Over Eric Korsten

Gauw gehoord is snel vergeten. Een wat in de vergetelheid weggesukkelde zegswijze die uitdrukt dat iets dat kort in het nieuws is, niet werkelijk doordringt. Mijn toevoeging: Erover blijven schrijven is de journalistiek enige manier om een onderwerp te laten beklijven. Bij u, bij mij. Dat is wat ik met dit weblog beoog. Daarmee raakt de journalistiek aan theater. Beide vakgebieden zijn vluchtig van karakter: met de krant van vandaag wordt morgen de vis verpakt, de voorstelling van vandaag is morgen niet meer te zien. Daarom hier: van allerlei dingen die voorbijgaan, maar door erover te schrijven toch een beetje voortleven. Al zou het enkel en alleen maar in mijn eigen herinnering zijn.

Exploderende bloedbanden

Toneelhuis / Toneelgroep Amsterdam spelen Vergeef ons

In de roman Vergeef ons van A.M. Homes valt rond Thanksgiving het leven van twee broers in duigen. Nu ook op toneel. Regisseur Guy Cassiers zoekt naar mededogen.

Van je familie moet je het hebben – maar wat als je je enige en oudere broer van jongsaf hartgrondig haat?

Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze. Met die beroemde zin opent de Russische schrijver Tolstoi zijn roman ‘Anna Karenina’. Hoe overleef ik mijn familie?, vroeg John Cleese zich eens in een boek af. Een bestseller. Vier op tien Nederlanders hebben het regelmatig gehad met broer- of zuslief, en betreuren het dat ze hun naasten niet voor het uitkiezen hebben. Broers zijn directe concurrenten in alles. Familieruzies zijn eeuwenoud: al in het eerste mensengezin uit de bijbel loopt een ruzie tussen broers gruwelijk uit de hand. Denk Kaîn en Abel, Isaac en Ismaël.

Wat hem in dit kringgesprek heeft gebracht? Harry: ‘Ik ben ontslagen en heb de vrouw van mijn broer geneukt. Toen George thuiskwam heeft hij haar doodgeslagen. Ik woon nu in het huis van mijn broer omdat ie in de bak zit.’

In Vergeef ons probeert een Amerikaanse man van middelbare leeftijd te achterhalen wat zich in het verleden heeft voorgedaan in hun familie – opdat de psychiater in staat wordt gesteld zijn broer beter te helpen. Homes’ verhaal draait om de levens van Harry Silver, een New-Yorkse hoogleraar in geschiedenis met een Nixon-obsessie; en zijn broer George, een rijke tv-bons, getrouwd met Jane, vader van Nate en Ashley.

Familiedrama op toneel. Lars Norén (1944) wás koning van het genre, maar volgens Guy Cassiers, gelauwerd regisseur door heel Europa, steekt de Amerikaanse romancière A. M. Homes (1961), winnaar van de UK Women’s Prize for Fiction 2013, hem aardig naar de kroon. In haar boeken zijn verstoorde familierelaties en de hunkering naar waarlijk contact terugkerende thema’s.

‘We chatten online en worden online ‘Vrienden’ van elkaar, vaak zonder te weten met wie we eigenlijk praten. We neuken met vreemden, zien zo ongeveer alles voor een relatie, voor een band aan. En toch staan we machteloos als we bij onze familie en tussen buurtgenoten zijn.’ Homes is niet alleen hard voor het traditionele gezin, maar ook voor een reeks maatschappelijke instellingen, van politie en ziekenhuizen tot psychiatrie, scholen en de advocatuur. In plaats van opvang en hulp zorgen deze plekken in haar roman voor ongemak en vervreemding. Homes in een toelichting op haar werk: ‘Ik laat personages net niet verzuipen.’

In een coproductie voor Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam heeft Guy Cassiers haar vuistdikke roman May we be forgiven bewerkt tot twee en een half uur toneel met razend veel personages, een snelle opeenvolging van korte hoofdstukken en spitse, directe en brutale dialogen. Bijna als een soap.

“Een rollercoaster,”stelt Cassiers, aan de telefoon vanuit Brussel, waar hij zich op een productie aan het voorbereiden is. “Verscholen frustraties in een vulkaan van emoties en een je-niet-thuis-voelen in de gegeven situatie. En toch is er ook veel humor te ontdekken, want Homes beoogt mededogen. Ze stoffeert haar verhaal daarom met ironische voorvallen. In haar pleidooi voor gemeenschappelijkheid dat Vergeef ons ook is, roept ze zo in feite op tot het aannemen van een groter aandeel in ons leven ten gunste van empathie.”

Uiteindelijk vindt Harry – hier gespeeld door Eelco Smits, die daarvoor is genomineerd voor een Louis d’Or – zich terug als hoofd van een gezin, een nieuw familieverband waarin de jonge kinderen van zijn broer spontaan en feitelijk onwetend van zichzelf de rol van talisman vertolken. Cassiers: “Homes wil op die manier de karakterzwakte die de mens eigen is, een rechtvaardige plek in het bestaan teruggeven, een bestaan dat minder egocentrisch is. Homes creëert een tegenstelling door de roman te situeren tegen de achtergrond van een grootstad, vandaag de dag ‘melting pots’ waar affectie en naastensteun niet meer vanzelfsprekend zijn. De stadsmens verkeert in een identiteitscrisis”.

De soap à la Cassiers speelt zich niet af in een privé­ruimte of een huiskamer met in- en uitlopende personages, maar een open ruimte waar grote televisieschermen domineren, een lichtshow die overdondert en een prominent geluidsdecor. Een decor dat daardoor aandoet als een Amerikaanse basketbalwedstrijd maar net zo goed aan een opnamestudio of een live concert.

Geprojecteerde beelden tonen een cleane en kille wereld van overvloed en consumptie, die aandoen als clichés. Cassiers’ enscenering geeft zo de spanning weer tussen het intieme familieverhaal en een door beeld en geluid gedomineerde wereld. Dat verschaft hem de mogelijkheid op de toneelset een soap te construeren.

Cassiers: “Er zijn 100 scènes, dat versterkt het filmisch karakter van de voorstelling. Ook het boek is opgeknipt in vele hoofdstukjes.”

Is Vergeef ons daarmee een zedenschets over het failliet van de familie als hoeksteen van de samenleving? Cassiers: “We moeten samen op zoek naar andere verbanden dan genetisch bepaalde. Dat kan voor iedereen louterend werken.”

Zaterdag 9 juni 2018, Koninklijke Schouwburg. Met o.a. Eelco Smits, Chris Nietvelt, Jip van den Dool, Katelijne Damen en Steven Van Watermeulen. Meer informatie: hnt.nl en toneelhuis.be. Telefonisch tickets reserveren: 088 356 53 56.

Advertenties

Werelden bijeenbrengen

‘Crosstown’ laat jongeren dansen

Jong, dynamisch en ambitieus zijn Korzo’s ‘Crosstown’dansers. Al meer dan 10 jaar biedt theater en dansproducent Korzo Haagse jongeren de kans om gekoesterde dansambities waar te maken.

“Het is geweldig om jongeren uit verschillende wijken en vaak een geheel verschillende achtergrond met elkaar in aanraking te kunnen brengen. Zonder Crosstown hadden zij elkaar niet leren kennen,” zegt Nathalie Décory, coördinator van Jong Korzo en sinds deze week officieel hoofd van de educatieve poot van Korzo. Werelden bijeen brengen. “Het is dankbaar om hun blikveld te kunnen verruimen. Maar ook is het geweldig om te zien dat ze door te dansen persoonlijke groei doormaken.”

Voor het twaalfde jaar biedt Korzo Haagse jongeren met Crosstown de kans dansambities op te pakken en die onder professionele begeleiding tot ontwikkeling te brengen. Het zijn wekelijkse danstrainingen in uiteenlopende stijlen. Er wordt les gegeven in urban, modern, theater en cross-overs tussen deze stijlen. Er zijn drie verschillende niveaus voor 14 jaar of ouder. Hoe hoger het niveau, hoe intensiever de trainingen – en hoe meer verschillende technieken geleerd worden. Op het hoogste niveau werken de meest getalenteerde van deze dansers samen met professionele choreografen van Korzo. Deze week zijn de eindpresentaties door de twee groepen van dit seizoen: zeven meiden, in de leeftijd van 14 tot en met 25. “Iedere danser brengt iets speciaals in.”

Van de huidige groep stroomt Lara Sluijter straks door naar de docentenopleiding van Codarts in Rotterdam, vertelt Nathalie. “Maar we zijn geen vooropleiding. Al zijn we er wel trots op dat het lukt om iedereen individueel te kunnen coachen.” Voor die ‘personal touch’ tekenden dit jaar Alioune Diagne en Sheree Lenting, en allebei maken ze een nieuwe choreografie voor de Crosstown-editie 2018. In hun nieuwe choreografieën wordt steeds uitgegaan van de individuele, energieke en persoonlijke bewegingsstijl van de dansers. Nathalie: “Alioune heeft Afrikaanse, Senegalese wortels. Na een tijdje in zijn geboorteland is hij weer teruggekomen naar Nederland. Moderne dans is zijn fascinatie, dat liet hij ook zien als danser in de choreografie die Kenzo Kusuda in 2011 maakte voor Korzo’s heropeningsprogramma. Sheree is Nederlands, maar verder niet in een hoekje te stoppen, al voelt ze zich wel altijd lekker bij urban en hiphop.”

Dansvuurtje
Succesverhalen rond Crosstown zijn er dus zeker te noteren. Sterker: Het is frappant om te zien hoeveel deelnemers aan Korzo’s Crosstown naar een van de dansacademies in het land doorstromen. Neem Art Srisayam. Bijna per ongeluk belandde hij ooit op een selectiedag voor Crosstown, stroomde door naar het hoogste Crosstown-niveau en studeerde af aan de Theaterschool in Amsterdam. Hij maakt carrière, onder meer bij de Rotterdamse jeugdtheatergroep MAAS waar hij danst, en al een choreografie maakte. Nog een voorbeeld: Zahira Suliman. De Haagse ging na haar studie bedrijfskunde naar Codarts om er de opleiding voor docent dans te volgen. Inmiddels is zij vaste dansdocente bij Crosstown, is vaste danser bij AYa, en maakt ook choreografieën. In 2016 werd ze genomineerd voor de dansprijs van de Piket Kunstprijzen. Nathalie: “Crosstown heeft bij mij het dansvuurtje opgewekt, zo zegt zij altijd.”

Drie hoog achter
De allereerste Crosstown-voorstelling vond plaats in 2006. “Dit project is voorgekomen uit een idee van Fonds 1818. Dat was van mening dat toen in Den Haag er op wijkniveau, zeg drie hoog achter, weinig aan talentontwikkeling in Den Haag was. Toen is er onder leiding van jongerentheatergroep 020 een samenwerking tussen drie instellingen in Den Haag van de grond gekomen. Naast Korzo waren in de begintijd theater Pierrot en Culturalis bij Crosstown betrokken. Tegenwoordig trekken we de kar helemaal zelf en is Crosstown niet meer weg te denken hij Korzo. Al die tijd is de basisgedachte overeind gebleven: onder professionele begeleiding jongeren dans laten ontdekken.”

De Crosstown eindproducties zijn van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 juni 2018 te zien in Korzo theater. Meer informatie: korzo.nl.

Als niks meer overeind staat

Saman Amini speelt ‘Samenloop van omstandigheden’

In Nobody Home speelde hij zichzelf en kroop hij in de huid van een Syriëganger, in The Nation was hij De Beer van ‘s Gravenhage. Nu legt Saman Amini zijn eigen ziel bloot.

Vorig jaar bracht hij op nomadisch festival De Parade voor het eerst zijn Samenloop van omstandigheden. Het theatertentje speelde hij meer dan plat. Nu is er van het halfuurtje van de ‘autobiografische liedjesvoorstelling’ een uitgebreide, één uur durende versie voor de theaterzaal.

Animatie, theater, muziek. Met zijn overdosis aan talent rijgt hij momenteel succes aan succes. Jazeker vindt hij zichzelf een geluksvogel. Amini, die als elfjarig joch vanuit de Iraanse hoofdstad Teheran in Nederland belandde, gevlucht met zijn zusje en zwangere moeder: “Wie in Nederland mag wonen is sowieso een geluksvogel. Ook ben ik blij dat ik als 28-jarige al zoveel mag doen. Toch hangt mijn geluksgevoel ook van de dag af, kan ik ook m’n slechte dagen hebben, dagen dat ik het gevoel heb gevangen te zitten in emoties of opgesloten te zijn in m’n brein.”

Hij heeft zijn succes, zijn beroep als kunstenaar, zegt hij, ook te danken aan een samenloop van omstandigheden. “Als eerste generatie vluchteling bekommer je je allereerst om het dagelijkse geld, het is zeker niet vanzelfsprekend om in de kunst je toekomst te zoeken en te vinden.”

De tienerjaren bracht Amini gedeeltelijk door in het AZC in Rheden. Tot zijn aanleg voor theater werd opgemerkt. Eerstvolgende halteplaats: Toneelacademie Maastricht, afstudeerlichting 2014. Inmiddels behoort hij onder meer tot het vaste acteursensemble van Het Nationale Theater.

In Samenloop van omstandigheden maakt hij met een glimlach zichtbaar en voelbaar wat er in hem omgaat. Hij zingt, speelt en vertelt – met tekst, met muziek die hij zelf schreef, live uitgevoerd door een driemansband, en met prachtige, indringende videoanimaties. Het resultaat is een persoonlijk levensportret aan de hand van vertellingen over zijn moeder en vader, en over ‘alles wat nodig is om overeind te blijven als er niks meer overeind staat’.

Amini: “Voor mijzelf gaat de voorstelling over de betekenis van verleden en armoede als wrede vorm van geweld, en over machteloosheid en vrijheid. Maar ook over wat voor mij de waarde is van ouders. En ik wil er ook mijn dankbaarheid mee betuigen.”

Dankbaarheid drukt hij niet alleen theatraal uit maar ook financieel. “De muziek is op Spotify te beluisteren en we hebben er een cd van uitgebracht.” De opbrengt van het liedje ‘Longen Vol’ maakt hij over naar VluchtelingenWerk Nederland. “Gewoon om iets terug te geven. Soms moet je nemen, soms geven.”

Trompet
Amini geeft als personage weer hoe hij in zijn jonge jaren eigenhandig armoede bestreed door Roberto Carlos-kaftpapier cadeau te doen aan een schooljongen. Het wordt hem duidelijk gemaakt dat je zoiets omzichtig moet doen, anders meent de ontvanger dat hij aldoor dank verschuldigd blijft. In een paar pennenstreken schetst hij zo hoe machtsverhoudingen inwerken op gedrag.

En passant ontstaat een soort van ‘coming of age’. Tot het moment dat hij zijn woorden richt tot ‘mijn kleine jongen’. Door schimmenspel dat op het videoscherm geprojecteerd is, zien we dat het om een manneke gaat met een trompet in de hand. Aan het einde ligt de trompet in de branding, een verwijzing naar Alan Kurdi, het ‘aangespoelde jongetje’. Dat hield hem nachtenlang uit zijn slaap. Waarom hij wel en zij allemaal niet?

Het mooie is dat het geheel nooit ontaardt in pathetisch aandoend melodrama, maar dat hij zijn vertelling gedoseerd en met veel gevoel voor verhouding tussen ernst en luim weet te brengen.  Als ‘rhymende’ rapper steekt hij met zijn expressieve stem, door de verrukkelijk-verrassende elektronisch-futuristische muziekklanken en melodielijnen, en het ongecompliceerde taalgebruik het huidige Nederlandse rappersgilde keihard de loef af.

Een openbaring.

Als geëngageerd kunstenaar laat de actualiteit hem niet los. Neem de Iran-deal. “Ik ben bang voor het lot van het Iraanse volk. Ik heb er nog steeds veel familie wonen. Kijk naar Irak, Afghanistan, Syrië… Ik hou mijn hart vast voor wat er kan gebeuren.”

Saman Amini: Samenloop van omstandigheden. Een coproductie van Paradiso Melkweg Productiehuis en Black Sheep Can Fly. Te zien op dinsdag 22 mei 2018 in Theater aan het Spui.

 

Zomertheater in de open lucht

Zuiderparktheater stroomt vol in 2018

Het kan weer: de zomer vieren en je onderdompelen in kunst en vertier. Rosénippend, of bierbommelend de bloemetjes buiten begroeten.

Zomeravonden zijn er soms zó helder dat je de sterren kunt aanraken. Marijke Reuvers, directeur van het Zuiderparktheater, kijkt alvast uit naar vrijdag 10 augustus. Rond die tijd scheert elke zomer de Perseïden-meteorenzwerm langs de hemel: een wolk stofdeeltjes achtergelaten door komeet Swift-Tuttle.

Kans op vallende sterren dus – en zodra je er eentje ziet mag je een met een gerust hart een wens uitspreken. “En dan onder die sterrenhemel relaxed luisteren naar de zachtaardige muziek van popband Loco / Motive,” glimt Reuvers, “met daarbij een futuristische cocktail in de hand terwijl je het theatercollege ondergaat van Ernst Molenaar over het ontstaan van deze Perseïden-zwerm en over andere vreemde zaken in ons zonnestelsel.”

Nog is dat die avond niet alles want vervolgens kun je in een zwart gat wegzinken bij de epische science fiction-film 2010: The Year We Make Contact, het vervolg op 2001: A Space Odysee.

De ‘oude’ Grieken hielden in het jaargetijde van de goudgele zomerzon, al was dat wel dik 2500 jaar geleden, al grondig huis met hun dionysische theaterfeesten. Al is het eeuwen later, ook in Nederland bloeien de zomerfestivals. Den Haag heeft voor dit doel zelfs een heus buitentheater laten bouwen, in het ruim opgezette plantsoen dat architect Berlage daartoe in 1908 uittekende: het Zuiderpark.

“Drie jaar geleden hebben we een doorstart kunnen maken,” vertelt Reuvers. “We zijn sindsdien erg gegroeid, vorig jaar hadden we met 16.000 bezoeken driehonderd procent meer aan kaartverkoop dan in het heropeningsjaar. Ik zie kansen liggen om verder door te groeien, bijvoorbeeld door het voorseizoen meer te gaan benutten.”

Ook kijkt ze, nu al, bevallig richting wintertijd. “Onze kerstproductie Scrooge was een hartverwarmend succes. Komende winter gaan we Vivaldi Code Rood brengen. In ieder geval kunnen we tot zeker 2020 buiten blijven spelen, zoveel is zeker.”

Het Zuiderparktheater is een podium in de open lucht voor (kinder)theater, cabaret, muziek en allerhande festivals, maar er zijn ook fietstochtjes (sculpturenroute) en een roofvogeldemonstratie. De speelplaats voor jong en oud is op stoom gekomen. Dit jaar zijn er, evenals vorig jaar, zo’n honderd verschillende activiteiten.

Een greep: Spinvis, Pink Floyd would-be’s, Yes-R, en een ‘Summer of Laugh’ in samenwerking met Diligentia, met onder meer Yentl & de Boer, en met Sjaak Bral die op de openingsavond als ‘host’ optreedt.

Reuvers: “Zelf houd ik erg van het The Hague African Festival. Het heeft een jubileum te vieren, want het bestaat tien jaar.” Medio juli wordt het muzikaal gevierd met optredens van onder meer de reggaekoningen van SoulDia (Senegal), percussiemeester Oké Sene (Senegal), funaná met Tabanka (Kaapverdië), de Refugee All Stars (Sierra Leone), de Kameroens-Nederlandse zangeres Ntjam Rosie (Kameroen), de Ghanese Wiyaala (Ghana) en Amartey, fakkeldrager van de AfroPop-sound in Nederland. Reuvers: “De editie van dit jaar is groter dan voorheen, want er is ook een uitgebreide marktplaats.”

Heerekrintjes!, zo lieten Nederlandse volkspoppenspelers hun draad-, stang-, stokpoppen of marionetten in de negentiende eeuw regelmatig ontvallen als ze optraden bij de toenmalige Haagse kak omdat ze er verplicht een parlementair taalgebruik op na moesten houden. In het Zuiderparktheater staat deze verbasterde vloek voor een ‘volkspoppenfestival’.

Reuvers: “We vinden het jammer dat de poppenkast uit Nederland lijkt te verdwijnen. We willen de traditie nieuw leven inblazen door traditionele poppentheatervormen uit uiteenlopende landen en culturen samen te brengen.” Dat gaat van Jan Klaassen, Punch & Judy en Pulcinella tot Japanse bunraku. Het Zuiderparktheater programmeert die dag gerenommeerde makers uit binnen- en buitenland naast jonge makers uit Den Haag.

“En je kunt zaterdag 18 augustus ook je eigen poppenkastfiguur maken, waarmee je in je eigen poppenkast kunt spelen. Ook is er een optocht met reuzenpoppen door het park.”

Er is ook aandacht voor klassieke muziek, onder meer met het Residentie Orkest (Symphony in the Park) en het Sweelinckorkest, zeventig enthousiaste en bevlogen studenten van Amsterdamse universiteiten en hogescholen die instrumentale delen van de veertien uur tellende score uit Wagners monumentale Ring spelen.

Leven als verkaaste Marokkaan

Vier Marrokkaans-Nederlandse actrices in Melk & Dadels

Op een bedje van humor en ernst dienen vier Marokkaans-Nederlandse actrices een zelfbewust inkijkje op in hun dubbele culturele bagage. Een bekend kookboek diende als fond voor Melk & Dadels.

In Marokko begint elke maaltijd met vrienden en familie met het aanbieden van de mogelijkheid de handen te wassen. Geen overbodige luxe als je alles met de (rechter)hand uit een gezamenlijke schaal eet. Eet smakelijk is ‘bismillah’. Genoeg gegeten? Dan zeg je ‘hamdoulilah’. Voor de voorstelling‘Melk & Dadels dient het kookboek van het jaar 2014 Melk & Dadels – 100 geheime recepten van Marokkaanse moeders als basisingrediënt. De lievelingsgerechten van twintig Marokkaanse moeders en hun kinderen worden erin opgedist en persoonlijke verhalen worden afgewisseld met hun eigen recepten.

De voorstelling mag dan geïnspireerd zijn op het kookboek, zegt actrice en zangeres Kyra Bououargane uit de cast van Melk & Dadels, “maar daar zie je in de voorstelling niet veel van terug. Het zijn nieuwe verhalen van de nieuwe generatie.”  Daarbij worden heilige huisjes niet gespaard, al gaat het boek vooral over ‘soul food’, zoals ‘tachnift’ (Marokkaans brood gebakken in een gietijzeren koekenpan), ‘baghrir’ (Marokkaanse pannenkoeken) of ‘ka’bghzal’ (gazellehoorntjes). “Maar ik had juist een vader die kookte,” lacht ze. “Hij maakte graag een mengelmoesje, gooide alles door elkaar. Mijn lievelingsgerecht? Da’s toch tajine met kip.”

Na het geruchtmakende Nobody Home en een spraakmakende Othello maakt regisseur Daria Bukvić Melk & Dadels. De voorstelling geeft een onverbloemde en onvermoede kijk in de achterkamers van de Marokkaanse keuken, met vier jonge, en krachtige Marokkaans-Nederlandse actrices, zo bleek al uit voorvertoningen op de avond ‘Marokkanen zijn HOT’ in de Koninklijke Schouwburg. Het zijn meiden die stuk voor stuk stevig in hun schoenen staan en geen blad voor de mond wensen te nemen. Hun verhalen zijn hard en duidelijk als het gaat om de pijn die ze soms hebben te verdragen, en zacht en kwetsbaar over de vreugde en de rijkdom die een dubbele culturele achtergrond ook oplevert.

Is er een blauwdruk van ‘de’ Marokkaan? Je hebt de Gucci-Marokkaan, de inshallah-Marokkaan, de verkaaste Marokkaan, de ‘family-first-Marokkaan’.

In Melk & Dadels passeren tien van zulke ‘oer’types de revue. “Haha, nou eigenlijk herken ik me in geen van die archetypes,” zegt Kyra. “Maar als ik móét kiezen zal ik door mensen wel als de verkaaste Marokkaan gezien worden. Want mijn moeder is Nederlandse en ik heb dus een Marokkaanse vader.”

Maar, zo legt ze uit, dergelijke stereotyperingen zijn altijd afkomstig van anderen. “De voorstelling gaat er juist over dat wij, tweede generatie, individuen zijn. We hebben ieder ons eigen verhaal. Er is geen eendimensionaal plaatje te geven, dat idee willen we juist omver werpen. Er zijn vele gezichten. En wij hebben ieder ons eigen gezicht. En onze eigen dromen.”

In de voorstelling komen onderwerpen aan bod als discriminatie, de liefde en verboden woorden, maar ook de plaats die eten inneemt in de Marokkaanse cultuur. “Ook neemt ieder van ons de eigen ouders onder de loep. En omdat we vier vrouwen zijn komt het perspectief van de vrouw vanzelf om de hoek kijken.”

Vier actrices plus een vrouwelijke regisseur – maar uitgerekend een man tekende voor de tekst, ex-parlementariër Tofik Dibi, bekend van de autobiografie DJINN, waarin hij publiekelijk uit de kast kwam.

Kyra: “Tofik heeft research gedaan en veel tekst geschreven, maar een groot deel is ook door onszelf aangedragen. Zo hebben we die uitgebreid met persoonlijke noten, aangedragen tijdens de repetities. Ikzelf vertel over de eerste ontmoeting tussen mijn vader en mijn moeder. Van mij komt ook een scène waarin ik mijn frustratie de vrije loop laat over de drang om alles in hokjes te duwen. Want ik ben zowel Jip & Janneke als couscous. Ik vind het een rijkdom om uit de hand van twee culturen te kunnen eten.”

Ter inspiratie reisde het artistieke team een jaar geleden naar Marrakesh. “Daar hebben we elkaar het hemd van het lijf gevraagd.” Onder leiding van Bukvic, Nederlandse met Bosnische en Kroatische wortels, hebben ze veel verschillen ontdekt, maar ook overeenkomsten gevonden. “Tenminste een van onze ouders heeft een migratieachtergrond. Dat gegeven bindt.”

Melk & Dadels van Rose Stories & Daria Bukvić in alliantie met Het Nationale Theater. Met: Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua El Akchaoui, Khadija El Kharraz Alami. In de Koninklijke Schouwburg van vrijdag 11 tot en met zondag 13 mei 2018. Aldaar ook in seizoen 2018-2019.

“Dit is nog maar een begin”

Nieuwe theaterbroedplaats in Den Haag van start

Bureau Dégradé is de naam van een nieuwe broedplaats voor experimenteel theater. Op 1 juni gaat het officieel van start met de kunstmanifestatie ‘DNALYSATNAF’. De jonge kunstinstelling neemt hiermee definitief haar intrek in de voormalige ‘Appelloods’ aan de Laan van Poot.

De initiatiefnemers, theatermakers David Geysen en Carl Beukman, zijn ook de oprichters van theatergezelschap Label Dégradé, dat de voorbije jaren al enkele voorstellingen uitbracht. Het tweetal was eerder actief bij Toneelgroep De Appel. Vorig jaar september kreeg Dégradé 10.000 euro ‘waarderingssubsidie’ van wethouder Wijsmuller (HSP) van Cultuur voor het optuigen van de loods. De broedplaats in de voormalige ‘Appelloods’, momenteel deels ook in gebruik bij theaterschool Rabarber, moet volgens beide oprichters de komende jaren uitgroeien tot een presentatieplek voor en door kunstenaars en anderen die er kunstzinnige ‘verkenningen’ willen doen. Jaarlijks moet dat uitmonden in ongeveer drie ‘multidisciplinaire’ presentaties. “Het is de bedoeling om uiteenlopende makers hier te laten experimenteren, een eerste schets te laten maken. Dat kunnen theatermakers zijn, maar net zo goed wetenschappers of mensen uit deze buurt. Wie een goed plan heeft mag bij ons aankloppen.” Daarnaast is Bureau Dégradé de vaste plek voor de try-outs van de voorstellingen van theatergroep Label Dégradé.

Bureau Dégradé houdt haar ruimte ten doop met de kunstmanifestatie DNALYSATNAF,’een mengsel van voorstellingen, manifestaties, muzikale acts, exposities en debat’. Op de openingsdagen op zaterdag 2 en zondag 3 juni kan iedereen langskomen om kennis te maken. Er zijn exposities en presentaties van buurtbewoners en ‘Ted Talks’ met als sprekers onder meer Boris van der Ham, Ingrid Rollema Renate van der Zee en David Middendorp. Zij spreken over begrippen als dromen, fantasie en verbeelding. Beeldend kunstenaars Mattia Papp, Teun Wolters en Joris Albeda maken in het openingsweekeinde de 24 uurs-performance Diptiek van het Geloof. Geysen: “Dat is de eerste schets die wij ontwikkelen. Wij verbinden verschillende kunstenaars met elkaar tot een multidisciplinaire podiumkunst.’

Verderop in de maand is er dan onder meer de ‘theatertriptiek van de macht’, een marathon met de eerder uitgebrachte Label Dégradé-voorstellingen Motel Detroit (over de VS), Polonium 210 (over Rusland) en België (over Europa) op een rij. Drie voorstellingen over een kantelende (wereld)orde, de langzame degradatie van drie grootmachten. “De drie voorstellingen worden beide avonden achter elkaar gespeeld.” Ook dit triptiek wordt voorzien van een begeleidend programma. Als gasten treden historicus en Europa-kenner Thomas von der Dunk. Amerika-watcher Willem post en Rusland-kenner Pieter Waterdrinker aan. “Na dit drieluik over politieke wereldmachten gaan we ons de komende jaren richten op voorstellingen, beter gezegd: extreem beeldend geluidstheater, eentje rond de kunststroming Bauhaus, een andere rond de Amerikaanse zangeres en popicoon Janis Joplin, en nog daarna gaan we Dante Alighieri’s ‘La Divinia Comedia’ op de planken brengen.”

Momenteel wordt het voorste deel van de loods flink onder handen genomen. Voorin is een kantoorruimte gemaakt en in de voormalige repetitieruimte is een vaste tussenwand verrezen . “Die ruimte wordt nog mooi opgetuigd met een bar en theatervoorzieningen.”

Dégrade ontstond in 2015 toen Geysen en Beukman samen iets theatraals naast hun werk voor Toneelgroep De Appel wilden doen. Sinds vorig jaar zijn ze in touw om de Appelloods in te lijven. Vanaf deze lente gaat dat dus definitief gebeuren. Voorlopig is het toekomstbestendig maken hun grootste zorg. “Dit is nog maar een begin. De komende jaren moeten we ons verder ontwikkelen.” Moeten ze nu nog per project een subsidieaanvraag doen, straks moet dat eenvoudiger. “We doen nu veel papierwerk. Daarom hopen we in 2020 op meerjarige subsidie door opgenomen te worden in het Kunstenplan van Den Haag.”

Bureau Dégradé. Openingsmaand begin juni 2018. Meer informatie: degrade.nl.

Hernieuwde vuurdoop voor Simon Stevin’s ‘Wintwagen’

In 1602 racete een windwagen van Scheveningen naar Petten. De Formule 1 in de Gouden Eeuw!

Eigenlijk je reinste ‘rocket science’. Stevins revolutionaire zeepkist, zijn ‘wintwagen’, een monstrueuze zeilwagen met houten wielen, staat in februari van het jaar 1602 op het strand. Aan boord zijn 27 binnenlandse en buitenlandse doorluchtige aristocraten, diplomaten ook, onder wie Hugo de Groot. Maurits, Prins van Oranje, wil met de zeilwagen de blits maken. Dat lukt: De honderd kilometer vloedlijn van Scheveningen naar Petten wordt in twee uur doorkliefd, omgerekend een supersonische veertig à vijftig kilometer per uur. In al zijn glorie deed Maurits tijdens het proefritje zelf dienst als stuurman.

In eerste instantie was ontwerper/bedenker Simon Stevin zelf niet enthousiast over zijn zeilwagen; bij verandering van wind liep de zeilwagen soms in zee en dan lag het gevaar op de loer dat je met man en muis kon vergaan, meermalen kwamen vorstelijke personen in zee terecht.

Het moment van vertrek is vereeuwigd in gravures. “Ook zijn er ooggetuigenverklaringen bewaard gebleven,” vertelt Muzee-directeur Paul de Kievit.

Ter gelegenheid van tweehonderd jaar badplaats Scheveningen is de historische zeilwagen nagebouwd. De replica – tweeduizend kilo zwaar, zeven meter lang, 3,25 meter breed, masthoogte: zeven meter – is in een jaar tijd gebouwd door zeven leerlingen van ROC Mondriaan met hulp van deskundige vrijwilligers. John van der Bruggen van de stichting Behoud Schevenings Erfgoed: “De wagen  is eigenlijk een terugblik naar het verleden, gericht op de toekomst. Het idee was ermee een tijdlijn in te zetten, te beginnen met de ouwe pikbroek tot aan de IT’er die hightech schepen ontwerpt van koolstofvezel en titanium.” Lachend: “De zeilwagen zou gelanceerd moeten worden om achter de Tesla door de ruimte te vliegen.” Vooralsnog ziet het daar niet naar uit, want de replica komt over een tijdje te staan op het voorpleintje van Muzee. “In ons museum hebben we van de wagen een schaalmodel staan.”

Historisch
Het project, een initiatief van Jachtclub Scheveningen, stichting Behoud Schevenings Erfgoed en Muzee Scheveningen wordt op zaterdag 12 mei van dit jaar officieel op het Scheveningse zandstrand ten doop gehouden – al gaat dat niet gepaard met een fles champagne die tegen de romp uiteen knalt en, uit veiligheidsoverwegingen, zonder dat de wagen daadwerkelijk gaat windzeilen.

De festiviteit gaat gepaard met een historisch feest waar 150 vrijwilligers aan meedoen. Het historische decor dat wordt opgetrokken bestaat uit badkoetsen, houten tonnen en badtentjes, en aantallen figuranten die verkleed gaan als badmeester en badgasten. Terwijl kinderen zandkastelen bouwen, de gegoede Haagse burgerij in kledij uit anno 1900 flaneert, zijn even verderop ambachtslieden (haringventers, schelpenvissers) bezig.

Onder dat feestgedruis heffen Scheveningse zangkoren het speciaal voor de gelegenheid gecomponeerde ‘Zeilwagenlied’ aan.

Gouden eeuw
Met wereldwijd toonaangevende staats- en krijgsmannen, schilders, architecten en poëten maakten wat toen de Zeven Provinciën heette in de zeventiende eeuw een bloeiperiode door.

De bestuurseenheid bracht ook gezaghebbende wetenschappers voort: Huygens, De Groot, Leeghwater en Stevin (1548-1620). De laatste was wis- en natuurkundige maar ook privéleraar en (militair) adviseur van prins Maurits. Hij schreef wetenschappelijke verhandelingen over de sterrenkunde en de zeevaart. Hij vond het decimale stelsel voor breuken uit en gaf de vestingbouw een wiskundige grondslag. Maar de Bruggenaar was ook taalvernieuwer. Van hem komen onder meer de woorden wiskunde, meetkunde, evenwijdig en evenredig.