Over Eric Korsten

Gauw gehoord is snel vergeten. Dat is een bijkans in de vergetelheid weggesukkelde zegswijze die uitdrukt dat als iets kort in het nieuws is, het niet werkelijk doordringt. Mijn credo: Erover blijven schrijven is de journalistiek enige manier om een onderwerp te laten beklijven. Bij u, bij mij. Dat is hetgeen ik met dit weblog beoog. Daarmee raakt de journalistiek aan theater. Beide vakgebieden zijn vluchtig van karakter: met de krant van vandaag wordt morgen de vis verpakt, de voorstelling van vandaag is morgen niet meer te zien. Daarom hier: van allerlei dingen die voorbijgaan maar door erover te schrijven toch een beetje voortleven. Al zou het enkel en alleen maar in mijn eigen herinnering zijn.

Het Vijfde Bedrijf met ‘Monet en de Blauwe Engel’

Na De Dansende Madonna rond Piet Mondriaan laaft het Haagse theatercollectief Het Vijfde Bedrijf zich met de persoon van Claude Monet opnieuw aan een biografische theatervertelling rond een toonaangevend kunstschilder.

De langverwachte kaskraker Monet – Tuinen van verbeelding in Kunstmuseum Den Haag is een oneindig turen in het diepe, vooral naar waterlelies.

Waterlandschappen, zo noemde Monet zijn serie Grandes Decorations, doeken waarop heel gewaagd indertijd, geen horizon te ontwaren viel, maar hun reflecties de wereld letterlijk op de kop zetten. Kleurexplosies op linnen, in Nederland trouwens zelden gezien.

Maar wie was deze Claude Monet (1840-1926) in persoon? Gelijktijdig met de tentoonstelling krabt theatercollectief Het Vijfde Bedrijf met Monet en de Blauwe Engel met haar nagels onder de dikhuidige maar wereldberoemde kunstschilder, en toont de mens àchter de kunstenaar.

Voor de argeloze beschouwer is Monets levensverhaal voor een aanzienlijk deel een clichématig belopen pad: als jongeling verguisd, door beroepsgenoten en critici tot aan de bedelstaf toe veroordeeld, en pas op latere leeftijd een gevierd kunstschilder. Met sprongen in de tijd volgt Het Vijfde Bedrijf niettemin tamelijk lineair de omgekeerde volgorde. Gelukkig krijgen we naast weerspiegelingen in mooie zinnen ook via stiefdochter Blanche reflecties op de meester voorgeschoteld.

Kronkels
Acteur Dries Vanhegen kruipt onder de huid van Monet – en hij doet dat met verve. Hij mag hier een regenboog aan kleuren laten zien: van tomeloze woede-uitbarstingen tot immens fluisterstil uitgesproken woorden over de miskenning die hem, zichzelf als vernieuwer kunstenaar beschouwend, vaak honend en vooreerst wijd en zijd ten deel viel – terwijl hij bijna zijns ondanks onvermoeibaar bloemen, en vooral waterlelies schilderde, ‘want het samenspel van water, licht en planten is steeds anders.’ Wat in zijn late doeken abstracte kronkels en streepjes lijken, verbeeldt een uitgekiende vereenvoudiging van een zacht stromend water met blaadjes die glinsterend weerspiegelen in het oppervlak.

In Monet en de Blauwe Engel stappen we het leven van de kunstschilder binnen op het moment dat hij 74 is, en drie jaar eerder zijn tweede vrouw Alice gestorven is. Zijn stiefdochter Blanche ontfermt zich dan over Monet, hier mooi ingetogen, begripvol, dienstbaar en invoelbaar gespeeld door Annemarie de Bruijn. Zij, Blanche, tracht uit bewondering hem weer aan het penseel te krijgen – en via hem, haarzelf.

Monet voelde zich een ‘drager in dienst van het licht,’ zo laat regisseur en tekstschrijver Hans van den Boom hem hardop uitspreken. Hij heeft het dan, al komt dat niet letterlijk aan de orde in de voorstelling, over Rouen en de Rue du Grand Pont, hartje winter 1892/1893, als Monet voor het raam op de tweede verdieping zit en de façade schildert van de kathedraal aan de overkant – niet eenmaal maar vele malen, en op verschillende tijdstippen van de dag. Hij heeft gelijktijdig verschillende doeken onder handen en werkt er elke dag aan. Hij wil het kleurenspel van licht en schaduw en de versluierende atmosfeer van nevel rond de kathedraal vastleggen zodat hij de steeds veranderende aanblik bijna documentair kan vastleggen. De architectuur van de kathedraal interesseert hem niet.

Decorbeeld
In Giverny, nabij Parijs, verwierf Monet in 1883 een huis met een schuin aflopend stukje grond. Daarin situeerde hij een bloementuin, een grote vijver met waterlelies en een Japanse brug. Die laatste is door Het Vijfde Bedrijf in theatrale zin nagebouwd – en wijst vanaf de onaanzienlijke speelvloer van de aula van het Kunstmuseum, die slechts een armetierige vier meter breed bij twee komma vijf diep meet, pontificaal de zaal in. Daardoor weten de twee spelers dicht op de huid van de kijker te komen, ook letterlijk. Dat op zich vrij statische decorbeeld  wordt doorbroken door mooie lichtbeelden en patronen op het achterdoek, door vijftien rijen van twintig centimeter hoge linnen repen die deels over elkaar heen te laten vallen, en aan te lichten met fluorescerend gekleurde lichtpatronen.

Al met al is Monet en de Blauwe Engel een mooie ervaring, ook door de muziek van Michael Varekamp, die zijn eigen ijle luchtklanken à la Miles Davis heeft gemixt met het impressionistische pianotouché van Jasper Soffers, dat pasteltinten aanreikt van Debussy tot Satie.

Het Vijfde Bedrijf, Monet en de Blauwe Engel, tot en met 2 februari 2020, Aula van het Kunstmuseum. Meer informatie: www.hetvijfdebdrijf.nl

‘Laat mij maar tellen’

Nico de Rooij & Jack de Bie in concert voor twee piano’s

In hun Concert voor twee piano’s staan Jack de Bie en Nico de Rooij na lange tijd weer zij aan zij op het podium. Voor De Rooij is dit meteen zijn laatste optreden.

“Daar gaan we,” lacht Nico de Rooij op de vraag wanneer hij voor het eerst zelfstandig achter een piano kroop. “Dat was toen ik zeven was. Ik ben nu 76, dus reken maar uit. Vanaf mijn achttiende zit ik als prof in het vak.”

Nico de Rooij is de broer van Karel, alias ‘mini’ van Mini & Maxi. “We komen uit een artistiek en muzikaal nest, met mijn moeder als violiste en mijn vader een van de grote vooroorlogse jazzpianisten van ons land. Dat staat ook zo in encyclopedieën. Ook mijn grootouders, van beide kanten, zaten in het vak. Genetisch kon het eigenlijk niet mislopen tussen mij en muziek. Van jongs af aan was ik bezeten om muziek te maken en was ik algauw verliefd op de piano, temeer omdat mijn ouders mij meenamen naar concerten. De piano is echt míjn instrument. Karel heeft de piano weleens geprobeerd maar die lag hem niet, viool daarentegen dan weer uitstekend. Ikzelf heb nooit een viool onder de kin gehad, omgekeerd ging dat helemaal niet.”

Dolgraag wou en zou hij studeren aan het Koninklijk Conservatorium hier in de stad. “Da’s gelukt, maar mijn ouders dachten: hoe gaat hij zijn brood verdienen? Ik moest daarom een tweede instrument kiezen, want dan had ik meer kans bij een van de reguliere symfonieorkesten.” Dat werd ‘slagwerk’. “Het waren vooral de pauken die mij fascineerden, temeer daar mijn grootvader slagwerker was in het Rotterdams Filharmonisch Orkest. Gelukkig mocht ik gelijktijdig piano doen in Den Haag en slagwerk in Rotterdam, bij hoge uitzondering.”

Al zou hij nu, achteraf, zijn leven lang de piano als eerste liefde trouw blijven, ondertussen trok hij dankbaar profijt van die slagwerkopleiding. “Ideale combinatie. Veel van mijn collega-studenten die een solocarrière ambieerden, bleken als solist echter niet geschikt om ‘onder’ een dirigent te spelen. Vaak waren ze niet in staat in de vereiste maat te spelen. Door mijn slagwerkstudie bleek ik de ideale pianist. Ik kon immers goed tellen.” Het leverde hem een carrière op die langs vele grote orkesten voerde.

Twee piano’s
“Jack de Bie en ik waren begin jaren negentig jurylid bij het toenmalige Petrov Concours. Maar na mijn vertrek bij het Balletorkest, waar we toen allebei speelden, zijn we elkaar rond 2003 helaas uit het oog verloren. Toen ik onlangs 75 werd, belde hij me op. Ik had toen allang besloten niet meer publiekelijk op te treden, en er nooit over gedacht een slotconcert te geven. Maar hij haalde me over de streep. Vroeger had ik weleens klamme handjes en heb daarom nooit graag recitals gespeeld, maar zij aan zij met Jack vind ik het een feest om op het podium te staan. Hierna? Niets! Ik geef nog les hier en daar, maar dit is mijn allerlaatste publieke optreden op een podium. Na een onderbreking van 17 jaar hebben we een verrassend programma opgesteld dat grotendeels draait om werk voor twee piano’s, maar er zitten ook enkele solostukken in, van Rachmaninoff tot Bernstein en van Copland tot Debussy.”

Nico de Rooij & Jack de Bie, ‘Concert voor twee piano’s’, zondag 3 november 2019, 15.30 uur, Muzee Scheveningen. Meer informatie: www.muzeescheveningen.nl

‘Gewend om in twee werelden te leven’

Haagse regisseur Abdel Daoudi wil vooroordelen doorbreken

De jeugdvoorstelling ‘No Joke’ (14+) van Ten Producties draait om vooroordelen en aannames.

Wie ben je werkelijk?

Met die persoonlijke vraag trekt beginnend regisseur Abdel Daoudi uit Den Haag theatraal ten strijde.

Vrijdagochtend.

Een jongen ligt bewusteloos op het schoolplein van een scholengemeenschap. Hij lijkt er ernstig aan toe. Het drietal jongeren dat voor het laatst in zijn nabijheid werd gezien, moet op het matje van de schooldirecteur. Indringend vraagt hij ze om bij de politie een verklaring af te leggen van ieders aandeel in het schokkende incident. Terwijl hij ze binnen de schoolmuren figuurlijk op schootsafstand houdt vechten ze onderling uiteenlopende problemen uit. Stukje bij beetje ontvouwt zich wat eerder heeft plaatsgevonden.

Concept, tekst én regie komen uit de jonge koker van Abdel Daoudi (33), een in de Rubensstraat geboren Schilderswijker. “Het is een beetje een ‘whodunnit’,’ vertelt hij in de kantine van de studio’s van Het Nationale Theater, het gezelschap waar hij werkzaam is als regieassistent. “Het gaat mij er in ‘No Joke’ om te laten zien wat ‘labeling’ en stigmatisering teweeg kan brengen.” Daarom zien we in ‘No Joke’, legt Daoudi uit, een aantal opgeschoten jongeren wier afkomst, niveau en geaardheid erg uiteenloopt. “Het slachtoffer krijgen we niet te zien op het toneel.”

Voor Daoudi gaat ‘No Joke’ in eerste instantie over de macht en de kracht die woorden kunnen aannemen, en ook over ‘framing’. “We zijn geneigd om vanuit vooroordelen heel snel een inschatting, een ‘frame’ te vormen op basis van wat we van de ander zien of denken te kennen. Terwijl we veel minder ver van elkaar af staan. De onderlinge verschillen zijn niet onoverbrugbaar.”

De tekst voor de voorstelling heeft hij op basis van improvisaties samen met de acteurs ontwikkeld. “Ze geven zich hier niet alleen als acteur bloot maar ook als persoon, als mens. Tachtig procent is uit mij afkomstig, het andere deel komt uit hun zelf voort.” Daoudi putte ook uit verhalen van anderen om hem heen, en maakte dankbaar gebruik van ervaringen uit zijn middelbareschooltijd. “Mijn ouders stuurden me, uit goede motieven, naar een witte middelbare school. Omdat ik al snel doorhad dat ik anders was of op zijn minst zo beschouwd werd, zocht ik onbewust naar wat ik gemeen had met de anderen. Dat is een voortdurend jezelf aanpassen geweest. Maar daardoor ben ik het nu gewend geraakt om me op te kunnen delen, om gelijktijdig in twee werelden te leven. Die ervaringen van toen gebruik ik nu als een innerlijke kracht en drijfveer om gescheiden werelden te verenigen. Ik moet daarin kunnen geloven.” Dat geloof zit diep in hem verankerd. “Anders voel ik voor mezelf bijna geen bestaansrecht meer. Ik wil verbinden.”

Drang
“Het speciale van theater is dat het de mogelijkheid biedt om een verhaal te delen. Dat kan met veel meer media natuurlijk, een boek bijvoorbeeld. Maar ik merk en ik voel dat theater verbindt omdat het zich live voor je neus afspeelt. Het beeldende, het fysieke element dat je als theatermaker tot je beschikking hebt, daarmee kan ik mijn verhaal het beste overbrengen.”

Het theater was aanvankelijk niet de allereerste levensbestemming voor Daoudi.

“Pas op mijn negentiende ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met theater, door toedoen van een vriend die het lumineuze idee opvatte om acteur te worden. We zijn samen op zoek gegaan naar een manier hoe je dat zou kunnen worden. We hebben audities gedaan voor theatergroep We’re Back! die opereerde en repeteerde vanuit het toenmalige Volksbuurtmuseum, nu Theater de Vaillant. Later ben ik bij de jongerentheatergroep van de Haagse toneelgroep Drang gegaan. Vervolgens ben ik verder gaan kijken.”

In 2012 studeerde hij af aan de Toneelacademie Maastricht als theaterdocent. “Ik heb daar de deeltijdvariant gedaan die opleidt tot docent/regisseur. Ik geef daar nu les.”

Bij Het Nationale Theater is hij ingehuurd als regieassistent. Zijn taak? Koffie halen voor de regisseur?

“Echt niet! Wat ik doe, en dat hangt enigszins af voor wie je in touw bent, is alles wat in dienst staat om de repetities in goede banen te leiden. Je bent een verlengstuk van de regisseur en draagt zorg voor de communicatie tussen regisseur en de acteursgroep, zowel over ieders rol als wat de aanwezigheid op de repetities. Als regieassistent ben ik ook betrokken bij het denkproces rondom een productie. Het is samen optrekken, met ook een dramaturg die daarbij aanschuift. Ik wil daarbij graag de rol van vrije vogel spelen, gewoon zeggen wat ik ervan denk. Daar heeft iedereen het meeste aan. “

Daoudi beschouwt het regieassistentschap als een mogelijkheid om zich persoonlijk door te kunnen ontwikkelen. “En het is een mooie manier om het reilen en zeilen van een groot bedrijf van dichtbij te leren kennen.” Hij is bij Het Nationale Theater actief sinds ‘The Nation’. “Dat werkte en beviel wederzijds. Ik heb voor voorstellingen van Eric de Vroedt de regieassistentie gedaan, waaronder ‘De Wereld volgens John’, en ‘We zijn hier voor Robbie’ en onlangs voor Jeroen De Man in ‘Sexual Healing’.”

Bij Het Nationale Theater heeft hij daarnaast zelfstandig de regie gevoerd over twee van vijf projecten in samenwerking met Humanity House, rond ‘De alternatieve Veiligheidsraad’,  waaronder ‘De Nacht van het Conflict’. Daoudi: “Dat was een project rond de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waar Nederland een tijdje een zetel heeft gehad.”

Sinds kort is hij verzekerd van een talentontwikkelingsplek bij Toneelschuur Producties. “Het is een lang gekoesterde wens om bij dat erkende ontwikkelingshuis voor regisseurs aan de slag. Ik ben twee jaar geleden zelf op ze afgestapt. Ik heb toen een project in het kader van de Schuuratelier gedaan. hun laboratorium. Nu mag ik echt tot ze toetreden. Vanaf 2021, de nieuwe Kunstenplanperiode, ga ik er een aantal producties regisseren. De eerste wordt ‘Antigone’. Dat stuk heeft zó veel kanten.”

Ten Producties, ‘No Joke’(14+), donderdag 14 november, 19.30 uur (première), Theater aan het Spui. Meer informatie: www.tenproducties.nl

 

Veel meer dan enkel een boek

Mira Feticu en Bob Schwarze samen in Al mijn vaders

Een universitair literatuurdocente worstelt met de herinnering aan haar trieste jeugd in Roemenië. Op een dag is ze spoorloos. Schrijver/journalist Mira Feticu brengt haar boek ‘Al mijn vaders’ naar het toneelpodium. Ze wil daar de innerlijke kwetsbaarheid overbrengen die zij haar hele leven lang ervaart en als demonen met zich meedraagt. Ze doet dat met Bob Schwarze van literair theater Branoul als ‘tegenspeler’.

“In drie zinnen?,” lacht Bob Schwarze de foyer van Branoul bij elkaar. “Het boek van Mira? Nou goed, hier dan: Over een jonge vrouw met een verleden die op de zoek gaat naar haar vader, en in haar zoektocht op de verkeerde knieën gaat zitten. Tenminste: Dat is wat Mira me heeft verteld.”

Mira Feticu. De Roemeense schreef boeken als Lief kind van mij, en De Ziekte Kortjakje en ook over de kunstroof in 2012, gepleegd door Roemenen, in de Kunsthal Rotterdam met onder meer een verdwenen Picasso-tekening in Tascha. “Klopt,” zegt ze. “Maar het is tegelijkertijd ook een boek over La Divina Comedia van Alighieri Dante, en in feite over literatuur.”

“Mijn personage Myra, net als ikzelf een Roemeense vrouw die in Nederland woont,  wordt gered door de literatuur. Voor mij, Mira met een ‘i’ in plaats van ‘y’ is dit het moeilijkste boek dat ik tot nog toe heb geschreven. Ik ben niet van plan nog een keer zo’n boek te schrijven. Ik heb er de energie van een kerncentrale voor gebruikt, er te veel in willen stoppen en er te veel van verwacht. Ik dacht dat Al mijn vaders mij, na drie jaren van noeste schrijfarbeid in de schuur achter mijn huidige woning, zou redden. Maar zoiets kan natuurlijk niet. Ik vond  innerlijk geen rust, ook niet nadat het boek af was, ik liep een existentiële crisis op. Ik wil het boek juist daarom naar het podium brengen, omdat ‘Al mijn vaders’ voor mij veel meer is dan enkel een boek.”

Schwarze speelt de rol van Dennis Terpstra. “Hij is een goede vriend en collega van Myra op de faculteit vergelijkende literatuurwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Hij is op het politiebureau voor verhoor omdat hij Myra in de nachtelijke uren heeft belaagd omdat hij zichzelf ziet als haar beschermer en trooster.”

Voor Feticu was Schwarze geknipt en vroeg hem daarom voor deze rol. “Ik ken Bob al langer. Hij is een perfect acteur voor mij. Je kunt geloven in de rol die hij speelt. Bob brengt me terug naar mezelf. Bij het begin van de eerste repetities barstte ik geregeld los in een tranenbad. Maar nu ben ik verrast door de emoties die hij bij me teweeg brengt. Het is een ingewikkeld proces geworden, maar dankzij dramaturg Karim Ameur van Het Nationale Theater en regisseur Manon Barthels zijn er dialogen gekomen en hebben zij de vulkaan aan erupties uit het boek om weten te zetten in gereguleerde emoties.” “We hebben gezocht naar een benaming voor wat we maken,” vertelt Bob. “Is het toneel, een performance misschien? Allebei niet, we zijn uitgekomen op een lezing die tot leven wordt gewekt.”

“Een schrijfster die zich op het podium als het ware bloot geeft, dat vind ik heel bijzonder,” zegt Bob. “Maar het is wel Mira versus Myra.”  Feticu “Als je in je kindertijd aan den lijve misbruik hebt ondervonden, dan blijf je het misbruikte kind met je meedragen. Ik heb publiek nodig om dit verder te brengen. Het gaat mij ook om een antwoord op de vraag wat een slachtoffer is en waardoor hij of zij het beste kan functioneren.” Voor zichzelf heeft ze al een deel van het antwoord gevonden: “Gewoon blijven doorgaan.”

Op het laatste UIT Festival Den Haag gaf het tweetal vanuit een zeecontainer als podium een voorproefje ten beste, pal in de walmende geur van verschroeid barbecuevlees.

“Dat was een wonderlijke ervaring,” blikt Schwarze terug in de tijd. “Ook omdat er op zo’n open terrein geen enkele nuance mogelijk is. Dat kan straks, hier in Branoul, met 65 stoelen wél. Fluisteren op het toneel werkt hier wel!”

Feticu: “Ik was verrast door de vele reacties na afloop. Zo stelden mannen die met een Oost-Europese vrouw getrouwd zijn, mij de vraag of het een manifest was. Dat tekent de heftigheid van dit stuk. Ikzelf zie het meer als een uiting in een tijd van #MeToo, want het gaat ook over hoe mannen vrouwen bekijken.”

Vooralsnog zijn er slechts enkele uitvoeringen gepland. “Zie ze als ‘works in progress’,” zeg Mira. “Komend voorjaar hopen we dit vaker te spelen.”

Mira Feticu & Bob Schwarze, Al mijn vaders, donderdag 24 oktober en woensdag 6 november 2019, 20.15 uur, Theater Branoul. Meer informatie: www.branoul.nl

 

Things that make you go ‘huh’

Club Lourdes aan Zee blijkt een blijvertje. De nieuwe editie loopt wederom over van magie, familiecircus en muziek, gebracht in een intieme clubsetting. Zaterdag is de aftrap in de omgetoverde kerk op Scheveningen.

‘Fritz met een z’ speelde voor uitverkochte zalen zijn prijswinnende eenmansshow Let’s Go Dutch van  Nederland, Nieuw-Zeeland, Australië, USA en Canada, tot Schotland, Engeland, Bulgarije en Roemenië. Ook trad hij eens op in het beroemde Magic Castle in Hollywood. Dinsdag 22 oktober is hij te gast in Club Lourdes met de goochelaars van de Amsterdam Magic Show in zijn kielzog.

Goochelaar of magiër?
“In de volksmond ben ik goochelaar, maar zelf noem ik me magiër. Goochelaar, dat snappen mensen, een magiër is meer mythisch. Denk aan Harry Potter. Catweazle? Ja die ook, maar is van een andere generatie. Goochelen is een breed begrip. Ik vergelijk het altijd met muziek, met ook zoveel verschillende stromingen: rock, jazz, klassiek. Je hebt het illusionisme van Hans Klok, het kleine close-up goochelen, je hebt goochelen voor kinderen, gedachtelezers en goochelaars die historie interessant vinden. Zo zijn er verschillende genres.”

Is het een roeping?
“Jij vindt het goochelen niet zelf, nee, het goochelen vindt jou, zo wordt altijd gezegd. Het vak is in mijn geval een uit de hand gelopen hobby, maar nu al wel sinds twaalf jaar mijn werk.”

Hoe word je goochelaar?
“Ik ben met goochelen begonnen op de basisschool toen er in de bibliotheek twee goochelboeken stonden. Later in mijn studententijd ben ik bij een goochelclub gegaan. En je kan bij iemand in de leer gaan. In Assendelft is er bijvoorbeeld de Dutch School of Magic, de goochelschool van Ger Copper. Je krijgt daar van een leermeester basistechnieken aangereikt. Daarna is voornamelijk autodidactisch, veel thuis oefenen geblazen, doorontwikkelen en nieuwe acts bedenken. Maar er zijn ook goocheldagen, goochelwinkels, goochelfestivals, in binnen- en buitenland waar je naartoe zou kunnen gaan. Online kan je ook van alles vinden, maar ik ben van mening dat goochelen een live kunstvorm is. De omgeving en ambiance doen ertoe.”

Wat is jouw passie waar het om goochelen gaat?
“‘Stage magic,’ da’s live op het podium staan. Dat, in combinatie met ‘comedy magic’, da’s goochelen met veel humor gebracht. Ik maak ook praatjes bij de acts die ik opvoer. En ik ben gespecialiseerd in ‘close up magic’. Van heel dichtbij, centimeters vanaf de neus een ‘truc’ brengen.”

Mislukt het weleens?
“Jazeker. Maar meestal merkt het publiek dat niet. Ik ga van a naar b. De toeschouwers kennen de route ernaartoe niet. Zo heb ik in de loop van de tijd een voorraadkast met vluchtheuvels in mijn hoofd aangelegd, bumpers die ik kan inzetten als het even misgaat. Alleen een doorgewinterd kijker merkt het foutje op.”

Jouw lievelingsact uit eigen doos?
“Het liefste beoefen ik de kunst van het verhullen, dan kan ik echt laten zien wat ik met mijn handen kan. Er is een act met touwen waarin ik mijn vingervlugheid, mijn vakmanschap kan laten zien. In Club Lourdes breng ik comedy magic waar ik ook bij praat, een soort cabaret met improvisaties uitmondend in een goochelact waar ik het publiek bij betrek. Op het eind is er een handschaduw-act. Dat zie je in Nederland bijna niet meer. Iedereen heeft ooit weleens een hond of een konijntje gemaakt op de muur met behulp van een lamp. De kunst is het om het grappig te maken zonder dat het geforceerd overkomt.”

Jouw optreden maakt deel uit van de Amsterdam Magic Show?
“Klopt. Ik ben coproducer van de show. Wij treden maandelijks op in Boom Chicago! in Amsterdam en gaan nu voor het eerst naar buiten. We hebben de harde kern van medewerkers die meekomt, uitgebreid met twee prijswinnende gasten: Zippo Guo uit China, (3e prijs in de categorie Manipulatie op het Franse goochelkampioenschap) en Quintus, de paarse goochelaar. Hij was meerdere malen straatgoochelaar van het jaar.”

Verraad, verlies en broederschap

HNTjong met De Gebroeders Leeuwenhart present op festival De Betovering

Vrijdag [18 oktober] gaat De Betovering, het jaarlijkse internationale kunstfestival voor kinderen tot en met 12 jaar, weer voor dik een week in Den Haag los. HNTjong speelt op het festival de première van De Gebroeders Leeuwenhart, een familievoorstelling voor 8+ en ouder(s). 

Het jeugdtheatergezelschap van Den Haag speelt een bewerking van Astrid Lindgren’s prachtvertelling. In dit jeugdboek van de geestesmoeder van levensfilosofe Pippi Langkous ontmoeten de jonge broers Kruimel en Jonathan Leeuwenhart elkaar in het paradijselijke, sprookjesachtige Nangijala, een plek ver voorbij de sterren waar de tijd anders werkt dan hier. Toch is niet alles er zo mooi als het lijkt, want de wrede heerser Tengil houdt het land in zijn macht. Zijn vreselijkste wapen is de draak Katla. Kunnen de broers dit monster verslaan? Lindgren’s kinderboek werd in 1975 bekroond met een Zilveren Griffel.

In haar vertelsel over de broers is de laatste de jongste van de twee, en ernstig ziek. “Als er thuis plots brand uitbreekt en Jonathan dat niet overleeft, blijft Kruimel alleen over,” weet muzikant/acteur Viktor Griffioen. “Aan de hand van een fantasie die Jonathan hem verteld heeft, droomt Kruimel zijn eigen verhaal bij elkaar, totdat ook hij te overlijden komt,” legt hij de plot van het boek in zijn eigen woorden uit. “In dit stuk laten wij Jonathan en Kruimel dat als een toneelstuk beleven. Jonathan kiest daarvoor omdat hij zijn broer wil leren omgaan met diens angst voor de dood. Ze gaan dus niet dood, maar spelen dat wel.”

Viktor Griffioen tekent voor de muziek bij de voorstelling, waar nieuwe HNT-aanwinst Rick Paul van Mulligen de oudere broer speelt en Teun Luijkx de jonge. Griffioen: “Ik speel de dubbelrol van buurman die muzikant is en vaak bij de familie van de broers over de vloer komt.”

“De muziek die ik heb geschreven is niet al te letterlijk maar eerder poëtisch, en zonder dat die kinderachtig, expliciet of juist te vaag is. Voor mij was de uitdaging om daarbij Nederlandse teksten te schrijven. Voor muziek is dat een lompe taal, vind ik. Toch moet het ook weer geen rijmelarij worden. In de muziekteksten heb ik de grenzen opgezocht van wat je een kind kan voorschotelen. Er staat geen band op het podium, maar wel zingt iedereen van de cast een couplet en wordt er live muziek gemaakt met alleen gitaar en een voettrommel.”

“Mijn kinderen van 8 en 6 waren al aan het boek bezig nog voordat ik ermee op de proppen kwam,” lacht Griffioen. “Ik ben het boek nu voor de tweede keer met ze aan het lezen. Het is supermooi materiaal. Hier bij HNTjong stoeien we er wat mee. We willen er een voorstelling van maken die gaat over de kracht van verhalen vertellen en over de troost die je in een verhaal kunt vinden, geen lichte kost nee, maar dat vind ik er juist het mooie aan.”

HNTjong, De Gebroeders Leeuwenhart (8+), donderdag 17 en zaterdag 19 oktober 2019, en vrijdag 13 en zaterdag 14 december 2019, 19.30 uur, Theater aan het Spui. Meer informatie: www.hnt.nl

De Betovering, vrijdag 18 t/m zaterdag 26 oktober 2019. Meer informatie: www.debetovering.nl

Willie Wartaal opent Kinderboekenfestijn

Doorstart van Kinderboekenmarkt

Het Kinderboekenfestijn is de opvolger van de Kinderboekenmarkt. Zondag is het zover, tijdens de Kinderboekenweek.

Twee jaar geleden vernam Marko Fehres dat na 40 jaar en evenzoveel edities de traditionele Kinderboekenmarkt voor het laatst had plaatsgevonden. “Het ging toen – met een verhuizing naar Escamp – niet zo lekker met de Kinderboekenmarkt,” zegt Fehres. “Jammer dat ze daarna ook helemaal zijn gestopt. De ontlezing schrijdt voort, en we kennen allemaal het grote belang van lezen voor studie, loopbaan en de ontwikkeling van de eigen creativiteit. En lezen is nog eens plezierig ook.”

Hij voerde een gesprek met Hetty Looman van de Kinderboekenmarkt en vroeg haar of hij het concept mocht overnemen. Hij ondervond medestand en besloot daarop – geheel op eigen gezag – een opvolger uit de klei te trekken. Een doorstart was geboren. Zondagmiddag 13 oktober is het dan zover: het eerste Kinderboekenfestijn gaat van start. “Het is een nieuwe opzet, de Kinderboekenmarkt was altijd een uitgeversmarkt, bedoeld om boeken te verkopen. Ik heb er meer een schrijversmarkt van gemaakt.”

Aanvankelijk wilde hij het festijn houden in het Atrium in het stadhuis. Dat bleek te duur. “Maar met de Centrale Bibliotheek aan het Spui heb ik nu een mooie, laagdrempelige locatie gevonden. Van 11.00 tot 17.00 uur presenteert Maria Toko een gevarieerd programma dat zich met name afspeelt op de eerste verdieping van de Centrale Bibliotheek, bedoeld voor kinderen in de basisschoolleeftijd (en hun ouders). Fehres: “Willie Wartaal neemt de opening voor zijn rekening. Er is een schrijversmarkt waar je boeken kunt laten signeren en schrijvers die voorlezen en er zijn illustratoren die workshops geven. Ook zijn er workshops van het Kinderboekenmuseum, kinderopvang 2Samen en Clubhuis de Mussen. Er is voorzien in muziek en er zijn diverse theatervoorstellingen met onder anderen Gideon Samson en Milja Praagman, Martine Letterie, Vivianne den Hollander en Kindertheatergroep Kaboem! Ook is er de Talententent van Clubhuis de Mussen met drie optredens van kinderen die hun opwachting maken met dans, rap en op viool. Om 16.00 uur is er de Grote Annie MG Schmidt Quiz voor ouder en kind met mooie prijzen en de Takkie Trofee wisselbeker. De toegang is gratis.”

Wat hem drijft? “Ik ben zelf een aspirant-kinderboekenschrijver. Mijn eerste boek ‘De avonturen van Spim’ ligt al langere tijd op de plank. Ik heb altijd veel oog gehad voor kinderen, onder meer in mijn vorige functie als opbouwwerker. Ook heb ik erg geijverd voor bouwspeelplaatsen in Den Haag. En vroeger ging ik met mijn eigen kinderen altijd naar de Kinderboekenmarkt.”

Kinderboekenfestijn, zondag 13 oktober 2019, 11.00-17.00 uur, Centrale Bibliotheek. Meer informatie: www.kinderboekenfestijn.nl