Lichtpuntje in donkere tijden

Branouls ‘Winter Revue’

“Meezingen mag niet, wijzelf murmelen alleen maar wat mee.” Branoul viert de winter.

‘Grootse voorstellingen in een klein theater’ pocht vestzaktheater Branoul over haar ‘Winter Revue’ op de eigen website. “Wij kunnen natuurlijk geen pluchen revue brengen in de klassieke zin van het woord,” vertelt directeur Bob Schwarze alias directeur en gangmaker van Branoul. Lachend: “Temeer hier geen ruimte is voor danseressen en grote lichtshows, maarrrr… omdat de ruimte in ons hoofd vele malen groter is dan de grootste schouwburg, kan het tóch.”

Het woord ‘revue, uit het edele Frans, betekent ‘opnieuw bekeken’: re-vue. In oorsprong ging het daarbij om een compilatie van gebeurtenissen uit de actualiteit die ‘de revue passeerden’ en op de hak werden genomen. Een vorm van amusementstheater dus, dat naast groots opgezette dans-, zang- en variéténummers gepaard ging aan lichtvoetige komische sketches.

Maar Branoul houdt zich met literatuur en theater bezig. Schwarze: “Bij ons passeren verhalen van beroemde schrijvers de revue, gericht op herfst en winter. Dat is onze manier om de donkere dagen voor kerst te vieren en elkaar geestelijk te verlichten. Mensen zijn meer dan ooit letterlijk op zoek naar licht en verlichting, geloof ik.” Hij lacht: “Nooit eerder zag ik her en der in de stad zó vroeg zó veel kerstbomen met lichtjes flonkeren.”

Grasduinend door de winterse wereldliteratuur stuitte hij met vaste ‘Branoulers’ Manon Barthels en Sijtze van der Meer uiteraard op een ‘mer à boire’ aan teksten over de kersttijd. “Die reiken bij ons van verzoening, vrede op aarde en goed en kwaad tot verhalen die buitengewoon grappig zijn en soms ook intriest.”

Als tipje van de sluier: “Het gaat om voordrachten uit werk van literaire kanonnen als Bertus Aafjes, Hans-Christiaan Andersen, Harry Prenen, Godfried Bomans, Charles Dickens, Anna Blaman tot vreemd eend in de bijt Midas Dekkers – om maar wat namen op te sommen.”

Mensen worden meegesleept in de verhalen, zegt Schwarze “maar er zit ook een krantenartikel in en een verhaal van Maxim Gorki. En we kunnen natuurlijk niet zonder muziek. “Meezingen mag niet, en wijzelf murmelen alleen maar wat mee.” Daartussen leuke overgangetjes, kleine sketches, gebaseerd op korte verhalen van groten der aarde. Want de mensen willen lachen. En bij ons kún je lachen – en dat met nog een beetje inhoud ook.”

Bezoekers worden hoogstpersoonlijk in de watten gelegd. “Dat is wel een beetje dubbel,” erkent Schwarze, want door toedoen van ‘corona’ krijgt iedereen als ‘fact of life’ een individuele doch exclusieve anderhalvemeterontvangst, “maar wel met bubbels waarmee je de zaal in mag en hapjes die op gezette tijden naar je toe worden gebracht.”

Het wordt in Branoul volgens Schwarze sowieso een aangenaam en warmbloedig verpozen in warmbloedige wintersfeer – waarbij onwillekeurig al snel de ambiance van een kerstmarkt opdoemt. “Mensen vragen me dezer dagen of we Branoul verbouwd hebben. Maar nee, we hebben alleen wat kerstslingers opgehangen.”

Maximum
Het maximum aantal bezoekers voor theater Branoul is ‘onder coronatijden’ vastgesteld op 20. “Maar dat zijn er 15 als het om individuele bezoekers gaat,” rekent hij voor, “en tot 22 in het geval van bezoekers die onderling een vaste band hebben.”

Toekomst
Na geharrewar over de vraag al dan niet subsidie voor de komende jaren, ziet de toekomst van Branoul er sinds kort weer rooskleurig uit: “We kunnen door!,” juicht Schwarze “De € 80.000,- die we de komende twee jaar van de gemeente Den Haag ontvangen, ga ik investeren in de zakelijke kant van Branoul en in marketing. Dat is beter dan puur een investering in producties, want dat ben je na de laatste voorstelling altijd kwijt.”

Branoul met ‘Branouls Winter Revue’, t/m eind december 2020, div. aanvangstijden, Theater Branoul. Meer informatie: www.branoul.nl

Fotografische stillevens verrassen alledaagse objecten

Lorena van Bunningen winnares Piket Kunstprijs 2020 voor schilderkunst

De Piket Kunstprijzen 2020 gaan naar Lorena van Bunningen (schilderkunst), Tessa Jonge Poerink (toneel) en Boston Gallagher (dans). De prijs is ingesteld voor jonge kunstenaars die een band hebben met Den Haag.

De uitreiking van de prijzen stond aanvankelijk op de rol voor 23 november, traditiegetrouw voor een groot gehoor. Maar door ongewisse toekomstige coronamaatregelen werd een alternatief scenario ingezet. Daarom kreeg Lorena van Bunningen (1990, Quito [Ecuador]) verrassenderwijs afgelopen maandag haar prijs uitgereikt, op een moment en plaats die ze niet had bevroed: “Ik werd onlangs door een vriendin uitgenodigd voor een gesprek met een potentiële koper.” Ze koesterde wel enig argwaan, want nabij Zaal 3. Ter plekke aangekomen kwam daar de welbekende aap al gauw uit de mouw.

Dolblij toont ze zich met de uitverkiezing die ze, hoewel de uitreiking zich ‘en petit comité’ voltrok, ervaart als ‘een kleine wervelstorm’. Ter ere van de nominatie – dit jaar vervroegd want al in juni bekendgemaakt door de Piketstichting – had ze een cheque van € 2000 meegekregen, als blijk van hart onder de riem in coronatijden.

“Daardoor kon ik het me permitteren een dagje minder te werken in het Wereldmuseum in Rotterdam, waar ik een baantje als host heb.” Nu ze er met de volle winst vandoor gaat, kan ze een bedrag van € 8000,- tegemoet zien.

“Het is als kunstenaar altijd laveren tussen genoeg tijd en focus hebben voor de kunst die je wilt maken en anderzijds brood op de plank. Een eeuwige tweestrijd. Maar nu kan ik me in alle rust en vrijheid even op nieuwe projecten storten. In de periode die ik nu inga ben ik van plan me vooral op video te richten.” Zij ontving ook een kunstwerk, gemaakt en ontworpen door oud-genomineerde Suzie van Staaveren.

Sculpturaal
Lorena van Bunningen maakt sculpturaal werk dat ze vervolgens met haar camera vastlegt. Piket-jurylid en beeldend kunstenaar Joncquil de Vries: “Lorena weet op een poëtische manier het alledaagse vast te leggen. Ze doet dat door dingen en materialen te gebruiken die je constant om je heen ziet maar vrijwel over het hoofd ziet. Die haalt zij uit hun verband, legt die vast in sculpturen, en vat dat geheel dan weer in fotografie.”

Suzanne Swarts, mede-jurylid, kunsthistoricus en in het dagelijks leven directeur van museum Voorlinden: “Zij heeft oog voor de schoonheid van het alledaagse, spulletjes waar jij en ik aan voorbij lopen. Zij vangt dat alles in een compositie, en door het licht dat erop valt ontstaan schaduweffecten. Zo weet zij dat gewone bijzonder te maken.” Het lijkt op serendipiteit. Joncquil: “Het spontane en toevallige dat haar werk karakteriseert wordt in feite door haar geënsceneerd, en zo maakt zij er poëzie van.”

Lorena woonde tot haar negende in Quito. Daarna verhuisde ze naar Nederland. “Op de middelbare school kreeg ik interesse in fotografie. Een attente leraar adviseerde mij om naar de Kunstacademie te gaan. Maar na de havo besloot ik terug te gaan naar Quito om in contact te kunnen staan met mijn geboorteland en tijd door te brengen met mijn moeder. In 2008 doorliep ze een jaar aan de afdeling Beeldende kunst van de Universidad Central del Ecuador in Quito, haar geboorteplaats. Maar de lessen waren de lessen heel traditioneel. We moesten urenlang iets natekenen. Ik kwam er toen vrij snel achter dat ik daar geen geduld voor had.”

Van 2009-2014 volgde ze de Bacherloropleiding Fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Daar ontdekte ze dat het medium fotografie veel meer bij haar past ‘doordat het resultaat sneller tot stand komt’. “Ik was vooral geïnteresseerd in het vangen van vluchtige momenten uit het dagelijks leven en in het ambacht van kijken.”

Veel waardering oogstte ze met de fotoserie ‘La mejor lluvia cae en la selva’ (‘De beste regen valt in de Amazone’) die ze rond 2019 maakte in de Ecuadoriaanse Amazone. Zelf spreekt Lorena met betrekking tot dit project van ‘tijdelijke constructies’. “Stillevens waarin ik speel met de balans tussen verschillende elementen. Doordat het werk fragiel is en elk moment kan omvallen of instorten is een camera erg handig. Zo kan ik alle tussenmomenten vastleggen. Als mijn creatie omvalt, vind ik dat niet erg; soms maak ik bewust gebruik van dat toeval. Dat geeft namelijk nieuwe mogelijkheden en uitkomsten,” zo vertelt de kunstenares die atelier houdt in Rotterdam.“Ik vind het interessanter als dingen ontstaan door het maakproces dan dat ik zelf iets helemaal heb uitgedacht.”

F.H. Piket
Na zijn overlijden in 2011 werd de kunstcollectie van de Haagse mr. F.H. Piket geveild. In dat jaar werd ook de Stichting mr. F.H. Piket opgericht. De prijzen die sinds november 2014 jaarlijks worden uitgereikt zijn voor hem de gedroomde nalatenschap: ze stimuleren jonge kunstenaars en zijn op die manier van blijvende betekenis voor het culturele klimaat van Den Haag. De Piket Kunstprijzen zijn bestemd voor professionele jonge, veelbelovende kunstenaars en kennen drie vaste onderdelen: een prijs voor schilderkunst, een voor toneel en een voor dans.

http://www.piketkunstprijzen.nl

Een onvoorziene keten van gebeurtenissen

Veenfabriek brengt ‘live hoorspel’

In 2019 won toneelschrijver Jannemieke Caspers het TheaterTekstTalent Stipendium voor ‘Een vlinder van sneeuw’. Veenfabriek pakt de handschoen op en maakt er een live hoorspel van voor vijf acteurs en twee muzikanten. Haar tekst heet bij Veenfabriek een zwartkomische, muzikale puzzel over wat er eerst was en daarna kwam, of wellicht toch al eerder kwam en daarna pas was. Of andersom. Zoiets. Een stuk over passief en actief handelen en de onoverzichtelijkheid van het effect op je eigen leven en dat van anderen.

“Ga daar maar eens aan staan, hè!,” reageert Jacobien Elffers, een van de vaste gezichten van theatergezelschap De Veenfabriek.

“Misschien biedt de quote ‘je hoeft je koers maar één graad te veranderen om in een andere haven aan te komen, meer helderheid. Wat mij betreft gaat deze voorstelling, dit hoorspel over het verschijnsel dat door toedoen of als gevolg van een kleine handeling, misvatting of toeval, je leven geheel een heel ander loop had kunnen nemen als gevolg van een keten aan gebeurtenissen die je niet had kunnen voorzien. Dat je juist wel of niet inhoudt om te remmen bijvoorbeeld en, achteraf gezien, iemand daardoor hebt aangereden. Of het gegeven dat als je ergens een seconde eerder of later ergens ter plekke was geweest, je een levensbepalende ontmoeting had kunnen hebben. Maar die ben je nu misgelopen – zonder dat je het ook maar in de verste verte weet of ooit zult weten. En dat alles in de vorm van een hoorspel voor vijf vertellers en twee musici.”

Bij Veenfabriek speelt muziek, geluid altijd al een belangrijke rol, alsof die zelf een personage is. Zelf omschrijft het letterlijk ‘toonaangevende’ gezelschap het als: ‘interdisciplinair muziektheater’. “Maar een hoorspel als dit hebben we in deze vorm niet eerder uitgebracht,” weet Elffers.

Geen volbloed toneelspel dus, noch een puur hoorspel. “Er is geen ‘gerauschmacher’ in het spel, en er is geen grindbak of knerpend zand,” lacht ze, daarmee en passant de opvatting bestrijdend over wat traditioneel onder een hoorspel wordt verstaan. “En ook geen slaande deuren. Al raken we het genre af en toe wel heel lichtjes aan. Je moet dit als speler heel erg op je oren doen, meer dan te doen gebruikelijk. Timing. Maar dit is wel heel leuk om te doen. En ik leer ervan.”

 “Het decor bestaat uit een installatie in de vorm van een ronde tafel waar we met ons vijven aanschuiven. In het midden van die tafel zijn cameraatjes geplaatst en de beelden die dat oplevert worden middels een beamer geprojecteerd op een groot scherm achter ons. We gaan nu en dan van plek wisselen, er is beweging, en beurtelings lezen we de tekst. Die bestaat uit vertellingen, met vijf personages als de vertellers. Soms zetten we die extra aan om ze meer karakter te verlenen. En dat geheel wordt ondersteund met muziek.”

Corona
Het is fijn dat theaters weer open kunnen. “Zeker,” bevestigt Elffers, “al hoop ik van harte dat mensen het aandurven om weer langs te komen. We doen er met de theaters alles aan om het zo ‘coronaproof’ mogelijk te krijgen. Maar als ik spreek voor mezelf kan ik het me heel goed voorstellen dat het fijn is om weer eens iets live te zien, weer eens samen iets live mee te maken en door te maken. Het ‘streamen’ zoals dat nu veelvuldig gebeurt is een surrogaat, niet voor mij gemaakt, al gebeuren ook op dat gebied goeie dingen.”

Veenfabriek, ‘Een Vlinder van Sneeuw’, woensdag 25 en donderdag 26 november 2020, Theater aan het Spui. Meer informatie: www.veenfabriek.nl

Online kunst: ramp of redding?

‘Pixelkunst’ in tijden van ‘lockdown light’

Maak van binnenblijven een feest! Wat hebben Haagse kunstinstellingen voor thuisblijvers in petto?

Voorpret is voorzorg geworden. Theaters en musea zijn wederom het haasje, en nog zeker een weekje potdicht. En dus is online weer ‘aan’. De zogeheten ‘intelligente lockdown’ van dit voorjaar heeft geleerd dat de platte online ervaring – met een in vloeibare kristallen gedompelde dubbele glasplaat tussen kijker en kunstbeleving in – niet kan tippen aan ‘the real thing’: tegen over elkaar heen buitelende verflagen in 3D, zwetende dansers, extatische musici, fluisterstille acteurs in een theater- of concertzaal… kunnen de kille nullen en enen van het computerscherm nooit en te nimmer op. Toch ontstonden dit voorjaar aardige initiatieven. Nu, koud een half jaar verder, bloeit het nieuwe ‘genre’, langzaam maar gestaag.

Musea hebben het online makkelijker dan theaters. Musea zijn collecties, verzamelplaatsen van in principe aërosolvrije stilstaande beelden, vaak vervat in de vorm van een tentoonstelling. Dat overwegend statische geheel is relatief eenvoudig online te vangen.

Zo is komende zondagmiddag, 15.30 uur het Mauritshuis het decor voor een digitale live rondleiding langs topstukken van het museum. In het tijdsbestek van één uur trekken krijg je er nog een aardig praatje bij, plus de mogelijkheid om live vragen te stellen. Martine Gosselink, directeur Mauritshuis op de website: “Sinds afgelopen maart zijn we actief met 3D-tours en kinderactiviteiten voor thuis. Nu gaan we een stapje verder met een echte live rondleiding. Het liefst bekijk je onze kunstwerken natuurlijk in het echt, maar gelukkig zijn er ook heel veel manieren om thuis van de collectie van het Mauritshuis te genieten. Ontdek het beste uit de tijd van Rembrandt en Vermeer thuis op de bank.”

Het Maurtitshuis heeft ook online workshops beschikbaar en je kunt er luisteren naar schilderijen in het project ‘Bekijk het Mauritshuis met je oren’. Spinvis, Harrie Jekkers, Eva Jinek, Abdelkader Benali, Pat Smith en anderen lieten zich inspireren door topstukken uit de collectie. Meer dan de moeite waard is ook de app ‘Second Canvas’ waarmee je schilderijen uit de collectie thuis kunt bekijken in en extreem hoge resolutie.

Ook het Kunstmuseum zit ruim in het online aanbod, van minitentoonstellingen tot virtuele tours, zoals rond de actuele opstelling van Anders Zorn, evenals ‘Kunst in de wereld van de islam’, en ‘Vincent van Gogh & Paul Signac’. Het naburige Fotomuseum Den Haag doet een duit in het digitale zakje met filmpjes van rondleidingen langs onder meer Eddy Posthuma de Boer en Helena van der Kraan.

Ook Panorama Mesdag gaat digitaal steeds meer overstag. Zo is er via de eigen site een audiotour-met-beeld te beluisteren rond de museumcollectie, evenals van de lopende tentoonstelling ‘CANDID’. Ook kun je een virtuele duik nemen in het cilindrische Panorama zelf, en kun je daarbij zelf inzoomen op details van het doek. ‘Concullega’ de Mesdag Collectie heeft ook een mogelijkheid gecreëerd om online in te zoomen op topstukken uit de eigen collectie.

Theater
Waar musea gezegend zijn met opstellingen die weken-, soms maandenlang zonder mankeren meekunnen, zijn theaters doorgaans iedere week standplaats voor zo’n drie of vier verschillende voorstellingen. Die variatie maakt het lastig om, zoals nu, op stel en sprong een online aanbod te hebben. Belangrijker nog is dat theaters plekken zijn waar kunst ‘levend’ wordt opgediend. Na een optreden of voorstelling resteert doorgaans niet meer dan herinnering, foto, affiche of, en in steeds meer gevallen, een videoregistratie – meestentijds bedoeld voor eigen, intern gebruik. Tikkeltje jammer misschien dat laatste, maar zo’n ad hoc verslag kan nu eenmaal niet tippen aan een professionele, tv-waardige registratie met zijn close-ups, goed geluid (spraak!) en een puike montage. Maar dat is wel wat het publiek wil.

Nederlands Dans Theater heeft daar sinds de première van het programma Endlessly Free in september wat op gevonden door de fysieke voorstellingen (ook) aan te bieden via een livestream, en dat in een professioneel gefilmd format. De voorbije voorstellingen van Dare to Say (NDT2) in het voorbije weekeinde waren zelfs exclusief via livestreams te zien. Het is bovendien een mogelijkheid – en verdienmodel? – om wereldwijd het danspubliek te bedienen. “NDT is blij om zijn voorstellingen via deze digitale weg te kunnen aanbieden. Met intiem en nauwkeurig camerawerk ambieert het gezelschap zijn publiek van een digitale ervaring te voorzien die de NDT-creaties dichterbij de kijker brengt,” vermeldt de site.

Het Nationale Theater heeft geen livestream of registratie paraat, en ook al geen online estafette-vertelling. Dat is te betreuren want de uitmuntende serie ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ zou daar geknipt voor zijn. Hier laten de publieke landelijke en regionale omroepen misschien ook een steekje vallen trouwens. De gastgezelschappen die er deze maand geprogrammeerd waren, bieden slechts mondjesmaat online uitkomst. Pas ergens eind november, als theaters hopelijk en waarschijnlijk weer voor maximaal dertig bezoekers opengesteld zijn, is op dat vlak wat te beleven. Daaronder het debatprogramma We need to talk dat in samenwerking met kunstinstelling Nest tot stand komt. Bij de voorstelling Swan Lake op 6 december bieden Club Guy and Roni samen met Slagwerk Den Haag een online game aan, die je ook nu al kunt spelen in hun NITE Hotel. En ten slotte is er nog de Politieke Eindejaarsshow op 15 december die je digitaal kunt volgen.

Je kunt ook besluiten je laptop dicht te klappen en, zomaar een dwarsstraat, het Hemels Gewelf van James Turrell aan de Machiel Vrijenhoeklaan bezoeken. Een buitenaardse ervaring. Of eens een boek lezen, da’s sowieso een win-winsituatie want is het schrijven van een boek een ware kunst, het lezen is dat ook. Wees dus zelf een kunstenaar! Voor digitale diehards: een boek lezen kan ook online, gewoon via de bibliotheek.

‘Den Haag heeft nog maar weinig geld voor jazz over’

Voorzitter Thea van Loon zwaait af bij De Regentenkamer

Thea van Loon, iconisch gezicht van De Regentenkamer, treedt maandag [9 november] terug als voorzitter van de jazzclub die ze dertig jaar geleden eigenhandig opzette. De ‘Haagse lady van de jazz’ viert die dag haar tachtigste verjaardag.

Kleurrijk. Bijna tachtig is Thea van Loon nu, maar nog tot op de dag van vandaag loopt ze er even elegant als pico bello bij. Tiptop gekleed – en zeer modebewust. Vandaag heeft ze zich in een spannend ensemble gestoken dat voornamelijk uit tinten rood is samengesteld, incluis bijbehorend brilmontuur en kleur lippenstift. “Gemaakt van een lange zijden sjaal die ik toch al niet droeg,” wijst ze trots naar haar stijlvolle rok. “Ik kijk altijd eerst hoe de stof valt. De stof moet het werk doen,” parafraseert ze een wereldwijd bekend voetbalwonder en taalfenomeen. “En daarginds, die jas, die is gemaakt van oude dekbedden.” Ze plukt hem meteen van de kapstok vandaan, en showt hem zonder de minste gêne als volleerd model.

Markant. Nog zo’n clichétypering. Maar in haar geval eentje die past; als mens, persoonlijkheid, verschijning en waar het haar levensloop geldt. Buiten haar vak als modeontwerper was ze, onder meer, etaleur bij de Bijenkorf, boetiekhouder van ‘Hathor’ dat later door haarzelf werd geëxploiteerd als café, en organisator van uiteenlopende kunstinitiatieven, van ‘200 jaar Peter de Grote in Den Haag’ tot ‘De 25 tronen van Beatrix’. De laatste uitstalling was zelfs in de Tweede Kamer te zien.

Haar gevoel voor en affiniteit met kleding, textiele werkvormen en uiterlijke verzorging kwam tot wasdom aan de modeafdeling van de Academie van Beeldende Kunsten in de stad. “De klas van 1962.” Met als starkapitaal drie lapjes die ze in Arnhem kocht is ze als ‘créateur de mode’ in de kunsten gegaan. “Van niks iets maken.” Nog tot haar vijftigste heeft ze elk jaar twee modeshows georganiseerd. Ook maakte ze naam met uiteenlopende exposities in Den Haag,

Bovenal zijn de drie decennia als voorzitter van jazzclub de Regentenkamer er debet aan dat ze is uitgegroeid tot Haags ‘icoon’. Haar geboortegrond ligt in Rijswijk. “Thuis waren we met negenen. We kregen een rooms-katholieke opvoeding – maar deden ook van alles en nog wat dat buiten de norm viel, ook al hadden we dat zelf niet in de gaten.” Van een kunstzinnig georiënteerd thuisnest of milieu is geen sprake, al heeft broer Adri een pad als beeldend kunstenaar bewandeld en heeft zus Maria naam gemaakt als impresario en bekendheid verworven als grondlegger van de huidige Rijswijkse Schouwburg aan de Generaal Spoorlaan. Thea: “Het opbouwen zit ons in het bloed, dat hebben we vast van onze vader meegekregen.”

Drie kinderen heeft ze grootgebracht, met drie verschillende echtgenoten als successievelijke vader. “Dat vond ik wel zo eerlijk,” lacht ze haar tanden bloot. “Natuurlijk, na weer een scheiding had ik verdriet. Maar na een tijdje trok ik maar weer naar de HEMA om er een nieuw setje messen en vorken te kopen,” blikt ze terug op die episodes uit haar leven. “Ik ben vaak opnieuw begonnen.” Die levensinstelling hebben haar verderop in het leven op de been gehouden, stelt ze. “Neem de Regentenkamer. Vijf keer verhuisd en net zo vaak is er steen voor steen door onszelf verbouwd.”

Pietlut
Aanvankelijk had ze niet gek veel op met jazz, met hun musici of het uitgesproken cultuurtje. Het was haar derde man Richard Kolle die haar op het spoor van de geïmproviseerde muziek bracht. “Hij was de muziekman. ’s Avonds gingen we vaak naar Café Sport in de Kazernestraat, toentertijd een bekende bruine kroeg. Vond ik niks aan want daar zat iedereen alleen in stille adoratie te luisteren naar Frank Elsen, jazzpianist en pionier van de bebop in Den Haag.” Meestal zat ze er als een pietlut bij. “Ik moest heel erg leren luisteren.”

Al was klassieke muziek veel meer haar eerste natuurlijke omgeving, toch is ze allengs van jazz gaan houden, van de muzieksoort en meer nog van die rare snuiters, de jazzmuzikanten zelf. “Wat mij trof was dat jazzmuzikanten zó lief voor elkaar zijn! Ze genieten van elkaars spel en nemen, heel sympathiek, vaak plaats in elkaars combo’s. Dat verschilt enorm met de wereld van de klassieke muziek,” weet ze, “waar vaak bonje is.”

Toen ze in de loop van de tijd haar activiteitenpalet ging uitbreiden en verleggen richting concerten en voordrachten, kon ze ook haar verworven belangstelling voor jazz en aanverwante muziekstijlen een plek geven middels de Regentenkamer, vernoemd naar de gelijknamige ontvangstruimte in het Hofje van Nieuwkoop waar Thea destijds atelier hield. “Daar organiseerde ik nu en dan klassieke concerten.”

Maar na een tijdje bleek dat die jazzjongens en -meiden er niets voor voelden om in die aangeharkte omgeving muziek te brengen. Na een dampend jazzoptreden bleven ze bovendien tot in de kleine uurtjes hangen. “Al drinkend en rokend liep het vaak uit op een klerezooi van sigarettenpeuken met teveel drank,” diept ze herinneringen uit de oude doos van de Regentenkamer op. Uiteindelijk deden de firma geluidsoverlast en burengerucht de activiteiten op die plaats de das om. “Jazzmuzikanten houden van donkere holen, afgeragde, rokerige, bedompte zaaltjes,” heeft ze sindsdien in haar oren geknoopt. “Anti-establishment gericht en antisalonfähig als de meesten van ze – ook nu nog altijd – zijn.”

30 jaar jazz in de Hofstad
De Regentenkamer is de laten we zeggen ‘low profile’ pendant van legendarische en roemruchte jazzkroegen als Birdland en Village Vanguard in New York. Natuurlijk is die vergelijking verregaand uit het lood, maar toch: de Regentenkamer heeft in de tijdspanne van dertig jaar de jazz in Den Haag aldoor een gloedvol en warm hart toegestoken, en dan vooral voor jazz die afkomstig is uit de stad zelf.

De programmering van de Regentenkamer, broedplaats en vrijwilligersorganisatie, was niet haar eerste verantwoordelijkheid, daar droegen anderen zorg voor. “Ik hoor wel of iets goed is maar heb er uiteindelijk toch te weinig verstand van.” Ze lacht: “Maar als ik zelf iets leuk vond, kwam dat er altijd wel tussen, daar zorgde ik wel voor.” Vooral aan optredens van Fay Claassen koestert ze warme herinneringen. “Haar stem is pril en puur gebleven.” Ook genoot ze met volle teugen van de optredens van Simone Pormes en Lo van Gorp, “die waren altijd geweldig en ook drukbezocht, net als de avonden van Tango Extremo met Ben van den Dungen en Tanya Schaap. En de concerten van jazzpianist Juraj Stanik vind ik altijd verrukkelijk.”

De jazz in de Residentie is tegenwoordig slechter af dan in de beginjaren van de Regentenkamer, constateert ze. “North Sea Jazz is inmiddels vijftien jaar uit de stad verdwenen. Er komen minder bezoekers op jazz af. En het jammere van de gemeente is dat ze nog maar weinig geld aan jazz uitgeven,” somt ze de verliespunten op. “Ook zijn er weinig nieuwe initiatieven meer in de stad. Al doet Perry Lehman het met zijn stichting ProJazz het erg goed. Hij haalt groepen uit het buitenland hierheen. Maar wij willen met de Regentenkamer juist het Haagse geluid laten horen. Bij ons kan de nieuwe generatie jazzmusici van het Koninklijk Conservatorium gedijen, want vragen geen 500 euro aan huur. Andersom hebben we soms niet eens een budget voor een optreden te bieden.”

Afscheid
“Ik heb het altijd bijzonder gevonden om de Haagse jazzscene van zo nabij te hebben kunnen volgen, velen van hen heb ik in muzikale zin en als persoonlijkheid zien groeien, vaak al vanaf hun kinderjaren, en met de Regentenkamer als hun huiskamer. Zo heb ik dat tenminste ervaren. Als er een baby was geboren, dan werd dat in de Regentenkamer geshowd.” Het zijn een beetje háár kindjes geworden, zogezegd. “Ze liggen me allemaal nauw aan het hart en ik mis ze erg. Er is over en weer altijd veel warmte geweest, ook ten aanzien van het publiek trouwens.”

Voor nu is het dus mooi genoeg geweest. “Ik moet na het tijdelijk verblijf van de Regentenkamer in het Koorenhuis er niet aan dénken om opnieuw een pand te moeten zoeken,” zegt ze met het oog op een nieuwe omzwerving die de Regentenkamer na 1 januari te wachten staat. “We mochten daar niet zelf met hapjes rondgaan,” verklaart ze die recente stap. Ondertussen mist ze de sfeer van de kerk die tot voor kort het thuishonk van de Regentenkamer was, als het ware een enclave in de stad. Maar die is vorig jaar afgebroken. Er rest in herinnering nog slechts een stukje roemrucht verleden. Ze zucht: “Overal waar ik met de Regentes heen ben gegaan, is daarna een flat of groot woonhuis verrezen.” Ondertussen heeft ze de toekomst en het erfgoed van de Regentenkamer in handen gelegd van de Haagse jazzmusicus Ben van den Dungen. “Hij wil meer gaan ‘streamen’.”

Mondkapjes
Tijdens een feestje waar vele muzikanten graag hadden willen optreden, had ze nog dolgraag het glas willen heffen. Helaas mogen nu hooguit 30 mensen bijeen zijn. “Ik heb daarom besloten, in het belang van de gezondheid van ons allen om het feestje voorbij te laten gaan.”

Tegenwoordig doet ze vrijwilligerswerk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, voor de Haagse Kunstkring, aan de Denneweg. “Het buurtje waar ik zo vertrouwd ben.” In haar huidige kleinbehuisde optrekje aan de rand van Duindorp waar ze nu een jaar of negen alleenstaand woont, houdt ze zich vandaag de dag veelal bezig met het ontwerpen en het vervaardigen van mondkapjes, die ze op de eigen naaimachine in serieverband maakt. “Geen winstobject, hoor” zegt ze, goedlachs als ze steeds is.

Op Facebook heeft ze onlangs haar lotgevallen uiteengezet. En laatst heeft ze, samen met zus Maria, een grafsteen uitgekozen voor wat een soortement familiegraf moet gaan worden, al is er in haar geval niet nu een acuut aanwijsbare aanleiding voor. “Een glasplaat, met vier golfjes erop gegraveerd. Ik heb ook blauwe steentjes en schelpen uitgezocht. Dat wordt zo leuk!” Een bijzondere vrouw. Kleurrijk. Markant. Wat heet.

kader
Historie Regentenkamer
Vele jazzstudenten die nu nationale en internationale faam genieten hebben in de Regentenkamer min of meer hun ‘roots’: Ben van den Dungen, Michael Varekamp, Rembrandt Frerichs en Fay Claassen. Ook was de Regentenkamer een podium voor cracks als onder anderen Ack van Rooyen, Rita Reijs en Pim Jacobs.

De Regentenkamer is vele keren verhuisd, met als voorlaatste vaste onderkomen een bouwvallig kerkgebouw, annex klein theater- en kunstencentrum aan de Cort Heyligersstraat. Tot 1 januari is de Regentenkamer kind aan huis bij het Koorenhuis aan de Prinsengracht. Waar het daarna gaat zetelen is nog onbekend.

CV
Thea van Loon (9 november 1940) doorliep de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Ze was etaleur bij de Bijenkorf, modeontwerper, en eigenaar van boetiek annex café ‘Hathor’ in Den Haag. Zij initieerde onder meer de tentoonstellingen ‘200 jaar Peter de Grote, een manifestatie door de stad’; ‘Hennep’, in het toen fonkelnieuwe stadhuis en het Gemeentemuseum; en ‘Huilen in Den haag’, een grote wandeling door de stad aan de hand van gedichten en muziek.
Landelijk heeft Thea van Loon jazzinstelling de Regentenkamer op de kaart gezet. Haar voorzitterschap van de Regentenkamer houdt na 9 november op.

Thea van Loon is moeder van Kimberly, Casper en Pieter, oma van drie kleinkinderen en bonus-oma van vier kleinkinderen. Tegenwoordig gaat Thea single door het leven.