag

Voor de ondersteuning van jonge kunstenaars in Den Haag maakt de Piket Kunstprijzen dit jaar eenmalig 18 duizend euro extra vrij. Het geldbedrag van de drie jaarlijkse prijzen komt dan uit op 42 duizend euro. De Piket Kunstprijzen worden sinds 2014 uitgereikt aan jonge professionele kunstenaars in de disciplines schilderkunst, dans en toneel. Zij moeten een binding hebben met Den Haag, hier gestudeerd, geëxposeerd of gespeeld hebben of met hun werk een stimulerende bijdrage leveren aan de Haagse cultuur.

Van het extra ter beschikking gestelde bedrag krijgen alle negen genomineerden in de drie bovengenoemde disciplines tweeduizend euro. Daarnaast ontvangen de drie winnaars ieder de gebruikelijke cheques van achtduizend euro en een plastiek – dit jaar ontworpen door oud-genomineerde Suzie van Staaveren.

Volgens directeur Louise de Blécourt van de stichting mr. F.H. Piket Kunstprijzen is het belangrijk om jonge kunstenaars nu een hart onder de riem te steken. “Ze hebben het zwaar. Exposities, festivals en theatervoorstellingen zijn massaal gecanceld.”

De handreiking is niet alleen financieel want eerder dan te doen gebruikelijk worden de namen van de genomineerden voor de prijs bekendgemaakt. Die komen dit jaar al in juli naar buiten, waar anders het Haags UITfestival de entourage was. Op deze manier hoopt de jury de genomineerden tijdens de crisis, via hun virtuele platformen, langer onder de aandacht te kunnen brengen.

“Het kennismaken met jong talent is tijdelijk verschoven van fysieke ruimtes als toneel en galeries naar het virtuele platform. Juist in deze tijd is het extra van belang om de Piket-genomineerden binnen dit aanbod zichtbaarheid te geven,” zegt Suzanne Swarts, artistiek directeur van Museum Voorlinden en lid van de vakjury in de categorie Schilderkunst. Op de site van de Piket Kunstprijzen is daarom ruimte gemaakt voor interviews met de winnaars van 2019. Zij beschrijven de situatie die voor hen is ontstaan en de gevoelens die daarmee voor hen gepaard gaan.

Naast het winnen van een geldbedrag en de plastiek krijgen de kunstenaars van de vakjury loopbaanadvies en tips aangereikt voor creatieve ondersteuning.

Oud-minister en oud-voorzitter van de Raad voor Cultuur Winnie Sorgdrager is deze editie de juryvoorzitter. Volgens Sorgdrager bieden prijzen een belangrijke stimulans voor jonge kunstenaars. “En dat geldt eens temeer in deze onzekere tijd. Ondanks alle problemen om het hoofd boven water te houden, moeten zij weten dat ze van groot belang zijn voor de kwaliteit van de samenleving én dat kunst en kunstenaars onmisbaar zijn,” aldus Sorgdrager.

kader:
Eerdere winnaars waren onder meer Sara de Greef (dans; 2019), Naomi van der Linden (toneel; 2019), Kinda Gozo (dans; 2018), Jos Nargy (toneel; 2018), Astrid Boons (dans; 2017) en Bram Suijker (toneel; 2017).

www.piketkunstprijzen.nl