Crossing Border vanouds op dreef

Literatuur- en muziekfestival onverdroten energiek

Terwijl de toekomst van internationaal literatuur- en muziekfestival Crossing Border in Den Haag nog altijd aan een zijden draadje hangt als gevolg van subsidieperikelen, schotelt het van dinsdag 3 tot en met zondag 8 november avond aan avond een uitgelezen programma voor.

“Het zag er twee weken geleden eventjes heel goed voor ons uit, maar toen toverde de wethouder ineens een juridisch verhaal uit de hoge hoed. We weten nu nog steeds niet waar we volgend jaar aan toe zijn,” zo beschrijft directeur Michel Behre het gesternte waaronder Crossing Border dit jaar moet plaatsvinden, nog buiten de maatregelen die aan ‘Corona’ te wijten zijn.

Theater aan het Spui is festivalbrandpunt, al vindt een groot deel van het uitgebreide programma online plaats. Er zijn ook twee live avonden die ook ‘gestreamd’ worden. Een ervan, op vrijdag 6 november, is gewijd aan Nederlandse schrijvers. Best een statement voor een internationaal georiënteerd festival als Crossing Border.

Behre: “We hadden altijd al veel Nederlandse schrijvers aan boord. Maar het is inderdaad een statement, want er is veel jong talent dat momenteel hard aan de deur klopt. Ook zie ik deze avond in het kader van ‘support your locals’.” De avond voltrekt zich in aanwezigheid van onder anderen Broeinest, finalisten van de wedstrijd ‘Spoken 070’, Iduna Paalman, Elten Kiene, Broeder Dieleman, Lamia Makaddam, Edna Azulay, Vrouwkje Tuinman en Meindert Talma. Ook zijn er twee gesprekken gepland: Nina Weijers spreekt Claudia Durastanti, en Persis Bekkering gaat in gesprek met Fernanda Melchor.

Zaterdag 7 november, ook live, vindt de uitreiking van de tiende Europese Literatuurprijs plaats. De prijs staat in het teken staat van vertalers en de edele kunst die vertalen heet. De prijs is een bekroning voor de beste hedendaagse Europese roman die het voorbije jaar in een Nederlandse vertaling is verschenen. Uniek is dat auteur én vertaler worden geëerd. De vakjury onder voorzitterschap van Abdelkader Benali verkoos ‘Lente’ van Ali Smith tot winnaar, vanuit het Engels vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer.

Ter viering van het tienjarig jubileum is dit keer een extra jury ingesteld, bestaande uit studenten. Onder voorzitterschap van Alma Mathijsen heeft deze jury ‘Meer dan een broer’ van David Diop tot winnaar verkozen, vertaald door Martine Woudt. “Mooi om te zien dat een jongere jury tot een andere winnaar komt,” zegt Behre. De winnaars van de prijs worden op deze avond voorgesteld aan het publiek. De buitenlandse gasten zullen via een videoverbinding aanwezig zijn. Beoogd wordt een gesprek over grenzen en migratie, manipulatie en uitsluiting, verbinding en verbeelding, kunst, verhalen en hoop.

Woensdagavond 4 november gaat de aandacht met name uit naar ‘KOFFIEDIK’, een zesdelig hoorspel. “Terug naar toen,” zo verwoordt Behre de aandacht voor dit enigszins uit de gratie geraakte genre, dat vroeger mensenmassa’s aan de radio gekluisterd hield en zelfs, in het geval van ‘War of the Worlds’, op de been bracht.

‘KOFFIEDIK’ zijn zes verhalen van zes bewoners, in een mix van muziek en vertelling, die zich afspeelt in een utopische stad ergens in het Nederland van het jaar 2104. Deze reis naar de toekomst belooft de luisteraar mee te nemen naar ‘een hoopvolle wereld, waar mens en maatschappij in harmonie zijn, de natuur de steden regeert en waar duurzaamheid de standaard is’.

“Maar,” lacht Behre, “het typische is dat de auteurs veelal zijn uitgekomen op een dystopie in plaats van een utopie. Dat kenmerkt wellicht ook meteen het huidige tijdsgewricht.” Bijdragen zijn afkomstig van zes jonge schrijvers: Jibbe Willems, Joost Oomen, Onias Landveld, Wytske Versteeg, Pelumi Adejumo en Simone Atangana Bekono. De verhalen worden verteld door acteurs: Nadia Amin, Diewertje Dir, Carmen van Mulier, Onias Landveld en Krisjan Schellingerhout.

Persoonlijke favorieten van Behre op Crossing Border 2020 zijn onder meer optredens van de Nederlands-Ghanese zangeres en multi-instrumentalist Nana Adjoa, die net een album uit heeft (‘on-Nederlands goed’), de Italiaanse schrijver Antonio Scurati (‘bekend van een vuistdik boek over Mussolini), en de Spaanse schrijver Manuel Vilas (van hem komt juist deze week zijn nieuwe boek uit in Nederland).

Crossing Border Festival, dinsdag 3 t/m zondag 8 november 2020, Theater aan het Spui. Online programma en meer informatie: www.crossingborder.nl

Gebraden kraai als verboden lekkernij

Boekbespreking: ‘De smaak van reiger’

Het voorval deed zich twee jaar geleden voor, in een doodgewaand stukje binnenstad, pal achter de zeventiende-eeuwse muren van Hofje van Nieuwkoop. Door Eric Korsten

Al lopend vanuit ziekenhuis Westeinde richting Lage Nieuwstraat stond hij daar: Een zompig uitziende man op leeftijd met de hand aan het stuur van zijn ouwe brik die zijdelings voorzien was van fietstassen. Daaruit nam hij wat strooigoed en strooide dat rond. Even later zag hij zich omringd door een grote kring van stadse duiven. Opeens Dan schoot zijn hand naar beneden uit, greep daarbij en passant een van de duiven bij de vlerken, wikkelde die in een plasticblauwe AH-tas die hij openhield en stak dat geheel vervolgens in een van de twee fietstassen.

Klik, klinkt het: dichtgegespt.

Een halve minuut later herhaalde zich eenzelfde schouwspel, stapte hij op zijn verroeste stadsfiets en reed doodgemoedereerd weg van de plaats delict. Typisch gevalletje duivenpaté, vermoed ik zo.

Deze getuigenis, eigen waarneming, is niet beschreven in het appetijtelijke leesboek ‘De smaak van reiger’. Maar het verhaalt wel delicieus van een gebeurtenis die deze krant in 2018 haalde. Daarin stond te lezen hoe in het Haagse Bos een man een blauwe reiger eerst lustig had geroosterd en daarna wellustig verorberd, althans dat kwam aan het licht toen twee wandelaars een duo agenten op de omstandigheid hadden gewezen en daarop poolshoogte gingen nemen. Die reiger? Die had hij dood gevonden, zo verklaarde de dakloze Rus. Hij bleek met het opeten niet in overtreding. Maar enige tijd later werd hij toch het land uitgezet: omdat hij illegaal in Nederland verbleef.

Voor de Haagse uitgever Peter Müller is het bovenbeschreven krantenverslag de opmaat geweest tot het stellen van wat vragen. Waar smaakt reiger eigenlijk naar? En hoe maak je ‘m het beste klaar? Hij besloot te onderzoeken of hier dan wel elders vogels op de menukaart verschijnen waarvan je het niet snel zou verwachten. De kip valt dus af. De fazant ook.

Hij struinde de zoekmachines van deze wereld af en kwam zo uit bij vogelsoorten die vroeger (deels) uit nood werden gegeten, maar bij wijze van traditie hier en daar tot op de dag van vandaag op het eetbord plegen te verschijnen. Verdeeld over 18 soorten – van kraai, spreeuw, roek en zwartkop tot jan-van-gent, papegaaiduiker, ortolaan en dodo – verhaalt Müller en laat hij collega-scribenten exquise vogelverhalen uit de doeken doen. Geboren uit, zoals hij zelf in het voorwoord zegt ‘een papieren honger naar de smaak van reiger’. En zo ontstond zijn leesboek, vol wonderlijke verhalen over een cultureel en discutabel fenomeen: het eten van vogels.

Müller zelf trapt af met een verhaal over een dis met zwarte kraai (corvus corone). In Nederland mag je hem dan wel probleemloos afschieten maar opeten in een restaurant is hier illegaal – want er mag door een restaurateur aan zo’n doodgewone vogel niet verdiend worden. Dus toog Müller naar Litouwen, want daar wordt op de teljoor met vreugde kraaiensoep en kraaienvlees – ‘beter dan kip’ volgens zijn oordeel – uitgeserveerd, en ook bestaat daar zoiets als kraaienbier. Ook in Zweden staat ‘kraai’ op het menu, het borstvlees wordt daar als delicatesse beschouwd.

In ‘De smaak van reiger’ wemelt het van dergelijke kostelijke weetjes, ditjes en datjes en delicieuze liflafjes, het ene nog geuriger opgediend dan het andere. Voor je ogen ontrolt zich als het ware een menukaart van verbazende eetgewoonten die her en der ter wereld nog altijd (voort)bestaan.

De ‘guilty pleasures’ doen de lezer het water in de mond lopen en in mijn geval het boek in een ademteug uitlezen, gulzig op zoek naar nog weer een huis-, tuin-, en keukenvogel die gemengd met veel gevoel voor een uitgelezen botersoort en gedoseerd met het juiste pepertype en een precieze, afgemeten hoeveelheid zout in de pan belandt. Dat alles op smaak gehouden door schrijvers die als volleerde culinaire fijnproevers het vogelvlees op een bedje van geuren en kleuren aandienen.

Met ‘De smaak van reiger’ rijgt liefhebber-uitgever Peter Müller opnieuw een pareltje aan zijn ketting van vogelboeken, zoals eerder het Peter Vos Vogeldagboek en Vogels op de cm2.

Resteert hooguit één enkel minpuntje: een zeer frequente vogelsoort in het Hollandse landschap is straal genegeerd: de vogelverschrikker en het daarvan afkomstige verschrikkelijke vogelverschrikkervlees. Voor een volgende editie misschien? Met dat laatste woord zijn trouwens heel wat Scrabble-punten te verdienen.

Uitgeverij Peter Müller, ‘De smaak van reiger’, met bijdragen van diverse schrijvers. Meer informatie: www.uitgeverijmuller.nl.

Hoe laat je een ‘Mesdag’ klinken?

Muziek en beeldende kunst vloeien samen in workshop

Hoe klinkt Een woelige branding, beroemd schilderij van Haagse icoon Willem Hendrik Mesdag? Aan de hand van een workshop, annex masterclass én prijsvraag deed de populaire Nederlandse zangeres Sharon Kovacs in museum Panorama Mesdag uit de doeken hoe zij dat zou aanpakken.

“Bij uitstek een ‘Mesdag’, zegt Martijn van Delft over Een woelige branding. “Het is lekker groot, het beweegt aan alle kanten en je ziet de zee die grof is weergegeven, zó dat je hem bijna kunt ruiken, terwijl de zon zich een baan door het wolkendek vecht. Daardoor lijkt op dit schilderij van alles te gebeuren. Je ziet ook hoe nietig wij mensen zijn. Hoe ga je dat alles muzikaal vertalen?,” sluit hij zijn inleiding af.

De afgelopen weken organiseerden kunstinstellingen Art Rocks en Popsport in enkele Nederlandse musea verschillende masterclassdagen. Deelnemers leerden over enkele van hun kunstwerken en kregen begeleiding in het schrijven van een soundtrack bij een kunstwerk of historisch object naar eigen keuze. Naast een geldprijs maken ze kans op optredens in Nederlandse topmusea. Achterliggende bedoeling is om jonge muzikanten te laten ervaren hoe muziek en beeldende kunst kunnen samenvloeien.

Donderdag waren Den Haag en Panorama Mesdag aan de beurt, onder ‘corona-restricties’ dus, daarom moest de masterclass niet lijfelijk maar online plaatsvinden. Net als in andere musea kregen de deelnemers onderricht, dit keer van schilderijen uit het rijke bezit van Panorama Mesdag.

Net als in eerdere sessies kregen ze daarna de kans om met zangeres Sharon Kovacs in gesprek te gaan. Tijdens de ‘zoom’-sessie deelde ze ervaringen met haar toehoorders en gaf ze tips over het schrijven van muziek en deed ze een boekje open over de productie van nummers uit haar eigen repertoire, waarvan My Love in 2014 internationaal aansloeg.

Eind augustus bracht zij het nummer Mata Hari uit, geïnspireerd op het danskostuum van de spionne, een pronkstuk van het Fries Museum. “Een interessante vrouw, ” licht ze haar keuze voor Mata Hari toe. “Ik vond het interessant om te ontdekken welke vrouw daar in zat. Bovendien was ik toen net een boek over haar aan het lezen.”

Kovacs is ook als ambassadeur betrokken bij het project. “Talentontwikkeling en het inspireren van jongeren vind ik superbelangrijk, en dan vooral om ze ertoe aan te zetten om zelf muziek te maken. Maar ook voor mijn eigen artistieke ontwikkeling vind ik dit een mooi project. Want kunst en muziek kunnen elkaar versterken en houd ik er zelf erg van om cross-overs te maken. Dit project was en is voor dus een dankbare manier om mijn eigen venster verder open te zetten.”

Aansluiting
Nog tot 1 november kunnen deelnemers aansluiten door de uitdaging op te pakken. “We vinden het belangrijk om te kijken naar mogelijkheden in deze gekke tijd, zowel online als op locatie,” legt directeur Minke Schat uit.

Voor Panorama Mesdag is dit project vooral ook een kans om aansluiting te vinden bij en te houden met jongeren. “Dat is dé vraag van musea in deze tijd: Hoe blijf je als museum relevant? We willen we daarom als museuminstelling de Haagse muziekscene en hun achterban inspireren. Het is interessant om te bekijken wat voor nieuwe soorten kunstvormen kunnen ontstaan. Bovendien krijgt een kunstwerk zo een nieuwe, andere lading. Voor het publiek is de competitie juist een gelegenheid om via muziek een kunstwerk op andere, meer zintuiglijke manier te beleven.”

Er zijn al een paar inzendingen binnengekomen, zegt ze, met Maan bij Avond van Mesdag als het meest gekozen werk. “Het gaat van hiphop, klassiek, tot singer-songwriter en electro. Zo krijg je de kans om vier keer naar eenzelfde schilderij te kijken, maar komt dat steeds anders bij je binnen.”

“Over deze donkere onderlaag,” onderwijst Martijn van Delft, medewerker marketing van Panorama Mesdag, ondertussen enthousiast verder op ‘zoom’, “is Mesdag allerlei nieuwe kleuren gaan schilderen. Zo kun je, net zoals je dat doet met een basisakkoord, steeds een andere klankkleur bereiken – alleen maar door een paar noten te wijzigen. Met drie akkoorden kun je een compositie maken maar je kunt dus ook kiezen voor het stapelen van klankkleuren.”

Kijk voor deelname en meer informatie op www.artrocks.nl.

‘Dit brengt me dichter bij Theo van Gogh’

Thijs Römer met Sigrid ten Napel in theaterversie van film Interview

Katja interviewen! Ahum, welke rechtgeaarde man wilde dat anno 2003 niet? Nou, Pierre Peters (Pierre Bokma) wilde als oorlogscorrespondent bij een kwaliteitskrant naar Bosnië, Den Haag desnoods – maar ‘twee tieten interviewen die geen stom woord kunnen uitbrengen…?’ Toch moet hij het, opdracht van zijn hoofdredacteur. Dus Pier ontmoet Kutja. Na een rampzalig begin vol siliconengedachten ontspint zich een ontmoeting, beter: een gevecht op z’n ‘Ischa Meijers’ dat uitmondt in een tintelend maar vooral wederzijds naar genoegen kwetsend gesprek: ze slaan elkaar keihard met hun eigen uitspraken om de oren.

‘Interview’ is een beroemde film van Theo van Gogh met Pierre Bokma en Katja Schuurman. Met de film confronteerde Van Gogh de toen al ‘grote acteur van het Nederlandse toneel’ met de toenmalige ‘koningin van de soap’. In Nederland kwamen er welgeteld 7.865 bioscoopbezoekers op af. Toch werd het een invloedrijke film: Steve Buscemi maakte in 2007 een Amerikaanse versie met Sienna Miller naast zich. Er werd ook een toneelstuk van gemaakt, dat in Duitsland en daarna vrijwel overal elders in Europa werd opgevoerd. Maar uitgerekend hier in Nederland tot nu toe niet. Dat gebrek wordt nu goedgemaakt met Thijs Römer en Sigrid ten Napel.

“Eigenlijk een hele theatrale setting: één avond, twee mensen en een gevecht in woorden,” vertelt Römer. “Toen de film in 2003 uitkwam dacht ik dat meteen al. De Amerikaanse filmversie, en later de toneelversies sterkten me in dat idee.”

Lange tijd bleef hij loeren op een kans om het in Nederland te spelen, maar het heeft dus wel even geduurd voordat hij zijn plan ten uitvoer kon brengen.

Nu is het dan zover. “Aanvankelijk zouden we het stuk volgend jaar september uitbrengen. Maar omdat we dit stuk kunnen maken binnen de restricties die nu gelden vanwege Covid-19 hebben we besloten het plan naar voren te halen.” Lachend: “Het is nu een sneltreinproject geworden.”

Klik
Römer, talloze malen zelf geïnterviewd, neemt de rol van interviewer op zich. De rol van Katja, tot 2015 Römers echtgenote, is weggelegd voor Sigrid ten Napel (27). Vijf jaar geleden pas studeerde ze af aan de Toneelacademie Maastricht maar heeft ondertussen al heel wat filmrollen gedaan. Ook is ze bekend van Wie is de Mol? (2017) en de tv-serie Penoza.

“Toen ik haar naast Lange Frans in het tv-programma De gevaarlijkste wegen van de wereld bezig zag, was ik meteen door haar persoonlijkheid gegrepen, en dan met name hoe open en geestig ze was, en dat ze een bepaalde gekte in haar hoofd liet zien. Dat vind ik een aantrekkelijke combinatie. Ik moest meteen aan de rol van Katja denken. De producent vroeg nog even of ik echt geen auditie wilde uitschrijven, maar ik besloot meteen met Sigrid te gaan praten. En toen het klikte wist ik het zeker.”

Katja
Maar ze speelt wel Katja, Römers ‘ex’ dus, én BN’er. Römer, die in het Haagse ook bekendheid geniet als acteur van toneelgroep Annette Speelt: “Het fenomeen doet zich voor dat bij de naam Pierre Peters niemand zich een concrete voorstelling maakt, maar bij Katja meteen aan Katja. Dat is niet eerlijk tegenover Sigrid. Ik heb overwogen haar karakter een andere naam te geven, maar als we haar ‘Bianca’ zouden noemen voelde dat voor mij als verraad aan het origineel, en alsof je ontkent wat er is geweest. Daarom noemen we haar wel Katja, maar valt haar naam niet aldoor. Dat is natuurlijker, en het publiek bied je bovendien de ruimte om verder te kijken dan de naam, de buitenkant – en het karakter dat achter de naam schuilgaat beter te zien.”

De tekstbewerking die hij maakte bood hem de mogelijkheid om elementen van het Theo’s origineel met de Amerikaanse filmversie te combineren. “Ik heb het raamwerk van de Amerikaanse film overgenomen en de dialogen van de film van de film van Theo. Vervolgens hebben we een puzzeltje gedaan met de volgorde van de scènes, dat vond ik wel ingenieus.” Het heeft hem ook dichter bij zijn voormalige vriend Van Gogh gebracht, “dichter bij herinneringen aan hem maar ook bij zijn humor, cynisme en kwetsbaarheid.”

Thijs Römer en Sigrid ten Napel, ‘Interview’, vrijdag 23 oktober 2020, 19.30 uur, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hetnationaletheater.nl.

De grootste en grappigste vader van de wereld

Reprise Mijn Vader naar Toon Tellegen

Met Mijn Vader speelt Thomas, Sacha en Jos na jaren hun debuut opnieuw. Een absurd, grappig en ontroerend verhaal van Toon Tellegen over het missen van een dierbare. De voorstelling betekende destijds hun doorbraak.

Hun succes gedijde onder de vleugels van Theater aan het Spui, bijna tien jaar geleden alweer. Nu is het drietal Thomas, Sacha en Jos uitgegroeid tot vaste formatie en vaste waarde in het theaterlandschap. Na vier voorstellingen naar zijn werk en een jarenlange innige samenwerking is het driemanschap terug met de voorstelling waarmee het allemaal voor ze begon: ‘Mijn Vader’, naar de creatie van meester-verteller Toon Tellegen.

“Door dit boek is het voor ons begonnen,” kijkt Thomas van Ouwerkerk als een van de leden van het driemanschap terug. “In 2011 studeerden Jos Nargy en ik af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ik droeg, geheel toevallig, een horizontaal gestreept zwart-wit T-shirt. Jos zag dat en vertelde me dat dat bij hem herinneringen opriep aan ‘Mijn Vader’ van Toon Tellegen – omdat daar een boef in voorkomt. Toen Jos een half jaar later door talent scout John de Weerd van Theater aan het Spui, nu onderdeel van Het Nationale Theater, werd gevraagd daar een voorstelling te maken, was ‘Mijn Vader’ zijn wens. Ook Sacha kwam er toen al snel bij. Zo ontstond ‘Mijn Vader’, in eerste aanleg als halfuurstuk gemaakt voor festival De Parade.”

Hij herinnert zich het eerste contact met Toon Tellegen. Toentertijd, en nog altijd mediaschuw. “Hij heeft er inderdaad geen enkele behoefte aan ‘in the picture’ te staan. Het was Jos die het plan opvatte per brief contact met hem te zoeken. Hij deed daarin het verzoek aan hem om ‘Mijn Vader’ te mogen spelen. Ten antwoord schreef hij toen: ‘Dat is goed’.” Later kwam het tot een ontmoeting met Tellegen. “Hoe hij als persoon is? Ik vind hem een lieve, grappige en integere man, en ook nog eens heel innemend.”

Na Mijn Vader zette Sacha, Jos en Thomas ook nog de tanden achtereenvolgens in De trein van Oostvoorne naar Pavlovsk en Een vorig leven, beide eveneens van Toon Tellegen. “Hij toonde zich altijd zeer tevreden over onze producties. Hij vroeg ons op een gegeven moment om Herinneringen aan mijn broer, dat hij nog zou uitbrengen, op te pakken.” Het vertrouwen dat daaruit spreekt boekdelen. “Het hield natuurlijk een waanzinnig compliment in.”

Nu dus eerst de reprise van Mijn Vader, een voorstelling die voor volwassenen noch speciaal voor kinderen bedoeld is, alswel voor eenieder die geloof hecht aan de troostrijke kracht die fantasie kan uitoefenen. Van Ouwerkerk: “Er zitten veel mooie, roerende, grappige en absurde dialogen in. Het verhaal draait om een achtjarig jongetje, Jozef genaamd, die geen vader heeft, maar in zijn fantasie de grootste en grappigste vader ter wereld heeft. Hij mist zijn vader zozeer dat hij hem daarom is gaan verzinnen. Tellegens verhaal is aan Jos voorgelezen toen hij acht was, door zijn moeder. Jos heeft net als de Jozef uit de vertelling, geen vader. Voor hem is dat thema nog altijd erg actueel en belangrijk.”

“Wij zijn geen van allen vader,” zegt Thomas, “al hebben we inmiddels wel de leeftijd. De een wil kinderen, de ander niet. Toen we de voorstelling zeven jaar geleden maakten was dat heel anders. Deze reprise wordt daardoor voor ons persoonlijker van karakter en krijgt meer diepte. Voor mijzelf sprekend wordt het trouwens niet vanzelfsprekend om vader te worden want ik val op mannen.”

Thomas, Sacha en Jos, ‘Mijn Vader’, vrijdag 16 t/m zondag 18 oktober 2020, Zaal 3; en vrijdag 27 en zaterdag 28 oktober 2020, Theater aan het Spui. Diverse aanvangstijden. Meer informatie: www.thomassachaenjos.nl .


Uit ‘Mijn Vader’:
‘Ik stond in de deuropening. Ik was nog heel klein maar weet niet precies meer hoe klein. Ik zag torenspitsen en een korenveld, en ik geloof dat mijn moeder pannenkoeken bakte. Ik hoorde het geluid van een trein. Heel in de verte zag ik een stipje dat naar mij toe kwam. Wat is dát? dacht ik. Het stipje werd groter. Het werd een zwart ding met uitstulpsels. Het sprong op en neer als een bal, dansend, stuiterend. Het kreeg armen, benen en een hoofd. ‘Wie ben jij?’ ‘Je vader.’ ‘Wat is dat?’ ‘Tja…’ ‘Waar kom je vandaan?’ ‘Uit het niets.’ ‘Zozo, jij bent dus mijn vader.’ Ik herinner me het nog precies. Het was in de zomer.’

Thomas Ouwerkerk (l): ‘Wij zijn geen van allen vader’ | Foto: Kamerich & Budwilowitz / EYES2

 NB Opmerking: de foto waarop een kist te zien is, is niet Thomas maar Sacha

‘Oordeel niet klakkeloos’

‘Tori’ als pop-up in het theater, naar bekroond jeugdboek

Met ‘Tori’ wekt HNTjong een bekroond jeugdboek tot leven. Met de voorstelling voor 6+ en ouder(s) komt theater samen met animaties en live dj beats.

Tori. Zo heten vertellingen in het Sranantongo. Het jeugdboek ‘Tori’ van Brian Elstak is het spannende avonturenverhaal dat zich afspeelt in de buurt van het fictieve dorpje Lowrey rond een vaderlijke reuzenschildpad, en drie mensenkinderen die uit een ei zijn gekropen, en anderzijds een magisch potloodzwaard en een driehoekig schild. Het is ook het avontuur Cel, Bones en Zi die in hun vader Jean-Michel Tortoise een echte ‘toriman’ hebben.

Het zijn verhalen die Elstak (1980) aan zijn eigen kinderen voor het slapengaan voorlas, legt hij in een voorwoord van het boek uit. Hij heeft die naderhand, samen met Karin Amatmoekrim opgetekend, en eigenhandig van opvallende illustraties voorzien. Met zijn debuut sleepte hij tot eigen verrassing meteen de Zilveren Penseel 2018 in de wacht, de prijs voor mooiste of beste tekeningen in een kinderboek. Elstak: “Ik lees graag voor, liefst ‘s avonds. Ik vind het tof om te merken hoe ze dan liggen te luisteren en helemaal stil zijn, heel anders dan overdag. Net als je denkt: ze slapen, dan borrelt opeens een vraag op: ‘Wat betekent dat woord, papa?’” Op een gegeven moment had hij geen voorleesboeken meer voorhanden en ging hij op zoek naar nieuwe. “Toen ik geen geschikte vond, ben ik zelf verhalen gaan maken en die gaan voorlezen. Later heb ik daar tekeningen bij gemaakt.”

In zijn zelfbedachte vertelling nemen dieren menselijke trekjes aan, toegerust met autobiografische kenmerken, bekent hij. Ook komen er vermeende engerds in voor als een draak, maar ook een echt sluwe vos en bloeddorstige krokodil. “Figuren, dieren of situaties lijken op het eerste oog misschien eng,” vertelt Elstak, “maar in ‘Tori’ is dat soms alleen buitenkant, zegt die niets over hun ware aard.” Hij vergelijkt het met ‘De wolf en de zeven geitjes’. “Daarin wordt de buik van een wolf opengesneden en springen er geitjes uit te voorschijn. Dat kan macaber lijken, maar dat hangt ook af van hoe je het vertelt en illustreert. De geitjes betekenen ‘geluk’ in dit voorbeeld, want ze zijn weer vrij. Op die manier snijd ik uiteenlopende thema’s aan die ik belangrijk vind, zoals blijf samen, let op elkaar en op anderen, en beoordeel een boek niet alleen op zijn kaft, dus oordeel niet klakkeloos.”

Het balletje voor het maken van een jeugdtheatervoorstelling kwam aan het rollen toen Ellen van Heijningen van festival Boekids hem aan tafel vroeg te gaan met Noël Fischer, artistiek leider van de jeugdtheaterpoot van Het Nationale Theater. “Noël vertelde daar dat ze ermee aan de slag wilde. Naderhand deed ze het voorstel dat Marjorie Boston de regie zou doen. Dat vond ik fijn, want ik ken Marjorie van de tijd dat ik met haar werkzaam was bij theatergroep Made in de Shade. Een groot deel van het clubje daaromheen is nu betrokken bij deze voorstelling. Op deze manier kan ik ze iets teruggeven voor wat ik eerder bij ze heb opgedaan.”

Grootbeeldanimaties op een achterdoek maken deel uit van de voorstelling. De basis daarvoor vormt een animatie die Elstak eerder eigenhandig maakte van zijn boek, die nog altijd op YouTube te zien is. Als inspiratiebronnen geeft hij tekenfilms als ‘Transformers’, ‘G.I. Joe’, en ‘Masks’ op, en in meer algemene zin hiphopcultuur en comics. “Ik heb voor deze voorstelling nieuwe graphics en frames gemaakt en die zijn door ‘visual designer’ Lennart Essert omgetoverd tot bewegend beeld. Dat is heel leuk geworden.”

Hij vindt allemaal ‘heel tof’ wat hij tot nu toe gezien heeft tijdens repetities. “Maar dat wist ik van te voren al wel, want ik ken de mensen die hier aan werken. En ook met de acteurs ben ik bekend. Dus is het voor mij niet echt een verrassing om de personages uit mijn boek opeens tot leven te zien komen. Maar het is niettemin heel leuk om te merken hoe het allemaal vorm heeft gekregen.”

HNTjong, ‘Tori’, vrijdag 16 oktober en zaterdag 17 oktober 2020 (19.00 uur), zondag 18 oktober 2020 (14.00 uur); zaterdag 12 december 2020 (14.00 en 16.00 uur), Theater aan het Spui. Meer informatie: www.hnt.nl.‘Tori’ van Brian Elstak in het theater tot leven gewekt |Foto: Bowie Verschuuren

Knotsgek maar veilig op avontuur

Festival De Betovering verovert de stad ondanks ‘corona’

De Betovering is en blijft vet. Want een programma waar iedereen tot twaalf jaar (en soms ook ouder[s]) zich naar hartenlust in kan onderdompelen. Corona of geen corona.

Ja, hallo zeg! Liefst 130 aanlokkelijke programma’s. Festival De Betovering is en blijft pure magie, verdeeld over 9 dagen boordevol theater- en dansvoorstellingen, films, muziek en workshops – vaak ook nog eens ‘non-dutch’ of ‘no Dutch required’.

Herfst. Regen. Mos. Paddenstoelen. Het gesternte: donkere wolkenpartijen die stilaan richting zwart schuiven. Maar gelukkig ook de periode voor een gloednieuwe editie van het betoverende kunstfestival De Betovering. Suzanne Verboeket, directeur van het feestje voor de jeugd en hun ouders, zet ondanks alles van oor tot oor een glimlach op, en dat geldt vooral waar het gaat om het programma: ondanks de schuivende en beperkende panelen met ‘corona’ als welbekende afzender heeft ze ook dit jaar veel moois bijeen weten te brengen in Den Haag. “We hebben geluk met onze doelgroep. Kinderen mogen méér,” zegt ze ter inleiding. “Maar alles is bij ons RIVM-veilig, dat staat absoluut voorop.”

Op haarzelf en haar organisatie is de voorbije tijd veel van het aanwezige improvisatietalent en incasseringsvermogen gevergd. “Maar we geloven dat het belangrijk is dat we kinderen, juist nu, aan ándere verhalen helpen, dan de verhalen die ze al kennen. Het is essentieel dat kinderen de kracht van de verbeelding ervaren. Kom uit je bubbel. In deze uitdagende en onzekere tijden is dat belangrijker dan ooit.”

Ontdekkingen
Gelukkig leveren de beperkingen waar we mee leven ook nieuwe ideeën op, zo heeft ze ervaren. Neem het gratis verkrijgbare doe-het-zelf bouwpakketje voor kinderen van drie jaar en ouder dat klaarligt bij het programmaonderdeel ‘De deur naar waar’. “Daarmee kunnen kinderen thuis een deurtje in elkaar knutselen en dat daarna zelf opstellen op hun eigen favoriete plek, waar dan ook in de stad of de eigen wijk, van de bakker op de hoek tot aan het raam van hun eigen opa. Aldus verschijnen overal schattige, kleine deurtjes. “En zetten we als het ware een individuele reis en ontdekkingstocht op door de stad.” Spannend, want “welke fantasieplekken liggen erachter verscholen? We willen kinderen op die manier prikkelen om hun fantasie te gebruiken en zelf laten ontdekken welke werelden er voor ze open kunnen gaan.”

Er zijn ook ‘installaties’, zoals ‘Druilorgel’ dat deel uitmaakt van het programmaonderdeel Culturele Spelen. Daarbij inventariseert theatergroep Artemis tijdens workshops op Haagse basisscholen klachten van kinderen en hun ouders. Van ‘ik krijg te weinig zakgeld, ik mag niet de hele dag ‘gamen’ tot je vader snurkt en het wc-papier is alweeeer op… Klachten over school, over volwassenen, over de wereld en de politiek. De kinderen bouwen daarna, samen met Artemis, een druilorgel van roeptoeters dat alle klaagzangen en ellende eruit gooit in een magnus opus van gezeur en gezanik.

Nog weer een ander project in het geheel van de Culturele Spelen is ‘De verdwijnkast’. Tijdens workshops op Haagse basisscholen brengt theatergroep Maas theater en dans in samenwerking met de leerlingen een ode aan het anoniem zijn. Samen met een ‘spoken word artist’ schrijven ze gedichten over, bijvoorbeeld, momenten dat ze er niet wilden zijn, over momenten van verlegenheid en van schaamte, voor je fiets, je vader of je zusje. Met een beeldend kunstenaar verstoppen ze zich achter maskers, en met een danseres en een goochelaar leren de leerlingen ‘echt’ te verdwijnen.

Radman
Tel daarbij op ‘Radman’, een theaterbelevenis in een gondeltje. Jong en oud worden in een reuzenrad van achttien meter hoog gezet. Met een koptelefoon op en toneelkijker in de hand hoor je het verhaal van Radman, die geheimen van beneden en boven je oor in fluistert. Wat doet die mevrouw van nummer 60 in de straat met die gekke naam elke ochtend? Wat is er aan de hand met de bomen in het parkje om de hoek? En hoe smaken wolken eigenlijk?

Ten slotte is in De Betovering een geheim genootschap geformeerd, want in samenwerking met ondernemers uit de stad, waaronder De Boterwaag en Gallery 61, is voor bezoekers een extraatje verkrijgbaar bij het noemen van ‘betovering’ als codewoord.

Festival De Betovering, van vrijdag 16 tot en met zaterdag 24 oktober 2020. Diverse aanvangstijden en locaties in Den Haag. Meer informatie: www.debetovering.nl

Selamatan adieu

Indisch restaurant Garoeda hoopt op doorstart

Gezeten aan een van de tafeltjes in zijn eigen etablissement springen de tranen hem bijkans spontaan in de ogen. “Je ziet wel aan mijn gezicht dat ik doodmoe ben.” Failliet. Maar evengoed is Indisch restaurant Garoeda, gesticht in 1949, nog minimaal een weekje in de bekende setting open. “Dat is op verzoek van de curator,” legt hij aangeslagen uit. “Die bekijkt de mogelijkheid op een doorstart onder een nieuwe eigenaar. Dichtgespijkerd is zoiets veel moeilijker.” Hij zit er met lood in de schoenen. Maar toch heeft eigenaar Peter ’t Mannetje, op zijn 73e, zijn diensten voorlopig beschikbaar gesteld aan de curator, puur en alleen om zijn zo geliefde kind de kans op een nieuw leven te gunnen. Had hij maar, toen hij 65 werd, de zaak van de hand gedaan, oppert hij aangedaan. “Maar dat is achteraf, gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer.”

Gerrit Lensvelt, telg uit het Haagse bakkersgeslacht, is de grondlegger. In 1949 woonde hij in voormalig Nederlands-Indië, waar hij een klein hotel runde. Na de onafhankelijkheid begon hij aan de Kneuterdijk een restaurant. Daar moesten oude vrienden uit Indië elkaar in stijl kunnen ontvangen. Het pand nam hij over van twee dames die er handel in Oosterse kunst dreven. Toen in later dagen Garoeda in handen van bakkersconcern Meneba-concern was gevallen en vervolgens een reeks eigenaren kende, stapte Peter ’t Mannetje in. “Het leek me een leuke job, mensen ontmoeten en zo.” Dat was begin tachtiger jaren. Vanuit de wereld van het onroerend goed en zonder ervaring als restaurateur, wist hij van de drie etages een landelijk bekende en goedlopende uitspanning te maken. “Namen van klanten kon ik niet onthouden, de gezichten gelukkig wel.”

Koning, keizer admiraal: Garoeda kende(n) ze allemaal. Prins Bernhard, koningin Juliana. Ministers kwamen in colonne, Alexander Pechtold, Wouter Koolmees, Gert-Jan Segers en Carola Schouten bijvoorbeeld, cohorten aan ambtenarengezelschappen frequenteerden het restaurant, net als hordes notabelen onder wie Pierre Heijnen, Wim Deetman, Jetta Klijnsma en Louise Engering. Ook de jazzmusici van North Sea Jazz hadden Garoeda op hun menu. “Het was altijd leuk met die gasten,” herinnert hij zich. “Zij kwamen allemaal uit eigen beweging hier naartoe, ik heb er nooit extra werk in gestoken.” Nu, onder corona, werkt iedereen thuis. “En dat zal nog wel een poosje zo blijven. Daar bovenop kwamen nog de noodmaatregelen. Doormodderen had geen zin meer.”

Buiten de menukaart en kwaliteitsgerechten waren vooral de koloniale inrichting, sfeer en bediening ware trekpleisters: obers in gesteven jasjes en met songkok (traditionele hoedjes), houten draken en tekeningen, warmhoudtafels en als lekkernij maraschinokersen op een toef slagroom. Het meest bestelde gerecht? “Nasi rames ging hier als warme broodjes over de toonbank. Zeker tijdens lunchtijd was dat het een favoriet gerecht. Ik had mensen in keuken die van de traditie wisten, ik heb ze nooit in de weg gezeten. Mijn koks hebben het altijd goed gedaan.”

Prinsjesdag
Prinsjesdag gaf zijn zaak vleugels. “Oudjes stonden hier in dubbeldikke rijen naar buiten, naar de optocht en de koets te kijken. Het stond mudjevol, maar helaas deed iedereen een hele middag over een kopje koffie plus een enkel loempiaatje. Dat zette natuurlijk geen zoden aan de dijk. Op een gegeven moment ben ik de tafeltjes langsgegaan en heb toen laten intekenen op de volgende Prinsjesdag, die van het jaar erop – maar dan wel met de verplichting van een rijsttafel.” Meteen het jaar daarna al moest hij vele gegadigden teleurstellen. “Sindsdien is Prinsjesdag altijd minimaal een jaar tevoren volgeboekt geweest.”

Sinds 2018 heeft hij gepoogd het restaurant te verkopen. Dat is niet gelukt. Na een kleine veertig jaar moet hij met lede ogen toezien wat er van zijn zaak gaat worden. “Ik kon Garoeda indertijd goed verkopen, maar het lukte maar niet er afscheid van te nemen. En nu moet ik dus op de blaren zitten.” Het is het einde van een tijdperk, zo voelt hij het. “Maar ik moet vooruit kijken.”

Wonderwoonkamer voor jong en oud

Haags poppentheater viert zestig jaar

Kooman’s Poppentheater is zestig jaar jong. Arjan Kooman: “We houden 20 oktober als jubileumdatum aan, al is een deel van de festiviteiten, waaronder een tentoonstelling, helaas verplaatst. Corona.”

Reintje de Vos, Denny Appel, Wasco de Wasbeer, Koeskoes: Vele generaties Hagenaars groeiden op met deze karaktervolle theaterpoppen. Wat ooit een riante woonkamer in de Frankenstraat 66 in het chique Statenkwartier was, is nu een ware trekpleister. Jong neemt er plaats naast oud, en generatie op generatie komt er, met kleinkinderen of soms na decennia van afwezigheid om er nostalgisch en hernieuwd te proeven van de tovenarij die poppentheater kan zijn. “Ik ben met het publiek van de buurt vergroeid,” lacht theatermaker Arjan Kooman (53) in zijn habitat. “Maar ook vanuit Laak trekken hele gezinnen hierheen,” zo weet hij uit eigen ervaring.

Het oudste nog ‘vaste’ poppentheater van Nederland oogt fraai en ligt er goed geoutilleerd bij. Goed voor circa 180 voorstellingen, gemiddeld vijf per week. Ongeveer tien verschillende producties rouleren doorheen het seizoen. Het theater biedt plaats aan 80 volwassenen of 125 kinderen. Al is dat onder ‘corona’ natuurlijk minder, en is het vooral passen en meten als er volwassenen tussen de kinderen plaatsnemen. Maar Kooman’s Poppentheater is ook een ‘reizend gezelschap’ dat op scholen of in kleine theaters elders in de stad dan wel het (buiten)land de kast opstelt.

Het kinderparadijs – waar trouwens ook volwassenen hun hart kunnen ophalen – werd door Frank (1929-2011), zijn vader gesticht, aanvankelijk vanuit een zolderetage aan de Galileïstraat. In 1991 kreeg hij de Jan van Heel-prijs van het Centrum voor Kunst en Cultuur in Den Haag, een Koninklijke onderscheiding én een Haagse Stadspenning.

Zoon Arjan (1967) kreeg van kindsbeen de magie en tovenarij van het poppentheater zonder filter toegediend, kan zich eigenlijk geen bestaan zónder heugen. Hij zette in 2011 de erfenis en aandrift van zijn vader Frank voort. Nog altijd uiterst gedreven, want een poppentheatermaker die nog altijd zelf zijn voorstellingen uitdenkt en bouwt, zelf de prachtigste hand- of stokpop maakt, eigenhandig het decor ontwerpt en voor een verhaallijn bij de producties zorgt. Voor de ondersteunende muziek tekent zijn broer Joost, en in de beslotenheid van de kast steken bij toerbeurt assistenten Ellen van Dongen en Frans Hakkemars de handen omhoog. Ook is er een omringend vrijwilligersteam dat, met hemzelf voorop, zorg draagt voor onderdelen van de publieksontvangst en het uitbaten van de foyer. Op dit moment staat de nieuwe productie ‘Ezelsei’ op de agenda, en binnenkort gaat Max de Mol draaien.

Historisch
Ooit was Den Haag een gekende stad als het om poppentheater ging, heden ten dage is Arjan als beroepspoppenspeler zo’n beetje de laatste der Mohikanen. “In Den Haag werd in 1955 de Nederlandse Vereniging voor het Poppenspel opgericht,” vertelt Arjan. “En we hadden al ver daarvóór met Harry van Tusschenbroek (1880-1963) een historisch vermaarde poppenmaker in de stad. Later was er het duo Guido (1913-1969) en Felicia (1931-2015) van Deth, dat in 1946 aan de Nassau Dillenburgstraat de benedenverdieping tot poppentheater verbouwde, en de etage erboven tot poppenspelmuseum. Om maar wat dwarsstraten te noemen.”

Erfopvolging
Met zijn 54e levensjaar in zicht wordt het voor Arjan stilaan tijd stil te staan bij de voortzetting van de aloude familietraditie. Arjan: “Ik heb drie studerende kinderen. Op dit moment tonen zij geen belangstelling voor de opvolging. Misschien komt dat nog. Het is niet zo dat ze het vreselijk vinden wat ik doe, maar ze zijn op deze leeftijd met andere dingen bezig. Ik wil ze in ieder geval niet ‘duwen’.” Als professioneel poppenspeler bezit hij een schat aan praktijkervaring, ook in zakelijk opzicht, en houdt daardoor ondanks corona het hoofd nog boven water, al valt dat niet altijd mee. “Gelukkig denkt de gemeente tegenwoordig mee. Dat is fijn om te merken, want het moet hier allemaal wel zonder subsidie gebeuren.”

Kooman’s Poppentheater, 60 jaar. Meer informatie: www.koomanspoppentheater.nl