Over Eric Korsten

Gauw gehoord is snel vergeten. Een wat in de vergetelheid weggesukkelde zegswijze die uitdrukt dat iets dat kort in het nieuws is, niet werkelijk doordringt. Mijn toevoeging: Erover blijven schrijven is de enige manier van journalistiek die een onderwerp nog wel eens wil doen beklijven. Bij u, bij mij. Dat is wat ik met dit weblog beoog. Daarmee raakt de journalistiek aan theater. Beide vakgebieden zijn vluchtig van karakter: met de krant van vandaag wordt morgen de vis verpakt, de voorstelling van vandaag is morgen niet meer te zien. Daarom hier: van allerlei dingen die voorbijgaan, maar door erover te schrijven toch een beetje voortleven. Al zou het enkel en alleen maar in mijn eigen herinnering zijn.

Oude garde moet problemen Korzo oplossen

Het rommelt bij Korzo. Zakelijk directeur Aukje Bolle zit sinds maart ziek thuis en een opvolger voor scheidend artistiek directeur Leo Spreksel blijkt niet te vinden. Een extern deskundige moet de boel vlottrekken. Bovendien is het subsidiegeld voor het jaar 2018 lang niet zeker.

Door Eric Korsten en Hester Heite

Danstheater en productiehuis Korzo kampt met organisatorische en financiële problemen. Artistiek directeur Leo Spreksel, die per september met pensioen wilde, blijft voorlopig nog even aan. Spreksel: “Aukje Bolle (zakelijk directeur van Korzo, red.) is ziek en zal niet op korte termijn weer aan het werk kunnen. Ard van Rijn (voormalig voorzitter van bestuur, red.) helpt ons nu zakelijk-financieel. De Raad van Toezicht heeft mij gevraagd te blijven totdat er een goede opvolger voor mij gevonden is: iemand waarbij iedereen het gevoel heeft dat het de juiste man of vrouw is.”

Maar Spreksel zit met nóg een probleem: financiële onzekerheid. Dat was voor hem de reden om per 1 september af te zwaaien. “Het is door de bezuinigingen op de kunsten een spannende tijd geweest voor Korzo en voor komend jaar is het opnieuw afwachten of er geld is,” aldus Spreksel. Het Fonds Podiumkunsten heeft een positief advies uitgebracht voor subsidiëring van Korzo, maar onvoldoende budget om dit waar te maken. “Vorig jaar is er op het laatste moment een voorziening getroffen door de Tweede Kamer. Je hoopt dat de fout ook voor komend jaar hersteld wordt. Ik ben daarover positief gestemd, want de argumenten om vorig jaar in te grijpen, gelden nog. Maar er moet nu wel eens een structurele oplossing komen.”

Toen Spreksel zijn vertrek aankondigde, had zakelijk directeur Aukje Bolle al een andere oplossing bedacht: een reorganisatie. “Dat toegekende geld is voor de duur van slechts één kalenderjaar, en bovendien een druppel op een gloeiende plaat,” aldus Bolle. Een soortgelijk scenario dreigt zich voor 2018 te herhalen, dus volgens haar was ‘een pad van intern bezuinigen onontkoombaar’. Ze leek te willen wachten op een nieuwe kandidaat waarmee ze haar plannen samen wilde uitvoeren, maar de sollicitatieprocedure leverde geen geschikte kandidaat op. En zo lag de bal opnieuw bij Bolle en de Raad van Toezicht. Sommige leden van het toezichthoudende orgaan gooiden daarop het bijltje erbij neer. Bolle: “Er is inderdaad een wisseling van de wacht geweest.” Ze bleef leeggeknokt achter. Even later meldde ze zich ziek. Bolle: “Het zijn vanaf 2013 tropenjaren geweest.” Volgens Ard van Rijn kampt Bolle met een burn-out en blijft zij in ieder geval tot september thuis. Bolle: “Wanneer ik terug kom? Dat weet ik niet.”

Toekomst
“Korzo bezint zich op zijn toekomst,” legt Ard van Rijn uit. Hij moet Korzo namens de ‘werkvloer’ en de Raad van Toezicht onbeschadigd het jaar 2018 binnenloodsen. Van Rijn was tot 1998 bestuurslid bij Korzo en is tegenwoordig onder meer vicevoorzitter van de PvdA-afdeling Den Haag. Hij werd, zegt hij, ingehaald om de ‘Korzianen’ nieuwe geestdrift te ontlokken en anderzijds juist bestuurlijke rust te kweken. “Ik bespeur in Korzo vooral nieuw elan,” merkt hij op. “We zijn bezig om de missie van Korzo te herformuleren.” Hij verwacht dat in september meer duidelijk wordt over de inhoudelijke richting waarin productiehuis en theater zich nu ontwikkelen.

Spreksel, die op dit moment dus de enige directeur is van Korzo, blijft ‘tot nader order’, aldus Van Rijn. Spreksel zelf: “Het is beter om voor continuïteit te zorgen in deze onzekere tijd.” Eind dit jaar zal blijken of er opnieuw geld kan worden vrijgemaakt op de rijksbegroting. Onder het gesternte van een kabinetsformatie die voor de kunsten niet per se de goede kant op hoeft te gaan, is dat ook voor Korzo een zorgelijke ontwikkeling. Van Rijn: “Maar we verkeren niet in doodsnood hoor. We krijgen na dit jaar nog drie jaar subsidie van de gemeente Den Haag voor onze programmering en het theater. Voor de eigen producties kunnen we een beroep doen op projectsubsidies. Die route kennen we helaas maar al te goed.” Voor Korzo is het dus opnieuw afwachten of er straks geld genoeg is voor eigen producties. Nog belangrijker is of er tijdig een adequate opvolger voor Spreksel kan worden gevonden. En of Bolle zakelijk de kar opnieuw kan of wil trekken.

Een verenpak voor iedereen

Mini-compendium voor succesvol Paradebezoek

Op één enkele dag kun je er uitersten beleven. Van ontroering, verrassing, verdriet en geluk tot verliefdheid, ontrouw en verleiding. Zie dat maar eens te weerstaan, te doorstaan of soms: te verstouwen. De Parade is ‘back in town’.

Zweven is leven. Zegt De Parade. Stadsparken worden omgetoverd tot pittoreske culturele dorpjes. Je kunt er op goed geluk al lummelend of huppelend de spiegeltenten langs, bij avond of bij dag. Je kunt ook van tevoren een blokkenschema opstellen met de optredens en theatervoorstellingen die je per se niet wilt missen en de kaartjes vooraf ‘thuisprinten’. Al heb je in dat geval wellicht drie festivaldagen nodig, want het programma verschilt van dag tot dag.

Hoe dan ook: rosénippend, bierslempend of de keel smerend met eerlijk water: het is er goed toeven, ook al zou het regenen. En omdat er heel wat hippe eettentjes het festivalterrein omringen.

Op de kermis van de Parade vind je artiesten, noem ze kermisklanten. Ze zijn op doorreis, van Rotterdam via Den Haag naar Utrecht en eindpunt Amsterdam. In Den Haag is het Westbroekpark de vaste pleisterplaats. Net als voorgaande jaren onder het leiderschap van directeur/programmeur Nicole van Vessum voeren theater en muziek de boventoon in een mix van oud & vertrouwd en jong & veelbelovend. Ook is er weer een Kinderparade. Den Haag Centraal trok de teenslippers aan en doet verslag van enkele do’s en don’ts van dit jaar.

Theater
Fluisterstil hoeven de optredens op de Parade allang niet meer te zijn want de tijdslots zijn zó verdeeld dat de programma’s in belendende tenten afgelopen zijn of pas een uur later weer van start gaan. Ook is er niet veel geluidhinder van de parademakers die hun koopwaar aanprijzen of van de attracties elders op het terrein. Dat is trouwens minder belangrijk geworden, want puur teksttoneel zie je er niet of nauwelijks, op de Parade gaat theater hand in hand met een knipoog en met het nodige aan muziek.

Zoals in ‘Paradijsvogel’ van vaste Parade-klant Toneelgroep Oostpool, een aanrader. De theatertrip van gevleugelde vriend Rick Paul van Mulligen, geregisseerd door Alex Klaasen, geeft een kruising te zien: Freddy Mercury meets Wim Sonneveld. Volgens hem zijn er twee soorten paradijsvogels: monogame en polygame. De monogame is grijs van kleur, die vliegt toch niet meer uit. De polygame is uitbundig gekleurd want die moet van zijn genen steeds opnieuw scoren.

Maar Van Mulligen rekent buiten de waard want hij vergeet zichzelf: een hitsige, kleurrijke ondersoort. Hij poetst zijn veren op en etaleert ze in al hun pracht en praal aan ons, grijze muizen. In een gelikte retestrakke lokroep kietelt hij, beledigt hij met vuige genoegens, spuit hij vunzigheden gezellig in het rond, spuit hij wellustige woordenbraaksels en bijna-literaire spermatozoa in het rond, en spuwt hij vuur als ware hij een sissende krater. De glimpen van kwetsbaarheid die daar tijdens zijn spreekbeurt doorheen craqueleren maken hem nog mooier. De exuberantie is omlijst met live muziek van Jan en Keez Groenteman. Van die twee zijn ook de aanlokkelijke liedjes die Van Mulligen met veel gevoel voor show en pathos zingt. Een performance om van te watertanden. Dat vermoeden bestond al wel bij bezoekers van de voorstelling De zender van Het Nationale Toneel, waar hij vorig jaar immers flink huishield.

Bijna diametraal daartegenover staat ‘Sombersongs’ van Mugmetdegoudentand / De Tolhuistuin, al tappen ook zij uit het vaatje van theater met muziek. Zingend actrice Meral Polat heeft er een ontmoeting met de Amerikaanse Baby Dee. Hoe somber wil je het hebben, hoe somber kan het worden, met die aanprijzing word je de voorstelling ingelokt. Dee woont sinds een aantal jaren in Zeeland. Eerst dacht ze daar ongegeneerd hard te gaan musiceren, maar het liep anders. “Het is hier zo lekker rustig dat ik ben gestild.’ Op een goed liedje kun je drijven, vindt ze, en bewerkte daarom haar rauwe en heftige nummers tot ballades. Songs die volgens Dee pas gaan vliegen als zangeres Meral Polat ze zingt. Samen bezingen ze in hun muzikale ontmoeting ‘the belonging in a world where dark is allowed’, met Dee die beurtelings begeleidt op harp en accordeon – en ten slotte ook zelf zingt. Prachtige songs, al even prachtig gezongen door Polat – ik werd er in ieder geval goed somber van.

Maar het is niet alleen sombermans gemoed dat de klok slaat: er klinkt hoop door omdat aan het einde de dag zich theatraal laat aankondigen. De ravissante verschijning van Polat, die al eens door het land toerde met het muziekprogramma Meral’s Harem, doet de rest. Doen dus, al bestaat er enig risico op nachtschade.

Op papier veelbelovend, maar niet met eigen ogen gezien: Theater Utrecht met ‘Als je in Brabant een begrafenis plant tijdens carnaval komt er niemand’. Jan Rot en Edda Barends blazen de fameuze voorstelling uit 1982 van Joop Admiraal over zijn demente moeder nieuw leven in: ‘U bent mijn moeder’. Verder is de Theatertroep present met ‘Vaudeville’, een smeuïge ‘potpourri van smerige, grensoverschrijdende en schadelijke scènes voor iedereen’. Ten slotte kun je geheel en al mee De Afgrond in, want het zestigjarige (!) Roodkapje zaak gaat maken van haar opgelopen trauma.

Dans
Een ‘niet doen’ is iET & Davide Bellotta in samenwerking met Conny Janssen Danst. Onder voortdurend ijle gitaarklanken en het net zo ijle stemgeluid van multi-instrumentalist, vocalist en songwriter iET maakte choreograaf en filmmaker Bellotta een voorstelling rond iET’s album Clarity.

Wat we op de Parade te zien krijgen is een plichtmatig aandoend duet dat de loodzware muziek geen meerwaarde verschaft. Zelfs met de videobeelden erbij lukt het niet om zogezegd een snaar te raken, en vooral geen gevoelige. Mocht je toch dans willen zien, probeer dan eens op goed geluk de dansinstallatie ‘OK Future’ van Connor & Lucy.

Muziek
Op muziekgebied gaat de aandacht dit jaar vooral uit naar Ellen ten Damme. Ze bezingt in ‘Je veux l’amour’ het Franse chanson in velerlei toonaarden. Ze laat het genre naar hartenlust herleven. Haar optreden in de Reizende Schouwburg wisselt ze af met eigen nummers. Een ‘do’, want podiumdier-bij-uitstek Ten Damme is als altijd bekoorlijk en attractief, zeker nu ze na ‘Berlijn’ haar rolkoffer vol Franse melancholie heeft gestopt.

Buiten Ten Damme zijn er Alex Klaasen & Henry van Loon featuring De Groentebroers, die voor het laatst met H.E.A.R. hun opwachting op de Parade maken. En niet te vergeten: ‘The Chet Baker Room’ met Marijn Brouwers, Hermine Deurloo, Anne Soldaat en Reyer Zwart. Mooie jazzklassiekers ingebed in een eerbetoon aan de zingende jazztrompettist die dertig jaar geleden uit een hotelraam in Amsterdam kukelde en daarbij het leven liet.

De Haagse connectie
Zaal 4 is op de Parade het verlengstuk van Zaal 3, op zichzelf een loot aan de boom van Het Nationale Theater. Daar fileren De Poezieboys (Joep Hendrikx en Jos Nargy) de dichter Brodsky, nadat ze vorig jaar Ginsbergs werk al eens afgraasden. Ze vieren hun haat-liefdeverhouding tot hem – en al doende tot elkaar.

In Zaal 4 ook Niko, de band die is geformeerd rond Nik van den Berg. Daar wordt energiek met rockmuziek gesmeten in een performance voor volwassenen en apart eentje voor de Kinderparade. Met daarin de nu al onsterfelijke ballade Mayonaise.

Zaal 4 is ook het domicilie van Loek & Yela die in ‘The very tired girl’ bekende maar doodvermoeide vrouwen aan het einde van een dag portretteren. Een bijzonder project is ‘Echte Matties’ van Studio Vrijgewillig, een initiatief van Den Haag Doet en Het Nationale Theater. De voorstelling laat zien hoe mensen met verschillende achtergronden elkaar inspireren. Mooi maat(jes)werk.

Haags is ook De Stimulerende Samenstelling in de MINItwee, gesitueerd rond de Theatertoren. De welhaast overkokende Djuna Couvée geeft in ‘100  ̐C’ in welgeteld tien minuten survivaltips: hoe te handelen bij paniekaanvallen.

Samen met Yannick van de Velde speelt Ton van Kalmthout de voorstelling ‘Wachstumsschmerzen’. Het duo, bekend van de populaire televisieserie ‘Rundfunk‘, gebruikt de voorstellingen van een half uur ter voorbereiding op hun avondvullende programma.

Parademuseum
Vorig jaar lanceerde de Parade het Parademuseum. Beeldende kunst in optima forma. Was toen het Nederlands Fotomuseum aan zet met een installatie rond Ed van der Elsken, nu is dat museum De Fundatie, dat er met de video-installatie ‘Shades of Silence’ een schep bovenop doet.

Maakster Elise van der Linden, talent van het jaar, laat er vier video-animaties zien, waarvan er een speciaal is gemaakt voor de Parade. Groei, verval en eeuwigheid. Je dwaalt er door haar wereld van eindeloze landschappen en architecturale scheppingen. Een reis door een imaginaire wereld. Fascinerend. Doen!

Faits divers
Nieuw is ‘Carcheologie’, een monument voor de (embryonale) staat en het wezen van de automobiel in een heuse graansilo.

In ‘Boekentherapie’ van Literaire Salon Parade kunnen boekenliefhebbers hun hart ophalen. Bekende schrijvers vertellen over de heilzame werking van de letteren.

Kees en Eddie zijn natuurlijk weer present, dit jaar met Rogier aan hun zijde. Tot besluit zijn er, als ieder jaar, weer de vertrouwde vaste acts die houvast bieden als je het even niet meer weet: de Silent Disco of de Levende Jukebox bijvoorbeeld.

Mocht dat alles niet baten, dan kun je je nog altijd tipsy en wel onderdompelen bij de Haute Friture, Hotmamahot, Soul Food of Wild van Wild. Op de Parade kun je het buikje weldadig vullen, weer of geen weer.

Stadspaleis met huiskamergevoel

Nieuw zomerfestival in Koninklijke Schouwburg

Festivallitis! Het kan niet op. Den Haag heeft er (alweer) een festival bij: Stadspaleis. Het vindt plaats in de foyers van de Koninklijke Schouwburg. De eerste editie duurt meteen drie weken lang. En iedere festivaldag is er een ander programma. SPQH.

In 1766 liet prins Karel Christiaan van Nassau-Weilburg, zwager van stadhouder Willem V, een paleisje aan het Korte Voorhout bouwen voor zijn 23-jarige echtgenote, prinses Carolina van Oranje-Nassau. Architect Pieter de Swart ontwierp in Lodewijk XVI-stijl een 77 meter breed en drie verdiepingen hoog gebouw rond een sterk gebogen halfronde cour. Dat paleisje heeft de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan: na een crowdfundingactie onder Hagenaars kreeg het pand in 1804 een bestemming als theater: de Koninklijke Schouwburg (KS). Het is daarmee een van de oudste schouwburgen van Nederland. Cees Debets, spreekt er met ongespeeld ontzag over: “De stijlkamers, de prachtige theaterzaal, de allure die van het gebouw uitgaat: met recht een monument. Met Stadspaleis verbinden we traditie met de nieuwe tijd. Bovendien laten we een heel andere gezicht van de KS zien.”

Paleisheer van weleer Hans van Westreenen, alweer twee generaties geleden de bespeler en meest recentelijke renoveerder van de KS, zei het graag: ‘Er ligt goud aan het Voorhout’. En ook: ‘Het tapijt moet slijten’. Dat laatste gaat nu vrijwel letterlijk gebeuren met Stadspaleis. SPQH. Senatus Populusque Hagensis’: het Bestuur en het Volk van Den Haag heten u welkom. De medaillon met dat opschrift hangt fier boven de toneelmond van de bonbonnière. Maar ja, die is nu dus even gesloten. “Daar wordt deze zomer technisch onderhoud gepleegd,” vertelt directeur programmering bij Het Nationale Theater (HNT) Cees Debets, uit dien hoofde ook de bespeler van de KS. “Maar voor het overige staat tijdens Stadspaleis in elk hoekje van de KS wel wát te gebeuren.”

Debets is met John de Weerd, zijn collega-programmeur van Zaal 3 – ook een standplaats van HNT – de aanstichter van Stadspaleis. Beiden hebben een informele setting, zelfs huiskamersfeer in gedachten, een weldadig ‘zomerfeestje’ voor oog, oor en tong waarop het dagelijks van vier uur ’s middags tot pakweg elf uur ‘s avonds goed toeven is. “Waar je je kunt wentelen in korte (muziek)theatervoorstellingen én beeldende kunst. Maar vergeet ook de inwendige mens niet. IJskoude drankjes staan klaar en er zijn Haags-Indische hapjes. Die kun je binnen nuttigen, maar ook op de ‘cour’, ons zomerse buitenterras De Rotonde, dat door de twee ‘vleugels’ van de KS is omsloten.

Met dit festival doorbreekt HNT, sinds begin dit jaar officieel de vaste bespeler van de KS, het gebruik dat theaters ’s zomers hun deuren wekenlang pleegden te verzegelen. Maar niks doen is niet langer optie, aldus Debets. “We willen meer dan vroeger een open huis zijn, een ontmoetingsplaats waar iedereen naartoe wil. Je begint dan door de deuren open te zetten. Al langere tijd waren we van plan om ook in de zomermaanden van betekenis te zijn voor stadsbewoners en -bezoekers. Stadspaleis is een nieuwe stap in dat streven.”

Interventies
Iedere avond zijn er vier programma’s, naast theateronderdelen zijn dat ‘interventies in de ruimte’, zoals een doorlopende installatie rond robots van Daan Couzyn en Joeri Woudstra in de Koning Willem ! –foyer, en in de Damesfoyer is de fascinerende video-installatie Slow Rise van theatermaker Karel van Laere.

De winnaar van de Piket Kunstprijs 2015 liet zich inspireren door de eindeloze choreografieën van mensen in straten van Taipei City. “Het laat het contrast zien tussen de mechanische gang van een roltrap en menselijke beweging,” licht John de Weerd de installatie toe. Er is op Stadspaleis ook aandacht voor boeken. Kees ’t Hart komt zijn programma-voor-graaglezers Over boeken toelichten, dat in plaats van schrijvers hun werk centraal stelt. Er is een nieuwe editie van Pecha Kucha, een avondje waarbij deelnemers een diavoorstelling van 20 afbeeldingen presenteren in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt dus precies 20 seconden getoond. Een dwingende eis om creatief en to the point te zijn.

Theater en meer
Natuurlijk is er ook veel (muziek)theater. Onder meer met Lindertje Mans en Joost Steltenpool, die hun steengoede Marktplaatsmuziek van stal halen, vrolijke en ook wrange liedjes, gebaseerd op posts van adverteerders. Acteurs en makers van Het Nationale Theater maken De Mantel, naar een verhaal van Nikolaj Gogol. Met niet de minste spelers uit het tableau: Hein van der Heijden en Jeroen De Man, en met muziek van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk. De Weerd: “In het voorjaar was er Studio Paradijs in de KS.

Op kleine schaal konden daar de acteurs van HNT zelf experimenten doen. Daaruit is dit kleinood afkomstig.” Willemijn Zevenhuijzen presenteert als Pink Flamingoo samen met Tessa Jonge Poerink en Eva Zwart een sneak preview van Assholism, een voorstelling over de schaamte voorbij. Verder doet haar voornaamgenote Willemijn Haasken zich voor als Lady Godiva; lezen De Poezieboys uit werk van Beatnik-dichter Allen Ginsberg; en richt theatermaker, gamer en vlogger Sytze Schalk zijn eigen een schrijversatelier in (en zijn eigen wereldbeeld). En voor eens doet Rob Verhoeven buurtonderzoek in de KS, en vuurt ook daar zijn ongegeneerde vragen met graagte op zijn gasten af. Een talkshow die de tongen losmaakt. Ten slotte zijn er afstudeerpresentaties van de Maastrichtse toneelacademie.

De KS wordt ‘duh’ in rap tempo ‘teruggeven aan de stad’. Nu al wordt door Debets en consorten omgezien naar een tweede editie van het festival. Inderdaad: Goud aan het Voorhout.

Stadspaleis vindt plaats van 22 juni t/m 9 juli 2017 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Theatraal door Segbroek dwalen

Zand & Veen II door De Nieuwe Regentes

De vaak tot vervelens toe opgeworpen begrippen zand en veen zijn wel nog altijd synoniem voor het innerlijk van Den Haag. Theater De Nieuwe Regentes aan de Weimarstraat, op de scheidslijn van zand én veen, maakte vorig jaar met wijkbewoners de voorstelling ‘Zand & Veen’. Nu is er de tweede editie.

De rijkere woont op het zand, de armere op het veen. Dat is het clichébeeld. Volstrekt niets nieuws onder de zon voor Hagenaars, Hagenezen noch ingepalmde Scheveningers. Veel spannender is de wetenschap dat het Regentesse- en Valkenboskwartier precies op de grens daarvan ligt, met Theater De Nieuwe Regentes als verbindend cultuuranker. Dat begrip, cultuuranker, is in Den Haag trouwens een cultuurpolitiek begrip: het staat voor wijktheaters die zich inspannen om bewoners te enthousiasmeren voor kunst en cultuur.

De verhalen voor Zand & Veen werden proactief opgediept door het zelfbewuste De Nieuwe Regentes. “Wij zijn er voor de buurt,” zo werpt Laudie Vrancken van De Nieuwe Regentes de eerste steen op. “Het is onze taak om via kunst en cultuur verbindingen te leggen en talent te spotten. Dat doen we onder meer in het project ‘Het Beste uit De Buurt’. Daar kwam zoveel talent opborrelen dat we vorig jaar besloten er zelf een voorstelling omheen te bouwen: ‘Zand & Veen’. Voor de regie werd Hans van den Boom aangezocht, voorheen artistiek leider van Stella Den Haag. Vrancken: “Ik vind het belangrijk om amateurs, professionals en publiek samen te brengen.”

De verhalen die in de eerste editie te berde werden gebracht, waren linea recta afkomstig uit het hart van buurtbewoners. “Hun persoonlijke verhalen voerden het publiek door Segbroek,” zegt regisseur Van den Boom . “In de eerste editie klonken verhalen van nieuwkomers op gelijkwaardig niveau naast die van omwonenden die terugverlangen naar de wijk zoals die vroeger was. Maar er waren ook jongeren. En die willen vooruit.”

Wat hen allen bindt is dat ze allemaal hun eigen dromen en verlangens koesteren. Van den Boom: “De eerste editie ging over eenieders strijd om een zelfstandige plek te veroveren in de wijk, of over een bedlegerige moeder, of het veranderde straatbeeld.”

Ook in de tweede editie die opnieuw werd geregisseerd door Hans van den Boom zijn de verhalen uit het leven gegrepen. Al zijn die dit keer minder kenmerkend voor de wijk. In ruil daarvoor zijn ze universeler van aard. Gebleven zijn in ieder geval de poëzie en de muzikaliteit. En dus lopen we imaginair met de personages mee door de Weimarstraat via de Beeklaan en de Columbusstraat naar de Suezkade, door wijkpark De Verademing en langs circusschool Circasso in de Teijlerstraat naar het Regentesseplein.

Audities
“De eerste editie was gebouwd rond een mix van beginnende stand-up comedians en gevorderde leerlingen van de Circaso,” licht Van den Boom toe. “Maar voor Zand & Veen II besloten we audities te doen. Toen daaruit een veelal blanke cast ontstond, zijn we op zoek gegaan naar een betere afspiegeling van de wijk.” Door wat extra acties staat er nu een dwarsdoorsnede van bewoners uit Segbroek in de spotlights. “Het is een groep van dertien, variërend van mensen met veel aanleg tot spelen tot mensen die een erg interessant verhaal hadden en daardoor meedoen.”

2020
“Vorig jaar hebben we bescheiden ingezet. Voortbouwend op het succes dat we toen hadden, spelen we dit jaar ook in Theater aan het Spui en Theater Dakota – en daar zijn we best trots op.” Laudie Vrancken richt haar pijlen nu al op het jaar 2020. “Dat is onze stip op de horizon. Dan bestaat het gebouw, een voormalig, roemrucht badhuis dat we in beheer hebben, op de kop af honderd jaar. We gaan dan groots uitpakken, onder meer met een verzameleditie van ‘Zand & Veen’. Tot die tijd maken we ieder jaar een nieuwe.”

Zand & Veen II van De Nieuwe Regentes, donderdag 22 juni 2017 in Theater Dakota, en op vrijdag 1 september 2017 tijdens de seizoensopening van De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl.

Magisch midzomeravondtheater

STET met The Greatest Thing inclusief boottrip

Heerlijk buiten spelen: het kan weer, naar hartenlust. Met de volle zomerzon binnen handbereik en de zomertijd op zijn langst en breedst, kun je dezer dagen bijvoorbeeld een ‘visueel concert’ en omringend romantisch boottochtje maken met The English Theatre en De Haagse Willemsvaart voor een tripje via Laak naar het lommer van het Zuiderparktheater.

Of opstappen op de Mauritskade en via de zeventiende-eeuwse grachten en kanalen van het groengele stadscentrum naar eindpunt Hofje van Wouw varen. In beide gevallen is de voorstelling ‘The Greatest Thing’ de uiteindelijke reisbestemming. Je mag gerust je eigen picknic meenemen, drank is aan boord voorradig. Gedurende het jaar zijn er trouwens meer themavaarten, zoals De ParadeVaartjes, naar de Parade.

The Greatest Thing is een alleraandoenlijkst ‘neo’-sprookje voor jong en oud en daarenbuiten een magische mime en muziektheatervoorstelling van twee makers die Berlijn als standplaats gekozen hebben: singer-songwriter Miss Walker (Magdalena Walker) en mime-artiest Silent Rocco (Rocco Menzel). De plot? Uit de inhoud van Miss Walker’s gouden handtasje ontspint zich een muzikaal sprookje, met het publiek in een eigen rol. De makers nemen dat publiek naar eigen zeggen vervolgens mee naar een wereld vol magie, met in de hoofdrollen een zwijgende vagebond á la Charlie Chaplin en een schijnbaar levenloos neon-elfje.

Betovering
De dertigminutenvoorstelling van Miss Walker en Silent Rocco werd de afgelopen jaren gespeeld op verschillende straattheaterfestivals in Europa en Azië en was daar een ‘hit’ – en dan nu voor het eerst te zien in Nederland. Hoe is Elske van Holk van organisator The English Theatre (STET), dat zich al tien jaar beijvert voor (meer) professioneel Engelstalig theateraanbod in de hofstad, de voorstelling op het spoor gekomen?

‘Op een straattheaterfestival in Noorwegen zagen onze scouts het duo optreden,’ vertelt ze. ‘Ook kreeg ik goede berichten door van buitenlandse collega’s. Van de winter ben ik zelf de videoregistratie gaan bekijken. Wat me aansprak? Dat waren de blijheid, de vrolijkheid en de in het oog springende fleurige kleurigheid van de voorstelling,’ aldus Van Holk. ‘En om aan dit avondje een avondvullend karakter te geven, hebben we besloten er een boottocht omheen te organiseren. Ons publiek, veelal internationaal georiënteerde bewoners van Den Haag, krijgt daardoor een andere kant van de stad gepresenteerd, wordt zo in aanraking gebracht met stadsdelen die het misschien nog niet zo goed kent, zoals het naoorlogse Den Haag van Laak bijvoorbeeld.’

Natuurlijk kunnen ook op dagen dat de voorstelling te zien is, gelooide Hagenaars aan boord van een van de vier bootjes naar het Zuiderpark of Hofje van Wouw stappen. Want: ‘Language no problem,’ geeft Van Holk aan. ‘Er zit veel muziek in en voor zover er tekst klinkt is die eenvoudig te volgen. The Greatest Thing is daarom geknipt als familie-uitje.’

Besloten
Voor de bewoners van woonzorgcentrum Oldeslo organiseert STET buiten dit alles een besloten voorstelling van ditzelfde stuk. ‘Hartstikke leuk, er is daar een mooie tuin en bij regenweer kunnen we er zelfs uitwijken naar een theaterzaaltje, dus we kunnen er prima uit de voeten, en het is erg leuk om naar mensen toe te gaan om ze uit hun isolement te krijgen,’ licht Van Holk toe.

Toekomst
Voor de komende jaren is de toekomst van STET verzekerd. Op de valreep kende de Haagse gemeenteraad een subsidie aan de club toe, waardoor STET voorlopig in staat is om door te gaan op het ingeslagen pad. Op termijn wordt het initiatief trouwens opgegeten door Het Nationale Theater, dat de internationale programmering van theater in Den Haag ter hand gaat nemen.

STET: The Greatest Thing door Miss Walker en Silent Rocco, plus exclusieve boottrip. Van dinsdag 20 tot en met zaterdag 24 juni 2017. Meer informatie: theenglishtheatre.nl.

‘Zijn tijdloze repertoire is een feestje waard’

Eerbetoon aan Wim ‘Nikkelen Nelis’ Sonneveld

Op 28 juni 2017 is het 100 jaar geleden dat Wim Sonneveld werd geboren. In het liedjesprogramma Het Amsterdam van Wim Sonneveld staat ‘een dunne jongen met opvallend lichtblauwe ogen’ centraal, zoals Conny Stuart hem beschreef.

Sonneveld-specialist en kleinkunstkenner Daan Bartels brengt met singer/songwriter Siebe Palmen en gitarist Rob Verbakel  een eerbetoon aan de man die zijn geesteskinderen ‘Nikkelen Nelis’ en ‘Frater Venantius’ tot BN’ers maakte. Met Wim Kan en Toon Hermans behoort Sonneveld tot de legendarische Grote Drie van het Nederlandse naoorlogse cabaret. Misschien stonden indertijd Kan en Hermans  dichter bij hun publiek, maar de typetjes en liedjes van Sonneveld blijken vooral tijdlozer dan die van de twee anderen.

In het theaterprogramma dist Bartels allerhande faits divers rond hem op. Dat de geboren Utrechter een tijdje in Den Haag heeft gewoond bijvoorbeeld. Sonneveld? ‘Jazeker,’ zegt Daan Bartels, ‘In 1936 verhuisde hij naar de Hofstad, ging er wonen in Bezuidenhout, aan de Wilhelminastraat. Hij was van 20 september tot 18 december, welgeteld twee maanden, kantoorbediende bij reclamebureau M. Sanders. Sonneveld had na het ontslag op staande voet bij Louis Davids’ Kurhaus Cabaret dringend brood op de plank nodig.’ Hij had congé gekregen omdat hij potentiële opdrachtgevers van Davids had gebeld daarbij gewag gemaakt van een verhindering van zijn broodheer. Maar niet getreurd, zo zou hij hebben opgemerkt, want was het mogelijk een andere goeie cabaretier in te huren… zichzelf…  . Na zijn korte verblijf in Den Haag zou hij overigens (weer) neerstrijken in Amsterdam.

Bartels is initiatiefnemer van liefst drie projecten die deze maand rond Sonneveld plaats hebben: Hij organiseert Sonneveld-stadswandelingen in Amsterdam, treedt op als verteller in het theater en hoopt ondertussen op de vernoeming van een brug in de landshoofdstad naar de theatermaker en zanger. Bartels: “Wat mij betreft roepen we juni 2017 uit tot Wim Sonneveld-maand. Zijn honderdste geboortedag en zijn tijdloze repertoire zijn wel een feestje waard.”

Wandelingen
“De voorstelling is een variant op mijn Sonneveld-wandelingen,” vervolgt hij. En terwijl Bartels het levensverhaal van Sonneveld uit de doeken doet, staan beide muzikanten hem bij met uitvoeringen van Sonnevelds bekendste liedjes. Het heimweelied Ik heb zo aan Amsterdam gedacht en Aan de Amsterdamse grachten klinkt natuurlijk, net als de gouden klassieker Het dorp. Maar voor Bartels’ persoonlijke favoriet, Tearoom Tango, over een rampzalige liefdesgeschiedenis in Den Haag, is helaas geen ruimte gevonden. Jammer, zegt Bartels, “want de tekst is bijna als een filmscript, je ziet het allemaal zó voor je ogen gebeuren, zo beeldend is de liedtekst geschreven.” Nog zo’n weetje: Sonneveld heeft een grootse filmcarrière in Hollywood in het verschiet gehad. “In Silk Stockings (1957) was hij tegenspeler van niemand minder dan Fred Astaire. Opkomende gevoelens van heimwee braken hem echter op.”

Platenkast
Bartels heeft Sonneveld nooit in levende lijve gezien. Toen hij in 1974 op 56-jarige leeftijd overleed, moest Bartels het allereerste levenslicht nog aanschouwen. Hoe is Bartels dan aan Sonneveld verslingerd geraakt? “Ik ben gevormd door de platenkast van mijn ouders. Die zat boordevol met platen van Sonneveld. Toen is ook mijn liefde voor het Nederlandstalige lied geboren. Voor het overige weet ik het niet zo goed, in ieder geval heb ik altijd erg van zijn theatraliteit gehouden. Misschien heeft zijn homoseksualiteit bij mij toen al herkenning en verbinding teweeg gebracht.”

Aard
Hoewel Sonneveld op zijn negentiende min of meer officieel als cabaretier debuteerde, kwam het grote succes pas rond zijn veertigste. Zelf zei hij hierover in een interview met Nieuwe Revue in 1970: ‘(…) mijn manier van doen, mijn aard paste vroeger veel minder bij de tijd dan nu. Nog niet zo heel lang accepteren Nederlanders sarcasme en ironie. Bovendien: ze bekeken me vijftien, twintig jaar geleden anders. Ik was dan wel een artistieke jongen met talent, maar ik kleedde me anders, sprak anders, bewoog me anders. En dat vond men suspect. Toon Hermans en Wim Kan hadden daar geen last van. Als die opkwamen van ‘ha jongens, daar zijn we dan!’ voelde het publiek meteen: dat is er een van ons.’

‘Het Amsterdam van Wim Sonneveld’ door Daan Bartels, Siebe Palmen en Rob Verbakel is op zondag 11 juni 2017 te zien in Theater Dakota. Meer informatie: theaterdakota.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 326 55 09.

Beeldenbestormer

Castellucci’s theatrale essay Democray in America

Castellucci, de ‘David Lynch’ van het hedendaagse beeldend theater, schermt met een vuistdik sociologisch standaard wetenschapsboek rond Democracy in America. Een ‘a-politiek theaterstuk’, zo zegt hij zelf.

Plymouth. Op de Atlantische golven van het strand nabij Massachusetts ligt een granieten steen met het jaartal 1620 erin gegraveerd. Deze Plymouth Rock markeert de plek waar vierhonderd jaar geleden een opgejaagde groep Europeanen voet aan wal zette. Het waren Puriteinen, protestantse separatisten die zich in Engeland noch Holland op hun gemak voelden die emigreerden naar de Nieuwe Wereld.

Terwijl in het oude Europa de feodale macht gestaag afbrokkelde ten faveure van boeren, burgers en buitenlui, werd in overzee in dat Puriteinse isolement een geheel nieuwe samenleving gegrondvest. De Puriteinen waren van mening dat elke (geloofs)gemeente zich zelf moest besturen, los van enige nationale kerk. Hun visie heeft het Amerikaanse denken gevormd, met prille Europese democratische beginselen als bagage. Van de indianen leerden ze hoe ze plaatselijke gewassen moesten telen, maar uiteindelijk markeerde dat juist het einde van de inheemse bevolking.

Castellucci’s Democracy in America legt de zaadkiemen bloot van het (r)evolutionaire democratisch-politieke systeem dat aan de stichting van de VS ten grondslag ligt. In Castellucci’s theateropvatting betekent het dit keer: een boerendrama à la Brimstone, met een puriteins echtpaar dat langdurig spreekt over de aardappeloogst die zes jaar op rij mislukt is. ‘Misschien hebben we verkeerd gebeden, vergeten dat in Zijn Naam te doen,’ zegt Nathaniël tegen Elisabeth. Op het einde van de voorstelling stellen twee indianen, native Americans, vast dat hun het land wordt afgenomen. En terwijl ze Engelse woorden zoals ‘rock’ en ‘stone’ leren, gaan ze over tot het villen van de nieuwe Amerikanen.

Daartussenin toont Castellucci zich vanouds een beeldenbestormer: vanachter een gaasdoek zien we eindeloze kringdansen geënt op volksdansen uit Albanië, Griekenland, Botswana, Engeland, Hongarije en Sardinië. Maar ook een stel trappelende paardenpoten inbeukend op een automobiel – voor Castellucci de verbeelding van de overgang van het boerenleven naar de industriële revolutie (lees: het kapitalisme); een gratuit aandoend Wordfeud-achtig spelletje rond de titel van de voorstelling; en projecties van wapenfeiten en ‘mijlpalen’: Battle of Bunker Hill 1775, Kansas Nebraska Act 1854, Twelfth Amendment 1804.

Denkbeelden
Castellucci is de voorbije twintig jaar geheiligd als postmoderne redder van het beeldspektakel, staat bekend om zijn controverses oproepende beeldtaal, die soms neigt naar het groteske gebaar, neergelegd in monumentaal gemonteerde voorstellingen. In Giulio Cesare, bij voorbeeld, voerde hij keelkanker- anorexia- en vetzuchtpatiënten als acteurs op. In Inferno fel blaffende politiehonden. Hij liet het gezicht van Jezus verschrompelen; maar voerde ook eens een stokoude man op die drie kwartier lang incontinent in zijn broek poepte.

Voor het eerst sinds 2011 (Regarding the Son of God) is Castellucci terug in het Holland Festival. Zijn Democracy in America beoogt een polemische voorstelling te zijn maar die, volgens Castellucci zelf, niet politiek van karakter is – en dat bij voorbaat natuurlijk wel is.

Want daarvoor ligt de parallel die zich voordoet met de uitverkiezing van Trump en diens opvattingen over democratie onmiskenbaar voor de hand – al vertelt Castellucci dat hij jaren geleden al over dit thema en De Tocquevilles gelijknamige traktaat een voorstelling wilde maken. De Franse filosoof en grondvester van de sociologie legde in 1835 na een maandenlange reis door Amerika in twee banden van ieder twee delen en bij elkaar duizend pagina’s minutieus zijn bevindingen vast over de nieuwe samenlevingsverbanden van de ‘Nieuwe Wereld’.

En passant beschreef De Tocqueville daarmee de geboorte van een nieuwe democratievorm – die later (lees: anno nu) in ‘volkskapitalisme’ zijn eindbestemming lijkt te vinden. En dat alles begon dus in een ‘nieuw’ werelddeel, een continent waar tot dan toe, althans buiten de geheimzinnige samenlevingsvormen van de door immigranten als halve wilden beschouwde indianen, geen politiek bedreven werd. De puriteinen konden de democratie dus met een schone lei en van de grond af oppoetsen – juist terwijl die in (westelijk) Europa nog aan het uithijgen was van Napoleons militaristische escapades.

De Tocqueville
‘Net een roman’, verklaart Castellucci onverhuld enthousiast, en niet ten onrechte, over De Tocquevilles levenswerk dat zo-even pontificaal vóór hem op tafel is gelegd. ‘Met ‘Amerika’ als dramatisch hoofdpersonage.’ Het is de dag na de première in DeSingel te Antwerpen.

‘De voorstelling is nog niet af,’had hij zich even daarvoor bij voorbaat verontschuldigd. ‘Tegen de tijd dat we in Amsterdam zijn, zal het veel beter zijn. Het moet korter. Raadselachtiger vooral.’ Hij hult zich graag in geheimtaal, kijkt geregeld lichtelijk verstoord van een monoloog interieur op als hem een vraag wordt voorgelegd. Verklarend: ‘Het is fijn als iemand je zoekplaatjes in handen geeft, zie het als mijn geschenk aan het publiek.

Een boodschap? Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gedachten. Ik geef geen geschiedenislesje.’ Hij heeft het over de communicatiekracht van het medium theater. En komt dan door een wondere vergelijking via Pericles en Plato van het oude Athene met het ‘heart of darkness’ dat de Verenigde Staten nu volgens hem is, uit op ‘human rights: de afslachting van de inheemse bewoners. Castellucci: ‘In klassiek Griekenland fungeerden het theater en vooral de tragedie als schaduwplaatsen van de Atheense democratie. Tragedies boden ontsnapping uit de disharmonie van het bestaan. Ze wisten dat zoenoffers niet altijd volstaan.’

Volgens Castellucci is het aan het puritanistische democratiemodel te wijten dat de aloude Griekse tragedie als vorm van politiek bewustzijn teloor is gegaan – en daarmee fundamenteel begrip over het bestaan. ‘Geen god meer, maar ook geen stad van de mensen. Wat overblijft is de lege ceremonie die de grandeur van dit verlies viert,’ besluit Castellucci zijn ode aan de tragedie.

Is hij zelf wel eens in Amerika geweest? Castellucci lacht. ‘Natuurlijk!’ Hij herinnert zich daarvan vooral The Rothko Chapel in Houston, Texas. Bij uitstek de plaats waar kunst en religie synoniem zijn.

Romeo Castellucci & Socìetas: Democracy in America. Zondag 4 tot en met dinsdag 6 juni 2017 in de Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandse boventiteling. Meer informatie: hollandfestival.nl.

Focus ‘Democratie’ op Holland Festival 2017:
De zeventigste editie van podiumkunstfestival Holland Festival is het voorlaatste van de naar Parijs vertrekkend artistiek directeur Ruth MacKenzie. Het is thematisch opgezet rond ‘democratie’.

Voor haar is de Brexit, de verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland de beweeggrond. Met zowel film, theater als dans geven uiteenlopende makers er uiting aan.

Alain Pringels, dramaturg, doorgewinterd Castellucci-kijker:
‘Meer tekst dan ooit en het bewuste dat heerst over het onbewuste maken Democracy in America tot een atypische ‘Castellucci’.

De sequenties van on-ironische, ‘unheimliche’ droombeelden maken het achterhalen van een onderliggend idee soms moeilijk. Maar hier dwingt en wringt Castellucci je in het denkkader van De Tocqueville, precies zoals hij als reiziger/observator keek naar de prille democratie in het Amerika van toen.

Maar waar bij de Grieken denkbeelden over volksheerschappij ontstonden door geloof in goden ondergeschikt te maken aan de ‘maakbaarheid’ van de polis, werd dat in het puriteinse Amerika nadrukkelijk gekoppeld aan het geloof: in God we trust.’

‘Castellucci kadert de voorstelling letterlijk tussen twee dialogen in: De openingsscène toont een arm Puriteins boerenkoppel – wat hen overkomt is Gods wil; en de eindscène waarin een indiaan Engels leert – metafoor voor de teloorgang van een cultuur. Tussen haakjes: de meest geslaagde genocide in de wereldgeschiedenis is die van de Engels puriteinen op de Noord- Amerikaanse inheemse bevolking, de indianen.

De ontwikkeling die de democratie in Amerika heeft doorlopen ziet Castellucci als een volksdans – een verwijzing naar het Amerikaanse verkiezingscircus.’